Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Waarom Brian Brobbey ons laat zien dat A-players niet bestaan

Bedrijven jagen massaal op toptalent dat direct impact maakt en collega's naar een hoger niveau tilt. Die focus is misplaatst, schrijft Marc Vollebregt. 'De echte vraag is niet hoe je A-players binnenhaalt, maar hoe je een organisatie bouwt waarin mensen A-players kunnen worden. Kijk maar naar Oranje-spits Brian Brobbey.'

Foto: Getty Images

Organisaties zijn er dol op: A-players. De uitzonderlijke talenten. Medewerkers die vanaf dag één leveren, geen begeleiding nodig hebben en de organisatie op sleeptouw nemen.

In boardrooms, op conferenties en in vacatures klinkt het alsof succes vooral een kwestie is van A-players binnenhalen. Heb je ze, dan volgen de resultaten vanzelf. Maar wat als dit idee fundamenteel niet klopt?

Business on steroids

Laten we kijken naar een voorbeeld uit een wereld waar het nóg meer dan in de gemiddelde organisatie draait om talent, prestaties en geld. Waar de druk nóg hoger is. En waar de media ook nog eens bovenop zit. Business on steroids zullen we maar zeggen. Laat me je meenemen naar de wereld van… voetbal. Want binnen het voetbal zijn clubs altijd op zoek naar de grootste talenten. Hun A-players.

Zo ook Brian Brobbey. Een voetballer die bij Ajax al op jonge leeftijd werd gezien als een groot talent. Hij was fysiek sterk, een vechter, en dodelijk in de zestien. Allemaal kwaliteiten om de absolute top te bereiken en Oranje’s toekomstige spits.

Na een mislukt uitstapje naar RB Leipzig kwam Brobbey weer terug naar Ajax om afwisselend te presteren. Het ene seizoen topscorer van de club, het andere seizoen bijna onzichtbaar. En toen kwam de kritiek. Marco van Basten en zelfs bondscoach Ronald Koeman twijfelden openlijk aan Brobbey’s kwaliteiten. Technisch beperkt en niet eens in staat de volle negentig minuten te spelen. Kortom: niet goed genoeg voor de top.

Lees ook: De meeste organisatiewaarden zijn corporate kletspraat, begin met de werkelijkheid

Wat niemand toen wist: hij werd lange tijd afgeperst en bedreigd, met aanslagen op zijn huis, auto’s en een vriend die neergeschoten werd.
Brobbey vertrekt vervolgens naar Sunderland in Engeland. En wat gebeurt er? Hij bloeit op, speelt vrij en met vertrouwen.

Hij wordt topscorer van de net gepromoveerde club en dwingt Europees voetbal af; een van de beste seizoenen ooit voor de Engelse club. Uitgerekend Koeman selecteert hem voor het WK. En je raadt al waar dit verhaal heengaat: afgelopen weekend scoort Brobbey binnen zeventien minuten twee keer tegen Zweden en is hij in één klap dé spits van Oranje.

Verkeerde vraag

Dus, is Brobbey nu wel of niet een A-player? Het eerlijke antwoord: dit is de verkeerde vraag. Wellicht is hij iets sterker geworden of heeft hij net wat meer ervaring sinds hij bij Ajax speelde. Maar zijn kwaliteiten zijn grotendeels hetzelfde gebleven.

Wat bij Brobbey veranderde, was de context. De coach. De manier van spelen. De duidelijke verwachtingen. Het vertrouwen. De connectie met andere spelers. De duidelijkheid over z’n rol. En gelukkig ook zijn persoonlijke situatie, waar de meesten niet van wisten.

De ommekeer van Brobbey is geen uitzondering in het voetbal. Kevin de Bruyne en Mo Salah die beiden niet doorbraken bij Chelsea maar later de sterren van de hemel speelden bij hun latere clubs Manchester City en Liverpool. Of Bergkamp die ‘het spelletje verleerd’ was bij Inter Milan, om vervolgens een van de absolute sterspelers van een ongeslagen Arsenal te worden. En het lijstje is nog veel langer.

Label

In het bedrijfsleven doen we precies hetzelfde. We labelen medewerkers als high-performer, gemiddeld, of onvoldoende. Alsof hun presteren een vaste eigenschap is. Maar die prestaties staan nooit los van de omgeving.

Een organisatie kan chaotisch zijn. Slechte samenwerking. Politiek. Onduidelijke doelen. Wisselende prioriteiten. Onuitgesproken verwachtingen. Gebrek aan psychologische veiligheid. Een negatieve beoordeling. Of iemand kan in een moeilijke persoonlijke situatie zitten. In zo’n context wordt zelfs het grootste talent onzeker, voorzichtig en middelmatig.

Lees ook: Waarom het gesprek bij het koffiezetapparaat het belangrijkste is dat je vandaag hebt

Gelukkig werkt het ook andersom. Je hebt vast wel eens meegemaakt dat een medewerker boven zichzelf uitstijgt, in een context waar vertrouwen is, waar verwachtingen kristalhelder zijn, en waar collega’s van elkaar weten hoe het persoonlijk gaat. Mensen die eerst als middelmatig werden gezien, staan op en worden de dragers van de organisatie. Niet omdat ze veranderd zijn, maar omdat de organisatie dat is.

De focus op A-players is comfortabel. Het verlegt de verantwoordelijkheid naar het individu. Als iemand niet presteert, ligt het aan hem of haar.  Niet aan het leiderschap of aan de cultuur.

Medewerkers presteren zelden onder druk en in chaos, laat staan door wantrouwen. Ze floreren dankzij vertrouwen, duidelijkheid en verbinding.
Laat Brian Brobbey je inspireren. Stel niet meer de vraag: waar vinden wij onze A-players? Maar vraag jezelf af: hoe worden wij een organisatie waarin mensen A-player kunnen worden?