Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Ideeën en best practices voor een betere, inclusievere en duurzame wereld. Inclusief columns van Roos van Dalen en Werner Schouten.

Recente artikelen

i.s.m. TIAS School for Business and Society
intrinsieke motivatie duurzaam team motiveren

Zo bereik je dat je team zich duurzaam gedraagt

Je hebt duurzaamheid hoog in het vaandel en wilt het ook op je team overdragen. Maar hoe zorg je dat...

clock 3,5 min

i.s.m. TIAS School for Business and Society
sustainable leider sustainability leadership

Sustainability leadership is het leiderschap van de toekomst

Sustainability leadership is hot. Organisaties moeten zich steeds beter aan de maatschappelijk eisen aanpassen en professionals willen alleen voor duurzame...

clock 3,5 min

goed leiderschap

Duurzaam leiderschap staat los van trends

Leiderschapstrends volgen elkaar snel op, maar wat is er nu werkelijk nodig als het op goed leiderschap aankomt? Gabriël Anthonio,...

clock 2 min

Jefferson Memorial root cause analysis Mikkel Hofstee MT

Wat is precies het echte probleem?

Om echte impact te maken, moeten we een 'root cause analysis' doen, schrijft columnist Mikkel Hofstee. Dat geldt voor problemen...

clock 2,5 min

Hoe Unicef met big data kinderen helpt

Unicef gebruikt big data om sneller in te grijpen bij humanitaire crises. Erica Kochi, mede-oprichter van Unicef Innovation legt uit...

clock 1,5 min

marjan minnesma urgenda

Marjan Minnesma (directeur Urgenda) wilde ooit Shell van binnenuit veranderen

Het hoger beroep in de klimaatrechtszaak van actieorganisatie Urgenda begint vandaag in Den Haag. Directeur Marjan Minnesma (1966) inspireerde met...

clock 2 min

David Goldberg: ‘De wereld heeft meer mensen als Elon Musk nodig’

De wereld telt meer problemen dan bedrijven. Waarom is het bedrijfsleven dan toch zo verdomd slecht in het oplossen van...

clock 2 min

Verenigd Koninkrijk wint Chivas Venture, Nederland tweede

Het Britse koffiebedrijf Change Please werd vanavond eerste in de social startup-wedstrijd Chivas Venture, tijdens het Amsterdamse techfestival TNW Conference....

clock 2 min

B Corp-status

Zo word je een B Corp (4 Nederlandse ondernemers delen hun lessen)

Bijna 2.500 bedrijven mogen zichzelf B Corporation noemen, het keurmerk voor ondernemers die naast winst en aandeelhouders ook mens, milieu...

clock 9 min

De glazen klif: als het moeilijk wordt, rennen we naar mama

Nu Facebook in de problemen zit, klinkt steeds vaker de roep om Sheryl Sandberg. De COO zou beter papieren hebben...

clock 2,5 min

Bob is divisiedirecteur van een groot concern. Hij doet zijn best. In deze aflevering dreigen de vrouwen zijn stoel in te pikken.

Bob de Manager zit in zijn maag met Vrouwen aan de Top

Bob is divisiedirecteur van een groot concern. Hij doet zijn best. In deze aflevering dreigen de vrouwen zijn stoel in...

clock 3,5 min

Duurzame presterende medewerkers, Bas Kodden, All Blacks

Wil je duurzaam presterende medewerkers? Vergeet diploma’s

Stop met het aannemen van medewerkers op basis van diploma’s en ervaring. Wie een succesvolle organisatie wil, heeft volgens Bas...

clock 2 min

Mikkel Hofstee, topvrouwen, oerleidsters, vrouwelijke leiders

‘Oerleidsters’ van levensbelang voor succesvolle organisaties

Wij vinden het als mensen erg fijn om te volgen – en dat betekent dat we automatisch ook leiders hebben....

clock 2 min

kate raworth donuteconomie

Kate Raworth: ‘We zijn verslaafd geraakt aan groei’

Ze is kritisch over groei, maakt korte metten met aandeelhouders en vindt dat de gehele economie gebaseerd is op verouderde...

clock 20,5 min

In 1986 is Thialf nog steeds één van de eerste overdekte schaatstempels ter wereld. Modern, state of the art en van alle gemakken voorzien. Maar in het afgelopen decennium groeit langzaam maar zeker het besef dat het complex moet worden gerenoveerd. De faciliteiten raken verouderd en records worden er al een tijdje niet meer gereden. Maar - en dat verhaal is veel minder bekend - ook de stookkosten moeten drastisch omlaag. “Tot een paar jaar geleden ging zeker 30 procent van de bedrijfskosten op aan energie”, vertelt directeur Marc Winters. “Iedereen die een bedrijf runt snapt dat dit een gigantisch percentage is. Het was dan ook hard nodig om daar iets aan te doen, anders zou de schaatshal op den duur failliet zijn gegaan aan te hoge energielasten.” Energieverbruik Zowel de CO2-uitstoot als de energierekening met minimaal de helft omlaag. Dat is één van de belangrijkste voorwaarden die de directie van Thialf aan het architectenbureau meegeeft, wanneer die op de tekentafel aan de slag gaat. “Het energieverbruik bij een schaatshal zit ‘m natuurlijk vooral in de wintermaanden. Die loopt bij ons van september tot ongeveer eind maart. Zeker 90 procent van het verbruik vindt in deze periode plaats”, aldus Winters. “Het gaat dan vooral om drie zaken: het koelen van het ijs, warmtepompen om andere delen van het pand op temperatuur te krijgen en het drogen van de lucht. Dat laatste aspect is belangrijk omdat je niet wilt dat vochtige lucht condenseert op het ijs. Met name rondom grote toernooien speelt dit een rol.” Reflecterende schil Het ontwerp van het nieuwe Thialf vergelijkt de algemeen directeur met een thermoskan. Een reflecterende schil om het pand zorgt ervoor dat warme lucht nauwelijks nog kan ontsnappen. Daarnaast is het plafond nu een paar meter lager om zo het energieverbruik verder te minimaliseren. Aan de warmte die vrijkomt van de vriesmachines om het ijs te koelen is ook gedacht. “Daarmee worden alle vloeren van Thialf verwarmd; ook die van het grote middenterrein”, aldus Winters. Verder is overal in het gebouw laagtemperatuurverwarming aangebracht en zijn er verschillende klimaatzones. Een unicum in schaatsland. “Tussen de tribunes en de ijsbaan wordt van alle kanten lucht geblazen waarmee we een soort onzichtbaar gordijn creëren. Daardoor slaat het vocht niet op het ijs. Het drogen van de lucht in het stadion kost ons op deze manier veel minder energie dan hiervoor.” Zonnepanelen De zeer efficiënte energiebesparende maatregelen, springen voor bezoekers niet in het oog. Dat doen wel de 5000 zonnepanelen op het dak van Thialf. Die wekken samen meer dan één megawatt aan echte groene stroom op en zorgen daarmee voor een kwart van de energiebehoefte van de schaatstempel. Ter vergelijking, dat is ongeveer gelijk aan de duurzame energievoorziening van 375 huishoudens. Thialf is overigens niet het enige stadion in Nederland met zonnepanelen op het dak. Ook de Amsterdam Arena (4000 stuks), het AFAS-Stadion in Alkmaar (1725 stuks), het Groningse Euroborg (539 stuks) en het stadion van ADO Den Haag (2900 stuks) gebruiken de zon als energiebron. Van het gas af! “IJs maken vraagt nog steeds veel energie, maar in de nieuwe situatie hebben we het bedrijf wel weer exploitabel weten te maken. De energierekening bedraagt nu nog 15 procent van onze totale begroting. We hebben, zeker het eerste jaar, heel wat delegaties uit het buitenland mogen ontvangen die wilden weten hoe we dit in Thialf voor elkaar hebben gekregen”, aldus Winters. Die overigens meteen benadrukt dat de schaatshal er nog niet is. “In principe zijn we 100 procent klimaatneutraal door de combinatie van zonne-energie en inkoop van groene stroom. Maar ons uiteindelijk doel gaat nog een stapje verder. We willen meer technieken toevoegen met de mogelijkheid om terug te leveren. Van het gas af, meer zon en wind horen daarbij, maar we onderzoeken ook de inzet van waterstof en geothermie. Nul op de meter is nu nog toekomstmuziek, maar voor ons wel de juiste denkrichting.”

Het nieuwe Thialf is als een thermoskan

In Heerenveen staat sinds kort niet alleen de snelste laaglandbaan van de wereld, Thialf is na een grondige renovatie in...

clock 2,5 min

donut economie

5 ondernemerslessen uit de donuteconomie

In plaats van ons te richten op oneindige groei, moeten we nieuwe businessmodellen baseren op herverdeling en het teruggeven aan...

clock 5 min

Suiker. We gebruiken het vrijwel elke dag. Maar wat de meeste Nederlanders waarschijnlijk niet weten is de weg die het product bewandelt voordat het in onze monden belandt. Bij Suiker Unie hebben ze dit proces de afgelopen jaren flink weten te verduurzamen. “En dat begint al bij de oogst”, vertelt Pieter Brooijmans, die opereert als Manager Agrarische Dienst Centraal. “Een belangrijk deel van de plant is het bietenblad, het zogeheten loof. Dat laten we bewust achter op het land zodat de nutriënten in het blad weer teruggaan naar de grond. Die zijn belangrijk om de plant te laten groeien.” De mineralenkringloop sluiten De bieten zelf gaan naar de fabriek voor een grondige wasbeurt. De restjes bietengrond worden ingedikt en gedroogd en kunnen vervolgens weer worden hergebruikt, voor dijkverzwaring bijvoorbeeld. Tijdens het wassen breken ook kleine stukjes biet af. Deze stroom werd vroeger nog afgevoerd naar een composteerder, maar daar heeft Suiker Unie een beter doel voor gevonden: de biomassavergister. Wat erin gaat als bietresten komt eruit als biogas. “De bieten zelf snijden we in kleine reepjes. Nadat de suiker uit het snijdsel is gehaald, blijft er bietenpulp over. Dit wordt gebruikt om koeien te voeren. De mineralen komen zo weer terecht in de mest en die wordt vervolgens weer terug gebracht naar de akkers. Aan het ruwe sap voegen we kalk toe dat de overige mineralen aan elkaar bindt en waarna het uit het sap wordt verwijderd. Deze meststof gaat ook weer naar de landbouw. Zo sluiten we de mineralenkringloop en werken we aan het behoud van een gezonde bodem”, aldus Brooijmans. Energiebesparingen De biogas-installaties van Suiker Unie verwerken jaarlijks meer dan 100.000 ton kg plantaardig restmateriaal, allemaal afkomstig van het eigen productieproces. “Als we volledig draaien, dan leveren we per jaar meer dan 30 miljoen kubieke meter groen gas aan het net. We zijn daarmee in Nederland de grootste producent van duurzaam gas”, zegt Brooijmans. De biomassavergister is overigens niet de enige manier waarop Suiker Unie CO2 bespaart. De productielocaties in Dinteloord en het Groningse Vierverlaten behoren inmiddels zelfs tot de grootste en meest energiebesparende bietverwerkende fabrieken van Europa. De afgelopen jaren is hier fors geïnvesteerd, onder meer in meertraps verdamping, thermocompressie en LED-verlichting. “Het is onze doelstelling om in 2020 zeker 50 procent minder energie te gebruiken ten opzichte van 1990. Zo beschikken beide fabrieken over een WKK-installatie waarmee warmte en elektriciteit wordt geproduceerd. Wat we zelf niet nodig hebben, leveren we weer terug aan het net.” Ook op de weg zijn maatregelen genomen. Zo rijdt een deel van de wagenvloot sinds 2011 op groen gas. Daarnaast heeft Suiker Unie dertien bulkwagens die dagelijks tonnen suiker afleveren. Deze kolossen rijden op een mengsel van aardgas en dieselolie, stoten daardoor niet zoveel roet uit en maken bovendien minder lawaai dan andere vrachtwagens. Maar daarmee zijn de duurzame ambities van Suiker Unie nog niet bereikt. “We kijken continu naar neiuwe ontwikkelingen die ons weer een stap verder kunnen bregen qua besparing, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van een nieuwe vrachtwagen die voor 100 procent op groen gas kan rijden.” .

Suiker Unie sluit de kringloop

Suiker Unie maakt al jaren volop werk van duurzaamheid. Zo wordt het merendeel van de mineralen in de suikerbiet weer...

clock 2 min

robots angst

Waarom je niet hoeft te vrezen voor steeds slimmere robots

Ook als de schaakcomputer alle potjes wint, is de mens nog altijd eerst aan zet. Tijd dus om geen angst...

clock 5 min

Jouw duurzame boodschap onder de aandacht bij de media

Ook als impact-ondernemer wil je jouw duurzame product of dienst bij een zo groot mogelijke groep mensen onder de aandacht...

clock 3,5 min

‘Diversiteit is goed voor bedrijven, want ze gaan eraan verdienen’

Werkgevers moeten niet wachten tot overheidsregels, maar zelf werken aan meer genderdiversiteit. Dat stelt ondernemer Deniece von Harras (36), die...

clock 5,5 min

De Raivereniging, de lobbyclub van de autofabrikanten en importeurs, is fel gekant tegen het voornemen van het kabinet om in 2030 alleen nog maar elektrische auto's in de showroom te hebben staan.  'We kunnen als Nederland niet te ver vooruitlopen op Europa', zei directeur Olaf de Bruijn donderdag bij BNR. Autofabrikanten hebben namelijk beperkingen opgelegd gekregen voor de uitstoot van CO2  over hun gehele wagenpark in Europa, zo stelt De Bruijn. Als wij in Nederland het braafste jongetje van de klas uithangen, kan een autofabrikant in een ander land relatief minder elektrische auto's in de markt zetten. 'Het waterbedeffect', noemt De Bruijn het. Netto heeft het helemaal geen zin stelt de lobbyist, wat uitstoot is uitstoot. Of CO2 nu in Nederland of in Italië de lucht in gaat, voor klimaatverandering maakt het geen verschil.  Drogreden De redenering is een vorm van plat lobbyisme vermomt in een quasi rationele redenering. Niet dat het waterbedeffect niet bestaat. Maar dat is geen reden om op je handen te gaan zitten. Als iedereen in Europa op elkaar gaat zitten wachten, dan kan het lang gaan duren voordat we minder uitstoten.  In dat geval bepaalt namelijk het land met de minste ambitie het tempo. In dit geval is dat Duitsland, het land met de meeste autoindustrie. Het is niet voor niets dat het gesjoemel met uitstootwaarden van (Duitse) auto's aan het licht kwam in Amerika. Dat land heeft strengere normen dan in Europa, omdat Duitsland zich altijd tegen strenge normen heeft verzet.  En dan is er nog het argument van de RAI Vereniging dat het qua vervuiling niet uitmaakt. Dat klopt zolang je het over CO2 hebt, maar dat is zeker niet de enige reststof die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. In onze steden is met name de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof een groot probleem. Jaarlijks sterven er tussen de zeven en dertienduizend Nederlanders vroegtijdig door vieze lucht. Hele delen van de Randstad voldoen op dit moment niet aan de huidige Europese normen, en het wegverkeer is een van de grote boosdoeners. Dit probleem zou je weliswaar niet in zijn geheel, maar wel deels oplossne door het autopark sneller te vergroenen.  Er is ook nog een economische reden om de elektrische auto te promoten. Als een groot gedeelte van het wagenpark schoon is, krijgen we er grond voor terug. Geluidsoverlast langs (snel)wegen neemt af en de lucht wordt schoner, waardoor wonen naast de snelweg ineens een stuk minder onaantrekkelijk kan zijn. Die economische winst, die zou de schade die de achterban van De Bruijn misschien door de maatregel oploopt, grotendeels compenseren. Op 15 februari verschijnt de nieuwste editie van MT Magazine die in het teken staat van mobiliteit. Met onder meer een interviews met de Nederlandse marktetingbaas van Audi, Snapcarr CEO Victor van Tol en verhaal over de opgeklopte verwachtingen rond de zelfrijdende auto. MT magazine is verkrijgbaar in onze shop. 

Achterhoedegevecht van de autolobby

De RAI-vereniging strijdt tegen het voornemen van het kabinet om in 2030 alleen nog de verkoop van elektrische auto's toe...

clock 2 min

4 tips om als startende ondernemer los te gaan

Ruben van Veen verliet het bedrijfsleven om een eigen duurzaam modemerk te lanceren. Ondernemerschap kun je leren, schrijft hij in zijn...

clock 3,5 min

De ‘moonshots’ van Johnny de Mol en Judith Walker

Tv-bekendheid Johnny de Mol en ondernemer Judith Walker zijn zich bewust van hun eigen privileges. Ze besloten daarom iets terug...

clock 2,5 min

Inspidere uit Eindhoven wint Nederlandse finale Chivas Venture

Het Eindhovense biotechbedrijf Inspidere heeft maandagavond de Nederlandse finale gewonnen van de sociale startupwedstrijd Chivas Venture. Het bedrijf mag in...

clock 2 min

Nergens in Nederland vind je zoveel legkippen als in en rondom Venray. Naar schatting worden er hier zo’n vier miljoen gehuisvest in grote boerderijen. Verreweg het meest bijzondere onderkomen is dat van Kipster. Grote ramen bedekken de voorzijde van het gebouw en het dak is gevuld met bijna elfhonderd zonnepanelen. Eenmaal binnen valt met name de ruimte op. Kippen zitten hier niet zij aan zij, maar kunnen zich vrij bewegen. Dat moet ook, vinden de initiatiefnemers. Volgens hen zijn we dan ook te gast bij de meest dier-, milieu- én boervriendelijke kippenboerderij van de wereld. Gebroken stukjes beschuit Bij Kipster leven de kippen als god in Frankrijk. Ze hebben alle ruimte, kunnen naar hartenlust rondjes lopen en zelfs naar buiten toe als ze daar zin in hebben. Maar ook voor mens en milieu is Kipster in veel aspecten een stap vooruit, zo benadrukt medeoprichter Maurits Groen, die in dit project samen optrekt met pluimveehouder Styn Claessens, lector Gezonde Pluimveehouderij Ruud Zanders en Olivier Wegloop, oprichter van Boomerang. “De meeste CO2-uitstoot in deze sector komt van de voerproductie”, aldus Groen. “Er worden bomen omgehakt om landbouwgrond vrij te maken en pesticides gebruikt tegen ongedierte. De sojaplanten gaan vervolgens met een stinkende dieselboot richting de boerderijen. Wij pakken het helemaal anders aan. Onze kippen worden gevoerd met resten van bakkerijen, zoals stukjes gebroken beschuit en rijstwafels.” Dat Groen het woord afval niet gebruikt is geen toeval. Hij vindt het een rotwoord. “Het zijn hoogwaardige producten die je op de juiste manier moet gebruiken.” Hoe belangrijk het is dat er met deze manier van voeren geen kostbare landbouwgrond wordt verspild, staat ook te lezen op één van de bordjes in de kippenstal: ‘Wist je dat 70% van alle landbouwgrond op de wereld voor boerderijdieren is?’ De Lidl Een half jaar is Kipster nu in bedrijf. Productie? Tussen de 150.000 en 200.000 eieren per week. En elk daarvan draagt de drie sterren van het Beter Leven-keurmerk. Een Kipster-ei kost iets meer dan een doorsnee scharrelei (“Scharrel betekent nog steeds negen kippen op een vierkante meter”, aldus Groen), maar is goedkoper dan de biologische variant. Met de verkoop gaat het dus goed. “Elke week zijn alle eieren uitverkocht”, zegt Groen. “Af en toe moeten ze bij Lidl zelfs kaartjes in het schap leggen met de boodschap dat deze eieren voor nu even zijn uitverkocht. ‘Sorry, we leggen maar één ei per dag’, staat er dan.” Lidl, de naam is gevallen. Dat Kipster nu volop draait was niet mogelijk geweest als de bijzondere samenwerking met de supermarktketen niet tot stand was gekomen. Toen de plannen voor Kipster niet meer waren dan ambities, enkele schetsen op papier en een excelletje met prognoses durfde Lidl al in te stappen. “Het is uniek dat een supermarkt z’n handtekening zet onder een vast gegarandeerd bedrag voor de boer en dat voor vijf jaar vooruit. En het is al helemaal bijzonder dat een supermarkt dat doet met een leverancier die nog helemaal niet kan leveren. We hadden op dat moment nog geen grond, geen vergunningen, geen boerderij en geen kippen. Ze zijn ingestapt op basis van een goed idee.” Groene stroom Met de afzetgarantie van Lidl in de pocket konden de initiatiefnemers voldoende financiering ophalen voor hun ambitieuze project. En zo draait in Oirlo, bij Venray, sinds september van het afgelopen jaar ’s werelds meest duurzame kippenboerderij. Die zich (uiteraard) all electric mag noemen. “We hebben geen gasaansluiting, de bijna elfhonderd zonnepanelen op het dak produceren maar dubbel zoveel energie dan we nodig hebben om het hele bedrijf te laten draaien. Dan moet je naast de verlichting onder meer denken aan ventilatie, transportbanen en inpakmachines. De rest van onze stroom leveren we terug aan het elektriciteitsnet. Daarmee compenseren we de transportbewegingen die nodig zijn om Kipster te laten draaien. Wel onderzoeken we nog hoe we het vervoer van onder meer de kippen zelf zoveel mogelijk kunnen verduurzamen.” Met de ventilatie die Groen zojuist noemde, is overigens ook iets bijzonders aan de hand. Machines zuiveren de lucht die de stal uitkomt. Dat gaat fijnstof tegen en juist dat is bij grote kippenboerderijen een big issue. Kippenpoep En dan is er nóg iets waar de bedenkers van Kipster mee aan de slag moesten: kippenpoep. Hoogwaardige grondstoffen, in de visie van Groen en zijn compagnons. En prima te gebruiken voor het bemesten van grond. “We zijn nu bezig om de uitwerpselen te voorzien van een hoger stofgehalte zodat het veel droger wordt en we het als mest kunnen gaan verkopen. Ook daarover zijn we in gesprek met Lidl.” Nog concreter is de komst van een ander Kipster-product, dat vanaf deze maand in de schappen ligt: de haanburger. “In Nederland worden vleeskuikens in 42 dagen opgefokt. Dat worden dan de kipfilets die je in de winkel ziet liggen”, vertelt Groen. “Haankuikens groeien langzamer en hebben meer voer nodig. Ze zijn daarom simpelweg oneconomisch verklaard en worden op hun geboortedag meteen vergast of gehakseld. Hanen kunnen nu eenmaal geen eieren leggen. Wij hebben met Lidl afgesproken om haanburgers te gaan leveren, nadat ze eerst in alle rust en vrijheid zijn opgegroeid in één van onze andere stallen. Zo kunnen we echt een burger van goede kwaliteit leveren, een premium product.” Nu opschalen De eerste haanburgers liggen vanaf 19 februari in de winkel. En daarna? “We zijn volop bezig met de voorbereidingen voor Kipster twee, drie vier, vijf en meer. We hebben nu laten zien dat het kan. Een kippenboerderij laten renderen zonder schade toe te brengen aan dieren, mensen, het milieu en het klimaat. En iedereen mag komen kijken hoe wij dat in het noorden van Limburg doen.”

Bij Kipster eten de kippen beschuit in plaats van soja

In Noord-Limburg staat de eerste klimaatneutrale kippenboerderij ter wereld. Verreweg de meeste CO2-winst zit ‘m volgens de initiatiefnemers in het...

clock 4 min

i.s.m. TIAS School for Business and Society
geweten ceo

BlackRock-ceo krijgt ineens een geweten: een doorbraak?

De oprichter van BlackRock schreef een opmerkelijke brief aan de CEO’s van de grootste bedrijven ter wereld. Of ze eens...

clock 4,5 min

5 tips voor succesvol circulair ondernemen (met voorbeelden)

Veel ondernemers hebben circulaire ambities, maar hoe zet je de eerste concrete stappen? Leonne van de Ven inspireert je met...

clock 3 min

Diverse teams presteren niet altijd beter dan meer homogene groepen mensen. Dat is geen reden om voor eenheidsworst te gaan, maar wel om eens goed te kijken hoe je diversiteit gaat managen.

Zonder leiderschap is diversiteit een ramp

Diverse teams presteren niet altijd beter dan meer homogene groepen mensen. Dat is geen reden om voor eenheidsworst te gaan,...

clock 2,5 min

data renzo

Zo maak je het verschil met jouw data

Data zijn overal. De grote vraag is dus niet wáár je ze vandaan haalt. Pas als je helder hebt welke...

clock 4 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

clock 3,5 min

cold calling

‘Het echte cold calling is binnenkort voorgoed voorbij’

Elk bedrijf wil graag warme leads. Dat verkoopt immers een stuk makkelijker. En ook voor de klant is het fijn....

clock 3,5 min

Werkgevers, de vakbonden, de overheid, maatschappelijke organisaties en een flink aantal kennisinstellingen. Ze staan allemaal op de foto die op 24 januari van dit jaar wordt gemaakt in Den Haag. De feestelijke toost betekent het startschot voor een nieuw rijksbreed programma: Nederland Circulair in 2050. In de volksmond beter bekend als het Nationaal Grondstoffenakkoord. Niet minder dan 180 partijen zetten hun krabbel onder een set van afspraken die moeten leiden tot een economie die volledig draait op herbruikbare grondstoffen. En dat al over iets meer dan dertig jaar. Grondstoffen raken op Of kun je zeggen: pás over dertig jaar? Want het klinkt tegelijkertijd als iets van ver in de toekomst. ‘Dat is het niet. Als we met z’n allen zo’n grote verandering willen bewerktstelligen, dan zullen we daar nu al voortvarend mee aan de slag moeten’, aldus Jacqueline Cramer. Zij is ambassadeur Circulaire Economie in de Amsterdam Economic Board en waarschuwt ondernemers niet met hun handen over elkaar te blijven staan. ‘De grondstoffen raken op. Zo simpel is het echt. Als we zo blijven doorgaan, dan krijgen we op den duur gebrek aan heel kritische grondstoffen. Wacht dus niet, is mijn oproep. En het loont ook, want hergebruikte grondstoffen worden in tegenstelling tot nieuwe grondstoffen goedkoper. We komen steeds dichterbij dat economische kantelpunt.’ Sluiten van ketens Maar wat is het nu precies, dat circulaire ondernemen? Om het eerste misverstand maar meteen even uit de wereld te helpen: circulair ondernemen is net even anders dan recycling. Daarbij ga je na gebruik nadenken over een tweede leven. Circulair betekent in feite niets anders dan een kringloop, het sluiten van ketens. Het is een economische manier van denken waar al bij het ontwerp van een product wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van grondstoffen. En dat is hard nodig, want de voorraad grondstoffen die nodig is om huizen, auto’s, telefoons en laptops te maken is simpelweg niet oneindig, zo vertelde Cramer al. Bier brouwen Bij Bavaria is dat besef er al een poosje. Het familiebedrijf wil dat ook volgende generaties een gezond bedrijf en een schone wereld krijgen en zet hier daarom nu vol op in. De Brabantse bierbrouwer wil al in 2020 voor minimaal vijftig procent circulair draaien. Een hele uitdaging, zo erkent ook Global Sustainability Manager Martijn Jungeburth. ‘Als je kijkt naar het proces van bierbrouwen zelf, dan zit de CO2-footprint vooral in het verwarmen en de koeling. Daarnaast maken we in de keten natuurlijk gebruik van grondstoffen als gerst en water’, aldus Jungeburth. Om één hectoliter bier te kunnen brouwen hebben de grote bierbrouwers nog altijd ruim drie liter water nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bavaria vooral hier de pijlen op heeft gericht. ‘Het water dat we na gebruik niet meer nodig hebben wordt nu gezuiverd en vervolgens weer teruggegeven aan de akkers. Dat is het project ‘Boer, Bier en Water. De boeren hoeven zo minder water van elders te betrekken om het vochtniveau in de bodem op peil te houden. We voorkomen hiermee dat de grond uitdroogt en sluiten zo de keten. De komende jaren gaan we dit project dan ook fors uitbreiden.’ Daarnaast wil de brouwer ook de eigen energievoorziening fors gaan vergroenen. Onder meer met behulp van geothermie (aardwarmte), een technologie waarbij warmte van honderden meters onder de grond naar boven wordt gepompt. Steun van management Als Global Sustainability Manager kan Jungeburth rekenen op de volledige steun van de directie. Volgens hem een absolute noodzaak om echt het verschil te kunnen maken. ‘Wanneer je als organisatie echt concrete stappen wilt maken naar duurzaam ondernemen, dan is het belangrijk dat het topmanagement de doelstellingen omarmt. Er zijn nu eenmaal investeringen en meestal ook organisatiewijzigingen mee gemoeid en daarvoor heb je een directie nodig.’ Hoewel Bavaria nu meters aan het maken is, moet het bedrijf nog zien af te rekenen met een aantal uitdagingen. Het meten van alle circulaire inspanningen bijvoorbeeld. ‘Bij watergebruik is dat nog wel te overzien, maar bij verpakkingen en de teelt van gerst wordt dat al een stukje ingewikkelder. Dat goed in kaart krijgen lukt alleen met de juiste partners en een goede samenwerking in de keten. En dat is nu ook precies wat we aan het opzetten zijn.’

Hoe Bavaria over 2 jaar de leiding pakt in circulair ondernemen

Circulair ondernemen betekent slimmer omgaan met grondstoffen, producten en diensten. Steeds meer bedrijven experimenteren ermee. ‘Wachten tot je buurman het...

clock 3 min

Al hebben vrouwen een technische opleiding achter de rug, toch belandt 65 procent niet in de techniek. En dat terwijl slechts 18 procent van de dames hebben een technisch beroep heeft in Nederland. Hoe komt dit in hemelsnaam, vraagt een journalist van VNO-NCW mij. Is er dan zo’n groot verschil tussen de studententijd en het beroepsleven? Wat moet ik hier nou op zeggen? Natuurlijk is er een verschil. Je gaat toch ook niet eens per jaar in je pyjama naar werk? Op de universiteit is dat allemaal mogelijk. Of ’s ochtends naar een feestje nog voordat je werk begint? Studentenleven Het werkelijke leven is wel even wat anders dan een studententijd. Vrouwen op de werkvloer lopen tegen allerlei hindernissen aan. Het begint al bij het sollicitatiegesprek. Veel werkgevers zitten nog steeds in hun maag met het  zwangerschapsverlof. Iedereen denkt dat hier in Nederland niet meer op beoordeeld wordt, maar schijn bedriegt. Een vrouw hoeft niet zwanger te zijn, maar het feit dat ze überhaupt drie maanden thuis kan blijven zitten vinden veel werkgevers al lastig. Om mannen dan ook maar drie maanden verlof te geven, lijkt mij niet echt de oplossing. Men gaat er vanuit dat vrouwen sneller gaan parttimen, eerder naar huis gaan voor een ziek kind en waarschijnlijk toch al niet zo technisch zijn als mannen. Vooroordelen Dit zijn allemaal vooroordelen. Mijn moeder kan sneller een IKEA-kast in elkaar zetten dan mijn vader. Veel mannen zijn bereid om bij te dragen in de opvoeding van hun kinderen. Niet iedere vrouw moet dus eerder naar huis om haar kind eten te geven. Enkel wordt haar salaris hier wel op berekend. Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen voor dezelfde functie. Waarom heb ik dan niet veel vrouwelijke werknemers in dienst? Ben ik net als de rest bevooroordeeld? Nee. In onze sector zijn er gewoon geen vrouwen te vinden. En dit is geen flauw, goedkoop antwoord. Ik ben nog geen vrouwelijke stagiaire werktuigbouwkunde tegengekomen, evenals een vrouwelijke lasser, constructiebankwerker of industrieel spuiter. Wel moet ik erbij vermelden dat er een algemeen tekort is aan technisch personeel in de metaalsector. Volgens onze brancheorganisatie is dat tekort nu 5 procent en gaat dit nog toenemen. We zitten dus te springen om technische dames! België Wat enigszins zou helpen is kinderopvang beter regelen en goedkoper maken. In België, waar ik heb gestudeerd en nu woon, zie je veel meer meisjes op technische opleidingen. De mogelijkheden van voor- en naschoolse opvang zijn daar groter en vooral ook goedkoper. Vrouwen werken vaak ook fulltime, terwijl vrouwen in Nederland vaak parttime werken, ook als ze nog geen kinderen hebben. Dat maakt waarschijnlijk ook uit bij het vinden van een baan in de techniek. Daarnaast moeten meisjes meer technische rolmodellen zien. Als je techniek voor meisjes promoot, moet je dat niet laten doen door een oude grijze meneer. Laat zien dat vrouwen ook technisch zijn of directeur kunnen worden. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: ‘Mag ik meneer Kristel even spreken?’ Je kunt het boek hier bestellen. 

Waarom werken er zo weinig vrouwen in de techniek?

Ondernemer Kristel Groenenboom vraagt zich af waarom er zo weinig vrouwen te vinden zijn in de techniek. Heeft het te...

clock 2 min

medewerkers motiveren

Bob helpt het Hoofdkantoor aan nieuw talent

Bob is divisiedirecteur van een groot concern. Hij doet zijn best. Deze keer helpt hij Hoofdkantoor nieuw talent te spotten.

clock 2 min