Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Oogst van de week

What’s new op de boekenplank? Onontbeerbaar voor de manager: het wekelijkse overzicht van recente publicaties.

>> Bekijk ook de vorige oogst en de MT boekrecensies

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Meer burn-outs voorkomen? Leer als leider de vroegtijdige signalen beter lezen

Werknemers die vaker te laat komen, deadlines missen of op vrijdag thuisblijven. Signalen van een naderende burn-out zijn er vaak al maanden voordat iemand uitvalt. Toch pikt slechts één op de elf leidinggevenden ze op. Daar valt dus nog veel winst te behalen. 'Zelfs als je die veranderingen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken.'

burn-out-signalen
Slechts 1 op de 11 leidinggevenden pikt de vroegtijdige signalen van een burn-out op. Foto: Getty Images

Burn-outs ontstaan niet van de ene op de andere dag. Ze beginnen veel subtieler. Mensen raken sneller geïrriteerd, hebben moeite met hun concentratie, voelen zich opgejaagd of juist lusteloos. Meer dan 70 procent van de mensen die zich ziekmelden met burn-out klachten voelt eigenlijk al maandenlang dat het niet goed met ze gaat.

Bij 42 procent speelt dat gevoel zelfs al zes maanden tot een jaar lang, blijkt uit onderzoek uit 2025 van het Nederlandse bedrijf Acture, specialist in vitaliteit, verzuim en verzekeren. ‘Het schrikbarende is dat slechts één op de elf leidinggevenden merkt dat er iets aan de hand is’, zegt Acture-ceo Annabelle Hagoort, tegen MT/Sprout.

Vandaag heeft één op de vijf werkende Nederlanders last van lichte tot zware burn-out verschijnselen. Dat zijn 1,5 miljoen mensen. Hagoort pleit voor veel meer preventie direct op de werkvloer. Dat hoeven geen grote en meeslepende programma’s te zijn. Er is al veel winst te behalen in de kleine dagelijkse dingen die managers kunnen doen.

Signalen zijn informatie

Dat betekent niet dat leidinggevenden nu therapeutische gesprekken moeten gaan voeren over mentaal welzijn. Daar zijn ze niet voor opgeleid. Oprechte interesse tonen in de mensen is al een enorme stap vooruit.

‘Als je goed oplet als leidinggevende dan herken je die veranderingen wel. Mensen zijn vaker te laat, missen deadlines, sluiten niet meer aan bij de borrel. Dan kun je daar ook iets mee. Je kunt in gesprek gaan van mens tot mens en onderzoeken wat iemand nodig heeft. Met die ondersteuning worden ook werknemers geactiveerd om verantwoordelijkheid te pakken in hun eigen welzijn.’

Zulke signalen zijn een hele belangrijke bron van informatie voor leiders, vult Patrick Nijhoff aan. En die worden nog te vaak genegeerd. Hij is auteur van het net verschenen De Bedrijfsburn-out. Als organisatieontwikkelaar is hij al meer dan dertig jaar bezig met vitale organisaties. Dat zijn organisaties die mensen niet uitputten, maar energie geven.

Lees ook: Burn-out kost 60.000 euro, dus de businesscase is snel gemaakt

Werk anders inrichten

Hij ziet dat de belangrijkste oorzaak voor burn-outs ongemoeid blijft: hoe het werk is ingericht. Overbelasting wordt nog altijd beloond. Bureaucratische processen zorgen voor voortdurende stress. Leiders sturen nog te veel op processen, rapporten en targets, geeft hij aan.

Het is niet eens zo ingewikkeld om erachter te komen wat schuurt. Luister bewust naar wat mensen zeggen bij de koffieautomaat, bij vergaderingen of tussen de regels door. ‘De organisatie blijft in het groen bij uitspraken als: we doen het samen, dit gaat ons lukken of wat heb jij van mij nodig’, zegt hij tegen MT/Sprout. ‘Problemen zijn er altijd, maar die worden besproken en getackeld. Met volle energie.’

Als de samenwerking wat stroever begint te lopen, reacties vertragen, de service minder scherp is, dan is de gele fase op komst. Het moment waarop aan mensen vaak wordt gevraagd nog even gas te geven. Maar eigenlijk zijn ze daarvoor al te vermoeid en beginnen de foutjes erin te sluipen.

Iedereen in het rood

‘Dit is de fase waar het meest overheen wordt gewalst in bedrijven. Deze signalen worden snel weggewuifd met het is nu even druk, maar volgend kwartaal wordt het minder druk. Of de mensen moeten nog wennen aan een nieuw systeem of aan de fusie. Terwijl juist daar de aandacht naar toe zou moeten gaan. Wat betekent dat dan, dat het even druk is, want voor je het weet, wordt er nog een tandje bijgezet en loopt iedereen op z’n tandvlees.’

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer sales opnieuw een grote klant binnenhaalt, terwijl de productie niet kan volgen. En toch blijven zulke orders over de schutting gegooid worden. Dan verzucht de werkvloer dat er niet geluisterd wordt naar de mensen. Of dat al zo vaak is gezegd dat er geen project meer bij kan. ‘Dat is de rode fase waarin je mensen echt aan het overbelasten bent.’

Andere vroegtijdige waarschuwingen zijn dat er helemaal niks meer wordt gezegd. Dat mensen op vrijdag vaker vrij nemen, meer thuis gaan werken, overdag gaan sporten ‘om te ontkoppelen’. Ook een klacht van een klant, een manager die aan de bel trekt over werkdruk of een enthousiaste teamspeler die gedemotiveerd raakt, is een teken aan de wand.

Lees ook: Vierdaagse werkweek is een effectieve en goedkope oplossing tegen burn-out

Levensfases hebben impact

Alleen worden die signalen afgehandeld als incidenten, merkt Nijhoff op. Zulke meldingen komen vaak terecht bij verschillende afdelingen, bij HR, de ondernemingsraad of de klantenservice. Daardoor wordt het grotere patroon niet gezien. ‘Iedereen hoort wel wat de signaaltjes in zijn of haar silo, maar ze denken vervolgens allemaal dat het wel overwaait.’

Uit data valt ook enorm veel te leren, sluit Hagoort aan. Acture heeft inmiddels gegevens verzameld van de 1,3 miljoen ziekmeldingen die het bedrijf behandeld heeft. Ze wijst erop iedereen zo’n beetje door dezelfde levensfases gaat. De eerste baan na het afstuderen, het stichten van een gezin, en op latere leeftijd vaak een periode met mantelzorg.

‘Die life-changing events hebben gewoon impact op hoe mensen werk doen. Iedere werkgever krijgt daarmee te maken. Daar kun je je gewoon op voorbereiden. Je kunt je mensen helpen door op dat moment meer rekening te houden met hun thuissituatie en het werk daarop ook in te richten. Daarbij is de werknemer natuurlijk ook zelf verantwoordelijk voor het eigen welzijn.’

Zorgen over pensioen

Zo viel bij een grote autoproducent in Duitsland een afdeling op met kort maar wel veelvuldig verzuim. Nader bekeken speelde ook hier de levensfase een grote rol. Het waren vijftigplussers die zich ernstig zorgen maakten over hun pensioen en het combineren van werk met mantelzorg, vertelt Hagoort.

Ze vroegen zich af ze hun hypotheek nog konden betalen, of ze vrijwilligerswerk konden gaan doen, of ze nog een opleiding konden volgen. Daar is vervolgens op ingespeeld met een dag waarop iedereen vragen kon stellen aan financiële experts, pensioen- en carrière-adviseurs.

‘Mensen willen in principe zelfredzaam zijn, ze willen eruit komen, en met zo’n dag waren ze dus ook echt geholpen.’ Het jaar daarop bleek het ziekteverzuim enorm gedaald. De mensen gingen ook gemakkelijker met hun leidinggevende in gesprek. Over dat ze over twee jaar met pensioen willen. Over hun rol als mantelzorger en wat dat betekende.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

‘Als werkgever kun je er met advies, coaching of training voor zorgen, dat mensen weer grip op hun leven krijgen. En meer grip brengt rust.’ Die rust betaalt zich vanzelf terug met minder verzuim en meer betrokkenheid.

Zelf een beginnetje maken

Managers die signalen negeren en ze niet bespreekbaar maken, vergeten dat het de individuele werknemer is die uiteindelijk de prijs betaalt. Uitvallen met een stevige burn-out kan zo zes maanden tot een jaar duren. Daarom is afwachten geen optie, managers moeten in beweging komen, vindt Hagoort.

‘Zelfs als je die veranderingen in gedrag en signalen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken. Ga een uurtje per week de werkvloer op, drink vaker een kop koffie met iemand. Je kunt ook gewoon de vraag even stellen op een maandagochtend. Hoe zit je erbij? Is er iets wat je wil bespreken? Kan ik je helpen om je werk te kunnen doen. Klopt het voor jou nog hier? Change happens one conversation at a time.

Duurzame inzetbaarheid moet bij elk gesprek het vertrekpunt zijn, vindt ze. ‘Mensen moeten zich al sinds de industriële revolutie continu aanpassen aan werk. Ik zou het graag andersom zien. Hoe kun je het werk aanpassen aan wat de mens nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen om dat werk te doen? Dat is de sleutel om mensen op de arbeidsmarkt gezond, vitaal, duurzaam inzetbaar te houden.’

Lees ook: Microstress: hoe kleine stressmomentjes kunnen leiden tot een burn-out

Must reads week 23: AI-managers, Sandra Phlippen en spectaculaire Tata-transfer gaat in rook op

De redactie heeft voor jou de beste artikelen van afgelopen week geselecteerd. Dit keer: Donald Pols viel over zijn stilzwijgen, de nuchtere blik van ABN Amro's duurzaamheidsbaas Sandra Phlippen en waarom de oprukkende AI-manager slecht nieuws is voor werknemers.

Anderhalve dag. Langer duurde het dienstverband van Donald Pols bij Tata Steel niet. Foto: Getty Images

AI-managers rukken op, en dat is voor werknemers geen goed nieuws

Steeds meer bedrijven vervangen menselijke managers door algoritmes. AI-systemen maken roosters, beoordelen prestaties, delen werk toe en bepalen zelfs vergoedingen. Dat levert efficiëntie op, maar werknemers ervaren een andere realiteit: meer controle, minder autonomie en een groeiend gevoel van machteloosheid. Van Uber-chauffeurs tot consultants en softwareontwikkelaars: de AI-baas is bezig aan een snelle opmars.

Waarom moet je dit lezen? MT/Sprout-redacteur Karin Swiers onderzoekt een ontwikkeling die veel verder gaat dan platformwerk. AI-management verovert ook de traditionele werkvloer. Het artikel laat zien hoe algoritmes besluitvorming overnemen, werknemers intensief monitoren en bestaande machtsverhoudingen veranderen.

👉 Lees hier: AI-managers rukken op, en dat is voor werknemers geen goed nieuws

‘Dat een leider charismatisch moet zijn, is hardnekkige onzin’

Amy Brix maakte carrière bij Unilever, leidde een fabriek bij voedingsbedrijf Westland en staat sinds deze maand aan het roer van Verisure Nederland. In deze nieuwe serie in aanloop naar de Next Leadership 50 (NL50) van 2026 deelt ze haar belangrijkste lessen over leiderschap, verandering en executie. Haar boodschap: leiders moeten begrijpen hoe het werk werkelijk wordt gedaan.

Waarom moet je dit lezen? Een openhartig gesprek met een NL50-alumna over de praktijk van leiderschap. Over omgaan met weerstand, het belang van draagvlak en de valkuil dat ambitieuze leiders te veel zelf willen oplossen. Met inzichten die direct toepasbaar zijn voor managers en bestuurders.

👉 Lees hier: Amy Brix: ‘Dat een leider charismatisch moet zijn, is hardnekkige onzin’

Donald Pols viel niet alleen over zijn verleden, maar ook over zijn stilzwijgen

Anderhalve dag. Langer duurde het dienstverband van Donald Pols bij Tata Steel niet. De voormalige directeur van Milieudefensie moest vertrekken nadat zijn verleden als leider van een extreemrechtse Zuid-Afrikaanse studentenbeweging aan het licht kwam. Maar volgens governance-experts was niet alleen dat verleden het probleem. Vooral het feit dat Pols daar tijdens zijn sollicitatieprocedure geen openheid over gaf, werd hem fataal.

Waarom moet je dit lezen? MT/Sprout-redacteur Wilke Wittebrood gebruikt de zaak-Pols als aanleiding voor een bredere les over reputatie, vertrouwen en leiderschap. Hoe ga je om met fouten uit het verleden? En waarom is transparantie vaak belangrijker dan het verleden zelf?

👉 Lees hier: Donald Pols viel niet alleen over zijn verleden, maar ook over zijn stilzwijgen

Sandra Phlippen: ‘Banken kunnen de transitie niet sturen, alleen financieren’

Sandra Phlippen verruilde haar prestigieuze functie als hoofdeconoom van ABN Amro voor de rol van chief sustainability officer. Opmerkelijk, want juist de duurzaamheidsafdeling van de bank kreeg onlangs te maken met een stevige reorganisatie. Toch ziet Phlippen volop kansen om meer impact te maken. Niet door grote woorden, maar door duurzaamheid rechtstreeks te verbinden aan businesscases en investeringsbeslissingen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Waarom moet je dit lezen? Wilke Wittebrood spreekt met een van de invloedrijkste economen van Nederland over de rol van banken in de energietransitie. Een nuchter verhaal over klimaatbeleid, economische realiteit en waarom banken volgens Phlippen niet de wereld kunnen redden, maar wel een cruciale rol spelen in de financiering ervan.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

👉 Lees hier: Duurzaamheidsbaas ABN Amro Sandra Phlippen: ‘Op papier heb ik hele slechte kaarten, toch zie ik het helemaal zitten’

Defensie keert Palantir de rug toe: wie is de omstreden ceo Alex Karp?

Defensie wil binnen twee jaar afscheid nemen van de software van Palantir. Daarmee komt opnieuw de aandacht te liggen op ceo en medeoprichter Alex Karp: filosoof, miljardair en zelfverklaard verdediger van de westerse beschaving. Zijn bedrijf levert geavanceerde AI- en data-analysesoftware aan overheden, inlichtingendiensten en legers wereldwijd, maar roept tegelijkertijd stevige ethische vragen op.

Waarom moet je dit lezen? Een fascinerend profiel van een van de machtigste én minst begrepen techleiders van dit moment. Over technologie, geopolitiek, defensie en de vraag hoeveel macht we willen geven aan bedrijven die de infrastructuur bouwen voor de AI-gedreven wereldorde van morgen.

👉 Lees hier:  Alex Karp is misschien wel de gevaarlijkst ceo van Silicon Valley

Hier vind je het belangrijkste nieuws van week 23 2026:

  • EU en China stevenen af op handelsoorlog en Flink en Picnic stunten met prijzen (maandag 1 juni)
  • Cryptobedrijf Knaken uit de lucht, klanten zijn bezorgd en oud-ASML’ers halen 20 miljoen op voor meetmethode chips (dinsdag 2 juni)
  • Tata ontslaat Donald Pols na 1 dag en Anthropic brengt omstreden AI-tool Mythos naar Nederland (woensdag 3 juni)
  • EU wil 3 keer meer datacenters en Picnic start met maaltijden (donderdag 4 juni)
  • Raad van toezicht Milieudefensie stapt op na stilhouden verleden Pols en Omoda lijft het veel grotere Wehkamp in (vrijdag 5 juni)

Peak-oprichter Johan van Mil vertrekt na 19 jaar: ‘Er is nu meer geld beschikbaar dan goede bedrijven’

Peak, het eerste 'ondernemende' venture capitalfonds van Nederland, begon ooit als informeel clubje angels. Nu vertrekt medeoprichter en managing partner Johan van Mil en laat hij een flinke Europese investeerder achter. Maar nog steeds draait alles om ondernemers. 'We wilden geen institutionele investeerders.'

Een jaar in een ver land bivakkeren? Die zeiltocht rond de wereld waar hij het weleens over heeft? Johan van Mil, medeoprichter van venture capitalfirma Peak, houdt ook na 19 jaar buffelen zijn sabbatical overzichtelijk. Er gaat geen roer radicaal om: een halfjaar moet genoeg zijn om deze deur achter zich te sluiten, om een volgende rit te kunnen openen.

‘Ik heb een hele grote tuin die ik flink wil aanpakken, ik ga hiken met vrienden en heb een paar weken retraite gepland, zeiltripjes, dat soort dingen. En ik wil tijd doorbrengen met mijn kinderen, want die wonen ook niet meer eeuwig thuis.’ Kopjes koffie? Ja, die drinkt hij regelmatig. Maar niet om zich nu direct voor businessplannen te laten porren. ‘Ik hoef even helemaal niks van mezelf de komende tijd. Is ook weleens fijn.’

Vertrek bij Peak

Eind mei maakte Van Mil via LinkedIn bekend dat hij vertrekt als managing partner bij Peak: ‘Time to move on‘. Er staat een prima team klaar om de boel te runnen, dus het voelde als het juiste moment ‘om een stap terug te doen en ruimte te maken voor de volgende generatie.’

Wat nu officieel is, had hij eigenlijk drie jaar geleden al besloten. Dat was tijdens een reflectiereis zoals hij die binnenkort weer gaat maken. ‘Ik heb altijd geloofd dat het uiteindelijk de taak van een ondernemer is om zichzelf overbodig te maken in het bedrijf. Daarvoor moet je mensen aannemen die veel beter zijn dan jij. Dat is me in al die jaren goed gelukt.’

250 miljoen van Europese founders

‘Daar hoort bij dat je ze moet vertrouwen, en moet kunnen loslaten. Het volgende Peak-fonds wilde ik overdragen aan die nieuwe generatie. Ik heb mijn rol de afgelopen tijd stelselmatig afgebouwd en ben ook uit het investment committee gestapt.’

Wat Van Mil aan dat team partners overdraagt, is een firma met bijna 250 miljoen in zijn fondsen, afkomstig van meer dan 250 Europese founders en kantoren in Amsterdam, Stockholm en Berlijn. Nogal een contrast met dat clubje waarmee het begon.

The other side of the table

Serie-ondernemer Van Mil had al een trits eigen bedrijven achter de rug voordat hij in 2007 als investeerder ‘the other side of the table‘ opzocht. Hij was betrokken bij online telefoongids Scoot, was samen met mediaondernemer Willem Sijthoff medeoprichter van The Floor, een financiële nieuwswebsite die eerst BNR Nieuwsradio overnam en later opging in de FD Mediagroep.

Digitale marketing – toen nog vooral via e-mail – kwam in die tijd flink op gang, en Van Mil werd dankzij een van zijn volgende bedrijven voorzitter van IPAN, de brancheclub van digitale media-ondernemers. Door de dotcomcrisis ging IPAN bijna door het putje. Maar het team dat de boel overeind wist te houden, kreeg daardoor wel een bijzondere band.

Informeel investeringsclubje

Met onder anderen IPAN-collega’s Heleen Dura-Van Oord en Christiaan Alberdink Thijm en zijn hockeymaatje Hein Siemerink startte Van Mil Peak Capital. Een informeel investeringsclubje dat samen een miljoen euro had ingelegd.

‘Ik was zelf als angel aan het investeren met nogal wisselend succes. Het idee was: laten we onze krachten en netwerken bundelen. Elke maand kwamen we bij elkaar, maar dat was bepaald geen gestructureerd overleg’, lacht hij. ‘Het was meer: kijken wie zich via onze netwerken gemeld had en geld nodig had.’

Dat Peak I investeerde in die vroege fase toch al in succesvolle startups als Radionomy en Seatme, dat later samenging met restaurantreserveerder Iens. ‘Dat werd gekocht door Tripadvisor en is uiteindelijk ook een erg mooie exit geworden. Net als Radionomy, dat door het Franse beursgenoteerde Vivendi werd gekocht.’

Huiswerk dankzij de Seed Capital-regeling

Na dat eerste miljoen smaakte zo’n venture capitalfonds runnen naar meer. Het volgende Peak Capital-fonds kon zijn omvang verdubbelen dankzij een achtergestelde lening van wat tegenwoordig de Seed capital-regeling van RVO is. De voorwaarden van EZ zorgden wel voor meer papierwerk, en de noodzaak om een Investment Committee op te tuigen en te rapporteren.

Lees ook: Seed Capital-regeling hielp 831 startups groeien, tijd voor een variant voor scaleups?

‘Dat was best een schok’, zegt Van Mil. ‘Wat eerst liefdewerk oud papier was, leverde ineens veel meer huiswerk op. Maar het is ook logisch dat je aan regels wordt gehouden. En de regeling heeft enorm bijgedragen aan de ontwikkeling van het venture capital in Nederland.’

In die periode deden Van Mil en zijn ondernemende mede-investeerders nog maar één investering per jaar, terwijl ze zelf hun eigen bedrijven runden. ‘Als we het allemaal zagen zitten, stapten we pas in.’

Ondernemers naast de founder

Opnieuw stapten Van Mil c.s. in klinkende namen als Catawiki en online meubelwinkel Flinders. De founders wisten Peak goed te vinden, onder meer via de ondernemers erachter. Daar kwamen ze ook juist op af, stelt hij. ‘Als je met een ondernemer praat, heb je gewoon een andere dynamiek dan met iemand die vanuit de advieskant nadenkt. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het maakt echt verschil.’

Tegenwoordig zijn er zat fondsen die beloven dat ze founders kunnen helpen met de entrepreneurs uit hun netwerk. Startupondernemers zijn daar zelf vaak sceptisch over. Van Mil is het met ze eens. ‘Je kunt een entrepreneur in residence hebben of een adviseur in je netwerk. Maar het is iets anders als iemand die zelf ervaring heeft naast een founder gaat zitten om een probleem op te lossen.’

Fulltime job met Peak Capital

In die early days van Peak waren er nog weinig venture capitalfondsen in Nederland, en al helemaal geen partijen die in de allervroegste fase investeerden in startups. Zelfs Startupbootcamp en Rockstart moesten nog worden uitgevonden.

In 2015 werd het serieuzere business, en voor Van Mil voortaan een fulltime job. Hij werd daardoor van ondernemer investeerder, en bewust. ‘Mijn vader was ondernemer en miste heel veel dingen in ons gezin’, zegt hij. ‘Dat ga ik anders doen, had ik besloten. Het is voor mij één van de redenen geweest om ooit over te stappen. Ik had in die tijd jonge kinderen en was ook nog interim-voorzitter van brancheclub DDMA. Als founder werkte ik toen 80 tot 100 uur per week in en aan mijn bedrijf.’

Fundathons, open office hours

Samen met nieuwe partner Stefan Bary lanceerde hij een soort all star fonds, als je kijkt naar de ondernemers die hun geld erop inzetten. Marcel Beemsterboer (Vakantieveilingen), Marco Aarnink (Drukwerkdeal), Peter Driessen (Spil Games): grote namen destijds. Peak ging actief kennis en zijn netwerk delen, organiseerde fundathons en open office hours. ‘We gaven feedback op elk plan dat we binnenkregen, ook als het niks werd. We beantwoordden altijd elke mail van ondernemers.’

Bij de volgende schaalsprong werd Nederland te klein voor Peak. ‘De concurrentie groeide, het werd interessant voor vc’s om internationaler te werken en onze analyse wees uit dat er in Europa kansen lagen in de Nordics, de DACH-regio en de Benelux.’

Netwerk bouwen in Berlijn

Peak IV, gelanceerd in 2019 met 66 miljoen euro in kas, was daarmee het eerste Europese fonds, met een kantoor in Berlijn. ‘Als je internationaal gaat kun je dat op verschillende manieren doen. Vanuit Nederland, of je co-investeert met een lokale partij. Maar wij hebben het de moeilijke manier gedaan’, zegt Van Mil. ‘We hebben mensen neergezet die een lokaal netwerk konden opbouwen.’

In Berlijn waren nog geen onafhankelijke venture capitalbedrijven die zich richtten op de vroege fase. Het was al jaren een hotspot voor de grote Amerikaanse fondsen, maar voor hen waren de tickets die Peak bood te klein.

‘In Duitsland hadden we eigenlijk minder concurrentie dan we dachten. Er waren veel investeerders, maar weinig fondsen die op onze manier werkten. En Duitsers en Nederlanders gaan goed samen’, zegt Van Mil. ‘Ze waarderen de directe, ondernemende mentaliteit. Veel Duitse founders weten dat ze als ze moeten internationaliseren, een Europees fonds een logische partner is.’

125 miljoen van Europese ondernemers

Stockholm volgde op dezelfde manier. En wat hetzelfde bleef: de investeerders achter het fonds, de zogeheten limited partners of LP’s, waren stuk voor stuk zelf ondernemer, onder wie oprichters van startups waarin Van Mil eerder had geïnvesteerd.

Lees ook: Investeerder Peak lanceert fonds van 150 miljoen: ‘Wij geloven niet in de Gorillas en Getirs’

Vanwege zijn internationale scope haalde het volgende Peak-fonds de 125 miljoen euro daarom op bij Europese ondernemers. Twee keer per jaar komt een flink deel daarvan bijeen. Niet alleen om de resultaten te bespreken, maar ook voor het netwerk en om ondernemers uit de portefeuille te ontmoeten. ‘Je ziet dan vaak dat iemand uit het netwerk naar een founder toestapt en zegt: ik wil daar wel mee helpen.’

Geen instituten als investeerders

‘De ondernemende cultuur willen we vasthouden’, zegt Van Mil. Peak heeft dus geen instituten als investeerder achter zich. ‘Die willen vaak een stoel in het investment committee, willen meekijken in het risicobeheer, willen dat je een bepaald percentage in een bepaalde sector stopt. Dat past niet bij hoe wij werken.’

Dat maakte het fundraisen voor de fondsen niet echt lastiger. ‘Nee hoor, we hadden veel meer kunnen ophalen, bij dat laatste fonds makkelijk 200 miljoen. Maar dan moet je meer mensen aannemen voor governance en reporting. Je krijgt meer overhead en dat verandert de dynamiek van je fonds.’

Meestal thuis mee-eten

Vergeleken bij dat eerste miljoen dat bij de pizza’s werd verdeeld is het Europese Peak (dat Capital ging er op een gegeven moment af) een flink bedrijf. Van Mil zat zelf bijvoorbeeld 2 à 3 dagen per week in het buitenland. ‘Ik heb tot nu toe wel elke founder in de ogen gekeken – maar steeds vaker online. Als ik ‘s avonds naar Berlijn vloog, kon ik na 2 dagen vol meetings toch weer thuis mee-eten. Dat is me in al die jaren meestal wel gelukt. Ik was hockeycoach, kon vrijwel alle schooldingen van mijn kids bijwonen.’

Lees ook: Ex-Adyenners met 28 startups goed voor 1,8 miljard euro

Zijn functie als managing partner was daarbij wel compleet veranderd. Wat ook de bedoeling was van de ondernemer die zichzelf onmisbaar wil maken. ‘Ik denk dat ik uiteindelijk de meeste tijd stak in recruiten. Het beste team bouwen – en als we mensen moesten laten gaan, kwam dat ook op mijn bordje. Een tweede taak als leider: bepalen in welke richting we gingen als Peak, in een omgeving die telkens verandert. En natuurlijk was ik betrokken bij nieuwe investeringen en de portfolio.’

Startuplandschap compleet veranderd

Het Nederlandse startuplandschap van 2026 is compleet veranderd sinds 2007. Nu zie je tientallen fondsen, honderden angel investors en een permanente stroom aan startup-evenementen. Maar volgens Van Mil is het belangrijkste verschil de hoeveelheid kapitaal.

Er is meer kapitaal dan ooit, de concurrentie om de beste deals is heviger. ‘Bij Peak 1 en 2 was er nog meer vraag naar geld dan aanbod’, zegt Van Mil. ‘Nu is het omgekeerd. Er is meer geld beschikbaar dan er goede bedrijven zijn om in te investeren. Wij moeten tegenwoordig echt vechten voor iedere deal. En dat vind ik heel goed. Je moet echt waarde toevoegen als investeerder.’

Starten veel laagdrempeliger

Een tweede groot verschil met die early days: de drempel om een bedrijf te starten is opnieuw lager geworden door AI en flexibele contracten. ‘Vroeger moest je lange huurcontracten afsluiten, servers kopen, software aanschaffen, telefoonabonnementen afsluiten. Het is oneindig veel laagdrempeliger geworden. Dat betekent niet automatisch dat succes eenvoudiger is, je hebt als founder immers ook veel meer concurrentie, maar wel dat experimenteren goedkoper is geworden.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Volgens Van Mil verschuift daardoor ook de rol van investeerders. Het gaat minder om financiering en meer om het ondersteunen van groei en helpen bij het vinden van belangrijke teamleden en strategische keuzes. Zelf houdt Van Mil zich daar voortaan niet meer mee bezig; hij doet nadrukkelijk de deur achter zich dicht bij Peak.

‘Het bedrijf staat helemaal op eigen benen’, zegt hij. ‘En dat is precies wat je wilt als ondernemer. Ik ga me ook nergens mee bemoeien, word geen commissaris of zo. Ik heb zelf in eerdere levens gemerkt dat je dan in de weg gaat lopen en het team niet tot volle wasdom komt. Als je de deur dichtdoet, gaan er altijd andere deuren open. Maar je moet die deur wel eerst dichtdoen.’

Hoe je opschaalt zonder je ziel te verliezen, volgens de baas van Fairphone

Hoe schaal je een impactbedrijf op zonder je ziel te verkopen? Raymond van Eck, ceo van Fairphone, deelt de harde lessen van een bedrijf dat het midden moet zien te vinden tussen idealisme en commerciële realiteit. 'Zodra je impact-model groter begint te worden, gaat de bestaande waardeketen ineens met je concurreren.'

Raymond van Eck Fairphone
Fairphone was te veel een nichemerk, zegt ceo Raymond van Eck. 'Duurzaamheid is nu het tweede laagje.' Foto: Fairphone

De overgang van een idealistische startup naar een volwassen scale-up is misschien wel de moeilijkste fase voor een impact-gedreven bedrijf. In mijn professionele carrière heb ik meermaals gezien hoe complex deze transitie is. Je laat de pioniersfase ver achter je en bouwt keihard aan schaalgrootte. Maar hoe blijf je in die fase relevant? Hoe word je echt competitief? En nog belangrijker: balanceren, hoe schaal je op zónder dat het ten koste gaat van je missie?

Voor alle founders en leiders van impact-bedrijven deel ik hierbij mijn belangrijkste ‘lessons learned’ van de afgelopen jaren over het opschalen van idealen in een commerciële realiteit.

1. Verwar je missie niet met je propositie

Dit is misschien wel het lastigste inzicht voor missie-gedreven bedrijven. Om succesvol te schalen, móét je competitief zijn. Dit betekent concreet: je maakt in de allereerste plaats een héél goed product of een uitstekende dienst. Dát is je propositie.

Duurzaamheid of impact is uiteindelijk de reden dat klanten zich extra goed voelen over de aankoop die ze stiekem toch al wilden doen, maar ‘de wereld redden’ is zelden het enige (of eerste) aankoopargument van de gemiddelde consument. Jouw missie is je onwrikbare fundament, maar je propositie moet strak genoeg zijn om de bredere markt te overtuigen.

2. Daag continu je eigen status quo uit (‘what got you here won’t necessarily get you there’)

In de transitie naar een scale-up is dit de harde realiteit. De processen, de systemen en soms helaas ook de teamdynamiek die cruciaal waren in de opstartfase, zijn later vaak precies de ankers die je tegenhouden. Als je blijft opereren als een startup, stagneert de boel. Om relevant te blijven, moet je als leiderschapsteam extreem nieuwsgierig blijven. Challenge constant je eigen status quo.

Vraag jezelf bij alles af: doen we dit nog steeds omdat het echt werkt op deze nieuwe schaal, of puur omdat we het altijd al zo deden? Opschalen betekent professionaliseren, afscheid nemen van je eigen heilige huisjes en de structuur van je organisatie continu opnieuw durven uitvinden.

Lees ook: Fairphone wil een miljoen toestellen per jaar verkopen

3. Verander het systeem van binnenuit (maar speel je eigen spel)

Als je een industrie wilt veranderen, moet je er middenin durven staan. Als je met een oordelend vingertje aan de zijlijn blijft staan als het ‘sympathieke, kleine alternatief’, zal het systeem je simpelweg negeren. Je moet de arena in en durven mainstream te worden.

Maar let op: stap die arena wél binnen met een eigen spelstrategie. Ga niet proberen het speltype te spelen van de huidige grootmachten in je markt; die wedstrijd verlies je bij voorbaat vanwege hun gigantische budgetten en schaalvoordelen. Verander het systeem van binnenuit, maar doe dit theatraal vanuit je eigen unieke sterktes, waarden en compleet op jouw voorwaarden.

4. Opschalen is zelden lineair: blijf wendbaar en experimenteer

We denken te vaak dat schalen gewoon ‘meer van hetzelfde’ is. Maar de praktijk is weerbarstig. Zodra je impact-model groter begint te worden, gaat de bestaande waardeketen (die zijn eigen status quo wil verdedigen) ineens reageren of met je concurreren.

Echte systeemverandering is geen lineaire lijn omhoog. Je hebt keiharde data en dashboards nodig om je koers te checken, maar vooral de moed om keihard te pivoten als je merkt dat de impact stagneert. In deze fase is veel nog ‘onontdekt’; focus je aandacht dus op blijven experimenteren, leren en razendsnelle iteraties maken.

Lees ook: Fairphone-ceo: ‘Ben ik het stereotype geworden?’

5. Over-communiceren en blijf trouw aan je ‘Raison d’Être’

Terwijl je propositie, je processen en je marketingboodschap continu veranderen om de groei bij te benen, mag één ding nooit wankelen: je missie. Waarom ben je hier? En nog belangrijker in de scale-up fase: snapt iedere nieuwe medewerker dat nog?

Een universele les uit succesvolle groeitrajecten is simpelweg: you can’t over-communicate. We onderschatten vaak de weerstand die verandering op schaal binnen een organisatie met zich meebrengt. Het is de taak van het leiderschap om in één-op-één gesprekken en teamoverleggen de visie eindeloos te blijven benadrukken en persoonlijk te maken. Blijf trouw aan die missie. Stel torenhoge eisen aan je leveranciers en wees absoluut niet bang om daar ferm in te zijn.

6. Shoot for the moon

Impact maken vereist volume, en volume vereist ronduit onbescheiden doelen. Zet een heldere, gedurfde stip op de horizon. Bijvoorbeeld: het bouwen van de allereerste unicorn in jouw impact-sector. Niet omwille van de traditionele financiële status, maar omdat díé schaalgrootte het ultieme, onweerlegbare bewijs is aan de rest van een conservatieve industrie dat een ethische én schaalbare keten gewoon realiteit kan zijn.

Opschalen als impactbedrijf is balanceren op een heel dun koord tussen commerciële realiteit en puur idealisme. Het is rommelig, het is moeilijk, maar het is de absolute sleutel om een industrie echt in beweging te krijgen.

Gaat Omoda de strijd aan met Zalando? ‘Zou me niets verbazen als dat de endgame is’

De familie Van Eerd van de modewereld, zo typeren retailkenners de familie Verton. De ondernemersfamilie achter Omoda verraste de retailwereld vorige week met de overname van Wehkamp: ruim dubbel zo groot, maar ook al jaren verlieslatend. Wat wil de Zeeuwse modegroep met de Zwolse webreus?

Jan Baan Martijn Hagman
Jan Baan (ceo Omoda, links) en Martijn Hagman (ceo Wehkamp), die tot eind 2027 als co-ceo meewerkt aan de integratie van de twee bedrijven. Foto: Omoda

Met 60 winkels in Nederland (en één in België) en twee succesvolle webshops was Omoda al geen kleine speler, maar met Wehkamp erbij wordt het familiebedrijf uit Zierikzee pas echt een powerhouse. Dat de Zeeuwse retailer wil groeien door overnames, was de afgelopen jaren al goed zichtbaar. In zeven jaar werden maar liefst elf bedrijven ingelijfd, waaronder schoenenketens Van den Assem (nu Assem) en Shuz, en weidewinkel Mijn Modewereld in De Wijk.

Drijvende krachten achter die groei zijn ceo Jan Baan en zijn voorganger – en schoonvader – Lourus Verton, zegt retailexpert Rupert Parker Brady. Lourus Verton stond samen met zijn broer Wilhelm aan de basis van Omoda en is de vader van creatief directeur Marlinde Verton, de vrouw van Baan.

‘De familie Verton is een beetje de familie Van Eerd van de modewereld’, aldus Parker Brady. ‘Hetzelfde patroon: overname op overname, en een groot vertrouwen van de banken.’ De nieuwe cfo van Omoda, Rick van Kooten, komt zelf uit de bankenwereld. In de zomer van 2025 maakte hij de overstap vanuit ABN Amro.

Twee keer zo groot

Dan is er nog een parallel. Zoals Jumbo ooit doorschoot naar landelijke dekking via de overnames van Super de Boer en C1000, waagt ook Omoda zich nu aan bedrijven die groter zijn dan het zelf is. Wehkamp behaalde in boekjaar 2024-2025 een omzet van 361 miljoen euro, tegenover 158 miljoen euro voor Omoda in 2025. De nieuwe modegroep, Omoda Brands, is naar verwachting goed voor een jaaromzet van 600 miljoen euro.

Lees ook: Is de aanval van Jumbo op Albert Heijn definitief mislukt? ‘De grote mond is nu wel weg’

‘Meestal kopen de grote jongens de kleintjes’, zegt retailexpert Tom Kikkert. ‘Zoals Omoda zelf ook jaren heeft gedaan. Laten we dat eens omdraaien, zullen ze hebben gedacht. In die zin is het wel logisch dat ze bij Wehkamp uitkwamen. De vorige eigenaar Apax, een Britse private equity-firma, heeft de afgelopen jaren meerdere pogingen gedaan om Wehkamp te verkopen.’

Miljoenenverliezen

Maar waar Omoda winstgevend is – in 2025 bleef er onderaan de streep ruim 1,9 miljoen euro over – maakt Wehkamp al jaren verlies. In het boekjaar 2024-2025 kwam het nettoverlies uit op bijna 90 miljoen euro. Dat werd grotendeels veroorzaakt door een afboeking van 104 miljoen euro op goodwill; het aangepaste resultaat kwam uit op een min van 8,8 miljoen, tegen 8,4 miljoen een jaar eerder.

Het brutobedrijfsresultaat van Wehkamp was met 22,5 miljoen euro wel positief. Parker Brady denkt dat de rode cijfers in de onderhandelingen voor Omoda een voordeel zijn geweest. ‘Het heeft de overnameprijs gedrukt.’

Omoda financierde de aankoop deels met steun van een Nederlands family office, dat daarvoor een minderheidsbelang in Omoda Brands verwerft. Erik-Jan Mares, tot juni 2026 ceo van Zeeman, wordt voorzitter van de raad van commissarissen van de nieuwe modegroep. Ook Lourus Verton krijgt een stoel in de raad.

Lees ook: Het Zeeman-gevoel laat zich niet zomaar exporteren: textielsuper moet ingrijpen buiten Benelux

Schoenen, kleding en veel meer

Momenteel wordt het bedrijf geleid door de vierde en de vijfde generatie. De geschiedenis van het familiebedrijf gaat terug tot 1875, het jaar waarin grondlegger Laurens Jan Verton een schoenmakerij opende in het Zeeuwse dorpje Burgh. Het bedrijf dat daaruit voortkwam, Verton Schoenen, werd in 2000 omgedoopt in O’moda (nu Omoda).

Sinds 2007 heeft de keten een webshop, en sinds vijf jaar verkoopt het bedrijf naast schoenen ook kleding. Met de komst van Wehkamp en Kleertjes.com komt daar een heel scala aan productgroepen bij: meubels en woonaccessoires, beauty, persoonlijke verzorging, sport. De vier merken houden volgens het bedrijf hun eigen merknaam, positionering en assortiment.

Wehkamp is ook een aanvulling omdat het online warenhuis vooral actief is in het lagere segment, terwijl Omoda in het middensegment en Assem in het hogere segment opereert. De nieuwe modegroep heeft nu voor iedere klant een spijkerbroek, schetst Baan in het AD: een jeans van Jack & Jones voor 50 euro, van Levi’s voor 120 euro en van Jacob Cohen voor 400 euro.

‘Dat is slim’, zegt Parker Brady. ‘Maar Wehkamp verkoopt nog een heleboel andere dingen en het is de vraag wat Omoda daarmee moet. Elektronica, meubels, sportartikelen – daar zijn anderen veel en veel beter in.’

Strijd aan met Zalando

De retailkenner mist scherpe keuzes, al verwacht hij dat die de komende jaren alsnog volgen. ‘Ik denk dat Jan goed heeft gekeken naar Zalando, en ruimte ziet voor een tweede internationale webshop voor schoenen, kleding en modeaccessoires naast die gigant uit Berlijn. Ik denk dat dat zijn endgame is.’

Hij vermoedt dat dat platform Omoda gaat heten. ‘Wehkamp is veel te oubollig. Ik denk dat die naam en alle productgroepen die niets met mode te maken hebben, binnen nu en een paar jaar worden uitgefaseerd. Dat lijkt mij een hele logische, wil het bedrijf op lange termijn concurrerend blijven.’

De concurrentie zit immers ook niet stil. Amazon, ook een grote online kledingverkoper, kondigde vorige week aan 10 miljard euro uit te trekken voor Europese groei. Eerder investeerde de Amerikaanse techreus al 1,4 miljard in de Nederlandse markt. In de competitieve en snel veranderende retailmarkt is het eten of gegeten worden, zegt Parker Brady. ‘In de schoenenbranche is dat al goed te zien. Steeds meer kleinere schoenenzaken stoppen ermee. Of verkopen de tent aan Omoda.’

Lees ook: Krijgt Amazon nu eindelijk Bol eronder? ‘Niemand heeft zoveel geld om te investeren’

Kikkert denkt dat het Zeeuwse familiebedrijf niet zo snel afscheid zal nemen van de merknaam. ‘Waarom zouden ze? Wehkamp is een vertrouwd merk met een hoge naamsbekendheid. De integratie zal vooral aan de achterkant plaatsvinden, denk ik.’

Financieel en strategisch risicovol

Daar zien de experts belangrijke synergievoordelen. Omoda krijgt met de overname de beschikking over de omvangrijke database van Wehkamp, waar jaarlijks zo’n 2,3 miljoen klanten shoppen, en het hypermoderne distributiecentrum van 140.000 m² in Zwolle. Daar worden dagelijks zo’n 70.000 pakketjes door robots verpakt en verstuurd.

Het dc werd vier jaar geleden uitgebreid met oog op toekomstige groei, waardoor er ruimte is voor Omoda om de eigen distributie daar te integreren. Het voornemen is om dat ‘op termijn’ te doen.

Natuurlijk is dat op papier logisch, zegt Tom Kikkert. Maar het betekent ook dat de 120 medewerkers in het distributiecentrum in Zierikzee hun baan verliezen. ‘Dat zal geen stap zijn die ze lichtzinnig zetten. Omoda is een familiebedrijf, naast de harde cijfers weegt de zachte kant zwaar.’ Hij waarschuwt ook voor het te snel in elkaar drukken van twee verschillende bedrijven en bedrijfsculturen. ‘Als je dat niet zorgvuldig doet, kan dat tot interne conflicten leiden.’

Ook financieel en strategisch is de overname volgens Kikkert niet zonder risico’s. ‘Het lijkt misschien alsof Omoda en Wehkamp hetzelfde spelletje spelen. Maar het zijn totaal verschillende ondernemingen. Omoda had al stadswinkels en een weidewinkel, twee webshops en nu dus ook een online warenhuis.’

Ziel teruggeven

Kikkert vraagt zich af of het lukt om op al die terreinen relevant te blijven, en in het bijzonder of de winkels straks nog voldoende aandacht krijgen. ‘De concurrentie zit ook niet stil. Omoda heeft weidewinkel Mijn Modewereld in De Wijk niet zo lang geleden overgenomen. Een weidewinkel runnen is al een heel ander spel dan een stadswinkel, en daarbij moet het bedrijf concurreren met zelfstandige retailers die hun winkels de volle aandacht geven.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Omoda moet volgens de retailkenner ook oppassen dat het ‘niet verdrinkt in complexiteit’. ‘Succesvolle retailers houden hun operationele achterkant – IT en logistiek – vaak heel eenvoudig.’

En dan is Wehkamp ook nog verlieslatend. Al met al is hij niet onverdeeld enthousiast. ‘Ik vind het spannend. Tegelijk heeft de retail ook ondernemers nodig die risico durven nemen.’ Voor Wehkamp is de overname volgens Kikkert in elk geval gunstig. ‘Omoda is sterk in personalisatie en het ‘boetiekgevoel’. Wehkamp is nu heel prijsgedreven. Mensen kopen er vooral vanwege de kortingen, er is weinig binding met het merk. Ik denk dat Omoda het weer een ziel kan geven.’