Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Persoonlijke Groei

Hoe ontwikkel je zelfbewustzijn en vergroot je de kwaliteit van je leven? Over het realiseren van je dromen en aspiraties.

Recente artikelen

prestatiedruk

Deze bedrijven bezweken (bijna) onder de prestatiedruk

Je werk op een fatsoenlijke manier doen én ieder jaar weer hogere omzetcijfers halen. Dat loopt een keer spaak. Als...

clock 3,5 min

overvolle inbox, minimalistisch emailbeleid, minimalistisch werken

Zo werk je productiever met een minimalistisch e-mailbeleid

Onopgeloste taken en keuzes zijn funest voor het werkgeluk. Wil je aan het einde van een werkdag niet uitgeput thuiskomen,...

clock 1,5 min

Arjan Broere is Master Trainer bij meereffect, de officiële Getting Things Done Partner van de David Allen Company voor België, Nederland en Luxemburg. Naast training en coaching schrijft hij boeken over gestructureerd werken en lifehacking. Volgens hem zijn netwerkorganisaties gebaat bij de methode Getting Things Done, omdat de traditionele hiërarchische structuur ver te zoeken is in dat soort bedrijven. ‘Met Getting Things Done kun je eenvoudig structuur aanbrengen waardoor de effectiviteit en productiviteit van teams stijgt.’ Hoe implementeer je deze methode in een netwerkorganisatie? ‘Ik zie dat er bedrijven zijn die deze werkwijze verplicht stellen bij indiensttreding. Een training Getting Things Done kan worden opgenomen in het onboarding-traject, waarna afspraken met de nieuwe medewerker worden vastgelegd. Hoewel ik verplicht een groot woord vind, de meeste mensen blijken behoefte te hebben aan een gestructureerde manier van werken. Dwang werkt bovendien meestal averechts. Ik zie dat bedrijven vooral met verleiding werken; ze laten hun werknemers slimme voordeeltjes van deze methode inzien.’ Hoe borg je de methode in de organisatie? ‘Alles valt of staat met de ervaring, en dat men ziet dat het loont. Die roes van een lege inbox aan het einde van de dag, een overzichtelijke lijst met taken, een succesvol afgerond project; probeer dat gevoel vast te leggen en je weet waarom je het doet. Als dat lukt, wordt het een gewoonte. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat het management werknemers faciliteert om het wekelijks onderhoud van de methode te doen. Dat wekelijks onderhoud van je mailbox en takenlijsten is een vluchtheuvel in de week. Als daar de klad in komt, blijf je vervolgens achter de feiten aanlopen en wordt het moeilijk het werken volgens de methode te adopteren.’ Is er een verschil tussen het gebruik van Getting Things Done in een traditionele organisatie en in een netwerkorganisatie? ‘Ik heb het idee dat netwerkorganisaties van nature meer stilstaan bij hoe zaken geregeld worden. Er worden vaak projecten uitgevoerd met teams op afstand, waardoor nagedacht moet worden over hoe er gecommuniceerd wordt, waar taken worden gedeeld en waar bestanden worden opgeslagen. Voor de 5 stappen van de methode maakt dat niet uit, maar het bewustzijn om zaken gestructureerd te regelen is groter dan bij klassieke negen-tot-vijf bedrijven.’ Wat zijn de voordelen van Getting Things Done voor een netwerkbedrijf? ‘Juist doordat er niet in klassieke patronen van team-emails en vergaderingen worden gewerkt, wordt er veel meer nagedacht over wat er bereikt moet worden, wat een project behelst en wat de gewenste uitkomsten moeten zijn. Daarbij past dat ook nagedacht wordt over hoe en waar acties worden georganiseerd. Je kunt niet altijd eenvoudig even bij een collega binnenlopen. Er is meer structuur nodig, omdat een netwerkorganisatie anders in elkaar zit dan een traditioneel bedrijf. Getting Things Done kan die structuur bieden waardoor de effectiviteit en productiviteit van een team stijgen. Bovendien zorgt de methode voor een duurzame inzetbaarheid van je personeel.’ Wat zijn de valkuilen bij het implementeren van deze methode? ‘Soms zie ik managers die de methode zo intens omarmen en er fanatiek mee aan de slag gaan, dat ze er een soort absolute leer van maken. Tot op het kleinste detailniveau wordt er voorgeschreven welke tools moeten worden gebruikt en hoe een werknemer moet werken. Dan loop je het risico dat je het plat slaat. Door het schetsen van kaders, maar vervolgens medewerkers vrij te laten binnen die kaders, wordt de methode sneller omarmd in de rest van het bedrijf.’ Toch is er altijd iemand die het niets vindt en er niet in mee wil. Hoe ga je daarmee om? ‘Het is heel belangrijk om te kijken wat je wilt oplossen met de implementatie van de methode. Waar wil je werknemers bij helpen? Verdrinken ze in hun mail? Zijn ze het overzicht op hun werk kwijt? Delegeren ze taken, maar weten ze niet waar het blijft? In samenwerkingen ben je afhankelijk van een ander en dat kan soms problemen opleveren. Door uit te zoeken waar de aversie van iemand vandaan komt, en wat diegene graag wil oplossen, kun je de praktische voordelen van de methode laten zien. Mijn ervaring is dat zodra mensen ermee in aanraking komen, ze er stukje bij beetje voor open gaan staan.’ Is het nuttig om je als bedrijf te laten certificeren op het gebied van Getting Things Done? ‘Ik vind dat verstandig. Enerzijds helpt de methode werknemers beschermen die soms buikpijn krijgen van hun werk. Anderzijds kunnen mensen zoveel meer doen door dingen praktisch te regelen. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar je wordt creatiever door georganiseerd te zijn. Voor netwerkorganisaties moet deze methode het nieuwe normaal worden. Pas als je al je zaken op orde hebt, heb je ’s avonds ook echt vrij en kun je vrijdagmiddag écht van je weekend gaan genieten.’

Zo implementeer je Getting Things Done in een netwerkorganisatie

Juist netwerkorganisaties hebben baat bij de methodiek van Getting Things Done. Het biedt structuur, overzicht en helderheid. Fijn als je...

clock 3,5 min

Hypnosetechnieken in gesprek

Remco Claassen: ‘In presentatie focussen we te veel op de inhoud’

Wil je de aandacht van mensen vasthouden, dan moet je volgens Remco Claassen gebruik maken van drie ingrediënten: educatie, entertainment...

clock 0,5 min

Soms vraag ik me af of het allemaal wel zin heeft wat ik doe: energie steken in het coachen van leidinggevenden en het begeleiden van teams. Negen jaar geleden stond ik op het toppunt van mijn carrière: ik was toen 42 en CEO van ING verzekeringen in België. Ondanks de hoge verdiensten en massa’s voordelen die bij deze functie hoorden, voelde ik dat ik mezelf kwijt was. Ik liet mijn handelen bepalen door de omstandigheden eerder dan dat ik mezelf leidde. Mijnenveld Mijn existentiële zoektocht naar zekerheid, mijn overlevingsdrang, deden me capituleren voor een cultuur die niet bij me paste. Op een bijna machiavellistische wijze bespeelde ik het mijnenveld van de onderneming waarin ik actief was. En die werkwijze heeft me tot op het niveau van CEO getild. Heel dicht bij de zon, maar ver weg van de warmte in mezelf. Uiterlijk rijk en succesvol, vanbinnen arm en ongelukkig. Gelukkig zorgen momenten van intens besef soms voor een catharsis, en heeft mijn vertrek bij ING een totaal ander leven ingeluid. Een leven dat ik voor de eerste keer helemaal alleen ten dienste van mezelf heb gesteld. Egoïstisch, denkt u? Wel integendeel! Ik ben namelijk op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ en ‘waarom ben ik hier?’ En dat antwoord werd mijn kompas: ‘Ik ben een sociaal en empathisch wezen dat al zijn capaciteiten op de meest effectieve manier in de wereld plaatst ten behoeve van anderen, zodat zij opnieuw zichzelf ontdekken, de schoonheid ervan waarderen en koesteren én de kracht vinden om daar authentiek vorm aan te geven.’ Zo zie je maar dat zelfrealisatie verre van egoïstisch hoeft te zijn. De wereld zoals hij is Maar nu zit ik opnieuw in een volgende fase. Nu ik al negen jaar mijn kompas volg, voel ik mezelf meer een souffleur in het theater terwijl ik ernaar verlang om opnieuw een acteur op de scène te zijn. Maar er is zelfs nog iets fundamentelers dat me bezighoudt. Namelijk, wat is de zin van wat ik doe? Is wat ik doe zo nuttig, zo belangrijk, zo essentieel dat ik me er alle dagen voor uitsloof in de hoop dat dit in het leven van anderen wat meer licht brengt? Heeft die energie wel het gewenste effect? Is de wereld trouwens niet prima zoals hij is? Is het niet net omdat er verschrikkelijke oorlogen bestaan, dat ik me heel erg bewust ben van mijn vredelievendheid? Is het niet net omdat er religies bestaan, dat ik besef dat ieder best de God in zichzelf zoekt en daaraan licht geeft? Met andere woorden, moet ik wel iets veranderen aan een wereld die door haar manifestatie juist de ideale plaats is om onszelf te ontdekken en te realiseren? Een wereld die ons juist door haar verschijningsvorm de kans geeft trouw te zijn aan wie we zijn, niet meer door van alles te presteren, maar gewoon door echt te zijn wie we zijn. Misschien dat ik dus voor anderen het meeste kan betekenen wanneer ik mezelf heb bevrijd van mijn neiging om iets te betekenen? Lees ook zijn vorige column: We zijn vergeten dat we God zelf zijn.  MT-columnist Bart De Bondt is algemeen directeur van YouthStart en founder van Team De Bondt. Hij schrijft over change en happiness@work.

Moeten we de wereld wel willen veranderen?

MT-columnist Bart de Bondt slaat als ondernemer en als mens weer een nieuwe fase in. Misschien kunnen we meer betekenen...

clock 2,5 min

Jan van Setten #3: ‘Eerst ruimte voor emotie, dan corrigeren’

Voel je weerstand bij een medewerker, verklaar hem dan voor GEC. Oftewel: ‘Geef hem gelijk in zijn emotie en corrigeer...

clock 0,5 min

‘Kristel, wil je even naar boven komen? Je hond heeft net recht onder mijn bureau gekakt’, hoor ik. ‘Ja, leuk hoor Mark. Zeker een verlate 1 april grap’, en ik leg de hoorn van de telefoon weer neer. Binnen twee minuten belt mijn huurder van een van onze kantoren boos terug: ‘Kristel, ik ga dit echt niet zelf opruimen. Het kan wel de hond van de directeur zijn, maar zelfs haar kak stinkt.’ ‘Het is al goed, ik kom eraan’, antwoord ik. Het positieve effect van de kantoorhond Een hond op kantoor, een teken van onprofessionaliteit? Of gewoon een nieuwe hype in managementland? Dit voorval was heel gênant, maar ik moet wel toegeven dat we er vreselijk om gelachen hebben. Een hond op de zaak is zeker een sfeermaker en dan hoeft ze niet eens op een ongepaste plek gekakt te hebben. Een aantal van onze systeemplafondplaten zijn gesneuveld door een potje voetbal met mijn hond Luna. Af en toe pikt ze weleens een boterham van een medewerker of zit ze met haar kop in de cappuccino van een klant. ‘Sorry meneer, maar Luna lust graag koffie. Bier trouwens ook.’ En iedereen moet weer lachen. Een Amerikaans onderzoek van de Virginia  Commonwealth University heeft aangetoond dat een kantoorhond een positief effect heeft op de perceptie van stress. Een onderzoek van de psycholoog Stephen Colarelli van de Central Michigan University heeft bewezen dat een hond de vertrouwensrelatie tussen teamleden verhoogt. Een hond op kantoor bevordert de collegialiteit. Andere wetenschappers beweren zelfs dat een hond op de werkvloer de arbeidsproductiviteit verhoogd en een positief effect heeft op de beleving van zowel klanten als medewerkers. Heb je een winkel, dan is het aan te raden om je hond mee te nemen. Dit zou je omzet doen stijgen. Eigenlijk zou ieder modern bedrijf gewoon een hond op kantoor moeten hebben. Wees lief voor de hond van de baas De hond van de directeur is belangrijker dan je denkt. Hij of zij is de beste vriend van je leidinggevende. De volgende opmerkingen zijn heel gevaarlijk: ‘Luna je hebt misschien wel iets teveel gegeten’ of ‘Luna toch, je baasje zou toch eens iets meer met je moeten gaan wandelen’. Kijk uit wat je zegt over de hond van de baas, want het wordt je persoonlijk kwalijk genomen. Tegen de ondernemer zelf zeg je toch ook niet dat hij wel een flinke bierbuik heeft gekregen? Als de hond niet goed luistert, is dit dan een gebrek aan autoriteit van de ondernemer? Wat zegt die hond eigenlijk over de ondernemer zelf? Bij een Bullmastiff (dit ras vind ik trouwens geen aanrader als kantoorhond) kun je je afvragen of de leidinggevende een agressief karaktertrekje heeft. Een Herdershond: je werkgever is een machtswellusteling? Een Franse Bulldog: je baas ligt onder de sloof bij zijn vrouw? Ik moet toegeven dat een hond iets zegt over je persoonlijkheid. Ik heb geen reusachtige hond, zeker geen monster waar je bang voor moet zijn. Luna is een Duck Toller Retriever, een middelgroot ras van 20 kilogram, een flinke zwemmer en ze is af en toe een ADHD‘er. Buiten die hyperactiviteit is ze redelijk goed opgevoed. En ik neem haar enkel mee naar kantoor als ik weet dat ze een engeltje gaat zijn en de dag ervoor de longen uit haar lijf heeft gelopen. Dit om stalking van personeel met een tennisbal te voorkomen en het zorgt er ook voor dat niet al mijn plafondplaten sneuvelen als medewerkers de hond laten apporteren. Ook let ik erop dat klanten die niet van honden houden geen hinder ondervinden. Mijn hond weet waar ze mag komen, de vergaderzaal en de kantine horen niet tot haar grondgebied. Wel vraag ik bij sollicitatiegesprekken regelmatig of men niet bang is voor honden. Voor een medewerker in de fabriek is dit geen probleem, maar kom je bij ons op kantoor terecht dan is het niet zo handig als je een hekel hebt aan een harige viervoeter die vast een keer je boterham gaat pikken. Kom je aan de hond van de directeur, dan kom je aan hem. Zo had een medewerkster van mij expres de deur opengezet zodat mijn hond naar buiten kon glippen naar het industrieterrein waar aan alle kanten vrachtwagens langsrijden. Op onze kantoordeuren hangt het verzoek duidelijk geplakt om de deuren te sluiten, aangezien de hond anders wegloopt. Laat staan dat je de hond naar buiten gaat lokken. Dit was geen slimme zet van de dame in kwestie. De hond was snel gered, maar haar baan niet. Dit was voor mij echt de bekende druppel die de emmer deed overlopen bij een al lopend functioneringstraject. Als je de frustratie ten opzichte van je leidinggevende gaat africhten op haar hond, dan ga je echt een stap te ver bij mij. Een nieuwe trend Terwijl het vroeger uit den boze was om je hond mee te nemen naar kantoor, zie je de trend nu keren. Het is geen teken meer van onprofessionaliteit. Steeds meer ondernemers nemen hun hond mee naar kantoor. Mijn Belgische accountant neemt elke dag zijn zwarte labrador mee naar zijn zaak, onze leverancier van heftrucks heeft altijd zijn kleine bulldog mee en zelfs Vivienne van Eijkelenborg (zakenvrouw van het jaar 2016) neemt af en toe haar hond mee naar het bedrijf. In België declareren ondernemers zelfs hondenvoer op de zaak, want de hond heeft een officiële medewerkersfunctie gekregen. Namelijk: de bewaking van het terrein of als sfeermaker op kantoor. Bedrijven moedigen zelfs werknemers aan om hun hond mee te nemen naar hun werkplek. Nestle en Mars hebben een compleet hondenbeleid en zijn ingericht op een viervoeter die een dagje meegaat werken. In Amerika is een hond helemaal een graag geziene passieve medewerker op kantoor. Bij bedrijven als Google en Amazon heerst een hondencultuur en men vindt het zelfs raar als je je viervoeter een dagje thuislaat. Andere bedrijven beginnen met een jaarlijkse hondendag op kantoor om het positieve effect van ‘de nieuwe medewerker’ een beetje af te tasten. Het startschot is gegeven: een hond op kantoor, eigenlijk zou iedere ondernemer het moeten doen.

Trend: een kantoorhond op de werkvloer

Steeds meer ondernemers doen het, stelt MT-columnist Kristel Groenenboom in een nieuwe column. Hun hond mee naar kantoor nemen. En...

clock 4,5 min

De ironie wil dat juist Steve Jobs ons in zombies heeft veranderd. Of liever: smombies: smartphone-zombies. Hij ontwikkelde met de iPhone een apparaat dat ons leven meer en meer beheerst. We zijn er totaal afhankelijk van. Sterker nog, we zijn letterlijk verslaafd. Elke keer dat we naar ons schermpje kijken om Facebook te checken, krijgen we een dopaminekick. Nooit meer alleen met ons brein Onze smartphone maakt ook dat we eigenlijk nooit meer alleen zijn met ons brein, zo stelde de Britse publicist Tony Crabbe op het symposium 'The Future of Work' afgelopen vrijdag in Amsterdam. En dat is een probleem. Ons brein heeft tijd nodig om alle informatie die binnenkomt te verwerken, maar krijgt die tijd niet. Als we bij de bushalte staan? We pakken onze smartphone. Het gesprek valt stil tijdens het ontbijt? We pakken onze smartphone. Het enige moment dat we ons brein even rust gunnen, is ‘s nachts. Helaas blijkt dat we ook nog eens één tot twee uur minder slapen dan 50 jaar geleden. Afgelopen jaar waren er opnieuw meer meldingen van mensen met een burn-out, meldde het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Het zou mij verbazen als onze technologieverslaving hiervan niet deels de oorzaak is. AI als mogelijke oplossing Het goede nieuws: er komt hulp. Uit een hoek van waaruit je het niet zou verwachten, namelijk de ontwikkeling van artificiële intelligentie. Het probleem nu is dat we zoveel ‘big data’ over ons heen krijgen gegoten dat ons brein op tilt slaat. Onze processor loopt warm.  We zijn helaas geen computers en Moore’s law gaat niet voor ons op. Onze breincapaciteit verdubbeld niet elke twee jaar. Maar computers kunnen straks een deel van de analyse van al die gegevens voor ons doen. Ze zullen leren welke informatie ze wel met ons moeten delen, en welke informatie niet. De kunstmatig intelligente computer of robot wordt onze filter. De bot is straks een verlengstuk van ons eigen brein, die tijdig kan ingrijpen als onze processor oververhit dreigt te raken. Het slechte nieuws: het kan nog even duren. In de tussentijd is er maar één remedie: even uitzetten die smartphone.

Robots tegen burn-out

Meer en meer mensen krijgen een burn-out. Het informatiebombardement dat we over ons heen krijgen via onze smartphone is zeker...

clock 2 min

David Allen breinmanagement

David Allen: ‘Eerst situatie onder controle, dan perspectieven’

Nooit meer 's nachts wakker schrikken met de gedachte aan wat je nog allemaal moet doen, nooit meer opzien tegen...

clock 5,5 min

AAN Bob VAN Alexander de Jongh BETREFT Goed idee? Beste directeur, Of zal ik vanaf heden maar gewoon Bob zeggen? Het was een goed gesprek gisteren, ook al was het dan op de parkeerplaats aan het eind van een voor u vast lange, hectische dag, en had u zo te zien erg veel haast. Des te mooier dat u ook op zo’n moment zo openstaat voor inzichten van jongere werknemers. Dat zijn toch bij uitstek de mensen die met een onbevangen blik kunnen analyseren wat er niet goed gaat op de werkvloer – en die maar al te vaak te maken hebben met een verkrampte chef die elke kritiek ziet als bedreiging. U ziet kritiek juist als een tool in het permanent change process en dat maakt u tot zo’n bijzondere manager. Toen u snel in uw auto stapte riep ik u nog na dat we binnenkort maar eens uitgebreid over deze materie moeten praten en uit uw knikje maakte ik op dat u dat ook een erg goed idee vindt. Ik zal dan ook contact met uw secretaresse opnemen om ergens in uw overvolle agenda toch nog een gaatje te vinden. Vriendelijke groet, Alexander de Jongh Junior Marketing Manager Bob, Begrijp ik goed dat jij binnenkort met een van mijn ondergeschikten op zogenaamd frisse, onbevangen wijze het reilen en zeilen op mijn afdeling gaat doornemen? Dat beweert Alexander de Jongh tenminste aan iedereen die het maar wil horen (minus mezelf, want ik vernam het via-via). Dat is nou echt de bloody limit! Gezien de tegenvallende resultaten en de almaar toenemende eisen van Hoofdkantoor is de druk op mij al maanden immens en dan is het echt van God los te moeten horen dat een van mijn ondergeschikten met mijn baas gaat analyseren wat ik zoal fout doe. Hoe zou jij het vinden als ik met de bestuursvoorzitter jouw functioneren ging evalueren? Je zal toch snappen, hoop ik, dat dit mijn positie op mijn afdeling allerminst ten goede komt. Ofwel: ik voel me door jou gewoon in de zeik gezet. Renate van Baaren Chief Marketing Unit Dag Renate, Nou, nou, dat kan wel wat minder. Echt, ik moest gewoon even nadenken waar dit allemaal over gaat. Ik heb inderdaad gisteren op de parkeerplaats een gesprek(je) gehad met een van je medewerkers. Aardige, enthousiaste jongen, die Alexander, ik kan niet anders zeggen. Maar we hebben slechts in zeer algemene termen gesproken over efficiëntie en effectiviteit en zeker niet specifiek over jouw afdeling; nou ja, even dan, maar dat was meer ter illustratie, om wat voorbeelden bij de hand te hebben. Bovendien had ik erg veel haast, want het was al kwart voor zeven en ik moest om zeven uur op school zijn voor de voorbereidingen van de Lerenderwijs Agnostische Belevingsmiddag. Misschien heb ik Alexander inderdaad de indruk gegeven dat we verder zouden praten, maar dat was dan vanwege genoemde haast. Alleen al vanwege mijn bomvolle agenda zal het er van zo’n gesprek echt niet komen. Komaan, Renate, laat je niet opfokken door zo’n puber. Groet, Bob Ha Bob! Wat ik al dacht: volgens jouw secretaresse zit jouw agenda tot het eind van het jaar bomvol. Maar geen nood: na wat aandringen ging ze ermee akkoord dat jij en ik over twee weken ’s avonds gaan zitten om onbevangen en ongestoord de plussen en minnen van onze Marketing Unit te analyseren. Frankie komt ook mee. Ja, ik weet ‘t: Frankie heeft een grote bek – altijd maar weer: Renate snapt dat niet, Renate begrijpt dit niet, Renate is te hands on, Renate lacks een visie… maar achter die grote bek schuilt wel een geboren conceptual brandvalue marketeer en daar hebben we er toch (geef toe Bob!) niet al te veel van. Verder aan tafel: een heel goeie fles Pomerol, want ik begrijp van je secretaresse dat je een echte liefhebber bent. Wordt leuk, lekker, leerzaam. Groet, Alexander Bob, WAT IS DIT?! Heb zojuist een verschrikkelijke scheldpartij met Frank van Houten achter de rug. Dat is een junior hier met een ontzettend grote bek. Motto: geen daden maar woorden. Voor de zoveelste maal had hij een taak niet uitgevoerd, ergo hij was er voor de zoveelste maal niet eens aan begonnen. Dus zeg ik dat de maat vol is. Krijg ik als reactie een zelfvoldane, grijnzende glimlach en het verhaal dat ie binnenkort met zijn vriendje Alexander met jou gaat eten en dat op de agenda onder meer mijn gebrek aan brandmarketingvisie staat. Al even zelfvoldaan stuurt die lul me vervolgens een mailtje door waarin jouw secretaresse die afspraak bevestigt. (Goh, Bob toch, dat jij zo’n grote Pomerol-kenner bent…) Het zal zelfs jou duidelijk zijn dat de poten onder mijn stoel zijn verdwenen. Je zoekt maar iemand anders voor deze fucking klotebaan. Een van je loyale pubertjes wellicht? Renate van Baaren Chief Marketing Unit 

Bob spant samen met de jonge, enthousiaste werknemer

Bob is directeur bij een groot concern. Hij doet zijn best. Dit keer wil een jonge medewerker analyseren wat er...

clock 3,5 min

Europa’s langste busbaan werd binnen vijf werkdagen bedacht. Omdat de gemeente Haarlem geen jaren wilde wachten totdat de busbaan voor de Zuidtangent er lag, trokken technici, architecten, bouwers en installateurs uit industrie, aannemerij, ingenieursbureaus, TNO en Rijkswaterstaat zich terug in een duinhotel, beschrijft NRC Handelsblad. ‘Ze beoordeelden schetsen op beeldschermen op sterke en zwakke punten. Varianten werden doorgerekend en online verbindingen via internet naar collega’s elders in het land vergemakkelijkte het commentaar en kritiek van specialisten. Men werkte onderling en gelijktijdig samen vanuit een gezamenlijk belang, deelde verlies en winst en ontdekte dat wat voor de een de oplossing was voor een ander juist onwerkbaar kon zijn. Dit project is een voorbeeld als het gaat om collaborative engineering. In een tijd waarin een klant vraagt om producten op maat en met hogere prestaties, terwijl tegelijkertijd organisaties te maken hebben met schaarser en duurder wordende middelen, is gezamenlijk ontwerpen een steeds vaker gebruikte strategie, zegt managementtrainee Albrecht de Glee in een artikel over Collaborative Product Development. Voor het samen ontwerpen worden verschillende termen gebruikt die in theorie wat van elkaar verschillen. In de basis is de strategie hetzelfde: samen wordt aan een nieuw product gewerkt, meestal op een projectmatige manier. De strategie is te gebruiken voor alles waarvoor je gaat ontwerpen en/of ontwikkelen, schrijven de auteurs van het boek Werken aan kennis. Het kan dat er vanuit de organisatie al een opdracht of vraagstuk ligt waarvoor een product moet worden ontwikkeld, maar het kan ook dat er nog geen vaste productvraag is, schetsen de auteurs van het boek. In beide gevallen is het belangrijk om kennis uit te wisselen. En in het laatste geval moet het ook inspirerend zijn voor de deelnemers. Een belangrijke reden voor gezamenlijke productontwikkeling is het nastreven van productinnovatie, schrijft de Glee. ‘Om dit te bewerkstelligen is een belangrijke voorwaarde dat er ruimte is voor een hoge mate van creativiteit in het ontwikkelingsproces.’ Trechter: van communicatie naar product Communicatie moet worden omgezet in samenwerking, zegt De Glee. Hij ziet het als een trechter waarin het conceptontwerp wordt omgezet in uiteindelijke ontwerpspecificaties. Er wordt vooral samengewerkt in de eerste fase van het traject, zegt hij. ‘Tijdens de eerste twee stappen, behoeftedefiniëring en conceptontwerp, moet er genoeg ruimte zijn voor alle partijen en moet er nauw worden samengewerkt om hun individuele ontwerpideeën en -opties te kunnen delen met andere partijen. Tevens moet er nauw worden samengewerkt met alle betrokken partijen om deze opties uit te werken.’ Het is van belang dat het aspect van het kennis delen en creëren in het projectplan wordt genoemd, zeggen de auteurs van het boek Werken aan kennis. ‘Dit kan zowel in de doelen die voor het project geformuleerd worden – door ook kennisdoelen op te nemen – als in de activiteiten die gepland worden (activiteiten die creativiteit, uitwisseling en reflectie stimuleren)’. Goede uitwisseling van kennis De Glee pleit ook voor het op gecontroleerde wijze (digitaal) beschikbaar stellen en kunnen uitwisselen van productgegevens en productdocumentatie. Hij noemt het zelfs een succesfactor voor collaborative product development. Overigens is bij het gebruiken van ontwerptools nog wel wat te verbeteren, merkt ontwerper Marie op in een blog op UXdesing.cc ‘Ontwerptools zijn niet gemaakt om samen te werken. En dat is ironisch, want samenwerking is een essentieel onderdeel van ontwerpen als een discipline.’ Problemen waar ze tegenaan loopt: niet weten wie wanneer en waarom aanpassingen aan een bestand heeft gemaakt, en chaos in het proces. ‘Ik vraag me al jaren af: kunnen ontwerpers geen tools krijgen met versiebeheer, zoals ontwikkelaars dat ook hebben.’ Gelukkig merkt ze ook dat die tools er steeds meer komen. Leren is een belangrijk onderdeel Het proces bij het gezamenlijk ontwerpen is vooraf niet in steen gehouwen, zeggen de auteurs van het boek Werken aan kennis. ‘De aard van deze kennisgerichte ontwerpprojecten brengt meestal met zich mee dat het project niet op voorhand in detail gepland zal zijn. De aanpak en activiteiten worden veelal gaandeweg verder geconcretiseerd en ingevuld.’ Daarom zal reflectie op het proces en resultaten een regelmatig terugkerend onderdeel zijn bij het gezamenlijk ontwerpen. De opbrengst bij gezamenlijk ontwerpen gaat verder dan alleen een product, aldus de auteurs. ‘Het levert ook leerervaringen bij deelnemers op, zowel over de thematiek waaraan ze gewerkt hebben als over het proces van kennis delen en kennis creëren. Daarnaast zorgt het voor enthousiasme en energie. Die vormen een voedingsbodem voor het voortgaan van kennisprocessen.’

De workflow van het gezamenlijk ontwerpen

Door tijdens het ontwerpproces niet alleen eigen kennis te gebruiken, maar ook ideeën van anderen toe te voegen, kan een...

clock 3 min

Deze ondernemer voerde een harde strijd met een klein blauw bankje als inzet

Een illegaal terras, zo oordeelt de gemeente Amsterdam. Gezeur om niks, vindt de winkelier. Het conflict speelt in 2016 en...

clock 3 min

Deuken rijden en dergelijke : Ga je het eerlijk op de zaak vertellen als je een deuk hebt gereden? Of steek je dat krasje in de doofpot? Heb je jezelf als directeur nu ook schuldig gemaakt aan bedrijfsschade veroorzaken of kan je nog steeds je personeel op het matje roepen als ze met de heftruck een steunpaal van het gebouw rammen? Een lastige kwestie! Een zakenrelatie komt bij ons op bezoek om een containertje te komen halen. Hij heeft altijd de gewoonte om nogal hard de oprit op-en af te rijden. Niet het perfecte voorbeeld rijgedrag voor een eigenaar van een aanzienlijk transportbedrijf. Ook dit keer verliet hij in allerhaast ons kantoor. Al telefonerend stapt hij in zijn auto met volle gas achteruit. Enkel stond het stambeeld van mij en mijn vader in de weg. Met volle vaart knalt hij tegen ‘ de ijzeren versie’ van mijn vader aan. Kwaad stapt hij uit zijn auto, terwijl wij verbaasd uit het raam staan te kijken. Woedend schopt hij een extra keer tegen zijn bumper, zodat deze nog schever aan zijn auto hangt en stapt weer in zijn auto. Op het beeld is geen schrammetje te bekennen , enkel een beetje verf van de bumper van zijn BMW. Diezelfde week kom ik de relatie weer tegen op een receptie. ‘ Zo, jij was ook snel vertrokken’, grapte ik. ‘ Nee, jullie maar lachen achter dat raam.’, antwoorde hij terug. ‘ Ik moet wel zeggen dat mijn vader overeind bleef staan. Maar die BMW van jou was er slechter aan toe.’, ik kon het niet laten hem wat te plagen. ‘Ja, dat is waar. Enkel heb ik net een nieuwe wagen besteld en deze auto al verkocht. Nu zit ik met die stomme deuk.’ ‘En, heb je het op de zaak verteld?’ ‘ Je denkt toch niet dat ik gek ben. Ik heb gezegd dat een vrouwtje tegen mij is aangereden en weggereden is zonder schadeformulier in te vullen.’ ‘ Ja, dat geloven ze vast bij jouw op de zaak? Hopelijk roddelt mijn personeel niet tegen die werknemers van jou’, roep ik terug. Lekke band Hoe los je zo’n gênante situatie op? Als je gelogen hebt en de waarheid komt later boven water, dan heb je toch een probleem. Je kan als directeur toch ook weleens een inschattingsfoutje maken. Bandenverbruik of stoepranden rijden: alles is zichtbaar op een bedrijf, zeker bij mijn vader die lijstjes opstelde voor het bandengebruik en het schadevrij rijden van zijn chauffeurs. Hij maakte er een wedstrijd van met scores en bonussen. Hij hanteerde zelfs verschillende categorieën: de zuinigste rijder qua brandstof, de netste chauffeur die geen stoprandjes raakt of veel banden verslijt. De hoofdprijs ging naar de chauffeur die een jaarlang totaal schadevrij had gereden. Kanttekeningen hierbij waren wel, dat chauffeurs met een hoge score zich ziekmelden bij sneeuw en hagel om geen botsingen te veroorzaken en zo hoog in het tabelletje van pa te eindigen. Er waren geen excuses voor een schrammetje of een beschadigde velg: pa zag alles, echt alles. En niet enkel pa (de oud eigenaar), personeel ziet helemaal alles. Ze hoeven enkel een blik uit het raam te werpen op de bedrijfsparking en ieder schrammetje is zichtbaar. Is het wel handig om als directeur een deuk eerlijk toe te geven of komt je voorbeeldfunctie dan in het gedrang? Ik ben een grote voorstander van alle ongelukjes direct eerlijk opbiechten. Het maakt je menselijker en sympathieker als je eerlijk je deuk opbiecht. Vertellen dus, ook al ben je de baas. Maar indien er echt geen getuigen zijn en je hebt niemand anders schade berokkend, dan natuurlijk ook geen slapende honden wakker maken onder je personeel! Als directeur zijn er naast deuken rijden, nog meer autoblunders die je kunnen overkomen. Bijvoorbeeld: in allerhaast wegrijden met de bedrijfsfolders nog op het dak van je auto. Dit zorgt wel voor een snelle distributie van de brochures, enkel was dit niet helemaal de bedoeling. Of vertrekken met een draaiende auto zonder de autosleutel. Dit kan gebeuren met een automatisch start- en stopsysteem op je auto. Enkel vond mijn echtgenoot het minder leuk om even de sleutel langs te brengen. Een noodgeval: ik was wel aangekomen op de plaats van bestemming zonder sleutel (minstens een uur rijden) , maar ik kon niet meer vertrekken. Mijn personeel kon er wel smakelijk om lachen. Fouten maken is menselijk, zelfs als de directeur het doet.

Fouten maken is menselijk, ook voor managers

Fouten maken is menselijk, maar moet je als manager alles opbiechten aan je personeel? Kristel Groenenboom denkt van wel.

clock 3 min

integriteit op de werkvloer

Verbeter de integriteit op de werkvloer met een goede brainstorm

Met gamification kun je de integriteit op de werkvloer verbeteren. Steek wel voldoende tijd in de brainstorm die vooraf gaat...

clock 3,5 min

David Allen breinmanagement

David Allen: ‘Plan op de natuurlijke manier en creëer ruimte’

De hele dag door krijgen we te maken met projecten, problemen of situaties die energie slurpen. Hoe kunnen we zo...

clock 1 min

Overtuigen is als verliefdheid, de ander bepaalt je succes

Sommige mensen kunnen zo goed overtuigen dat ze altijd gelijk krijgen. Terwijl een ander misschien een veel beter idee heeft....

clock 2,5 min

Tony Crabbe, timemanagement, druk, productiviteit, effectief

Tony Crabbe: ‘We zijn medewerkers als machines gaan zien’

‘We zien mensen als machines en op de werkvloer gaat het om zoveel mogelijk productie’, zegt de Britse Tony Crabbe,...

clock 3 min

Burn-out bestrijden? Vergroot de veerkracht

Veerkrachtige mensen krabbelen na tegenslag snel weer op, terwijl anderen te maken krijgen met een burn-out of depressie. Michael Portzky...

clock 1 min