Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Bob de Manager

Bob is divisiedirecteur bij een groot concern. Bob doet zijn best. In aflevering 14 zoekt hij uit hoe het zit met de begeleiding van allochtone werknemers.

from: Bob
to: Sonja
subject: Inburgering

Dag Sonja,
Ik hoor dat jullie binnen het bedrijf bezig zijn met het opzetten van een inburgeringsklasje. Klinkt goed. Hoe loopt het?
Groet,
Bob

Hoi Bob,
Ja, het leek ons een goed idee dat HRM eens kijkt hoe het er met de inburgering van onze eigen allochtonen binnen ons bedrijf voor staat en ze zo nodig een duw in de goede richting te geven. Wel jammer dat we na een eerste inventarisatieronde tot de conclusie moesten komen dat we slechts één allochtoon in dienst hebben: Thomas Snowcroft, je weet wel, die jonge accountant uit Engeland die onlangs door HQ bij ons is neergezet. Met hem zijn we deze week aan de slag gegaan.

Thomas strubbelde eerst tegen, zei dat hij erg busy was met Q2, maar we hebben hem uitgelegd dat deelname aan onze inburgeringsworkshop priority heeft. We wijzen hem op allerlei dingen die nieuw zijn voor deze Amerikaan, zoals het belang van onze coffee corner, toch binnen elk Nederlands bedrijf de key tot de info flow, dé plek waar de werkelijke verbal value zit – en zien we Thomas daar ooit rondhangen? Nope. Hij verklaarde desgevraagd onze koffie erg weak te vinden vergeleken met de espresso van Starbucks, maar hij beloofde beterschap. Ook zal hij voortaan aanwezig zijn op onze vrijmibo.

Ons is ook gebleken dat Thomas nauwelijks bekend is met onze vakantie- en ATV-regelingen, onze 36-urige werkweek en onze life curve development-programs. Hij zei twee weken vakantie per jaar meer dan voldoende te vinden, en dat hij niet zou weten wat hij met al die leisure time moet doen, maar wij hebben hem erop gewezen dat hij op deze manier om een burnout vráágt en hem een goede Nederlandse hobby geadviseerd (hij is natuurlijk van harte welkom bij ons cricketteam!). Wel was hij nu bang zijn Q2 niet tijdig af te hebben. In Londen, zei hij, word je dan meteen op straat gezet, zonder enige regeling en heb je een flinke smet op je resume. Kijk, dat hebben wij hem goed kunnen uitleggen: hier dus niet, hier laat je de boel af en toe lekker de boel, ken je je priorities, hou je je worklife in balance, let je op je body en regelmatig gewoon even chillen en dan maar eens een keertje geen Q2 op tijd. Die jongen leert razendsnel, Bob: hij is meteen even twee weken gaan ontstressen in Dubai.

De Nederlandse taal blijkt Thomas niet te beheersen. Hij zei daartoe ook nauwelijks de kans te krijgen, aangezien elk businessplan en elk budget in ons concern verplicht in het Engels dient te worden opgesteld en dat ook de bakker en de slager hem enkel en alleen in de Engelse taal willen bedienen. Zo krijgt die jongen natuurlijk nooit close contact met onze Nederlandse fte’s en kan hij volgende maand als enige van het middle management ook niet meedoen aan de cursus Ontdek De Hyena In Jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Sowieso is Thomas niet zo bekend met managementcursussen. Hij zei dat hij zich eigenlijk heel graag verder wilde verdiepen in US GAAP, maar van die cursus hebben wij nog nooit gehoord en het lijkt ons bovendien beter als hij eerst z’n eigen negs en inner walls leert kennen en zo een stuk personal growth bereikt. Na z’n vakantie zal hij dan ook eerst een week participeren in het U!R!U! program. Dat vindt dit keer plaats aan de Ierse westkust, zodat hij meteen even lekker kan uitwaaien. Daarna gaat hij rechtstreeks naar Vught, om bij de nonnen aldaar in uptempo Nederlands te leren. Hij neemt in elk geval Pluk van de Petteflet mee om de basics zovast onder de knie te krijgen.

Je ziet, Bob, het is een heel program. Maar we denken dat Thomas zijn inburgeringsproces nog net kan hebben voltooid voordat hij in november naar Singapore wordt detached.
Groetjes,
Sonja

Ceo Filosa zet totale reset bij Stellantis fors in: ‘We hebben de kosten te ver teruggeschroefd’

Terwijl Europese autofabrikanten de bijl in hun personeelsbestand zetten, doet Stellantis-topman Antonio Filosa het omgekeerde: hij neemt honderden ingenieurs aan. Dat is onderdeel van zijn ‘totale reset’ om de concurrentie met de Chinezen aan te gaan. Een portret.

antonio-filosa-stellantis
Antonio Filosa: 'Om je bedrijf goed te leiden, moet je dicht bij je mensen staan.' Foto: Getty Images

Bold move van Antonio Filosa, de ceo van Stellantis. Honderden ingenieurs aannemen in Europa en de VS. En dat terwijl andere grote autoproducenten er juist de botte bijl inzetten, duizenden mensen ontslaan en fabrieken sluiten. Door kosten te verlagen, denken ze de Chinese concurrentie het hoofd te kunnen bieden.

Dat dacht de autoritaire voorganger van Filosa, Carlos Tavares, trouwens ook. Daar ging hij behoorlijk ver in. Zo maakte hij bijvoorbeeld thuiswerken verplicht om de kosten voor kantoorruimte uit te sparen. Een Franse vakbondsman is nog harder over zijn beleid: ‘Voor hem was een mens, en met name een ingenieur, een kostenpost’.

Om wat aan die kostenposten te doen, kregen ze regelmatig een mail of simulatie van het bedrag dat ze zouden ontvangen als ze zouden vertrekken. ‘Dat was funest voor het moreel’, zegt een voormalige medewerker van Stellantis tegen de krant La Tribune.

Winst keldert

De besparingsdrift bij de op drie na grootste autofabrikant van de wereld betaalt zich een tijdlang wel degelijk uit. Het gaat mis in 2024, wanneer het tij dramatisch keert en de winst met 70 procent keldert. De koers van het aandeel zakt dat jaar met 40 procent. Het kost Tavares de kop: in december 2024 moet hij het veld ruimen.

Het duurt zes maanden voor Stellantis een opvolger heeft. Die komt uit de eigen stal: Filosa is een man met ‘het bedrijf in zijn bloed’. Zijn eerste weken als ceo versterken hem in de overtuiging dat ‘we de tekortkomingen zullen verhelpen door voort te bouwen op alles wat er goed gaat bij Stellantis’, tekent de krant Le Monde op.

Zijn diagnose: de uitstekende financiële resultaten die zijn geboekt onder Tavares vallen eigenlijk samen met het tekort aan chips. Dat beperkte het aanbod op de automarkt en daardoor konden de prijzen zeer hoog blijven. ‘Maar zodra de prijzen daalden, gingen wij mee omlaag’, zegt hij tegen Le Point.

Lees ook: Stellantis is doodziek, deze 5 kwalen moet de opvolger van Tavares genezen

Uit de crisis komen

Zijn oplossing om uit de crisis te komen? Een totale reset. Filosa breekt radicaal met het beleid én het directieteam van Tavares. Hij slaat eerst aan het repareren om het vertrouwen terug te winnen bij medewerkers, dealers en klanten. ‘We hebben de kosten te ver teruggeschroefd’, laat hij weten. ‘Zo hebben we verschillende ingenieurs ontslagen die ons juist hielpen bij de ontwikkeling van innovatieve producten.’

Filosa laat ook de koers varen om tegen 2030 volledig over te schakelen naar elektrisch in Europa en voor de helft elektrisch in de VS. De transitie gaat niet snel genoeg, vindt hij. Evenmin gelooft hij in een wereldwijde centralisatie. Hij geeft de regio’s liever meer autonomie, omdat zij hun markt en hun consumenten het beste kennen.

Thuiswerken wordt niet langer verplicht. Filosa heeft eigenlijk liever dat iedereen vanaf volgend jaar weer vijf dagen op kantoor is. Ook de ontwikkeling en lancering van nieuwe bedrijfsvoertuigen op waterstof wordt stopgezet.

Consument weer centraal

Wat komt daarvoor in de plaats? Het strategische plan Fastlane 2030. Daarmee wil Stellantis zijn positie in Europa en de VS heroveren. De consument komt weer centraal te staan, met meer nadruk op kwaliteit, de terugkeer van populaire modellen en prijsverlagingen waar nodig.

Concreter investeert Stellantis de komende vijf jaar 60 miljard euro in nieuwe modellen en technologieën. Daarbij richt het autoconcern zich op vier ‘kernmerken’ – Jeep, Ram, Peugeot en Fiat – en op de tak van bedrijfsvoertuigen Pro One.

De rest van de veertien merken, waaronder Opel, Citroën, DS en Lancia, krijgt minder prioriteit of wordt regionaal gepositioneerd. De ontwikkelingstijd van nieuwe modellen wordt bijna gehalveerd en de productiekosten moeten omlaag door het inzetten van een nieuw platform en AI.

60 nieuwe modellen

Stellantis wil tegen 2030 meer dan 60 nieuwe modellen en 50 updates lanceren. Daarbij kiest Filosa voor een pragmatische mix: elektrische voertuigen, hybrides en traditionele verbrandingsmotoren.

Voor al die plannen zijn natuurlijk extra mensen nodig. En zo blijft niet alleen de technische kennis in Europa en de VS behouden, maar kan die kennis ook mee blijven groeien. Het concern mikt tegen 2030 op een omzet van 190 miljard euro (154 miljard in 2025) en een operationele winstmarge van 7 procent.

Het is een ambitieus plan, maar gaat Filosa dat voor elkaar boksen? Hij wordt omschreven als energiek, doelgericht en een echte people manager. ‘Antonio is een ervaren leider die zijn werk op een praktische manier aanpakt en sterk gelooft in de kracht van samenwerking’, schrijft John Elkann, voorzitter van Stellantis, volgens de Financial Times in een memo aan de medewerkers.

Lees ook: De autorace tussen China en Europa is nog allesbehalve beslist: ‘Wie de batterij beheerst, beheerst de auto’

Geboren in Italië

Waar komt die overtuiging vandaan? Het antwoord ligt in het Italië van zijn jeugd. Filosa is geboren ten zuiden van Napels, in Castellammare di Stabia. Zijn vader is jong gestorven.

Zijn moeder voedt hem en zijn zus op, met de nodige bemoeienis van ooms, neven en nichten, vertelt hij aan Le Point. ‘Het Zuiden is een leerschool voor het leven: daar leer je wat nabijheid, solidariteit en samenleven betekenen. Tegenwoordig zijn mijn vrouw en mijn twee zonen mijn kompas.’

De eerste auto die in zijn jeugd indruk op hem maakt is die van zijn ouders: een witte Alfa Romeo Giulia 1300. Iets ouder dan hijzelf, grapt de 53-jarige, en nog steeds eigendom van de familie.

Eerst luisteren, dan doen

Hij is dol op industrie en productieprocessen; daarom volgt hij in Milaan een studie tot industrieel ingenieur. ‘Maar ik ben niet het type dat zich in zijn kantoor opsluit. Ik houd van menselijk contact, van me in teams mengen om een probleem op te lossen of een kans optimaal te benutten. Dat is ook mijn managementstijl: naar iedereen luisteren, op alle niveaus, voordat ik een beslissing neem.’

Bij Fiat start hij in 1999 als managementtrainee. Hij overziet onder meer de kwaliteit van de spuiterij in een fabriek in Spanje. Zes jaar later wordt hij voor Fiat naar Brazilië gestuurd, waar hij zijn vrouw ontmoet. Hij runt er een fabriek, wordt inkoper voor de hele regio, directeur Argentinië, en directeur voor Alfa Romeo en Maserati voor Zuid-Amerika.

Hij komt bovendien in het vizier van Sergio Marchionne, de in 2018 overleden legendarische leider die Fiat heeft gered van een naderend bankroet. Het is een mentor die zijn talenten bijna obsessief in de gaten houdt, vertelt Filosa. ‘Van hem heb ik een hoge mate van veeleisendheid en een globale visie op de industrie overgenomen.’

Wat hij ook van hem leert, citeert de Financial Times, is dat ‘je om het bedrijf goed te leiden, dicht bij je mensen moet staan en met beide benen op de grond moet blijven.’

Lees ook: Sympathieke Volkswagen-ceo Oliver Blume staat voor de zwaarste beslissing uit zijn carrière

Gevormd in Zuid-Amerika

Filosa schopt het uiteindelijk tot coo voor Stellantis. Hij maakt indruk met het bereiken van een marktaandeel van net geen 15 procent in Zuid-Amerika. Onder zijn leiding wordt Fiat marktleider. ‘Ook de merken Peugeot, Citroën, Ram en Jeep hebben daar een aanzienlijke groei doorgemaakt’, zo klinkt het in het persbericht over zijn aanstelling tot ceo.

Filosa brengt vijftien jaar door in Brazilië en drie jaar in Argentinië. Het zijn vormende jaren. ‘Marchionne zei altijd tegen me: “Antonio, je hebt geluk dat je daar bent, want de crisis versnelt het leerproces.” Daar leer je pragmatisch te zijn, een strategie binnen enkele dagen bij te sturen en op een geïntegreerde manier te werken, en ontwikkel je de motivatie om altijd net iets meer te doen.’

In 2023 wordt hij gevraagd om zich in de VS te vestigen en de leiding van Jeep over te nemen. Van Tavares krijgt hij later ook de leiding over Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Na het vertrek van Tavares voegt Elkann daar de verantwoordelijkheid aan toe over de kwaliteit. De benoeming van Filosa tot global chief quality officer blijkt een opstapje naar meer.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Groot uitpakken

Bij zijn benoeming als ceo eert hij zijn mentor in een post op sociale media. Daarin herhaalt hij het motto van Marchionne: middelmatigheid is de moeite niet waard. En dus staat Stellantis dit jaar met zijn grootste presentatie ooit op de Parijse autosalon. Filosa wil impact maken, zegt hij tegen Bloomberg.

‘Wat we hier laten zien, is dat de strategie die we vijf maanden geleden hebben gepresenteerd op schema ligt, omdat we de producten die eraan komen al zien’, verwijst hij naar de nieuwe concepten zoals de elektrische 2CV. ‘Dit is de impact die we via onze merken, met onze producten en met geweldige technologie voor onze consumenten willen realiseren.’

Er is nog een ander record op deze autoshow: maar liefst 20 Chinese autofabrikanten zijn er neergestreken. De Chinese concurrentie is er dus ook klaar voor. Filosa kan zijn borst natmaken, maar dat doet hij wel vaker, letterlijk.

Hij speelt al jaren waterpolo, is een goed zwemmer, en bewijst dat ook op zijn vijftigste verjaardag. Hij zwemt de Straat van Messina tussen Sicilië en Calabrië over, een gebied dat bekendstaat om zijn sterke stromingen. Filosa is dus een doorbijter, en dat is precies wat Stellantis nodig heeft.

Lees ook: Xpeng-oprichter voorspelt bloedbad auto-industrie: ‘Helft van onze mensen focust volledig op R&D’

Week van het Praatje: ook lastige onderwerpen worden steeds minder op de werkvloer besproken

Praten over koetjes en kalfjes wordt steeds meer een uitdaging. Het is nog veel lastiger om op de werkvloer over geld, fouten, macht of risico's te praten. Harvard-docent Christina Wing legt uit hoe managers de angst kunnen verkleinen, fouten bespreekbaar kunnen maken en moeilijke gesprekken goed kunnen voorbereiden en afsluiten.

moeilijke-gesprekken
Foto: Getty Images

Tot en met 16 oktober loopt de Week van het Praatje in Nederland. Daarbij ligt de focus op de kleine praatjes over het weer of over de hond. Dat spontane geklets met onbekenden blijkt al een uitdaging te worden. Scrollen op je smartphone is veel gemakkelijker, en zo weet big tech onze aandacht voortdurend te kapen.

Als we al niet meer kunnen praten over koetjes en kalfjes, hoe staat het dan met het bespreken van de veel gevoeligere onderwerpen op de werkvloer? Bijvoorbeeld geld, macht, risico’s, fouten en falen, of ontslag. De gesprekken die ongemakkelijk voelen, voorbarig, onbeleefd of opdringerig.

Ook die gesprekken worden volgens Christina Wing steeds minder gevoerd. Dat merkt ze bij haar studenten en in de boardrooms van bedrijven die ze begeleidt. Wing is universitair hoofddocent aan Harvard Business School en adviseert via haar eigen bedrijf Wingspan Legacy Partners founders en familiebedrijven. Bovendien is ze een gewild spreker over leiderschap en het aangaan van moeilijke gesprekken.

Onder de oppervlakte

Over dat laatste heeft ze net een praktisch boek geschreven: Unspeakable. Dat komt binnenkort uit. Het aantal onderwerpen dat taboe is, neemt alleen maar toe, signaleert Wing. Zo wordt het steeds stiller op de werkvloer: zwijgen is steeds vaker de veilige optie.

Alleen lost het vermijden van moeilijke gesprekken niks op. Wat onder de oppervlakte blijft, ettert namelijk door. Het beïnvloedt beslissingen en resultaten, ondermijnt vertrouwen en maakt relaties en zelfs bedrijven kapot.

Voor MT/Sprout kijken we wat managers hieraan kunnen doen. Bij het bespreken van lastige onderwerpen spelen zij namelijk een cruciale rol, vindt Wing: bij het managen van angst, het bespreken van fouten en het voorbereiden en het afsluiten van moeilijke gesprekken.

# Bij het managen van angst

Voor Wing is angst de meest onderschatte drijvende kracht achter het gedrag op de werkvloer. De angst om bestraft te worden, om minder capabel over te komen, kleur te moeten bekennen of in conflict te raken.

De signalen voor angst zijn duidelijk: mensen geven geen feedback meer, maar gaan akkoord. Ze zeggen niets over mogelijke risico’s, problemen en fouten worden weggemoffeld, informatie wordt zorgvuldig gefilterd en wat er wordt gezegd, wordt vaag gehouden. Al die zelfbescherming gaat ten koste van inzichten, innovatie, leren, verbeteren en groeien.

‘We omschrijven stilzwijgen vaak als voorzichtigheid, het uit de weg gaan van conflicten als geduld en meegaandheid als professionaliteit. Maar achter deze labels schuilt vaak angst als de werkelijke drijfveer.’

Leiderschap is dan ook niet langer management by fear, het is ‘het managen van angst’, vindt Wing. ‘Leiderschap gaat over manieren vinden om mensen zich meer op hun gemak te laten voelen in omgevingen met conflicten en onzekerheid.’

Lees ook: Fobo op de werkvloer neemt toe, en onder die angst lijdt het hele bedrijf

Stel deze vraag

Hoe help je je mensen om zich uit te spreken over lastige onderwerpen? Wat je kunt doen als leider, is na elke vergadering de vraag stellen: waar hebben we het vandaag niet over gehad, maar zouden we het eigenlijk wel over moeten hebben?

Als iemand daarop reageert, dan luister je. Je vat kort samen wat er is gezegd. Je bedankt hem of haar ten overstaan van de groep. Je reageert ook op de suggestie, bijvoorbeeld met een kleine aanpassing van een proces dat iedereen vervelend vindt.

Blijf die vraag herhalen, voorkom dat je een defensieve houding aanneemt, label die persoon niet als ‘moeilijk’ en laat je niet verleiden tot subtiele represailles, zoals iemand niet meer uitnodigen voor een vergadering.

Het kost tijd om dat vertrouwen op te bouwen, weet Wing. Maar wanneer je de persoonlijke risico’s van het uitspreken van eigen meningen vermindert, ontsluit je de collectieve intelligentie, moed en energie die je organisatie nodig heeft om te groeien.

# Bij het bespreken van fouten

Wing vraagt elke maandag aan haar medewerkers wat ze de afgelopen week fout hebben gedaan en wat ze ervan geleerd hebben. En of er iets veranderd moet worden in de processen of organisatie om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Zelf probeert ze ervoor te zorgen dat ze meer fouten toegeeft dan de anderen.

Fouten veeg je het liefst onder het tapijt, en dat is menselijk. Iedereen maakt fouten, dat is het probleem niet. Het gaat erom wat je daarna doet. De grootste fout die je kunt maken, geeft Wing aan, is uitstellen.

Je geeft je fouten niet toe uit schaamte, uit angst voor barstjes in je ego. Je denkt misschien dat je niet betrapt zult worden, of dat je door je fout toe te geven je positie verzwakt. Dat is niet zo, geeft ze aan, maar je hebt wel wat moed nodig voor toegeven en excuses maken.

Het is het waard, want daarvoor word je ook beloond. ‘Met authentieke momenten die vertrouwen opbouwen en de band tussen mensen versterken.’

Zo zeg je echt sorry

Hoe langer je wacht met je verontschuldiging, hoe minder waarde je woorden zullen hebben. Doe je het snel en uit eigen beweging, dan wordt dat als veel oprechter beschouwd. ‘Dat is het moment waarop mensen geloven dat het je iets kan schelen.’ Blijf je het maar uitstellen, dan ondermijn je het vertrouwen en wordt het alleen maar moeilijker om dat weer op te bouwen.

Sorry zeggen is niet genoeg. Een oprecht excuus bestaat uit drie onderdelen: benoemen wat je verkeerd hebt gedaan, erkennen dat je de ander schade hebt toegebracht en uitleggen hoe je de fout rechtzet en herhaling voorkomt. ‘Als je een van deze onderdelen overslaat, ben je je niet aan het verontschuldigen, dan ben je behendig aan het schipperen.’

Lees ook: Leiders falen niet door weerstand, maar door bevestiging

# Bij de voorbereiding

Je kunt niet alles in de groep gooien. Je zult individueel ook lastige gesprekken moeten voeren. Je kunt niet iedereen promotie geven, je zult mensen moeten ontslaan, je krijgt te maken met conflicten, verslavingen, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, noem maar op.

Vergis je niet: een gesprek met iemand voeren over een gevoelig onderwerp is een vaardigheid op zich. Je kunt dat wel degelijk leren.

Eén van de eerste stappen die Wing aanraadt, is een goede voorbereiding. Je moet weten wat voor gesprek je wilt voeren. Wil je in dialoog gaan, of wordt het een monoloog waarin een al genomen beslissing wordt meegedeeld. Zoek je overeenstemming, een compromis of een gezamenlijke oplossing?

Oefen scenario’s

Als je weet wat het doel is, overval mensen dan niet met zo’n gesprek. Begin er niet over bij de koffieautomaat of op de gang. Maak een afspraak, laat de ander weten waar het over zal gaan, zonder al te veel in details te gaan. Dat vastleggen heeft nog een ander voordeel: je wordt gedwongen om dit gesprek door te zetten.

Oefen het gesprek van tevoren met een rollenspel. Je loopt er vast al een tijdje mee rond, geeft Wing aan. Je hebt ongetwijfeld het script in je hoofd en allerlei aannames gemaakt over hoe de ander zal reageren. Als het gesprek toch heel anders verloopt, sta je zo met je mond vol tanden.

Dankzij dat oefenen krijg je meer reacties en scenario’s aangereikt. Bovendien kom je erachter hoe en wanneer je eigen emoties naar boven komen. Ook daar kun je je dan op voorbereiden. Zo maak je het uiteindelijke gesprek gemakkelijker voor jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

# Bij het afsluiten

Lastige onderwerpen verdwijnen meestal niet na één gesprek. Als leider zorg je ook voor een vervolg. ‘Het zal je verbazen hoe vaak de meningen over wat er besproken is achteraf verschillen’, schrijft Wing. Daarom raadt ze aan om toch het een en ander op papier te zetten: een korte samenvatting en de volgende stappen.

Het onderwerp waarover jullie praten is per definitie voor een van jullie of voor jullie beiden ongemakkelijk. ‘Zelfs als het openlijk bespreken de situatie heeft verbeterd, is het menselijk om te willen dat de bron van dat ongemak op magische wijze verdwijnt.’ Geen vervolgafspraken maken, is ook een manier om dat te doen.

Lukt dat allemaal niet omdat de emoties te hoog op zijn gelopen, probeer dan in ieder geval samen een nieuwe datum te prikken. Zijn de gesprekken afgerond, bekijk dan toch na een maand hoe het gaat. Welke afspraken lopen goed, wat is er nog niet opgelost?

Genoeg over de theorie nu. Knoop dat gesprek aan, want ‘als je niets zegt, verandert er niets’.

Lees ook: AI verandert meer dan de manier van werken: ook de relaties met collega’s gaan eraan

Procureur-generaal Sue Preenen (Topvrouw 2026): ‘Ik weet dat ik op mezelf kan vertrouwen’

Procureur-generaal Sue Preenen strijdt tegen huiselijk geweld en femicide, en voor meer vrouwelijke boegbeelden aan de top. De in Zuid-Korea geboren Topvrouw van het Jaar is zelf zo’n rolmodel, al besefte ze dat jarenlang niet. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed.’

Sue Preenen
Sue Preenen wil de publieke zaak dienen. 'Advocaat ging ik echt niet worden, en al helemaal niet bij een commercieel kantoor.' Foto: Loes Spruijt – van der Meer

Procureur-generaal Sue Preenen (51) lacht graag, en veel. Als ze uitlegt waarom ze voor een rechtenstudie koos bijvoorbeeld, de eerste stap op een weg die haar in 2023 tot het hoogste bestuursorgaan van het Openbaar Ministerie (OM) bracht.

De opleiding kon haar, in alle eerlijkheid, op dat moment niet zoveel schelen. Het ging haar om de plek. ‘Ik woonde in Nijverdal, een dorp in Twente. En ik wist één ding heel zeker: ik wilde naar de hoofdstad. Daar gebeurde het. Wat precies, daar had ik totaal geen beeld bij natuurlijk. Maar ‘het’ gebeurde zeker niet in Nijverdal.’

Tijdens een open dag van de UvA bezocht ze de Oudemanhuispoort, in de binnenstad. ‘Ben je daar weleens geweest? Het is een oud hofje, een prachtige plek.’ Ze was op slag verliefd. ‘Ik dacht: hier wil ik studeren. En in dat pand zat dus de rechtenfaculteit.’

Strijd tegen femicide

Het is rustig op het Parket-Generaal in Den Haag, het landelijke hoofdkantoor van het OM, als we Preenen op een zonnige vrijdagmiddag bezoeken. Het eerste wat we zien, is de foto die collega’s op haar deur hebben geplakt: een stralende Preenen, gehuld in kobaltblauw, op de avond dat ze Topvrouw van het Jaar 2026 werd. Weer een lach. ‘Iedereen hier is supertrots.’ Zelf vindt ze het ‘ongelooflijk eervol’. ‘Dit is niet alleen een persoonlijke waardering. Het is ook een enorme erkenning voor het OM en het werk dat we hier doen.’

Preenen ontving de titel voor haar leiderschap, haar inzet voor diversiteit en inclusie binnen het OM én haar strijd tegen huiselijk geweld en femicide. Ze wil de veiligheid van vrouwen vergroten: in de publieke ruimte, op de werkvloer en achter de voordeur. Daar is nog een wereld te winnen, want de realiteit is dat in Nederland gemiddeld elke acht dagen een vrouw wordt vermoord.

Lees ook: Sue Preenen (Topvrouw 2026) strijdt tegen femicide én voor meer vrouwelijke boegbeelden

In ongeveer de helft van de gevallen is de dader een partner of ex. Dat cijfer is al vijftien jaar hetzelfde. Het is ook nog eens veel hoger dan in omliggende landen. Hoe dat komt?

‘Dat weten we dus niet’, zegt Preenen. Al denkt ze dat cultuur en traditionele rolpatronen meespelen. ‘Ik denk dat de rol van de vrouw in Nederland nog steeds met een patriarchale blik wordt bekeken. Het hardnekkige idee dat vrouwen thuis moeten blijven, bij de kinderen, is nog steeds springlevend. Dat zie je aan onze deeltijdcultuur. Dat culturele systeem werkt afhankelijkheid en onveilige situaties in de hand.’

OM kan meer doen

Lange tijd was de heersende gedachte: wat achter gesloten deuren gebeurt, is privé, daar had de overheid zich niet mee te bemoeien. Dat is gelukkig ten goede veranderd, ziet Preenen. Het gaat de staat namelijk wél aan. ‘Huiselijk geweld werkt generaties lang door. Mensen die daar als kind getuige van zijn, hebben een verhoogde kans later zelf dader of slachtoffer te worden. Ik kan er geen bedrag op plakken, maar dat kost de samenleving enorm veel geld.’

Zelf kwam ze een paar jaar geleden tot de conclusie dat ook het OM meer kan doen om vrouwen te beschermen. ‘Het strafrecht moet niet alleen straffen, het kan ook iets toevoegen. Bij zaken waar sprake is van een afhankelijkheidsrelatie – huiselijk geweld, maar ook jeugd- en zedenzaken – zit die toegevoegde waarde in het beschermen van de slachtoffers. Niet alleen achteraf leed vergelden, maar ook groter leed voorkomen.’

Sue Preenen Topvrouw 2026
Sue Preenen (midden) werd vorige maand uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar 2026. Ook Charlotte Hanneman (cfo Philips, links) en Hester Bijl (rector magnificus TU Delft) waren genomineerd. Foto: Paul Tolenaar

En femicide kán worden voorkomen, daar gelooft ze heilig in. Mits de signalen op tijd worden herkend. Die signalen zijn er: aan femicide gaat vrijwel altijd een vast patroon vooraf. Eerst worden vrouwen door hun partner overspoeld met cadeaus, daarna geïsoleerd, vervolgens steeds meer gecontroleerd en afhankelijk gemaakt. En dan begint het geweld. Het OM traint officieren van justitie om die ‘rode vlaggen’ beter te herkennen.

‘Vroeger werd een zaak bijvoorbeeld gestaakt als een vrouw haar aangifte introk’, vertelt Preenen. ‘Dat gebeurt veel, omdat er kinderen in het spel zijn of ze nergens naartoe kunnen. Nu kijken we veel breder. Als we een patroon van controle of geweld herkennen, kan de vervolging alsnog worden doorgezet.’

Publieke belang dienen

Preenen studeerde in 2000 af in het ondernemingsrecht, doorgaans de weg naar de advocatuur. Maar advocaat ging ze echt niet worden. ‘En al helemaal niet op een commercieel kantoor. Ik wil iets bijdragen aan de samenleving, het publieke belang dienen. Dat heb ik altijd gehad.’ Ze heeft het met de paplepel ingegoten gekregen. ‘En dat is in mijn geval best gek om te zeggen, want die lepel kwam steeds van een andere verzorger.’

Haar jeugd is, om het zo te zeggen, versnipperd. Preenen werd in 1974 geboren in Zuid-Korea en op vierjarige leeftijd ter adoptie aangeboden, samen met haar jongere broer. De twee kwamen bij een communistisch echtpaar in Friesland terecht. Glimlachend: ‘Dat is misschien de bron voor dat gelijkheidsideaal.’

Lees ook: Voor vrouwen van kleur kent de weg naar de top nóg meer hobbels

Het gezin woonde in een dorp waar iedereen wit was. Gediscrimineerd werd ze niet – of beter gezegd, ze kreeg weleens opmerkingen, maar die heeft ze nooit als discriminatie of racisme ervaren. ‘Misschien is het een copingsmechanisme, maar ik kan me de ontroerende momenten beter herinneren dan de negatieve. Zo zat ik ooit in de trein tegenover een jongetje dat me aankeek, zijn ogen dichtkneep en vervolgens in volle verwondering vroeg: “Kun je daar nou wat door zien?”’ Ja, antwoordde ze. ‘Ik vond het mooi dat hij dat vroeg. Het was heel feitelijk.’

Weggelopen van huis

Toen haar ouders een paar jaar later scheidden, gingen Preenen en haar broertje bij hun moeder wonen. Er brak een moeilijke periode aan. ‘Door de scheiding hadden we het thuis niet breed. En toen mijn moeder een nieuwe relatie kreeg en we van Friesland naar Hengelo verhuisden, was er doorlopend ruzie. Echt, continu conflict.’

De dertienjarige Preenen besefte: ik kan hier niet langer blijven. ‘Ik heb mijn tas gepakt en ben van huis weggelopen. We hadden intussen een maatschappelijk werker toegewezen gekregen, Marieke, en die kwam toen bij mij op de lijn. In de jeugdzorg is de hulpverlening gericht op herstel van de relatie met de ouder. En dat wist ik. “Ik ga echt niet terug naar huis”, heb ik tegen Marieke gezegd. “Dat is niet goed voor me.” Marieke was haar tijd ver vooruit, want ze luisterde naar het kind, naar mij.’

Ze hebben altijd contact gehouden. ‘Ze leeft nu niet meer, maar Marieke was erbij toen ik, jaren later, als officier van justitie geïnstalleerd werd. Ze was apetrots.’

Preenen ontwikkelde door haar jeugd een sterk innerlijk kompas. ‘Ik weet dat ik op mezelf kan vertrouwen. En ik weet dat je de regie kunt pakken en uit een moeilijke situatie kunt stappen. Daar ligt ook de link met de vrouwen die ik nu wil helpen. Ik zoek een manier om ze te empoweren. Ik denk dat je daar gelukkiger van wordt dan wanneer iemand anders je redt.’

Patriarchale patronen

Zelf kwam ze door de regie naar zich toe te trekken in Nijverdal terecht, bij een dienstbaar protestants-christelijk pleeggezin. ‘Dat dienende zit ook in mij’, zegt Preenen. ‘Je hebt maar één leven en dat probeer ik zo goed mogelijk in te vullen.’

Dus gaat ze na haar rechtenstudie opnieuw in de leer als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio). Daarna wordt ze officier van justitie bij het parket Amsterdam. In die periode beginnen de ‘patriarchale patronen’ bij het OM haar op te vallen. ‘Op de raio-opleiding was het merendeel vrouw, en in Amsterdam kwam ik in een team met heel veel vrouwelijke officieren van justitie. Maar onze leidinggevenden waren allemaal mannen. Op één vrouw na, de plaatsvervangend hoofdofficier.’

Lees ook: Een diverse werkvloer leidt niet automatisch tot inclusie – integendeel, stellen onderzoekers

Na zes jaar maakt ze zelf de stap naar leidinggevende functies. De reden is dat ze meer inhoudelijke invloed wil uitoefenen – maar Preenen beseft dat ze haar positie ook kan gebruiken om haar werkgever diverser en inclusiever te maken. Zo neemt ze deel aan een ‘spiegelsessie’ met Amsterdamse rechtenstudenten om te vragen waarom ze na hun studie wel of juist niet voor het OM zouden kiezen.

‘Nou nee, zeiden die studenten: het is hier veel te corporaal. Een wit mannenbolwerk. Met de aanbevelingen die we van ze kregen, hebben we onder andere onze vacatureteksten aangepast.’

Heel Hollands opgevoed

Zelf stuitte ze bij het parket Amsterdam, waar ze inmiddels in het management zat, op een ander knelpunt: de sollicitatiebrieven. ‘Als juristen letten wij op goed geschreven brieven. Maar wat als je de eerste in je familie bent die is gaan studeren en je niemand in je netwerk hebt – pappie, mammie of een van hun vrienden – die je brief even naloopt voor je ‘m opstuurt?’

Ze heeft er veel discussies over gehad met de rest van het management. ‘Dat kon flink schuren. Dan werd er bijvoorbeeld gezegd dat we bij de werving en selectie ‘niet op kwaliteit moesten inboeten’. Waarop ik vroeg: wat is kwaliteit dan volgens jou? Iemand die een goede brief kan schrijven? Hoe weten we dan wat we niet zien?’

Het duurt jaren voor ze ontdekt dat ze niet alleen verschil kan maken door dingen te benoemen, maar dat haar persoon er ook toe doet. Niet alleen omdat ze een vrouw is, maar vooral ook omdat ze een vrouw van Aziatische afkomst is. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed’, zegt ze. ‘Daardoor heb ik me nooit zo gerealiseerd dat mijn aanwezigheid iets kan betekenen voor mensen met een andere culturele achtergrond.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dat besef kwam in 2018, toen ze plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland werd, en opnieuw in 2023, toen ze lid werd van het College van procureurs-generaal. ‘Beide keren werd ik overstelpt met felicitaties’, vertelt Preenen. ‘Op Linkedin kwamen berichten uit alle hoeken en gaten, van mensen die ik niet kende.’ Gemene deler: de meeste gelukswensers waren, net als zij, niet wit. ‘Zij zeiden: “Wat fantastisch dat dit kan in Nederland!”

Lees ook: Nathalie de Geus (Topvrouw 2025): ‘Wat als je hartaanval niet wordt herkend omdat je een vrouw bent?’

Week van het Praatje: ook lastige onderwerpen worden steeds minder op de werkvloer besproken

Praten over koetjes en kalfjes wordt steeds meer een uitdaging. Het is nog veel lastiger om op de werkvloer over geld, fouten, macht of risico's te praten. Harvard-docent Christina Wing legt uit hoe managers de angst kunnen verkleinen, fouten bespreekbaar kunnen maken en moeilijke gesprekken goed kunnen voorbereiden en afsluiten.

moeilijke-gesprekken
Foto: Getty Images

Tot en met 16 oktober loopt de Week van het Praatje in Nederland. Daarbij ligt de focus op de kleine praatjes over het weer of over de hond. Dat spontane geklets met onbekenden blijkt al een uitdaging te worden. Scrollen op je smartphone is veel gemakkelijker, en zo weet big tech onze aandacht voortdurend te kapen.

Als we al niet meer kunnen praten over koetjes en kalfjes, hoe staat het dan met het bespreken van de veel gevoeligere onderwerpen op de werkvloer? Bijvoorbeeld geld, macht, risico’s, fouten en falen, of ontslag. De gesprekken die ongemakkelijk voelen, voorbarig, onbeleefd of opdringerig.

Ook die gesprekken worden volgens Christina Wing steeds minder gevoerd. Dat merkt ze bij haar studenten en in de boardrooms van bedrijven die ze begeleidt. Wing is universitair hoofddocent aan Harvard Business School en adviseert via haar eigen bedrijf Wingspan Legacy Partners founders en familiebedrijven. Bovendien is ze een gewild spreker over leiderschap en het aangaan van moeilijke gesprekken.

Onder de oppervlakte

Over dat laatste heeft ze net een praktisch boek geschreven: Unspeakable. Dat komt binnenkort uit. Het aantal onderwerpen dat taboe is, neemt alleen maar toe, signaleert Wing. Zo wordt het steeds stiller op de werkvloer: zwijgen is steeds vaker de veilige optie.

Alleen lost het vermijden van moeilijke gesprekken niks op. Wat onder de oppervlakte blijft, ettert namelijk door. Het beïnvloedt beslissingen en resultaten, ondermijnt vertrouwen en maakt relaties en zelfs bedrijven kapot.

Voor MT/Sprout kijken we wat managers hieraan kunnen doen. Bij het bespreken van lastige onderwerpen spelen zij namelijk een cruciale rol, vindt Wing: bij het managen van angst, het bespreken van fouten en het voorbereiden en het afsluiten van moeilijke gesprekken.

# Bij het managen van angst

Voor Wing is angst de meest onderschatte drijvende kracht achter het gedrag op de werkvloer. De angst om bestraft te worden, om minder capabel over te komen, kleur te moeten bekennen of in conflict te raken.

De signalen voor angst zijn duidelijk: mensen geven geen feedback meer, maar gaan akkoord. Ze zeggen niets over mogelijke risico’s, problemen en fouten worden weggemoffeld, informatie wordt zorgvuldig gefilterd en wat er wordt gezegd, wordt vaag gehouden. Al die zelfbescherming gaat ten koste van inzichten, innovatie, leren, verbeteren en groeien.

‘We omschrijven stilzwijgen vaak als voorzichtigheid, het uit de weg gaan van conflicten als geduld en meegaandheid als professionaliteit. Maar achter deze labels schuilt vaak angst als de werkelijke drijfveer.’

Leiderschap is dan ook niet langer management by fear, het is ‘het managen van angst’, vindt Wing. ‘Leiderschap gaat over manieren vinden om mensen zich meer op hun gemak te laten voelen in omgevingen met conflicten en onzekerheid.’

Lees ook: Fobo op de werkvloer neemt toe, en onder die angst lijdt het hele bedrijf

Stel deze vraag

Hoe help je je mensen om zich uit te spreken over lastige onderwerpen? Wat je kunt doen als leider, is na elke vergadering de vraag stellen: waar hebben we het vandaag niet over gehad, maar zouden we het eigenlijk wel over moeten hebben?

Als iemand daarop reageert, dan luister je. Je vat kort samen wat er is gezegd. Je bedankt hem of haar ten overstaan van de groep. Je reageert ook op de suggestie, bijvoorbeeld met een kleine aanpassing van een proces dat iedereen vervelend vindt.

Blijf die vraag herhalen, voorkom dat je een defensieve houding aanneemt, label die persoon niet als ‘moeilijk’ en laat je niet verleiden tot subtiele represailles, zoals iemand niet meer uitnodigen voor een vergadering.

Het kost tijd om dat vertrouwen op te bouwen, weet Wing. Maar wanneer je de persoonlijke risico’s van het uitspreken van eigen meningen vermindert, ontsluit je de collectieve intelligentie, moed en energie die je organisatie nodig heeft om te groeien.

# Bij het bespreken van fouten

Wing vraagt elke maandag aan haar medewerkers wat ze de afgelopen week fout hebben gedaan en wat ze ervan geleerd hebben. En of er iets veranderd moet worden in de processen of organisatie om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Zelf probeert ze ervoor te zorgen dat ze meer fouten toegeeft dan de anderen.

Fouten veeg je het liefst onder het tapijt, en dat is menselijk. Iedereen maakt fouten, dat is het probleem niet. Het gaat erom wat je daarna doet. De grootste fout die je kunt maken, geeft Wing aan, is uitstellen.

Je geeft je fouten niet toe uit schaamte, uit angst voor barstjes in je ego. Je denkt misschien dat je niet betrapt zult worden, of dat je door je fout toe te geven je positie verzwakt. Dat is niet zo, geeft ze aan, maar je hebt wel wat moed nodig voor toegeven en excuses maken.

Het is het waard, want daarvoor word je ook beloond. ‘Met authentieke momenten die vertrouwen opbouwen en de band tussen mensen versterken.’

Zo zeg je echt sorry

Hoe langer je wacht met je verontschuldiging, hoe minder waarde je woorden zullen hebben. Doe je het snel en uit eigen beweging, dan wordt dat als veel oprechter beschouwd. ‘Dat is het moment waarop mensen geloven dat het je iets kan schelen.’ Blijf je het maar uitstellen, dan ondermijn je het vertrouwen en wordt het alleen maar moeilijker om dat weer op te bouwen.

Sorry zeggen is niet genoeg. Een oprecht excuus bestaat uit drie onderdelen: benoemen wat je verkeerd hebt gedaan, erkennen dat je de ander schade hebt toegebracht en uitleggen hoe je de fout rechtzet en herhaling voorkomt. ‘Als je een van deze onderdelen overslaat, ben je je niet aan het verontschuldigen, dan ben je behendig aan het schipperen.’

Lees ook: Leiders falen niet door weerstand, maar door bevestiging

# Bij de voorbereiding

Je kunt niet alles in de groep gooien. Je zult individueel ook lastige gesprekken moeten voeren. Je kunt niet iedereen promotie geven, je zult mensen moeten ontslaan, je krijgt te maken met conflicten, verslavingen, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, noem maar op.

Vergis je niet: een gesprek met iemand voeren over een gevoelig onderwerp is een vaardigheid op zich. Je kunt dat wel degelijk leren.

Eén van de eerste stappen die Wing aanraadt, is een goede voorbereiding. Je moet weten wat voor gesprek je wilt voeren. Wil je in dialoog gaan, of wordt het een monoloog waarin een al genomen beslissing wordt meegedeeld. Zoek je overeenstemming, een compromis of een gezamenlijke oplossing?

Oefen scenario’s

Als je weet wat het doel is, overval mensen dan niet met zo’n gesprek. Begin er niet over bij de koffieautomaat of op de gang. Maak een afspraak, laat de ander weten waar het over zal gaan, zonder al te veel in details te gaan. Dat vastleggen heeft nog een ander voordeel: je wordt gedwongen om dit gesprek door te zetten.

Oefen het gesprek van tevoren met een rollenspel. Je loopt er vast al een tijdje mee rond, geeft Wing aan. Je hebt ongetwijfeld het script in je hoofd en allerlei aannames gemaakt over hoe de ander zal reageren. Als het gesprek toch heel anders verloopt, sta je zo met je mond vol tanden.

Dankzij dat oefenen krijg je meer reacties en scenario’s aangereikt. Bovendien kom je erachter hoe en wanneer je eigen emoties naar boven komen. Ook daar kun je je dan op voorbereiden. Zo maak je het uiteindelijke gesprek gemakkelijker voor jezelf.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

# Bij het afsluiten

Lastige onderwerpen verdwijnen meestal niet na één gesprek. Als leider zorg je ook voor een vervolg. ‘Het zal je verbazen hoe vaak de meningen over wat er besproken is achteraf verschillen’, schrijft Wing. Daarom raadt ze aan om toch het een en ander op papier te zetten: een korte samenvatting en de volgende stappen.

Het onderwerp waarover jullie praten is per definitie voor een van jullie of voor jullie beiden ongemakkelijk. ‘Zelfs als het openlijk bespreken de situatie heeft verbeterd, is het menselijk om te willen dat de bron van dat ongemak op magische wijze verdwijnt.’ Geen vervolgafspraken maken, is ook een manier om dat te doen.

Lukt dat allemaal niet omdat de emoties te hoog op zijn gelopen, probeer dan in ieder geval samen een nieuwe datum te prikken. Zijn de gesprekken afgerond, bekijk dan toch na een maand hoe het gaat. Welke afspraken lopen goed, wat is er nog niet opgelost?

Genoeg over de theorie nu. Knoop dat gesprek aan, want ‘als je niets zegt, verandert er niets’.

Lees ook: AI verandert meer dan de manier van werken: ook de relaties met collega’s gaan eraan

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

In samenwerking met ABN AMRO - Het familiebedrijf overdragen is complex. Wie krijgt welke rol, hoe verdeel je de aandelen en hoeveel zeggenschap houden ouders? Ook bedrijfswaardering en financiering spelen mee, en zakelijk en privé lopen voortdurend door elkaar. Martin en Wiebe Willig van kaasmaker Henri Willig kunnen erover meepraten.

Wiebe en Martin Willig, kaasboerderij Henri Willig

Dit verhaal begint midden jaren 70. Henri Willig en zijn vrouw Riet bouwen hun melkveehouderij om tot kaasmaker. Wat begint als een boerenbedrijf met een bijverdienste, groeit in de decennia die volgen uit tot één van de bekendste kaasconcerns van ons land. Met eigen merken als Henri Willig (bekend van de kleine wielen Goudse kaas in kleurige verpakking, met smaken als komijn, knoflook of truffel), Molenkaas, Polderkaas en de biologische kaaslijn Hooidammer. Omzet? Rond de 95 miljoen euro. De kaasboerderij in Katwoude en de ruim 40 winkels in Nederland, Duitsland en Oostenrijk trekken samen zo’n 6 miljoen bezoekers per jaar. Het zijn behoorlijk indrukwekkende cijfers.

Vader komt vier maanden niet op kantoor

In 2010 draait het bedrijf zijn beste jaar ooit. Vader Henri Willig stelt voor om de dagelijkse leiding over te dragen aan zijn middelste zoon Wiebe, die dan al diverse rollen heeft bekleed in het familiebedrijf. ‘Mijn vader is toen vier maanden niet op kantoor geweest. ‘Dat kun je gerust een motie van vertrouwen noemen’, aldus Wiebe. Het is het begin van een overnametraject dat tot 2024 zal duren, het jaar waarin de drie zonen de aandelen in handen krijgen. De oudste van het stel is Jacob, hij werkt als programmeur bij Henri Willig. Wiebe is zoals gezegd CEO en Martin regelt als financieel directeur alle geldzaken. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de boerderij in Katwoude. Voor hen voelt werken in het bedrijf van kinds af aan al als een soort vanzelfsprekendheid. ‘Ik heb meegeholpen bij de koeien en met het landwerk en vanaf mijn 16e stond ik regelmatig in de winkel. Niet veel later hielp ik in de weekenden mee in de kaasmakerij.’

Het moment

Het moment waarop de bedrijfsopvolging voor Martin echt gaat leven, is zijn keuze voor een studie. Het wordt Voedingsmiddelentechnologie en dat duwt hem al een beetje richting het familiebedrijf. Toch gaat hij na de collegebanken eerst aan de slag bij een groenteversnijder in Noord-Holland. ‘Onze vader vond het een goed idee als we eerst buiten het familiebedrijf aan de slag zouden gaan. Om ervaring op te doen, maar vooral om te zien hoe het in een ander bedrijf aan toe gaat’, vertelt hij. Na anderhalf jaar volgt de definitieve overstap. De kaasmakerij van Willig in Heerenveen draait niet optimaal en Martin wordt gevraagd om de boel daar weer op de rit te krijgen. De ervaring die hij hier opdoet met het stroomlijnen van de bedrijfsprocessen blijkt de juiste bagage voor zijn huidige rol van financieel directeur.

 

Hulp van specialisten

Stap voor stap krijgen de broers in de jaren die volgen steeds meer zeggenschap. Ze worden tijdens dat overnameproces bijgestaan door specialisten, van ABN AMRO onder meer. Dit gaat om kwesties als de waardebepaling en het juridisch structureren van de overdracht.  ‘Zo’n traject is best complex, daar heb je ook echt een fiscalist bij nodig’, aldus Martin. ‘Bij zo’n bedrijfsoverdracht kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met schenkbelasting, erfbelasting en inkomstenbelasting. Een fiscalist weet precies welke vrijstellingen er zijn en aan welke voorwaarden je moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Je wilt uiteindelijk toch een gunstige deal voor jezelf, je broers én je ouders.’

De overname is vormgegeven via de bedrijfsopvolgingsregeling, beter bekend als de BOR. Zo voorkom je dat het familiebedrijf bij een schenking of erfenis in de problemen komt, omdat de opvolgers een flinke belastingaanslag moeten betalen. Bij Henri Willig ging het om een schenking. ‘Zonder die regeling hadden we alle drie een enorme lening moeten aangaan. Dat was een bepaald risico geweest’, aldus Martin.

Om voor de BOR in aanmerking te komen, gelden wel voorwaarden. Zo moeten de ouders het bedrijf al een aantal jaren in bezit hebben en de volgende generatie is verplicht om de onderneming minimaal vijf jaar voort te zetten. Bovendien telt enkel het ondernemingsvermogen mee. Beleggingen en vastgoed die niet voor Henri Willig worden gebruikt, vallen niet onder de vrijstelling.

Het familieberaad als overlegmoment

Eind 2024 is de hele overdracht een feit en komt Henri Willig definitief in handen van de volgende generatie. De drie broers krijgen evenveel aandelen. ‘Onze ouders hebben nog wel stemrecht. We zitten elke maand met de hele familie om tafel tijdens het zogeheten familieberaad, waar het reilen en zeilen van het bedrijf wordt besproken. Wiebe vertelt: ‘Dit is overigens een veelgebruikte constructie bij familiebedrijven. De kinderen krijgen het economische eigendom van de aandelen, maar de ouders houden via het stemrecht invloed op belangrijke beslissingen. ‘Daarnaast is het familieberaad een vast overlegmoment waar we als familie de strategie, rolverdeling en toekomstplannen bespreken. Los van de dagelijkse leiding van het bedrijf’, aldus Martin.

En hun kinderen, lopen die zich al warm voor het bedrijf? ‘Er zijn al wel neefjes en nichtjes die in de winkels werken. En een aantal van hen schuift soms aan bij het familieberaad’, vertelt hij. Toch zijn er nog geen concrete plannen voor een volgende overdracht. ‘Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld nog maar 10 en 8. Toch moeten we hier wel over gaan nadenken’, zegt hij. ‘Zo’n bedrijfsoverdracht vraagt nu eenmaal jaren aan voorbereiding.’

Blik van ABN AMRO


Jeroen van Beveren, business banker bij ABN AMROWat komt er allemaal bij bedrijfsopvolging kijken, en hoe zorg je ervoor dat je op tijd begint? ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de opvolging van het familiebedrijf’, stelt  Jeroen van Beveren, Business Banker bij ABN AMRO. ‘We zien nog regelmatig dat ondernemers vrij laat starten met dit proces. Daardoor blijft er te weinig voorbereidingstijd over om het bedrijf echt goed over te dragen. Een persoonlijk gesprek met een van onze experts is zo gepland.’

Financieel wordt zo’n bedrijfsoverdracht vaak uit meerdere bronnen opgebouwd. Jeroen staat nu een familie bij waarbij twee zoons via een hun eigen holding ieder 40 procent van de aandelen overnemen. Vader behoudt 20 procent van het bedrijf. ‘Een deel van de overdracht financieren we met een 5-jarige lening van ABN AMRO. Daarnaast leent de vader een deel van de koopsom aan zijn zonen. De BOR vult de rest op. Zakelijk en privé lopen daarbij voortdurend door elkaar’, aldus Jeroen. Ook voor kinderen die niet in het bedrijf stappen, moet een eerlijke regeling komen, benadrukt hij. Vaak worden die afspraken bij de notaris vastgelegd.

Bekijk ook

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken