Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Duurzaamheid

Toekomstbestendig ondernemen, met de juiste balans tussen de drie p’s: people, planet, profit. 

Recente artikelen

robots angst

Waarom je niet hoeft te vrezen voor steeds slimmere robots

Ook als de schaakcomputer alle potjes wint, is de mens nog altijd eerst aan zet. Tijd dus om geen angst...

clock 5 min

Jouw duurzame boodschap onder de aandacht bij de media

Ook als impact-ondernemer wil je jouw duurzame product of dienst bij een zo groot mogelijke groep mensen onder de aandacht...

clock 3,5 min

De Raivereniging, de lobbyclub van de autofabrikanten en importeurs, is fel gekant tegen het voornemen van het kabinet om in 2030 alleen nog maar elektrische auto's in de showroom te hebben staan.  'We kunnen als Nederland niet te ver vooruitlopen op Europa', zei directeur Olaf de Bruijn donderdag bij BNR. Autofabrikanten hebben namelijk beperkingen opgelegd gekregen voor de uitstoot van CO2  over hun gehele wagenpark in Europa, zo stelt De Bruijn. Als wij in Nederland het braafste jongetje van de klas uithangen, kan een autofabrikant in een ander land relatief minder elektrische auto's in de markt zetten. 'Het waterbedeffect', noemt De Bruijn het. Netto heeft het helemaal geen zin stelt de lobbyist, wat uitstoot is uitstoot. Of CO2 nu in Nederland of in Italië de lucht in gaat, voor klimaatverandering maakt het geen verschil.  Drogreden De redenering is een vorm van plat lobbyisme vermomt in een quasi rationele redenering. Niet dat het waterbedeffect niet bestaat. Maar dat is geen reden om op je handen te gaan zitten. Als iedereen in Europa op elkaar gaat zitten wachten, dan kan het lang gaan duren voordat we minder uitstoten.  In dat geval bepaalt namelijk het land met de minste ambitie het tempo. In dit geval is dat Duitsland, het land met de meeste autoindustrie. Het is niet voor niets dat het gesjoemel met uitstootwaarden van (Duitse) auto's aan het licht kwam in Amerika. Dat land heeft strengere normen dan in Europa, omdat Duitsland zich altijd tegen strenge normen heeft verzet.  En dan is er nog het argument van de RAI Vereniging dat het qua vervuiling niet uitmaakt. Dat klopt zolang je het over CO2 hebt, maar dat is zeker niet de enige reststof die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. In onze steden is met name de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof een groot probleem. Jaarlijks sterven er tussen de zeven en dertienduizend Nederlanders vroegtijdig door vieze lucht. Hele delen van de Randstad voldoen op dit moment niet aan de huidige Europese normen, en het wegverkeer is een van de grote boosdoeners. Dit probleem zou je weliswaar niet in zijn geheel, maar wel deels oplossne door het autopark sneller te vergroenen.  Er is ook nog een economische reden om de elektrische auto te promoten. Als een groot gedeelte van het wagenpark schoon is, krijgen we er grond voor terug. Geluidsoverlast langs (snel)wegen neemt af en de lucht wordt schoner, waardoor wonen naast de snelweg ineens een stuk minder onaantrekkelijk kan zijn. Die economische winst, die zou de schade die de achterban van De Bruijn misschien door de maatregel oploopt, grotendeels compenseren. Op 15 februari verschijnt de nieuwste editie van MT Magazine die in het teken staat van mobiliteit. Met onder meer een interviews met de Nederlandse marktetingbaas van Audi, Snapcarr CEO Victor van Tol en verhaal over de opgeklopte verwachtingen rond de zelfrijdende auto. MT magazine is verkrijgbaar in onze shop. 

Achterhoedegevecht van de autolobby

De RAI-vereniging strijdt tegen het voornemen van het kabinet om in 2030 alleen nog de verkoop van elektrische auto's toe...

clock 2 min

4 tips om als startende ondernemer los te gaan

Ruben van Veen verliet het bedrijfsleven om een eigen duurzaam modemerk te lanceren. Ondernemerschap kun je leren, schrijft hij in zijn...

clock 3,5 min

Nergens in Nederland vind je zoveel legkippen als in en rondom Venray. Naar schatting worden er hier zo’n vier miljoen gehuisvest in grote boerderijen. Verreweg het meest bijzondere onderkomen is dat van Kipster. Grote ramen bedekken de voorzijde van het gebouw en het dak is gevuld met bijna elfhonderd zonnepanelen. Eenmaal binnen valt met name de ruimte op. Kippen zitten hier niet zij aan zij, maar kunnen zich vrij bewegen. Dat moet ook, vinden de initiatiefnemers. Volgens hen zijn we dan ook te gast bij de meest dier-, milieu- én boervriendelijke kippenboerderij van de wereld. Gebroken stukjes beschuit Bij Kipster leven de kippen als god in Frankrijk. Ze hebben alle ruimte, kunnen naar hartenlust rondjes lopen en zelfs naar buiten toe als ze daar zin in hebben. Maar ook voor mens en milieu is Kipster in veel aspecten een stap vooruit, zo benadrukt medeoprichter Maurits Groen, die in dit project samen optrekt met pluimveehouder Styn Claessens, lector Gezonde Pluimveehouderij Ruud Zanders en Olivier Wegloop, oprichter van Boomerang. “De meeste CO2-uitstoot in deze sector komt van de voerproductie”, aldus Groen. “Er worden bomen omgehakt om landbouwgrond vrij te maken en pesticides gebruikt tegen ongedierte. De sojaplanten gaan vervolgens met een stinkende dieselboot richting de boerderijen. Wij pakken het helemaal anders aan. Onze kippen worden gevoerd met resten van bakkerijen, zoals stukjes gebroken beschuit en rijstwafels.” Dat Groen het woord afval niet gebruikt is geen toeval. Hij vindt het een rotwoord. “Het zijn hoogwaardige producten die je op de juiste manier moet gebruiken.” Hoe belangrijk het is dat er met deze manier van voeren geen kostbare landbouwgrond wordt verspild, staat ook te lezen op één van de bordjes in de kippenstal: ‘Wist je dat 70% van alle landbouwgrond op de wereld voor boerderijdieren is?’ De Lidl Een half jaar is Kipster nu in bedrijf. Productie? Tussen de 150.000 en 200.000 eieren per week. En elk daarvan draagt de drie sterren van het Beter Leven-keurmerk. Een Kipster-ei kost iets meer dan een doorsnee scharrelei (“Scharrel betekent nog steeds negen kippen op een vierkante meter”, aldus Groen), maar is goedkoper dan de biologische variant. Met de verkoop gaat het dus goed. “Elke week zijn alle eieren uitverkocht”, zegt Groen. “Af en toe moeten ze bij Lidl zelfs kaartjes in het schap leggen met de boodschap dat deze eieren voor nu even zijn uitverkocht. ‘Sorry, we leggen maar één ei per dag’, staat er dan.” Lidl, de naam is gevallen. Dat Kipster nu volop draait was niet mogelijk geweest als de bijzondere samenwerking met de supermarktketen niet tot stand was gekomen. Toen de plannen voor Kipster niet meer waren dan ambities, enkele schetsen op papier en een excelletje met prognoses durfde Lidl al in te stappen. “Het is uniek dat een supermarkt z’n handtekening zet onder een vast gegarandeerd bedrag voor de boer en dat voor vijf jaar vooruit. En het is al helemaal bijzonder dat een supermarkt dat doet met een leverancier die nog helemaal niet kan leveren. We hadden op dat moment nog geen grond, geen vergunningen, geen boerderij en geen kippen. Ze zijn ingestapt op basis van een goed idee.” Groene stroom Met de afzetgarantie van Lidl in de pocket konden de initiatiefnemers voldoende financiering ophalen voor hun ambitieuze project. En zo draait in Oirlo, bij Venray, sinds september van het afgelopen jaar ’s werelds meest duurzame kippenboerderij. Die zich (uiteraard) all electric mag noemen. “We hebben geen gasaansluiting, de bijna elfhonderd zonnepanelen op het dak produceren maar dubbel zoveel energie dan we nodig hebben om het hele bedrijf te laten draaien. Dan moet je naast de verlichting onder meer denken aan ventilatie, transportbanen en inpakmachines. De rest van onze stroom leveren we terug aan het elektriciteitsnet. Daarmee compenseren we de transportbewegingen die nodig zijn om Kipster te laten draaien. Wel onderzoeken we nog hoe we het vervoer van onder meer de kippen zelf zoveel mogelijk kunnen verduurzamen.” Met de ventilatie die Groen zojuist noemde, is overigens ook iets bijzonders aan de hand. Machines zuiveren de lucht die de stal uitkomt. Dat gaat fijnstof tegen en juist dat is bij grote kippenboerderijen een big issue. Kippenpoep En dan is er nóg iets waar de bedenkers van Kipster mee aan de slag moesten: kippenpoep. Hoogwaardige grondstoffen, in de visie van Groen en zijn compagnons. En prima te gebruiken voor het bemesten van grond. “We zijn nu bezig om de uitwerpselen te voorzien van een hoger stofgehalte zodat het veel droger wordt en we het als mest kunnen gaan verkopen. Ook daarover zijn we in gesprek met Lidl.” Nog concreter is de komst van een ander Kipster-product, dat vanaf deze maand in de schappen ligt: de haanburger. “In Nederland worden vleeskuikens in 42 dagen opgefokt. Dat worden dan de kipfilets die je in de winkel ziet liggen”, vertelt Groen. “Haankuikens groeien langzamer en hebben meer voer nodig. Ze zijn daarom simpelweg oneconomisch verklaard en worden op hun geboortedag meteen vergast of gehakseld. Hanen kunnen nu eenmaal geen eieren leggen. Wij hebben met Lidl afgesproken om haanburgers te gaan leveren, nadat ze eerst in alle rust en vrijheid zijn opgegroeid in één van onze andere stallen. Zo kunnen we echt een burger van goede kwaliteit leveren, een premium product.” Nu opschalen De eerste haanburgers liggen vanaf 19 februari in de winkel. En daarna? “We zijn volop bezig met de voorbereidingen voor Kipster twee, drie vier, vijf en meer. We hebben nu laten zien dat het kan. Een kippenboerderij laten renderen zonder schade toe te brengen aan dieren, mensen, het milieu en het klimaat. En iedereen mag komen kijken hoe wij dat in het noorden van Limburg doen.”

Bij Kipster eten de kippen beschuit in plaats van soja

In Noord-Limburg staat de eerste klimaatneutrale kippenboerderij ter wereld. Verreweg de meeste CO2-winst zit ‘m volgens de initiatiefnemers in het...

clock 4 min

5 tips voor succesvol circulair ondernemen (met voorbeelden)

Veel ondernemers hebben circulaire ambities, maar hoe zet je de eerste concrete stappen? Leonne van de Ven inspireert je met...

clock 3 min

data renzo

Zo maak je het verschil met jouw data

Data zijn overal. De grote vraag is dus niet wáár je ze vandaan haalt. Pas als je helder hebt welke...

clock 4 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

clock 3,5 min

cold calling

‘Het echte cold calling is binnenkort voorgoed voorbij’

Elk bedrijf wil graag warme leads. Dat verkoopt immers een stuk makkelijker. En ook voor de klant is het fijn....

clock 3,5 min

Werkgevers, de vakbonden, de overheid, maatschappelijke organisaties en een flink aantal kennisinstellingen. Ze staan allemaal op de foto die op 24 januari van dit jaar wordt gemaakt in Den Haag. De feestelijke toost betekent het startschot voor een nieuw rijksbreed programma: Nederland Circulair in 2050. In de volksmond beter bekend als het Nationaal Grondstoffenakkoord. Niet minder dan 180 partijen zetten hun krabbel onder een set van afspraken die moeten leiden tot een economie die volledig draait op herbruikbare grondstoffen. En dat al over iets meer dan dertig jaar. Grondstoffen raken op Of kun je zeggen: pás over dertig jaar? Want het klinkt tegelijkertijd als iets van ver in de toekomst. ‘Dat is het niet. Als we met z’n allen zo’n grote verandering willen bewerktstelligen, dan zullen we daar nu al voortvarend mee aan de slag moeten’, aldus Jacqueline Cramer. Zij is ambassadeur Circulaire Economie in de Amsterdam Economic Board en waarschuwt ondernemers niet met hun handen over elkaar te blijven staan. ‘De grondstoffen raken op. Zo simpel is het echt. Als we zo blijven doorgaan, dan krijgen we op den duur gebrek aan heel kritische grondstoffen. Wacht dus niet, is mijn oproep. En het loont ook, want hergebruikte grondstoffen worden in tegenstelling tot nieuwe grondstoffen goedkoper. We komen steeds dichterbij dat economische kantelpunt.’ Sluiten van ketens Maar wat is het nu precies, dat circulaire ondernemen? Om het eerste misverstand maar meteen even uit de wereld te helpen: circulair ondernemen is net even anders dan recycling. Daarbij ga je na gebruik nadenken over een tweede leven. Circulair betekent in feite niets anders dan een kringloop, het sluiten van ketens. Het is een economische manier van denken waar al bij het ontwerp van een product wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van grondstoffen. En dat is hard nodig, want de voorraad grondstoffen die nodig is om huizen, auto’s, telefoons en laptops te maken is simpelweg niet oneindig, zo vertelde Cramer al. Bier brouwen Bij Bavaria is dat besef er al een poosje. Het familiebedrijf wil dat ook volgende generaties een gezond bedrijf en een schone wereld krijgen en zet hier daarom nu vol op in. De Brabantse bierbrouwer wil al in 2020 voor minimaal vijftig procent circulair draaien. Een hele uitdaging, zo erkent ook Global Sustainability Manager Martijn Jungeburth. ‘Als je kijkt naar het proces van bierbrouwen zelf, dan zit de CO2-footprint vooral in het verwarmen en de koeling. Daarnaast maken we in de keten natuurlijk gebruik van grondstoffen als gerst en water’, aldus Jungeburth. Om één hectoliter bier te kunnen brouwen hebben de grote bierbrouwers nog altijd ruim drie liter water nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bavaria vooral hier de pijlen op heeft gericht. ‘Het water dat we na gebruik niet meer nodig hebben wordt nu gezuiverd en vervolgens weer teruggegeven aan de akkers. Dat is het project ‘Boer, Bier en Water. De boeren hoeven zo minder water van elders te betrekken om het vochtniveau in de bodem op peil te houden. We voorkomen hiermee dat de grond uitdroogt en sluiten zo de keten. De komende jaren gaan we dit project dan ook fors uitbreiden.’ Daarnaast wil de brouwer ook de eigen energievoorziening fors gaan vergroenen. Onder meer met behulp van geothermie (aardwarmte), een technologie waarbij warmte van honderden meters onder de grond naar boven wordt gepompt. Steun van management Als Global Sustainability Manager kan Jungeburth rekenen op de volledige steun van de directie. Volgens hem een absolute noodzaak om echt het verschil te kunnen maken. ‘Wanneer je als organisatie echt concrete stappen wilt maken naar duurzaam ondernemen, dan is het belangrijk dat het topmanagement de doelstellingen omarmt. Er zijn nu eenmaal investeringen en meestal ook organisatiewijzigingen mee gemoeid en daarvoor heb je een directie nodig.’ Hoewel Bavaria nu meters aan het maken is, moet het bedrijf nog zien af te rekenen met een aantal uitdagingen. Het meten van alle circulaire inspanningen bijvoorbeeld. ‘Bij watergebruik is dat nog wel te overzien, maar bij verpakkingen en de teelt van gerst wordt dat al een stukje ingewikkelder. Dat goed in kaart krijgen lukt alleen met de juiste partners en een goede samenwerking in de keten. En dat is nu ook precies wat we aan het opzetten zijn.’

Hoe Bavaria over 2 jaar de leiding pakt in circulair ondernemen

Circulair ondernemen betekent slimmer omgaan met grondstoffen, producten en diensten. Steeds meer bedrijven experimenteren ermee. ‘Wachten tot je buurman het...

clock 3 min

bugaboo salesforce

Hoe je kosten bespaart én tegelijk blijere klanten krijgt

Wie zijn klanten goed kent, kan ze beter bedienen. Maar op elke eindklant één accountmanager of servicemedewerker, dat kan niet....

clock 4 min

Was er een directe aanleiding om iemand in deze functie aan te stellen? ‘Dat niet zozeer. Noem het meer een intrinsieke motivatie van de organisatie zelf. De belangstelling voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is de laatste jaren natuurlijk sterk toegenomen, ook in onze branche. Dan kun je er als bedrijf voor kiezen om dit takenpakket bij Communicatie of Marketing neer te leggen. Maar wil je MVO-beleid echt integraal onderdeel laten zijn van je dagelijks doen en laten, dan is het beter om daar iemand verantwoordelijk voor te maken.’ Welke doelstellingen heb je destijds meegekregen? ‘Er zijn niet direct harde targets op tafel neergelegd. Wij zien maatschappelijk verantwoord ondernemen meer als een zoektocht die je samen aangaat. Ik richt me in mijn rol op twee specifieke gebieden: milieu en mens & maatschappij. Als ik even mag inzoomen op het milieu-aspect, dan begin je zo’n ontdekkingsreis met de vraag waar nu eigenlijk de bottlenecks in je organisatie zitten. Waar zit het laaghangend fruit en kunnen we dus snel winst behalen? De grootste uitstoot van CO2 zit bij ons met name op het gebied van mobiliteit. Van de 2400 medewerkers zitten er ongeveer 1900 dagelijks op de weg. Die reizen van huis naar kantoor, van kantoor naar klanten en volgen ook nog eens regelmatig trainingen op locatie.’ Wat heb je op het gebied van mobiliteit kunnen bereiken de afgelopen jaren? ‘Een aantal dingen. Eén daarvan is ervoor zorgen dat mensen in aanraking komen met elektrisch rijden, want wij geloven echt dat het die kant op gaat. Zo hebben we heel snel een elektrische auto voor de deur gezet die door alle medewerkers met een rijbewijs gebruikt mag worden. Je kunt die wagen boeken alsof je een vergaderzaal reserveert. ‘Ervaar nou eens hoe het is om in een auto te zitten met een beperkte actieradius’, zeggen we tegen onze mensen. De reacties zijn bijna allemaal positief trouwens. Daarnaast rijdt een deel van onze mensen op de weg inmiddels in een hybride lease-auto. Nu de fiscale voordelen voor die wagens zijn weggevallen, moeten we de mensen wel blijven stimuleren om hiervoor te kiezen.’ Die medewerker kan ook gebruik maken van een NS-Businesscard toch? ‘Klopt, als manager duurzaam ondernemen richt ik me vooral op bewustwording. Mensen laten zien dat ze een bijdrage kunnen leveren, dat het ook anders kan. Elke medewerker krijgt van ons dus ook zo’n NS-Businesscard. Ze rijden dan met de auto naar het station en pakken daarna de trein. Je moet elkaar daar in de organisatie wel op blijven attenderen.’ Meten jullie ook of dit soort interventies effect hebben? ‘Absoluut, we werken met de CO2-prestatieladder waarmee je je eigen CO2-footprint in kaart brengt. Zes jaar geleden zaten we op 15.000 ton uitstoot en inmiddels zijn we gedaald naar iets minder dan 11.000 ton. We zien bijvoorbeeld dat er duidelijk meer OV-kilometers gemaakt worden dan destijds. Daar tegenover staat wel een economische groei. We hebben om die reden meer opdrachten en dus ook meer mensen aan het werk, waardoor je footprint weer iets toeneemt.’ Het andere aspect in jullie duurzame beleid gaat over mens & maatschappij. Kun je dat concreet maken, wat bedoelen jullie daarmee? ‘Je wilt met elkaar werken aan een duurzame onderneming. Dat heeft enerzijds effect op het milieu, maar anderzijds ook op de vraag wat je als organisatie nu eigenlijk wilt betekenen in de maatschappij. We hebben ervoor gekozen om medewerkers daar bewust bij te betrekken. Zo kunnen zij op ons intranet bijvoorbeeld suggesties doen voor het ondersteunen van goede doelen, mits ze daar zelf bij betrokken zijn. We reserveren ook tijd en geld om die ideeën te omarmen. We stellen medewerkers die een poosje ziek zijn geweest bovendien in de gelegenheid om te re-integreren bij een goed doel. Denk aan stichting De Opkikker bijvoorbeeld. Dat werkt enorm motiverend, zo is gebleken.’ Educatie speelt in deze pijler ook een rol van betekenis. In welke zin precies? ‘Als IT-dienstverlener vinden we het heel belangrijk dat er op scholen voldoende aandacht wordt besteed aan computerkennis en technologie. Zo leiden we leerkrachten in het basisonderwijs op om les te geven in de basisbeginselen van het programmeren. Daarnaast hebben we op hogescholen al vier jaar lang Project B lopen waarbij studenten een IT-innovatie bedenken én prototypen voor mensen met een beperking.’ Hoe belangrijk is het dat ook de directie dit soort initiatieven omarmt? ‘Dat is essentieel. Ik vergelijk het wel eens met leren autorijden. De eerste lessen zijn zwaar en staat het zweet in je oksel. Ook bij Sogeti hebben we in het begin moeten zoeken naar het juiste format, maar nu we op stoom zijn is maatschappelijk verantwoord ondernemen niet meer weg te denken in de organisatie. Iedereen, en zeker ook de directie, beseft dat we niet meer zonder kunnen.’ Maar is dat ook echt zo? Het doet toch niet zoveel met je omzet? ‘De reden waarom je dit als organisatie doet heeft in beginsel te maken met de vraag welke rol je wilt spelen in onze samenleving. Uiteraard heeft dat ook een positieve uitstraling naar klanten en je collega’s. Verder vraagt de markt om de juiste certificeringen. Als wij bijvoorbeeld meedoen aan overheidstenders, dan moeten we aan allerlei MVO-doelstellingen voldoen. Geloof me, duurzaam ondernemen is enorm belangrijk.’

Hoe de consultants van Sogeti hun CO2 uitstoot met ruim 30 procent omlaag kregen

Zes jaar geleden kreeg IT-consultancy Sogeti Nederland met René Speelman haar eerste manager duurzaam ondernemen. Aan hem de taak om...

clock 3,5 min

Rijd jij straks in een SUV of toch liever een hatchback of een Sedan? En is elektrisch al een optie? Doe mee met de enquête en maak kans op het boek 'De geluksmachine' van autotherapeut Erwin Wijman.

Wat wordt jouw volgende auto?

Rijd jij straks in een SUV of toch liever in een hatchback of een sedan? En is elektrisch al een...

clock 0,5 min

Deze startup strijdt tegen CO2-uitstoot in de bouw

Bouwbedrijven stoten flink wat CO2 uit. Jurrian Knijtijzer (33) van Finch Buildings wil daar met modulair en circulair denken een...

clock 3,5 min

true pricing

Zo berekent Europa’s grootste importeur van bio-fruit de échte prijs van jouw tomaat

True pricing, dat wat een product écht kost doorrekenen aan de klant. Dat er maar weinig bedrijven zijn die dit...

clock 3,5 min

artificial intelligence

‘AI ontwikkelt zich razendsnel, zorg dat je meedoet’

Kunstmatige intelligentie als mensenrecht? Salesforce-ceo Marc Benioff pleitte er recent serieus voor bij de Verenigde Naties. Of het zover komt...

clock 4 min

Dat vergroening een actueel thema is binnen familiebedrijven, bleek een aantal jaar geleden al. Uit een onderzoek van het ING Economisch Bureau uit 2013 geeft maar liefst 90 procent van de familiebedrijven te kennen hier aandacht aan te besteden. Ondernemers vertellen in het rapport zelfs dat ze de ontwikkeling van producten met potentie laten schieten als die niet voldoen aan de eigen duurzaamheidsprincipes. Rogier van Ewijk is sinds 2009 CEO van Terberg Leasing en herkent zich wel in dat beeld. ‘Wij kijken vooral naar de langere termijn, naar de generatie die na ons komt en die weer daarna. Dat merk je in het beleid. Zo is hier geen sprake van kwartaalachtige hitsigheid met snelle targets, maar gaat het altijd om duurzame groei. Dat is al zo sinds de oprichting in 1869.’ Duurzame projecten Met zo’n 2400 medewerkers en een omzet van bijna 1 miljard euro heeft het bedrijf sindsdien een flink sprong voorwaarts gemaakt. Toch is het familiaire karakter nooit verloren gegaan, zo benadrukt Van Ewijk. ‘De familie Terberg is nog steeds nauw bij het bedrijf betrokken. Zo is net de vijfde generatie in dienst gekomen. Om ervoor te zorgen dat er ook voor hen straks nog een gezonde onderneming staat, zetten we vol in op duurzame projecten. Denk onder meer aan deelauto’s en een esthetisch fraai vormgegeven solar tree waarmee bedrijven hun elektrische fietsen kunnen opladen. Bij Terberg Leasing zie je een familie die bezig is met haar eigen passie en de toekomst. Dat is een groot verschil met een onderneming die vooral financieel wordt gedreven. Bij ons ligt de focus niet op geld verdienen, we zien het vooral als gevolg van onze activiteiten.’ Verspilling tegengaan Ook bij Van Zelst Automaten kijken ze graag naar de wereld van morgen. Maarten van Zelst nam het bedrijf van zijn ouders over en bouwde het uit tot totaalleverancier van automaten en horecaproducten voor het bedrijfsleven. Duurzaamheid speelde er al een rol toen het woord zelf nog niet eens bestond. ‘Mijn ouders moesten hard werken en hadden het aanvankelijk niet breed. Verspilling is zonde, dat leefde heel erg bij ons thuis en heeft zich in het DNA van het bedrijf genesteld.’ Dat het juist familiebedrijven zijn die duurzaamheid hebben omarmd, kan Van Zelst wel verklaren. ‘Als je te maken hebt met externe aandeelhouders, dan spelen voor hen vaak andere belangen dan de verre toekomst. Dat maakt het iets lastiger om het over dit onderwerp met elkaar eens te worden. Bij familiebedrijven gaat het meestal om één of slechts een paar personen die ook nog eens dicht bij de onderneming betrokken zijn. Het bedrijf dat ik van mijn ouders heb meegekregen probeer ik groter en gezonder te maken om het uiteindelijk weer door te geven aan de volgende generatie. Diezelfde methodiek zie je ook bij duurzaam ondernemen. Je tracht je omgeving te koesteren en mooier te maken zodat onze kinderen straks ook nog een wereld hebben waarin het prettig leven is.’ 1300 zonnepanelen Peter Verseveldt staat sinds 1996 aan het roer van Sivomatic. Het familiebedrijf begon ooit met de verkoop van honden- en kattenvoer, maar richt zich tegenwoordig op de productie en verkoop van kattenbakkorrels die nare luchtjes en plasjes absorberen. Duurzaamheid wordt volgens Verseveldt niet alleen gedreven door de generaties die na ons komen, het is een wens die zijn klanten nu al hardop uitspreken. ‘Winkels en de eindconsument vragen erom. Dan moet je als bedrijf meebewegen, wil je over 5 tot 10 jaar nog steeds bestaan.’ Omdat Sivomatic niet te maken heeft met externe aandeelhouders die vooral kijken naar wat er onder de streep overblijft, kan het bedrijf volgens Verseveldt beslissingen nemen die de jaarwinst een beetje geweld aandoen. Hij doelt daarmee onder meer op het besluit om het dak van zijn fabriek uit te rusten met 1300 zonnepanelen. ‘De terugverdientijd van die investering ligt niet op 3 kwartalen, maar op 18 jaar. Voor ons niet zo erg, wij willen immers nog veel langer doorgaan. De panelen gaan zo’n 20 jaar mee. Feitelijk hebben we dus voor 20 jaar vooruit stroom gekocht. Of we zo’n beslissing er bij externe aandeelhouders doorheen hadden gekregen? Laat ik zeggen dat we daarover dan zeer waarschijnlijk een flinke discussie zouden hebben gevoerd.’

Waarom familiebedrijven als Terberg Leasing en Van Zelst bezig zijn met vergroening

Familiebedrijven hebben zich altijd al bekommerd om volgende generaties. Logisch daarom dat opvallend veel van deze bedrijven extra stappen zetten...

clock 3 min

Lieke Pijpers (The Next Closet): ‘Voor 3 euro een shirt kopen? Dat kan gewoon niet’

Lieke Pijpers (33) wil de kledingbranche verduurzamen met online kledingplatform The Next Closet. Als ondernemer heeft ze geleerd: ‘neem geen...

clock 4,5 min

Columnisten

Werner Schouten

Directeur van de Impact Economy Foundation en presentator van het radioprogramma BNR Koplopers.

Lees de columns van Werner Schouten