Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Athlon Car Lease

Ondanks een zich voorzichtig herstellende economie letten veel bedrijven en organisaties terecht nog steeds op de kosten van het wagenpark. Athlon Car Lease speelt met drie flexibele producten in op die veranderende behoefte in de autoleasemarkt.
 

De vraag die elke financieel verantwoordelijke zich op dit moment stelt is: zet het economisch herstel door en krijgen we op den duur weer wat meer financiële armslag? Zolang het antwoord op deze vraag waarschijnlijk nog enige tijd op zich zal laten wachten, is het zaak om kritisch naar de uitgaven te blijven kijken. Dat geldt zeker voor het wagenparkbeheer, dat voor iedere organisatie nog altijd een substantiële kostenpost vertegenwoordigt. Zo is het daadwerkelijke gebruik van het aantal leasewagens de afgelopen tijd wel afgenomen en zijn veel contracten verlengd om kosten te besparen, maar blijven de langlopende leasecontracten veelal bestaan. Veel van de verlengde contracten dienen nu vervangen te worden. Voor Athlon Car Lease was dat aanleiding om naast de twee al bestaande flexibele oplossingen weer een nieuw product te lanceren dat tegemoetkomt aan de behoefte van een flexibeler en goedkoper wagenparkbeheer, namelijk Athlon Short Lease.

Besparingen

Bruce van Egmond, commercieel directeur van Athlon Car Lease, licht de drie flexibele producten toe: “De meest flexibele oplossing bieden we met Athlon Car Lease Rental Services, waarmee aan bestaande klanten de mogelijkheid wordt geboden om voor kortere tijd auto’s te huren. Dit product is ten opzichte van operational lease relatief duur, maar bij een zeer tijdelijke behoefte is hiermee de flexibiliteit het hoogst. Athlon Car Lease Rental Services beschikt over een eigen verhuurvloot met ruim drieduizend voertuigen van diverse merken en typen in diverse klassen. Voor onze klanten is het gunstig dat ze bij Athlon Car Lease ook auto’s kunnen huren voor de periode van één dag tot een jaar, omdat wij de verhuur geheel in eigen beheer doen. Het voordeel hiervan is onder andere dat managementinformatie en facturatie van huurauto’s geïntegreerd kunnen worden met het reguliere wagenpark. Een ander voordeel van kortetermijnverhuur is dat als de klant langer van de auto gebruik wil maken, het tarief automatisch wordt aangepast – ongeacht de periode die van tevoren is afgesproken. Voor grotere wagenparken is poolbeheer in combinatie met verhuur mogelijk, waarbij we gebruikmaken van een vaste leaseautopool in combinatie met losse verhuur. Zo wordt onnodige stilstand voorkomen, met aanzienlijke besparingen op de totale vervoerskosten.”

Gunstig tarief

“Ons nieuwe product is Athlon Short Lease, dat als flexibele leaseoplossing voor een jaar kan worden ingezet”, vervolgt Van Egmond. “Het voordeel hiervan is dat de klant voor een relatief gunstig tarief een gloednieuwe auto ter beschikking krijgt. Uiteraard heeft de leaserijder ook voldoende keuze uit de schonere 14%- of 20%-bijtellingsklasse. Athlon Short Lease speelt snel en eenvoudig in op de mobiliteitsbehoefte van medewerkers die bijvoorbeeld op projectbasis of met een tijdelijk dienstverband van één jaar werken. Met Athlon Short Lease kunnen deze medewerkers op korte termijn een nieuwe, geheel op hun eigen wensen afgestemde leaseauto krijgen. De Athlon Short Lease-maandtarieven liggen lager dan de huurtarieven, maar hoger dan die van het traditionele leasecontract. De derde flexibele oplossing is Athlon Releasing, waarbij auto’s van maximaal twee jaar oud voor een kortere of langere periode kunnen worden geleased. Omdat het om gebruikte auto’s gaat die uiteraard in uitstekende staat verkeren, zijn de tarieven hiervan uitermate gunstig. Onze klanten kunnen altijd het actuele aanbod terugvinden op www.releasing.nl.”
Voor welke ondernemingen en organisaties zijn deze producten bedoeld? Van Egmond: “De producten zijn geschikt voor alle soorten bedrijven en organisaties, van groot tot klein. Juist als het gaat om het prijstechnisch zo gunstig mogelijk invullen van de actuele behoefte, kan een slimme combinatie van deze drie oplossingen veel geld besparen. De accountmanagers van Athlon Car Lease zetten zich dagelijks enthousiast in om het wagenparkbeheer een stuk eenvoudiger én goedkoper te maken. Zij houden nauwkeurig bij hoe het wagenparkgebruik van een organisatie verloopt en hoe met behulp van flexibele producten dit gebruik kan worden geoptimaliseerd. Juist vanwege het feit dat Athlon Car Lease de gunstigste combinatie kan bieden van verhuur, short lease en releasing naast operational lease, kan de klant voor elke behoefte de beste kwaliteit voor de beste prijs krijgen.”

Duurzaam Mobiliteitsplan

Athlon Car Lease staat bekend om zijn aandacht voor het milieu. Zijn deze flexibele producten hieraan gerelateerd? Van Egmond: “Uiteraard speelt ons Duurzaam Mobiliteitsplan hierin een grote rol. Als grootste leasemaatschappij spelen we een voortrekkersrol in de discussie rond mobiliteit en reiken we er concrete oplossingen voor aan. We maken ons sterk voor een andere kijk op mobiliteit en we nemen daarmee ook onze verantwoordelijkheid voor een beter milieu. Daarom wordt altijd goed gekeken naar de werkelijke behoefte van onze klanten en daar wordt de juiste combinatie van oplossingen bij gezocht. De drie flexibele producten kunnen daar allemaal deel van uitmaken, maar een NS-Business Card kan ook in de combinatie worden opgenomen. Onze flexibiliteit beperkt zich dus niet tot de portemonnee, maar levert ook een bijdrage aan duurzame mobiliteit en daarmee aan het klimaat.”

Athlon Car Lease Nederland B.V.

Veluwezoom 4, 1327 AG Almere
Telefoon: (036) 547 11 00
Fax: (036) 547 11 01
E-mail: [email protected]
www.athloncarlease.nl
 

The Protein Brewery mag eindelijk Europa in: ‘Niet de verkoop, maar de productie is nu onze grootste uitdaging’

Na meer dan vijf jaar mag The Protein Brewery zijn myceliumpoeder dan eindelijk in Europa verkopen. De eiwitbrouwer zocht lang naar de juiste toepassing voor zijn schimmeleiwit Fermotein, en vond die uiteindelijk bij sportvoeding. Een klant wil nu de volledige jaarcapaciteit afnemen. De holy grail in startup-land, zegt ceo Thijs Bosch.

Thijs Bosch
De carrière van The Protein Brewery-ceo Thijs Bosch is nauw verknoopt met de eiwittransitie. Foto: The Protein Brewery

Bij The Protein Brewery gebeurt het echte werk niet in de fabriek, maar daarbuiten. Tegen het pand staan drie chroom-glimmende silo’s van zo’n twintig meter hoog geplakt. Hier kweekt de scaleup zijn hero product, het eiwit- en vezelrijke myceliumpoeder Fermotein.

Dat gebeurt, die naam geeft het al een beetje weg, via fermentatie: de techniek die ons zuurkool, kimchi en tempeh bracht. Maar The Protein Brewery brouwt iets anders in zijn glanzende ketels. Hier zetten schimmels de koolhydraten die ze te ‘eten’ krijgen om in mycelium, het dradennetwerk dat we van paddenstoelen kennen.

Kijk’, wijst ceo Thijs Bosch, die ons rondleidt. ‘Via die buizen voegen we zuurstof en suikerstromen toe, in dit geval tarwesiroop. En aan de onderkant tappen we het mycelium af.’ Dat lijkt dan nog in niets op het zakje poeder dat we bij ontvangst hebben gekregen. Hij grijnst: ‘Nee, uit die ketels komt een troebel mengsel van water en schimmel. Eerst onttrekken we dat water aan de schimmeldraden, dan drogen we ze en verwerken we ze tot poeder.’

Het is een continu proces. ‘Zo’n tank is binnen twaalf uur vol. We kunnen meerdere keren achter elkaar oogsten en steeds de overbleven schimmel in de tank verder laten groeien.’

The Protein Brewery fermentatie
De fermentatietanken bij de fabriek in Breda, waar doorlopend nieuw schimmeleiwit wordt gebrouwen. Foto: The Protein Brewery

Fabriek in badkamershowroom

Bosch is nu een jaar ceo van The Protein Brewery. Hij volgde Sue Garfitt in juni 2025 op. Zij werd vier jaar geleden de eerste externe ceo; oprichter Wim de Laat, die het bedrijf in 2020 begon, voelde zich naar eigen zeggen meer thuis in een ‘witte stofjas dan in nette directiekledij’. Aan zijn opvolgers de taak om de wereld te veroveren met het door hem bedachte nieuwe voedingsingrediënt, een plantaardig alternatief voor dierlijke eiwitten.

Onder leiding van Garfitt transformeerde The Protein Brewery van startup naar scaleup. Naast het laboratorium en de pilotplant in een rij omgebouwde garageboxen in Breda kwam er een commerciële fabriek in dezelfde stad, zo’n tien minuten verderop. Alleen de hoge ramen over de hele voorzijde verradden nog dat het pand van 2.700 vierkante meter eigenlijk een showroom voor een badkamerverkoper zou worden.

Het gebouw is The Protein Brewery nu nog een maatje te groot. Van de twee kantoorhallen staat er een grotendeels leeg, al zijn daar – heel inventief – met lichtgrijze schotten van geluidsdempend materiaal wat vergaderzalen en stiltewerkplekken gemaakt.

Hoofdinvesteerder haakte af

Die vierkante meters zullen waarschijnlijk niet lang ongebruikt blijven. Drie maanden na zijn aantreden, in september 2025, kon Bosch een series B-financiering van 30 miljoen euro aankondigen. Afgelopen maandag werd bekend dat die ronde onder leiding van nieuwe investeerder ABN Amro Sustainable Impact Fund met 18 miljoen euro wordt uitgebreid, waarmee de totale finaciering sinds de oprichting uitkomt op ruim 70 miljoen euro.

De series B-ronde had nogal een aanloop. De deal had eigenlijk al in april 2025 moeten worden gesloten, maar de lead investor haakte een week van tevoren af. Met nog voor twee maanden geld in de kas moest The Protein Brewery razendsnel nieuwe geldschieters vinden. ‘Ik had nét mijn contract getekend’, vertelt Bosch. ‘Dat was midden maart, en twee weken later gebeurde dit. Ik was toen nog in dienst bij mijn vorige werkgever, Cosun. Maar ik wist er wel van.’

Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘De druk is er altijd’

En hij dacht niet: wat heb ik gedaan? ‘Ik ben er rustig onder gebleven. Ik dacht: het is wat het is. Ik had wel al contact met de partijen die uiteindelijk nieuw zijn ingestapt, Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) (naast de bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en family office Madeli, red.). Die wilden natuurlijk weten wat ik met het bedrijf van plan was. Dat werd mijn eerste job toen ik in juni 2025 begon. Voor de zomervakantie moest er een duidelijk plan liggen.’

Thijs Bosch op LEVEL UP

Thijs Bosch is keynote speaker op LEVEL UP 2026, het tech-startup-event dat startup-founders helpt versnellen en jaarlijks zo’n 1.500 ondernemers en investeerders trekt uit het startup-ecosysteem. LEVEL UP vindt plaats op maandag 28 september in het Evoluon in Eindhoven. Wil je erbij zijn? Registreren is gratis voor startupfounders.

Carrière maken in eiwittransitie

Van rustig inkomen was dus geen sprake. Niet erg, zegt Bosch. ‘Ik ben mijn carrière begonnen in de consultancy. Die achtergrond kwam me goed van pas: ik weet hoe ik zaken snel kan doorgronden en me eigen kan maken.’ Het bedrijf was misschien nieuw voor hem, de sector was dat niet. ‘Ik werk al vijftien jaar in de voedingsindustrie. Ik ken de markt en ik ken de klanten.’

Bosch’ loopbaan is nauw verknoopt met de eiwittransitie waar The Protein Brewery zich zo hard voor maakt. Na zijn studie Financiële Economie ging hij bij Bain & Company werken, om zo in korte tijd bij veel bedrijven en sectoren onder de motorkap te kunnen kijken. ‘Ik wist dat ik niet mijn hele leven in de consultancy wilde blijven’, vertelt Bosch. ‘Hoe hoger je op de ladder komt, hoe meer je gaat verdienen, maar hoe moeilijker het ook wordt om daar nog uit te breken. Ik wilde mezelf niet opsluiten in die gouden kooi.’

Management team The Protein Brewery
Thijs Bosch (tweede van rechts) is nu een jaar ceo bij de scaleup. ‘Ik wist dat het een hoog-risicobaan was.’ Foto: The Protein Brewery

Bovendien: in plaats bedrijven te adviseren, wilde hij zelf ergens aan bouwen. Dat kon bij de Nieuw-Zeelandse coöperatie Fonterra, ‘s werelds grootste exporteur van zuivel, die mensen zocht om een Europese productietak op te zetten.

‘Het was best een opportunistische overstap’, blikt Bosch terug. ‘Het project zat in de beginfase. Er waren niet alleen veel kansen om te bouwen, maar ook om op te klimmen.’ Dat lukte meer dan aardig; na tien jaar was hij verantwoordelijk voor alle activiteiten en fabrieken van Fonterra in Europa.

Vegetariër bij zuivelbedrijf

Van dierlijke eiwitten maakte Bosch in 2022 de overstap naar de plantaardige variant. ‘Ik was toen al zo’n vijf jaar vegetariër. Als een van de weinige mensen bij Fonterra’, zegt hij. ‘Een vegetariër bij een zuivelbedrijf, op een gegeven moment ging dat schuren. Wat meespeelde: het begon me op te vallen dat de grenzen voor de traditionele melkveehouderij in zicht kwamen, door de stikstofproblematiek en strengere milieuregels. En ik werk liever in een sector die groeit, dan een die moet consolideren.’

Bij suikerbieten- en aardappelverwerker Cosun, waar hij als managing director van de nieuwe plant protein business aan de slag ging, kon wel worden gebouwd. Het bedrijf wilde een tak met eiwit-ingrediënten opzetten. ‘We ontdekten dat je hele mooie eiwitten uit veldbonen kunt halen. Voor in zuivelalternatieven, bijvoorbeeld.’

Het was een startup binnen een bedrijf. Die mentaliteit lag hem wel, ontdekte hij toen hij er toezichthoudende rollen bij ging doen voor bedrijven waarin Cosun investeerde, zoals een commissariaat bij eiwitvervanger-producent Revyve.

Lees ook: Burgers met bonen: zo loodsen supermarkten meer plantaardige eiwitten de winkelmandjes in

En toen klopte The Protein Brewery aan; de scaleup zocht een nieuwe ceo. Bosch ziet het als de volgende stap. ‘Eiwitten uit veldbonen of andere eiwitrijke gewassen zijn al veel en veel duurzamer dan dierlijke’, zegt hij. ‘Maar voor de teelt is nog steeds relatief veel grond en water nodig, terwijl dat bij fermentatie niet zo is. Onze voornaamste grondstof is suiker, en daarvoor gebruiken we reststromen uit de voedingsindustrie.’

Hoog-risicobaan

Voor 1 kilo Fermotein heeft The Protein Brewery slechts drie kilo suiker nodig. ‘Onze technologie is 25 keer efficiënter dan de productie van dierlijk eiwit en 2 tot 3 keer zo efficiënt als de productie van eiwitten uit plantaardige gewassen.’ Lachend: ‘De rode draad: bij elke stap wordt het een beetje duurzamer, én een beetje moeilijker.’

Waar zijn hart ook sneller van ging kloppen: met de commerciële fabriek, de eerste klanten in Amerika en Singapore en een Series B-ronde in de maak, waren alle ingrediënten aanwezig om op te kunnen schalen. Bosch: ‘Al wist ik óók dat het een hoog-risicobaan was. Ha, en anders had ik dat in die eerste maanden wel geleerd.’

Na de (alsnog geslaagde) investeringsronde in september volgde een paar maanden later een volgende mijlpaal. Bij Bosch’ aantreden wachtte de scaleup al vijf jaar op een positieve beoordeling van de European Food Safety Authority (EFSA), die zogeheten novel foods toetst op veiligheid. Afgelopen december kreeg het schimmeleiwit groen licht, waarmee de weg vrij lag voor officiële goedkeuring van de Europese Commissie om het product hier op de markt te mogen brengen. Dat stempel volgde afgelopen juni.

Complex product

Alleen: hoe verkoop je het? The Protein Brewery heeft lang gezocht naar de juiste toepassing voor zijn poeder. Het is een ‘complex product’, knikt Bosch: een voedingsingrediënt dat naast eiwitten (50 procent) ook vezels (30 procent) en bioactieve stoffen bevat (de overige 20 procent).

‘We maken geen ei-vervangers zoals Revyve’, zegt hij. ‘Het is niet zo simpel als: dierlijke eiwitten eruit, Fermotein erin. Die complexiteit is ook de kracht. Fermotein heeft allerlei gezondheidsvoordelen: de stoffen die erin zitten zijn goed voor de spieropbouw en darmgezondheid. Het poeder heeft ook een hoge concentratie spermidine, dat helpt om celveroudering tegen te gaan.’

The Protein Brewery Fermontein
Myceliumpoeder Fermotein bevat eiwitten, vezels en bioactieve stoffen. ‘Het is een complex product.’ Foto: The Protein Brewery

Voor wie nu direct aan sportvoeding denkt; die link legde Bosch ook. ‘Wims eerste idee was om een duurzaam ingrediënt voor visvoer te maken’, vertelt hij. ‘Daarna verschoof de focus naar vleesvervangers op basis van mycelium. Toen die markt onder druk kwam te staan, kwam er meer nadruk te liggen op gezonde bakkerijproducten: koekjes, repen en tortilla’s waaraan onze eiwitten en vezels waren toegevoegd.’

Lees ook: Verkoop vleesvervangers daalt, maar Impossible Foods durft het tóch aan in Nederland

Alleen was het probleem dat Amerika, op dat moment de grootste markt, daar veel minder van ging eten. Ozempic heeft een revolutie veroorzaakt in de VS, zegt Bosch. ‘Amerikanen die afslankmedicatie gebruiken, en dat zijn er veel, eten per dag gemiddeld 800 calorieën minder.’

‘Holy grail’ in startup-land

Onder zijn leiding is de koers verlegd naar sport- en gezondheidsvoeding en supplementen. Active nutrition en longevity, in Bosch’ woorden. Al is het bedrijf zeker niet van plan om zich tot die sector te beperken.

‘Uiteindelijk willen we de brede voedingsmarkt bedienen. We zien dit als springplank. Klanten in dit segment kunnen vaak sneller nieuwe producten lanceren dan grote voedselbedrijven, waar ontwikkeltrajecten soms jaren duren.’ Hij wijst op het zakje testpoeder van 20 gram. ‘Een grote Amerikaanse klant verkoopt deze zakjes al onder eigen merknaam, om bij te mengen in shakes.’

Die klant meldde zich eind vorig jaar met de mededeling dat hij de volledige productiecapaciteit voor 2026 – ongeveer 100 ton, ofwel 100 duizend kilo – wilde afnemen én bereid was om daarvoor garanties af te geven. ‘De holy grail in startup-land’, zegt Bosch. ‘Dankzij die order verwachten we 2026 met een omzet van 2 miljoen euro af te sluiten. Voor 2026 mikken we op 6 miljoen euro, het drievoudige. De grootste uitdaging die we nu hebben, is zorgen dat we het allemaal kunnen maken.’

Capaciteit opschroeven

Nu het eindelijk mag, start het bedrijf deze zomer met de verkoop in Europa. Dus moet de fabriek worden uitgebreid. Bosch, grijnzend: ‘Daar hadden we die 18 miljoen euro voor nodig.’ In Breda is plaats voor drie extra bioreactoren, naast de drie die er al staan. De eerste wordt volgend jaar geplaatst, waarmee The Protein Brewery de output kan opschroeven naar 600 ton (600.000 kilo) per jaar.

Uiteindelijk moet de productie uitkomen op ruim 2.000 ton (2 miljoen kilo) per jaar, de maximale capaciteit. ‘Dat punt willen we tegen 2030 bereiken, bij een omzet van 25 tot 30 miljoen euro’, zegt Bosch. ‘Daarnaast hopen we tegen die tijd dichtbij de opening van een nieuwe, veel grotere fabriek te zijn.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Die zal waarschijnlijk niet in ons land komen. ‘Voor echte impact is een schaal nodig die in Nederland moeilijk te realiseren is. Die fabriek zou vijf tot tien keer groter moeten worden dan wat we hier hebben staan. Die ruimte is er niet, de groene stroom is er niet. We kijken naar locaties aan de randen van de EU, zoals Oost-Europa.’

Al is het project volgens geestelijk vader De Laat pas echt geslaagd als The Protein Brewery op elk continent ‘brouwerijen’ heeft, zei de ondernemer in een podcast. Daar heeft hij gelijk in, knikt Bosch. ‘Alle continenten met uitzondering van Antarctica, zou ik zeggen. Wim heeft dit bedrijf opgericht met de filosofie om op schaal impact te maken. Dan moet je groot denken.’

Met lessen uit het leger wil oud-militair Justin Buitenhuis van Kipster een wereldwijd begrip maken

Met het eerste CO2-neutrale ei ter wereld zet Kipster een nieuwe standaard in de pluimveesector. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Aan de nieuwe ceo Justin Buitenhuis de taak om het merk te professionaliseren en uit te breiden. ‘We moeten geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen.’

Justin Buitenhuis Kipster
'We krijgen wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China.' Foto: Maaike Kooijman voor MT/Sprout

Nee hoor, de kippen hebben niet zo veel last van de hitte, zegt Justin Buitenhuis. ‘Ze eten alleen wat minder. Maar dat doen wij ook.’

We zijn op de Kipster-boerderij in Beuningen, vlak bij Nijmegen. Op één van de warmste dagen van het jaar doen de kippen precies wat mensen ook zouden doen: de schaduw opzoeken. De meeste scharrelen rond in de binnentuin. Of buiten, onder een afdakje. Slechts drie waaghalzen begeven zich buiten de schaduw.

Buitenhuis, per 1 juli de nieuwe ceo van het bedrijf, geeft een rondleiding over de boerderij. Die bestaat uit twee stallen, elk met ongeveer 24.000 kippen. Witte kippen, om precies te zijn: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk.

Beide stallen hebben een ‘binnentuin’. Die is overdekt, maar wel met veel daglicht. Er liggen grote takken en balen luzerne waar de kippen in kunnen pikken, de vloer ligt vol voer. ‘Dan kunnen ze lekker scharrelen’, zegt Buitenhuis. ‘Kippen besteden meer dan 60 procent van hun tijd aan het zoeken naar voedsel.’

Kipster
Alle stallen van Kipster hebben een ‘binnentuin’. Overdekt, maar met veel daglicht. Foto: Kipster

Nieuwe ceo Kipster

Deze week, op woensdag 1 juli, nam Buitenhuis officieel het stokje over van Kipster-oprichter en voormalig ceo Ruud Zanders. Aftredend ceo Zanders krijgt daarmee meer ruimte voor het werken aan nieuwe initiatieven binnen de voedseltransitie, luidt de verklaring. Wel blijft hij bij het bedrijf betrokken als aandeelhouder, ambassadeur en strategisch adviseur vanuit zijn eigen bedrijf OTA Food.

Buitenhuis: ‘Een paar maanden geleden zei Ruud: we hebben voor het eerst iemand gevonden die voor de organisatie én de missie kan zorgen. Een hele eer. Ik zag net op LinkedIn dat hij een boek gaat schrijven. Daar krijgt hij nu natuurlijk alle tijd voor.’

Lees ook: Ruud Zanders (Kipster): ‘Ik had vooral mensen van buiten de sector nodig’

De nieuwe ceo van Kipster loopt zelfverzekerd rond op de boerderij. Toch is hij geen boer − integendeel. Eerder was Buitenhuis executive director bij huurautobedrijf Sixt en en werkte hij acht jaar voor Jumbo. Bij de supermarkt was hij onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de e-commerce-operatie.

Hoewel Buitenhuis nu pas echt in de spotlight stapt, was hij het afgelopen jaar achter de schermen al druk bezig met het professionaliseren en uitbreiden van Kipster. Hij trad in april 2025 aan als co-ceo, destijds al met de intentie dat hij het stokje ooit volledig zou overnemen.

Zakelijke fundering op orde

Eiermerk Kipster werd in 2017 vanuit een duurzame filosofie opgericht door ondernemers Ruud Zanders, Maurits Groen, Styn Claessens en Olivier Wegloop. Nog datzelfde jaar zegde supermarktketen Lidl toe om de duurzamere eieren vijf jaar lang af te nemen. Inmiddels zijn er Kipster-boerderijen in Venray (2017), Beuningen (2020), Barneveld (2024) en Ysselsteyn (2026).

Vijf jaar geleden stak het merk bovendien de oceaan over: ook in de Amerikaanse staat Indiana zijn nu vier Kipster-boerderijen. Een duidelijk groeiplan zat daar niet achter, liet Ruud Zanders eerder doorschemeren in gesprek met Change Inc. ‘De kans voor de boerderij in de VS kwam simpelweg voorbij. Soms moet je gewoon kiezen en gaan.’

Gezond opportunisme, vindt Buitenhuis. Sommige kansen kun je niet laten liggen, zeker als het om een grote markt als de VS gaat. Maar zakelijk gezien waren niet alle keuzes even goed doordacht. ‘Kipster is in tien jaar keihard gegroeid’, legt de nieuwe ceo uit. ‘In die hectiek is er wat minder aandacht besteed aan de basis. Hoe richt je een organisatie in, en wat is nou de beste manier om op te schalen? Ik wil die zakelijke fundering goed op orde krijgen.’

Stap naar het buitenland

Buitenhuis wijst naar de VS, waar Kipster drie jaar lang een contract had met supermarktketen Kroger. Kroger verkocht de eieren onder zijn eigen private label. Nu dat contract is afgelopen, heeft Kipster ervoor gekozen zijn eieren onder het eigen merk te verkopen. Een grotere uitdaging qua naamsbekendheid, maar met meer vrijheid en communicatiemogelijkheden.

Vergelijkbare keuzes moeten gemaakt worden rondom de uitbreiding naar andere landen, zegt Buitenhuis. In Nederland worden Kipster-eieren door Lidl verkocht; in onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft de keten ook interesse getoond. Maar Kipster is er ook in gesprek met andere partijen. Buitenhuis: ‘In Nederland is Lidl heel duurzaam. Maar dat betekent niet per definitie dat dat ook voor andere landen geldt.’

Lees ook: Lidl passeert Jumbo in aantal bezoekers: slim verduurzamen levert discountsuper meer klanten op

Kipster krijgt wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China. ‘Soms serieus, soms iets minder.’

Toch kan Buitenhuis niet elk voorstel aannemen − simpelweg omdat het team daar nog niet groot genoeg voor is. In de hele organisatie, inclusief de operatie op de boerderijen, werken slechts enkele tientallen mensen. Aan Buitenhuis de taak om dat team uit te breiden.

Maar wel op een duurzame manier, benadrukt hij. ‘We moeten onszelf niet in bochten wringen om Kipster overal en nergens te introduceren. En we moeten ook geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen. We blijven trouw aan onze manier van produceren.’

Kipster
Kipster kiest bewust voor witte kippen: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk. Foto: Kipster

Zo veel mogelijk circulair

Kipster focust voor nu vooral op de grote markten: Noordwest-Europa en de VS. ‘Daar zijn we de komende jaren wel zoet mee.’ Want ook in die kernmarkten moeten belangrijke vakjes worden afgevinkt voor uitbreiding wordt overwogen. Denk aan een intrinsiek gemotiveerde productiepartner die de duurzame filosofie omarmt, maar ook een retailer die een langdurig contract voor gegarandeerde afname wil tekenen, zoals Lidl Nederland heeft gedaan.

Ook de beschikbaarheid van kwalitatieve reststromen om de kippen mee te voeden, speelt mee in de overweging. Kipster werkt zo veel mogelijk circulair. Meer dan 90 procent van wat de kippen te eten krijgen is afkomstig van reststromen, van brood tot onverkochte ijshoorntjes. Die worden aangevuld met eiwitrijke ingrediënten als graan en soms soja.

Een deel van de kippenmest wordt gebruikt bij de graanteelt voor het Kipster-brood. Brood dat niet verkocht wordt, gaat terug naar de kippen. De kringloop is compleet.

Geen boer, maar militair

Kipster haalt met Buitenhuis een bijzondere leider binnen. De nieuwe ceo doorliep zeker geen standaard corporate carrièrepad; voor Sixt en Jumbo werkte hij meer dan tien jaar bij Defensie. Als pelotoncommandant bij de infanterie werd hij in 2007 uitgezonden naar de provincie Uruzgan in Afghanistan.

Die ervaringen hebben invloed op hoe hij het impactbedrijf gaat leiden, zegt Buitenhuis. ‘In het leger werken ze veel met mission command. Dat is een vorm van leiderschap waarbij soldaten wordt verteld wát ze moeten doen, maar niet hóe ze het moeten doen. Ze krijgen veel ruimte om zelf in te vullen. De filosofie is daarbij dat je begint met 100 procent vertrouwen, in plaats van dat je dat eerst moet verdienen.’

Lees ook: ‘Klimaatgeneraal’ Tom Middendorp: ‘We kunnen niet blijven draaien op systemen uit Silicon Valley’

Ook buiten het leger werkt die strategie goed, heeft hij gezien. ‘Want als je vertelt hoe iets gedaan moet worden, sijpelt alle creativiteit weg.’

Hoe hij die leiderschapsstijl bij Kipster toepast? Door de kippenboerderijen in het buitenland niet zelf op te zetten, bijvoorbeeld. Voor internationale markten is er een franchisemodel. Buitenhuis: ‘We laten het boeren over aan de lokale boeren.’ Dat komt ook de snelheid van de uitbreidingen ten goede. ‘En als we de operatie uitbesteden, kunnen wij ons vooral richten op het merk en de filosofie.’

Bestaande stallen ombouwen

Niet alleen internationaal wordt er uitgebreid; die plannen zijn er ook voor Nederland. In 2024 spraken Kipster en Lidl de intentie uit om het aantal Nederlandse stallen uit te breiden van drie naar tien. Ook vanuit horeca en foodservice komen steeds meer aanvragen, zegt Buitenhuis. Momenteel levert Kipster onder meer aan De Efteling en cateringbedrijf Albron.

Het stikstofslot gooit enige roet in het eten. Voor het bouwen van nieuwe Nederlandse stallen krijgt het bedrijf simpelweg geen vergunningen, zegt Buitenhuis. Daarom bouwt het nu bestaande stallen om tot Kipster-stallen. De boerderij in Ysselsteyn die in mei werd geopend is daar een voorbeeld van. Met die extra locatie kunnen jaarlijks 15 miljoen eieren extra worden geproduceerd.

Afhankelijk van hoe de boerderij er eerder uitzag, heeft dat ombouwen nog wel wat voeten in de aarde. De eieren en het vlees van Kipster hebben het hoogst haalbare Beter Leven-keurmerk: drie sterren. Dat betekent dat de kippen een overdekte scharrelruimte moeten hebben die minstens even groot is als de stal, plus een vrije uitloop. Het dak van de stallen ligt vol zonnepanelen, die voor eigen energieopwek zorgen.

CO2-neutraal én winstgevend

Kipster produceert naar eigen zeggen de eerste CO2-neutrale eieren ter wereld. De broeikasgassen die wel worden uitgestoten, worden gecompenseerd met carbon credits. Hoewel deze duurzamere manier van kippen houden meer geld kost, zijn alle Kipster-boerderijen winstgevend. ‘Veel impactbedrijven hebben moeite om hun verdienmodel rendabel te maken’, weet Buitenhuis. ‘Ook Kipster heeft die uitdaging gevoeld, maar het is wel gelukt.’

Lees ook: 100 ceo’s eisen structureel beleid voor duurzame economie: ‘Zo kunnen we niet concurreren’

Dat heeft onder meer te maken met de afnamegaranties van partners, maar ook met kostenreductie. Het bedrijf zoekt bijvoorbeeld constant naar manieren om reststromen zo goed én goedkoop mogelijk naar kippenvoer om te zetten. En in de stallen zelf is veel geautomatiseerd, met het eieren rapen als belangrijkste voorbeeld.

Dat Kipster met een ‘kostprijs-plus’-model werkt, komt het verdienmodel ten goede. Het rekent een standaard prijs per ei, bestaande uit wat het kost om een ei te produceren en daarbovenop een winstmarge. Daardoor is Kipster relatief ongevoelig voor prijsveranderingen op de eiermarkt.

Buitenhuis: ‘Bovendien krijgen de boeren zo een eerlijke prijs, waar ook de retailer mee uit de voeten kan.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Leidend voorbeeld

Buitenhuis werkt de komende jaren niet alleen hard aan een wereld waarin Kipster wereldwijd een begrip is, maar ook aan een wereld waarin circulair en diervriendelijk produceren de norm is. ‘Ik hoop dat onze manier van produceren uiteindelijk de standaard wordt. Niet alles hoeft Kipster te zijn, maar laat ons dan het leidend voorbeeld zijn dat laat zien dat het kan.’

Daarmee gaat de oud-militair deels terug naar zijn roots. In Afghanistan werd hem meer dan ooit duidelijk dat impact maken voldoening geeft, hoe tijdelijk of plaatselijk ook. Bij Kipster zet hij die strijd om een betere wereld voort. ‘In elke militair zit uiteindelijk een impactmaker.’

Hoger minimumloon, een vrachtwagenheffing en duurdere pakketjes uit China: dit verandert er voor bedrijven per 1 juli

Het minimumloon gaat omhoog, vrachtwagens krijgen een kilometerheffing en bedrijven mogen klanten niet zomaar meer bellen. Het zijn een paar van de nieuwe regels waar ondernemers vanaf 1 juli 2026 mee te maken krijgen. Een overzicht.

nieuwe regels 1 juli 2026
Foto: Getty Images

Minimumlonen gaan omhoog

De grootste verandering voor werkgevers zit waarschijnlijk in de stijgende loonkosten. Dat geldt met name voor bedrijven waar een groot deel van het personeel op of rond het minimumloon zit. Denk aan sectoren als de horeca, retail, schoonmaak of logistiek.

Het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder gaat per 1 juli 2026 namelijk iets omhoog: van 14,71 naar 14,99 euro bruto, een verhoging van 28 cent (+1,9 procent). De verhoging geldt ook voor leerlingen van 21+ die via de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) werken.

De minimumjeugdlonen stijgen met ongeveer 10 cent per uur naar 4,50 euro (15 jaar) tot 11,77 euro (20 jaar) bruto. Veel uitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon. Met de verhoging stijgen bijvoorbeeld ook de WW en de AOW mee.

Vrachtwagenheffing voor ondernemers

Met ingang van juli wordt in Nederland de vrachtwagenheffing ingevoerd, een belasting per gereden kilometer voor vrachtvoertuigen met een gewicht boven de 3.500 kilo. Die geldt op bijna alle snelwegen en een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen.

Hoe zwaarder en vervuilender de vrachtwagen, hoe hoger het tarief. Gemiddeld gaat het om zo’n 19 cent per kilometer, maar elektrische vrachtwagens betalen slechts 3 cent. Dat moet de overstap naar elektrisch rijden stimuleren. Die impuls is al te zien, meldt BNR; de verkopen van elektrische vrachtwagens zijn in een jaar tijd verdubbeld.

Inmiddels rijden er ruim 2.700 e-trucks in Nederland, 2 procent van het totaal. Onder meer supermarktketens als Lidl hebben hun elektrische vloot uitgebreid. Voor wie nog niet zover is, houdt het kabinet rekening met de sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Vanaf 1 september tot en met 31 december 2026 geldt een tijdelijke verlaging van 22,3 procent op het tarief.

Lees ook: Robotauto’s? De revolutie in zelfrijdende vrachtwagens komt veel sneller op gang

De opbrengst van de heffing wordt door de overheid geïnvesteerd in de verduurzaming van de transportsector. In 2026 is in totaal 253 miljoen euro beschikbaar voor subsidies bij de aanschaf van elektrische of waterstoftrucks en laadpalen.

‘Tachograafplicht’ voor zwaar vervoer in het buitenland

Ondernemers die internationaal rijden krijgen daarnaast te maken met een ‘tachograafplicht’. Een tachograaf is een slim apparaat in vrachtwagens en (bestel)bussen dat rij- en rusttijden, de afgelegde afstand en gepasseerde grensovergangen registreert.

Bedrijfsvoertuigen die meer dan 3.500 kilo wegen moeten al zo’n apparaat hebben, maar vanaf 1 juli geldt die verplichting ook voor lichtere voertuigen (vanaf 2.500 kilo). Voor bestelbussen en vrachtwagens die op stroom of waterstof rijden, geldt een uitzondering.

Klanten ongevraagd bellen mag niet meer

Deze maatregel raakt bedrijven die veel doen met telemarketing: klanten ongevraagd bellen mag vanaf 1 juli niet meer. Telefoonverkopers mogen hun klanten voortaan alleen nog telefonisch benaderen als zij daarvoor toestemming hebben gegeven. Goede doelen (en goededoelenloterijen) en uitgevers van kranten en tijdschriften zijn uitgezonderd van deze regel.

Bedrijven die veel via koude acquisitie werven, zullen dus op zoek moeten naar manieren om die toestemming te verkrijgen, met formulieren of via klantaccounts bijvoorbeeld – en wellicht ook naar andere verkoopkanalen naast de telefoon.

Goedkope pakketjes van buiten de EU worden duurder

De Europese Unie scherpt de invoerheffingen voor pakketjes uit landen buiten de EU aan. Op pakketjes met een waarde tot en met 150 euro hoefde eerder geen invoerheffing te worden betaald. Die vrijstelling wordt geschrapt.

Naast de verzendkosten betalen klanten voortaan 3 euro extra per soort product. Wie een stapel T-shirts en een telefoonhoesje bestelt, betaalt dus 6 euro meer. Het gaat om een tijdelijke maatregel die geldt tot 1 juli 2028, daarna komt er een gemeenschappelijk douanetarief.

Lees ook: Zijn Shein en Temu nog te stoppen? ‘Europa is veel te traag’

Met de maatregel wil de EU de eigen markt beter beschermen tegen de stroom aan goedkope spullen die vooral uit China deze kant opkomt – en daarmee tegen oneerlijke concurrentie voor Europese verkopers. Bovendien voldoen de artikelen vaak niet aan de gezondheids- en veiligheidseisen en milieunormen die de EU hanteert.

Maar e-commercebedrijven die producten van buiten Europa halen, krijgen ook met de maatregel te maken, in de vorm van extra kosten en administratie.

Nieuw systeem voor prioritering bij netaansluitingen

Vanwege de toenemende drukte op het stroomnet introduceren netbeheerders op 1 juli een nieuw systeem voor prioritering bij netaansluitingen. Netbeheerders letten hierbij op het maatschappelijk belang van de aanvrager, op basis van het prioriteringskader van toezichthouder ACM.

Dat systeem geeft voorrang aan ‘congestieverzachters’ (partijen die de flexibele capaciteit van het net vergroten), ‘veiligheid’ (noodhulpdiensten, ziekenhuizen, politie, defensie) en ‘basisbehoeften’ (woningbouw en onderwijs).

Wie een nieuwe of zwaardere aansluiting aanvraagt, kan op een wachtlijst terechtkomen als het lokale stroomnet vol is. Dat geldt ook voor kleinverbruikers met een aansluiting tot maximaal 3 x 80 ampère. Daar vallen zowel huishoudens als kleinere bedrijven onder.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Geld lenen voor verduurzaming wordt makkelijker voor mkb’ers

Het midden- en kleinbedrijf (tot 250 medewerkers) kan vanaf 1 juli makkelijker geld lenen om te verduurzamen. Dat kan via de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Daarbij wordt de omvang van het borgstellingskrediet verhoogd van 50 naar 75 procent van het kredietbedrag, wat het onderpand en daarmee de financierbaarheid van een bedrijf vergroot. De maatregel geldt specifiek voor groene investeringen, zoals het verduurzamen van bedrijfsprocessen of -panden.

Daarnaast is sinds 18 juni een regeling van kracht waarbij mkb’ers ook goedkoper geld kunnen lenen. Er zijn afspraken gemaakt met financieringsorganisatie Qredits, die de rente op de bestaande MKB Duurzaamheidslening in elk geval voor zes maanden heeft verlaagd van 4,95 procent naar 2 procent.

Wat jij kan leren van de genante AI-flaters van Starbucks en Meta

Starbucks verwoestte zijn reputatie in Zuid-Korea door blind AI-advies te volgen. Meta joeg duizenden medewerkers tegen zich in het harnas met een AI-reorganisatie die niemand zag aankomen. Onverschilligheid komt duur te staan, schrijft columnist Simone van Neerven.

Foto: Getty Images

Op 18 mei van dit jaar lanceert Starbucks in Zuid-Korea de campagne ‘Tank Day’ om hun nieuwe koffie thermobeker te promoten. Een paar uur later staat het hele land op zijn kop. Klanten slaan hun Starbucks-bekers en -mokken kapot en de loyaliteitsapp wordt massaal verwijderd.

Overheidsinstanties breken de banden met de koffieketen en zelfs de president bemoeit zich er mee en noemt Starbucks ‘goedkope sjacheraars’. De omzet daalt in één week met 26 procent en de ceo van Starbucks Korea wordt gedwongen om ontslag te nemen.

Wat bleek? Starbucks lanceerde de campagne op de nationale herdenkingsdag die in Zuid-Korea bekendstaat als 5/18. Op 18 mei 1980 begon in de stad Gwangju een volksopstand tegen het militaire regime van Chun Doo-hwan. Het leger sloeg de protesten met grof geweld neer, wat uitmondde in een tiendaags bloedbad. Volgens officiële cijfers kwamen daarbij ongeveer 170 mensen om het leven, maar onafhankelijke schattingen lopen uiteen van 500 tot 2.000 doden.

Niet alleen de gekozen lanceringsdatum leidde tot ophef. Ook de slogan van de Starbucks-campagne ‘thwack on the desk‘ (klap op het bureau) bleek uiterst ongelukkig gekozen. De slogan riep herinneringen op aan een beruchte uitspraak van de Zuid-Koreaanse autoriteiten na de marteldood van studentenactivist Park Jong-chul in 1987. De politie beweerde destijds aanvankelijk dat Park was overleden nadat een agent “met een klap op het bureau had geslagen”, een verklaring die symbool is komen te staan voor de doofpotaffaire rond zijn dood.

Lees ook: Je dacht slim te zijn met je AI-tools? Collega’s vinden je dommer, blijkt uit onderzoek

Klakkeloos overnemen van AI advies

Het bleek dat de marketeers een AI-tool hadden gebruikt om tot de campagne en slogan te komen. De suggesties waren klakkeloos overgenomen zonder enig historisch en cultureel besef. Daarbij kwam dat het management de promotie goedkeurde zonder de bijlage met het marketingmateriaal te openen en checken.

Het is een veelgemaakte fout om je scherpte te verliezen als je AI om advies vraagt zonder de output goed te controleren en te factchecken. Het voorbeeld van Starbucks Korea maakt pijnlijk duidelijk dat onverschilligheid je heel duur kan komen te staan.

Starbucks blunderde nog meer

In september 2025 introduceerde Starbucks in meer dan 11.000 vestigingen in de Verenigde Staten een AI-tool voor voorraadbeheer. Met een tablet konden medewerkers hun schappen scannen, waarna de software automatisch melkpakken, siropen en andere producten telde. Volgens Starbucks was de tool 99 procent nauwkeurig en kon hij voorraadtellingen tot acht keer sneller uitvoeren dan medewerkers. Maar alweer een paar maanden later, in mei 2026, trok Starbucks de stekker uit het initiatief.

De AI was getraind en getest onder ideale omstandigheden: overzichtelijke schappen, goede verlichting en een perfect opgeruimd magazijn. Maar zo is het natuurlijk nooit in de praktijk. De software labelde producten verkeerd, verwarde verschillende soorten melk, sloeg artikelen over en registreerde voorraden onjuist. Het gevolg was een chaotisch voorraadbeheer, lege schappen en steeds meer frustratie onder barista’s die misgrepen tijdens hun werk.

Door de drang om mee te willen doen met de AI-hype willen veel organisaties laten zien dat ze vooroplopen. Dit voorbeeld maakt duidelijk dat het te snel invoeren van een AI-tool zonder voldoende praktijkervaring op te doen en naar medewerkers te luisteren, al snel kan uitmonden in chaos.

Lees ook: AI-agents zijn makkelijker te misleiden dan gedacht

Chaos en onvrede bij Meta

Ook bij Meta kunnen ze er wat van. Midden juni 2026 stuurt Meta cto Andrew Bosworth een interne memo rond en gaat daarin met de billen bloot. Hij geeft ruiterlijk toe dat het managementteam een vreselijke blunder heeft begaan met de ‘AI-reorganisatie’ die het bedrijf doorvoerde.

In mei van dit jaar schrapte Meta ongeveer 8.000 banen, zo’n 10 procent van het personeelsbestand. Volgens het bedrijf was de reorganisatie nodig om de miljardeninvesteringen in AI te financieren. Vrijwel tegelijkertijd ontvingen 7.000 andere medewerkers een heel ander bericht. In een e-mail kregen zij te horen dat ze waren geselecteerd voor een nieuw AI-initiatief binnen het bedrijf. Die overplaatsing was echter zonder hun medeweten of instemming besloten.

Deze reorganisatie komt bovenop een andere blunder van een maand eerder, waarbij Meta software installeerde om alle toetsaanslagen en muisbewegingen van medewerkers te registreren en zo data te verzamelen om hun AI-modellen te trainen. Dit leidde tot grote onvrede onder de medewerkers. Velen uitten hun ongenoegen op de interne kanalen: ‘This makes me super uncomfortable. How do we opt out?’ werd het meest gelikete bericht. Waarop Bosworth simpelweg reageerde met: ‘Er is geen opt-out op bedrijfslaptop.’

Meta-medewerkers kwamen in opstand en er werd een petitie opgezet tegen het tool, dat massaal werd ondertekend. Meta krabbelde terug en besloot eind juni om het programma voorlopig te pauzeren.

Lees ook: De AI-godfather die niet gelooft in chatbots als Claude en ChatGPT: ‘Niet eens slimmer dan een kat’

Moreel dieptepunt

Ook over de herstructurering lieten medewerkers flink van zich horen. Op Reddit schreef een medewerker dat de selectie voor de nieuwe AI-unit willekeurig leek te zijn verlopen. Anderen waren nog uitgesprokener en omschreven het werk in die unit als ‘een geestdodende hel’ en ‘alsof je in een strafkamp werkt’. Op interne Slack-kanalen werden massaal cynische memes gedeeld en meerdere medewerkers spraken van een ‘gevoel van diepe, groeiende angst’ binnen het bedrijf.

Tijdens een van de wekelijkse Tuesdays with Boz-chats erkent Bosworth dat het moreel van de medewerkers op een bijna historisch dieptepunt is beland: ‘Misschien niet het allerlaagst in de afgelopen 20 jaar, dat was denk ik tijdens het Cambridge Analytica schandaal in 2016, maar het komt daar wel dicht bij in de buurt.’

Menselijke maat

Meta wilde razendsnel opschalen in AI om de concurrentie voor te blijven. Maar de combinatie van een haastige reorganisatie en een gebrek aan transparantie leidde tot verwarring, onzekerheid en groeiende weerstand onder medewerkers. Het vertrouwen in het leiderschap kreeg daardoor een flinke deuk.

Meta’s AI-strategie struikelt dus niet zozeer over de technologie, maar over de menselijke kant van verandering. Het voorbeeld laat zien dat gebrek aan transparantie, slechte communicatie en beslissingen die van bovenaf worden opgelegd een recept zijn voor voor chaos en ontevredenheid onder medewerkers.

Meedoen met de AI-gekte

De voorbeelden van Starbucks en Meta laten zien dat de grootste mislukkingen niet worden veroorzaakt door de technologie zelf, maar door menselijke keuzes. AI-adviezen worden klakkeloos overgenomen, systemen worden uitgerold voordat ze in de praktijk zijn getest en medewerkers worden buitenspel gezet. De techniek is zelden het probleem; de manier waarop organisaties ermee omgaan des te vaker.

Maar we laten ons opfokken. Wim T. Schippers had het vast AI-gekte genoemd. De angst om achter te blijven zet organisaties ertoe aan om sneller te handelen dan verstandig is, met alle gevolgen van dien. Overhaaste beslissingen, kostbare blunders en vooral medewerkers die totaal over de kling zijn gejaagd. In een wereld die steeds harder rent, is vertragen soms de meest vooruitstrevende keuze. Maar wie durft er nog op de rem te trappen als iedereen vol gas geeft?

Lees ook: AI-FOMO: de angst om achter te lopen verlamt bedrijven

Voor Steven van Belleghem is focus op efficiëntie niet genoeg: ‘Empathische kant van AI blijft zwaar onderbenut’

Alles moet vandaag in een Excel-sheet passen, daardoor denk je te klein. Steven van Belleghem, de internationale expert in klantrelaties, daagt je uit om verder te gaan dan snelheid en efficiëntie. 'Wat is je verdienmodel wanneer je sterkte als dienstverlener door AI verdwenen is?'

steven-van-belleghem
Steven van Belleghem vindt dat de 'microfocus' op return-on-investment totaal is doorgeslagen.

Van elke euro die wordt uitgegeven aan de klant moet meteen duidelijk zijn hoe die op 10 euro aan rendement oplevert. Steven van Belleghem, de internationale expert in klantbeleving, vindt dat de huidige ‘microfocus’ op return-on-investment (ROI) totaal is doorgeslagen. Bedrijven zijn daardoor te klein gaan denken. ‘Alles moet tegenwoordig in een Excel sheet passen. We durven niets meer te doen, omdat we voelen dat het leuk is of mensen dat fijn vinden. Terwijl dit juist het moment is om te investeren in relaties op de lange termijn.’

Investeren in efficiëntie

Veel bedrijven investeren wel, maar vooral in efficiëntie met AI. Daar redden ze het niet mee, schrijft hij in zijn nieuwe boek Deep Loyalty dat half oktober uitkomt. Natuurlijk kunnen accountants een groot deel van hun basiswerk prima automatiseren. Hetzelfde geldt voor advocatenkantoren, marktonderzoeksbureaus, consultants, softwarebedrijven… Dat zal ze allemaal wel lukken, geeft hij aan. De kwaliteit van het AI-aanbod zal ook steeds beter worden. Het gevolg op de lange termijn is dat er een eenheidsworst gaat ontstaan. Iedereen biedt hetzelfde type service aan, er zit voor klanten nog maar weinig onderscheid in. ‘Dienstverleners zijn hun superpowers daarmee aan het eroderen. De grote uitdaging wordt juist om verder te kijken dan die efficiëntie.’ Bedrijven die dat niet doen, kunnen straks alleen nog concurreren op prijs. En dat wordt een race naar de bodem.

Hoe worden ze geen eenheidsworst voor hun klanten?

‘Er zijn drie niveaus van relaties die dienstverleners met hun klanten kunnen hebben, gebaseerd op hun sterkte. Je kan allereerst een transactionele relatie hebben. Dan kopen mensen bij jou omdat het makkelijk is, of goedkoop, of voor de snelheid, enzovoort. Dat is puur convenience die gepusht wordt door AI. Het tweede niveau zijn de transformationele relaties. Mensen worden klant bij jou, omdat je een meerwaarde biedt in hun privéleven of hun professionele leven. Dit gaat het over de relevantie die je hebt. Het derde niveau noem ik deep loyalty. Mensen willen echt klant zijn bij jou, omdat ze zich daar goed bij voelen. Omdat ze zich identificeren bij wat jij doet, omdat ze bij de club willen horen. Hier speelt een gevoel van verbondenheid. Een gevoel van belonging, erbij horen. En dat is de sterkste relatie die je kunt hebben.’

Bedrijven doen eerder het omgekeerde, zo lijkt het.

‘Heel veel organisaties focussen vandaag enkel op dat transactionele. AI duwt ze ook naar dat transactionele. Maar als je wil winnen, moet je naar deep loyalty gaan. Waarbij klanten niet alleen naar een advocatenkantoor gaan, omdat de expertise goed is en ze efficiënt zijn. Maar ook omdat ze daar mensen hebben die ze begrijpen, die meedenken, die het verschil kunnen maken. Dat geeft een heel ander gevoel, klanten zijn blij dat deze mensen voor hen werken. Met AI kom je vaak nog wel tot transactionele en transformationele relaties. Aan die deep loyalty zul je nooit raken met technologie. Daar zal het menselijke aspect het verschil maken. Net daar zit de kracht van de zakelijke dienstverlening. Die mogen we nu niet weggommen met AI.’

Met mensen het verschil maken, terwijl al je concurrenten investeren in AI?

‘Het is een en-en-verhaal. Je zal als zakelijke dienstverlener niet zonder AI kunnen, anders word je een slow-motion business. Je zult moeten investeren in efficiëntie, in die transactionele relatie. Maar op hetzelfde moment zul je meer moeten investeren in dat gevoel van belonging. In events om fysiek samen te komen, in communities maken onder je klanten en door ervoor te zorgen dat klanten andere klanten leren kennen dankzij jou. Dat zijn allemaal manieren om die verbondenheid te krijgen.’

Hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?

‘Bedrijven hebben vaak al iets wat voor verbondenheid zorgt. Zo bracht een Brabants bouwbedrijf voor een belangrijke werkvergadering bij hun klanten altijd lekkere worstenbroodjes mee. Dat deden ze al jaren en daar stonden ze echt om bekend. Maar daarmee brachten ze ook een gevoel van verbondenheid: we gaan samen die worstenbroodjes eten. Alleen heeft dat bedrijf in een budgetoefening de worstenbroodjes geschrapt. Een besparing van 7.000 euro per jaar, en dat op een omzet van meer dan 100 miljoen euro. Dat zie ik wel vaker gebeuren nu. Leuke of gezellige dingen worden vaak als eerste geschrapt. Veel bedrijven denken: we werken met mensen, dus per definitie zijn we goed in menselijkheid. Maar dat is niet altijd het geval.’

De leuke dingen voor de mensen worden dus cruciaal?

‘Ja, maar veel van die dingen kun je niet meten. Je kunt niet meten wat de impact van worstenbroodjes is op je bedrijf. Maar ik ben ervan overtuigd dat je in een wereld waar het nu volop draait om efficiëntie, productiviteitsverhoging, kostenbesparing en mensen vervangen daarmee kunt scoren. Als je nu inzet op die verbondenheid en dingen doet die mensen samenbrengt, is dat een absolute meerwaarde.’

Heb je een voorbeeld van een bedrijf dat al op de goede weg is?

‘Chewy is een internationaal e-commerce bedrijf voor alles wat met huisdieren te maken heeft. Voeding, maar ook speeltjes en verzekeringen. Zij weten dat je bij dieren niet puur transactioneel kunt blijven. Zij hebben die emotionele band toegevoegd. Als ze horen dat de hond van een van hun klanten gestorven is, maken ze een schilderijtje van die hond en sturen ze dat op met een handgeschreven kaartje om hun medeleven te betuigen. Daar zijn ze op georganiseerd, ze sturen er zo’n duizend per week. Ook al is de impact moeilijk meetbaar, ze investeren hierin, omdat dit emotionele en conversatiewaarde heeft, maar ook omdat ze weten als mens dat het waardevol is wat ze doen.’

Zakelijke dienstverleners kunnen dus wel iets leren van de retail op dat vlak?

‘Ja, vooral omdat het verschil vaak in de kleine dingen zit. Een kilometer of twee van ons huis heb ik een fruit- en groentewinkel ontdekt die fenomenaal is qua kwaliteit. Ik ga daar heel graag naartoe. Wat superleuk is, of je nu bestelt voor 15 euro of voor 100 euro, je krijgt altijd een klein cadeautje mee, elke keer opnieuw. Een tros druiven, een mango of een doosje frambozen. Geen afdankertjes, maar topkwaliteit. Iedereen blijft dat ook leuk en spannend vinden. Mensen praten daarover. Ik heb dit verhaal gehoord van mijn buren. En ik heb het zelf ook al twintig keer doorverteld, omdat het zo uitzonderlijk is wat daar gebeurt. Bedrijven moeten echt over de kracht van kleine, niet-schaalbare acties, gaan nadenken.’

Zijn die kleine acties wel genoeg?

‘Menselijke connectiviteit wordt onderbenut, daar moeten bedrijven meer op gaan inzetten. Mensen gaan meer dan ooit naar concerten, sportmanifestaties, naar allerhande bijeenkomsten, omdat ze daar die menselijke connectie voelen. Bedrijven voelen die waarde daarvan aan, maar vertrouwen niet meer op intuïtie. Ze durven niets uit te proberen, omdat ze het niet in een Excel sheet krijgen. Daar moeten we vanaf. Laat 95 procent van de beslissingen op data gebaseerd zijn, maar spreek af als directieteam dat 5 procent van de beslissingen op intuïtie ook oké zijn. Als ze dat soort acties structureel gaan doen bij iedereen, gaat dat op den duur ook opleveren. Dat is aanvoelen, dat is intuïtie, dat is vertrouwen hebben en durven. Dat is ook leiderschap. Dat is geen zwakte, maar een sterkte.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Maar klanten zullen toch vooral via AI naar bedrijven worden geloodst?

‘De grote taalmodellen worden zelfs de toegangspoort voor ons leven. Alles waar we aan denken, alles wat we willen kopen of doen, start daar. Voor bedrijven wordt de feedback van klanten belangrijker dan ooit. Die taalmodellen vinden feedback van iemand anders veel geloofwaardiger dan wat je zelf schrijft. Reviews, anderen die jou vermelden, PR, dat gaat veel zwaarder wegen dan vroeger. Klantgericht handelen krijgt veel meer waarde, want dat levert positieve reviews op. Daardoor stijgt je geloofwaardigheid op die grote AI-platformen.’

Dat komt steeds meer binnen, maar wat hebben bedrijven nog niet door?

‘De combinatie van AI met emoties. De huidige taalmodellen komen nu al empathischer over dan mensen. Bij studies in de medische wereld komt ChatGPT er altijd beter uit dan dokters. Op dit moment zijn vriendschap en therapie wereldwijd de nummer één toepassing van die grote taalmodellen. Het is geprogrammeerde empathie, maar mensen merken het verschil niet. Het is een enorme opportuniteit voor bedrijven om ook die emotionele relatie te leren begrijpen en daarmee via AI aan de slag te gaan. Je kunt zo ook mensen helpen, je kunt voor persoonlijke ontwikkeling zorgen, voor inspiratie, voor lichte momenten die het leven van mensen leuker maken. Dat zijn allemaal toepassingen van AI die verder gaan dan het huidige versnellen. Ook die kant wordt nog zwaar onderbenut op dit moment.’

Zijn daar al voorbeelden van?

‘Bedrijven bewegen wel in die richting. Funda heeft net een AI-tool ontwikkeld, waarmee mensen door niet zo smaakvol ingerichte huizen heen kunnen kijken. De foto’s worden digitaal aangepast met de stijl die mensen willen zien, modern of rustiek. Dat is een voorbeeld van inspiratie bieden. Duolingo is AI-gedreven leren, maar hun animaties, de delights, zorgen voor vrolijke momenten. Olaf, de robotversie van de sneeuwpop uit Frozen, zorgt in Disneyland Parijs voor het heruitvinden van de meet & greet. Maar het zal nog vijf tot tien jaar duren voor bedrijven dit helemaal uitgeklaard hebben.’

Dat duurt eigenlijk nog best lang.

‘Ja, dat vinden we allemaal. Ik zie nu vooral chatbots van vorige generaties, waar mensen onwaarschijnlijk gefrustreerd van raken, omdat ze weten dat je met die taalmodellen gewoon normaal kunt praten. In november bestaat ChatGPT vier jaar. Ik had gedacht dat alle bedrijven binnen twee jaar overgeschakeld zouden zijn op zo’n conversationele service. We zijn er nog ver van. Dat heeft te maken met een lage kwaliteit van data, de investeringskosten, maar ook met de angst om chatbots alle beslissingen te laten nemen. Stel je voor dat die bots een beetje te klantgericht zouden worden. Maar bij alle demo’s, alle technologie die ik zie, werkt het al zo. Alleen zijn de bedrijven er nog niet klaar voor.’

Waar kunnen bedrijven nu het beste mee beginnen?

‘Begin met op het veld staan. Meespelen dus, niet vanaf de zijlijn staan te kijken. Waar kun je je efficiëntie verhogen? De meeste bedrijven zijn daar al mee bezig, laat die projecten gewoon doorlopen. Vraag je vervolgens af hoe je nog waarde kunt creëren binnen vijf tot tien jaar. Heel veel van de zaken waarmee nu geldt wordt verdiend, zoals kennis en vaardigheden, zullen voor iedereen toegankelijk en mainstream worden via AI. Wat is je verdienmodel in een wereld waar je sterkte als dienstverlener door de komst van AI verdwenen is? De laatste vraag die je moet stellen is: hoe kun je verbondenheid gaan creëren op een structurele manier? Niet eenmalig, maar stelselmatig tonen dat je van je klanten houdt, dat je blij bent dat ze er zijn en hoe je ze kunt verbinden met je organisatie en eventueel met je andere klanten. Dat is waar je nu over na moet denken.’