Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Ernst & Young

Al bijna honderddertig jaar ademt Ernst & Young ondernemerschap in alles wat het doet. De organisatie ondersteunt zowel ondernemers binnen als buiten haar portfolio op het lastige pad naar succes. Een sleutelrol is hierbij weggelegd voor de eigen wereldwijde benchmark van kennis en ervaring.


In de globale markt bruist het van de ondernemersambitie, maar is het pad naar succes allerminst gemakkelijk begaanbaar. Omdat de meeste ondernemers maar één keer de gooi vanuit de spreekwoordelijke garage naar het marktleiderschap doen, missen ze meestal de kennis en ervaring om de vele hobbels en valkuilen het hoofd te bieden. Met zijn dienstverlening maakt Ernst & Young het pad voor hen beter begaanbaar. “We zijn één wereldwijde firma met één winst-en-verliesrekening en één gezamenlijke backoffice: we kennen letterlijk geen landsgrenzen”, illustreert partner Wolfgang Paardekooper de kracht van de multinational. “Die structuur is uniek binnen onze branche. We kunnen daardoor alles uit de kast halen om ondernemerschap optimaal te ondersteunen, waar dan ook ter wereld.”

Benchmark

Kennis speelt een essentiële rol binnen Ernst & Young. Het bedrijf beschikt over een ongeëvenaarde benchmark waarin jarenlange ervaring en continu geactualiseerd onderzoek samenkomen. “We destilleren hier de algemene patronen uit die kunnen bijdragen tot ondernemerssucces”, licht partner Andrea Vogel toe. “Zo hebben we het Exceptional Enterprise Model ontwikkeld op basis van bevindingen over de manier waarop bedrijven als Google, Dell en Starbucks marktleider zijn geworden. Die weg is voor iedere onderneming natuurlijk anders, maar dit model is zo krachtig in zijn voorspellende waarde dat het bijna een handleiding is. Met deze kennis kunnen we voor iedere ondernemer, ongeacht in welke sector hij actief is, een momentopname maken die met grote waarschijnlijkheid voorspelt welke uitdaging hij spoedig op zijn pad gaat vinden.”
Of het nu gaat om beginnende bedrijven of multinationals als Coca-Cola: Ernst & Young begeleidt alle soorten ondernemers bij hun specifieke uitdagingen. “Voor de sleutelmomenten van start-up, groeifinanciering en beursgang hebben we bijvoorbeeld multidisciplinaire specialistenteams op het gebied van private equity en IPO samengesteld”, vertelt Vogel. “Het opzetten van een organisatie, een private-equityconstructie of het voorbereiden op een beursgang vormt een complex vraagstuk. Onze experts zorgen dat deze processen vlot verlopen zonder het belang van ondernemerschap uit het oog te verliezen. Maar ook marktleiders kloppen bij ons aan vanwege onze specialistische kennis. Dat kan gaan om een wereldwijde fiscale organisatie, automatisering of risicobeheersing. We bieden hen één accountmanager en één heldere aanpak, waarin onze wereldwijde kennis geïntegreerd en op elkaar afgestemd is.”

Sparringpartner

Het Exceptional Enterprise Model stelt Ernst & Young in staat om proactief te handelen. Met deze kennis kan het concern ondernemersrisico’s sterk verminderen. Als voorbeeld noemt Paardekooper de wetenschappelijk vastgestelde hoofdoorzaak van faillissementen: een onbeheerste groei. “Een ondernemer wiens afzet ineens de hoogte inschiet, krijgt binnen zijn organisatie te maken met groeistuipen”, legt hij uit. “Dit is een natuurlijk proces in de vorming van een bedrijf, maar je moet als ondernemer wel op tijd acteren om bijvoorbeeld de backoffice mee te laten groeien. Anders ontstaat er een bottleneck en resulteert je groei uiteindelijk in neergang.”
Hoe goed Ernst & Young ook kan anticiperen op de ontwikkeling van een organisatie, het bedrijf beschikt niet over een glazen bol. Regelmatig overleg met cliënten is dan ook een pre. “We ambiëren immers de rol van kritische sparringpartner”, vertelt Paardekooper. “Zeker als een ondernemer binnen zijn organisatie geen gelijkwaardig klankbord heeft, kunnen wij hem zo een spiegel voorhouden. We vertellen wat hij goed doet, maar leveren ook opbouwende kritiek op punten waar het beter kan of de ondernemer zelfs risico’s loopt. Willen we onze expertise op volle kracht inzetten, dan is het dus een voorwaarde dat een ondernemer ons tijdig vertelt waar hij strategisch naartoe wil.

Ondernemersprijs

Ernst & Young stimuleert het ondernemerschap op brede basis. Het concern spreekt en schrijft er opiniërend over, maar belegt ook regelmatig bijeenkomsten om onderzoek en marktontwikkelingen te bespreken. “Recentelijk hebben we ons Europese onderzoek naar de kracht van familiebedrijven gepresenteerd”, noemt Vogel als voorbeeld. “Die studie toonde aan dat dit soort bedrijven goed presteert door een unieke cliëntrelatie, een langetermijnplanning, innovatie en loyaal personeel. We hebben deze bevindingen voorgelegd aan wetenschappers en Nederlandse ondernemers, met een voor alle partijen inspirerende en leerzame discussie als resultaat.”
Met de Entrepreneur Of The Year-verkiezing, die in vijftig landen wordt gehouden, zet Ernst & Young ieder jaar succesvolle ondernemers op het podium. “De wedstrijd is leuk, maar het gaat toch vooral om netwerken”, zegt Paardekooper. “Voor de Nederlandse finalisten hebben we een sociëteit opgericht, die twee keer per jaar op Nyenrode bijeenkomt. Het is echt exclusief voor ondernemers bedoeld; commerciële partijen komen er niet tussen. Ook wij blijven als faciliterende partij op de achtergrond. In internationaal verband heeft Ernst & Young dit jaar voor het eerst voor (oud-)finalisten van de competitie uit Europa, het Midden-Oosten, Afrika en India een forum georganiseerd waarin toonaangevende sprekers hun visie gaven over de rol die ondernemerschap kan spelen bij essentiële kwesties als scholing van de bevolking. Hiermee bewijst Ernst & Young eens te meer dat ondernemerschap rotsvast in onze cultuur verankerd is.”

Ernst & Young

Boompjes 258, 3011 XZ Rotterdam
Postbus 2295, 3000 CG Rotterdam
Telefoon: 088-407 10 00
www.ey.nl
 

Microsoft EMEA-baas: ‘Europa’s grootste AI-uitdaging is niet technologie, maar cultuur’

In samenwerking met Microsoft - Kan Europa echt meedoen met de AI-race die nu gaande is? Een race die, zo horen we voortdurend, wordt gedomineerd door de Verenigde Staten en China. Ja, zegt Microsoft-topman Samer Abu-Ltaif onomwonden. Volgens hem draait het in deze transitie vooral om leiderschap en cultuur. En juist in die facetten ziet hij veel kansen voor Europa. 'Gebruik je AI als los hulpmiddel of wordt het echt de kern van je bedrijfsproces?'

Samer Abu-Ltaif is de topman van Microsoft in Europa, Afrika en het Midden-Oosten (foto: Paul Ridderhof)

Europa presteert in de mondiale AI-competitie veel beter dan vaak wordt verondersteld. Dat is althans de stellige overtuiging van Samer Abu-Ltaif. Hij werkt al sinds 2004 bij Microsoft en is sinds 2025 bestuurder van het bedrijf in Europa, Midden-Oosten en Afrika. Het EMEA-gebied dus. De in Libanon geboren bestuurder somt meteen een rijtje argumenten op die zijn stelling onderbouwen. ‘Zes van de tien best presterende landen op de wereldwijde AI-infusie-index komen van dit continent. Dit vertelt hoe wijd verspreid het gebruik van AI is onder bedrijven en de bevolking. Nederland scoort heel goed, met een adoptiegraad van 42 procent’, aldus Abu-Ltaif. De cijfers en percentages die hij noemt komen uit het Microsoft AI Diffusion Report 2026, Q1.

Europa doet aan verantwoorde innovatie

Maar toch. Komen niet vrijwel alle technologische doorbraken en taalmodellen uit de Verenigde Staten en China? En blinken we in Europa niet vooral uit in het bedenken van nieuwe, strenge regels? Dat vindt deze Microsoft-directeur veel te kort door de bocht. Europa beschikt volgens hem over drie onderscheidende troeven: talent, vertrouwen en verantwoorde innovatie. ‘Het niveau van de arbeidspopulatie hier is waanzinnig hoog, mede dankzij een serie fantastische onderwijsinstellingen die Europa herbergt. De Europese regulering wordt vaak negatief uitgelegd, maar die zorgt er wel voor dat de innovatie hier op een verantwoorde manier gebeurt. Met oog voor ethiek en transparantie. Dat geeft mensen een goed en vertrouwd gevoel.’

En dan zijn er nog bedrijven zoals ASML, SAP uit Duitsland en het Franse Mistral. Die laten volgens hem zien dat het continent meer is dan alleen een regelgever. ‘Er is geen AI mogelijk zonder het werk dat ASML doet’, zegt de Microsoft-topman. Hij wijst er bovendien op dat de echte disruptie niet van nieuwe taalmodellen gaat komen. Die worden in zijn visie uiteindelijk een commodity. Het zijn de bedrijven die met de taalmodellen aan de slag gaan die het echte verschil gaan maken.

Lees ook: AI is geen wondermiddel: 6 nuchtere lessen voor managers 

Niet adoptie, maar afstemming is het probleem

Laten we er nóg een Microsoft-onderzoek bij pakken, de recente Work Trend Index met maar liefst 20.000 respondenten in tien landen. Daarin komt een opvallende paradox naar voren. Individuele medewerkers omarmen AI vaak sneller dan de organisaties waarin ze werken. Abu-Ltaif noemt dit een kwestie van afstemming in plaats van adoptie. En hij wijst hierbij naar de aanjagende rol die cultuur heeft. ‘In bedrijven waar AI alleen op de agenda staat van de IT-afdeling verandert er weinig. Deze technologie heeft zóveel impact op de manier waarop mensen werken en bedrijven georganiseerd zijn, dat je dit op C-suite niveau moet bespreken. Dit gaat dus om een serieuze discussie over visie, leiderschap en strategie. Doe je dat niet, dan zal de naald wel gaan bewegen, maar heel langzaam en op een gefragmenteerde manier.’

Het goede nieuws? Deze verschuiving is volgens hem al zichtbaar. Sinds het begin van dit jaar ziet hij steeds meer organisaties overstappen, van geïsoleerde AI-pilots naar een meer holistische aanpak. Ze beschouwen AI daarbij niet langer als een productiviteitstool, maar als een manier om complete bedrijfsprocessen opnieuw vorm te geven. Dit gaat onder meer over de manier waarop teams samenwerken, hoe ze met klanten communiceren en hun relatie met leveranciers inrichten. AI verandert daar het businessmodel. Niet een beetje, maar radicaal.

Lees ook: Is Nederland blind voor de donkere kant van AI? In de VS zijn bedrijven veel kritischer

Wat een Frontier Firm onderscheidt

Frontier Firms, noemen ze dit soort organisaties bij Microsoft. Het zijn bedrijven die verder gaan dan losse AI-toepassingen en hun eigen manier van werken opnieuw uitvinden (zie kader). De samenwerking tussen mens en machine staat hierbij centraal. Volgens Abu-Ltaif draait het hierbij om drie elementen die samenkomen. ‘Essentieel is bestuurlijk commitment op het allerhoogste niveau. Daarnaast moet je als organisatie fors investeren in scholing en cybersecurity. En dan is er nog de manier van integratie. Gebruik je het als los hulpmiddel of wordt het echt de kern van je bedrijfsproces? Met andere woorden: zet je AI in bij het oplossen van concrete problemen?’

Als voorbeeld noemt Abu-Ltaif het Nederlandse bouwbedrijf Royal BAM. Bij ieder bouwproject moeten de teams daar door duizenden, soms wel tienduizenden documenten spitten. Van vergunningen tot veiligheidsnormen en technische specificaties. Microsoft Copilot maakt die informatie in een paar seconden doorzoekbaar. Met als resultaat? Minder papierwerk en dus een veel snellere voorbereidingstijd. De engineers van Royal BAM kunnen zich daardoor bezighouden met dingen die echt belangrijk zijn. Het bewaken van de kwaliteit bijvoorbeeld. ‘Dat is een voorbeeld van een bedrijf dat de kracht van AI op de juiste manier benut. Ze stellen een uitdaging vast en zetten AI in als middel om zo’n fundamentele, complexe kwestie aan te pakken.’

Een Frontier Firm

  • De term Frontier Firm komt uit de Microsoft Work Trend Index, van april 2025
  • Het is gebaseerd op een enquête onder 31.000 werknemers in 31 landen.
  • Een Frontier Firm is ‘human-led, agent-operated’, een bedrijf waar mensen de leiding houden, maar AI het werk voor een groot deel uitvoert.
  • Deze bedrijven zetten AI-agents niet alleen in als hulpmiddel, maar verweven ze in hun kernprocessen.

Cultuur eet strategie als ontbijt

Dit succesvol uitrollen in je eigen organisatie vraagt om de juiste cultuur. Het belang daarvan wordt door veel leiders onderschat, stelt Abu-Ltaif, die daar meteen de bekende ‘culture eats strategy for breakfast’ uitspraak aan toevoegt. ‘Dit is niet de adoptie van een setje tools. Het is geen automatisering. En het is ook geen digitale transformatie’, zo benadrukt hij. Het is meer dan dat. Het raakt volgens hem uiteindelijk de manier waarop bedrijven hun eigen concurrentiepositie heroverwegen. ‘Daarom rust er een zware verantwoordelijkheid op de schouders van CEO’s. Je wilt niet dat AI beperkt blijft tot geïsoleerde succesjes op specifieke afdelingen. Met hun toon en gedrag bepalen CEO’s of AI ook daadwerkelijk het verschil gaat maken in de organisatie.’

Zijn advies in een notendop? Schets een duidelijke visie, een gedeeld beeld van het gewenste eindresultaat. En ga vervolgens experimenteren. Zie empathie hierbij als een cruciaal uitgangspunt. ‘We hebben vliegtuigen uitgevonden zodat we kunnen vliegen en er zijn auto’s bedacht om sneller te kunnen reizen’, aldus Abu-Ltaif. ‘AI is er niet om mensen overbodig te maken, maar om menselijke ambities een instrument te geven. Precies zoals eerdere uitvindingen dat ook deden. Wel staat vast dat AI het laatste gereedschap is dat door mensen is ontworpen, zonder de inzet van AI.’

‘Je wilt zwarte cijfers schrijven én sociaal rendement halen’: het succes achter circulaire scale-up Opnieuw!

In samenwerking met Rabo Foundation - Ondernemers die bewust de balans zoeken tussen maatschappelijk en financieel rendement, kijken op een fundamenteel andere manier naar de bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor OPNIEUW!,  de circulaire en sociale onderneming van Douwe Jan Boersma. Mede dankzij financiering van Rabo Foundation wist hij met een bedrijf dat oud kantoormeubilair een tweede leven geeft, een bloeiende onderneming op te zetten.

Voor veel bedrijven die financiering zoeken, is het spannend als ze bij de bank aankloppen met uitbreidingsplannen. Maar ondernemer Douwe Jan Boersma had een heel ander gevoel toen hij in contact kwam met Rabo Foundation. ‘Ik kreeg meteen een stuk erkenning. Er was waardering voor het feit dat we juist ook sociale en circulaire doelen nastreven. Dat voelde als een schouderklopje’, zegt Boersma.

‘Het werkte voor mij echt als een drempelverlaging, toen ik merkte dat ik gezien werd door de financiële wereld,’ legt hij uit. Met zijn sociale onderneming OPNIEUW! geeft Boersma oud kantoormeubilair een tweede leven, waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans krijgen om ervaring op te doen met regulier werk. Circulair en sociaal ondernemen gaan daarbij hand in hand.

Aandacht voor ecologische en sociale meerwaarde

Boersma wilde ruim acht jaar geleden naast zijn ‘lineaire’ ondernemersactiviteiten investeren in een bedrijf dat verder kijkt dan financiële winst, met aandacht voor ecologische en sociale meerwaarde. Dat deed hij met OPNIEUW!

Directeur Douwe Jan Boersma van Opnieuw!. Credit: Arenda Oomen

‘Toen we waren opgestart, wilden we verder opschalen met nieuwe machines waarmee je oude kantoormeubelen uit elkaar kunt halen om ze een nieuw leven te geven. Via een lokale Rabobank kwamen we in contact met Nynke.’

Boersma verwijst naar Nynke Struik, impact finance manager bij Rabo Foundation. Deze aan Rabobank gelieerde stichting financiert in Nederland impact ondernemers die sociale impact maken en circulair werken en fungeert als brug voor bedrijven die nog geen reguliere bancaire financiering kunnen krijgen.

‘Bij ons staat impact op de eerste plaats: dus wat doet een onderneming voor een groep die niet op eigen kracht kan meekomen’, zegt Struik. ‘Natuurlijk moet er een realistisch business model zijn. . Het is belangrijk dat een onderneming in de toekomst financieel op eigen benen kan staan en niet afhankelijk blijft van subsidies. Maar dat hoeft niet meteen in het eerste jaar.’

Circulair, sociaal en een goed businessmodel

Struik licht toe waarom het vaak lastig is voor banken om innovatieve sociale ondernemingen vanaf het begin te ondersteunen. ‘Bij reguliere bancaire financiering wordt vooral gekeken naar financiële criteria, zoals de dekking van rentebetalingen door de cashflow en bedrijfsactiva die als zekerheid kunnen dienen. Wij kijken breder naar impact en hoe we een bedrijf sterker kunnen maken. Dat kan ook via co-financiering met andere financiers zoals impactinvesteerders of Rabobank.

Naast criteria als impact, een circulair bedrijfsmodel en perspectief op financiële zelfstandigheid let Rabo Foundation op de persoon van de ondernemer. ‘Wanneer iemand ervaring heeft als ondernemer en een track record kan laten zien, geldt dat uiteraard als positief’, zegt Struik. ‘Bij Douwe Jan klopte eigenlijk alles direct vanaf het begin. Hij is een ervaren ondernemer, de eerste klanten waren er al en er lag een goed businessmodel, waardoor de seinen direct op groen stonden.’

Rabo Foundation

Rabo Foundation is het maatschappelijk fonds van Rabobank, opgericht in 1974, met de missie om de zelfredzaamheid van kwetsbare groepen te vergroten. Rabo Foundation fungeert als brug voor ondernemers en coöperaties die nog geen reguliere bancaire financiering kunnen krijgen. Naast financiële steun biedt de Foundation toegang tot het uitgebreide netwerk van Rabobank en specifieke technische expertise om organisaties te professionaliseren.

Kijk hier voor meer informatie over Rabo Foundation

Samen bouwen aan de nieuwe economie

Boersma prijst de langetermijnvisie van Rabo Foundation en de bereidheid om extra risico te nemen. ‘Ze durven meer en hebben geduld. Dat betaalt zich uit. Toen we begonnen met OPNIEUW!, waren we met vijf tot tien mensen, terwijl er nu een miljoenenbedrijf staat met meer dan veertig werknemers.’

Het netwerk van circulaire ondernemers van Rabo Foundation is voor Boersma van grote waarde. ‘Als je gelijkgestemde ondernemers spreekt, merk je dat iedereen enthousiast is over het bouwen aan een nieuwe economie. Dat geeft ook veel meer een gevoel van samenhorigheid, waardoor je met elkaar kunt sparren en bevindingen uitwisselt.’

Struik licht toe waarom Rabo Foundation de netwerkfunctie actief inzet: ‘We brengen veel ondernemers met elkaar in contact, omdat we geloven dat ze het meeste van elkaar kunnen leren. Ze werken vanuit dezelfde missie en helpen elkaar echt verder.’

Organisatiecultuur die past bij sociale onderneming

Ondernemers die bewust de balans zoeken tussen maatschappelijk en financieel rendement, kijken op een fundamenteel andere manier naar de bedrijfsvoering, geeft Boersma aan. ‘Je wilt zwarte cijfers schrijven, maar tegelijk ook sociale winst behalen. Het gaat er uiteindelijk om hoe je iets kunt betekenen voor de medemens.’

In het geval van OPNIEUW! Is de consequentie van werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, dat de HR-afdeling een zwaardere kostenpost is. Boersma: ‘Je moet meer investeren in coaching en een buddysysteem. Belangrijk is dan dat je een organisatiecultuur hebt waarbij medewerkers die anderen begeleiden, juist daar hun voldoening uit halen, los van wat ze verdienen. Dat is gelukkig het geval bij OPNIEUW!, want medewerkers zijn heel loyaal.’

Boersma benadrukt dat het management hier volledig achter dient te staan: ‘Zij moeten hier meer energie in stoppen, maar het is fantastisch om te zien hoe mensen uit bijvoorbeeld een verslaving of isolement hier weer ritme en structuur vinden.’

Sociaal rendement meetbaar maken

De sociale investeringen van OPNIEUW! Worden concreet meetbaar gemaakt via de zogenoemde ‘social return on investment.’ Hierbij worden de inzetbare uren van mensen met een fysieke of andere arbeidsbeperking positief gewaardeerd. ‘We meten dat bijvoorbeeld door de uren voor demontage en opbouw van meubilair te koppelen op product- of projectniveau’, zegt Boersma.

Hij merkt dat het meten van de social return on investment als pluspunt geldt bij overheidsaanbestedingen. ‘Het vergroot de kans dat je opdrachten krijgt’, zegt Boersma. Hetzelfde geldt voor de circulaire aanpak van OPNIEUW!, die bij publieke aanbestedingen wordt meegewogen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Sociaal ondernemen wordt volwassen

Het hanteren van andere maatstaven dan alleen het financiële rendement leidt er ook toe dat sociaal en circulair ondernemen steeds meer een volwassen sector wordt. Dat merkt ook Struik bij de aanvragen die Rabo Foundation krijgt. ‘Tien jaar geleden was het nog pionieren, terwijl we nu steeds vaker zien dat ondernemers met een lineair bedrijfsmodel er een circulaire onderneming naast zetten. Het succes van bedrijven als OPNIEUW! werkt inspirerend en laat zien dat het ook echt anders kan.’

Kijk hier voor meer informatie over aanvragen en financiering van Rabo Foundation

5 jaar Invest International: als je geen risico neemt, gebeurt er ook niets

In samenwerking met Invest International - Van MRI-scanners op weg naar Oekraïne tot een fabriek in Ghana voor het kweken van weerbare gewassen. De projecten waar Invest International bij betrokken is lopen sterk uiteen. Toch draait het steeds om hetzelfde principe: daar financieren waar de markt nog niet kan inspringen. Komende maand bestaat de organisatie precies vijf jaar.

Melanie Maas Invest International
Topvrouw Melanie Maas van Invest International. Photo credit: Gaby Jongenelen

Stel, je bent een Nederlandse mkb’er met gewaagde plannen in het buitenland. Een vestiging openen in Ecuador bijvoorbeeld, een fabriek bouwen in Vietnam of een exportdeal sluiten met een afnemer in Mozambique. Dan loop je al snel tegen financieringsuitdagingen aan. Voor nieuwe plannen in dergelijke opkomende markten haken banken doorgaans snel af. Té risicovol.

De partij waar je als ondernemer dan nog wél kunt aankloppen in ons land heet Invest International. De organisatie bestaat nu precies vijf jaar en heeft een duidelijk doel: een markt opbouwen waar Nederlandse bedrijven met sterke businessplannen internationaal kunnen groeien en bijdragen aan hun eigen ontwikkeling en onze economie.

Kweekdoeken voor resistente gewassen

‘Nederlandse bedrijven die in het buitenland willen uitbreiden, helpen we met leningen of een andere financieringsvorm. Daarvoor werken we regelmatig samen met de bank. Soms nemen we zelf een belang in het bedrijf, in ruil voor kapitaal. Voor exportkredietverzekeringen is er een nauwe samenwerking met Atradius Dutch State Business’, aldus Melanie Maas Geesteranus. Zij staat sinds een jaar aan het roer van Invest International. ‘Als de markt nog erg onzeker is, dan kunnen ondernemers meestal niet bij hun reguliere bank terecht. Daar komen wij in beeld’, aldus de topvrouw.

Zo zijn de afgelopen jaren tal van ondernemers geholpen. Eén van hen is Yousef Yousef uit Delft, de oprichter van LG Sonic. Dat bedrijf gebruikt ultrasoon geluid om algen op de bodem van water te houden. Met als doel? Vervuiling tegengaan. ‘Een prachtige technologie! Voor de uitrol naar het buitenland was voorfinanciering nodig en daarvoor klopte deze ondernemer bij ons aan.’ Een ander voorbeeld is Iribov (foto).

5 jaar Invest International

Dat is een biotechnologiebedrijf in plantenveredeling en weefselkweek om gewassen resistenter te maken. Toen zij een fabriek in Ghana wilden bouwen, sprong Invest International bij met financiering.

En zo is verder bijvoorbeeld nog Mosa Meat, het Limburgse bedrijf in kweekvlees. Invest International verstrekte een ontwikkelingsbijdrage om internationale markten te verkennen en de stap van innovatie naar commerciële toepassing mogelijk te maken. ‘En wat te denken van Milence’, zegt Maas Geesteranus. ‘Zij ontwikkelen een Europees laadnetwerk voor elektrische vrachtwagens. In deze vroege fase kan de bank die ambities nog niet financieren en springen wij in.’

Bijna 2 miljard in vijf jaar

En dan is er nog een tweede tak. Naast het financieren van Nederlandse bedrijven, speelt Invest International een rol bij de Nederlandse ontwikkelingsprojecten over de grens. ‘We werken samen met landen bij grote transities op het gebied van energie, water, voedsel en gezondheidszorg’, vertelt de topvrouw.

‘We doen dat met directe subsidies aan projecten en dus niet via een overheid. Ook hier spelen Nederlandse bedrijven vaak een rol. Neem een  kustversterkingsproject in het Afrikaanse Togo. Daarin werken we samen met de Wereldbank en de Franse ontwikkelingsbank Agence Française de Développement (AFD) en Boskalis als uitvoerder.’

Hoe ziet vijf jaar Invest International er eigenlijk uit in cijfers?

Aan bedrijven werd via leningen, aandelenbelangen en andere kapitaalconstructies bijna 1 miljard euro uitgezet. Voor internationale ontwikkelingsprojecten geldt ongeveer eenzelfde bedrag. Zo’n 400 Nederlandse bedrijven ontvingen financiering, waarvan meer dan de helft mkb’ers. Dat aantal blijft trouwens groeien. Zo kwamen er vorig jaar maar liefst 100 bij. Winst maakt Invest International nu vier jaar op rij.

‘Een derde van ons BNP wordt internationaal verdiend. Vorig jaar kwam zelfs de helft van de economische groei uit export van diensten en goederen’, zegt Maas Geesteranus. Dit verklaart volgens haar waarom de vraag naar de dienstverlening van Invest International blijft toenemen.

Toch draait het niet bij elk project om harde cijfers. Zo werd Philips bijvoorbeeld geholpen met de levering van MRI-scanners aan Oekraïne. Want ook dat is een risico dat een gewone bank niet snel kan nemen. En in de halfgeleiderindustrie praat Invest International met allerlei partijen, met als doel om Nederland en Europa minder afhankelijk te maken van landen als China. ‘We willen niet alleen kijken naar wat een investering voor een bedrijf betekent, maar ook naar wat het maatschappelijk teweegbrengt.’

Strategische weerbaarheid

Sinds Maas Geesteranus ruim een jaar geleden aantrad, schoof de organisatie een nieuwe strategie naar voren. Het financieren van bedrijven en internationale overheidsprojecten blijft de basis. Wel wordt er nóg scherper gelet op het rendement van investeringen voor de BV Nederland. ‘Als we ergens geld steken in infrastructuur, dan kan dat de opmaat zijn voor een gesprek over grondstoffen of voedselketens. In Ivoorkust bijvoorbeeld hebben onze deelnames in projecten geleid tot betere contacten met de regering. Daarmee bevorderen we de handelsrelaties. Ivoorkust is voor Nederland weer erg belangrijk als leverancier van cacaobonen.’

Maar de grootste verandering staat nog te gebeuren. Invest International werkt nu namelijk toe naar een fusie met Invest-NL, de andere staatsdeelneming die Nederlandse bedrijven in Nederland helpt groeien met leningen en het aantrekken van privaat geld. Zo moet binnen twee jaar een nieuw nationaal investeringsinstituut ontstaan, al staat die naam overigens nog niet vast. Maar belangrijker dan die naam is het idee dat erachter schuilt. Een bedrijf haalt eerst start- of scale-upgeld op, wil dan uitbreiden naar het buitenland en moet daarvoor bij een andere partij aankloppen.

De integratie moet zorgen voor één loket en daarmee meer duidelijkheid voor ondernemend Nederland. En zo schuilt er ook een financiële ambitie achter de fusie. Door budgetten samen te voegen, hoopt de nieuwe organisatie meer privaat kapitaal te mobiliseren.

Risicokapitaal

En ja, dat gaat in bijna alle gevallen om risicokapitaal. Dit gaat ook wel eens mis, zo geeft Maas Geesteranus toe. Wat niet wil zeggen dat de organisatie zo maar overal instapt. Elk voorstel gaat eerst langs de investeringscommissie. Daarvoor gelden strenge criteria over management, balans en landenrisico.

Daarnaast doen de teams van Invest International zelf due diligence onderzoek. Medewerkers controleren ter plekke of projecten op tijd worden opgeleverd en aan ESG-principes voldoen. Denk aan klimaatdoelen en de juiste arbeidsomstandigheden. ‘Als we altijd kunnen voorspellen dat iets heel goed gaat, dan was er wel een gewone financier voor te vinden geweest. Maar als je geen risico neemt, gebeurt er ook niets.’

Geniaal, maar solistisch en keihard: is het leiderschap van techbro Ali Niknam de kracht of zwakte van Bunq?

Hij is de enige Nederlandse techondernemer met drie unicorns op zijn naam. Bunq-oprichter Ali Niknam heeft het ver geschopt, maar runt zijn bedrijf wel op een bijzondere manier: als een computer. Het boek Ali Niknam, de eenzame strijd van een techmiljardair, beschrijft hoe dat ten koste gaat van werknemers, klanten en uiteindelijk wellicht de groei van Bunq.

ali niknam bunq transip
Foto: Nora Zwierenberg

Wie binnen neobank Bunq een intern bericht stuurt, moet dat opstellen in ‘robospeak’. Met bovenaan een exacte datering: 1 juli 2016 vijf uur ’s middags is in robospeak 20160701 1700 AMS, waarbij AMS staat voor Amsterdam. Memo’s aan Ali Niknam die niet voldoen aan de robospeak-regels, stuurt hij ongelezen terug: doe het maar opnieuw.

Het is maar een van de vele observaties in Ali Niknam, de eenzame strijd van een techmiljardair die laten zien hoe strak de oprichter van Bunq zijn bedrijf leidt. Als een computer, met medewerkers die zich moeten voegen naar de programma’s die hij draait. Zelf vindt hij dat hij aandacht voor details en efficiency heeft. Mensen die zijn leiderschapsstijl minder waarderen noemen hem een controlfreak met gebrek aan empathisch vermogen.

Maar misschien moet je ook wel ver wegblijven van de vergadercultuur en het dienend leiderschap dat we kennen van corporate Nederland?

Bunq kwam de bankenorde opschudden


Niknam ging in 2015 live met Bunq dat als techbedrijf de gevestigde bankenorde kwam opschudden. Met innovatieve producten die de klant wél centraal stellen. Ruim tien jaar later claimt Bunq 22 miljoen gebruikers, die er samen 8,5 miljard euro hebben gestald, vooral vanwege de stevige rente die Niknam aan ze overmaakt. En het doet als unicorn mee in de race tussen Revolut, N26 en andere neobanken.

Lees ook: Hoe Ali Niknam de banken opjaagt met Bunq

Dergelijke cijfers geven Niknam op het eerste oog gelijk. Eerder zette de serie-ondernemer al domeinnamenbedrijf TransIP op, en The Datacenter Group, bedrijven die inmiddels ook miljarden waard zijn.

Maar al dat succes kent een prijs, weten lezers van het nieuwe boek over Niknam en Bunq van NRC-journalisten Stijn Bronzwaer, Joris Kooiman en Merijn Rengers. Al voordat ze de titelpagina omslaan.

Onthullende NRC-artikelen

NRC heeft de afgelopen jaren Niknam en zijn bank goed gevolgd, en kwam met onthullende artikelen over Bunq. Over de manier waarop Niknam botste met mede-oprichters, medewerkers en ook De Nederlandsche Bank, die Bunq een boete oplegde wegens onvoldoende controle op witwassen.

Over hoe chaotisch het er binnen de bank aan toe kon gaan, en hoe klanten slachtoffer konden worden van oplichters doordat Bunq gebruiksgemak boven fraudepreventie leek te plaatsen. Ook voor die klanten, soms voor meer dan een ton getild na telefonische babbeltrucs, voelde Niknam weinig mededogen. In hun nieuwe boek gaan de journalisten dieper in op deze affaires, maar diepten ook de persoon van Niknam verder uit.

Ali stuurde privédetective achter bronnen aan

Voor zover ze daartoe de kans kregen. Niknam gaf zijn omgeving namelijk de instructie om niet mee te werken aan het boek. Op zich niet ongebruikelijk bij grote ondernemers. Uitgever NRC kreeg al de advocaten van de Bunq-oprichter op haar dak vanwege een eerdere publicatie, maar advocaten van Niknams bank stuurden ook intimiderende brieven naar voormalig medewerkers van wie hij vermoedde dat ze met de auteurs hadden gesproken.

Lees ook: How I did it: 4 lessen van Bunq-oprichter Ali Niknam over winstgevend worden

Bunq zette zelfs een privédetective in en procedeerde tegen ten minste drie van die oud-werknemers. Van een voormalig president-commissaris die aangaf met de journalisten te hebben gesproken eiste de advocaat van bunq dat hij een opname van het gesprek deelde met de bank.

Dat gaat zo ver, dat die modus operandi ook een plek kreeg in het boek. Maar wat dat aangaat: waarom moest dit boek er komen? ‘Drie bedrijven oprichten die zo’n omvang en succes bereiken, is heel uitzonderlijk’, zegt mede-auteur Kooiman.  ‘En dan met Bunq ook nog in een sector die extreem moeilijk binnen te komen is.’ Wat volgens Kooiman ontbrak, was een onafhankelijk verhaal naast het narratief dat Niknam zelf schetst. Die liet zelf al twee boeken schrijven over zijn ondernemerschap en Bunq.

Ali Niknam reageert: ‘een karikatuur’

De hoofdpersoon in Ali Niknam heeft dinsdag op LinkedIn gereageerd op de verschijning van het boek. ‘Ik ben er niet bij betrokken geweest, heb het niet gezien en heb het niet kunnen controleren op onjuistheden (wat normaliter wel gebruikelijk is). Als ik de aankondiging mag geloven gaat het eigenlijk ook niet over mij, maar vooral over een aan mij aangemeten karikatuur.’ (…) ‘Door alle lawaai en stof die de inmiddels 6 jaar durende NRC-campagne doet opwaaien, lijkt soms te worden vergeten dat ook ik maar een mens ben.’

Onder de post steken overigens veel bekende personen uit de techwereld Niknam een hart onder de riem, onder wie Constantijn van Oranje, YoungCapital-oprichter Hugo de Koning, investeerder Janneke Niessen en Victor Knaap (Monks).

 

Wie betaalt de prijs?

‘Hij brengt zijn eigen verhaal heel sterk naar voren. Maar er was nooit een goede journalistieke zoektocht naar wat er achter dat succes zit. Wie betaalt daarvoor de prijs?’ Dat het boek meer over de ‘vent’ gaat dan de ‘tent’ bleek gaandeweg het tweejarige project de logische keuze, zegt Kooiman. ‘Hij is bepalend voor hoe zijn bedrijven opereren.’

Lees ook: Bunq weer onder vuur: ‘Ali Niknam moet nu echt heel kritisch naar zichzelf gaan kijken’

Die solistische stijl is een patroon vanaf de vroege ondernemersjaren van Niknam, die op zijn zevende met zijn ouders van Iran naar Nederland verhuisde en opgroeide in Gouda. Dat begint al bij TransIP. Kooiman: ‘Hij schrijft er zelf over dat hij is klemgezet door zijn compagnons die hij jarenlang blind vertrouwde.’ In het boek kun je lezen hoe Niknam de twee medeoprichters verweet dat ze niet of onvoldoende presteerden en ze buiten belangrijke beslissingen hield. Uiteindelijk spanden ze een rechtszaak aan die uitliep op een schikking waarbij ze werden uitgekocht.

Ook bij Bunq wordt zijn compagnon ontslagen nadat hij op een zijspoort is beland, vlak voor de lancering van de app. ‘Dat is echt een patroon in zijn carrière.’

Sfeer bij Bunq slaat om na jongensavontuur

De eerste jaren van Bunq omschrijft Kooiman als het geijkte spannende jongensavontuur, maar als na de succesvolle lancering de groei achterblijft slaat de sfeer binnen Bunq om. ‘De interne druk neemt toe, en hij gaat dan in een onverdunde vorm zijn ideale bedrijfscultuur neerzetten.’ Dat leidt tot een groot personeelsverloop – werknemers voor wie bunq hun eerste baan is – 70 procent van het totaal – houden het gemiddeld elf maanden vol.

Mensen met meer ervaring haken soms eerder af. Een succesvolle reclamemaker vertelt in het boek hoe bevlogen en visionair Niknam overkwam. Hij wilde nog een paar dagen meelopen om te zien of hij bij de cultuur van bunq paste. Daar zag hij hoe Niknam zijn marketingmedewerkers afbrandde. Ze waren te dom, ze snapten het niet, hij behandelde hen zonder respect. De man hield het na die paar dagen voor gezien.

Eenzame techmiljardair

Niknam verspeelt veel vriendschappen, al blijft een klein groepje mensen, waaronder oud-collega’s uit zijn TransIP-tijd, hem trouw. ‘Die kunnen zijn manier van werken goed hebben en hebben blijkbaar een manier gevonden om ermee om te gaan.’ Toch is de ondertitel van het boek de eenzame strijd van een techmiljardair. ‘Of hij zich ook eenzaam voelt? We wilden niet gaan psychologiseren over zijn karakter, daarvoor zijn we niet opgeleid en het past ook niet bij een journalistiek boek.’

De eenzaamheid uit de ondertitel van het boek duidt vooral op zijn manier van ondernemen. ‘Samenwerkingen lopen bij hem vaak snel dood, of het nou gaat om medewerkers, oude vrienden of zakenpartners. Daar zit een heel eenzaam element in. Hij benoemt dat trouwens ook zelf, onder meer op een podium.’

Leiden in de stijl van de techbro’s

Een belangrijke vraag die de auteurs stellen, is of de manier van leiden van Niknam, in de stijl van de nietsontziende techbro’s in de VS, een voorwaarde is voor het succes van innovatieve snelgroeiende bedrijven. Het antwoord laten ze over aan hun lezers. ‘We hebben geprobeerd een gebalanceerd boek te schrijven waarin mensen op basis van de feiten hun eigen oordeel kunnen vormen. Dat oordeel is niet aan ons.’

Enerzijds: ‘Zijn drive en energie hebben hem gebracht waar hij nu is. Maar de moeite die hij heeft om samen te werken en echt naar mensen te luisteren kan wel een rem zetten op verdere groei. Zijn wil is wet, en zelfs commissarissen vertelden ons hoe moeilijk het is om aan strategische discussie met hem te voeren.’

Revolut trok wél grote investeerders

Niknam heeft, afgezien van de Britse investeerder Pollen Street Capital, waarmee hij ook al een ruzie voor de rechter uitvocht, Bunq zelf gefinancierd. ‘Hij heeft weleens gezegd: ik zou nog liever een nier verkopen dan een belang in mijn bedrijf.’ De ondernemer heeft ook wel diepe zakken, maar collega Revolut haalde wél grote investeerders aan boord en kon daardoor veel harder op marketing inzetten. Het begon in dezelfde tijd als Bunq en claimt een waardering van 115 miljard dollar.

Lees ook: Amerikaanse afwijzing van Ali Niknams Bunq bevat een les voor elke Nederlandse founder

Revolut kreeg onlangs in de VS een eerste goedkeuring van de autoriteiten om daar als bank actief te worden, terwijl Bunq eerder dit jaar juist nul op het rekest kreeg.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Bunq werd een spaarbank

De manier waarop Bunq tegenwoordig zijn geld verdient is daarbij ook niet wat Niknam aanvankelijk voor ogen had, zegt Kooiman. ‘In het laatste jaarverslag zie je dat de abonnementsinkomsten gelijk blijven of zelfs licht dalen. De groei komt vooral uit de rentemarge die wordt gemaakt op het spaargeld van klanten. Op het moment dat Bunq in 2022 zijn spaarrente flink verhoogde, werd het de facto een spaarbank.’

De missie van Niknam is dus volgens Kooiman nog niet voltooid. ‘Hij is nu op een interessant punt beland. Zijn oorspronkelijke idee was een zuivere bank die simpelweg geld vraagt voor haar dienstverlening, in plaats van te verdienen aan rentemarges en verborgen kosten. Dat businessmodel is moeilijker gebleken dan hij in 2013 had voorzien. Ik denk dat zijn plan pas echt geslaagd is als hij ook echt doorbreekt in Amerika, bij zijn oorspronkelijke doelgroep van digital nomads.’

Hoe de paddenstoelenkist van Bob Hendrikx een groeibedrijf werd: ‘Je moet top of mind zijn als mensen bezig zijn met de dood’

Zes jaar geleden kweekte oprichter Bob Hendrikx van Loop Biotech zijn eerste grafkist uit mycelium. Inmiddels vinden mensen over de hele wereld hun laatste rustplaats in zijn ‘paddenstoelenkisten’ en verdubbelt de omzet elk jaar. Onlangs volgde een nieuwe mijlpaal: ‘We hebben voor het eerst een maand met zwarte cijfers gedraaid.’

Bob Hendrikx Loop Biotech
Ondernemer Bob Hendrikx naast zijn uitvinding: een 'levende' doodskist. Foto: Loop Biotech

Bob Hendrikx (32) is net terug uit Australië. Hij was daar om de begrafenis van Carolyn bij te wonen, een vrouw van in de 70 uit Sydney. Hendrikx kende Carolyn niet; hij was bij de plechtigheid omdat ze als eerste persoon in Australië werd begraven in een doodskist van zijn bedrijf, Loop Biotech.

Een mijlpaal voor de ondernemer, die had gevraagd of hij bij de dienst mocht zijn om het moment vast te leggen, maar ook dubbel. ‘Een uitvaart is emotioneel, beladen. De familie was verdrietig, maar tegelijkertijd waren ze enthousiast dat ik als uitvinder van haar doodskist bij de begrafenis was. Voor hen was het ook bijzonder dat Carolyn in Australië de eerste is die op deze manier wordt begraven.’

‘Paddenstoelen-doodskisten’

Hendrikx verkoopt wat hij ‘paddenstoelen-doodskisten’ noemt. Die worden gekweekt uit mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen, en upcycled hennepvezels. Die hennepvezels zijn een restproduct van de verwerking van industriële hennep uit Zuid-Nederland. De overledene komt te rusten op een bedje van mos, wol of organisch katoen.

Lees ook: Bob Hendrikx heeft al 1.000 mensen begraven in zijn levende doodskist

Chemicaliën, lijm of plastic komen aan de productie niet te pas. De kisten zijn volledig van natuurlijke materialen en biologisch afbreekbaar. Maar wat ze volgens Hendrikx echt uniek maakt, is dat ze de bodem verrijken: mycelium is een bodemverbeteraar.

De familie van Carolyn vond dat een mooi idee. ‘Die zeiden: ze had een dienstbaar leven geleid, en dat doet ze na haar dood eigenlijk nog steeds.’

Loop Biotech
In Australië is voor het eerst iemand begraven in de ‘levende’ doodskist van Bob Hendrikx. Foto: Loop Biotech

Eenmaal begraven wordt de paddenstoelenkist onder de optimale omstandigheden binnen ongeveer anderhalve maand afgebroken, zodat de micro-organismen in de bodem bij het lichaam kunnen komen. Traditionele houten kisten vergaan uiteindelijk ook wel, maar dat duurt jaren. Daar komt bij dat de meeste kisten spaanplaat – samengeperste houtdeeltjes die met lijm bij elkaar worden gehouden – en vaak ook plastics bevatten.

Eureka-moment

MT/Sprout Challenger Loop Biotech komt voort uit Hendrikx’ afstudeerproject aan de TU Delft. Dat draaide om het principe van ‘levende architectuur’. Het idee: in plaats van grondstoffen aan de natuur te onttrekken, wilde hij iets ontwerpen dat de natuur zou verrijken. ‘Ik ben alle natuurdocumentaires van David Attenborough gaan kijken. Ik zag hoe bijen nesten maken en hoe koraal groeit – en ik eindigde bij paddenstoelen.’ Zijn eerste product was een ‘levend huis’, gegroeid uit mycelium.

Hendrikx voelde dat hij iets in handen had, hij wist alleen niet welke vorm hij het moest gieten. ‘Ik ben vanuit de paddenstoel gaan denken. Mycelium is de grootste recyclaar van de natuur, maar alleen onder de grond. En welk product gebruiken wij als mensen in de bodem? Uitvaartkisten.’ Het was een eureka-moment.

De eerste kisten ‘kweekte’ hij na zijn studie in de garage van zijn ouders, in Eindhoven. Qua uiterlijk verschillen die hoekige en wat plompe prototypen hemelsbreed van het huidige moderne design, dat met zijn crèmewitte kleur en ronde vormen wat wegheeft van een kleine floatcabine. ‘Maar de functionaliteiten, zoals de draagkracht van 200 kilo, zijn nog steeds hetzelfde.’

Doodskist als troost

Na zijn afstuderen gaf Hendrikx zichzelf in 2020 een jaar om zijn ‘passieproject’ te volgen en de eerste persoon in zijn paddenstoelenkist te begraven. Het lukte binnen vier maanden. De ondernemer had een kleine 5.000 euro startkapitaal, bij elkaar verdiend met sponsordeals tijdens de Dutch Design Week, en een aantal pitchwedstrijden.

‘Ik verkocht direct drie kisten aan een uitvaartondernemer in Delft’, vertelt hij. ‘Op preorder, want ze hebben een week nodig om te groeien. Een paar dagen later belde hij me: hij had een kist verkocht en die had hij nú nodig. “De familie wil dit.” Ik had alleen dat prototype, dus is de overledene daarin begraven.’

Lees ook: Van doodskist tot huis, schimmels zijn serious business

Het was meteen de eerste keer dat Hendrikx de emotionele impact van zijn producten zag. De filosofie erachter verandert de beleving van de nabestaanden, ziet hij: in plaats van een eindpunt wordt de dood meer een transformatie, omdat iemand ‘opgaat in de natuur’.

‘En er gaat iets troostends uit van onze kisten. In plaats van hard en glanzend zijn ze zacht en aaibaar. Ze voelen als fluweel. We maken ook urnen. Ik hoor verhalen van mensen die zeggen dat ze daar op de bank mee knuffelen.’

Makkelijk te begrijpen product

Investeerders zijn ook enthousiast. Shawn Harris en Pieter Schoen staken in 2022 1 miljoen euro in de paddenstoelenkisten via het tv-programma Dragons’ Den; Harris deed later een vervolginvestering van nog eens 1 miljoen.

Aanvullend stapten twee ‘ervaren impact-angels’ in, wiens namen Hendrikx niet kan noemen, en haalde Loop Biotech 2 miljoen euro op via een crowdfundingcampagne op Invesdor. ‘In slechts twee weken’, zegt Hendrikx. ‘We hebben een makkelijk te begrijpen product. Iedereen snapt een doodkist, en de meeste mensen snappen dat je beter een kist in de grond kunt stoppen die is gemaakt van paddenstoelen, dan een van spaanplaat of metaal.’

Australië is niet de eerste internationale markt voor Loop Biotech; de scaleup is inmiddels in 10+ markten actief via lokale partners, vaak grote uitvaartkoepels of gespecialiseerde distributeurs. In Nederland werkt het bedrijf bijvoorbeeld samen met uitvaartorganisaties Dela en Monuta en in het Verenigd Koninkrijk met doodskistenleveranciers Halliday en JC Atkinson.

De scaleup bouwt in meerdere markten tegelijk, in samenwerking met lokale partners. Foto: Loop Biotech

In Australië en Nieuw-Zeeland heeft de scaleup de handen ineen geslagen met gedenkplatenproducent Arrow Bronze. ‘Al bij de allereerste begrafenis kwamen er aanvragen uit die twee landen. Toen moesten we ‘nee’ verkopen omdat de organisatie er nog niet klaar voor was. Dat vond ik hartverscheurend.’

Wereldwijd verschepen vanuit Delft

Nu gaan de paddenstoelenkisten vanuit de ‘groeifaciliteit’ in Delft de hele wereld over. Loop Biotech kan hier voorlopig even vooruit: in de speciale klimaatkamers van de 1.450 meter grote fabriek kunnen ‘honderden doodskisten en duizenden urnen per maand’ worden gekweekt.

Toch is het niet ideaal. De transportkosten drijven de prijzen op en drukken op de marges. ‘Bovendien is het duurzamer om dichterbij onze klanten te produceren, hoewel we de CO2-uitstoot van het transport wel compenseren met certificaten.’ Maar voor lokale fabrieken, zijn droom, is het nu nog te vroeg. ‘We moeten eerst nóg meer tractie krijgen.’

Lees ook: The Protein Brewery mag eindelijk Europa in: ‘Niet de verkoop, maar de productie is nu onze grootste uitdaging’

Zijn scaleup heeft volgens Hendrikx alle klassieke cycli van een groeibedrijf doorlopen. ‘We zijn begonnen met stagiaires, studenten van de TU Delft die het interessant vonden en wilden aanhaken. Ik moest wat, ik had geen geld. Op een gegeven moment is mijn vriendin, inmiddels vrouw, Lonneke (Hendrikx-Westhoff, red.) erbij gekomen als operationeel en financieel directeur en zijn we teams gaan bouwen. Eerst een technisch team, voor de doorontwikkeling van het product en het opzetten van een fabriek. Toen dat eenmaal stond, moesten we dat technische team weer afschalen en de salesoperatie opschalen.’

De juiste mensen kiezen

Het verdienmodel is ‘rechttoe-rechtaan’: het bedrijf maakt kisten (1.495 euro) en urnen (225 euro) en verkoopt ze. Inmiddels zijn er ook urnen voor huisdieren en vouchers voor mensen die hun laatste rustplaats bij leven willen vastleggen.

Tot zover een overzichtelijk verhaal, maar hoe je die verkoop goed organiseert, bleek nog een hele puzzel. ‘We begonnen met accountmanagers die bij uitvaartbedrijven langs de deuren gingen, maar dat werkt alleen als je al een klantenbestand hebt.’

De ene verkoper is de andere niet, leerde hij. ‘We hadden geen relatiemanager nodig, maar iemand die partnerschappen bouwt.’ Al telt het personeelsbestand inmiddels een kleine twintig medewerkers, toch vindt hij teamkeuzes nog steeds een van de moeilijkste dingen aan het opschalen van het bedrijf. ‘Waar willen we heen, en welk type persoon past daarbij?’

Wel had Hendrikx snel door dat Loop Biotech om écht te kunnen groeien de grens over moest. ‘We maken geen granolarepen die je op elk moment van de dag kunt verkopen. De meeste mensen maken – als ze geluk hebben – zo’n vijf uitvaarten in hun leven mee en zijn daarnaast niet veel bezig met de dood. De kunst is om top of mind te zijn als dat wel gebeurt. We bouwen nu in veel landen tegelijk, zodat we straks in al die markten parallel kunnen groeien.’

Eerste zwarte maand

Inmiddels heeft Loop Biotech al ‘duizenden families mogen helpen’. Hoeveel mensen al hun laatste rustplaats in de paddenstoelenkisten en -urnen vinden, laat hij in het midden. ‘Dat vind ik niet gepast. Het gaat wel over mensen.’

Hoe dan ook groeit de onderneming hard: sinds de oprichting is de omzet elk jaar ongeveer verdubbeld. Hendrikx: ‘Het kan me niet snel genoeg gaan.’ Winstgevend is Loop Biotech nog niet. In 2024 boekte de onderneming een verlies van 1,2 miljoen euro, blijkt uit de meest recente jaarrekening. Dat werd ten laste gebracht van de reserves, waardoor het eigen vermogen eind 2024 negatief was: 2,9 miljoen euro.

Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘De druk is er altijd’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Inmiddels ziet de jaarrekening er volgens Hendrikx heel anders uit. ‘Ik kan wel zeggen dat we toen meer hadden kunnen besparen. In het begin waren we zoekende, nu zijn de kosten onder controle en werken we aan gezonde marges.’ Lachend: ‘We zijn een ‘echt’ bedrijf geworden.’

Dat begint zich ook in de cijfers af te tekenen: ‘Dit jaar hebben we voor het eerst een zwarte maand gedraaid. Even het hoofdje boven water.’ Een belangrijke mijlpaal. ‘De maand daarop was weer rood, maar we hebben nu bewezen dat winstgevendheid binnen bereik ligt. Nu moeten we die lijn structureel doortrekken.’