Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

i.s.m. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
shanti rvo

Partners

Op naar optimaal internationaal duurzaam ondernemen

Wil jij graag op een duurzame manier internationaal ondernemen met je bedrijf? Je staat er niet alleen voor. RVO-adviseurs, zoals...

author MT/Sprout Agency

clock 4 min

frank visser firefly

Startups & Scaleups

Hoe Frank Visser met Firefly honderden bedrijven verduurzaamt

Als student maakte hij lampen van whiskyflessen. Nu maakt de 25-jarige Frank Visser impact - en een miljoenenomzet - met...

author Ewald Smits

clock 3,5 min

duurzaam-theater

Management & Leiderschap

8 soorten ‘sustainability theatre’ en hoe ze te vermijden

Bedrijven lanceren allerhande duurzaamheidsinitiatieven, maar vaak zijn ze niet effectief. Lennaert Jonkers, expert duurzame transitie, ziet 8 soorten sustainability theatre.

author Lennaert Jonkers

clock 5 min

Almar Fernhout van Smyle

Startups & Scaleups

Smyle maakt tandpasta in tabletvorm: ‘Wij zijn de Tony’s Chocolonely van de mondverzorging’

Tandpasta als tabletje, met een abonnement als belangrijkste verdienmodel. Met dat concept gaat Smyle nu razend hard. 'Wie eenmaal klant...

author John van Schagen

clock 3 min

In 1986 is Thialf nog steeds één van de eerste overdekte schaatstempels ter wereld. Modern, state of the art en van alle gemakken voorzien. Maar in het afgelopen decennium groeit langzaam maar zeker het besef dat het complex moet worden gerenoveerd. De faciliteiten raken verouderd en records worden er al een tijdje niet meer gereden. Maar - en dat verhaal is veel minder bekend - ook de stookkosten moeten drastisch omlaag. “Tot een paar jaar geleden ging zeker 30 procent van de bedrijfskosten op aan energie”, vertelt directeur Marc Winters. “Iedereen die een bedrijf runt snapt dat dit een gigantisch percentage is. Het was dan ook hard nodig om daar iets aan te doen, anders zou de schaatshal op den duur failliet zijn gegaan aan te hoge energielasten.” Energieverbruik Zowel de CO2-uitstoot als de energierekening met minimaal de helft omlaag. Dat is één van de belangrijkste voorwaarden die de directie van Thialf aan het architectenbureau meegeeft, wanneer die op de tekentafel aan de slag gaat. “Het energieverbruik bij een schaatshal zit ‘m natuurlijk vooral in de wintermaanden. Die loopt bij ons van september tot ongeveer eind maart. Zeker 90 procent van het verbruik vindt in deze periode plaats”, aldus Winters. “Het gaat dan vooral om drie zaken: het koelen van het ijs, warmtepompen om andere delen van het pand op temperatuur te krijgen en het drogen van de lucht. Dat laatste aspect is belangrijk omdat je niet wilt dat vochtige lucht condenseert op het ijs. Met name rondom grote toernooien speelt dit een rol.” Reflecterende schil Het ontwerp van het nieuwe Thialf vergelijkt de algemeen directeur met een thermoskan. Een reflecterende schil om het pand zorgt ervoor dat warme lucht nauwelijks nog kan ontsnappen. Daarnaast is het plafond nu een paar meter lager om zo het energieverbruik verder te minimaliseren. Aan de warmte die vrijkomt van de vriesmachines om het ijs te koelen is ook gedacht. “Daarmee worden alle vloeren van Thialf verwarmd; ook die van het grote middenterrein”, aldus Winters. Verder is overal in het gebouw laagtemperatuurverwarming aangebracht en zijn er verschillende klimaatzones. Een unicum in schaatsland. “Tussen de tribunes en de ijsbaan wordt van alle kanten lucht geblazen waarmee we een soort onzichtbaar gordijn creëren. Daardoor slaat het vocht niet op het ijs. Het drogen van de lucht in het stadion kost ons op deze manier veel minder energie dan hiervoor.” Zonnepanelen De zeer efficiënte energiebesparende maatregelen, springen voor bezoekers niet in het oog. Dat doen wel de 5000 zonnepanelen op het dak van Thialf. Die wekken samen meer dan één megawatt aan echte groene stroom op en zorgen daarmee voor een kwart van de energiebehoefte van de schaatstempel. Ter vergelijking, dat is ongeveer gelijk aan de duurzame energievoorziening van 375 huishoudens. Thialf is overigens niet het enige stadion in Nederland met zonnepanelen op het dak. Ook de Amsterdam Arena (4000 stuks), het AFAS-Stadion in Alkmaar (1725 stuks), het Groningse Euroborg (539 stuks) en het stadion van ADO Den Haag (2900 stuks) gebruiken de zon als energiebron. Van het gas af! “IJs maken vraagt nog steeds veel energie, maar in de nieuwe situatie hebben we het bedrijf wel weer exploitabel weten te maken. De energierekening bedraagt nu nog 15 procent van onze totale begroting. We hebben, zeker het eerste jaar, heel wat delegaties uit het buitenland mogen ontvangen die wilden weten hoe we dit in Thialf voor elkaar hebben gekregen”, aldus Winters. Die overigens meteen benadrukt dat de schaatshal er nog niet is. “In principe zijn we 100 procent klimaatneutraal door de combinatie van zonne-energie en inkoop van groene stroom. Maar ons uiteindelijk doel gaat nog een stapje verder. We willen meer technieken toevoegen met de mogelijkheid om terug te leveren. Van het gas af, meer zon en wind horen daarbij, maar we onderzoeken ook de inzet van waterstof en geothermie. Nul op de meter is nu nog toekomstmuziek, maar voor ons wel de juiste denkrichting.”

Bijdrage

Het nieuwe Thialf is als een thermoskan

In Heerenveen staat sinds kort niet alleen de snelste laaglandbaan van de wereld, Thialf is na een grondige renovatie in...

author John van Schagen

clock 2,5 min

Suiker. We gebruiken het vrijwel elke dag. Maar wat de meeste Nederlanders waarschijnlijk niet weten is de weg die het product bewandelt voordat het in onze monden belandt. Bij Suiker Unie hebben ze dit proces de afgelopen jaren flink weten te verduurzamen. “En dat begint al bij de oogst”, vertelt Pieter Brooijmans, die opereert als Manager Agrarische Dienst Centraal. “Een belangrijk deel van de plant is het bietenblad, het zogeheten loof. Dat laten we bewust achter op het land zodat de nutriënten in het blad weer teruggaan naar de grond. Die zijn belangrijk om de plant te laten groeien.” De mineralenkringloop sluiten De bieten zelf gaan naar de fabriek voor een grondige wasbeurt. De restjes bietengrond worden ingedikt en gedroogd en kunnen vervolgens weer worden hergebruikt, voor dijkverzwaring bijvoorbeeld. Tijdens het wassen breken ook kleine stukjes biet af. Deze stroom werd vroeger nog afgevoerd naar een composteerder, maar daar heeft Suiker Unie een beter doel voor gevonden: de biomassavergister. Wat erin gaat als bietresten komt eruit als biogas. “De bieten zelf snijden we in kleine reepjes. Nadat de suiker uit het snijdsel is gehaald, blijft er bietenpulp over. Dit wordt gebruikt om koeien te voeren. De mineralen komen zo weer terecht in de mest en die wordt vervolgens weer terug gebracht naar de akkers. Aan het ruwe sap voegen we kalk toe dat de overige mineralen aan elkaar bindt en waarna het uit het sap wordt verwijderd. Deze meststof gaat ook weer naar de landbouw. Zo sluiten we de mineralenkringloop en werken we aan het behoud van een gezonde bodem”, aldus Brooijmans. Energiebesparingen De biogas-installaties van Suiker Unie verwerken jaarlijks meer dan 100.000 ton kg plantaardig restmateriaal, allemaal afkomstig van het eigen productieproces. “Als we volledig draaien, dan leveren we per jaar meer dan 30 miljoen kubieke meter groen gas aan het net. We zijn daarmee in Nederland de grootste producent van duurzaam gas”, zegt Brooijmans. De biomassavergister is overigens niet de enige manier waarop Suiker Unie CO2 bespaart. De productielocaties in Dinteloord en het Groningse Vierverlaten behoren inmiddels zelfs tot de grootste en meest energiebesparende bietverwerkende fabrieken van Europa. De afgelopen jaren is hier fors geïnvesteerd, onder meer in meertraps verdamping, thermocompressie en LED-verlichting. “Het is onze doelstelling om in 2020 zeker 50 procent minder energie te gebruiken ten opzichte van 1990. Zo beschikken beide fabrieken over een WKK-installatie waarmee warmte en elektriciteit wordt geproduceerd. Wat we zelf niet nodig hebben, leveren we weer terug aan het net.” Ook op de weg zijn maatregelen genomen. Zo rijdt een deel van de wagenvloot sinds 2011 op groen gas. Daarnaast heeft Suiker Unie dertien bulkwagens die dagelijks tonnen suiker afleveren. Deze kolossen rijden op een mengsel van aardgas en dieselolie, stoten daardoor niet zoveel roet uit en maken bovendien minder lawaai dan andere vrachtwagens. Maar daarmee zijn de duurzame ambities van Suiker Unie nog niet bereikt. “We kijken continu naar neiuwe ontwikkelingen die ons weer een stap verder kunnen bregen qua besparing, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van een nieuwe vrachtwagen die voor 100 procent op groen gas kan rijden.” .

Bijdrage

Suiker Unie sluit de kringloop

Suiker Unie maakt al jaren volop werk van duurzaamheid. Zo wordt het merendeel van de mineralen in de suikerbiet weer...

author John van Schagen

clock 2 min

Nergens in Nederland vind je zoveel legkippen als in en rondom Venray. Naar schatting worden er hier zo’n vier miljoen gehuisvest in grote boerderijen. Verreweg het meest bijzondere onderkomen is dat van Kipster. Grote ramen bedekken de voorzijde van het gebouw en het dak is gevuld met bijna elfhonderd zonnepanelen. Eenmaal binnen valt met name de ruimte op. Kippen zitten hier niet zij aan zij, maar kunnen zich vrij bewegen. Dat moet ook, vinden de initiatiefnemers. Volgens hen zijn we dan ook te gast bij de meest dier-, milieu- én boervriendelijke kippenboerderij van de wereld. Gebroken stukjes beschuit Bij Kipster leven de kippen als god in Frankrijk. Ze hebben alle ruimte, kunnen naar hartenlust rondjes lopen en zelfs naar buiten toe als ze daar zin in hebben. Maar ook voor mens en milieu is Kipster in veel aspecten een stap vooruit, zo benadrukt medeoprichter Maurits Groen, die in dit project samen optrekt met pluimveehouder Styn Claessens, lector Gezonde Pluimveehouderij Ruud Zanders en Olivier Wegloop, oprichter van Boomerang. “De meeste CO2-uitstoot in deze sector komt van de voerproductie”, aldus Groen. “Er worden bomen omgehakt om landbouwgrond vrij te maken en pesticides gebruikt tegen ongedierte. De sojaplanten gaan vervolgens met een stinkende dieselboot richting de boerderijen. Wij pakken het helemaal anders aan. Onze kippen worden gevoerd met resten van bakkerijen, zoals stukjes gebroken beschuit en rijstwafels.” Dat Groen het woord afval niet gebruikt is geen toeval. Hij vindt het een rotwoord. “Het zijn hoogwaardige producten die je op de juiste manier moet gebruiken.” Hoe belangrijk het is dat er met deze manier van voeren geen kostbare landbouwgrond wordt verspild, staat ook te lezen op één van de bordjes in de kippenstal: ‘Wist je dat 70% van alle landbouwgrond op de wereld voor boerderijdieren is?’ De Lidl Een half jaar is Kipster nu in bedrijf. Productie? Tussen de 150.000 en 200.000 eieren per week. En elk daarvan draagt de drie sterren van het Beter Leven-keurmerk. Een Kipster-ei kost iets meer dan een doorsnee scharrelei (“Scharrel betekent nog steeds negen kippen op een vierkante meter”, aldus Groen), maar is goedkoper dan de biologische variant. Met de verkoop gaat het dus goed. “Elke week zijn alle eieren uitverkocht”, zegt Groen. “Af en toe moeten ze bij Lidl zelfs kaartjes in het schap leggen met de boodschap dat deze eieren voor nu even zijn uitverkocht. ‘Sorry, we leggen maar één ei per dag’, staat er dan.” Lidl, de naam is gevallen. Dat Kipster nu volop draait was niet mogelijk geweest als de bijzondere samenwerking met de supermarktketen niet tot stand was gekomen. Toen de plannen voor Kipster niet meer waren dan ambities, enkele schetsen op papier en een excelletje met prognoses durfde Lidl al in te stappen. “Het is uniek dat een supermarkt z’n handtekening zet onder een vast gegarandeerd bedrag voor de boer en dat voor vijf jaar vooruit. En het is al helemaal bijzonder dat een supermarkt dat doet met een leverancier die nog helemaal niet kan leveren. We hadden op dat moment nog geen grond, geen vergunningen, geen boerderij en geen kippen. Ze zijn ingestapt op basis van een goed idee.” Groene stroom Met de afzetgarantie van Lidl in de pocket konden de initiatiefnemers voldoende financiering ophalen voor hun ambitieuze project. En zo draait in Oirlo, bij Venray, sinds september van het afgelopen jaar ’s werelds meest duurzame kippenboerderij. Die zich (uiteraard) all electric mag noemen. “We hebben geen gasaansluiting, de bijna elfhonderd zonnepanelen op het dak produceren maar dubbel zoveel energie dan we nodig hebben om het hele bedrijf te laten draaien. Dan moet je naast de verlichting onder meer denken aan ventilatie, transportbanen en inpakmachines. De rest van onze stroom leveren we terug aan het elektriciteitsnet. Daarmee compenseren we de transportbewegingen die nodig zijn om Kipster te laten draaien. Wel onderzoeken we nog hoe we het vervoer van onder meer de kippen zelf zoveel mogelijk kunnen verduurzamen.” Met de ventilatie die Groen zojuist noemde, is overigens ook iets bijzonders aan de hand. Machines zuiveren de lucht die de stal uitkomt. Dat gaat fijnstof tegen en juist dat is bij grote kippenboerderijen een big issue. Kippenpoep En dan is er nóg iets waar de bedenkers van Kipster mee aan de slag moesten: kippenpoep. Hoogwaardige grondstoffen, in de visie van Groen en zijn compagnons. En prima te gebruiken voor het bemesten van grond. “We zijn nu bezig om de uitwerpselen te voorzien van een hoger stofgehalte zodat het veel droger wordt en we het als mest kunnen gaan verkopen. Ook daarover zijn we in gesprek met Lidl.” Nog concreter is de komst van een ander Kipster-product, dat vanaf deze maand in de schappen ligt: de haanburger. “In Nederland worden vleeskuikens in 42 dagen opgefokt. Dat worden dan de kipfilets die je in de winkel ziet liggen”, vertelt Groen. “Haankuikens groeien langzamer en hebben meer voer nodig. Ze zijn daarom simpelweg oneconomisch verklaard en worden op hun geboortedag meteen vergast of gehakseld. Hanen kunnen nu eenmaal geen eieren leggen. Wij hebben met Lidl afgesproken om haanburgers te gaan leveren, nadat ze eerst in alle rust en vrijheid zijn opgegroeid in één van onze andere stallen. Zo kunnen we echt een burger van goede kwaliteit leveren, een premium product.” Nu opschalen De eerste haanburgers liggen vanaf 19 februari in de winkel. En daarna? “We zijn volop bezig met de voorbereidingen voor Kipster twee, drie vier, vijf en meer. We hebben nu laten zien dat het kan. Een kippenboerderij laten renderen zonder schade toe te brengen aan dieren, mensen, het milieu en het klimaat. En iedereen mag komen kijken hoe wij dat in het noorden van Limburg doen.”

Bijdrage

Bij Kipster eten de kippen beschuit in plaats van soja

In Noord-Limburg staat de eerste klimaatneutrale kippenboerderij ter wereld. Verreweg de meeste CO2-winst zit ‘m volgens de initiatiefnemers in het...

author John van Schagen

clock 4 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Bijdrage

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Werkgevers, de vakbonden, de overheid, maatschappelijke organisaties en een flink aantal kennisinstellingen. Ze staan allemaal op de foto die op 24 januari van dit jaar wordt gemaakt in Den Haag. De feestelijke toost betekent het startschot voor een nieuw rijksbreed programma: Nederland Circulair in 2050. In de volksmond beter bekend als het Nationaal Grondstoffenakkoord. Niet minder dan 180 partijen zetten hun krabbel onder een set van afspraken die moeten leiden tot een economie die volledig draait op herbruikbare grondstoffen. En dat al over iets meer dan dertig jaar. Grondstoffen raken op Of kun je zeggen: pás over dertig jaar? Want het klinkt tegelijkertijd als iets van ver in de toekomst. ‘Dat is het niet. Als we met z’n allen zo’n grote verandering willen bewerktstelligen, dan zullen we daar nu al voortvarend mee aan de slag moeten’, aldus Jacqueline Cramer. Zij is ambassadeur Circulaire Economie in de Amsterdam Economic Board en waarschuwt ondernemers niet met hun handen over elkaar te blijven staan. ‘De grondstoffen raken op. Zo simpel is het echt. Als we zo blijven doorgaan, dan krijgen we op den duur gebrek aan heel kritische grondstoffen. Wacht dus niet, is mijn oproep. En het loont ook, want hergebruikte grondstoffen worden in tegenstelling tot nieuwe grondstoffen goedkoper. We komen steeds dichterbij dat economische kantelpunt.’ Sluiten van ketens Maar wat is het nu precies, dat circulaire ondernemen? Om het eerste misverstand maar meteen even uit de wereld te helpen: circulair ondernemen is net even anders dan recycling. Daarbij ga je na gebruik nadenken over een tweede leven. Circulair betekent in feite niets anders dan een kringloop, het sluiten van ketens. Het is een economische manier van denken waar al bij het ontwerp van een product wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van grondstoffen. En dat is hard nodig, want de voorraad grondstoffen die nodig is om huizen, auto’s, telefoons en laptops te maken is simpelweg niet oneindig, zo vertelde Cramer al. Bier brouwen Bij Bavaria is dat besef er al een poosje. Het familiebedrijf wil dat ook volgende generaties een gezond bedrijf en een schone wereld krijgen en zet hier daarom nu vol op in. De Brabantse bierbrouwer wil al in 2020 voor minimaal vijftig procent circulair draaien. Een hele uitdaging, zo erkent ook Global Sustainability Manager Martijn Jungeburth. ‘Als je kijkt naar het proces van bierbrouwen zelf, dan zit de CO2-footprint vooral in het verwarmen en de koeling. Daarnaast maken we in de keten natuurlijk gebruik van grondstoffen als gerst en water’, aldus Jungeburth. Om één hectoliter bier te kunnen brouwen hebben de grote bierbrouwers nog altijd ruim drie liter water nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bavaria vooral hier de pijlen op heeft gericht. ‘Het water dat we na gebruik niet meer nodig hebben wordt nu gezuiverd en vervolgens weer teruggegeven aan de akkers. Dat is het project ‘Boer, Bier en Water. De boeren hoeven zo minder water van elders te betrekken om het vochtniveau in de bodem op peil te houden. We voorkomen hiermee dat de grond uitdroogt en sluiten zo de keten. De komende jaren gaan we dit project dan ook fors uitbreiden.’ Daarnaast wil de brouwer ook de eigen energievoorziening fors gaan vergroenen. Onder meer met behulp van geothermie (aardwarmte), een technologie waarbij warmte van honderden meters onder de grond naar boven wordt gepompt. Steun van management Als Global Sustainability Manager kan Jungeburth rekenen op de volledige steun van de directie. Volgens hem een absolute noodzaak om echt het verschil te kunnen maken. ‘Wanneer je als organisatie echt concrete stappen wilt maken naar duurzaam ondernemen, dan is het belangrijk dat het topmanagement de doelstellingen omarmt. Er zijn nu eenmaal investeringen en meestal ook organisatiewijzigingen mee gemoeid en daarvoor heb je een directie nodig.’ Hoewel Bavaria nu meters aan het maken is, moet het bedrijf nog zien af te rekenen met een aantal uitdagingen. Het meten van alle circulaire inspanningen bijvoorbeeld. ‘Bij watergebruik is dat nog wel te overzien, maar bij verpakkingen en de teelt van gerst wordt dat al een stukje ingewikkelder. Dat goed in kaart krijgen lukt alleen met de juiste partners en een goede samenwerking in de keten. En dat is nu ook precies wat we aan het opzetten zijn.’

Bijdrage

Hoe Bavaria over 2 jaar de leiding pakt in circulair ondernemen

Circulair ondernemen betekent slimmer omgaan met grondstoffen, producten en diensten. Steeds meer bedrijven experimenteren ermee. ‘Wachten tot je buurman het...

author John van Schagen

clock 3 min

Was er een directe aanleiding om iemand in deze functie aan te stellen? ‘Dat niet zozeer. Noem het meer een intrinsieke motivatie van de organisatie zelf. De belangstelling voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is de laatste jaren natuurlijk sterk toegenomen, ook in onze branche. Dan kun je er als bedrijf voor kiezen om dit takenpakket bij Communicatie of Marketing neer te leggen. Maar wil je MVO-beleid echt integraal onderdeel laten zijn van je dagelijks doen en laten, dan is het beter om daar iemand verantwoordelijk voor te maken.’ Welke doelstellingen heb je destijds meegekregen? ‘Er zijn niet direct harde targets op tafel neergelegd. Wij zien maatschappelijk verantwoord ondernemen meer als een zoektocht die je samen aangaat. Ik richt me in mijn rol op twee specifieke gebieden: milieu en mens & maatschappij. Als ik even mag inzoomen op het milieu-aspect, dan begin je zo’n ontdekkingsreis met de vraag waar nu eigenlijk de bottlenecks in je organisatie zitten. Waar zit het laaghangend fruit en kunnen we dus snel winst behalen? De grootste uitstoot van CO2 zit bij ons met name op het gebied van mobiliteit. Van de 2400 medewerkers zitten er ongeveer 1900 dagelijks op de weg. Die reizen van huis naar kantoor, van kantoor naar klanten en volgen ook nog eens regelmatig trainingen op locatie.’ Wat heb je op het gebied van mobiliteit kunnen bereiken de afgelopen jaren? ‘Een aantal dingen. Eén daarvan is ervoor zorgen dat mensen in aanraking komen met elektrisch rijden, want wij geloven echt dat het die kant op gaat. Zo hebben we heel snel een elektrische auto voor de deur gezet die door alle medewerkers met een rijbewijs gebruikt mag worden. Je kunt die wagen boeken alsof je een vergaderzaal reserveert. ‘Ervaar nou eens hoe het is om in een auto te zitten met een beperkte actieradius’, zeggen we tegen onze mensen. De reacties zijn bijna allemaal positief trouwens. Daarnaast rijdt een deel van onze mensen op de weg inmiddels in een hybride lease-auto. Nu de fiscale voordelen voor die wagens zijn weggevallen, moeten we de mensen wel blijven stimuleren om hiervoor te kiezen.’ Die medewerker kan ook gebruik maken van een NS-Businesscard toch? ‘Klopt, als manager duurzaam ondernemen richt ik me vooral op bewustwording. Mensen laten zien dat ze een bijdrage kunnen leveren, dat het ook anders kan. Elke medewerker krijgt van ons dus ook zo’n NS-Businesscard. Ze rijden dan met de auto naar het station en pakken daarna de trein. Je moet elkaar daar in de organisatie wel op blijven attenderen.’ Meten jullie ook of dit soort interventies effect hebben? ‘Absoluut, we werken met de CO2-prestatieladder waarmee je je eigen CO2-footprint in kaart brengt. Zes jaar geleden zaten we op 15.000 ton uitstoot en inmiddels zijn we gedaald naar iets minder dan 11.000 ton. We zien bijvoorbeeld dat er duidelijk meer OV-kilometers gemaakt worden dan destijds. Daar tegenover staat wel een economische groei. We hebben om die reden meer opdrachten en dus ook meer mensen aan het werk, waardoor je footprint weer iets toeneemt.’ Het andere aspect in jullie duurzame beleid gaat over mens & maatschappij. Kun je dat concreet maken, wat bedoelen jullie daarmee? ‘Je wilt met elkaar werken aan een duurzame onderneming. Dat heeft enerzijds effect op het milieu, maar anderzijds ook op de vraag wat je als organisatie nu eigenlijk wilt betekenen in de maatschappij. We hebben ervoor gekozen om medewerkers daar bewust bij te betrekken. Zo kunnen zij op ons intranet bijvoorbeeld suggesties doen voor het ondersteunen van goede doelen, mits ze daar zelf bij betrokken zijn. We reserveren ook tijd en geld om die ideeën te omarmen. We stellen medewerkers die een poosje ziek zijn geweest bovendien in de gelegenheid om te re-integreren bij een goed doel. Denk aan stichting De Opkikker bijvoorbeeld. Dat werkt enorm motiverend, zo is gebleken.’ Educatie speelt in deze pijler ook een rol van betekenis. In welke zin precies? ‘Als IT-dienstverlener vinden we het heel belangrijk dat er op scholen voldoende aandacht wordt besteed aan computerkennis en technologie. Zo leiden we leerkrachten in het basisonderwijs op om les te geven in de basisbeginselen van het programmeren. Daarnaast hebben we op hogescholen al vier jaar lang Project B lopen waarbij studenten een IT-innovatie bedenken én prototypen voor mensen met een beperking.’ Hoe belangrijk is het dat ook de directie dit soort initiatieven omarmt? ‘Dat is essentieel. Ik vergelijk het wel eens met leren autorijden. De eerste lessen zijn zwaar en staat het zweet in je oksel. Ook bij Sogeti hebben we in het begin moeten zoeken naar het juiste format, maar nu we op stoom zijn is maatschappelijk verantwoord ondernemen niet meer weg te denken in de organisatie. Iedereen, en zeker ook de directie, beseft dat we niet meer zonder kunnen.’ Maar is dat ook echt zo? Het doet toch niet zoveel met je omzet? ‘De reden waarom je dit als organisatie doet heeft in beginsel te maken met de vraag welke rol je wilt spelen in onze samenleving. Uiteraard heeft dat ook een positieve uitstraling naar klanten en je collega’s. Verder vraagt de markt om de juiste certificeringen. Als wij bijvoorbeeld meedoen aan overheidstenders, dan moeten we aan allerlei MVO-doelstellingen voldoen. Geloof me, duurzaam ondernemen is enorm belangrijk.’

Bijdrage

Hoe de consultants van Sogeti hun CO2 uitstoot met ruim 30 procent omlaag kregen

Zes jaar geleden kreeg IT-consultancy Sogeti Nederland met René Speelman haar eerste manager duurzaam ondernemen. Aan hem de taak om...

author John van Schagen

clock 3,5 min

1.Betalen we te weinig voor producten? Een gazonhark voor 1,95 euro, een doos met speelgoedautootjes voor 2,70 euro en zo’n plastic kerstboom voor slechts 3,95 euro. Waarschijnlijk heb je je wel eens afgevraagd hoe het in mogelijk is dat producten als deze voor zulke lage bedragen in de schappen kunnen liggen. ‘Kan dat eigenlijk wel?’ Ja, zullen de winkelformules die deze stuntprijzen hanteren vertellen. Met als argument dat er rechtstreeks bij de fabrikant wordt ingekocht en dat met enorme aantallen tegelijk. Toch kun je onmogelijk stellen dat dit soort prijzen kloppen, stelt Volkert Engelsman van Eosta. Zijn bedrijf is Europees marktleider in de distributie van biologisch geteelde groente en fruit. ‘Sterker nog, voor verreweg de meeste producten betalen we eigenlijk te weinig geld. En dat komt omdat de negatieve ecologische en sociale effecten van het hele productieproces niet of nauwelijks worden meegerekend in de prijs.’ Even uitleggen hoe dat zit. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties bedraagt de ecologische en sociale schade als gevolg van de wereldwijde landbouw een slordige 6000 miljard dollar per jaar. Dat is bijna net zoveel als de totale omzet van voeding wereldwijd. ‘Ieder jaar gaat er 12 miljoen vruchtbare landbouwgrond verloren, per minuut zijn dat dertig voetbalvelden. We hebben te maken met een systeemfout waarbij de lange termijnschade die door productie wordt veroorzaakt niet wordt meegerekend in de prijs van een product. Dat maakt het aantrekkelijk om onze planeet uit te buiten.’ 2.En true pricing houdt dus wél rekening met al die zaken? Inderdaad, al blijft het wel altijd een benadering. True pricing – de naam zegt het in feite al – is correct rekenen wat een product nou echt kost. En die prijs dan ook op het etiket zetten, daarmee rekening houdend met zaken als klimaatverandering, vervuiling en onderbetaling van arbeiders in derdewereldlanden. Eosta is de absolute voorloper op dit gebied. Kwestie van maatschappelijk idealisme én commercieel realisme, zo stelt oprichter Engelsman. ‘We proberen zoveel mogelijk op de juiste manier af te rekenen en doen dat aan de hand van formules die rekening houden met zaken als bodemerosie, klimaatschade en het betalen van de correcte salarissen. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en denktanks als TEEB (The economics of ecosystems and biodiversity) bieden daarin de helpende hand met de juiste rekenmodellen die je als bedrijf kunt gebruiken.’ 3.Maar dit betekent wel dat producten duurder worden, toch? Dat hangt van het product af, vindt Engelsman. In een gelijker speelveld in de markt betaalt de vervuiler, worden vervuilende producten duurder en kosten schone producten minder geld. ‘Zo zijn biologische producten niet te duur, maar gangbaar geteelde producten juist te goedkoop, zolang de lange termijn schade aan ‘people & planet’ afgewenteld wordt op toekomstige generaties. Ik vergelijk het wel eens met de aanschaf van een nieuwe auto. Binnen vijf tot zeven jaar moet die zijn afgeschreven en dan heb je op de balans voldoende reserves nodig voor een nieuw exemplaar. Zo doen we dat ook met productiemiddelen, maar gek genoeg nog niet met grondstoffen.’ 4.Pikken klanten dat wel dan? Van dat gelijke speelveld is op dit moment nog geen sprake. Dat betekent dat maatschappelijk verantwoord geproduceerde producten dus ogenschijnlijk duurder zijn. Toch willen mensen best meer betalen voor de juiste producten, stelt de man die door Trouw onlangs nog op nummer 1 in de Duurzame 100 werd gezet. De groeiende vraag naar biologische producten is volgens hem het bewijs. ‘Mits je goed uitlegt waarom je zo rekent’, aldus Engelsman. Die meteen toegeeft dat zijn bedrijf alleen de wereld niet kan veranderen en samenwerking hard nodig is om true pricing gemeengoed te maken. ‘Binnen onze circle of influence communiceren we hier zoveel en zo duidelijk mogelijk over. Het is blijven uitleggen waarom je hiervoor kiest. De consument is wat dit onderwerp betreft de sleeping giant. Als we ‘m dom houden, dan zal hij blijven kiezen voor het goedkoopste product. Het gaat er juist om dat we die consument beter gaan voorlichten.’ Zelf doet Eosta dat overigens op de website, met mini-flyers, via social media, met shelfstoppers en schapkaarten waarop de maatschappelijke kosten per kilo product voor het product staan afgebeeld. 5.Waar gaat het naartoe met true pricing? Nu nog geldt Eosta als een pionier, maar als het aan Engelsman ligt komt daar spoedig verandering in. Dan hebben nog veel meer bedrijven true pricing omarmd. ‘Multinationals als DSM en Unilever zijn hier al mee bezig, met nieuwe verlies- en winstrekeningen waarin ook de kosten van natuurlijk en sociaal kapitaal verdisconteerd zijn. Ik durf te voorspellen dat in 2025 de eerste bedrijven zullen omvallen, omdat ze dit onderwerp links hebben laten liggen en als gevolg daarvan geen geld meer op de kapitaalmarkt kunnen ophalen. Ook beleggers en accountants zoals EY en KPMG zijn hier namelijk al volop mee bezig. Als we duurzaamheid serieus willen nemen dan ontkomen we er niet aan om die perverse prikkel van een eenzijdige winstdefinitie te adresseren. Wat we de komende jaren nodig hebben zijn krachtige coalities tussen het bedrijfsleven, de duurzaamheidsbeweging en banken en beleggers.’

Bijdrage

Zo berekent Europa’s grootste importeur van bio-fruit de échte prijs van jouw tomaat

True pricing, dat wat een product écht kost doorrekenen aan de klant. Dat er maar weinig bedrijven zijn die dit...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Dat vergroening een actueel thema is binnen familiebedrijven, bleek een aantal jaar geleden al. Uit een onderzoek van het ING Economisch Bureau uit 2013 geeft maar liefst 90 procent van de familiebedrijven te kennen hier aandacht aan te besteden. Ondernemers vertellen in het rapport zelfs dat ze de ontwikkeling van producten met potentie laten schieten als die niet voldoen aan de eigen duurzaamheidsprincipes. Rogier van Ewijk is sinds 2009 CEO van Terberg Leasing en herkent zich wel in dat beeld. ‘Wij kijken vooral naar de langere termijn, naar de generatie die na ons komt en die weer daarna. Dat merk je in het beleid. Zo is hier geen sprake van kwartaalachtige hitsigheid met snelle targets, maar gaat het altijd om duurzame groei. Dat is al zo sinds de oprichting in 1869.’ Duurzame projecten Met zo’n 2400 medewerkers en een omzet van bijna 1 miljard euro heeft het bedrijf sindsdien een flink sprong voorwaarts gemaakt. Toch is het familiaire karakter nooit verloren gegaan, zo benadrukt Van Ewijk. ‘De familie Terberg is nog steeds nauw bij het bedrijf betrokken. Zo is net de vijfde generatie in dienst gekomen. Om ervoor te zorgen dat er ook voor hen straks nog een gezonde onderneming staat, zetten we vol in op duurzame projecten. Denk onder meer aan deelauto’s en een esthetisch fraai vormgegeven solar tree waarmee bedrijven hun elektrische fietsen kunnen opladen. Bij Terberg Leasing zie je een familie die bezig is met haar eigen passie en de toekomst. Dat is een groot verschil met een onderneming die vooral financieel wordt gedreven. Bij ons ligt de focus niet op geld verdienen, we zien het vooral als gevolg van onze activiteiten.’ Verspilling tegengaan Ook bij Van Zelst Automaten kijken ze graag naar de wereld van morgen. Maarten van Zelst nam het bedrijf van zijn ouders over en bouwde het uit tot totaalleverancier van automaten en horecaproducten voor het bedrijfsleven. Duurzaamheid speelde er al een rol toen het woord zelf nog niet eens bestond. ‘Mijn ouders moesten hard werken en hadden het aanvankelijk niet breed. Verspilling is zonde, dat leefde heel erg bij ons thuis en heeft zich in het DNA van het bedrijf genesteld.’ Dat het juist familiebedrijven zijn die duurzaamheid hebben omarmd, kan Van Zelst wel verklaren. ‘Als je te maken hebt met externe aandeelhouders, dan spelen voor hen vaak andere belangen dan de verre toekomst. Dat maakt het iets lastiger om het over dit onderwerp met elkaar eens te worden. Bij familiebedrijven gaat het meestal om één of slechts een paar personen die ook nog eens dicht bij de onderneming betrokken zijn. Het bedrijf dat ik van mijn ouders heb meegekregen probeer ik groter en gezonder te maken om het uiteindelijk weer door te geven aan de volgende generatie. Diezelfde methodiek zie je ook bij duurzaam ondernemen. Je tracht je omgeving te koesteren en mooier te maken zodat onze kinderen straks ook nog een wereld hebben waarin het prettig leven is.’ 1300 zonnepanelen Peter Verseveldt staat sinds 1996 aan het roer van Sivomatic. Het familiebedrijf begon ooit met de verkoop van honden- en kattenvoer, maar richt zich tegenwoordig op de productie en verkoop van kattenbakkorrels die nare luchtjes en plasjes absorberen. Duurzaamheid wordt volgens Verseveldt niet alleen gedreven door de generaties die na ons komen, het is een wens die zijn klanten nu al hardop uitspreken. ‘Winkels en de eindconsument vragen erom. Dan moet je als bedrijf meebewegen, wil je over 5 tot 10 jaar nog steeds bestaan.’ Omdat Sivomatic niet te maken heeft met externe aandeelhouders die vooral kijken naar wat er onder de streep overblijft, kan het bedrijf volgens Verseveldt beslissingen nemen die de jaarwinst een beetje geweld aandoen. Hij doelt daarmee onder meer op het besluit om het dak van zijn fabriek uit te rusten met 1300 zonnepanelen. ‘De terugverdientijd van die investering ligt niet op 3 kwartalen, maar op 18 jaar. Voor ons niet zo erg, wij willen immers nog veel langer doorgaan. De panelen gaan zo’n 20 jaar mee. Feitelijk hebben we dus voor 20 jaar vooruit stroom gekocht. Of we zo’n beslissing er bij externe aandeelhouders doorheen hadden gekregen? Laat ik zeggen dat we daarover dan zeer waarschijnlijk een flinke discussie zouden hebben gevoerd.’

Bijdrage

Waarom familiebedrijven als Terberg Leasing en Van Zelst bezig zijn met vergroening

Familiebedrijven hebben zich altijd al bekommerd om volgende generaties. Logisch daarom dat opvallend veel van deze bedrijven extra stappen zetten...

author John van Schagen

clock 3 min

De geur van brandend hout hangt in Oeganda constant in de lucht. Of het afkomstig is van verbrand landbouwafval of veroorzaakt wordt door de warmtebron waarop een man langs de Nijl staat te koken voor zijn dorp: het vuur is nooit ver weg. Het is datzelfde vuur dat voor veel gezondheidsproblemen zorgt in ontwikkelingslanden als Oeganda. De cijfers die over deze gezondheidsproblemen bekend zijn via de World Health Organisation (WHO) zijn zorgwekkend: meer dan 4 miljoen mensen komen wereldwijd vroegtijdig te overlijden door vervuilde lucht die veroorzaakt wordt door binnenshuis koken. Bijna 20.000 Oegandezen sterven jaarlijks door ziektes als longkanker, luchtweginfecties en COPD. Wie denkt aan klimaatcompensatie, zal wellicht niet direct het oplossen van dit soort problematiek voor ogen hebben. Het beeld van het planten van nieuwe bomen waarmee bedrijven hun CO2-uitstoot compenseren en hun onderneming klimaatneutraal mogen noemen is hardnekkig, maar volgens René Toet, algemeen directeur van de Climate Neutral Group, allang niet meer van deze tijd. ‘Het planten van bomen is een kortetermijninvestering. Een financiële bijdrage aan projecten voor duurzame energie heeft de toekomst. Op het moment dat mensen hout nodig hebben om hun eten op klaar te maken, gaan die bomen met hetzelfde gemak tegen de grond.’ In plaats van de open vuren is er een grote en opkomende markt voor cookstoves in landen als Oeganda, Kenia en Tanzania. Deze ronde tonnen van ijzer en cement zijn sneller te verwarmen, verbruiken door hun kleinere oppervlak minder houtskool en zijn bovendien makkelijk te verplaatsen. ‘Daarmee wordt niet alleen ontbossing tegengegaan, maar wordt de CO2-uitstoot door de snellere opwarming verminderd en verbeteren de gezondheidsomstandigheden door buiten te koken,’ aldus Toet, die met zijn bedrijf de schakel is tussen Nederlandse bedrijven en investeringsprogramma’s over de grens. Biogas Ook in Afrika zien ze het voordeel van duurzame energie, al is het niet vanwege het milieu. ‘Vroeger was ik zo’n zes uur per dag kwijt aan het sprokkelen van hout,’ vertelt Winfred Luutu (49) terwijl ze achter haar gasfornuis staat. ‘Nu kan ik met de aansluiting van mijn biogasinstallatie sneller beginnen met koken.’ Het enige dat nodig is voor de energie zijn de uitwerpselen van de 500 kippen, twee koeien en een handjevol varkens die op haar erf rondlopen. Ondanks dat duurzaamheid een wereldwijd probleem is, is het geen prioriteit voor mensen in ontwikkelingslanden. Het is daarom dat de marketinguitingen rondom deze projecten in Oeganda zich vooral richten op de kostenbesparingen voor gebruikers. ‘Als je ziet wat er in Oeganda aan de hand is, is het probleem niet duurzaamheid, maar eten en water’, aldus Toet. ‘Cookstoves worden verkocht met reclame-uitingen over brandstofbesparingen. Dat die mensen tegelijkertijd het klimaat helpen is niet relevant voor ze.’ Het methaangas dat uit de uitwerpselen van de dieren van Luutu wordt gewonnen kan door een gistingsproces omgezet worden tot duurzame energie met behulp van een installatie die Luutu zes jaar geleden aanschafte. Nederlandse bedrijven financieren via klimaatcompensatie de ene helft daarvan, de andere helft (a 200 euro) betaalde ze zelf. ‘Het was veel geld, maar ik heb het binnen twee jaar terugverdiend. Nu kan ik besparen op mijn brandstofkosten.’ De financiële investering die gevraagd wordt, is volgens Toet nodig om waarde toe te kennen aan het project. ‘Geef je iets gratis weg, dan zullen mensen het misschien op den duur niet meer gebruiken.’ Bovendien doet het denken aan de manier waarop in het verleden met ontwikkelingshulp omgegaan werd. ‘Je merkt dat sommige mensen denken dat het genoeg is om hun hand op te houden, dat was het immers vroeger ook. Maar ze zullen zelf ook moeten investeren, dat levert een meer gelijkwaardige relatie op.’ Marketing Zijn woorden worden onderschreven wanneer een bezoek wordt gebracht aan een waterpomp waarvan het onderhoud deels gefinancierd wordt vanuit Nederland. Het stamhoofd houdt een toespraak in Swahili waarin hij vraagt om meer hulp. Is het niet mogelijk om het dorp van zo’n 140 inwoners van nog een waterpomp te voorzien? Dat is het niet, legt Toet later uit. ‘Wij herstellen in dit project slechts waterpompen die door de overheid zijn geplaatst, we kunnen niet zomaar nieuwe plaatsen. Vaak zijn deze pompen door slecht onderhoud kapot gegaan, waardoor er vuil water uit komt. Dat moet gekookt worden voordat mensen het kunnen gebruiken, wat CO2-uitstoot geeft en lang niet altijd zorgvuldig gebeurt. Doordat ieder huishouden één euro per jaar bijdraagt, kan het onderhoud gedaan worden. Een vijftal mensen uit het dorp is vervolgens verantwoordelijk voor het water.’ Het is die dubbele bodem waarop Climate Neutral Group zijn projecten uitkiest. ‘We willen iets betekenen voor de natuur, maar ook voor de mensen op de grond.’ Het trekt volgens Toet Nederlandse bedrijven aan die op vrijwillige basis iets willen bijdragen aan het behoud van het milieu. ‘Sommige bedrijven zoals TATA Steel vallen onder een Europees systeem en moeten hun CO2-uitstoot verplicht afdekken met emissierechten. Een deel hiervan mogen zij bijvoorbeeld via compensatieprojecten afdekken. Zij kiezen vaker voor projecten als windmolenparken in China of groene stroom in Noorwegen. Daar is niets mis mee, maar het levert niets op voor de lokale bevolking. Terwijl er juist met die combinatie zoveel valt te winnen.’ Projecten worden over de hele wereld georganiseerd, maar vooral Afrika is ‘populair’ onder bedrijven. Volgens Toet is dat geen wonder. ‘Gaat het over armoede op televisie, dan komt Afrika vaak in beeld. Ook de schrijnende situatie rondom de opwarming van de aarde is daar het best te zien. Tegenwoordig zijn er zelfs klimaatvluchtelingen, voornamelijk afkomstig van dit continent. Mensen hebben die connotatie veel minder bij Cambodja of Brazilië.’ Financieel Is het land eenmaal gekozen, dan kiezen bedrijven vooral projecten die aansluiten bij hun branche of bedrijfsvoering. ‘Toyota investeert in de cookstoves, omdat hiermee fijnstof tegen gegaan wordt. Schoonmaakbedrijf Asito kiest juist voor ditzelfde project, omdat ze veel afval uit restaurants en andere eetgelegenheden verwerken en de menselijke component, betere gezondheid en meer inkomen, heel belangrijk vinden.’ Waarom investeren bedrijven als deze vrijwillig in compensatieprojecten? Natuurlijk is investeren om jezelf een klimaatneutrale onderneming te kunnen noemen goed voor je imago, maar het levert volgens Toet meer op dan dat. ‘Voor de compensatie gaat een heel proces van reductie vooraf. Daarin kijken we met bedrijven waar ze groener kunnen worden. Dat zijn vaak zaken die financieel ook voordelig zijn: pakken medewerkers minder vaak de auto of wordt er minder geprint, dan zorgt dat voor een energie- en dus kostenbesparing.’ De beweegreden om mee te werken is daarom vaak van financiële aard. Natuurlijk zijn er bedrijven die vanuit intrinsieke motivatie meedoen aan de projecten, maar compenseren is vooral als aanvulling op CO2-reductie een goed middel om klinaatneutraal te worden. Ze zijn in de minderheid tegenover de bedrijven die meewerken uit financieel gewinbedrijven die vergroenen en compenseren omdat hun klanten erom vragen zijn er ook steeds meer. Toet maakt het niet uit om welke reden bedrijven meedoen. ‘Het gaat erom dat we samen werken aan een beter milieu. De beweegreden is daarbij van ondergeschikt belang, er moet nu gewoon écht iets gebeuren.’

Bijdrage

Klimaatprojecten in Afrika: meer dan alleen bomen planten

Klimaatcompensatie gaat niet enkel over het planten van nieuwe bomen. Projecten in duurzame energie hebben de toekomst in ontwikkelingslanden, zien...

author Loeka Oostra

clock 5 min

Wie in de richting van een klimaatneutrale organisatie wil bewegen, gaat het liefst snel aan de slag. Logisch. Maar de beste resultaten haalt u door eerst de koppen bij elkaar te steken en pas daarna stappen te gaan nemen. Werken volgens een plan dus. En dat start altijd met het omschrijven van een duidelijk doel. Zodra u de CO2-footprint van uw onderneming kent is dat te doen. Bepaal welke activiteiten in de organisatie in aanmerking komen om de CO2-footprint van uw organisatie terug te dringen. Ambitie is prima en in de huidige tijd zelfs wenselijk, maar maak het concreet en realistisch door een planmatig maatregelen te gaan nemen. Energie besparen door isolatie, slimme LED verlichting of zelfs zonnepanelen? De extra aanschafkosten heeft u in de meeste gevallen al binnen twee jaar terug verdiend. Concrete doelen kunnen zijn: de CO2-uitstoot van alle gereden kilometers binnen 2 jaar met 50 procent reduceren, door een ander mobiliteitsbeleid en andere lease auto’s. Of het met 70 procent terugbrengen van de CO2-uitstoot door energieverbruik, door het overstappen op groene stroom. Maar het kan ook nog veel kleiner, door minder te printen. Om deze ambities te kunnen bereiken is het uiteraard wel zaak om erachter te komen hoeveel die uitstoot en het verbruik op dit moment bedraagt. Bereken daarom de CO2-footprint van de organisatie, zodat je ziet waar je veel kunt besparen. Werkt u internationaal en maakt u veel zakelijke vliegreizen? Dan is daar veel klimaatwinst te behalen en zijn er kosten te besparen, door het reisbeleid aan te passen. In de praktijk blijkt dat bij bedrijven CO2 én kostenbesparingen van 10-25% haalbaar zijn op zakelijk reizen. Hoe? Door minder te vliegen, anders te reizen en daar een betere balans in te vinden. De volgende stap? Iemand in de organisatie aanwijzen die met de gestelde doelen aan de slag gaat en daarover regelmatig rapporteert. Klimaatneutraal ondernemen is namelijk nooit één keertje aan een paar knoppen draaien, maar moet vast onderdeel worden van het bedrijfsproces. Stel een lijst met besparingsmaatregelen op. Een aantal daarvan kunt u waarschijnlijk best zelf verzinnen, maar het helpt wel om u hierbij goed te laten voorlichten door specialisten. Zij kunnen helpen uw duurzaamheidsbeleid te plaatsen in een kader van (komende) regelgeving, gunningsvoordelen, subsidies en communicatie. Kijk in de keten. Neem uw inkoopbeleid eens onder de loep. Wat je van ver haalt is lekker gaat steeds minder op. Lokaal inkopen wordt de norm. Eenvoudig voor catering en office supplies. Naast het consequent uitvoeren en blijven monitoren van alle besparingsmaatregelen is ook het kweken van enthousiasme op de werkvloer van groot belang. Klimaatneutraal ondernemen is namelijk nooit een kwestie van alleen techniek, het zit ‘m voor een groot deel in het gedrag van de medewerkers. Pas wanneer zij zich bewust zijn van de doelen en de motivatie om duurzaam te ondernemen, heeft de ambitie kans van slagen. Dat lukt meestal niet door enkel maatregelen van bovenaf op te leggen, veel effectiever is het om medewerkers onderdeel te maken van de nieuwe duurzame koers. Lever daarom regelmatig feedback. Vertel hoe het beter kan en deel successen. Dat de organisatie het voor elkaar gekregen heeft om de CO2-uitstoot van het transport met 30 procent te verminderen omdat meer medewerkers de fiets pakken, is dus een prima reden om ‘s ochtends een keer bij stil te staan met taart. Door iedereen bij dit succes te betrekken, komt er meer en meer draagvlak in de organisatie. 
 Tussen 2000 en 2500 toeren naar een hogere versnelling schakelen. Het is slechts één van se vele tips tijdens een cursus energiezuinig rijden. Door medewerkers hierin mee te laten doen, bespaart u jaarlijks vele liters brandstof.
 De maakindustrie is grootverbruiker van energie; dat maakt het wel een stuk eenvoudiger om de CO2-voetafdruk te verkleinen. Een energiescan kan u helpen om de juiste maatregelen te treffen. Snel resultaat bereiken? Dan zijn zonnepanelen waarschijnlijk de slimste keuze. Meer dan de helft van de bedrijven in het MKB zou zonnepanelen willen installeren, maar stellen dit uit omdat zij onvoldoende op de hoogte zijn van de subsidies en de besparingen die dit op kan leveren. Jammer, want juist zonnepanelen zijn haalbaar. Het hele actieplan van A tot Z uitgevoerd? Mooi! Goede resultaten behaald? Nóg mooier! Maar de kans is groot dat u nog steeds niet 100 procent klimaatneutraal bent. Ook het laatste restje broeikasgassen vergroenen, kan door te gaan compenseren. Kort gezegd: elders op de wereld de CO2-uitstoot verminderen. Daarvoor zijn tal van klimaatprojecten in het leven geroepen die de moeite waard zijn. Communiceren over uw duurzaamheidsprestaties? Doen! Uw duurzame prestaties verdienen een plekje in uw communicatie, bijvoorbeeld op uw website. Wees transparant over wat u doet en wat de resultaten zijn. Potentiële klanten zullen hier steeds vaker naar vragen en naar op zoek gaan!

Bijdrage

Stap voor stap naar een klimaatneutrale organisatie

Klanten en aandeelhouders vragen er om, wetgeving dwingt je er wellicht toe. Misschien zie je kansen voor duurzame producten of...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Vijfennegentig jaar geleden bestond de terminologie nog niet, maar vanaf het begin was cosmeticamerk Weleda een duurzame onderneming. Het voornaamste doel? Het beschikbaar stellen van volledig biologische antroposofische geneesmiddelen en lichaamsproducten en met de productie daarvan het milieu zo min mogelijk schaden. Het was dit standpunt dat Richard van der Hoek - adjunct directeur van de Benelux-tak - zo aansprak toen hij 7 jaar geleden bij het bedrijf kwam werken. ‘Ik heb 10 jaar in de krantenwereld gewerkt, maar dat gaf geen voldoening op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik wilde in een bedrijf werken waarin niet de aandeelhouders, maar duurzaamheid de dienst uitmaakt.’ Bijna een eeuw na de oprichting van het bedrijf is het kantoor van Weleda duurzamer dan ooit: met slechts één printer op de werkvloer wordt er veel minder papier verbruikt dan op een regulier kantoor. Het papier dat eenzijdig bedrukt is wordt gebruikt voor pakbonnen in het logistieke centrum. Het opvulmateriaal in de verzendverpakkingen is van composteerbaar zetmeel en toen het kantoor recentelijk gerenoveerd werd, zijn vooral duurzame materialen binnengehaald. ‘Voor archiefkasten en vloerbedekking bestaan prima duurzame alternatieven. Duurzaamheid levert ons op financieel vlak weinig op, maar het klimaat gaat bij ons voor de winst.’ Eerst reduceren en dan compenseren De CO2-reductie die Weleda in Nederland doorvoerde leverde in 2015 een vermindering van 17,5 procent op ten opzichte van het jaar daarvoor. In 2016 ging daar weer 8,5 procent vanaf in vergelijking met het jaar daarvoor. Toch zijn er bepaalde zaken die niet gereduceerd kunnen worden. ‘Het gaat dan vooral over kilometers met de auto en het vliegtuig. We houden de ontwikkeling rondom elektrische auto’s goed in de gaten, maar sommige afspraken moeten nou eenmaal gereden of bevlogen worden.’ Ook het papier dat binnen Weleda wordt gebruikt, heeft een flinke weerslag op het milieu. ‘We gebruiken FSC-gecertificeerd papier en karton voor onze displays en folders, maar al het materiaal bij elkaar zorgt toch voor een behoorlijk aandeel in onze footprint.’ In totaal blijft er met 80 medewerkers zo’n 324 ton CO2 over die Weleda niet kan reduceren, 21,43 ton CO2 per miljoen euro omzet. Sinds 10 jaar doet het bedrijf daarom aan klimaatcompensatie, waarbij financieel geïnvesteerd wordt in een project dat CO2 bespaart. Op die manier kan Weleda toch volledig klimaatneutraal ondernemen. Oeganda Zo is het bedrijf betrokken bij een biogas project in Oeganda: bij Afrikaanse boeren die iets meer te besteden hebben, wordt een biogasinstallatie op het erf gebouwd. Met het methaan uit de mest van hun eigen vee, kan het vuur aangemaakt worden. Dat scheelt niet alleen een tijdsbesparing doordat er niet meer naar hout hoeft te worden gezocht, maar levert ook een CO2-reductie op. Met de CO2-omzet die het Weleda compenseert, kan er geïnvesteerd worden in zo’n 85 installaties. Daarmee besparen families meer dan 14.000 euro aan kosten voor hout- en houtskool. Ook het milieu wordt ontzien: per jaar wordt door de bijdrage van Weleda 12 hectare hout niet gekapt. Het bedrijf betaalt de helft van het product, van de Oegandezen wordt het overige bedrag gevraagd. Omgerekend komt dat neer op zo’n 200 euro, een investering die gemiddeld binnen twee jaar is terugverdiend. ‘De gemiddelde mens leeft hier van $1,25 per dag, dus we weten wat we van mensen vragen’, aldus Van der Hoek. ‘Als de investering eenmaal is terugverdiend, levert het ze wel een aanzienlijke tijd- en kostenbesparing op.’ De projecten waarin geïnvesteerd kan worden zijn geschaald op een energieladder: biogas is een project waar de meer welvarende Oegandees aan meewerkt, maar ook voor mensen die rondkomen van een dollar per dag is er een mogelijkheid om geld te besparen. Maatschappelijk betrokken Een ander voordeel van het gebruik van de biogasinstallatie is dat het de gezondheid van de Oegandese gebruikers verbetert. Doordat het vuur niet urenlang brandt in huis, wordt de kans op longziektes aanzienlijk verminderd. Jaarlijks sterven volgens de World Health Organisation bijna 20.000 Oegandezen aan longziektes als kanker en COPD door rook binnenshuis. Het is voor Weleda een belangrijke voorwaarde dat niet alleen het klimaat gespaard blijft, maar ook de menselijke omstandigheden verbeteren. ‘Natuurlijk kun je investeren in relatief goedkope compensatieprojecten als groene energie in Noorwegen, maar je voegt daarmee niets toe aan de leefomstandigheden in armere landen. Met dit project zorgen we er ook voor dat de gezondheid van de gebruikers verbetert. We willen met ons merk de gezondheid van mensen stimuleren, het zou krom zijn als we daar alleen in Westerse landen prioriteit aan zouden geven.’ Wordt er getwijfeld over de compensatie van bepaalde CO2-uitstoot van het bedrijf, dan wordt deze dubbel in rekening gebracht. ‘We boeken onze vluchten over het algemeen via een organisatie die je gemaakte kilometers compenseert en dat doorberekent in de prijs. Soms boeken we ergens anders, omdat het niet anders kan. Daarom worden onze vliegkilometers soms dubbel gecompenseerd via het project in Oeganda.’ Sceptisch Dat steeds meer cosmeticamerken zich profileren als duurzaam, voelt voor Van der Hoek dubbel. ‘Aan de ene kant willen wij heel graag dat zoveel mogelijk merken klimaatneutraal en duurzaam ondernemen. Aan de andere kant zie je dat veel merken zich groener voordoen dan ze zijn. Waar het voor ons vroeger een unique selling point was dat veel klanten trok, zie je dat deels verdwijnen. Vooral de jonge doelgroep is minder bekend met Weleda, maar wel steeds milieubewuster. Kopen zij merken die uiteindelijk niet zo groen blijken als beloofd, dan zorgt dat ervoor dat consumenten ook sceptischer naar ons kijken.’ Binnen Weleda is niemand meer sceptisch over hun eigen duurzame doelen. ‘Het zit in het DNA van onze onderneming, iedereen probeert constant de meest duurzame afweging te maken. We hebben dan ook geen duurzaamheidsmanager die constant controleert of alles wel groen genoeg gaat, we gaan ervan uit dat medewerkers dat zelf doen.’ Om ze af en toe toch een duwtje in de goede richting te geven, zijn er cursussen die medewerkers bewuster moeten maken. ‘Zo geven we iedereen met een leaseauto een cursus hoe ze zo zuinig en dus duurzaam mogelijk kunnen rijden.’ Toch merkt Van der Hoek dat sommige medewerkers kritisch zijn over de klimaatcompensatie. ‘Het klinkt allemaal heel mooi, maar soms wint de ratio het van het geloof. Wat gebeurt er nou precies met dat geld? En is dit niet simpelweg het afkopen van onze ‘grijze schuld’? Je merkt dat er nog veel onbegrip over dit soort projecten heerst.’ Aan Van der Hoek de taak om opheldering te geven. ‘Bij klimaatcompensatie denken veel mensen nog steeds aan het planten van bomen, terwijl we zoveel verder gaan.’ Intrinsieke drijfveer Waar andere bedrijven vooral wegens financiële redenen verduurzamen, is het voor Weleda een puur intrinsieke drijfveer om het klimaat zo min mogelijk te belasten. ‘Al is het natuurlijk mooi als er na een investering uiteindelijk geld bespaard wordt op het moment dat alle lampen vervangen worden door Ledverlichting.’ Wie een eerste stap wil zetten op het gebied van duurzaam ondernemen, raad Van der Hoek aan om de CO2-uitstoot in kaart te brengen in een CO2-footprint. ‘Op die manier weet je precies wat je grootste bronnen zijn en wat je kunt verbeteren. Door daarna gerichte doelen op te stellen, kun je veel concreter werken en uiteindelijk echt het verschil maken.’

Bijdrage

Weleda: klimaatneutrale onderneming die milieu én mensheid beter maakt

Duurzaamheid zit volledig ingebakken in de bedrijfsvoering van cosmeticamerk Weleda. En omdat het altijd beter kan is het bedrijf zelfs...

author Loeka Oostra

clock 5 min