Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

CSR-managers

Duurzaamheid

Deze CSR-managers durven hun bedrijf uit te dagen, ‘ook als het botst met wat je verkoopt’

Voor bedrijven is het allang niet meer genoeg om toezeggingen te doen voor een maatschappelijk verantwoorde strategie: klanten én medewerkers...

author Loeka Oostra

clock 8 min

vrijwilligerswerk

Management

Wat vrijwilligerswerk jou, de samenleving én je organisatie kan opleveren

Corporate volunteering is in tijden van corona een uitgelezen manier om je als bedrijf van je goede kant te tonen....

author Wim C.J. de Jong

clock 4,5 min

Avianca Anko van der Werff Colombia

Persoonlijk Leiderschap

Avianca-CEO Anko van der Werff: ‘Liefst zou ik het minimumloon hier verdubbelen’

Toen de Nederlander Anko van der Werff aantrad als CEO van de Zuid-Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Avianca, kwam hij bepaald niet in...

author Loeka Oostra

clock 5,5 min

Stakeholders klimaat

Management

Aandeelhouder versus belanghebbende: zet jij je stakeholders op de eerste plek?

Het World Economic Forum in Davos, de jaarlijkse bijeenkomst van CEO's van de grootste bedrijven en wereldleiders, werd dit jaar...

author Justin Doornekamp

clock 4,5 min

Rolf Dauskardt

Executive education

Zo draagt Rebel bij aan duurzame ontwikkeling

Elke leider zou zich moeten afvragen hoe zijn of haar business bijdraagt aan een betere wereld, vindt directeur Rolf Dauskardt...

author Joost Peters

clock 2,5 min

Management

Zo vertel je de wereld hoe jouw bedrijf met duurzaamheid bezig is

In je duurzaamheidsstrategie mag een hoofdstuk over communicatie niet ontbreken. ‘Vertel de wereld welke ambities je hebt, maar durf tegelijkertijd...

author John van Schagen

clock 3 min

Uber

Nieuws Management & Leiderschap

Toch geen belastingvoordeel Uber – Lard Friese naar Aegon

En verder: Britse bedrijven krijgen steun bij no-deal brexit, Goldman Sachs-bankiers aangeklaagd in Maleisië en waarom nu Netflix-aandelen kopen niet...

author Eva Schram

clock 3,5 min

i.s.m. TIAS School for Business and Society
materialiteitsmatrix duurzaamheidsverslag

Duurzaamheid

Waarom je een materialiteitsmatrix nodig hebt

Veel grote bedrijven doen het al jaren: in hun duurzaamheidsverslag publiceren ze een materialiteitsmatrix. Wouter Scheepens van TIAS School for...

author Redactie

clock 3,5 min

Sociale verantwoordelijkheid – of MVO – is voor nieuwe generaties medewerkers steeds belangrijker geworden. Niet alleen een goed salaris of prettige secundaire arbeidsvoorwaarden trekken talenten aan, wat een organisatie terugdoet voor de gemeenschap is minstens net zo belangrijk. Digital agency FX – dit jaar uitgeroepen tot Best Workplace – geeft medewerkers bijvoorbeeld de kans computerlessen te geven aan ouderen in een buurthuis. En dan is er nog kinderopvangorganisatie Kindergarden, dat opvangstichting Het Babyhuis steunt en medewerkers de kans geeft mee te helpen of activiteiten te bedenken en uit te voeren voor Het Babyhuis. Structurele impact Iets doen voor de samenleving is geen vanzelfsprekendheid op kantoor, legt Anouk Vlasman, projectmanager bij FX uit. ‘We zijn een commercieel bedrijf. Dat geeft niet direct het gevoel dat je iets goeds doet voor de maatschappij. Toch is die behoefte er wel bij ons allemaal. Zodoende zijn we opzoek gegaan naar hoe we die maatschappelijke bijdrage op structurele basis kunnen realiseren.’ Bij FX ontdekte men al gauw computer- en smartphonelessen voor ouderen als een uitdagende activiteit. Het begon bij een buurthuis, in de buurt van het kantoor van FX. Vlasman: ‘De eerste keer was voor veel van mijn collega's spannend. We zijn redelijk goed met computers, maar niet iedereen is er dagelijks mee bezig. Weten we er wel genoeg van?’ Tijdens de lessen leren de deelnemers om te gaan met alledaagse apps als Skype, Wordfeud, Google Maps. Elke week gaat een ander groepje medewerkers van FX op de fiets naar het buurthuis om daar de digitale wereld aan ouderen te presenteren. Zo ontstond wat nu de ‘FX Helpdesk’ heet. Deelnemers aan die helpdesk bieden nu afwisselend en vrijwillig maar doorlopend digitale cursussen aan ouderen aan. Vlasman: 'Het is de digitale logica die we hen moeten aanleren. Een zeventigplusser snapt soms niet waarom hij op een bepaalde knop moet drukken.' Medewerkers van FX begrijpen dat beter – en kunnen zo ouderen helpen. Enthousiasme is besmettelijk Toen de eerste collega’s van FX naar de cursus waren gegaan, volgden er meer. ‘Op een gegeven moment waren er te veel mensen die mee wilde doen. Iedereen kwam met de mooiste verhalen terug. Zo hadden enkele medewerkers de vakantiefoto’s van een van de ouderen mogen bekijken. En één dame had zelfs de datingapp Tinder geïnstalleerd. Het enthousiasme was besmettelijk. Inmiddels heeft bijna iedereen meegedaan en wordt het min of meer vanzelfsprekend gezien dat wij dit doen.' Het programma inspireert ook andere collega's. Vlasman: ‘Vrijwilligerswerk is voor veel FX’ers niet vanzelfsprekend. De FX Helpdesk is voor sommigen de eerste keer in hun leven dat ze vrijwilligerswerk doen. Het is mooi dat wij dat bij FX mogen overdragen. Als iemand bijvoorbeeld een sponsorloop wil doen of extra tijd vrij wil nemen om ander vrijwilligerswerk te doen, dan is er bij ons veel mogelijk.’ Dicht bij huis en hart Ook kinderopvangorganisatie Kindergarden zocht de maatschappelijke impact dicht bij huis. HR-adviseur Seri Baas: ‘Onze passie is vanzelfsprekend de goede zorg voor kinderen. Niet alleen voor de kinderen we die bij Kindergarden opvangen, maar voor alle kinderen. Het Babyhuis, een opvang voor aanstaande moeders en moeders met een baby voor wie de ouders tijdelijk niet kunnen zorgen, past perfect in die visie.’ De samenwerking ontstond dus ook organisch: een manager van Kindergarden hoorde over het Babyhuis in Dordrecht en stelde voor om dat doel te sponsoren. Bij de opening van het tweede Babyhuis in Leiden vroeg Kindergarden haar leveranciers om kosteloos het Babyhuis net zo huiselijk in te richten als de eigen Kindergarden-vestigingen. Baas legt uit: ‘Wij zorgen vanuit ons hoofdkantoor voor de connectie tussen Kindergarden en Het Babyhuis. Toch zijn het onze medewerkers die met de meest geweldige initiatieven komen om Het Babyhuis te helpen: voorbeelden zijn een sponsorloop, een benefietfestival, een inzamelactie met babykleertjes. Voor je het weet, breng je tien zakken vol kleding voor de allerkleinsten naar Het Babyhuis toe.’ Er zijn zelfs pedagogisch medewerkers die in deeltijd bij Kindergarden werken en daarnaast vrijwillige diensten bij Het Babyhuis op zich nemen. Netje ophalen De tip van Baas voor werkgevers is dan ook: luister naar je werknemers. ‘De beste ideeën bedenk je immers niet zelf. Wij maken natuurlijk het beleid op het hoofdkantoor, maar uiteindelijk gebeurt het in de praktijk. Als je openstaat voor de professionaliteit en ambities van je werknemers, hoef je als management alleen dat netje op te halen.’ Zelf organiseert Kindergarden vier keer per jaar een brainstorm met medewerkers over het beleid en wat ze daaraan kunnen verbeteren. ‘Dan worden bijvoorbeeld de rugklachten die onze mensen kunnen krijgen van het tillen bespreekbaar.’ Door die brainstorms zijn we op het idee gekomen om op hoogte verstelbaar meubilair aan te schaffen, stelt Baas. Nog een brainstormidee is wat Kindergarden deed met de tablets die niet langer toereikend waren voor het werk en vervangen moesten worden. Baas: ‘We wilden die eerst verloten onder onze medewerkers, maar zij kwamen zelf op het idee om ze aan de medewerkers te verkopen. En om de opbrengsten daarvan weer aan Het Babyhuis te doneren. Zo betrokken zijn ze.’

Goed werkgeverschap

MVO: energie krijgen door aan anderen te geven

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wordt steeds belangrijker voor bedrijven die zich willen onderscheiden op de krappe arbeidsmarkt. Dit zijn twee...

author Wilbert Geijtenbeek

clock 3,5 min

In 1986 is Thialf nog steeds één van de eerste overdekte schaatstempels ter wereld. Modern, state of the art en van alle gemakken voorzien. Maar in het afgelopen decennium groeit langzaam maar zeker het besef dat het complex moet worden gerenoveerd. De faciliteiten raken verouderd en records worden er al een tijdje niet meer gereden. Maar - en dat verhaal is veel minder bekend - ook de stookkosten moeten drastisch omlaag. “Tot een paar jaar geleden ging zeker 30 procent van de bedrijfskosten op aan energie”, vertelt directeur Marc Winters. “Iedereen die een bedrijf runt snapt dat dit een gigantisch percentage is. Het was dan ook hard nodig om daar iets aan te doen, anders zou de schaatshal op den duur failliet zijn gegaan aan te hoge energielasten.” Energieverbruik Zowel de CO2-uitstoot als de energierekening met minimaal de helft omlaag. Dat is één van de belangrijkste voorwaarden die de directie van Thialf aan het architectenbureau meegeeft, wanneer die op de tekentafel aan de slag gaat. “Het energieverbruik bij een schaatshal zit ‘m natuurlijk vooral in de wintermaanden. Die loopt bij ons van september tot ongeveer eind maart. Zeker 90 procent van het verbruik vindt in deze periode plaats”, aldus Winters. “Het gaat dan vooral om drie zaken: het koelen van het ijs, warmtepompen om andere delen van het pand op temperatuur te krijgen en het drogen van de lucht. Dat laatste aspect is belangrijk omdat je niet wilt dat vochtige lucht condenseert op het ijs. Met name rondom grote toernooien speelt dit een rol.” Reflecterende schil Het ontwerp van het nieuwe Thialf vergelijkt de algemeen directeur met een thermoskan. Een reflecterende schil om het pand zorgt ervoor dat warme lucht nauwelijks nog kan ontsnappen. Daarnaast is het plafond nu een paar meter lager om zo het energieverbruik verder te minimaliseren. Aan de warmte die vrijkomt van de vriesmachines om het ijs te koelen is ook gedacht. “Daarmee worden alle vloeren van Thialf verwarmd; ook die van het grote middenterrein”, aldus Winters. Verder is overal in het gebouw laagtemperatuurverwarming aangebracht en zijn er verschillende klimaatzones. Een unicum in schaatsland. “Tussen de tribunes en de ijsbaan wordt van alle kanten lucht geblazen waarmee we een soort onzichtbaar gordijn creëren. Daardoor slaat het vocht niet op het ijs. Het drogen van de lucht in het stadion kost ons op deze manier veel minder energie dan hiervoor.” Zonnepanelen De zeer efficiënte energiebesparende maatregelen, springen voor bezoekers niet in het oog. Dat doen wel de 5000 zonnepanelen op het dak van Thialf. Die wekken samen meer dan één megawatt aan echte groene stroom op en zorgen daarmee voor een kwart van de energiebehoefte van de schaatstempel. Ter vergelijking, dat is ongeveer gelijk aan de duurzame energievoorziening van 375 huishoudens. Thialf is overigens niet het enige stadion in Nederland met zonnepanelen op het dak. Ook de Amsterdam Arena (4000 stuks), het AFAS-Stadion in Alkmaar (1725 stuks), het Groningse Euroborg (539 stuks) en het stadion van ADO Den Haag (2900 stuks) gebruiken de zon als energiebron. Van het gas af! “IJs maken vraagt nog steeds veel energie, maar in de nieuwe situatie hebben we het bedrijf wel weer exploitabel weten te maken. De energierekening bedraagt nu nog 15 procent van onze totale begroting. We hebben, zeker het eerste jaar, heel wat delegaties uit het buitenland mogen ontvangen die wilden weten hoe we dit in Thialf voor elkaar hebben gekregen”, aldus Winters. Die overigens meteen benadrukt dat de schaatshal er nog niet is. “In principe zijn we 100 procent klimaatneutraal door de combinatie van zonne-energie en inkoop van groene stroom. Maar ons uiteindelijk doel gaat nog een stapje verder. We willen meer technieken toevoegen met de mogelijkheid om terug te leveren. Van het gas af, meer zon en wind horen daarbij, maar we onderzoeken ook de inzet van waterstof en geothermie. Nul op de meter is nu nog toekomstmuziek, maar voor ons wel de juiste denkrichting.”

Management

Het nieuwe Thialf is als een thermoskan

In Heerenveen staat sinds kort niet alleen de snelste laaglandbaan van de wereld, Thialf is na een grondige renovatie in...

author John van Schagen

clock 2,5 min

Management

Onderzoek: Maatschappelijk verantwoord belonen loont voor bedrijf én CEO

Laat de beloning van de CEO deels afhangen van de resultaten die het bedrijf boekt op het gebied van mens...

author Laura Walburg

clock 2,5 min

Suiker. We gebruiken het vrijwel elke dag. Maar wat de meeste Nederlanders waarschijnlijk niet weten is de weg die het product bewandelt voordat het in onze monden belandt. Bij Suiker Unie hebben ze dit proces de afgelopen jaren flink weten te verduurzamen. “En dat begint al bij de oogst”, vertelt Pieter Brooijmans, die opereert als Manager Agrarische Dienst Centraal. “Een belangrijk deel van de plant is het bietenblad, het zogeheten loof. Dat laten we bewust achter op het land zodat de nutriënten in het blad weer teruggaan naar de grond. Die zijn belangrijk om de plant te laten groeien.” De mineralenkringloop sluiten De bieten zelf gaan naar de fabriek voor een grondige wasbeurt. De restjes bietengrond worden ingedikt en gedroogd en kunnen vervolgens weer worden hergebruikt, voor dijkverzwaring bijvoorbeeld. Tijdens het wassen breken ook kleine stukjes biet af. Deze stroom werd vroeger nog afgevoerd naar een composteerder, maar daar heeft Suiker Unie een beter doel voor gevonden: de biomassavergister. Wat erin gaat als bietresten komt eruit als biogas. “De bieten zelf snijden we in kleine reepjes. Nadat de suiker uit het snijdsel is gehaald, blijft er bietenpulp over. Dit wordt gebruikt om koeien te voeren. De mineralen komen zo weer terecht in de mest en die wordt vervolgens weer terug gebracht naar de akkers. Aan het ruwe sap voegen we kalk toe dat de overige mineralen aan elkaar bindt en waarna het uit het sap wordt verwijderd. Deze meststof gaat ook weer naar de landbouw. Zo sluiten we de mineralenkringloop en werken we aan het behoud van een gezonde bodem”, aldus Brooijmans. Energiebesparingen De biogas-installaties van Suiker Unie verwerken jaarlijks meer dan 100.000 ton kg plantaardig restmateriaal, allemaal afkomstig van het eigen productieproces. “Als we volledig draaien, dan leveren we per jaar meer dan 30 miljoen kubieke meter groen gas aan het net. We zijn daarmee in Nederland de grootste producent van duurzaam gas”, zegt Brooijmans. De biomassavergister is overigens niet de enige manier waarop Suiker Unie CO2 bespaart. De productielocaties in Dinteloord en het Groningse Vierverlaten behoren inmiddels zelfs tot de grootste en meest energiebesparende bietverwerkende fabrieken van Europa. De afgelopen jaren is hier fors geïnvesteerd, onder meer in meertraps verdamping, thermocompressie en LED-verlichting. “Het is onze doelstelling om in 2020 zeker 50 procent minder energie te gebruiken ten opzichte van 1990. Zo beschikken beide fabrieken over een WKK-installatie waarmee warmte en elektriciteit wordt geproduceerd. Wat we zelf niet nodig hebben, leveren we weer terug aan het net.” Ook op de weg zijn maatregelen genomen. Zo rijdt een deel van de wagenvloot sinds 2011 op groen gas. Daarnaast heeft Suiker Unie dertien bulkwagens die dagelijks tonnen suiker afleveren. Deze kolossen rijden op een mengsel van aardgas en dieselolie, stoten daardoor niet zoveel roet uit en maken bovendien minder lawaai dan andere vrachtwagens. Maar daarmee zijn de duurzame ambities van Suiker Unie nog niet bereikt. “We kijken continu naar neiuwe ontwikkelingen die ons weer een stap verder kunnen bregen qua besparing, bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van een nieuwe vrachtwagen die voor 100 procent op groen gas kan rijden.” .

Management

Suiker Unie sluit de kringloop

Suiker Unie maakt al jaren volop werk van duurzaamheid. Zo wordt het merendeel van de mineralen in de suikerbiet weer...

author John van Schagen

clock 2 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Management

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Werkgevers, de vakbonden, de overheid, maatschappelijke organisaties en een flink aantal kennisinstellingen. Ze staan allemaal op de foto die op 24 januari van dit jaar wordt gemaakt in Den Haag. De feestelijke toost betekent het startschot voor een nieuw rijksbreed programma: Nederland Circulair in 2050. In de volksmond beter bekend als het Nationaal Grondstoffenakkoord. Niet minder dan 180 partijen zetten hun krabbel onder een set van afspraken die moeten leiden tot een economie die volledig draait op herbruikbare grondstoffen. En dat al over iets meer dan dertig jaar. Grondstoffen raken op Of kun je zeggen: pás over dertig jaar? Want het klinkt tegelijkertijd als iets van ver in de toekomst. ‘Dat is het niet. Als we met z’n allen zo’n grote verandering willen bewerktstelligen, dan zullen we daar nu al voortvarend mee aan de slag moeten’, aldus Jacqueline Cramer. Zij is ambassadeur Circulaire Economie in de Amsterdam Economic Board en waarschuwt ondernemers niet met hun handen over elkaar te blijven staan. ‘De grondstoffen raken op. Zo simpel is het echt. Als we zo blijven doorgaan, dan krijgen we op den duur gebrek aan heel kritische grondstoffen. Wacht dus niet, is mijn oproep. En het loont ook, want hergebruikte grondstoffen worden in tegenstelling tot nieuwe grondstoffen goedkoper. We komen steeds dichterbij dat economische kantelpunt.’ Sluiten van ketens Maar wat is het nu precies, dat circulaire ondernemen? Om het eerste misverstand maar meteen even uit de wereld te helpen: circulair ondernemen is net even anders dan recycling. Daarbij ga je na gebruik nadenken over een tweede leven. Circulair betekent in feite niets anders dan een kringloop, het sluiten van ketens. Het is een economische manier van denken waar al bij het ontwerp van een product wordt nagedacht over de herbruikbaarheid van grondstoffen. En dat is hard nodig, want de voorraad grondstoffen die nodig is om huizen, auto’s, telefoons en laptops te maken is simpelweg niet oneindig, zo vertelde Cramer al. Bier brouwen Bij Bavaria is dat besef er al een poosje. Het familiebedrijf wil dat ook volgende generaties een gezond bedrijf en een schone wereld krijgen en zet hier daarom nu vol op in. De Brabantse bierbrouwer wil al in 2020 voor minimaal vijftig procent circulair draaien. Een hele uitdaging, zo erkent ook Global Sustainability Manager Martijn Jungeburth. ‘Als je kijkt naar het proces van bierbrouwen zelf, dan zit de CO2-footprint vooral in het verwarmen en de koeling. Daarnaast maken we in de keten natuurlijk gebruik van grondstoffen als gerst en water’, aldus Jungeburth. Om één hectoliter bier te kunnen brouwen hebben de grote bierbrouwers nog altijd ruim drie liter water nodig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bavaria vooral hier de pijlen op heeft gericht. ‘Het water dat we na gebruik niet meer nodig hebben wordt nu gezuiverd en vervolgens weer teruggegeven aan de akkers. Dat is het project ‘Boer, Bier en Water. De boeren hoeven zo minder water van elders te betrekken om het vochtniveau in de bodem op peil te houden. We voorkomen hiermee dat de grond uitdroogt en sluiten zo de keten. De komende jaren gaan we dit project dan ook fors uitbreiden.’ Daarnaast wil de brouwer ook de eigen energievoorziening fors gaan vergroenen. Onder meer met behulp van geothermie (aardwarmte), een technologie waarbij warmte van honderden meters onder de grond naar boven wordt gepompt. Steun van management Als Global Sustainability Manager kan Jungeburth rekenen op de volledige steun van de directie. Volgens hem een absolute noodzaak om echt het verschil te kunnen maken. ‘Wanneer je als organisatie echt concrete stappen wilt maken naar duurzaam ondernemen, dan is het belangrijk dat het topmanagement de doelstellingen omarmt. Er zijn nu eenmaal investeringen en meestal ook organisatiewijzigingen mee gemoeid en daarvoor heb je een directie nodig.’ Hoewel Bavaria nu meters aan het maken is, moet het bedrijf nog zien af te rekenen met een aantal uitdagingen. Het meten van alle circulaire inspanningen bijvoorbeeld. ‘Bij watergebruik is dat nog wel te overzien, maar bij verpakkingen en de teelt van gerst wordt dat al een stukje ingewikkelder. Dat goed in kaart krijgen lukt alleen met de juiste partners en een goede samenwerking in de keten. En dat is nu ook precies wat we aan het opzetten zijn.’

Management

Hoe Bavaria over 2 jaar de leiding pakt in circulair ondernemen

Circulair ondernemen betekent slimmer omgaan met grondstoffen, producten en diensten. Steeds meer bedrijven experimenteren ermee. ‘Wachten tot je buurman het...

author John van Schagen

clock 3 min

Was er een directe aanleiding om iemand in deze functie aan te stellen? ‘Dat niet zozeer. Noem het meer een intrinsieke motivatie van de organisatie zelf. De belangstelling voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is de laatste jaren natuurlijk sterk toegenomen, ook in onze branche. Dan kun je er als bedrijf voor kiezen om dit takenpakket bij Communicatie of Marketing neer te leggen. Maar wil je MVO-beleid echt integraal onderdeel laten zijn van je dagelijks doen en laten, dan is het beter om daar iemand verantwoordelijk voor te maken.’ Welke doelstellingen heb je destijds meegekregen? ‘Er zijn niet direct harde targets op tafel neergelegd. Wij zien maatschappelijk verantwoord ondernemen meer als een zoektocht die je samen aangaat. Ik richt me in mijn rol op twee specifieke gebieden: milieu en mens & maatschappij. Als ik even mag inzoomen op het milieu-aspect, dan begin je zo’n ontdekkingsreis met de vraag waar nu eigenlijk de bottlenecks in je organisatie zitten. Waar zit het laaghangend fruit en kunnen we dus snel winst behalen? De grootste uitstoot van CO2 zit bij ons met name op het gebied van mobiliteit. Van de 2400 medewerkers zitten er ongeveer 1900 dagelijks op de weg. Die reizen van huis naar kantoor, van kantoor naar klanten en volgen ook nog eens regelmatig trainingen op locatie.’ Wat heb je op het gebied van mobiliteit kunnen bereiken de afgelopen jaren? ‘Een aantal dingen. Eén daarvan is ervoor zorgen dat mensen in aanraking komen met elektrisch rijden, want wij geloven echt dat het die kant op gaat. Zo hebben we heel snel een elektrische auto voor de deur gezet die door alle medewerkers met een rijbewijs gebruikt mag worden. Je kunt die wagen boeken alsof je een vergaderzaal reserveert. ‘Ervaar nou eens hoe het is om in een auto te zitten met een beperkte actieradius’, zeggen we tegen onze mensen. De reacties zijn bijna allemaal positief trouwens. Daarnaast rijdt een deel van onze mensen op de weg inmiddels in een hybride lease-auto. Nu de fiscale voordelen voor die wagens zijn weggevallen, moeten we de mensen wel blijven stimuleren om hiervoor te kiezen.’ Die medewerker kan ook gebruik maken van een NS-Businesscard toch? ‘Klopt, als manager duurzaam ondernemen richt ik me vooral op bewustwording. Mensen laten zien dat ze een bijdrage kunnen leveren, dat het ook anders kan. Elke medewerker krijgt van ons dus ook zo’n NS-Businesscard. Ze rijden dan met de auto naar het station en pakken daarna de trein. Je moet elkaar daar in de organisatie wel op blijven attenderen.’ Meten jullie ook of dit soort interventies effect hebben? ‘Absoluut, we werken met de CO2-prestatieladder waarmee je je eigen CO2-footprint in kaart brengt. Zes jaar geleden zaten we op 15.000 ton uitstoot en inmiddels zijn we gedaald naar iets minder dan 11.000 ton. We zien bijvoorbeeld dat er duidelijk meer OV-kilometers gemaakt worden dan destijds. Daar tegenover staat wel een economische groei. We hebben om die reden meer opdrachten en dus ook meer mensen aan het werk, waardoor je footprint weer iets toeneemt.’ Het andere aspect in jullie duurzame beleid gaat over mens & maatschappij. Kun je dat concreet maken, wat bedoelen jullie daarmee? ‘Je wilt met elkaar werken aan een duurzame onderneming. Dat heeft enerzijds effect op het milieu, maar anderzijds ook op de vraag wat je als organisatie nu eigenlijk wilt betekenen in de maatschappij. We hebben ervoor gekozen om medewerkers daar bewust bij te betrekken. Zo kunnen zij op ons intranet bijvoorbeeld suggesties doen voor het ondersteunen van goede doelen, mits ze daar zelf bij betrokken zijn. We reserveren ook tijd en geld om die ideeën te omarmen. We stellen medewerkers die een poosje ziek zijn geweest bovendien in de gelegenheid om te re-integreren bij een goed doel. Denk aan stichting De Opkikker bijvoorbeeld. Dat werkt enorm motiverend, zo is gebleken.’ Educatie speelt in deze pijler ook een rol van betekenis. In welke zin precies? ‘Als IT-dienstverlener vinden we het heel belangrijk dat er op scholen voldoende aandacht wordt besteed aan computerkennis en technologie. Zo leiden we leerkrachten in het basisonderwijs op om les te geven in de basisbeginselen van het programmeren. Daarnaast hebben we op hogescholen al vier jaar lang Project B lopen waarbij studenten een IT-innovatie bedenken én prototypen voor mensen met een beperking.’ Hoe belangrijk is het dat ook de directie dit soort initiatieven omarmt? ‘Dat is essentieel. Ik vergelijk het wel eens met leren autorijden. De eerste lessen zijn zwaar en staat het zweet in je oksel. Ook bij Sogeti hebben we in het begin moeten zoeken naar het juiste format, maar nu we op stoom zijn is maatschappelijk verantwoord ondernemen niet meer weg te denken in de organisatie. Iedereen, en zeker ook de directie, beseft dat we niet meer zonder kunnen.’ Maar is dat ook echt zo? Het doet toch niet zoveel met je omzet? ‘De reden waarom je dit als organisatie doet heeft in beginsel te maken met de vraag welke rol je wilt spelen in onze samenleving. Uiteraard heeft dat ook een positieve uitstraling naar klanten en je collega’s. Verder vraagt de markt om de juiste certificeringen. Als wij bijvoorbeeld meedoen aan overheidstenders, dan moeten we aan allerlei MVO-doelstellingen voldoen. Geloof me, duurzaam ondernemen is enorm belangrijk.’

Management

Hoe de consultants van Sogeti hun CO2 uitstoot met ruim 30 procent omlaag kregen

Zes jaar geleden kreeg IT-consultancy Sogeti Nederland met René Speelman haar eerste manager duurzaam ondernemen. Aan hem de taak om...

author John van Schagen

clock 3,5 min