Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

MT-deskundige beantwoordt brandende vragen

MT-deskundige Yvonne Berkhoff, klinisch, arbeids- en organisatiepsycholoog van Berkhoff Consult te Amsterdam, beantwoordt brandende vragen van managers.

“Ik ben directeur van mijn eigen adviesbedrijf waar elf consultants werken en ben vijf jaar geleden voor het laatst op vakantie geweest. Dat is altijd goed gegaan, maar ik merk dat ik er nu graag even een paar weken tussenuit wil. Hoe kan ik met een gerust gevoel weggaan?”


Ik ga ervan uit dat uw consultants het vertrouwen genieten van uw opdrachtgevers. Nu uw vertrouwen nog. Ga met uw senior consultants rond de tafel zitten en bespreek hoe zij u op effectieve wijze gaan vervangen. Maak duidelijke afspraken zodat ze ook van elkaar goed weten wie wat gaat doen. Er bestaat een uitdrukking die luidt: ‘een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis’. Een fijne vakantie gewenst en probeer niet vaker dan om de dag even te bellen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Waarom Oranje-spits Brian Brobbey ons laat zien dat A-players niet bestaan

Bedrijven jagen massaal op toptalent dat direct impact maakt en collega's naar een hoger niveau tilt. Die focus is misplaatst, schrijft Marc Vollebregt. 'De echte vraag is niet hoe je A-players binnenhaalt, maar hoe je een organisatie bouwt waarin mensen A-players kunnen worden. Kijk maar naar Oranje-spits Brian Brobbey.'

Is Brian Brobbey nu wel of niet een A-player? Volgens columnist Marc Vollebregt is dat de verkeerde vraag. Foto: Getty Images

Organisaties zijn er dol op: A-players. De uitzonderlijke talenten. Medewerkers die vanaf dag één leveren, geen begeleiding nodig hebben en de organisatie op sleeptouw nemen.

In boardrooms, op conferenties en in vacatures klinkt het alsof succes vooral een kwestie is van A-players binnenhalen. Heb je ze, dan volgen de resultaten vanzelf. Maar wat als dit idee fundamenteel niet klopt?

Business on steroids

Laten we kijken naar een voorbeeld uit een wereld waar het nóg meer dan in de gemiddelde organisatie draait om talent, prestaties en geld. Waar de druk nóg hoger is. En waar de media ook nog eens bovenop zit. Business on steroids zullen we maar zeggen. Laat me je meenemen naar de wereld van… voetbal. Want binnen het voetbal zijn clubs altijd op zoek naar de grootste talenten. Hun A-players.

Zo ook Brian Brobbey. Een voetballer die bij Ajax al op jonge leeftijd werd gezien als een groot talent. Hij was fysiek sterk, een vechter, en dodelijk in de zestien. Allemaal kwaliteiten om de absolute top te bereiken en Oranje’s toekomstige spits.

Na een mislukt uitstapje naar RB Leipzig kwam Brobbey weer terug naar Ajax om afwisselend te presteren. Het ene seizoen topscorer van de club, het andere seizoen bijna onzichtbaar. En toen kwam de kritiek. Marco van Basten en zelfs bondscoach Ronald Koeman twijfelden openlijk aan Brobbey’s kwaliteiten. Technisch beperkt en niet eens in staat de volle negentig minuten te spelen. Kortom: niet goed genoeg voor de top.

Lees ook: De meeste organisatiewaarden zijn corporate kletspraat, begin met de werkelijkheid

Wat niemand toen wist: hij werd lange tijd afgeperst en bedreigd, met aanslagen op zijn huis, auto’s en een vriend die neergeschoten werd.
Brobbey vertrekt vervolgens naar Sunderland in Engeland. En wat gebeurt er? Hij bloeit op, speelt vrij en met vertrouwen.

Hij wordt topscorer van de net gepromoveerde club en dwingt Europees voetbal af; een van de beste seizoenen ooit voor de Engelse club. Uitgerekend Koeman selecteert hem voor het WK. En je raadt al waar dit verhaal heengaat: afgelopen weekend scoort Brobbey binnen zeventien minuten twee keer tegen Zweden en is hij in één klap dé spits van Oranje.

Verkeerde vraag

Dus, is Brobbey nu wel of niet een A-player? Het eerlijke antwoord: dit is de verkeerde vraag. Wellicht is hij iets sterker geworden of heeft hij net wat meer ervaring sinds hij bij Ajax speelde. Maar zijn kwaliteiten zijn grotendeels hetzelfde gebleven.

Wat bij Brobbey veranderde, was de context. De coach. De manier van spelen. De duidelijke verwachtingen. Het vertrouwen. De connectie met andere spelers. De duidelijkheid over z’n rol. En gelukkig ook zijn persoonlijke situatie, waar de meesten niet van wisten.

De ommekeer van Brobbey is geen uitzondering in het voetbal. Kevin de Bruyne en Mo Salah die beiden niet doorbraken bij Chelsea maar later de sterren van de hemel speelden bij hun latere clubs Manchester City en Liverpool. Of Bergkamp die ‘het spelletje verleerd’ was bij Inter Milan, om vervolgens een van de absolute sterspelers van een ongeslagen Arsenal te worden. En het lijstje is nog veel langer.

Label

In het bedrijfsleven doen we precies hetzelfde. We labelen medewerkers als high-performer, gemiddeld, of onvoldoende. Alsof hun presteren een vaste eigenschap is. Maar die prestaties staan nooit los van de omgeving.

Een organisatie kan chaotisch zijn. Slechte samenwerking. Politiek. Onduidelijke doelen. Wisselende prioriteiten. Onuitgesproken verwachtingen. Gebrek aan psychologische veiligheid. Een negatieve beoordeling. Of iemand kan in een moeilijke persoonlijke situatie zitten. In zo’n context wordt zelfs het grootste talent onzeker, voorzichtig en middelmatig.

Lees ook: Waarom het gesprek bij het koffiezetapparaat het belangrijkste is dat je vandaag hebt

Gelukkig werkt het ook andersom. Je hebt vast wel eens meegemaakt dat een medewerker boven zichzelf uitstijgt, in een context waar vertrouwen is, waar verwachtingen kristalhelder zijn, en waar collega’s van elkaar weten hoe het persoonlijk gaat. Mensen die eerst als middelmatig werden gezien, staan op en worden de dragers van de organisatie. Niet omdat ze veranderd zijn, maar omdat de organisatie dat is.

De focus op A-players is comfortabel. Het verlegt de verantwoordelijkheid naar het individu. Als iemand niet presteert, ligt het aan hem of haar.  Niet aan het leiderschap of aan de cultuur.

Medewerkers presteren zelden onder druk en in chaos, laat staan door wantrouwen. Ze floreren dankzij vertrouwen, duidelijkheid en verbinding.
Laat Brian Brobbey je inspireren. Stel niet meer de vraag: waar vinden wij onze A-players? Maar vraag jezelf af: hoe worden wij een organisatie waarin mensen A-player kunnen worden?

Van Tata tot Tesla: de meeste organisaties zijn ‘schaambedrijven’, vindt Sven Rickli

Stel dat jouw bedrijf morgen verdwijnt. Wie zou dat echt merken? Volgens Sven Rickli, grondlegger van de Menselijke Revolutie, is het antwoord pijnlijk: bijna niemand. Dat maakt de meerderheid van organisaties in zijn ogen tot ‘schaambedrijven’. Van Tesla tot Tata.

sven-rickli
Sven Rickli: De meerderheid van de organisaties in Nederland, 246.000 stuks, zal over tien jaar niet meer bestaan. Foto: Sanne Boertien

De meerderheid van de organisaties in Nederland, 246.000 stuks, zal over tien jaar niet meer bestaan. Een gedurfde voorspelling van Sven Rickli, grondlegger van de Menselijke Revolutie. Een beweging en stichting die leiders dringend oproept om bedrijven te hervormen, met de mens als uitgangspunt.

Het zijn geen foute of slechte bedrijven, maar ze hebben eigenlijk geen bestaansrecht. ‘Het zijn schaambedrijven’, zegt hij tegen MT/Sprout. ‘Bedrijven waar je je voor zou moeten schamen als je er werkt, als je ermee samenwerkt of als je er iets van koopt.’ Shell noemt hij meteen als voorbeeld. ‘Tien jaar geleden was je heel trots als je een young professional bij Shell was. Tegenwoordig zeg je dat niet meer op een verjaardag.’

Schaambedrijven zijn ontworpen op commerciële kansen, ambities om te groeien, veel geld verdienen, of uit gemak, nabootsingsgedrag en zelfs gewoon ‘omdat het kon’. Dat maakt ze vervangbaar, misbaar en inwisselbaar. Ze dienen de maatschappij namelijk niet, maar ze zorgen wel voor schade.

Leiders in het donker

Die asociale mindset is passé. Leiders die zich zo gedragen, genre Donald Trump of Elon Musk, zijn ‘leiders in het donker’, de laatste uitwassen van een oud tijdperk, schetst hij. Er staan steeds meer nieuwe leiders op. Ze staan in het licht en verenigen zich, stropen hun mouwen op om ‘heel veel te geven’.

Bas van der Veldt, de ceo van Afas, is volgens hem zo’n voorbeeld, maar er zijn er veel meer. Van der Veldt geeft onder meer de tijd die met technologie wordt gewonnen terug aan zijn medewerkers en aan de maatschappij. Ze werken vier dagen in de week en worden vijf dagen per week betaald.

Dat minder werken vertaalt zich terug in meer productiviteit. ‘Dat is win-win, één plus één is elf. Het is ook een denkfout dat als je goed bent voor de wereld dat dit ten koste gaat van je businessmodel.’

Generatie Z (en de generaties daarna nog veel meer) is de schaambedrijven al aan het challengen, geeft Rickli aan. Zij zijn de nieuwe consumenten, maar ook de nieuwe medewerkers. ‘Zij hebben andere waarden en als ze die matchen met bedrijven, dan kiezen ze dus voor een ander type bedrijven.’

Lees ook: Afas-ceo Ban van der Veldt over het verhaal dat 700 collega’s muisstil maakte

Schade gaat over meer

Niet de bedrijven die actief zijn in gokken, roken, alcohol en ongezonde voeding. Die in gas- en olie, elektriciteit, grootschalige landbouw en vervuilende industrie evenmin. Eigenlijk zijn dat de klassieke sectoren die al langer onder vuur liggen.

Rickli rekt het begrip schade nog veel verder op. Bedrijven die hun mensen ziek maken. Facturen zo laat mogelijk betalen. Ceo’s zoveel meer laten verdienen dan werknemers. Het opzeggen van abonnementen moeilijk maken. Van Tesla tot Tata, allemaal schaambedrijven.

Een gewetensvraag die deze bedrijven zich zouden moeten stellen: zou jij je dochter, zoon, partner of beste vriend jouw eigen product of dienst aanraden, met hetzelfde contract en dezelfde voorwaarden? ‘Bij Facebook en TikTok laat niemand laat zijn of haar kinderen toe op smartphones. Ze weten daar donders goed wat de impact is van hun producten. Dat zijn pure schaambedrijven.’

Meer bewustwording

Voor hem heeft een organisatie pas bestaansrecht als die iets toevoegt aan de mensheid. Bestaansrecht omschrijft hij als een rekensom: trek de maatschappelijke schade die wordt gemaakt af van de maatschappelijke bijdrage die wordt geleverd. Die rekensom zal voor het grootste deel van de organisaties op een min uitkomen.

Schaamte is een negatieve trigger, beseft hij, maar met een positief effect. Bedrijven kunnen eraan gaan werken ‘om verlossing te krijgen uit die verdoemenis’. Als ze dat niet doen, dan heeft de mensheid nog altijd het laatste woord. ‘Als wij besluiten daar niet meer te werken of te kopen, dan vallen ze om. Alleen staat die bewustwording nog in de kinderschoenen.’

Rickli klimt als erkend dwarsdenker en expert in mensgerichtheid al jaren op heel wat podia om die bewustwording te laten groeien. Als Top Voice op LinkedIn heeft hij al 40.000 volgers verzameld. Hij is ondernemer, onder meer founder van organisatieadviesbureau Nolost, om mensgerichtheid in de praktijk te brengen bij bedrijven.

Werk is geen bijzaak

Dat werkt, want meer dan 13.000 volgers en 6.000 leden hebben zich bij deze mensgerichte beweging aangesloten. Grote spelers, zoals Afas, Zeeman, Hema, Jumbo en de Efteling, maar ook bekende thought leaders, zoals Rutger Bregman, Ben Tiggelaar en Paul Polman. Dat is al scoren, maar Rickli wil meer, veel meer.

Hij heeft daarom net een nieuw boek uit: Menselijke Revolutie. Daarin biedt hij vooral leiders handvaten en praktische stappen voor hun organisatie. ‘Je veegt de trap toch ook van boven naar beneden.’

Het oude mensbeeld, het machinale denken met mensen die handjes zijn, middelen of resources, haalt Rickli als eerste onderuit. Werk is geen bijzaak, mensen investeren een groot deel van hun kostbare leven, tijd energie en aandacht in de organisaties waar ze voor werken. Wie werk ontwerpt, ontwerpt dus levens, redeneert hij.

Spiegel voorhouden

Wie die macht heeft, heeft ook de morele plicht om die systemen menswaardiger te maken. Leiders verschuilen zich nog te vaak achter het systeem, achter markten en hoe het nu eenmaal werkt. Dat vindt Rickli te gemakkelijk. Marktvraag is geen morele vrijbrief. En leiders zijn onderdeel van het systeem. ‘Niet alles is maakbaar, maar door leiders is het systeem wel beïnvloedbaar.’

Rickli benadrukt dat hij ‘niet normerend’ wil zijn, oordelen wil geven over goed of slecht. Hij wil leiders vooral een spiegel voorhouden. De meeste leiders willen ook wel echt bijdragen aan de samenleving, maar antwoord geven over hoe ze dat moeten doen helpt niet, is zijn ervaring. Andere vragen stellen wel, daarmee krijgt hij ze ‘uit hun tunnelvisie’.

Zo stelt hij aan bestuurders in een Amsterdamse boardroom die uitkijkt op een wijk vol armoede de vraag of het goed voelt om miljoenen te verdienen en tegelijkertijd naar armoede te kijken.

‘Stilte, maar daarna volgde toch een soort ontwaken. Ik rij hier al jaren naartoe, zei iemand, en ik heb het nooit gezien.’ Inmiddels is er verbinding gemaakt met de wijk en draagt het bedrijf een positiever steentje bij. ‘Je bent als organisatie zo gezond als je ecoysteem, en dat is dus ook de samenleving om je heen.’

Lees ook: Zichtbare ceo’s: reputatieboost of risico?

Andere vragen stellen

Om de omschakeling naar besturen op basis van bestaansrecht te kunnen maken, moeten leiders anders gaan denken, legt Rickli uit. Vanuit verlies, want leiders zijn opgeleid met winnen. Daarvoor moeten ze ‘tegenfeitelijke vragen’ gaan stellen.

Die zijn confronterend, ongemakkelijk zelfs, maar het zijn ook eyeopeners:

  • Wat verliest de maatschappij als jouw organisatie niet meer bestaat?
  • Wat verliest de markt als jouw aanbod verdwijnt?
  • Wat verliezen medewerkers als jouw werkgeverschap wegvalt?
  • Wat verliezen mensen wanneer jouw leiderschap ontbreekt?

Als het antwoord weinig tot niets is, dan is er werk aan de winkel. Dan staan hun bestaansrecht en dus hun toekomst op het spel.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Bedrijven komen met deze vragen vaak terug bij hun oorsprong, is de ervaring van Rickli. ‘Wat was die ondernemersdroom in het begin? Heel vaak blijkt die nog supergoed voor het hier en nu te zijn. Dat is de essentie waar verder op kan worden gebouwd, de rest is ruis en kan geschrapt worden. Wil je vooruitkijken, heb dan oog voor de wortels van je bedrijf.’

Radicaal eerlijk

Er zijn voorbeelden genoeg van bedrijven die er wel in slagen om een positieve bijdrage te leveren. De kletskassa van Jumbo, de bedankkaartjes van DHL Express, mensen aannemen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Hutten Catering, de namen in goud in de kleedkamer van installatiebedrijf Verspeek. Hij wil zo inspireren, aanzetten tot bewegen en organisaties transformeren.

Waar kunnen leiders vanaf morgen mee beginnen? Door met hun directieteam de antwoorden op de tegenfeitelijke vragen te gaan bedenken. Op alle niveaus: maatschappij, markt (klanten en keten), medewerkers en ‘jezelf als mens in de rol van leider.’.

Ga daarbij niet meteen in de actiestand, maar kies echt voor de reflectie. ‘En wees dan radicaal eerlijk. Ben je blij met de antwoorden? Zijn er een paar dingen waar je heel trots op bent? Zijn er dingen waar je je voor schaamt? Ga daar dan aan werken. En bouw de dingen waar je trots op bent, ook meteen uit.’

Lees ook: Sommige leiders floreren in chaos dankzij deze 4 eigenschappen

Nieuw onderzoek bevestigt trend: helft ceo’s van AEX-bedrijven is niet-Nederlands

Buitenlandse bazen aan de top: het is geen toeval meer, maar een trend. Bij de helft van de AEX-bedrijven staat inmiddels een niet-Nederlander aan het roer, zo blijkt uit een nieuw rapport. Toch vragen bedrijven nog altijd om een Nederlandse ceo, tenzij er een 'betere buitenlander' is.

Alleen in Zwitserland valt de keuze nog vaker op een ceo uit het buitenland. Foto: Getty Images

Wie wordt de nieuwe ceo van Heineken? Als statistieken een goede voorspeller zijn, is de kans groot dat het een niet-Nederlander wordt. Misschien halen ze hem of haar wel uit Frankrijk, gezien de populariteit van Franse topmannen en -vrouwen in Nederland. ASML, ABN Amro, AkzoNobel en Ahold Delhaize hebben er namelijk al één.

‘Het is wel een trend’, zegt Imke Lampe tegen MT/Sprout. Ze is managing partner voor Nederland bij leiderschapsconsultant Heidrick & Struggles en daarmee zoekt ze zelf ook naar dit soort profielen. Nederland ligt goed in de markt bij de Franse executives. Maar deze toppers scoren ook hoog met hun internationale carrières. ‘Het zijn niet typische Fransen, want dat zou met de Nederlandse cultuur best een uitdaging kunnen worden.’

De Fransen zijn veel hiërarchischer, geeft ze aan. ‘Als ze zeggen dat ze naar links gaan, dan zijn ze gewend dat er ook naar links wordt gegaan. De gemiddelde Nederlander gaat dat ter discussie stellen. Die wil naar rechts en wel hierom. Dat zorgt voor een andere dynamiek in de boardroom. Idealiter heeft zo’n ceo al een keertje voor een Nederlandse vestiging gewerkt, met Nederlandse mensen in zijn team, of een tijd in Nederland gewoond of gewerkt. Dat maakt de kans op succes groter.’

Steeds meer buitenlandse ceo’s

Zo’n Franse ceo heeft ook voordelen, hoort ze vanuit de boardroom. ‘Ze nemen eigenaarschap. Ze zijn verantwoordelijk en ze gaan het fixen. Waar het in de Nederlandse cultuur toch vaak meer is van wij. Ik merk dat raden van commissarissen dat ownership als heel plezierig ervaren.’

Botsingen met het typisch Nederlandse poldermodel staan niet alleen Franse ceo’s te wachten. Buitenlandse ceo’s worden steeds meer een dingetje in Nederland. De cijfers bevestigen dat ook. Voor het tweede jaar op rij is het aandeel van buitenlandse ceo’s bij de AEX-bedrijven gestegen: van 39 procent in 2023 naar 50 procent nu.

Alleen in Zwitserland valt de keuze nog vaker op een ceo uit het buitenland. Dat blijkt uit de nieuwste editie van het rapport Route to the top 2026 van Heidrick & Struggles. ‘Zwitserland en Nederland zijn super internationaal’, zegt Lampe. ‘Bij beursgenoteerde bedrijven gaat het toch vaak wat meer om aandeelhouderswaarde dan om samenlevingswaarde. Maar voor de Nederlandse samenleving zouden wat meer Nederlanders goed zijn op deze rollen.’

Lees ook: Zichtbare ceo’s: reputatieboost of risico?

Minder oranjegevoel

Dat sluit aan bij de oproep van Philips-ceo Roy Jakobs, die eerder in het FD zijn zorgen uitsprak over het groeiende aantal buitenlanders aan de top bij Nederlandse bedrijven. ‘Een Nederlandse ceo brengt automatisch het Nederlandse belang mee aan internationale tafels’, aldus Jakobs.

De topman kreeg bijval van onder meer oud-topman van Unilever Antony Burgmans, die vindt dat ‘het oranjegevoel’ in het bedrijfsleven aan het dalen is. Al kwam het hem ook op een uitbrander van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) te staan. Voorzitter Gerben Everts herkent die zorgen niet en wil niet ‘denken in termen van nationalisme’, zei hij op BNR.

Toch krijgt Lampe van elke cliënt nog altijd de vraag: ‘Liefst een Nederlander, tenzij er een betere buitenlander is.’ Daarbij gaat het ook om de beschikbaarheid. ‘We hebben de perfecte Nederlander gevonden, maar die komt pas over twee jaar vrij. Bedrijven moeten nu iemand hebben, het komende jaar. Daar lopen we natuurlijk ook vaak tegenaan. En dan ga je kijken: wat is het beste buitenlandse alternatief? Nederland is uiteindelijk maar een klein landje.’

Spoeling is dunner

De spoeling is echt wel wat dunner geworden, merkt ze op. ‘Nederland heeft, ondanks zijn bescheiden omvang, in het verleden altijd opvallend veel goede leiders voortgebracht. Dat percentage is nu wat lager. Maar dat zijn mijn eigen woorden, dat staat niet in het onderzoek.’

Een van de verklaringen hiervoor ligt ook in het verleden. Nederland had stevige leiderschapsprogramma’s waarin heel wat mensen naar het buitenland werden gestuurd, om zich te ontwikkelen en zo uiteindelijk ceo te worden. Die vanzelfsprekendheid is aan het verdwijnen.

Grote bedrijven als Shell of Unilever zijn inmiddels niet meer Nederlands en bouwen hun ontwikkelprogramma’s af, of halen ze helemaal weg. ‘Uiteraard speelt ook mee dat er tegenwoordig vaker twee partners werken.’

Het is gewoon moeilijker geworden om talenten zo’n heel traject te laten doorlopen. ‘De ervaring leert wel dat je daardoor hele goede leiders ontwikkelt. En als jij ceo bent van een land, dan heb je eigenlijk vaak toch een beetje je eigen toko. Waardoor je superveel leert over hoe je een organisatie van A tot Z runt.’

Lees ook: Deze 6 hardnekkige mythes houden vrouwen buiten de boardroom

Impact op hele ecosysteem

Jakobs vreest dat de impact van niet-Nederlandse ceo’s op het hele ecosysteem te voelen zal zijn. Dat herkent Lampe ook, maar dat is ook logisch, geeft ze aan. Als er in het verleden goed is samengewerkt met een Franse of Britse partner, dan zal die ook in Nederland worden uitgenodigd. ‘Het gaat toch uiteindelijk om vertrouwen in elkaar; ga je kunnen leveren? Net als met Nederlanders onderling is dat ook met Fransen onderling.’

Ze vindt het positief dat in de boardroom steeds meer een hang naar Europese partijen ontstaat. ‘Dat is een levendige discussie momenteel en dat komt door alle geopolitieke spanningen. De board wil zich steeds minder afhankelijk maken van grootmachten zoals de VS en China.’

En over vertrouwen gesproken: niet-Nederlandse ceo’s nemen ook hun vertrouwelingen mee naar hun nieuwe werkgever. Het directieteam zal meestal snel worden aangepast. ‘Zo gaat dat in elke cultuur, ook een Nederlander die in het buitenland wordt benoemd tot ceo doet dat.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Feeling behouden

Het is belangrijk om in elk leiderschapsteam een aantal Nederlanders te behouden, vindt Lampe. In de raad van bestuur of in de raad van commissarissen, en liefst in beide. ‘Om die feeling met de Nederlandse maatschappij, politiek en dergelijke te houden. Je moet iemand hebben met dat lijntje naar Den Haag of VNO-NCW. Dat is essentieel om succesvol te kunnen zijn als bedrijf.’

Lampe benadrukt dat het bij de keuze van ceo’s puur om kwaliteit en competenties gaat. Die geven uiteindelijk de doorslag. ‘Ben je flexibel, kun je snel leren, heb je een bepaalde veerkracht? Kun jij je leiderschapsteam meekrijgen? En heb je een bepaalde visie die je ook kunt overbrengen? Dat is waarom mensen worden benoemd in deze rol. Als we dat als Nederland belangrijk vinden, dan moeten we mensen daar ook in ontwikkelen.’

Daar kunnen bedrijven maar beter snel aan beginnen, zo blijkt ook uit het onderzoek. Interne kandidaten wacht een fors langere route naar de top, vergeleken met onze buurlanden. Daar zit het gemiddelde op negen jaar. Dat was in Nederland tot 2023 ook zo, maar vandaag is dat opgelopen naar bijna vijftien jaar.

‘Maar de leeftijd van ceo’s is nog steeds 50 jaar, wat gemiddeld is in Europa’, zegt Lampe. ‘Dus als jij op je 35ste beslist dat je ceo wil worden, kan het nog vijftien jaar duren voordat je die stoel te pakken hebt. En buitenlandse ervaring blijft daarbij een grote plus.’

Lees ook: De ceo’s die alles kan en eindeloos meegaat? Vergeet het maar