Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Inzichten over strategie, management en organisatie. En hoe jij jouw persoonlijke leiderschapsstijl kunt ontwikkelen.

Recente artikelen

mopperende medewerker

Last van zeurende collega’s? Zo ga je om met geklaag op de werkvloer

Het openbaar vervoer, files of het weer: we klagen wat af met z’n allen. ‘Een beetje klagen is niet erg....

clock 2 min

‘Paul, dat meen je niet, doe jij aan meditatie?’ Chris trekt zijn wenkbrauwen omhoog. ‘Dat doen toch alleen maar lui die Chai Latte drinken?’ Paul glimlacht. ‘Je zou het ook eens moeten doen, Chris. Ik kom er enorm van tot rust.’ Potentie benutten Paul is niet de enige leidinggevende die de voordelen van meditatie ervaart. Steeds meer mensen gebruiken apps als Headspace of Buddhify en ontdekken de voordelen van meditatie. Rust in je hoofd, goed kunnen concentreren, flow ervaren: het zijn zaken waar menig leidinggevende naar zoekt. Genoeg redenen om meditatie eens uit te proberen. Anouk Brack, trainster in leiderschapsontwikkeling, gaat in haar boek 'De verborgen dimensie van leiderschap. Evolutie van macht naar kracht' nog een stap verder. Zij laat zien dat je als mens je potentieel volledig kunt benutten en de wereld bovendien een stukje mooier kunt maken door middel van meditaties, ademhalingsoefeningen, belichaamde oefeningen en nog veel meer. Klinkt dit te zweverig? Dat snap ik best. Zelf ben ik ook meer het type 'niet lullen maar poetsen': mouwen opstropen en gaan. Maar lees toch vooral even door. Want tussen de meditaties door is Brack verfrissend resultaatgericht: het gaat haar erom het beste uit jezelf te halen. Wie wil dat nou niet? En het mooie is: het werkt. Lichaam en geest Bracks uitgangspunt is helder: laat lichaam en geest met elkaar samenwerken. Het lichaam heeft een enorme impact op hoe we functioneren. Als je dat bewust kunt inzetten, kun je meer bereiken met meer gemak. Dat is niet simpel: we zijn gewend om alles vanuit ons hoofd te doen en de ratio te gebruiken. Maar we kennen allemaal wel de momenten dat iets 'niet goed voelt', je met een knoop in je maag zit, of de moed in je schoenen zakt. Het levert meestal niet veel op wanneer je dat gevoel negeert. Daarom een paar tips hoe je lichaam en geest beter kunt laten samenwerken en zo je potentieel optimaal te benutten. #1 Zeg eens AAA Aandacht, Acceptatie en Adaptatie: het is de gulden regel van Brack. Merk je aan jezelf dat je ergens mee zit of geïrriteerd bent? Geef daar dan aandacht aan, sta er even bij stil. Hoe voelt het in je buik, je hart en je hoofd? Heb aandacht voor je gedachten en emoties. Accepteer vervolgens dat je geïrriteerd bent en vraag je af: hoe zou het zijn met iets meer geduld in mijn lijf? Of begrip, inlevingsvermogen, etc. Zo verander je zelf je gevoelens over de situatie. #2 Stress? Even centreren Veel van ons gedrag gaat automatisch. Voel je je bedreigd of ervaar je stress? Dan kiest je reptielenbrein uit drie opties: vechten, vluchten of bevriezen. Helaas zijn dat niet altijd de beste beslissingen. Daarom stelt Brack voor: 'centreer'. Dat doe je door diep adem te halen en je bewust te zijn van de ruimte om je heen. Door je te centreren vaar je minder op de automatische piloot van je reptielenbrein en handel je vanuit je limbische brein en cortex. #3 Geef richting aan je boodschap Je geeft met drie elementen richting aan de dingen die je doet en zegt: je inspiratiebronnen, je persoonlijke kwaliteiten en de focus op wat je wilt bereiken en bijdragen. Gezamenlijk zorgen ze ervoor dat je jezelf richting geeft en vaart krijgt. Hindernissen zijn er natuurlijk nog wel, maar die ervaar je als een klein obstakel. Brack noemt deze drie onderdelen gezamenlijk 'de grote driehoek'. Je inspiratiebronnen geven je een duwtje in de rug, ze steunen je bij wat je doet. Je kwaliteiten: dat is wie je bent en hoe je doet, de kwaliteiten die je inzet om je doel te bereiken. En de focus op je bijdrage: dat is de grote why: wat wil je bereiken, welke positieve bijdrage wil je leveren? Die grote driehoek kun je op verschillende momenten gebruiken. Bij belangrijke en grote beslissingen op je werk, wanneer je slecht nieuws moet brengen, of team issues wilt bespreken. Ook privé kun je de grote driehoek gebruiken. Door vooraf stil te staan bij de drie elementen, handel je gericht en kun je het gesprek beter voeren #4 Leer omgaan met tegenvallers We hebben allemaal wel eens te maken met tegenvallers. Wat is het dan verleidelijk om de omstandigheden of de ander de schuld te geven! Wil je jezelf ontwikkelen, sta er dan eens bij stil en kijk: is het een eenmalige tegenvaller of heb je er vaker last van en is het een patroon? Als je het patroon bij jezelf herkent, dan kun je situaties makkelijker herkennen en een tegenvaller voor zijn. Heb je desondanks toch een tegenvaller (en dat blijft voorkomen) dan is er een handige manier om er mee om te gaan: check voor jezelf of je bereid bent om de situatie te accepteren hoe die is en of je wel of geen actie gaat ondernemen. Op basis van die twee vragen zijn er vier mogelijkheden: Accepteer je de situatie niet en neem je geen actie? Dan gedraag je je als een slachtoffer. Alleen al dat realiseren is vaak voldoende om in beweging te komen. Blijf je weigeren de situatie te accepteren en onderneem je wel actie? Dan vertoon je het gedrag van een destructor. Denk aan Louis Litt in de Amerikaanse tv-serie Suits, die een grote klant kwijtraakt en de strijd met zijn collega aangaat. Of Trump die zijn woordvoerder Sean Spicer laat vertellen dat er wel degelijk veel mensen bij zijn inhuldiging waren. Niet effectief: het wordt van kwaad tot erger. Accepteer je de situatie en besluit je geen actie te ondernemen? Dan ben je een acceptator. Je gaat over tot de orde van de dag en besluit weer verder te gaan. Het meest positieve dat je kunt doen, is de situatie accepteren en bovendien actie ondernemen: dan gedraag je je als een creator. Je accepteert de situatie en kijkt tegelijkertijd of je voldoende invloed hebt om er iets aan te doen. Vaardigheden Brack heeft dit boek voor leiders geschreven. Een deel van het boek gaat dan ook over leiderschap en de competenties die leiders nodig hebben: Inclusiviteit uitstralen Luisteren zonder het persoonlijk op te vatten Een helder punt maken zonder agressie te gebruiken Aan de hand van een inzichtelijk model voor zes fasen van elke actie of project laat Brack vervolgens zien welke krachten je nodig hebt in die fasen om het project succesvol af te ronden. Brack geeft tips waaraan je in elke situatie wel wat hebt, los van je functie of werk. Ze geeft zoveel ideeën om uit te proberen, dat je soms niet meer weet waar te beginnen. Gelukkig staat aan het eind van het boek een praktisch overzicht. Het is de moeite waard om een paar van de suggesties uit te proberen. Ik beloof het: je wordt er een ontspannen mens van.

Meer uit jezelf halen? Ga dan even mediteren

Mediteren, dat doen alleen zweverige mensen toch? Hoeft niet, stelt Yolanda van Heese. Ze recenseert een boek voor MT dat...

clock 4,5 min

Een geintje met een collega is snel gemaakt, maar als het doorslaat naar stelselmatig pesten, kan dat verre gevolgen hebben voor bedrijven, medewerkers én managers. Loeka Oostra Iemand vergeten bij het halen van koffie voor de afdeling, niet meevragen voor een wandeling na de lunch of een opmerking maken over zijn rare schoenen: het gebeurt ons allemaal weleens. Maar als dit soort dingen stelselmatig gebeuren, kan het omslaan naar pesten op de werkvloer. En dat heeft grote gevolgen. Maar wanneer slaat zo’n geintje om naar treiteren? Volgens Laura Willemse, voorzitter van de Stichting Pesten op de Werkvloer, zit het hem vooral in de frequentie. ‘Als het grappig bedoeld is, komt iedereen een keer aan de beurt. Als er constant opmerkingen worden gemaakt over één persoon en degene niet uitgenodigd wordt voor vergaderingen of lunchwandelingen, dan gaat het over pesten.’ Kostenpost Uit onderzoek van TNO blijkt dat een op de zes medewerkers stelselmatig getreiterd wordt, zo’n 1,2 miljoen slachtoffer per jaar. En dat is niet alleen een probleem voor de gepeste medewerker. ‘Het zorgt voor een hoog ziekteverzuim: bij ruim 1 op de 3 personen van deze groep werknemers leidt dit tot burn-out klachten. Ook de angstcultuur die hieruit voortkomt zorgt voor stress onder andere medewerkers, waardoor ook zij sneller uitvallen. Op die manier kost het je als bedrijf veel geld.’ Dat lijken steeds meer bedrijven zich te realiseren. Willemse zegt een toename te zien in het aantal bedrijven dat zich met vragen bij de stichting meldt. ‘We merken dat bedrijven meer open staan voor het idee dat pesten op de werkvloer ook bij hen voorkomt.’ Een campagne van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dit jaar heeft daar ook aan bijgedragen. Een speciaal team moest met trainingen en voorlichting ondersteuning bieden binnen bedrijven. Minister Asscher (PvdA) trok een half miljoen euro hiervoor uit. ‘Waar eerst de ontkenning vooral heerste, is er nu ruimte voor het idee dat er iets aan moet gebeuren. Pesten is niet iets wat alleen op het schoolplein gebeurt.’ Buiten de groep Wie daarvan precies het slachtoffer wordt, is lastig vast te stellen van tevoren. Willemse: ‘Het kan iemand zijn als het stereotype van de timide medewerker die een makkelijk pispaaltje is, maar ook de medewerker die het juist heel goed doet en de managers positie in gevaar brengt, kan slachtoffer worden.’ Als overeenkomst durft Willemse voorzichtig te noemen dat het om de mensen gaat die buiten de groep vallen. ‘Op welke manier dan ook. Hoor je er niet bij, dan ben je al snel slachtoffer.’ Word je gepest? Dan adviseert Willemse als eerste naar de leidinggevende te stappen om het probleem bespreekbaar te maken. ‘Als dat niet degene is die je pest: in de helft van de gevallen gaat het om een manager die iemand het leven zuur maakt. Dat is extra heftig: degene die over jouw functioneren, loon en contractverlenging gaat die je lastig valt.’ Mocht dat het geval zijn, dan hebben veel bedrijven een vertrouwenspersoon in dienst waarmee gepraat kan worden. ‘Die kan juridisch niet heel veel voor je doen, maar wel een luisterend oor bieden.’ Wie toch een rechtsgang tegen zijn bedrijf wil beginnen, zal ieder incident moeten documenteren. ‘Schrijf op wat er gebeurde, wanneer, wie erbij waren, waar je het gemeld hebt. Al is het maar iets kleins, alles helpt als je er uiteindelijk een zaak van wil maken,’ aldus Willemse. Niet dat dat vaak voorkomt: ‘Gepest worden is al een enorme knauw in je zelfvertrouwen en kost heel veel energie. Een rechtszaak beginnen is vaak te veel.’ Softe factoren Als tip voor managers om pesten te herkennen, heeft Willemse maar één ding: luisteren. ‘Je zult het gesprek actief aan moeten gaan met medewerkers. Ga met je team lunchen en let op de softe factoren binnen een team.’ Merk je dat er iets niet klopt en dat een medewerker buiten de boot dreigt te vallen, benadruk de groepsprestaties dan. ‘Je doet het als team.’ Als dat niet werkt, is het datzelfde team dat volledig aangepakt moet worden. ‘Een slachtoffer van pestgedrag valt vaak door de cultuur binnen een bedrijf, niet door zijn eigen gedrag. Terwijl dat toch vaak is waar het eerst naar wordt gekeken. Hij had ook wel erg rare schoenen aan of gedroeg zich ook wel heel anders, wordt dan gesteld. Alsof diegene nog niet genoeg geslachtofferd is.’

Pesten op de werkvloer: vervelend voor medewerker én manager

Een geintje met een collega is snel gemaakt, maar als het doorslaat naar stelselmatig pesten, kan dat verre gevolgen hebben...

clock 3 min

VAN Bob AAN Richard ONDERWERP voetbalwedstrijd Hoi Richard, Ik kreeg net Lex van Dalmen aan de lijn. Het schijnt dat jullie gisteravond gevoetbald hebben tegen een team van zijn bedrijf en volgens hem zijn daar onacceptabele dingen gebeurd. Kun je me daarover wat vertellen? Ik zie Lex morgen en dan wil ik wel een compleet verhaal hebben. Bob Hoi Bob, Ach, viel wel mee. Je weet hoe dat gaat: wij van Sales werken onder gigastress, zeker dit tweede kwartaal, en dat zie je toch op zo’n veld. Misschien waren we af en toe wat te gespannen, te fanatiek ook, maar die Lex moet niet zo zeuren. Wie is dat eigenlijk? Richard de Jongh Sales Director Richard, Lex van Dalmen is de algemeen directeur van Pallmex, zoals je vast wel weet onze grootste en beste en meest loyale klant. Ik ken Lex al jaren en die zegt zoiets niet zomaar. Volgens hem hebben jullie zijn financiële man neergemaaid en ligt die nu nog bij te komen. Dit klinkt allemaal niet erg sportief, Richard, temeer daar jullie niet zomaar tegen een team spelen maar tegen een essentiële klant van ons bedrijf. Bob Bob, Is die lange, magere de financiële man van Pallmex? Nou ja, Bob, het was wel een harde tackle, maar hij kreunde ook wel overdreven hard hoor, en dan ook zo flauw om te blijven liggen. Richard de Jongh Sales Director Richard, Wat je zegt: hij ligt in het ziekenhuis, minimaal nog drie weken. Ook daar is Lex niet bepaald blij mee. En dan schijnen jullie ook nog ruzie te hebben gemaakt met zijn adjunct Klaas-Jan. Hebben jullie echt onder de douche ‘Hé, klein pikkie!’ tegen hem geroepen? Bob Bob, Onzin! Dat was niet onder de douche, dat was veel later, aan de bar. En hij begon! Na een paar glazen bier begon die Klaas-Jan ons ineens te vertellen dat iemand die tent van ons flink moest uitdunnen en dan in de etalage zetten. En toen begon hij ook nog Leo te treiteren. Nou kun je Leo voor alles uitmaken, maar je moet dus niet middenmanager tegen hem roepen, dan wordt hij hels. Dus reageert Leo: ‘Beetje dimmen, klein pikkie!’ En toen begonnen wij meteen allemaal: ‘Hé, klein pikkie!’ Niet dat wij iets tegen kleine pikkies hebben, dat moet er niet toedoen bij managers, maar ja, die bal begon met treiteren en dan vraag je erom. Oké, misschien hadden we toen moeten stoppen, maar ja, in zo’n situatie… ineens had Leo de BMW-sleuteltjes van die Klaas-Jan gepakt en even later lag die bos in de vijver. Dat ging wat ver, dat heb ik Leo ook meteen gemeld. Richard de Jongh Sales Director Richard, Mag ik even vaststellen dat jullie een vriendschappelijke wedstrijd tegen onze allerbeste klant hebben laten uitlopen tot één grote bende. Hebben jullie er nog voor gezorgd dat Klaas-Jan zijn sleutels terugkreeg? Dat mag ik hopen. Bob Bob, Euh, nou ja… Misschien hádden we dat wel gedaan, hoor, maar toen kwam ineens een heel klein, heel driftig mannetje zich ermee bemoeien. Die had niet eens meegespeeld. Die begon op hoge toon te eisen dat wij die sleutels uit de vijver zouden halen, hoe dan ook, en toen sprak hij me wel zó autoritair aan, maakt me hels… Ik zei nog: ‘En nou kappen, dwerg!’ Toen begon dat ventje ineens: ‘Weet je wel wie ik ben?!’ Nou, daar kan ik helemaal niet tegen, dat soort arrogantie. Dus ik zeg: ‘Effen dimmen, dwerg, anders lig jij zo meteen op dezelfde plek als die BMW-sleutelbos!’ Weet ik: had ik gewoon niet moeten zeggen. Maar dat blaaskaakje was zó arrogant… Gelukkig trok Leo me toen weg bij die dwerg, want anders had ik hem echt in die vijver gesmeten. Richard de Jongh Sales Director Richard, Die dwerg, dat is Lex van Dalmen, inderdaad: onze grootste, beste, meest loyale klant. Als ik hem vanmiddag zie, zal ik mijn uiterste best doen om de schade te beperken. Maar laat dit nóóít meer gebeuren! Hebben jullie nog zo’n voetbalwedstrijd in aantocht trouwens? Bob Bob, Oh, was dat Lex. Nou je het zegt: wel een directeurtype. Ja, volgende week hebben we weer een wedstrijdje, dan tegen de jongens van onze huisbankier ING. Dat wordt wat, Bob. Vorig jaar hebben ze ons ingemaakt, keihard, maar nu pakken we ze terug, met alle middelen. Richard de Jongh Sales Director Richard, Kun je me even mailen wanneer die wedstrijd is? Ik wil er erg graag bij zijn. Bob

Bob probeert de schade te beperken na een ‘vriendelijke ontmoeting’

Bob is divisiedirecteur bij een groot concern. Bob doet zijn best. Dit keer loopt een vriendelijke voetbalwedstrijd met de klant...

clock 3 min

De geur van brandend hout hangt in Oeganda constant in de lucht. Of het afkomstig is van verbrand landbouwafval of veroorzaakt wordt door de warmtebron waarop een man langs de Nijl staat te koken voor zijn dorp: het vuur is nooit ver weg. Het is datzelfde vuur dat voor veel gezondheidsproblemen zorgt in ontwikkelingslanden als Oeganda. De cijfers die over deze gezondheidsproblemen bekend zijn via de World Health Organisation (WHO) zijn zorgwekkend: meer dan 4 miljoen mensen komen wereldwijd vroegtijdig te overlijden door vervuilde lucht die veroorzaakt wordt door binnenshuis koken. Bijna 20.000 Oegandezen sterven jaarlijks door ziektes als longkanker, luchtweginfecties en COPD. Wie denkt aan klimaatcompensatie, zal wellicht niet direct het oplossen van dit soort problematiek voor ogen hebben. Het beeld van het planten van nieuwe bomen waarmee bedrijven hun CO2-uitstoot compenseren en hun onderneming klimaatneutraal mogen noemen is hardnekkig, maar volgens René Toet, algemeen directeur van de Climate Neutral Group, allang niet meer van deze tijd. ‘Het planten van bomen is een kortetermijninvestering. Een financiële bijdrage aan projecten voor duurzame energie heeft de toekomst. Op het moment dat mensen hout nodig hebben om hun eten op klaar te maken, gaan die bomen met hetzelfde gemak tegen de grond.’ In plaats van de open vuren is er een grote en opkomende markt voor cookstoves in landen als Oeganda, Kenia en Tanzania. Deze ronde tonnen van ijzer en cement zijn sneller te verwarmen, verbruiken door hun kleinere oppervlak minder houtskool en zijn bovendien makkelijk te verplaatsen. ‘Daarmee wordt niet alleen ontbossing tegengegaan, maar wordt de CO2-uitstoot door de snellere opwarming verminderd en verbeteren de gezondheidsomstandigheden door buiten te koken,’ aldus Toet, die met zijn bedrijf de schakel is tussen Nederlandse bedrijven en investeringsprogramma’s over de grens. Biogas Ook in Afrika zien ze het voordeel van duurzame energie, al is het niet vanwege het milieu. ‘Vroeger was ik zo’n zes uur per dag kwijt aan het sprokkelen van hout,’ vertelt Winfred Luutu (49) terwijl ze achter haar gasfornuis staat. ‘Nu kan ik met de aansluiting van mijn biogasinstallatie sneller beginnen met koken.’ Het enige dat nodig is voor de energie zijn de uitwerpselen van de 500 kippen, twee koeien en een handjevol varkens die op haar erf rondlopen. Ondanks dat duurzaamheid een wereldwijd probleem is, is het geen prioriteit voor mensen in ontwikkelingslanden. Het is daarom dat de marketinguitingen rondom deze projecten in Oeganda zich vooral richten op de kostenbesparingen voor gebruikers. ‘Als je ziet wat er in Oeganda aan de hand is, is het probleem niet duurzaamheid, maar eten en water’, aldus Toet. ‘Cookstoves worden verkocht met reclame-uitingen over brandstofbesparingen. Dat die mensen tegelijkertijd het klimaat helpen is niet relevant voor ze.’ Het methaangas dat uit de uitwerpselen van de dieren van Luutu wordt gewonnen kan door een gistingsproces omgezet worden tot duurzame energie met behulp van een installatie die Luutu zes jaar geleden aanschafte. Nederlandse bedrijven financieren via klimaatcompensatie de ene helft daarvan, de andere helft (a 200 euro) betaalde ze zelf. ‘Het was veel geld, maar ik heb het binnen twee jaar terugverdiend. Nu kan ik besparen op mijn brandstofkosten.’ De financiële investering die gevraagd wordt, is volgens Toet nodig om waarde toe te kennen aan het project. ‘Geef je iets gratis weg, dan zullen mensen het misschien op den duur niet meer gebruiken.’ Bovendien doet het denken aan de manier waarop in het verleden met ontwikkelingshulp omgegaan werd. ‘Je merkt dat sommige mensen denken dat het genoeg is om hun hand op te houden, dat was het immers vroeger ook. Maar ze zullen zelf ook moeten investeren, dat levert een meer gelijkwaardige relatie op.’ Marketing Zijn woorden worden onderschreven wanneer een bezoek wordt gebracht aan een waterpomp waarvan het onderhoud deels gefinancierd wordt vanuit Nederland. Het stamhoofd houdt een toespraak in Swahili waarin hij vraagt om meer hulp. Is het niet mogelijk om het dorp van zo’n 140 inwoners van nog een waterpomp te voorzien? Dat is het niet, legt Toet later uit. ‘Wij herstellen in dit project slechts waterpompen die door de overheid zijn geplaatst, we kunnen niet zomaar nieuwe plaatsen. Vaak zijn deze pompen door slecht onderhoud kapot gegaan, waardoor er vuil water uit komt. Dat moet gekookt worden voordat mensen het kunnen gebruiken, wat CO2-uitstoot geeft en lang niet altijd zorgvuldig gebeurt. Doordat ieder huishouden één euro per jaar bijdraagt, kan het onderhoud gedaan worden. Een vijftal mensen uit het dorp is vervolgens verantwoordelijk voor het water.’ Het is die dubbele bodem waarop Climate Neutral Group zijn projecten uitkiest. ‘We willen iets betekenen voor de natuur, maar ook voor de mensen op de grond.’ Het trekt volgens Toet Nederlandse bedrijven aan die op vrijwillige basis iets willen bijdragen aan het behoud van het milieu. ‘Sommige bedrijven zoals TATA Steel vallen onder een Europees systeem en moeten hun CO2-uitstoot verplicht afdekken met emissierechten. Een deel hiervan mogen zij bijvoorbeeld via compensatieprojecten afdekken. Zij kiezen vaker voor projecten als windmolenparken in China of groene stroom in Noorwegen. Daar is niets mis mee, maar het levert niets op voor de lokale bevolking. Terwijl er juist met die combinatie zoveel valt te winnen.’ Projecten worden over de hele wereld georganiseerd, maar vooral Afrika is ‘populair’ onder bedrijven. Volgens Toet is dat geen wonder. ‘Gaat het over armoede op televisie, dan komt Afrika vaak in beeld. Ook de schrijnende situatie rondom de opwarming van de aarde is daar het best te zien. Tegenwoordig zijn er zelfs klimaatvluchtelingen, voornamelijk afkomstig van dit continent. Mensen hebben die connotatie veel minder bij Cambodja of Brazilië.’ Financieel Is het land eenmaal gekozen, dan kiezen bedrijven vooral projecten die aansluiten bij hun branche of bedrijfsvoering. ‘Toyota investeert in de cookstoves, omdat hiermee fijnstof tegen gegaan wordt. Schoonmaakbedrijf Asito kiest juist voor ditzelfde project, omdat ze veel afval uit restaurants en andere eetgelegenheden verwerken en de menselijke component, betere gezondheid en meer inkomen, heel belangrijk vinden.’ Waarom investeren bedrijven als deze vrijwillig in compensatieprojecten? Natuurlijk is investeren om jezelf een klimaatneutrale onderneming te kunnen noemen goed voor je imago, maar het levert volgens Toet meer op dan dat. ‘Voor de compensatie gaat een heel proces van reductie vooraf. Daarin kijken we met bedrijven waar ze groener kunnen worden. Dat zijn vaak zaken die financieel ook voordelig zijn: pakken medewerkers minder vaak de auto of wordt er minder geprint, dan zorgt dat voor een energie- en dus kostenbesparing.’ De beweegreden om mee te werken is daarom vaak van financiële aard. Natuurlijk zijn er bedrijven die vanuit intrinsieke motivatie meedoen aan de projecten, maar compenseren is vooral als aanvulling op CO2-reductie een goed middel om klinaatneutraal te worden. Ze zijn in de minderheid tegenover de bedrijven die meewerken uit financieel gewinbedrijven die vergroenen en compenseren omdat hun klanten erom vragen zijn er ook steeds meer. Toet maakt het niet uit om welke reden bedrijven meedoen. ‘Het gaat erom dat we samen werken aan een beter milieu. De beweegreden is daarbij van ondergeschikt belang, er moet nu gewoon écht iets gebeuren.’

Klimaatprojecten in Afrika: meer dan alleen bomen planten

Klimaatcompensatie gaat niet enkel over het planten van nieuwe bomen. Projecten in duurzame energie hebben de toekomst in ontwikkelingslanden, zien...

clock 5 min

In het nieuws: Roelof Joosten (CEO FrieslandCampina)

FrieslandCampina probeert tevergeefs van de aandelen van zijn Chinese handelspartner af te komen. Een profiel van CEO Roelof Joosten.

clock 2 min

Zestig verschillende SAP-systemen gebruikte elektronicabedrijf Philips toen topman Frans van Houten aan het roer kwam. Het terugbrengen van die systemen naar een nieuw IT-fundament was voor de nieuwe topman een randvoorwaarde om Philips weer te laten groeien. De topman noemde het op FD.nl een ‘kakofonie van data die onderling slecht vergelijkbaar zijn’, en menig managementvergadering zinloos maakte. Ook woningbouworganisaties hebben te maken met een versnipperd applicatielandschap, is de ervaring van Business Unit Manager Pascal Greuter van Info Support. Door die versnippering van informatie hebben ze bijvoorbeeld onvoldoende inzicht in hoeveel vastgoed ze bezitten of hoe het met het planmatig onderhoud is gesteld, schrijft hij. Daardoor kunnen corporaties niet de juiste informatie leveren voor de accountantscontrole. Helaas zijn bovengenoemde voorbeelden geen uitzondering, veel bedrijven hebben er mee te maken. Lead BPM-architect Maarten Veger van BPM Company legt uit: ‘Vooral grote organisaties willen de klantbediening vernieuwing vanuit hun bestaande gedistribueerde systemen. Voorheen was dat prima, de systemen doen stand-alone precies waar ze voor bedoeld zijn. Organisaties willen die systemen nu gaan koppelen, omdat ze de data uit die systemen willen combineren. De klant verlangt dat ze op een moderne en dus online manier worden bediend. Het maakt de klant niet uit dat die informatie uit verschillende databases moet worden gehaald, hij wil een zo goed mogelijk aanbod – waarbij data uit klantsystemen en productsystemen wordt samengevoegd – dat wil hij snel en via een mobiel kanaal.’ Belemmering van innovatie Gedistribueerde systemen belemmeren organisaties om te innoveren, zegt Jeroen Eijskoot van softwaretestbedrijf Valorie. ‘Het ontbreken van maximale innovatiekracht beperkt dan ook de flexibiliteit van de organisatie om als geheel in te spelen op continu veranderende (markt-)omstandigheden.’ Die stelling wordt onderschreven door onderzoek van Grant Thornton onder CFO’s van Amerikaanse bedrijven. Bijna de helft (46 procent) vindt dat de IT-systemen de organisatie belemmeren bij het efficiënt inrichten en uitvoeren van hun processen. Daarom wordt een groot deel van het geld de komende jaren in IT geïnvesteerd. Een Business Process Management-oplossing is de verbindende factor om in een versnipperd applicatielandschap een end-to-end geautomatiseerd bedrijfsproces te maken, zegt Veger. ‘Zie het BPM-systeem als de dirigent. Die coördineert van begin tot einde het proces en zorgt dat op het juiste moment de juiste informatie wordt gelezen of weggeschreven.’ Het BPM-systeem dirigeert dan welke dienst (service) wordt aangeroepen. ‘In de praktijk zie ik dat organisaties alleen nog services bouwen om applicaties te ontsluiten op het moment dat de applicatie nog lange tijd in de lucht blijft. Soms is dat niet het geval; vooral grote organisaties hebben vitale data in oude systemen staan die ze binnen drie tot vier jaar willen uitfaseren. Dan wil het bedrijf niet meer investeren in de bouw van een service. Een nieuwe technologie die dan gebruikt wordt is Robotic Process Automation (RPA). Met RPA worden repetitieve gebruikersacties automatisch nagebootst door het BPM systeem, zodat je het lezen en schrijven naar deze applicaties toch kan ontsluiten. De scripts kunnen worden gecreëerd door de acties van een gebruiker op te nemen, en dit is een krachtig middel voor het sneller en geautomatiseerd uitvoeren van processen.’ Koppelen van systemen is complex Hoewel de noodzaak er is, wordt het integreren van systemen ook steeds complexer, zegt Greuter. Er wordt namelijk niet alleen geïntegreerd met interne systemen. ‘Ook bij ketenpartners speelt zo’n integratieoplossing een belangrijke rol. Denk hierbij aan de gegevensuitwisseling met verschillende ministeries, de WOZ, het Kadaster of de energiemarkt.’ Bovendien, zegt Veger, is een BPM-project niet alleen een technische exercitie. ‘Het combineren van systemen middels BPM is niet nieuw. De complexiteit zit in het feit dat je bij de automatisering van een end-to-end proces niet alleen de systemen verbindt, je verbindt ook mensen op een andere manier. Dat betekent dat een organisatie anders gaat werken, het werk gaat er voor werknemers anders uit zien. Het is daarom essentieel om ook het organisatorische aspect in ogenschouw te nemen.’

Hoe de IT-lappendeken in uw organisatie innovatie belemmert

Door snelle groei of door overnames kunnen organisaties met verschillende IT-systemen in grote problemen komen. Systemen die niet met elkaar...

clock 2,5 min

Terug van vakantie: tijd voor tiny habits

Kom je opgeladen terug van vakantie, maar wil je geen business as usual? Ga van doelen naar acties, schrijft Sprout-expert Rutger...

clock 1,5 min

Professor Cees van Riel, werkzaam aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, bestudeerde twintig jaar lang de reputatie van bedrijven en hoe die tot stand komt. Dat deed hij samen met het Reputation Institute, een internationaal bedrijf dat gespecialiseerd is in dit onderwerp. De studie die zij onlangs afrondden leverde opvallende resultaten op. Van Riel vergeleek de reputatie van bedrijven met die van prestigieuze musea wereldwijd. Wat bleek, musea doen het dus veel beter. Louvre vs. Rolex In de studie ranken de onderzoekers musea en bedrijven op een schaal van 0-100. Ze vroegen 12.000 mensen naar hun mening, waarvan sommigen de musea wel hadden bezocht en anderen niet, maar die er wel een mening over hadden. In totaal werden 18 musea in tien verschillende landen meegenomen in het onderzoek. Het Louvre spande de kroon met een score van 84,3. Ter vergelijking: Rolex is het bedrijf met de beste reputatie ter wereld, zij scoren 80,4. Op nummer twee van bedrijven staat Lego met 79,5 punten. Ook dat bedrijf scoort lager dan overige vier musea in de top-5. Dat zijn het Van Gogh Museum (81,9), het Rijksmuseum (81,7), State Hermitage Museum (81,4) en het British Museum met 80,8 punten. Succes Er zijn verschillende factoren die meespelen in het verschil in reputatie, legt Van Riel uit in een video. Daar liggen ook meteen kansen voor bedrijven. Van Riel geeft drie redenen voor het succes van musea. Ze onderscheiden zich met kwalitatief sterke collecties, dat het museum een bepaalde sfeer geeft. Ook speelt de stad en het land waarin het museum staat mee. Mensen zijn sneller geneigd om een museum hoog te beoordelen wanneer het in een stad of land staat dat ook een goede reputatie heeft. Denk aan het Louvre in Parijs. Als laatst zijn musea waardevol voor de maatschappij, omdat zij een bijdrage leveren. Ze bewaren het nationaal erfgoed en de cultuur en bieden daarnaast educatie en vermaak. Lessen Volgens Van Riel hebben bedrijven dus flink wat te leren van musea. Hij verpakte de onderzoeksresultaten samen in drie lessen. Als eerst kunnen bedrijven inspiratie opdoen van de ‘purpose’-gedreven manier van werken bij musea. Zij werken met een hoger doel voor ogen. Uit onderzoek blijkt ook dat als de zingeving binnen een bedrijf duidelijk geformuleerd is, het bedrijf 60 procent meer kans heeft op groei. Ten tweede werken musea heel open en transparant. Het is namelijk duidelijk wat een museum doet en waarom, bij bedrijven is dit vaak veel ondoorzichtiger. Als laatst stelt Van Riel dat musea geen geld verspillen van de consument. Ze zijn heel kritisch in geld uitgeven, ook omdat ze een duidelijk doel voor ogen hebben.

Louvre wint van Rolex: wat kunnen bedrijven leren van musea?

Het Louvre in Parijs kennen we allemaal, ook al hebben we het (nog) niet bezocht. Het is wereldwijd het kunstmuseum...

clock 2 min

Mea culpa van de redactie: verkeerde nieuwsbrief

Beste MT-lezer, Door een fout van onze kant heb je vanochtend in eerste instantie de nieuwsbrief van donderdag ontvangen. Nu...

clock 0 min

Ben Tiggelaar, Leiderschap, in een dag, management, manager, leidinggeven

Leiderschapsdenkers #1: Zo geef je leiding in één minuut

De drie geheimen van succesvol leidinggeven? Eén minuut doelstellingen, één minuut complimenten geven en één minuut terechtwijzen. In de onderstaande...

clock 0,5 min

De cubicle is een icoon uit de jaren zeventig en tachtig. Je ziet hem vaak voorbijkomen in films uit, of over de jaren zeventig en tachtig. Een zaal vol kleine bureautjes met systeemwandjes. Een bijenkorf voor bureaucraten waarbij elke werkbij over zijn eigen celletje beschikt. Het is een symbool geworden van het ouderwetse muffe kantoor en dus ook van het pre-digitale tijdperk. Een plek waar anonieme loonslaven de hele dag eentonig werk verrichten. De Bijenkorf is niet agile genoeg voor de flexibele bedrijven van vandaag waar teams van professionals in wisselende samenstelling de godganse dag bijeenkomen. Nee, tegenwoordig werken we liever met flexplekken. En als je een keertje in alle rust wil werken, dan zijn (te weinig) stilteplekken. We zijn kantoornomaden geworden. Cubicle als territorium Ik ben echter stikjaloers op mensen – die je nog steeds voornamelijk in Amerika vindt – die mogen werken in zo’n fantastische cubicle. Het lijkt mij namelijk heerlijk. Ten eerste heb je een eigen plek, een territorium met je eigen zooi, je eigen spullen. Dat scheelt ook nog een slepen. Maar veel belangrijker is de fysieke afscheiding zelf. Collega’s lopen niet zomaar het territorium van een ander in. Laat in de middag wordt een schending van het territorium gemakkelijker getolereerd dan in de ochtend. Dat voelen mensen instinctief wel aan. Maar in de kantoortuin waartoe de meesten van ons zijn veroordeeld, inclusief ondergetekende is er geen enkele reden om je collega niet uit zijn concentratie te laten. Bij de eerste de beste ingeving waarvoor we ene collega nodig hebben, snellen we naar zijn bureau en halen hem uit zijn concentratie. Want wat jij aan het doen bent, is altijd belangrijker dan waar hij mee bezig is. Ik geeft toe, ik doe het zelf ook. Fysieke barrières zijn harder nodig dan ooit Het gevolg is dat mijn dag en die van mijn collega’s uiteenvalt in hele kleine korte stukjes, waardoor we heel erg inefficiënt gaan werken. Dat heb ik niet verzonnen, daar is heel veel onderzoek naar gedaan. Kantoortuinen en mutlitasken zijn een ramp voor ons brein. Zeker in een tijd waarin de manieren om collega’s uit hun concentratie te halen onbeperkt zijn dankzij de smartphone, zijn fysieke barrières harder nodig dan ooit. De koptelefoon die ik sinds kort gebruik, werkt weliswaar tegen omgevingsgeluid, maar weerhoudt mensen er niet van om achter je te gaan staan als ze je nodig hebben. Ik wil een eigen territorium. Het hoeft niet eens een eigen kamer te zijn, met een cubicle ben  ik al tevreden. 

Weg met de kantoortuin, lang leve de cubicle

De cubicle, het bureautje omgeven met drie systeemwandjes, heeft een imagoprobleem. Ten onrechte, vindt MT hoofdredacteur Thijs Peters. Een pleidooi...

clock 2 min

Macht maakt sexy. Henry Kissinger sprak daar tijdens een CNN-interview eens openhartig over. De Secretary of State tijdens de Nixon-regering bleek nog steeds populair bij jonge dames, en de enige verklaring die hij daarvoor kon geven, was de vele macht die hem werd toegeschreven. ‘Van mijn schoonheid moet ik het niet hebben’, zei hij. ‘Ik ben inmiddels oud en zwaarlijvig. Het zal de macht en invloed zijn die mij zo aantrekkelijk maakt.’ Biologisch goed verklaarbaar Biologisch is het goed te verklaren dat macht aantrekkelijk maakt. Hoe machtiger de man, hoe groter immers de overlevingskans voor het nageslacht. In zijn boek Seks & Geld, Geluk & Dood beschrijft Manfred Kets de Vries, psychoanalyticus en hoogleraar aan businessschool Inséad, de thema’s die bestuurders met hem tijdens coachingssessies bespreken. Seks scoort daarbij steevast hoog. Dat is volgens hem niet verwonderlijk: hoe meer macht, hoe meer toegang tot seks en relaties. Daarnaast speelt het ‘Zonnekoningeffect’ een belangrijke rol: hoe machtiger iemand is, hoe meer gevoel hij heeft zich alles te kunnen veroorloven, en hoe minder hij gebonden is aan conventies. Exclusieve escort In Berlijn woont Cornelia. Zij geeft workshops over massage en tantra en seksualiteit, maar werkt bij gelegenheid ook als exclusieve escort, meestal voor politici of captains of industry. ‘Mijn klanten denken vaak dat alles te koop is. Als ik dan bepaalde diensten weiger, onafhankelijk van het bedrag dat ze bieden, staan ze vaak versteld. Ze worden boos, druipen af, of krijgen juist respect voor me. Ze zijn niet gewend iets niet te krijgen’, vertelt ze. Arm, maar sexy In een interview met een Amerikaans tijdschrift zei de burgemeester van Berlijn eens: ‘We are not rich, but we have sex.’ En inderdaad, er zijn vermoedelijk weinig andere steden in de wereld waar zoveel openheid op seksueel gebied bestaat. Als de instincten kunnen worden uitgeleefd, komen zowel de mogelijkheden als de valkuilen meer aan de oppervlakte. Ruby May is psychologe en geeft workshops om mensen te leren bewuster en liefdevoller met seksualiteit om te gaan. Ze is in Duitsland vooral bekend geworden met haar workshops Conscious Kink. Daarin gebruikt ze onder meer technieken uit BDSM. De vier letters van BDSM staan voor drie verschillende combinaties: Bondage and Discipline, Dominance and Submission en voor Sadism and Masochism. Sinds de publicatie van populaire boeken als Vijftig tinten grijs en de veelbesproken documentaire Sletvrees van Sunny Bergman, lijkt BDSM ook voor het grote publiek geen taboe meer te zijn, en kun je er op feestjes openlijk over praten. Dienen van de ander Volgens Ruby May spelen dominantie en overgave een rol in het seksuele spel. Interessant is haar visie op het uitoefenen van macht en overgave in seksualiteit. ‘Wat ik mensen leer, zijn twee zaken. Het eerste is discipline en het leren respecteren van de eigen en andermans grenzen. Degene die macht uitoefent, dient onkreukbaar te zijn, anders wordt het vertrouwen geschonden.’ ‘Daarnaast werkt het alleen maar als de handelingen met liefde en respect plaatsvinden. Dat betekent dat het de partij die in het spel de macht heeft niet zozeer gaat om het vervullen van de eigen behoeften, maar veel meer om het afstemmen op en dienen van de ander. Het hart moet erbij betrokken zijn, anders wordt er iets beschadigd.’ Meer hart, minder instincten Daarmee vat ze in een paar zinnen samen wat ook de essentie is van machtsuitoefening in organisaties: het afstemmen op het groter geheel en daarin dienstbaar zijn. Dan werkt uitoefening van macht, schept ze orde en rust, verbindt ze mensen en draagt ze bij aan gewenste resultaten. ‘Ik heb veel executives als cliënten’, zegt May. ‘Ik hoor vaak van ze dat ze door de ervaringen die ze bij me opdoen leren hun hart er beter bij te houden in hun werk en zich minder te laten overrompelen door hun instincten.’ De hand overspeeld In het boek Verleidingen aan de top beschrijft Jaap van Ginneken de resultaten van zijn onderzoek naar regeringsleiders van de afgelopen 50 jaar. Hij bevestigt het beeld dat mensen met veel macht het zich makkelijker kunnen permitteren uiting te geven aan de schijnbaar onverzadigbare verlangens van hun instincten. Ze komen er in de regel makkelijker mee weg. Een van de bekendste voorbeelden is dat van Bill Clinton en Monica Lewinsky. Ook noemt hij Berlusconi, die zich op zijn privéfeestjes liet ‘verwennen’ door zijn minderjarige ‘vriendin’ Ruby. Overigens blijkt de perceptie van ‘de hand overspelen’ erg cultureel bepaald te zijn. Na de bijna-impeachment van Bill Clinton bleek dat hij in Latijns-Amerikaanse landen alleen maar aan waardering had gewonnen. Clinton had nu laten zien dat hij een echte man was. Minnares per scooter Een recenter voorbeeld is dat van de Franse president François Hollande en zijn partner Valérie Trierweiler, die uit elkaar gingen nadat bleek dat Hollande een minnares had. Hij had de gewoonte haar in het holst van de nacht per scooter te bezoeken. De Franse paparazzi kwamen erachter en wisten hem te fotograferen. Normaal gesproken doen Fransen niet zo moeilijk over minnaressen. Ze zien het als een privéaangelegenheid en zolang je er niet over spreekt, valt niemand je ermee lastig. Zo was het in dit geval ook, ware het niet dat Hollandes partner er genoeg van had en besloot te scheiden. Jammer voor Hollande misschien, maar de Fransen lagen er niet wakker van: het had geen impact op zijn imago. Ook de Fransen hebben hun grenzen Toch hebben ook de Fransen hun grenzen. Toen IMF-voorzitter en gedoodverfd presidentskandidaat Dominique Strauss-Kahn ervan werd verdacht een kamermeisje in New York te hebben aangerand, waarbij mogelijk zelfs sprake was van verkrachting en geweld, verloor hij snel de steun van de Franse bevolking en liep hij zijn aanstaande presidentskandidatuur van de socialistische partij mis. Een minnares mag, zolang er geen beeld van misdaad aan kleeft, het in harmonie plaatsvindt en het een privéaangelegenheid blijft. Seks is macht Maar hoezeer er ook verschillen zijn in normen en waarden per cultuur en organisatie: macht en seks zijn en blijven met elkaar verbonden.‘Everything in the world is about seks, except sex. Sex is about power’, schreef Oscar Wilde al. Wat hem betreft gaat seks over macht: wie macht heeft, heeft toegang tot seks. Macht erotiseert: wie macht heeft, heeft meer sexappeal. Maar seks kan ook een middel zijn om uitdrukking te geven aan een machtsrelatie. Hoe we de relatie tussen seks en macht ook definiëren, ze zullen altijd met elkaar in verbinding staan. Bij macht 1.0 kan de combinatie tussen seks en macht leiden tot misbruik, of zelfs misdaad. Het verkrachten van vrouwen in oorlogssituaties lijkt overal in de wereld voor te komen. Een directere manier om een land te veroveren dan door kinderen te verwekken bij de vrouwen van de vijand, is nauwelijks denkbaar. De checks and balances van macht 2.0 kunnen helpen onze instincten in bedwang te houden en de ander niet te verleiden, of ons niet aan een ander te vergrijpen. Uiteindelijk is het macht 3.0, bewustzijn en integriteit, die kan helpen om met respect te handelen. Dat betekent niet dat werk en seks niet kunnen samengaan, maar dat het altijd om bewustzijn vraagt in relaties waar macht en machtsverschil een rol spelen. Over de auteur Oscar David is Adjunct Professor van het TIAS Senior Executive Program, het programma voor ambitieuze senior professionals. In zijn boek Macht! van instinct tot integriteit beschrijft hij de werking en dynamiek van macht.

Hoe sexy is het om machtig te zijn?

Macht gaat om seks. En seks gaat om macht. Daar valt veel van te leren, ook voor managers in alledaagse...

clock 5 min

Waarom je niet moet denken dat Vlaanderen een provincie van Nederland is

Samenwerken met Belgen wordt door Nederlanders vaak zwaar onderschat, schrijft Sprout-expert Saskia Maarse. 'Nederlandse directheid kan verwarring veroorzaken.'

clock 2,5 min

‘De manier waarop Tesla de auto-industrie op zijn kop zette, Amazon het retaillandschap voor eeuwig veranderde en Netflix de media raakte, dat is klein grut vergeleken met wat we hier gaan doen. We gaan een industrie van 12 biljoen op zijn kop zetten.’ ‘We zijn hier in een kleine, intieme setting bij elkaar, maar onthoud dit moment. Dit is het moment dat we een revolutie in gang zetten,.’ Aan superlatieven geen gebrek bij de lancering van de samenwerking tussen HP en Deloitte in het hoofdkantoor van HP in Palo Alto, Californië. Dion Weisler, CEO van HP Inc. grijpt elke kans aan om te benadrukken dat we hier te maken hebben met een historisch moment. Snel prototypes maken De consultant en het technologiebedrijf bundelen hun krachten om 3D printen op industriële schaal in te gaan zetten. HP levert de printers, Deloitte de expertise. Nu wordt 3D printen vooral ingezet om snel prototypes te maken. Vervolgens worden de producten dan alsnog met mallen gegoten en in fabrieken gemaakt. ‘Met de nieuwe generatie printers wordt het voor bepaalde producten goedkoper om ze te printen in plaats van te gieten,’ vertelt Dion Weisler, CEO van HP Inc. Maar het inzetten van 3D-printen op grote schaal, is nog niet zo makkelijk. ‘Bedrijven moeten hun hele productieproces anders inrichten. Ze kunnen sneller producten ontwerpen en produceren, maar ook de supply chain kan flexibeler worden ingericht en het productieproces kan efficiënter’, zegt Punit Renjen, CEO van Deloitte Global. ‘De afgelopen honderd jaar is er vrij weinig veranderd als het gaat om de maakindustrie,’ zegt Weisler. ‘De technieken van 3D-printen bestaan al dertig jaar. Maar met de ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden op het gebied van “connected” fabrieken, robotisering, kunstmatige intelligentie en 3D-printen kan straks iedereen, waar dan ook ter wereld alles maken.’ Oplages Nu 3D-printers sneller, kwalitatief beter, betrouwbaarder en goedkoper worden, betekent dit dat het voor bedrijven slimmer kan zijn om bepaalde producten te laten printen in plaats van te laten gieten. Bij traditioneel produceren ligt het merendeel van de kosten aan het begin van productie. Het laten maken van de mal bijvoorbeeld is erg duur. Hoe meer producten er gemaakt worden hoe goedkoper het wordt. Voor producten die in een lage oplage gemaakt moeten worden, valt printen dan nu vaak goedkoper uit. Nu worden bijvoorbeeld gehoorapparaten, 3D geprint omdat alle apparaten uniek zijn. ‘Maar dat keerpunt gaat door alle technische ontwikkelingen verschuiven. Ligt dat kantelpunt voor een bepaald product nu op 3.000, over een paar jaar is dat een miljoen.’ zegt Weisler. ‘Het begint nu, en over drie tot vijf jaar gaat het echt op grote schaal plaatsvinden.’ Verandering productieproces Renjen vult aan: ‘Het hele productieproces, van ontwerpfase tot nazorg met oude onderdelen gaat helemaal anders worden. Wij gaan samen met bedrijven kijken hoe ze dat kunnen doen. De enige manier waarop dat kan, is door het bouwen van business cases. En door te laten zien dat de 3D geprinte producten even goed of beter zijn dan de gegoten producten.’ Er zijn al een aantal partnerships gesloten. Grote bedrijven als BMW, Nike, Siemens en Johnson&Johnson zetten 3D-printen al in. ‘Het zullen in het begin vooral de grote bedrijven zijn die deze techniek gaan inzetten. Maar op den duur zullen ook kleinere en middelgrote bedrijven hun processen gaan veranderen. Een voorbeeld waar het printen van onderdelen een duidelijk voordeel heeft is bijvoorbeeld bij producten die uit productie worden genomen, zoals de F16 vloot. Reserve-onderdelen zijn moeilijk te krijgen en duur. Ook zijn de onderdelen niet op de juiste plaats. Dat kost veel tijd en geld. Door die onderdelen te printen als ze nodig zijn vermijd je dure voorraden en zijn de onderdelen altijd op de goede plaats. Nieuwe printer Voor HP kwam het keerpunt voor 3D-printen met de nieuwe Multi Jet Fusion printer (MJF), een printer die 10 keer sneller print dan zijn voorganger en waarvan de kwaliteit van producten een stuk hoger ligt en de prijs lager. Dit maakt industriële inzet een reële optie. ‘Maar alleen de technologie is niet voldoende. We zijn goed in het verkopen van printers, maar niet in industriële processen. Daarom hebben we een partner gezocht die bedrijven kan helpen in de digitale transformatie,’ zegt Weisler. Renjen licht de keuze voor HP toe, in plaat van andere bedrijven die groter zijn in 3D-printen en er langer mee bezig zijn, zoals  Stratasys of 3D Systems: 'Deloitte werkt samen met wereldmarktleiders. We kozen voor HP vanwege de wereldwijde naamsbekendheid en de omvang van het bedrijf.'

3D-printer klaar voor massaproductie

HP en Deloitte denken dat de tijd daar is voor de grote doorbraak van de 3D-printer. Daarom slaan ze de...

clock 3 min

Gerhard te Velde (MijnStudent) over de eerste disfunctionerende werknemer die hij ontsloeg

Juridisch gesteggel over een disfunctionerende werknemer wil Gerhard te Velde van MijnStudent nooit meer. 'Het voelt alsof ze jouw leven...

clock 3 min

Thijssen groeit op in de buurt van Gouda en gaat na haar middelbare school naar Utrecht om Rechten te studeren. Daarnaast volgt ze ook de opleiding personeelwetenschappen. Naast haar studie werkt ze bij de NS als schaderegelaar. Ze klimt er uiteindelijk op tot directievoorzitter NS Reizigers. Technisch bedrijf In 2014 maakt ze de overstap naar Alliander om als COO plaats te nemen in de raad van bestuur. Over de overstap zegt ze in een eerder interview met Management Team : ‘Alliander is een technisch bedrijf, onze teams van monteurs bestaan voornamelijk uit mannen. In de leidinggevende posities zijn vrouwen juist wel redelijk goed vertegenwoordigd: 26 procent van de leidinggevenden is vrouw. Dat is gunstig: vrouwen benaderen vraagstukken vaak vanuit een andere invalshoek en maken meer verbinding. Van collega’s hoor ik dat ik openhartig ben, me kwetsbaar opstel. Dat zijn vrouwelijke eigenschappen waarmee ik denk dat ik een voorbeeld kan zijn voor anderen.’ Ze heeft de functie van COO, maar dat blijkt ze in praktijk niet zo nauw te liggen: 'De CEO, de CFO en ik vormen een collegiaal driemanschap, waarbinnen ieder van ons zich bezighoudt met het ontwikkelen van de strategie en de uitvoering daarvan.’ zegt ze in Management Scope. Salaris Toch is er een belangrijk verschil tussen haar en haar collega's. Het salaris. Na beroering over het salaris van rond de vier ton van de CEO Peter Molengraaf past Alliander het beloningsbeleid aan. Thijssen verdient een stuk minder dan haar collega-bestuursleden. Ze doet het goed. In 2016 wordt ze gekozen tot Topvrouw van het Jaar, een titel die voorbehouden is aan een topvrouw die een jaar boegbeeld is voor vrouwen in het bedrijfsleven. In het juryrapport wordt ze geprezen vanwege 'haar lef en verbindende leiderschapsstijl waarmee zij een belangrijke rol vervult in een door mannen gedomineerde wereld. In een branche met een grote maatschappelijke relevantie waar vrouwelijk leiderschap onontbeerlijk is.' Afwezigheid Begin dit jaar neemt CEO Peter Molengraaf een sabbattical, Thijssen neemt in zijn afwezigheid zijn taken over. Nu Molengraaf meldt dat hij niet terugkeert, wordt de overstap van Thijssen definitief. Lees hier het interview met Ingrid Thijssen terug. 

In het nieuws: Ingrid Thijssen (CEO Alliander)

Ingrid Thijssen volgt Peter Molengraaf op als CEO van netwerkbedrijf Alliander. Een profiel van de topvrouw van het jaar 2016.

clock 1,5 min

‘Zo mevrouw, u heeft een mooie auto!’ Ik sta te tanken bij het pompstation op de hoek van ons industrieterrein. ‘Mevrouw, u heeft wel een heel dikke auto. Hoe komt u hieraan?’, vraagt een onbekende vrachtwagenchauffeur. Ik reageer: ‘Hoe ik aan mijn wagen kom? Gewoon van een oude rijke vent gekregen. Wat had u anders gedacht?’ De chauffeur kijkt me indringend van top tot teen aan en loopt weg. Vrijdagmiddag, mijn collega loopt ons kantoor binnen. ‘Goh, Kristel heb jij toevallig met een chauffeur gesproken bij het benzinestation op de hoek?’ ‘Ja’, zeg ik. ‘Waarom vraag je dat?’ Mijn collega antwoordt: ‘Die man stond aan onze balie voor het lossen van een container en hij vertelde nogal een bizar verhaal. Hij vroeg een aantal keer van wie die zwarte auto is, geparkeerd voor onze voordeur. Ik wilde er eerst geen antwoord op geven, maar hij bleef aandringen. Hij moest en zou weten van wie die Porsche is.’ Ik vroeg hem: ‘En? Wat heb je gezegd?’ Hij antwoordt: ‘De waarheid, dat die auto van onze directrice is. De chauffeur vond dit nogal vreemd, want hij was deze week een jonge vrouw met lang donker haar op hoge hakken tegengekomen bij de benzinepomp en hij dacht dat ze een prostituee was. Of een golddigger, zo’n jonge vrouw die met een oude kerel getrouwd is voor het geld. Ik heb tegen hem gezegd dat hij zich wel vergist moest hebben en dat de auto echt van jou is.’ Ik moest hard lachen. ‘Ken jij die man dan?’, mompelt mijn collega. Ik antwoord: ‘Stel je achterlijke vragen, dan moet je ook niet verbaasd zijn om een dwaas antwoord terug te krijgen, toch?’ Mijn collega kijkt verward. ‘Nu begrijp ik het helemaal niet meer’, sist hij. Ik leg het hem uit. ‘Heel simpel. Wat zou jij antwoorden op de vraag: ‘’Hoe kom je aan die auto?’’ Maar jij bent een man, dus aan jou vragen ze dat soort idiote dingen niet!’ Hij lijkt het te snappen: ‘Oké, daarom ging de chauffeur helemaal verbouwereerd weg, zich excuserend dat hij zich inderdaad had vergist.’ ‘Haha’, glimlach ik terug. De volgende keer dat die chauffeur een vrouw in een Porsche ziet rijden, zal hij niet meer vragen of ze een dame van lichte zeden is. Hij heeft zijn lesje wel geleerd.’ Hij grapt terug: ‘Ik weet het wel zeker. Je had zijn gezicht moeten zien toen ik zei dat jij de eigenaar van deze zaak bent.’ Waarom kunnen vrouwen niet in dure auto’s rijden? Een Marokkaan in een Mercedes is toch ook niet automatisch een crimineel? En de BMW van een jonge gast is niet altijd een verjaardagscadeautje van zijn pa. De jonge kerel kan een succesvolle zakenman zijn of profvoetballer. Toch heerst er een taboe op vrouwen in luxe auto’s. Het aanschaffen van de auto alleen al is problematisch. Autoverkopers hebben geen oog voor de vrouw. Ze staan enkel tegen de echtgenoot te praten over velgen, het brandstofverbruik en het vermogen van de bolide. Bij de aankoop van mijn Porsche zei mijn man daarom ook: ‘Sorry, maar dit is onbeschoft en discriminerend. De wagen gaat het nieuwe speeltje van mevrouw worden. Stel de vragen aan haar.’ Hebben vrouwen geen verstand van auto’s? Flauwekul! Kiest ze een auto enkel omdat de kleur haar bevalt? Dat geloof je toch zelf niet. Vrouwen maken wel degelijk bewuste keuzes bij de aankoop van hun wagen. Enkel mannen doen zich beter voor en bluffen dat ze meer verstand hebben van auto’s dan vrouwen. Dat is het enige verschil. De verkopers in de garage waar ik vaste klant ben zijn gelukkig wel vrouwvriendelijk. Ik ben een van de jongste klanten en ze zijn zelfs vriendelijker tegen mij dan tegen mijn echtgenoot. Gelukkig bestaan er nog normale, niet vooringenomen autoverkopers, al is dit soort met uitsterven bedreigd. Wel zijn er veel misverstanden rond vrouwen en auto’s: een vrouw kan een dure auto niet zelf betalen, ze is niet in staat de bolide zelf aan te schaffen en ze is zelfs beter af met een kleinere (lees: goedkopere) auto, anders kan ze hem niet parkeren. Zie je twee auto’s op de oprit van een woonhuis staan, dan is de kleinere wagen van mevrouw en de grote bolide van de heer des huizes. Een auto is een teken van status. Mannen stoppen vrouwen nu eenmaal graag in een kleine Mini. Een vorm van machtsvertoon en onderdrukking. Maar dames, dat gebeurt alleen als je dit ook zelf toelaat. Er is niks mis met een flamboyante autosmaak, ook niet als die smaak van een vrouw is. Het is niet waar dat een kleine Clio de perfecte vrouwenauto is. Vrouwen rijden helemaal niet graag in een kleine auto. Mannen willen altijd in een grotere wagen rijden dan hun vrouw. Het bekende mannelijke haantjesgedrag komt dan naar voren. Kleine auto’s zouden makkelijker te parkeren zijn en praktischer zijn voor een vrouw. Allemaal vagen redenen om goed te praten dat er tegen de vrouw gediscrimineerd wordt. SUV’s zijn vaak standaard voorzien van achteruitrijd-camera’s, automatisch inparkerende auto’s worden meestal gekocht door mannen. Maar er passen volgens mij  meer boodschappentassen in die grote auto dan in die mini. Is dat niet juist vrouwvriendelijker? Waar moet je als dame anders al je winkeltassen laten? Geen excuses meer: een vrouw mag ook in een grote auto rijden. Kristel Groenenboom schreef een boek over vooroordelen tegen vrouwen aan de top: 'Mag ik meneer Kristel even spreken?' Je kunt het boek hier bestellen.

Hoe kom jij als jongedame aan die dure auto?

Die vraag schoot bij ondernemer Kristel Groenenboom in het verkeerde keelgat. Als hoofd van het bedrijf krijgt ze dit soort...

clock 4 min

In totaal deden 15 van de grootste kenniswerkers in Nederland mee. Zij waren samen goed voor 23 miljard euro aan wereldwijde investeringen in onderzoek en ontwikkeling. 3,2 miljard euro daarvan werd uitgegeven in Nederland, de rest over de grens. De R&D-barometer is een enquête die grote bedrijven vraagt naar hun investeringen en toekomstplannen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. De barometer werd in 2011 voor het laatst afgenomen. Uit het onderzoek blijkt wel dat er wat dingen veranderd zijn sinds 2011. Terug naar Nederland Zo is de aandacht voor R&D in de BRIC-landen wat verslapt. De ondervraagde bedrijven verwachtten zes jaar geleden meer onderzoek te verrichten binnen en naar deze landen, maar die verwachting lijkt niet uit te komen. Bij de BRIC-landen horen onder meer China, India, Rusland en Brazilië. Oorzaak is (deels) dat er meer geïnvesteerd wordt in R&D in Nederland. Dat is terug te zien in de cijfers: dit jaar groeide het geïnvesteerde bedrag naar 3,2 miljard euro. In 2011 was dit nog 2,5 miljard euro. Ook het aantal onderzoekers dat wordt ingezet in Nederland groeide met 3.000 naar een totaal van 16.000. Wereldwijd zijn er nu 60.000 onderzoekers aan het werk. Samenwerkingen met mkb Ten tweede blijkt uit het onderzoek dat de Nederlandse multinationals meer samenwerking zoeken met mkb-bedrijven en startups, wat de Nederlandse economie en innovatie stimuleert. In totaal zou het om ongeveer een half miljard euro gaan voor het mkb, van de totale 1,4 miljard euro. Daarnaast wordt er ook veel samengewerkt met grote kennisinstellingen, zoals de vier Technische Universiteiten en TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek). Talent Een van de uitdagingen die de ondervraagde bedrijven tegenkomen, is het vinden van geschikt talent. Met ‘geschikt’, bedoelen de bedrijven vooral hooggekwalificeerd. Rob Hamer, voorzitter van de VNO-NCW technologie commissie en R&D-directeur van Unilever zegt erover: ‘Voor sommige technische functies is talent inmiddels zeer schaars, wat een bedreiging vormt voor de concurrentiekracht van Nederland op termijn. Een studentenstop bij de TU’s is dan bijvoorbeeld ook funest.’

Aandacht R&D terug naar NL, plus grotere investeringen

Nederlands’ grootste kennisbedrijven geven steeds meer geld uit aan research & development. Daarnaast verplaatst de aandacht van ontwikkeling van het...

clock 1,5 min

Ziekenhuisdirecteur Marc Van Uytven, OLV Ziekenhuis Aalst, heeft één belangrijk product: vertrouwen. Zijn visie op servant leadership.

Hoe dienend leiderschap in een ziekenhuis werkt

Het OLV Ziekenhuis Aalst maakt gebruik van dienend leiderschap binnen de ziekenhuismuren. Wat het is en hoe je het gebruikt,...

clock 5 min

Bram Schot houdt van auto’s. Hij startte zijn carrière bij DaimlerChrysler Nederland, waar hij opklom tot CEO in 2003. Na drie jaar stapte hij over naar dezelfde functie bij DaimlerChrysler Italië, waar hij de eerste niet-Duitse CEO was. Ook hier bleef hij drie jaar zitten. Volkswagen Sinds 2011 werkt Schot in een managementfunctie voor de bestelwagendivisie van Volkswagen. In een interview met TTM zei Schot over de nieuwe automodellen: ‘Wat betreft design evolutie, geen revolutie.’ Hiermee doelde hij op het lichtelijk vernieuwde uiterlijk van de auto’s, maar de wezenlijke verschillen zaten in de nieuwe onderdelen. Hij gelooft in hard werken, niet alleen als de cijfers minder goed zijn. Maar juist als de cijfers goed zijn. ‘Leider blijven is niet makkelijk. Je houdt je klanten alleen tevreden met heel goede auto’s. Hard werken, niet achterover leunen.’ Daarnaast was hij bij de bestelwagendivisie veel bezig met het elektrisch maken van de busjes. Nieuwe directie Schot wordt nu binnengehaald bij de dochteronderneming van Volkswagen, Audi. Daar gaat hij vanaf 1 september aan de slag als de nieuwe marketing- en verkoopdirecteur. Vier van de totaal zeven bestuursleden van Audi worden vervangen, waaronder het personeelshoofd, de productiechef en de CFO. Dat zou komen door de slechte prestaties van afgelopen tijd. Nieuwe bestuursleden waarmee Schot gaat samenwerken zijn Alexander Seitz, Wendelin Göbel en Peter Kössler. Schandalen Matthias Muller, topman van Volkswagen, benadrukte de moeilijke periode van Audi en wil dat de nieuwe bestuursleden gaan werken aan digitalisering en de mobiliteitsdiensten. Muller spreekt niet over het dieselschandaal of de kartelvorming waarbij Audi vermoedelijk betrokken was, maar dit had wel effect op de cijfers en de reputatie van het autoconcern. Naar de betrokkenheid van Audi bij de kartelvorming loopt momenteel nog een onderzoek door de Europese Commissie.

In het nieuws: Bram Schot (CMO Audi)

Nederlander Bram Schot (56) is de nieuwe marketing- en verkoopdirecteur bij Audi. Het geplaagde automerk gooit het bestuur om en...

clock 1 min

Columnisten

Ralf Knegtmans

Managing partner van executive searchbedrijf De Vroedt & Thierry. Schrijft over talent en leiders van de toekomst.

Lees de columns van Ralf Knegtmans

Laura Bas

Laura Bas is generatie Z-expert, spreker en influencer.

Lees de columns van Laura Bas