Wordt 2026 eindelijk het jaar van de vierdaagse werkweek? De kans daarop groeit, maar heel wat bedrijven zien de vierdaagse werkweek nog als een cadeautje voor werknemers. Dat is een verouderde manier van denken, vinden Joe O’Connor en Jared Lindzon. Eentje die stamt uit het industriële tijdperk.
De wereld is intussen veranderd. De vijfdaagse past niet meer bij moderne bedrijven. Met de opmars van AI ligt er een enorme kans om daar een einde aan te maken. Werk slimmer, niet harder. Bedrijven die de vierdaagse invoeren, krijgen zelfs meer gedaan dan wie blijft hangen in de vijfdaagse.
O’Connor kan het weten. Hij is ceo en co-founder van Work Time Revolution en begeleidt sinds 2018 bedrijven wereldwijd met de omschakeling naar een vierdaagse werkweek. Met journalist Lindzon houdt hij in het boek Do More in Four, dat binnenkort verschijnt, een pleidooi voor een kortere werkweek. Inclusief praktijkcases, onder meer bij Unilever, en een stappenplan voor organisaties.
Het is namelijk niet zo dat je alleen maar even de schakelaar hoeft om te zetten. Er komt heel wat voorbereiding bij kijken. Maar wie ervoor gaat, draait de vierdaagse niet meer terug. We zoomen in op zes minder voor de hand liggende redenen om die vierdaagse vanaf dit jaar gewoon in te voeren.
#1 Die vijf dagen zijn nergens op gebaseerd
Er is geen enkele goede reden waarom de werkweek vijf dagen duurt. Er is niets terug te vinden over de oorsprong in natuurlijke ritmes, historische teksten of religieuze praktijken. ‘Die vijf dagen zijn puur gebaseerd op ons collectieve geloof in het bestaan ervan’, schrijven O’Connor en Lindzon.
Mensen hebben voor 95 procent van de tijd waarin wij op aarde leven gemiddeld 15 uur per week gewerkt. Veelal op het land, of thuis. Heel flexibel, heel autonoom en zonder enige controle op het aantal uren dat er aan taken wordt gewerkt.
Tot nieuwe technologie daar 250 jaar geleden een einde aan maakte. Dankzij de stoommachine kon er ineens veel meer werk worden verricht met minder mensen. En waar het hier gaat over de transitie van agrarisch naar industrieel, kunnen we dezelfde parallel trekken met het AI-tijdperk.
Fabrikanten maken flink misbruik van de gevolgen van deze omschakeling. Arbeiders genoeg die wanhopig van het platteland naar de stad komen voor werk. Werkweken van zeven dagen en honderd uur per week draaien, zijn geen uitzondering.
De eerste industrieel die in 1926 omschakelt naar de vijfdaagse werkweek is Henry Ford. Hij beseft dat het geen zin heeft om auto’s voor de massa te produceren, als die massa nooit vrije tijd heeft om erin te rijden.
Lees ook: Raken we ooit verlost van onze obsessie met productiviteit?
#2 De vierdaagse is al zeventig jaar mogelijk
De Amerikaanse vicepresident Richard Nixon promoot in 1956 al de vierdaagse werkweek. Het zware werk zal worden uitgevoerd door machines en elektronische toestellen, zegt hij tijdens een politieke campagne. Zeventig jaar geleden was het dus al mogelijk.
Het is inmiddels 2026, en nog altijd zitten we op het schema van de industriële revolutie. Wie zo naar werk kijkt, zal de vierdaagse zien als een enorm verlies aan uren en dus aan productiviteit.
Een massa onderzoek bewijst het tegendeel, schrijven de auteurs. Die studies halen ze ook aan in het boek. ‘De meest productieve werknemers, organisaties en economieën zijn niet diegenen die de langste uren maken, maar diegenen die het meeste halen uit de uren die ze werken.’
Die werkweek is alleen maar langer geworden, merken O’Connor en Lindzon op. Van de lopende bandwerkers uit het industriële tijdperk werd namelijk nooit verwacht dat ze na hun ploegendienst nog even een telefoontje, mailtje of appje van hun werk beantwoordden.
#3 Op de werkvloer heerst de wet van Parkinson
De focus op tijd leidt niet tot meer productiviteit. Dat wordt al beschreven in 1955, wanneer historicus C. Northcote Parkinson zich verbaast over hoe een oudere dame een hele dag doet over het posten van een ansichtkaart. Iets wat ook in drie minuten had gekund.
Datzelfde mechanisme – inmiddels omgedoopt tot de wet van Parkinson – is dagelijks te zien op de werkvloer. Wie een acht uur de tijd heeft om een taak uit te voeren, zal die acht uur ook gebruiken. Hoe meer tijd en mensen er zijn, hoe meer het werk zal uitbreiden.
Nou ja, werk, vooral de bureaucratie. De gemiddelde kantoormedewerker besteedt inmiddels 41 procent van de tijd aan activiteiten die geen waarde toevoegen aan het bedrijf, blijkt uit Slacks Workforce Index uit 2024.
Meer productiviteit in vier dagen
Probleem is alleen dat degene die uitzoekt hoe taken beter, goedkoper en sneller kunnen, meer werk krijgt toegewezen of dat zijn of haar functie wordt geschrapt. Wie om wil schakelen naar een vierdaagse werkweek kan juist slim gebruik maken van die wet.
Mensen kunnen onder de juiste omstandigheden meer werk doen in minder tijd. Uit verschillende experimenten met de vierdaagse werkweek – onder meer bij Microsoft en Unilever – blijkt dat de productiviteit tussen de 25 en 40 procent stijgt.
Bij softwarebedrijf Afas, dat begin 2025 inzette op vier dagen, stijgt de productiviteit de eerste zes maanden al met 11 procent, en dat terwijl er een dag minder wordt gewerkt. ‘De overgang naar vier dagen legt bloot waar werk écht over gaat. Iedereen wordt scherper op wat ertoe doet. Met minder tijd komt de lat hoger te liggen’, schrijft cultureel antropoloog Jitske Kramer in haar onderzoek naar de transitie.
Lees ook: Bas van der Veldt zet in 2026 opnieuw tradities op de helling
#4 Een effectieve en goedkope oplossing tegen burn-out
Twintig procent van de Nederlandse werknemers heeft burn-outklachten, blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Eén op de vijf kampt met stress en vermoeidheid door de werkdruk. Wie uitvalt, kost een werkgever 60.000 euro.
Initiatieven voor meer welzijn op de werkvloer zijn weinig succesvol. Een recente studie van Oxford University naar 90 corporate acties die een positieve impact moeten hebben op het welzijn van werknemers, toont aan dat slechts één daarvan effectief bleek. Ironisch genoeg was dat vrijwilligerswerk doen.
Bedrijven zullen in 2026 wereldwijd 94,6 miljard dollar uitgeven aan allerhande oplossingen voor meer welzijn, zo is de inschatting van de auteurs.
Sterke daling ziekteverzuim
Het kan ook anders, veel goedkoper. Zo bleek uit een vierdaagse pilot in Groot-Brittannië, waaraan 61 bedrijven deelnamen. Zeven op de tien werknemers hadden minder burn-out klachten, vier op de tien rapporteerden minder werkstress. Het aantal ziekteverzuimdagen daalde met 65 procent. ‘Onderzoek wijst uit dat werknemers veel meer gedaan krijgen in minder tijd wanneer ze energiek en uitgerust zijn, meer betrokken bij hun werk en minder afgeleid door persoonlijke verantwoordelijkheden.’
Een vierdaagse werkweek is dus geen vermindering van 20 procent van de werktijd. Vooral niet ‘als je rekening houdt met een sterke daling van het ziekteverzuim, werk-privéconflicten en personeelsverloop’.
Lees ook: Burn-out kost 60.000 euro, dus de businesscase is snel gemaakt
#5 De adoptie van AI verloopt sneller
AI maakt meer doen in minder tijd natuurlijk ook mogelijk. Alleen staan heel wat werknemers daar best vijandig tegenover. Daarvan profiteren alleen de C-suite en de aandeelhouders, zij niet.
Of zoals de auteurs het omschrijven: ‘Werknemers werken in het tijdperk van smartphones, cloudcomputing en breedbandinternet nog steeds evenveel uren als degenen die er waren toen de gloeilamp werd uitgevonden. En ze krijgen ongeveer evenveel betaald als degenen die er waren vóór de uitvinding van de personal computer.’
Werknemers zien dankzij AI vooral de kloof tussen arm en rijk toenemen. Nog meer de ongelijkheid en onzekerheid. Ze zien tienduizenden banen wegsmelten als sneeuw voor de zon. Wat de adoptie extra moeilijk maakt, is dat het daarnaast onmogelijk te voorspellen is welke nieuwe banen AI zal creëren.
Als AI wordt ingezet om werknemers meer tijd terug te geven, dan zal de weerstand een stuk minder groot zijn. De vierdaagse is daarvoor bij uitstek geschikt. Bedrijven die een vierdaagse hebben ingevoerd, scoren wat betreft AI-adoptie ook veel hoger dan de rest. Bijna 30 procent gebruikt kunstmatige intelligentie in hun dagelijkse business, tegen 8 procent van de bedrijven die op een vijfdaagse werkweek zitten.
Lees ook: Nieuw onderzoek bevestigt: overgang naar AI gemakkelijker met vierdaagse
#6 Voor generatie Z is het al een must
Wie veel stress heeft, moet wel een belangrijke figuur zijn. Dat is jarenlang de beeldvorming geweest. De jongere generaties zien dat helemaal anders. Stress is geen badge of honor, maar eerder een gevolg van slecht timemanagement of een ongezonde relatie met werken. Wie opschept over stress, is eigenlijk een loser.
Generatie Z is ook het meest enthousiast over de vierdaagse werkweek. Ze benadrukken dat dit gewoon de standaard wordt. Niet alleen omdat ze zelf al heel wat AI-tools gebruiken, maar ook omdat ze het belang inzien van een goede werk-privébalans, van mentaal welzijn, van rust en ruimte om te recupereren.
Bij een enquête uit 2025 onder werknemers van Owl Labs in het Verenigd Koninkrijk voorspelde 83 procent dat de vierdaagse werkweek in 2030 gebruikelijker zou zijn dan de vijfdaagse. Maar bij generatie Z lag dat aantal op 91 procent. Als de vraag er is, dan volgt het aanbod vanzelf. Bovendien zijn dit de toekomstige leiders.
Een vierdaagse maakt bedrijven aantrekkelijker voor jong talent. Het werkt bovendien tegen de grote spelers, zoals big tech, die mensen wegplukken met torenhoge salarissen. Talent blijkt langer te blijven bij bedrijven met een vierdaagse. Wat ze daar krijgen, is namelijk onbetaalbaar: meer tijd voor zichzelf en hun familie.
Lees ook: De grootste blunder is denken dat Gen Z de verliezer is door AI



