Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

vrijwilligerswerk

Management & Leiderschap

Wat vrijwilligerswerk jou, de samenleving én je organisatie kan opleveren

Corporate volunteering is in tijden van corona een uitgelezen manier om je als bedrijf van je goede kant te tonen....

author Wim C.J. de Jong

clock 4,5 min

Management & Leiderschap

FT-panel over verantwoord leiderschap: ‘Duurzaamheid ís goed management’

Gaan bedrijven door de coronacrisis hun beleid rondom mens, milieu en maatschappij op een lager pitje zetten? Als je vooruit...

author Patrizia Arena

clock 5,5 min

Avianca Anko van der Werff Colombia

Management & Leiderschap

Avianca-CEO Anko van der Werff: ‘Liefst zou ik het minimumloon hier verdubbelen’

Toen de Nederlander Anko van der Werff aantrad als CEO van de Zuid-Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Avianca, kwam hij bepaald niet in...

author Loeka Oostra

clock 5,5 min

Stakeholders klimaat

Management & Leiderschap

Aandeelhouder versus belanghebbende: zet jij je stakeholders op de eerste plek?

Het World Economic Forum in Davos, de jaarlijkse bijeenkomst van CEO's van de grootste bedrijven en wereldleiders, werd dit jaar...

author Justin Doornekamp

clock 4,5 min

i.s.m. RSM
Rolf Dauskardt

Executive education

Zo draagt Rebel bij aan duurzame ontwikkeling

Elke leider zou zich moeten afvragen hoe zijn of haar business bijdraagt aan een betere wereld, vindt directeur Rolf Dauskardt...

author Joost Peters

clock 2,5 min

Management & Leiderschap

Zo vertel je de wereld hoe jouw bedrijf met duurzaamheid bezig is

In je duurzaamheidsstrategie mag een hoofdstuk over communicatie niet ontbreken. ‘Vertel de wereld welke ambities je hebt, maar durf tegelijkertijd...

author John van Schagen

clock 3 min

Uber

Nieuws Management & Leiderschap

Toch geen belastingvoordeel Uber – Lard Friese naar Aegon

En verder: Britse bedrijven krijgen steun bij no-deal brexit, Goldman Sachs-bankiers aangeklaagd in Maleisië en waarom nu Netflix-aandelen kopen niet...

author Eva Schram

clock 3,5 min

i.s.m. TIAS
Anne-Marie Rakhorst

Strategie

Anne-Marie Rakhorst: ‘Duurzaamheid gaat het beste bottom-up’

Duurzamer worden met je bedrijf is een mooi voornemen, maar vaak blijft het bij voornemens. Ondernemer en auteur Anne-Marie Rakhorst...

author Redactie

clock 4,5 min

i.s.m. TIAS
materialiteitsmatrix duurzaamheidsverslag

Strategie

Waarom je een materialiteitsmatrix nodig hebt

Veel grote bedrijven doen het al jaren: in hun duurzaamheidsverslag publiceren ze een materialiteitsmatrix. Wouter Scheepens van TIAS School for...

author Redactie

clock 3,5 min

i.s.m. TIAS
team meekrijgen MVO-versnelling

Strategie

Hoe neem je je team in je MVO-plannen mee?

Jíj mag maatschappelijke verantwoordelijkheid belangrijk vinden, jouw teamleden denken er vaak het hunne van. Hoe neem je je team in...

author Redactie

clock 3,5 min

i.s.m. Great Place To Work
Sociale verantwoordelijkheid – of MVO – is voor nieuwe generaties medewerkers steeds belangrijker geworden. Niet alleen een goed salaris of prettige secundaire arbeidsvoorwaarden trekken talenten aan, wat een organisatie terugdoet voor de gemeenschap is minstens net zo belangrijk. Digital agency FX – dit jaar uitgeroepen tot Best Workplace – geeft medewerkers bijvoorbeeld de kans computerlessen te geven aan ouderen in een buurthuis. En dan is er nog kinderopvangorganisatie Kindergarden, dat opvangstichting Het Babyhuis steunt en medewerkers de kans geeft mee te helpen of activiteiten te bedenken en uit te voeren voor Het Babyhuis. Structurele impact Iets doen voor de samenleving is geen vanzelfsprekendheid op kantoor, legt Anouk Vlasman, projectmanager bij FX uit. ‘We zijn een commercieel bedrijf. Dat geeft niet direct het gevoel dat je iets goeds doet voor de maatschappij. Toch is die behoefte er wel bij ons allemaal. Zodoende zijn we opzoek gegaan naar hoe we die maatschappelijke bijdrage op structurele basis kunnen realiseren.’ Bij FX ontdekte men al gauw computer- en smartphonelessen voor ouderen als een uitdagende activiteit. Het begon bij een buurthuis, in de buurt van het kantoor van FX. Vlasman: ‘De eerste keer was voor veel van mijn collega's spannend. We zijn redelijk goed met computers, maar niet iedereen is er dagelijks mee bezig. Weten we er wel genoeg van?’ Tijdens de lessen leren de deelnemers om te gaan met alledaagse apps als Skype, Wordfeud, Google Maps. Elke week gaat een ander groepje medewerkers van FX op de fiets naar het buurthuis om daar de digitale wereld aan ouderen te presenteren. Zo ontstond wat nu de ‘FX Helpdesk’ heet. Deelnemers aan die helpdesk bieden nu afwisselend en vrijwillig maar doorlopend digitale cursussen aan ouderen aan. Vlasman: 'Het is de digitale logica die we hen moeten aanleren. Een zeventigplusser snapt soms niet waarom hij op een bepaalde knop moet drukken.' Medewerkers van FX begrijpen dat beter – en kunnen zo ouderen helpen. Enthousiasme is besmettelijk Toen de eerste collega’s van FX naar de cursus waren gegaan, volgden er meer. ‘Op een gegeven moment waren er te veel mensen die mee wilde doen. Iedereen kwam met de mooiste verhalen terug. Zo hadden enkele medewerkers de vakantiefoto’s van een van de ouderen mogen bekijken. En één dame had zelfs de datingapp Tinder geïnstalleerd. Het enthousiasme was besmettelijk. Inmiddels heeft bijna iedereen meegedaan en wordt het min of meer vanzelfsprekend gezien dat wij dit doen.' Het programma inspireert ook andere collega's. Vlasman: ‘Vrijwilligerswerk is voor veel FX’ers niet vanzelfsprekend. De FX Helpdesk is voor sommigen de eerste keer in hun leven dat ze vrijwilligerswerk doen. Het is mooi dat wij dat bij FX mogen overdragen. Als iemand bijvoorbeeld een sponsorloop wil doen of extra tijd vrij wil nemen om ander vrijwilligerswerk te doen, dan is er bij ons veel mogelijk.’ Dicht bij huis en hart Ook kinderopvangorganisatie Kindergarden zocht de maatschappelijke impact dicht bij huis. HR-adviseur Seri Baas: ‘Onze passie is vanzelfsprekend de goede zorg voor kinderen. Niet alleen voor de kinderen we die bij Kindergarden opvangen, maar voor alle kinderen. Het Babyhuis, een opvang voor aanstaande moeders en moeders met een baby voor wie de ouders tijdelijk niet kunnen zorgen, past perfect in die visie.’ De samenwerking ontstond dus ook organisch: een manager van Kindergarden hoorde over het Babyhuis in Dordrecht en stelde voor om dat doel te sponsoren. Bij de opening van het tweede Babyhuis in Leiden vroeg Kindergarden haar leveranciers om kosteloos het Babyhuis net zo huiselijk in te richten als de eigen Kindergarden-vestigingen. Baas legt uit: ‘Wij zorgen vanuit ons hoofdkantoor voor de connectie tussen Kindergarden en Het Babyhuis. Toch zijn het onze medewerkers die met de meest geweldige initiatieven komen om Het Babyhuis te helpen: voorbeelden zijn een sponsorloop, een benefietfestival, een inzamelactie met babykleertjes. Voor je het weet, breng je tien zakken vol kleding voor de allerkleinsten naar Het Babyhuis toe.’ Er zijn zelfs pedagogisch medewerkers die in deeltijd bij Kindergarden werken en daarnaast vrijwillige diensten bij Het Babyhuis op zich nemen. Netje ophalen De tip van Baas voor werkgevers is dan ook: luister naar je werknemers. ‘De beste ideeën bedenk je immers niet zelf. Wij maken natuurlijk het beleid op het hoofdkantoor, maar uiteindelijk gebeurt het in de praktijk. Als je openstaat voor de professionaliteit en ambities van je werknemers, hoef je als management alleen dat netje op te halen.’ Zelf organiseert Kindergarden vier keer per jaar een brainstorm met medewerkers over het beleid en wat ze daaraan kunnen verbeteren. ‘Dan worden bijvoorbeeld de rugklachten die onze mensen kunnen krijgen van het tillen bespreekbaar.’ Door die brainstorms zijn we op het idee gekomen om op hoogte verstelbaar meubilair aan te schaffen, stelt Baas. Nog een brainstormidee is wat Kindergarden deed met de tablets die niet langer toereikend waren voor het werk en vervangen moesten worden. Baas: ‘We wilden die eerst verloten onder onze medewerkers, maar zij kwamen zelf op het idee om ze aan de medewerkers te verkopen. En om de opbrengsten daarvan weer aan Het Babyhuis te doneren. Zo betrokken zijn ze.’

Goed werkgeverschap

MVO: energie krijgen door aan anderen te geven

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wordt steeds belangrijker voor bedrijven die zich willen onderscheiden op de krappe arbeidsmarkt. Dit zijn twee...

author Wilbert Geijtenbeek

clock 3,5 min

In 1986 is Thialf nog steeds één van de eerste overdekte schaatstempels ter wereld. Modern, state of the art en van alle gemakken voorzien. Maar in het afgelopen decennium groeit langzaam maar zeker het besef dat het complex moet worden gerenoveerd. De faciliteiten raken verouderd en records worden er al een tijdje niet meer gereden. Maar - en dat verhaal is veel minder bekend - ook de stookkosten moeten drastisch omlaag. “Tot een paar jaar geleden ging zeker 30 procent van de bedrijfskosten op aan energie”, vertelt directeur Marc Winters. “Iedereen die een bedrijf runt snapt dat dit een gigantisch percentage is. Het was dan ook hard nodig om daar iets aan te doen, anders zou de schaatshal op den duur failliet zijn gegaan aan te hoge energielasten.” Energieverbruik Zowel de CO2-uitstoot als de energierekening met minimaal de helft omlaag. Dat is één van de belangrijkste voorwaarden die de directie van Thialf aan het architectenbureau meegeeft, wanneer die op de tekentafel aan de slag gaat. “Het energieverbruik bij een schaatshal zit ‘m natuurlijk vooral in de wintermaanden. Die loopt bij ons van september tot ongeveer eind maart. Zeker 90 procent van het verbruik vindt in deze periode plaats”, aldus Winters. “Het gaat dan vooral om drie zaken: het koelen van het ijs, warmtepompen om andere delen van het pand op temperatuur te krijgen en het drogen van de lucht. Dat laatste aspect is belangrijk omdat je niet wilt dat vochtige lucht condenseert op het ijs. Met name rondom grote toernooien speelt dit een rol.” Reflecterende schil Het ontwerp van het nieuwe Thialf vergelijkt de algemeen directeur met een thermoskan. Een reflecterende schil om het pand zorgt ervoor dat warme lucht nauwelijks nog kan ontsnappen. Daarnaast is het plafond nu een paar meter lager om zo het energieverbruik verder te minimaliseren. Aan de warmte die vrijkomt van de vriesmachines om het ijs te koelen is ook gedacht. “Daarmee worden alle vloeren van Thialf verwarmd; ook die van het grote middenterrein”, aldus Winters. Verder is overal in het gebouw laagtemperatuurverwarming aangebracht en zijn er verschillende klimaatzones. Een unicum in schaatsland. “Tussen de tribunes en de ijsbaan wordt van alle kanten lucht geblazen waarmee we een soort onzichtbaar gordijn creëren. Daardoor slaat het vocht niet op het ijs. Het drogen van de lucht in het stadion kost ons op deze manier veel minder energie dan hiervoor.” Zonnepanelen De zeer efficiënte energiebesparende maatregelen, springen voor bezoekers niet in het oog. Dat doen wel de 5000 zonnepanelen op het dak van Thialf. Die wekken samen meer dan één megawatt aan echte groene stroom op en zorgen daarmee voor een kwart van de energiebehoefte van de schaatstempel. Ter vergelijking, dat is ongeveer gelijk aan de duurzame energievoorziening van 375 huishoudens. Thialf is overigens niet het enige stadion in Nederland met zonnepanelen op het dak. Ook de Amsterdam Arena (4000 stuks), het AFAS-Stadion in Alkmaar (1725 stuks), het Groningse Euroborg (539 stuks) en het stadion van ADO Den Haag (2900 stuks) gebruiken de zon als energiebron. Van het gas af! “IJs maken vraagt nog steeds veel energie, maar in de nieuwe situatie hebben we het bedrijf wel weer exploitabel weten te maken. De energierekening bedraagt nu nog 15 procent van onze totale begroting. We hebben, zeker het eerste jaar, heel wat delegaties uit het buitenland mogen ontvangen die wilden weten hoe we dit in Thialf voor elkaar hebben gekregen”, aldus Winters. Die overigens meteen benadrukt dat de schaatshal er nog niet is. “In principe zijn we 100 procent klimaatneutraal door de combinatie van zonne-energie en inkoop van groene stroom. Maar ons uiteindelijk doel gaat nog een stapje verder. We willen meer technieken toevoegen met de mogelijkheid om terug te leveren. Van het gas af, meer zon en wind horen daarbij, maar we onderzoeken ook de inzet van waterstof en geothermie. Nul op de meter is nu nog toekomstmuziek, maar voor ons wel de juiste denkrichting.”

Bijdrage

Het nieuwe Thialf is als een thermoskan

In Heerenveen staat sinds kort niet alleen de snelste laaglandbaan van de wereld, Thialf is na een grondige renovatie in...

author John van Schagen

clock 2,5 min

Management & Leiderschap

Onderzoek: Maatschappelijk verantwoord belonen loont voor bedrijf én CEO

Laat de beloning van de CEO deels afhangen van de resultaten die het bedrijf boekt op het gebied van mens...

author Laura Walburg

clock 2,5 min

Suiker. We gebruiken het vrijwel elke dag. Maar wat de meeste Nederlanders waarschijnlijk niet weten is de weg die het product bewandelt voordat het in onze monden belandt. Bij Suiker Unie hebben ze dit proces de afgelopen jaren flink weten te verduurzamen. “En dat begint al bij de oogst”, vertelt Pieter Brooijmans, die opereert als Manager Agrarische Dienst Centraal. “Een belangrijk deel van de plant is het bietenblad, het zogeheten loof. Dat laten we bewust achter op het land zodat de nutriënten in het blad weer teruggaan naar de grond. Die zijn belangrijk om de plant te laten groeien.” De mineralenkringloop sluiten De bieten zelf gaan naar de fabriek voor een grondige wasbeurt. De restjes bietengrond worden ingedikt en gedroogd en kunnen vervolgens weer worden hergebruikt, voor dijkverzwaring bijvoorbeeld. Tijdens het wassen breken ook kleine stukjes biet af. Deze stroom werd vroeger nog afgevoerd naar een composteerder, maar daar heeft Suiker Unie een beter doel voor gevonden: de biomassavergister. Wat erin gaat als bietresten komt eruit als biogas. “De bieten zelf snijden we in kleine reepjes. Nadat de suiker uit het snijdsel is gehaald, blijft er bietenpulp over. Dit wordt gebruikt om koeien te voeren. De mineralen komen zo weer terecht in de mest en die wordt vervolgens weer terug gebracht naar de akkers. Aan het ruwe sap voegen we kalk toe dat de overige mineralen aan elkaar bindt en waarna het uit het sap wordt verwijderd. Deze meststof gaat ook weer naar de landbouw. Zo sluiten we de mineralenkringloop en werken we aan het behoud van een gezonde bodem”, aldus Brooijmans. Energiebesparingen De biogas-installaties van Suiker Unie verwerken jaarlijks meer dan 100.000 ton kg plantaardig restmateriaal, allemaal afkomstig van het eigen productieproces. “Als we volledig draaien, dan leveren we per jaar meer dan 30 miljoen kubieke meter groen gas aan het net. We zijn daarmee in Nederland de grootste producent van duurzaam gas”, zegt Brooijmans. De biomassavergister is overigens niet de enige manier waarop Suiker Unie CO2 bespaart. De productielocaties in Dinteloord en het Groningse Vierverlaten behoren inmiddels zelfs tot de grootste en meest energiebesparende bietverwerkende fabrieken van Europa. De afgelopen jaren is hier fors geïnvesteerd, onder meer in meertraps verdamping, thermocompressie en LED-verlichting. “Het is onze doelstelling om in 2020 zeker 50 procent minder energie te gebruiken ten opzichte van 1990. Zo beschikken beide fabrieken over een WKK-installatie waarmee warmte en elektriciteit wordt geproduceerd. Wat we zelf niet nodig hebben, leveren we weer terug aan het net.” Ook op de weg zijn maatregelen genomen. Zo rijdt een deel van de wagenvloot sinds 2011 op groen gas. Daarnaast heeft Suiker Unie dertien bulkwagens die dagelijks tonnen suiker afleveren. Deze kolossen rijden op een mengsel van aardgas en dieselolie, stoten daardoor niet zoveel roet uit en maken bovendien minder lawaai dan andere vrachtwagens. Maar daarmee zijn de duurzame ambities van Suiker Unie nog niet bereikt. “We kijken continu naar neiuwe ontwikkelingen die ons weer een stap verder kunnen bregen qua besparing, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van een nieuwe vrachtwagen die voor 100 procent op groen gas kan rijden.” .

Bijdrage

Suiker Unie sluit de kringloop

Suiker Unie maakt al jaren volop werk van duurzaamheid. Zo wordt het merendeel van de mineralen in de suikerbiet weer...

author John van Schagen

clock 2 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Bijdrage

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

author John van Schagen

clock 3,5 min