Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Expertpanel

STELLING Een nieuwe directeur kan niet omschrijven wat zijn adviesbureau nu eigenlijk doet. Zijn bedrijf (40 fte) is een steeds losser geheel en, erger, ook de scheidslijn tussen de eigen organisatie en de netwerken van de consultants wordt steeds onduidelijker. Moet hij de organisatie stroomlijnen? Of moet hij een nieuwe vlag bedenken voor z’n lading, met daarbij de vraag: hoe doe je dat?

‘Moet ik onze consultants aan de lijn leggen?’

Rob Pols ceo ict-dienstverlener AtosOrigin

“Is een organisatie het spoor bijster, dan is er maar één plek om te beginnen: de klant. Wat willen zij en wat is hun beeld van de organisatie? Ik zou met 10 klanten om tafel gaan zitten en die vraag stellen. De vervolgvraag is dan: is mijn organisatiestructuur een reflectie van de wensen van die klanten?
De volgende stap is dan focus aanbrengen. Dit bedrijf kan met zijn 40 medewerkers maximaal 3 focusgebieden bieden, maar 2 is nog beter. Dan moet je dus ook kritisch kijken naar de mensen die er werken. Wie passen er bij die focus en wie niet? Een deel zal afvallen, die posities kun je vullen met passende mensen en zo de focus van de organisatie scherper krijgen.
Ik vermoed dat in het verleden de eigen ambitie te veel leidend geweest is en niet de wens van de klant. Het is beter om goeroes en nieuwe ontwikkelingen te volgen.
Daarnaast heeft het management een cruciale rol. Bij organisaties tot 10 man draagt sociale controle bij aan de focus. Met 40 mensen verwatert die en dat leidt ook tot een diffuser beeld. Het management moet op dagelijkse basis sturen op de eenheid van de bedrijfsactiviteiten.”

Hein Knaapen directeur human resources KPN

“Mijn eerste baas bij Philips leerde me een belangrijke les: als je niet in 1 A4’tje kunt uitleggen wat je doet, heb je het zelf niet begrepen. Dit is bij deze organisatie ook aan de hand. Er kunnen veel verschillende oorzaken zijn voor deze wanorde: toegeeflijkheid, gebrek aan kritische zin, te veel middelpuntvliedende krachten, gebrekkige leiding, kies maar. Maar ongeacht de oorzaak, de verandering moet beginnen bij de heroriëntatie op waar de organisatie voor is. Welk product of welke dienst leveren we nu eigenlijk? Dat is het makkelijkste deel.
Daarna volgt het lastige deel: de professionals zullen opnieuw moeten worden gedisciplineerd. Zij moeten terug naar het werk waar ze oorspronkelijk voor zijn aangenomen. De professionals zijn in de periode dat het bedrijf niet strak werd aangestuurd een eigen leven gaan leiden. Dat terugdraaien is een lastig proces, vaak ook een bron van veel arbeidsconflicten. Ik hoop voor de directeur dat hij daarvoor de ruggengraat heeft en dat niet al te veel medewerkers een in steen gebeitelde -arbeidsovereenkomst hebben. Het is een noodzakelijke fase waar hij met zijn bedrijf doorheen moet. Want als hij dat niet doet, kan hij wel vergeten dat zijn organisatie impact krijgt of – voor zover nog aanwezig – houdt.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Onno Maathuis zelfstandig adviseur en founding father van adviesbureau De BR-ND Positioneringsgroep

“Deze directeur moet het in de eerste plaats niet hebben over zijn bedrijf, maar over de markt waarop hij opereert. Hoe hij met zijn organisatie op die veranderende markt inspeelt, dát moet zijn verhaal zijn. Een lossere netwerkstructuur kan dan juist heel verstandig zijn. De organisatie stroomlijnen en terug in het harnas jagen is het terugdraaien van de klok. Zou ik niet doen.
Beter is het om te ‘hercategoriseren’, zoals dat in jargon heet: een nieuwe beschrijving voor je activiteiten vinden. Oliebedrijven zijn nu bijvoorbeeld energieleveranciers geworden, ze doen niet meer alleen in fossiele brandstof. Of neem Durex, eens condoomfabrikant gericht op bescherming, nu leverancier van een breed assortiment ‘speelgoed voor volwassenen’. Zo kun je ook stellen dat de termen ‘consultant’ en ‘adviseur’ eigenlijk verouderd zijn. Kennisintensieve organisaties werken in netwerkverband. De directeur kan dus beter daar een visie op formuleren. Waarom is zijn organisatie beter in het leggen van verbindingen dan zijn concurrent? Dat moet zijn verhaal zijn. Misschien moet hij ook naar een nieuwe term om zijn voormalige consultants te duiden.”

 

Batterijen bonanza: thuisbatterij met stekker niet aan te slepen, maar de échte run komt in 2027

Vanaf 2027 mogen eigenaren van zonnepanelen de opbrengst daarvan niet meer salderen met hun elektriciteitsverbruik. Dat moet wel zorgen voor een run op thuisbatterijen. De verkoop daarvan is verdubbeld, vooral stekkerbatterijen zijn niet aan te slepen. Toch verwachten experts pas volgend jaar de echte klapper. 'Dan zien mensen op hun factuur hoeveel het scheelt.'

Thuisbatterij

Je kon erop wachten: de opkomst van de thuisbatterij. Nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 wordt afgeschaft, zijn steeds meer eigenaren van zonnepanelen op zoek naar een manier om hun opgewekte energie op te kunnen slaan.

Een huishouden gebruikt gemiddeld slechts ongeveer dertig procent van de opgewekte zonnestroom direct zelf. Door stroomverbruik te verplaatsen naar momenten dat de zon schijnt gaat dat al een stuk omhoog, maar met een thuisbatterij kan het zelfs oplopen tot 65 à 70 procent. Je gebruikt dan tijdens de donkere uren de stroom die je overdag hebt opgeslagen in de accu.

Wie een thuisbatterij combineert met een dynamisch energiecontract en software waarmee je op de stroommarkten kunt handelen, kan nog wat extra geld verdienen door stroom op te slaan tijdens goedkope uren en die terug te leveren tijdens uren met hogere tarieven. Binnenkort kunnen eigenaren in bepaalde regio’s ook een vergoeding krijgen als ze hun thuisaccu ter beschikking stellen aan de netbeheerder om netcongestie te bestrijden.

Minimale verdubbeling verkopen thuisbatterij

Al is bijna onmogelijk in te schatten of een batterij ook op die manier geld oplevert, de markt voor thuisbatterijen groeit al twee jaar flink. In 2025 verdubbelde het aantal batterijsystemen in Nederlandse huishoudens al ruimschoots, tot 167.000 stuks. Dit jaar zal de verkoop van thuisbatterijen weer minimaal verdubbelen, met elke maand weer een hoger volume, al ontbreken volledige cijfers.

De netbeheerders houden alleen de batterijsystemen bij die netjes worden geregistreerd, wat in principe verplicht is. Ze rekenen voor het tweede kwartaal van dit jaar met 21.400 aangemelde thuisbatterijen, meer dan een verdubbeling ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2025. Met twee kanttekeningen: naar schatting van netbeheerders wordt maar 40 procent van de vaste thuisbatterijen aangemeld, en vooral de thuisbatterijen met stekker worden vaak niet geregistreerd.

Stekkerbatterijen niet aan te slepen

En juist die zijn niet aan te slepen, terwijl ze nog helemaal niet zo lang op de markt zijn. Die plug-in batterijen van (Chinese) aanbieders als Marstek, Anker Solix en het Nederlandse HomeWizard zijn handzaam, dankzij hun capaciteit van 2 à 5 kWh, en plug & play: er komt geen installateur aan te pas, maar er zit een stekker aan die gewoon in het stopcontact gaat. Zolang het vermogen de 800 watt niet overschrijdt, wordt het gebruik in de praktijk toegestaan.

In de eerste helft van 2025 werden nog geen 3.000 stekkerbatterijen geïnstalleerd, sinds de zomer worden er elke maand al meer dan 10.000 in gebruik genomen, en het tempo waarin consumenten ze aanschaffen blijft stijgen. Weet Rolf Heynen, die met zijn bedrijf Sunergy een app en systeem voor energiemanagement levert: SlimmeRik. Daarnaast doet Heynen regelmatig marktonderzoek dat hij publiceert. ‘Ik denk dat op dit moment de helft van alle thuisbatterijen een stekker heeft, maar dat kan zeker richting 75 procent gaan.’

Verkoop naar 45.000 batterijen per maand

De markt bereikt namelijk de fase waarin de echt technisch aangelegde enthousiastelingen die thuis graag met elektra experimenteren, worden gevolgd door een grotere massa early adopters. Heynen: ‘De bulk zijn mensen met zonnepanelen die hun eigen verbruik omhoog willen schroeven, maar de geopolitieke onrust helpt ook mee: noodstroom is een groot topic in de discussie over thuisbatterijen. En er zijn genoeg mensen die het gewoon een gave gadget vinden.’

De groei versnelt dus wel, maar de échte groei moet nog komen, stelt Heynen. ‘Bedenk dat we in de hoogtijdagen van de zonnepanelen maandelijks 70.000 systemen installeerden, hè? De batterijverkoop zie ik ook nog wel richting 40 tot 45.000 per maand gaan.’ In 2026 is het namelijk vooral emotie die de markt drijft: beschikken over noodstroom, de wens om zelfvoorzienend te worden in een energiecrisis die om zich heengrijpt.

Emotie nu, rekensom later

De ratio, de rekensommetjes die bezitters van zonnepanelen gaan maken zodra ze merken hoeveel het einde van de salderingsregeling ze kost, krijgt pas in 2027 en 2028 effect. ‘Als mensen hun nieuwe energierekening krijgen en zien hoeveel het ze scheelt.’ Heynen heeft contact met het gros van de meer dan twintig fabrikanten die in Nederland actief zijn ‘of naar deze markt kijken’ en schat op basis daarvan dat in 2027 een half miljoen thuisbatterijen zullen worden verkocht, en in 2028 zelfs 600.000.

Ook in de jaren erna blijft de afzet een paar keer zo groot als in 2025, en dat is ook wel verklaarbaar als je weet dat meer dan 3 miljoen huishoudens zonnepanelen hebben. ‘Ik schat dat eind 2029 tegen de 30 procent daarvan die zal combineren met een thuisbatterij.’ Met meer dan een miljoen geïnstalleerde batterijen zou Nederland niet echt afwijken van landen waar de markt al eerder op gang kwam.

Wie zijn de winnaars?

De batterijmarkt is dit jaar en de komende jaren dus booming, maar wie zijn de winnaars? Opnieuw ontbreken Nederlandse cijfers over marktaandelen, maar het Chinese AlphaESS is de nummer één in vaste batterijen, waarschijnlijk gevolgd door landgenoot Sigenergy. ‘Ze hebben samen wel 40 procent van de markt’, schat Gijs Stevers, die zich als consultant voor allerhande marktpartijen helemaal focust op thuisbatterijen. ‘Op zich heel knap, want ze zitten in het premiumsegment en concurreren niet in de eerste plaats op prijs.’

Dat doet het gros van de andere – meestal Chinese – spelers wel, met name bij de stekkerbatterijen. Daar is het kiloknallen, zeggen de insiders, en zoeken consumenten vooral zoveel mogelijk kilowatturen voor zo weinig mogelijk euro’s.

Na de koplopers volgt een vijftal fabrikanten die elk ook een significante positie hebben, met daaronder het Amerikaanse Enphase en SolarEdge uit Israël. Stevers: ‘Vlak die niet uit: het zijn oorspronkelijk leveranciers van de omvormers die je in een derde van alle zonne-installaties aantreft. Ze kunnen een behoorlijke inhaalslag maken als ze later dit jaar hun nieuwe modellen lanceren en al die klanten een keer zouden aanschrijven.’

Geen eindejaarsrally

Kans genoeg, denkt Stevers. ‘Ik verwachtte een eindejaarsrally op weg naar 1 januari, maar de versnelde groei heeft vooral plaatsgevonden in de lente, na de sluiting van de Straat van Hormuz. In 2026 waren het vaak psychologische redenen belangrijk om een batterij te kopen, maar volgend jaar wordt de business case in combinatie met zonnepanelen alleen maar beter.’

Want zo moet je het wel zien, schetst de marktexpert: meer opgewekte stroom zelf gebruiken, dat is de basis om een batterij terug te verdienen. ‘Daarin schuilt de zekerheid. Daarna heb je meerdere markten en regelingen die voor extra inkomsten kunnen zorgen, maar dat kun je beter als extra’s beschouwen omdat ze moeilijk te voorspellen zijn over een reeks van jaren.’

Nederlandse makers houden stand

Nederlandse batterijmerken zijn er ook. ‘Knap dat die zich in deze markt goed weten te weren’, zegt Stevers. Een aantal plakt zijn merk op een Chinees product, maar er zijn ook partijen die in Nederland produceren. De afgelopen jaren ontwikkelde HomeWizard bijvoorbeeld als binnenlandse pionier zelf zijn thuisbatterij. De broers Maurice en Roel van der Ende  kwamen met de Planetpod, die inzet op design en het gebruik van AI-software en inmiddels in honderdtallen is verkocht. En al in 2022 crowdfundde het bedrijf Charged de Sessy, zijn eerste thuisbatterij die van voor tot achter made in Holland is.

Op de batterijcellen zelf na dan, zegt medeoprichter Roeland Nagel. ‘Maar alle elektronica, de metalen behuizing en de software: we bewijzen dat je in Nederland wel degelijk een product als dit kunt maken.’ Geen Chinees product dus met een Nederlands merklogo erop geplakt, en ook geen in Nederland ontworpen batterij die in China is uitontwikkeld en geproduceerd.

Chinezen en masse naar Nederland

Chinese partijen storten zich en masse op de Nederlandse markt, weet Nagel. ‘Hal na hal, honderden merken zie je als je een vakbeurs bezoekt. Soms kom ik een merk tegen dat ik zelf nog niet ken en zit er een gigantische partij achter die Nederland nog niet in het vizier had.’

De Sessy is continu doorontwikkeld, mede dankzij de feedback die Nagels ingenieurs krijgen van gebruikers en productiepartners, en is er inmiddels ook in een dikke versie van 15 kWh, voor mensen die een langdurige stroomstoring de baas willen blijven. ‘Zelf heb ik een zomer ongemerkt off grid geleefd toen de aardlekschakelaar eruit klapte. Daar kwam ik pas maanden later achter.’

Wat opvalt: van de Sessy zijn er tot nu toe in totaal 8.000 verkocht. Flink wat als je bedenkt dat in 2023 de eerste Sessy werd geleverd, maar feitelijk minder batterijen dan er inmiddels per maand worden gesleten. ‘Het spelersveld is groter geworden, maar ik denk dat wij niet per se mainstream zijn met ons product’, zegt Nagel. ‘We opereren in een hele mooie niche waarin mensen niet per se gaan voor de business case – het terugverdienen van de batterij – maar bijvoorbeeld liever willen dat hun data in Nederland blijft, en dat er nergens een verborgen ‘rode knop’ zit. Dat we honderd procent in Nederland produceren, maakt ons ook wel een vreemde eend in de bijt. Niemand kan claimen wat wij doen.’

Made in Holland, niet de duurste

Elektronica uit Eindhoven, assemblage in Andelst, dat klinkt bijna alsof de Sessy twee keer zo duur is als de grootste concurrenten, maar dat is helemaal niet zo. Charged levert hem onder meer via Eneco, en daar is de 5 kWh Sessy zelfs goedkoper dan de Enphase die ook bij de energieleverancier in de schappen ligt, met prijzen van rond de 2 mille exclusief installatie. Sessy opereert aan de onderkant van het premiumsegment, zegt de maker, ‘Je hebt helemaal niet zoveel volume nodig om concurrerend te kunnen produceren. Als je de ontwikkelkosten maar kunt uitsmeren over voldoende batterijen, en dat lukt goed.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Want ook vanaf dat bescheidener volume gaat het nu hard. ‘We zaten begin september al op het verkoopaantal van 2025. Er worden meer mensen wakker nu de saldering vervalt, na de technische vernieuwers krijgen we een groter publiek, dat moeten we soms nog uitleggen hoe een thuisbatterij werkt.’ En ook hier wordt de echte klapper pas ná 1 januari 2027 verwacht. ‘We durven het nog niet hardop te zeggen, maar we denken volgend jaar keer vier te gaan.’

De rol van de thuisbatterij in het energienet

Terwijl de veelbesproken terugverdientijd vanwege optimistische beloften uit het verleden en de toekomstige nettarieven al bijna het ‘T-woord’ gaat heten, staat één ding als een paal boven water: die talloze batterijen gaan een wezenlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse infrastructuur. Zeker als al die accukastjes gecombineerd worden aangestuurd door de netbeheerders. Heynen: ‘Dit wordt wel de grootste flexibele stroommarkt van het land. Als we dit goed aanpakken, hoeven we veel minder in de uitbreiding van infrastructuur te investeren dan we aanvankelijk dachten.’

Skytree-ceo: ‘Beschikbare CO2 wordt duurder, onze machines juist steeds goedkoper’

Machines die CO2 uit de lucht filteren, kunnen bijdragen aan het beperken van de opwarming van de aarde. Tegelijk biedt de technologie óók commerciële kansen, zegt ceo Rob van Straten van Skytree: de glastuinbouw zit te springen om de door zijn startup afgevangen CO2.

Rob van Straten Skytree
Skytree-ceo Rob van Straten: 'Mijn kinderen grappen dat ik nu eindelijk iets serieus aan het doen ben met mijn leven.’ Foto: Skytree

‘Er zit te veel CO2 in de lucht, maar tegelijk is er in veel landen een groeiend tekort aan bruikbare CO2. Voor ons levert die paradox een enorm groeipotentieel op.’

Rob van Straten is sinds februari 2022 ceo van de Amsterdamse startup Skytree. Het bedrijf bestaat al een stuk langer: sinds 2014. Skytree begon met onderzoek naar direct air capture (DAC), het filteren van CO2 uit de lucht, en richt zich sinds een jaar of vijf op de bouw en verkoop van CO2-afvangmachines.

Van Straten, die eerder als cro bij laadpalenmaker EVBox werkte, kwam naar Skytree om het bedrijf op te schalen. Een van zijn eerste wapenfeiten was de overname van branchegenoot ReCarbn.

Lees ook: Nederlandse CO2-stofzuigers bundelen krachten: Skytree neemt ReCarbn over

De markt voor CO2-afvang worstelt met hoge energiekosten en uitdagingen rond opschaling, maar Skytree lijkt daar minder last van te hebben: de startup boekte dit jaar flinke vooruitgang met de commerciële uitrol van zijn technologie.

In Nederland sloot de CO2-filteraar afgelopen juni een overeenkomst met energiebedrijf Lingezegen. Doel is om glastuinbouwers in de buurt van Nijmegen en Arnhem te voorzien van CO2 die nodig is voor het optimaliseren van plantengroei.

Krap drie maanden later werd bekend dat dertien glastuinbouwbedrijven voor 80 miljoen euro aan SDE++-subsidies hebben gekregen om machines van Skytree in te zetten voor het leveren van CO2 aan hun kassen.

Grote kansen in glastuinbouw

De glastuinbouw heeft dringend behoefte aan CO2 door twee ontwikkelingen. De eerste uitdaging ligt bij WKK-installaties die kassen voorzien van een combinatie van warmte, elektriciteit en CO2. Dat gebeurt door aardgas te verbranden, maar daarbij komen ook aanzienlijke hoeveelheden CO2 in de atmosfeer. Daarom zijn duurzamere, niet-fossiele alternatieven nodig voor de levering van stroom, warmte én CO2.

Een tweede probleem voor de glastuinbouw is het opdrogen van de CO2-aanvoer vanuit de Rotterdamse industrie. Dat komt doordat grote industriële uitstoters afgevangen CO2 vanaf 2027 grootschalig gaan opslaan onder de Noordzee. Voor glastuinders betekent dit dat een belangrijke aanbodstroom wegvalt.

Bij elkaar zorgen deze ontwikkelingen ervoor dat de Nederlandse glastuinbouw de machines van Skytree goed kan gebruiken om op een duurzame manier aan CO2 te komen. ‘Beschikbare CO2 wordt schaarser en duurder, terwijl onze machines steeds goedkoper worden’, vat Van Straten de marktkans samen.

De DAC-machine van Skytree gebruikt relatief weinig elektriciteit, omdat ook externe warmte- en koelingsbronnen worden benut. Heeft dat geholpen bij het rondkrijgen van de commerciële businesscase?

‘Dat speelt zeker een grote rol. Door gebruik te maken van lokale thermische bronnen – die in de Nederlandse glastuinbouw ruim beschikbaar zijn – valt het elektriciteitsverbruik lager uit. Daardoor ga je veel efficiënter om met energie en wordt het systeem goedkoper.

Als je naar de afvangkosten kijkt, zitten we met de huidige commercieel leverbare technologie al op een relatief laag kostenniveau voor de afnemer. Voor Nederlandse tuinders geldt dat die gemiddeld 150 euro per ton afgevangen CO2 betalen. Dat is berekend inclusief elektriciteitsverbruik, subsidie, onze winstmarge en een afschrijftermijn van de machines van twintig jaar. Het benoemen van dergelijke variabelen is belangrijk voor de transparantie; dat speelt allemaal mee bij sommetjes over de kosten per ton.’

Hoe werkt de DAC-machine van Skytree?

Skytree werkt met een modulair schaalbare machine, de Skytree Stratus, die CO2 uit de lucht filtert. Hierbij wordt lucht via roosters naar een compartiment geleid waarin speciale kunststofbolletjes circuleren (de sorbent). De bolletjes nemen CO2 en vocht op (adsorptie). Als de bolletjes verzadigd zijn, worden ze doorgeleid naar een ander compartiment met een constante temperatuur van rond de honderd graden Celsius. Dit is een vacuümomgeving waar geen zuurstof bij kan.

Doordat ze blootgesteld worden aan de hogere temperatuur geven de bolletjes CO2 en water vrij in gasvorm (desorptie). De gasstroom wordt naar een volgend, koeler compartiment geleid waar condensatie plaatsvindt. Daarbij worden water en CO2-gas als aparte stromen gescheiden. De bolletjes gaan intussen weer naar het eerste compartiment om CO2 uit de lucht op te nemen.

Cruciaal bij dit cyclische proces is dat verwarming en afkoeling plaatsvinden in aparte compartimenten, die elk op eigen, constante temperaturen worden gehouden. Dit werkt efficiënter en goedkoper dan DAC-systemen waarbij de bolletjes in één compartiment blijven dat afwisselend wordt verhit en afgekoeld.

De afgelopen jaren heeft Skytree ingezet op snelle innovatie door ongeveer elke vijf maanden een verbeterde versie van de Skytree Stratus (zie kader) op te leveren. Hoe integreer je innovaties, nu er daadwerkelijk machines aan klanten worden geleverd?

‘We hebben enerzijds een zogenoemd bevroren design vastgesteld voor machines die worden gebouwd voor klanten. Parallel daaraan zijn we bezig met zo’n 800 projecten voor procesverbeteringen. Dat loopt uiteen van kleine tests van een paar dagen tot projecten met een looptijd van een jaar.

Periodiek pakken we een aantal bewezen verbeteringen samen om een volgende productieversie met hogere prestaties op te leveren. De omvang van individuele machines zal daarbij nog kleiner worden.’

Skytree heeft de afgelopen maanden twee overeenkomsten aangekondigd voor het gebruik van de DAC-machines in de Nederlandse glastuinbouw. Welke perspectieven biedt die markt?

‘De behoefte van de glastuinbouw aan alternatieve bronnen van CO2 is de komende jaren zeer groot. We staan nog maar aan het begin van die ontwikkeling. De glastuinbouw vormt ook een belangrijke reden dat we Nederland als thuisbasis hebben gekozen.

Wat daarbij helpt, is dat we onderdeel zijn van een breder ecosysteem: hier bij het hoofdkantoor op het Science Park van de UvA in Amsterdam, maar ook door de banden met Wageningen University en andere instituten. Verder hebben we uitstekende contacten met overheden en sectororganisaties als Glastuinbouw Nederland, en instanties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Lees ook: Britse branchegenoot lijft CO2-filteraar Carbyon in, Eindhoven blijft R&D-hub

Naast de levering van installaties aan individuele tuinders ontwikkelen we ook een hubmodel voor zogenoemde Skyparks. De overeenkomst met energiebedrijf Lingezegen is daar een voorbeeld van. Voor zo’n Skypark zetten we een apart bedrijf op met een partner om via een lokale hub CO2 te leveren aan meerdere afnemers in de buurt. Dit model willen we ook internationaal uitrollen. Dan gaat het bijvoorbeeld om landen als het VK, IJsland en Nieuw-Zeeland, waar aantoonbare CO2-tekorten zijn.’

De recente overeenkomsten voor de Nederlandse glastuinbouw tellen bij elkaar op tot een afvangcapaciteit van zo’n 30.000 ton CO2 op jaarbasis. Hoe kan die capaciteit zich de komende jaren ontwikkelen?

‘We moeten natuurlijk eerst gaan lopen om daarna te kunnen vliegen, maar Skytree werkt aan een reeks projecten en we bouwen aan een meerjarige pijplijn. Als je alleen naar de Nederlandse glastuinbouw kijkt, kunnen we binnen enkele jaren op een afvangcapaciteit van meer dan 100.000 ton CO2 op jaarbasis komen. En dan is het internationale stuk dus nog niet meegerekend.’

Liggen er buiten Nederland nog andere kansen, los van het hubmodel?

‘Absoluut. West-Europese landen die van fossiele brandstoffen af willen, hebben naast elektriciteit uit zon en wind ook duurzame moleculen nodig. Bijvoorbeeld voor het brandstofgebruik van de luchtvaart en delen van de industrie. Om dergelijke toepassingen mogelijk te maken heeft het Duitse Jülich-instituut Skytree afgelopen jaar geselecteerd voor een zogenoemd Power-to-X project.

Het idee is dat je in Noord-Afrika of in Scandinavië met hernieuwbare energie en elektrolysers waterstof produceert. Dat kun je combineren met het filteren van CO2 en water uit de lucht. Dan kun je ter plekke e-methanol maken. Dat is goed transporteerbaar en kan als basis dienen voor diverse e-fuels. Landen als Australië, waar we afgelopen maart onze eerste activiteiten zijn gestart, kijken daar ook naar.’

In hoeverre is er extra kapitaal nodig voor de financiering van de groeiplannen?

‘Vooralsnog leeft Skytree van financiering door early stage-investeerders, aangevuld met leningen en Europese subsidies. Het genereren van eigen omzet begint op gang te komen, maar we zijn nog niet winstgevend. Voor groeifinanciering willen we in het tweede kwartaal van 2027 een Series B-ronde doen van in totaal 21 miljoen euro. Daarvoor zijn we in gesprek met professionele investeerders.

Lees ook: Geld voor cleantech stroomt nog volop, maar niet naar alle klimaatstartups

In de aanloop naar die ronde reserveren we een stukje van het te financieren bedrag voor particuliere investeerders. Op die manier willen we de aandeelhoudersbasis verder verbreden. Via crowdfundingplatform Republic Europe kunnen particulieren tegen een korting alvast deelnemen aan die ronde met kleinere inlegbedragen. Republic Europe heeft overigens een gereguleerde opzet en staat onder toezicht van de Ierse centrale bank.’

Wat is verder belangrijk als het gaat om samenwerkingen voor toekomstige groei?

‘De basis van Skytree wordt gevormd door een geweldig team dat inmiddels tientallen nationaliteiten kent. We zijn daarmee onderdeel van verschillende ecosystemen. Om te beginnen is er de onderzoekskant: op het Science Park in Amsterdam en bij andere kennisinstellingen in Nederland. Daarbuiten werken we met de Universiteit Antwerpen, MIT in de VS en vele anderen.

Het gaat dan vooral om gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van sorbents (de kunststofbolletjes in de machines die CO2 opnemen, red.). Dat blijft belangrijk, want verbetering van het materiaal waarmee je de CO2 uit de lucht filtert, kan het energieverbruik verder omlaag brengen – en daarmee de kosten.

Voor het bouwen van onze DAC-machines hebben we een Europees netwerk van gespecialiseerde toeleveranciers in onder meer Duitsland, Polen en Tsjechië. Die leveren module-onderdelen en zijn direct betrokken bij het design for manufacturing. Dat wil zeggen dat toeleveranciers ons helpen om machines zo te ontwerpen dat zij hun productie zo efficiënt mogelijk kunnen inrichten.

Vervolgens is er de markt, waar we klantrelaties met afnemers ontwikkelen en afstemming zoeken met brancheorganisaties en overheden op verschillende niveaus. Tot slot is er de financieringskant, waar we onder meer contacten onderhouden met professionele investeerders en family offices van vermogende particulieren, plus de bancaire wereld voor bijvoorbeeld de projectfinanciering van Skyparks.

Het uitbouwen van zo’n gelaagd ecosysteem met nieuwe technologie, nieuwe markten, nieuw beleid en veel stakeholders, is precies het specialisme waar ik met mijn ervaring veel kan inbrengen.’

Heeft dat meegespeeld bij je keuze om in 2022 als ceo aan de slag te gaan bij Skytree?

‘De kans om een bedrijf als Skytree op deze manier te laten groeien heeft me zeker enthousiast gemaakt. Helemaal omdat dit een startup is die heel direct voor positieve impact zorgt. Al is het niet zo dat ik daar eerder in mijn carrière niets mee deed.

Lees ook: Ze wilde de baan eerst niet, nu bouwt Kiki Lauwers de eerste gesmoltenzoutreactor van Europa

Bij verschillende bedrijven waar ik heb gewerkt, was er naast de ontwikkeling van de business altijd een extra doelstelling. Zoals het ontwikkelen van technologie tegen cybercrime of de uitbouw van laadinfrastructuur voor de elektrificatie van het transport.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wat Skytree voor mij extra bijzonder maakt, is het idee dat ik mijn carrière straks kan afsluiten met het gevoel dat ik echt iets heb kunnen bijdragen. Mijn kinderen grappen ook wel dat ik nu eindelijk iets serieus aan het doen ben met mijn leven.’

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.

Batterijen bonanza: thuisbatterij met stekker niet aan te slepen, maar de échte run komt in 2027

Vanaf 2027 mogen eigenaren van zonnepanelen de opbrengst daarvan niet meer salderen met hun elektriciteitsverbruik. Dat moet wel zorgen voor een run op thuisbatterijen. De verkoop daarvan is verdubbeld, vooral stekkerbatterijen zijn niet aan te slepen. Toch verwachten experts pas volgend jaar de echte klapper. 'Dan zien mensen op hun factuur hoeveel het scheelt.'

Thuisbatterij

Je kon erop wachten: de opkomst van de thuisbatterij. Nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 wordt afgeschaft, zijn steeds meer eigenaren van zonnepanelen op zoek naar een manier om hun opgewekte energie op te kunnen slaan.

Een huishouden gebruikt gemiddeld slechts ongeveer dertig procent van de opgewekte zonnestroom direct zelf. Door stroomverbruik te verplaatsen naar momenten dat de zon schijnt gaat dat al een stuk omhoog, maar met een thuisbatterij kan het zelfs oplopen tot 65 à 70 procent. Je gebruikt dan tijdens de donkere uren de stroom die je overdag hebt opgeslagen in de accu.

Wie een thuisbatterij combineert met een dynamisch energiecontract en software waarmee je op de stroommarkten kunt handelen, kan nog wat extra geld verdienen door stroom op te slaan tijdens goedkope uren en die terug te leveren tijdens uren met hogere tarieven. Binnenkort kunnen eigenaren in bepaalde regio’s ook een vergoeding krijgen als ze hun thuisaccu ter beschikking stellen aan de netbeheerder om netcongestie te bestrijden.

Minimale verdubbeling verkopen thuisbatterij

Al is bijna onmogelijk in te schatten of een batterij ook op die manier geld oplevert, de markt voor thuisbatterijen groeit al twee jaar flink. In 2025 verdubbelde het aantal batterijsystemen in Nederlandse huishoudens al ruimschoots, tot 167.000 stuks. Dit jaar zal de verkoop van thuisbatterijen weer minimaal verdubbelen, met elke maand weer een hoger volume, al ontbreken volledige cijfers.

De netbeheerders houden alleen de batterijsystemen bij die netjes worden geregistreerd, wat in principe verplicht is. Ze rekenen voor het tweede kwartaal van dit jaar met 21.400 aangemelde thuisbatterijen, meer dan een verdubbeling ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2025. Met twee kanttekeningen: naar schatting van netbeheerders wordt maar 40 procent van de vaste thuisbatterijen aangemeld, en vooral de thuisbatterijen met stekker worden vaak niet geregistreerd.

Stekkerbatterijen niet aan te slepen

En juist die zijn niet aan te slepen, terwijl ze nog helemaal niet zo lang op de markt zijn. Die plug-in batterijen van (Chinese) aanbieders als Marstek, Anker Solix en het Nederlandse HomeWizard zijn handzaam, dankzij hun capaciteit van 2 à 5 kWh, en plug & play: er komt geen installateur aan te pas, maar er zit een stekker aan die gewoon in het stopcontact gaat. Zolang het vermogen de 800 watt niet overschrijdt, wordt het gebruik in de praktijk toegestaan.

In de eerste helft van 2025 werden nog geen 3.000 stekkerbatterijen geïnstalleerd, sinds de zomer worden er elke maand al meer dan 10.000 in gebruik genomen, en het tempo waarin consumenten ze aanschaffen blijft stijgen. Weet Rolf Heynen, die met zijn bedrijf Sunergy een app en systeem voor energiemanagement levert: SlimmeRik. Daarnaast doet Heynen regelmatig marktonderzoek dat hij publiceert. ‘Ik denk dat op dit moment de helft van alle thuisbatterijen een stekker heeft, maar dat kan zeker richting 75 procent gaan.’

Verkoop naar 45.000 batterijen per maand

De markt bereikt namelijk de fase waarin de echt technisch aangelegde enthousiastelingen die thuis graag met elektra experimenteren, worden gevolgd door een grotere massa early adopters. Heynen: ‘De bulk zijn mensen met zonnepanelen die hun eigen verbruik omhoog willen schroeven, maar de geopolitieke onrust helpt ook mee: noodstroom is een groot topic in de discussie over thuisbatterijen. En er zijn genoeg mensen die het gewoon een gave gadget vinden.’

De groei versnelt dus wel, maar de échte groei moet nog komen, stelt Heynen. ‘Bedenk dat we in de hoogtijdagen van de zonnepanelen maandelijks 70.000 systemen installeerden, hè? De batterijverkoop zie ik ook nog wel richting 40 tot 45.000 per maand gaan.’ In 2026 is het namelijk vooral emotie die de markt drijft: beschikken over noodstroom, de wens om zelfvoorzienend te worden in een energiecrisis die om zich heengrijpt.

Emotie nu, rekensom later

De ratio, de rekensommetjes die bezitters van zonnepanelen gaan maken zodra ze merken hoeveel het einde van de salderingsregeling ze kost, krijgt pas in 2027 en 2028 effect. ‘Als mensen hun nieuwe energierekening krijgen en zien hoeveel het ze scheelt.’ Heynen heeft contact met het gros van de meer dan twintig fabrikanten die in Nederland actief zijn ‘of naar deze markt kijken’ en schat op basis daarvan dat in 2027 een half miljoen thuisbatterijen zullen worden verkocht, en in 2028 zelfs 600.000.

Ook in de jaren erna blijft de afzet een paar keer zo groot als in 2025, en dat is ook wel verklaarbaar als je weet dat meer dan 3 miljoen huishoudens zonnepanelen hebben. ‘Ik schat dat eind 2029 tegen de 30 procent daarvan die zal combineren met een thuisbatterij.’ Met meer dan een miljoen geïnstalleerde batterijen zou Nederland niet echt afwijken van landen waar de markt al eerder op gang kwam.

Wie zijn de winnaars?

De batterijmarkt is dit jaar en de komende jaren dus booming, maar wie zijn de winnaars? Opnieuw ontbreken Nederlandse cijfers over marktaandelen, maar het Chinese AlphaESS is de nummer één in vaste batterijen, waarschijnlijk gevolgd door landgenoot Sigenergy. ‘Ze hebben samen wel 40 procent van de markt’, schat Gijs Stevers, die zich als consultant voor allerhande marktpartijen helemaal focust op thuisbatterijen. ‘Op zich heel knap, want ze zitten in het premiumsegment en concurreren niet in de eerste plaats op prijs.’

Dat doet het gros van de andere – meestal Chinese – spelers wel, met name bij de stekkerbatterijen. Daar is het kiloknallen, zeggen de insiders, en zoeken consumenten vooral zoveel mogelijk kilowatturen voor zo weinig mogelijk euro’s.

Na de koplopers volgt een vijftal fabrikanten die elk ook een significante positie hebben, met daaronder het Amerikaanse Enphase en SolarEdge uit Israël. Stevers: ‘Vlak die niet uit: het zijn oorspronkelijk leveranciers van de omvormers die je in een derde van alle zonne-installaties aantreft. Ze kunnen een behoorlijke inhaalslag maken als ze later dit jaar hun nieuwe modellen lanceren en al die klanten een keer zouden aanschrijven.’

Geen eindejaarsrally

Kans genoeg, denkt Stevers. ‘Ik verwachtte een eindejaarsrally op weg naar 1 januari, maar de versnelde groei heeft vooral plaatsgevonden in de lente, na de sluiting van de Straat van Hormuz. In 2026 waren het vaak psychologische redenen belangrijk om een batterij te kopen, maar volgend jaar wordt de business case in combinatie met zonnepanelen alleen maar beter.’

Want zo moet je het wel zien, schetst de marktexpert: meer opgewekte stroom zelf gebruiken, dat is de basis om een batterij terug te verdienen. ‘Daarin schuilt de zekerheid. Daarna heb je meerdere markten en regelingen die voor extra inkomsten kunnen zorgen, maar dat kun je beter als extra’s beschouwen omdat ze moeilijk te voorspellen zijn over een reeks van jaren.’

Nederlandse makers houden stand

Nederlandse batterijmerken zijn er ook. ‘Knap dat die zich in deze markt goed weten te weren’, zegt Stevers. Een aantal plakt zijn merk op een Chinees product, maar er zijn ook partijen die in Nederland produceren. De afgelopen jaren ontwikkelde HomeWizard bijvoorbeeld als binnenlandse pionier zelf zijn thuisbatterij. De broers Maurice en Roel van der Ende  kwamen met de Planetpod, die inzet op design en het gebruik van AI-software en inmiddels in honderdtallen is verkocht. En al in 2022 crowdfundde het bedrijf Charged de Sessy, zijn eerste thuisbatterij die van voor tot achter made in Holland is.

Op de batterijcellen zelf na dan, zegt medeoprichter Roeland Nagel. ‘Maar alle elektronica, de metalen behuizing en de software: we bewijzen dat je in Nederland wel degelijk een product als dit kunt maken.’ Geen Chinees product dus met een Nederlands merklogo erop geplakt, en ook geen in Nederland ontworpen batterij die in China is uitontwikkeld en geproduceerd.

Chinezen en masse naar Nederland

Chinese partijen storten zich en masse op de Nederlandse markt, weet Nagel. ‘Hal na hal, honderden merken zie je als je een vakbeurs bezoekt. Soms kom ik een merk tegen dat ik zelf nog niet ken en zit er een gigantische partij achter die Nederland nog niet in het vizier had.’

De Sessy is continu doorontwikkeld, mede dankzij de feedback die Nagels ingenieurs krijgen van gebruikers en productiepartners, en is er inmiddels ook in een dikke versie van 15 kWh, voor mensen die een langdurige stroomstoring de baas willen blijven. ‘Zelf heb ik een zomer ongemerkt off grid geleefd toen de aardlekschakelaar eruit klapte. Daar kwam ik pas maanden later achter.’

Wat opvalt: van de Sessy zijn er tot nu toe in totaal 8.000 verkocht. Flink wat als je bedenkt dat in 2023 de eerste Sessy werd geleverd, maar feitelijk minder batterijen dan er inmiddels per maand worden gesleten. ‘Het spelersveld is groter geworden, maar ik denk dat wij niet per se mainstream zijn met ons product’, zegt Nagel. ‘We opereren in een hele mooie niche waarin mensen niet per se gaan voor de business case – het terugverdienen van de batterij – maar bijvoorbeeld liever willen dat hun data in Nederland blijft, en dat er nergens een verborgen ‘rode knop’ zit. Dat we honderd procent in Nederland produceren, maakt ons ook wel een vreemde eend in de bijt. Niemand kan claimen wat wij doen.’

Made in Holland, niet de duurste

Elektronica uit Eindhoven, assemblage in Andelst, dat klinkt bijna alsof de Sessy twee keer zo duur is als de grootste concurrenten, maar dat is helemaal niet zo. Charged levert hem onder meer via Eneco, en daar is de 5 kWh Sessy zelfs goedkoper dan de Enphase die ook bij de energieleverancier in de schappen ligt, met prijzen van rond de 2 mille exclusief installatie. Sessy opereert aan de onderkant van het premiumsegment, zegt de maker, ‘Je hebt helemaal niet zoveel volume nodig om concurrerend te kunnen produceren. Als je de ontwikkelkosten maar kunt uitsmeren over voldoende batterijen, en dat lukt goed.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Want ook vanaf dat bescheidener volume gaat het nu hard. ‘We zaten begin september al op het verkoopaantal van 2025. Er worden meer mensen wakker nu de saldering vervalt, na de technische vernieuwers krijgen we een groter publiek, dat moeten we soms nog uitleggen hoe een thuisbatterij werkt.’ En ook hier wordt de echte klapper pas ná 1 januari 2027 verwacht. ‘We durven het nog niet hardop te zeggen, maar we denken volgend jaar keer vier te gaan.’

De rol van de thuisbatterij in het energienet

Terwijl de veelbesproken terugverdientijd vanwege optimistische beloften uit het verleden en de toekomstige nettarieven al bijna het ‘T-woord’ gaat heten, staat één ding als een paal boven water: die talloze batterijen gaan een wezenlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse infrastructuur. Zeker als al die accukastjes gecombineerd worden aangestuurd door de netbeheerders. Heynen: ‘Dit wordt wel de grootste flexibele stroommarkt van het land. Als we dit goed aanpakken, hoeven we veel minder in de uitbreiding van infrastructuur te investeren dan we aanvankelijk dachten.’

Eerst meten, dan bestellen: zó ga je slim om met het chiptekort bij zakelijke laptops

In samenwerking met HP - Laptops worden duurder, leveringen duren langer en sommige uitvoeringen zijn nauwelijks te krijgen. Analisten verwachten dat de krapte nog jaren aanhoudt. Voor ondernemers is dat geen reden tot paniek, wél om beter te kijken wat er echt nodig is, zo stelt Jeffrey de Haan, category manager digital services bij HP.

Chiptekort

Waarom worden ze eigenlijk duurder? Elke laptop heeft werkgeheugen en opslagchips nodig. Datacenters voor AI slokken zóveel van die chips op dat fabrikanten hun productie verschuiven naar servergeheugen, dat meer oplevert. Voor gewone laptops blijft minder over.

Marktonderzoeker Gartner verwacht dat de prijzen van werkgeheugen en opslagchips tegen eind 2026 samen zo’n 130 procent stijgen, waardoor pc’s ongeveer 17 procent duurder worden dan in 2025. En dat blijft nog wel even zo: IDC voorspelt vóór eind 2027 geen wezenlijke verbetering in het chiptekort en een stabiele markt niet eerder dan 2028.

Minder leveringen door chiptekort

Niet alleen de prijs stijgt. IDC rekent voor 2026 op ongeveer elf procent minder geleverde pc’s, met het vierde kwartaal als zwaarste. Vooral goedkope laptops komen onder druk: volgens Gartner kunnen fabrikanten modellen onder de 500 dollar nauwelijks nog maken. Wie nu in één keer een grote partij identieke laptops bestelt, loopt kans op late levering, de verkeerde uitvoering of allebei.

Niet altijd vervangen

Vervangen hoeft niet de eerste stap te zijn. ‘In een markt met leveringsdruk is vervanging niet altijd de eerste of beste optie’, zegt De Haan van HP. ‘De echte hefboom voor organisaties ligt mede in het slimmer inzetten van de bestaande laptopvloot. Dat vraagt om inzicht: niet alleen hoe oud een device is, maar hoe het functioneert, hoe het wordt gebruikt, door wie en met welk resultaat.’

Gerichte maatregelen dus, in plaats van generieke ingrepen. ‘Je ziet dat steeds meer datagedreven organisaties vervangen of upgraden waar het kan en pakken software- en experience-problemen aan voordat ze escaleren tot tickets of productiviteitsverlies.’

Niet iedereen heeft dezelfde laptop nodig

Wie vooral mailt en in de browser werkt, heeft andere eisen dan een ontwerper die de hele dag met Photoshop werkt. Door beiden dezelfde laptop te geven, betaalt een organisatie voor de een te veel en frustreert ze de ander, aldus De Haan. ‘Kies daarom op basis van wat mensen echt doen, niet op functie. En koop gefaseerd in kleinere aantallen.’

Een platform als HP’s Workforce Experience Platform (WXP) levert voor die beslissing de gegevens: hoe gezond een apparaat is, hoe intensief het wordt gebruikt én hoe programma’s presteren. ‘Op basis van telemetriedata en AI-gedreven analyse kan een IT-manager met de insights persona’s bouwen’, zegt De Haan. ‘Wie gebruikt wat, hoe intensief, en op welke momenten zit iemand aan de grenzen van zijn apparaat? Die data is de basis voor elke vervangings- of verlengingsbeslissing.’

Hoe zit het met de BIOS?

Gartner rekent erop dat zakelijke kopers hun pc’s tegen eind 2026 ongeveer 15 procent langer gebruiken. Dan wordt ook de BIOS belangrijk: de software met opstartinstructies van de computer. ‘Daar kan WXP ook inzicht in bieden’, zegt De Haan. ‘Bij veel bedrijven blijven BIOS-updates achter, terwijl oudere versies regelmatig bekende kwetsbaarheden bevatten die de fabrikant al heeft opgelost.’

Chiptekort schaarste als ondernemerskans?

Het chiptekort heeft ook een keerzijde voor ondernemers. Waarom lees je in dit gratis whitepaper. Daarin lees je wat er aan de hand is in de geheugenmarkt, waarom het langer duurt dan een gewone tekortcyclus en waarom ‘gewoon bestellen’ niet meer werkt.
Download gratis het whitepaper Chiptekort dwingt tot regie.

Het beste antwoord op ziekteverzuim? Work wellbeing op de bestuursagenda zetten

In samenwerking met Colbe - Bedrijven geven miljarden uit aan sportabonnementen, welzijnsapps en coaching. Toch blijft het ziekteverzuim stijgen. Colbe, Nederlands grootste netwerk van bedrijven in work wellbeing, heeft daar duidelijk een antwoord op. Work wellbeing op de bestuursagenda zetten. Speciaal voor de boardroom introduceert het een nieuw en uniek raamwerk.

arosha-brouwer-colbe

Colbe is Nederlands grootste netwerk van bedrijven die gespecialiseerd zijn in work wellbeing. Met meer dan 65.000 klanten en meer dan 1,3 miljoen aangesloten werknemers heeft het de schaal om op een positieve manier impact te maken op het ziekteverzuim.

Dat is precies wat Arosha Brouwer, chief impact officer van Colbe, voor ogen heeft. ‘De juiste hulp op het juiste moment bij de juiste persoon krijgen’, vertelt ze tegen MT/Sprout. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt.

‘Als je bijvoorbeeld slecht slaapt, dan is dat meestal niet opgelost met het downloaden van een app. Er zijn onderliggende redenen die je uit je slaap houden, je maakt je bijvoorbeeld zorgen over je financiën of over een kind met leerproblemen. Dat kan geen enkele app oplossen.’

Zulke welzijnsapps staan ook op het lijstje van bedrijven die investeren in een preventieve aanpak van verzuim. Nederlandse werkgevers geven miljarden euro’s uit aan welzijn, van fitnessabonnementen tot online coaching.

Tel daarbij een strak gereguleerde aanpak van verzuim op en een flink uit de kluiten gewassen industrie voor bedrijfsgezondheidszorg. Dat zou toch voldoende moeten zijn om het ziekteverzuim te laten dalen?

Omslag in denken nodig

Nee, het verzuim blijft stijgen. In het eerste kwartaal van dit jaar (5,8 procent) zijn de cijfers volgens het CBS zelfs hoger dan het gemiddelde van de afgelopen dertig jaar. Er is meer nodig: een omslag in het denken.

Bedrijven wijzen al gauw met de vinger naar individuele werknemers, maar dat is te gemakkelijk. Als een complete afdeling kampt met hoge verzuimcijfers, dan ligt het probleem vast niet bij die ene zieke werknemer. Dan zijn er onderliggende, vaak psychosociale oorzaken die impact hebben.

Waarom iemand uitvalt, kan wel degelijk aan het werk liggen. Denk aan het team waar die werknemer deel van uitmaakt, of aan het leiderschap, of aan de werkdruk, of een combinatie daarvan, schetst Brouwer. ‘Dat is veel minder sexy om naar te kijken, want daardoor zou je systemische problemen kunnen blootleggen.’ En daarmee wordt het een vraagstuk voor de directie.

Data zeggen niet alles

Bedrijven worden steeds beter in het verzamelen van data over verzuim, betrokkenheid, of productiviteit, maar die zijn slechts de helft van het verhaal, geeft ze aan. ‘Omdat je niet weet welk gedrag er achter die cijfers schuilt. Waarom presteert iemand plots ondermaats? Dat verdient een gesprek met de manager.’

Daaruit kan bijvoorbeeld blijken dat die werknemer in een echtscheiding zit. Dat er thuis veel drukte en stress is. ‘Een oplossing kan dan zijn dat de collega’s een beetje extra werk op zich nemen, zodat die werknemer acht weken lang één dag per week vrij krijgt, en dan komt het wel goed.’ En met zo’n ingreep wordt uitval wellicht ook voorkomen.

Om echt impact te maken op het gebied van preventie, moeten bedrijven een stevige ommezwaai maken: van het managen van uitval naar het ontwerpen van werk waarin mensen duurzaam kunnen floreren.

Ook het team, het werk, het leiderschap en de organisatie moeten voortaan onder de loep worden genomen. Niet alleen maar reageren op ziekteverzuim, maar werk maken van het begrijpen van de oorzaken en het actief beïnvloeden van de factoren die uitval kunnen veroorzaken.

Een uniek model

Juist die brede strategische aanpak maakt dat dit geen onderwerp is voor HR, maar op de bestuursagenda hoort. Work wellbeing begint echt in de boardroom, geeft Brouwer aan. Om C-level te helpen daarin stevige stappen te zetten, heeft Colbe een uniek raamwerk ontwikkeld, dat volgend jaar wordt uitgerold. Eerst in Nederland, daarna in Europa.

Met het raamwerk – het Work Wellbeing Capability Model – wordt gekeken naar zes niveaus van maturiteit. Van niet voldoen aan de wettelijke vereisten tot de strategische integratie van welzijn over het hele bedrijf.

‘We vermoeden dat de meeste organisaties in Nederland op niveau drie en vier zitten’, geeft Brouwer aan, wat betekent dat ze zich focussen op het terugbrengen van de kosten van het ziekteverzuim en een gefragmenteerde aanpak met verschillende aanbieders organiseren. Daarbij ontbreekt een gedeelde visie.

Ziekteverzuim op de bestuursagenda

Meer weten over de strategische aanpak van ziekteverzuim? De route van verzuimmanagement naar work wellbeing voor de boardroom wordt verder belicht en uitgelegd in de whitepaper van Colbe. Die kun je hier lezen en downloaden

Prioriteit voor leiders

Niveau vijf draait om datagestuurd werken. Bedrijven verzamelen daarbij niet alleen data, ze interpreteren die ook en kijken naar onderliggende mechanismes. Zo proberen ze te achterhalen wat de oorzaak kan zijn van bepaalde ziektegevallen of langdurige afwezigheid.

Bij niveau zes vormt de gezondheid van het personeel een kernonderdeel van waar het bedrijf voor staat. Daarbij staan de manier waarop teams werken, hoe mensen worden beloond, hoe mensen worden ingezet en ondersteund, echt centraal in de manier waarop die organisatie wordt geleid.

Het welzijnsbeleid en de -strategie worden vastgesteld door het management en uitgevoerd door leidinggevenden. ‘Leiders geven in een volwassen organisatie duidelijk prioriteit aan de gezondheid en het welzijn van zichzelf, hun gezin en het leiderschapsteam. En ze moedigen andere teams aan om dat ook te doen. Ze scheppen een cultuur waarin iedereen weet dat dit belangrijk is.’

Dankzij het nieuwe raamwerk weten bedrijven precies waar ze staan. En daarmee weten ze ook op welke gebieden ze vooruitgang en winst kunnen boeken. En die voortgang kan bovendien elk jaar worden opgevolgd. ‘Het grootste voordeel is dat alles open op tafel komt te liggen en erover gesproken kan worden.’