Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

MT Carriere – Kortjes

Maandsalarismeter C

Cartograaf, €.3623

Civiel ingenieur, €7.083

Conservator, €3.800

GELDQUOTE

‘Als iemand geld nodig heeft, heeft hij geld nodig, en geen hoofdpijnpoeder of gebed'

William Feather  Amerikaans schrijver en zakenman (1888-1981) 

De place to be

"Netwerken is gemakkelijker als de sfeer ontspannen is en de omstandigheden niet te formeel zijn. Wij organiseren onze wekelijkse netwerkbijeenkomsten dan ook altijd rond lunchtijd. De locaties verschillen; de ene keer houden we de bijeenkomst in een hotel-restaurant, de keer erna op een luxe, afgelegen, landgoed. Dé ideale netwerkplek bestaat niet voor ons, het belangrijkste aspect van een geslaagde locatie is dat de sfeer er goed is en uitnodigt tot ontspannen gesprekken. Met een broodje in de hand doen de deelnemers tijdens onze lunchsessies dan ook altijd veel nieuwe en bruikbare contacten op."

Henno Vos (39), Managing Director Flevum

DE BESTE  TIP VAN….

Martien van Winden (51), directeur Beleggingsfonds Hoofbosch

"Van een collega belegger bij Robeco, 25 jaar geleden, kreeg ik dé tip van mijn carrière: ‘in de beleggingswereld bestaan cadeautjes niet'.

Deze tip heeft mij geholpen om de stap te maken van 'naïeve' belegger naar 'realistische' belegger. Ik leerde een heel belangrijke les: ‘als je de ene dag een klapper maakt, kun je de volgende dag net zo hard vallen'. Dus kijk eerder naar de prestaties van een bedrijf over de afgelopen 15 jaar dan naar kortetermijn-fluctuaties op de markt. Een heel waardevol en mijn beste advies."

ZIJN BAAN IS ….

A Coördinator Sponsorzaken

B Manager Vitaliteit

C Directeur Sales

Maarten de Wild (49) is International Sales Director van credit management organisatie OnGuard

"Mijn dagelijkse activiteiten bestaan vooral uit het acquireren van nieuwe prospects buiten Nederland. Na het vuurtje te hebben aangewakkerd (meestal per telefoon), gaan we de prospect bezoeken. Vaak zitten we in landen als Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk of Spanje. Één van de voorwaarden voor zo'n jachtig bestaan is wel dat de organisatie je de mogelijkheid biedt om af en toe te ontspannen. Dit doe ik graag op de fiets. Het liefst in de bergen, waar je ook het uiterste uit jezelf moet halen. Zo combineer je beide uitdagingen."

‘Labor ipse voluptas' (werk is op zichzelf al een genot)

Marcus Manilius

EEN SLECHT VOORBEELD

 "Wat ik een slecht voorbeeld vind, zijn managers die zich bij alles wat niet goed gaat verschuilen achter anderen. Achter hun team dat niet functioneert of niet compleet is, andere afdelingen die hun werk niet gedaan hebben of markten die opeens (ondanks onmiskenbare groeicijfers) kleiner zijn geworden. Niemand om ze heen gelooft het meer, relaties met de zogenaamde zondebokken worden (nog) slechter en het eigen team voelt zich in de steek gelaten. Zeer improductief allemaal, terwijl de manager die zich op zijn verantwoordelijkheden laat aanspreken juist respect, steun en bereidwilligheid oogst."

Boris Scheepers (42), marketingmanager Management Team & Sprout:

BESTE ZAKENRESTAURANT

"Een goede plek voor een zakelijke lunch is in Den Haag niet eenvoudig te vinden. Te chique, te massaal of te gewoon. Gelukkig kan ik iedereen Brasserie Ninaber van Eyben aanraden. Vlakbij de Tweede Kamer bieden zij een sfeer die een goed gesprek stimuleert en een kaart die uitnodigt om niet snel af te ronden. Zelf lunch ik doorgaans niet zo zwaar en ik vind het om die reden fijn dat je bij hen ook gewoon brood – heerlijke kloostermoppen- kunt bestellen. Ze schenken verder ook nog eens prima wijn."

Robin van Barneveld (32), regiodirecteur Randstad Search & Selection

CARRIEREBLUNDER

"Mijn eerste baan als algemeen directeur was bij een softwarebedrijf waar een nogal negatieve bedrijfscultuur heerste. Om de klaagcultuur te doorbreken had ik, na alles al uit de trainingenkast te hebben getrokken en ellenlange gesprekken met medewerkers gevoerd te hebben, een externe consultant uitgenodigd. In het bijzijn van de Amerikaanse ceo, begon deze aan een imposante presentatie die na enkele uren eindigde met ‘… dan is het tijd voor FIFO; niet het acroniem voor ‘first in, first out', maar voor ‘fit in or fuck off'. Het werd mij pijnlijk duidelijk dat dergelijke directheid niet geapprecieerd werd door de ceo en de overige overzeese collega's. Saillant detail daarbij was dat de ceo nogal religieus was. Als blikken konden doden. Bijna een ‘career limiting move'…."

Marcel E. Smit (44), CEO Q-go

ALS IK LATER GROOT BEN

Wim Rietdijk (52), countrymanager Compuware

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

"Op de lagere school speelde ik graag voetbal. Fysiek gezien was ik geen uitblinker, want ik was één van de kleinste spelers. Ik moest het meer hebben van mijn strategische en tactische inzet. Ik wist precies wie waar moest gaan staan en wat ze moesten doen om te winnen. Eenmaal op de middelbare school was een van mijn favoriete vakken natuurkunde. Ik weet nog dat ik hier een examen voor heb gedaan en dat mijn leraar mijn berekening had afgekeurd. Het was niet volgens de procedure, dus had hij er verder geen oog voor. De corrector zag dat ik weliswaar een andere manier had gebruikt, maar het was wél goed. Ik ben uiteindelijk natuurkunde gaan studeren en later wiskunde en informatica. Inmiddels denk ik niet meer zo na over hoe ik het technisch anders kan aanpakken, maar ben ik vooral bezig met het managen van mensen. Dat is soms ook nogal een uitdaging!"

 

Het familiebedrijf naar de volgende generatie, daar komt financieel veel bij kijken

In samenwerking met ABN AMRO - Het familiebedrijf overdragen is complex. Wie krijgt welke rol, hoe verdeel je de aandelen en hoeveel zeggenschap houden ouders? Ook bedrijfswaardering en financiering spelen mee, en zakelijk en privé lopen voortdurend door elkaar. Martin en Wiebe Willig van kaasmaker Henri Willig kunnen erover meepraten.

Wiebe en Martin Willig, kaasboerderij Henri Willig

Dit verhaal begint midden jaren 70. Henri Willig en zijn vrouw Riet bouwen hun melkveehouderij om tot kaasmaker. Wat begint als een boerenbedrijf met een bijverdienste, groeit in de decennia die volgen uit tot één van de bekendste kaasconcerns van ons land. Met eigen merken als Henri Willig (bekend van de kleine wielen Goudse kaas in kleurige verpakking, met smaken als komijn, knoflook of truffel), Molenkaas, Polderkaas en de biologische kaaslijn Hooidammer. Omzet? Rond de 95 miljoen euro. De kaasboerderij in Katwoude en de ruim 40 winkels in Nederland, Duitsland en Oostenrijk trekken samen zo’n 6 miljoen bezoekers per jaar. Het zijn behoorlijk indrukwekkende cijfers.

Vader komt vier maanden niet op kantoor

In 2010 draait het bedrijf zijn beste jaar ooit. Vader Henri Willig stelt voor om de dagelijkse leiding over te dragen aan zijn middelste zoon Wiebe, die dan al diverse rollen heeft bekleed in het familiebedrijf. ‘Mijn vader is toen vier maanden niet op kantoor geweest. ‘Dat kun je gerust een motie van vertrouwen noemen’, aldus Wiebe. Het is het begin van een overnametraject dat tot 2024 zal duren, het jaar waarin de drie zonen de aandelen in handen krijgen. De oudste van het stel is Jacob, hij werkt als programmeur bij Henri Willig. Wiebe is zoals gezegd CEO en Martin regelt als financieel directeur alle geldzaken. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de boerderij in Katwoude. Voor hen voelt werken in het bedrijf van kinds af aan al als een soort vanzelfsprekendheid. ‘Ik heb meegeholpen bij de koeien en met het landwerk en vanaf mijn 16e stond ik regelmatig in de winkel. Niet veel later hielp ik in de weekenden mee in de kaasmakerij.’

Het moment

Het moment waarop de bedrijfsopvolging voor Martin echt gaat leven, is zijn keuze voor een studie. Het wordt Voedingsmiddelentechnologie en dat duwt hem al een beetje richting het familiebedrijf. Toch gaat hij na de collegebanken eerst aan de slag bij een groenteversnijder in Noord-Holland. ‘Onze vader vond het een goed idee als we eerst buiten het familiebedrijf aan de slag zouden gaan. Om ervaring op te doen, maar vooral om te zien hoe het in een ander bedrijf aan toe gaat’, vertelt hij. Na anderhalf jaar volgt de definitieve overstap. De kaasmakerij van Willig in Heerenveen draait niet optimaal en Martin wordt gevraagd om de boel daar weer op de rit te krijgen. De ervaring die hij hier opdoet met het stroomlijnen van de bedrijfsprocessen blijkt de juiste bagage voor zijn huidige rol van financieel directeur.

 

Hulp van specialisten

Stap voor stap krijgen de broers in de jaren die volgen steeds meer zeggenschap. Ze worden tijdens dat overnameproces bijgestaan door specialisten, van ABN AMRO onder meer. Dit gaat om kwesties als de waardebepaling en het juridisch structureren van de overdracht.  ‘Zo’n traject is best complex, daar heb je ook echt een fiscalist bij nodig’, aldus Martin. ‘Bij zo’n bedrijfsoverdracht kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met schenkbelasting, erfbelasting en inkomstenbelasting. Een fiscalist weet precies welke vrijstellingen er zijn en aan welke voorwaarden je moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen. Je wilt uiteindelijk toch een gunstige deal voor jezelf, je broers én je ouders.’

De overname is vormgegeven via de bedrijfsopvolgingsregeling, beter bekend als de BOR. Zo voorkom je dat het familiebedrijf bij een schenking of erfenis in de problemen komt, omdat de opvolgers een flinke belastingaanslag moeten betalen. Bij Henri Willig ging het om een schenking. ‘Zonder die regeling hadden we alle drie een enorme lening moeten aangaan. Dat was een bepaald risico geweest’, aldus Martin.

Om voor de BOR in aanmerking te komen, gelden wel voorwaarden. Zo moeten de ouders het bedrijf al een aantal jaren in bezit hebben en de volgende generatie is verplicht om de onderneming minimaal vijf jaar voort te zetten. Bovendien telt enkel het ondernemingsvermogen mee. Beleggingen en vastgoed die niet voor Henri Willig worden gebruikt, vallen niet onder de vrijstelling.

Het familieberaad als overlegmoment

Eind 2024 is de hele overdracht een feit en komt Henri Willig definitief in handen van de volgende generatie. De drie broers krijgen evenveel aandelen. ‘Onze ouders hebben nog wel stemrecht. We zitten elke maand met de hele familie om tafel tijdens het zogeheten familieberaad, waar het reilen en zeilen van het bedrijf wordt besproken. Wiebe vertelt: ‘Dit is overigens een veelgebruikte constructie bij familiebedrijven. De kinderen krijgen het economische eigendom van de aandelen, maar de ouders houden via het stemrecht invloed op belangrijke beslissingen. ‘Daarnaast is het familieberaad een vast overlegmoment waar we als familie de strategie, rolverdeling en toekomstplannen bespreken. Los van de dagelijkse leiding van het bedrijf’, aldus Martin.

En hun kinderen, lopen die zich al warm voor het bedrijf? ‘Er zijn al wel neefjes en nichtjes die in de winkels werken. En een aantal van hen schuift soms aan bij het familieberaad’, vertelt hij. Toch zijn er nog geen concrete plannen voor een volgende overdracht. ‘Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld nog maar 10 en 8. Toch moeten we hier wel over gaan nadenken’, zegt hij. ‘Zo’n bedrijfsoverdracht vraagt nu eenmaal jaren aan voorbereiding.’

Blik van ABN AMRO


Jeroen van Beveren, business banker bij ABN AMROWat komt er allemaal bij bedrijfsopvolging kijken, en hoe zorg je ervoor dat je op tijd begint? ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de opvolging van het familiebedrijf’, stelt  Jeroen van Beveren, Business Banker bij ABN AMRO. ‘We zien nog regelmatig dat ondernemers vrij laat starten met dit proces. Daardoor blijft er te weinig voorbereidingstijd over om het bedrijf echt goed over te dragen. Een persoonlijk gesprek met een van onze experts is zo gepland.’

Financieel wordt zo’n bedrijfsoverdracht vaak uit meerdere bronnen opgebouwd. Jeroen staat nu een familie bij waarbij twee zoons via een hun eigen holding ieder 40 procent van de aandelen overnemen. Vader behoudt 20 procent van het bedrijf. ‘Een deel van de overdracht financieren we met een 5-jarige lening van ABN AMRO. Daarnaast leent de vader een deel van de koopsom aan zijn zonen. De BOR vult de rest op. Zakelijk en privé lopen daarbij voortdurend door elkaar’, aldus Jeroen. Ook voor kinderen die niet in het bedrijf stappen, moet een eerlijke regeling komen, benadrukt hij. Vaak worden die afspraken bij de notaris vastgelegd.

Bekijk ook

Zo zette ondernemer Jacqueline haar vermogen in om eerder te kunnen stoppen met werken

Paul Honout (Microsoft): ‘AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde’

In samenwerking met Microsoft - Paul Honout werkt al 23 jaar bij Microsoft, tegenwoordig als director solution engineering manager. Tijdens Amsterdam Business Forum 2026 ging hij tijdens een break-out in gesprek over wat er van mensen blijft nu AI steeds meer werk overneemt. ‘Ik denk dat we de AI-balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’

Wat Honout na 23 jaar nog altijd verrast, is het tempo waarin de techniek verandert. ‘De snelheid van innovatie, dat is wat mij altijd bijblijft. In mijn 23 jaar heb ik niet meegemaakt hoe snel het nu gaat. Vroeger konden we een plan maken voor drie jaar. Toen ik net begon hadden we Office 2010, daar deden we jaren mee. Later werd het Microsoft 365, dat elk jaar veranderde. Nu veranderen we elke maand. Elke maand is er weer een nieuw model, weer een nieuwe manier om erover na te denken.’

Dat tempo is volgens hem intern al lastig bij te houden, laat staan voor klanten. ‘Dus het draait mij om: hoe maken we die vertaalslag, hoe nemen we klanten zo goed mogelijk mee zonder ze compleet te verliezen? Dat kun je doen door te beginnen bij de uitdaging of het doel, niet bij de technologie. Zo houd je innovatie menselijk en doelgericht.’

Wat maakt je werk mooi?

Honout stelt bedrijven en teams steevast dezelfde vraag: wat is jullie eigen inbreng, wat maakt jullie werk uniek? ‘Aan elke organisatie vraag ik: wat is jullie IP? Waarom ga je naar je werk? Wat maakt het uniek, wat maakt het mooi? En waar zie je eigen toegevoegde waarde?’

Voor hemzelf is dat het contact met zijn team. ‘Ik heb een team van vijftien en de helft van mijn tijd ben ik bezig met mensen. Dat zal ik nooit laten vervangen door AI. Dat zijn de functioneringsgesprekken, maar ook het kritisch meedenken over hoe iemand kan groeien, welke stappen iemand kan zetten.’

Zijn observatie sluit aan bij het 2026 Work Trend Index-onderzoek van Microsoft. Gevraagd welke menselijke vaardigheden belangrijker worden nu AI meer werk overneemt, noemen gebruikers in Nederland kwaliteitscontrole op AI-output (50 procent) en kritisch denken (47 procent) als belangrijkste.

Leiderschap als sleutel

Wat Honout bij klanten steeds terugziet, is dat succesvolle invoering van AI begint bij leiderschap. ‘Een leider moet zeggen: dit gaan we omarmen, hier gaan we mee aan de slag. Zo was ik recent bij een grote organisatie op bezoek waar de leider zei: het op een goede manier toepassen van AI is essentieel voor ons voortbestaan. Als een leider dat zegt, gaat de hele organisatie denken: oké, hier moeten we iets mee.’

Daarna komt het aan op structuur, stelt hij: een klein team dat ontwikkelingen volgt, gevolgd door brede adoptie. ‘Je kunt niet zomaar licenties geven en zeggen: succes. Dan ga je het waarschijnlijk niet of onvoldoende gebruiken. Daarom is die adoptielaag daaronder zo belangrijk, evenals de basis waarop je AI gaat toevoegen. Is je data op orde, is je beveiliging op orde? Zodat mensen ook het vertrouwen hebben dat het goed gaat.’

Ook Microsoft moest het leren

Microsoft doorliep die weg zelf ook, aldus Honout. ‘We begonnen heel simpel met prompttests: hoe maak je een goede prompt en hoe krijg je daar een goede uitkomst uit? Per afdeling werd een ambassadeur aangewezen die collega’s meenam. Dat was stap één. De echte omslag kwam toen de kwaliteit van de modellen beter werd en mensen zagen: dit helpt me écht in mijn dagelijkse werk.’

Volgens het Work Trend Index-rapport stelt 58% van AI-gebruikers nu (door AI) werk te kunnen leveren dat voorheen niet altijd mogelijk was. Bij de meest gevorderde gebruikers, door Microsoft ‘Frontier Professionals’ genoemd, loopt dat op tot 80 procent. 

Over de vraag hoeveel tijd AI daadwerkelijk oplevert, is Honout kritischer. ‘In plaats van kijken hoeveel minuten tijdwinst iets oplevert, denk na over de volgende vragen: wat levert je die tijdwinst op? Ben je blij dat je deze taak niet meer hoeft te doen, of heb je nu meer ruimte voor complexere of creatievere zaken. Effectiviteit is naar mijn idee belangrijker dan efficiëntie.’

Balans tussen mens en machine

Honout ziet ook de risico’s van verkeerd AI-gebruik. ‘Die voorbeelden zijn er helaas best wel veel inmiddels. Op sociale media is intussen misschien wel zestig procent van de beelden gegenereerd. Het is vaak lastig om te onderscheiden wat echt is en wat niet.’

‘Maar diezelfde soort onrust hebben we ook gezien bij andere technologische omslagen’, stelt hij. ‘Tijdens de industriële revolutie en later bij IT, ook toen dachten mensen dat banen of rollen zouden verdwijnen. Dat is niet gebeurd. Ik geloof dat er ook nu weer een balans komt. AI creëert tijd, maar mensen creëren waarde.’

Straks agents in het organogram

Vooruitkijkend verwacht Honout dat AI-agents een vaste plek krijgen naast medewerkers. ‘Ik geloof dat we straks een heel team aan agents krijgen dat ons helpt’, stelt hij. ‘Agents doen het gestandaardiseerde werk en geven de signalen waarop ik als medewerker moet reageren. Dat wordt de volgende stap: dat er in het organogram ook agents aan ons rapporteren.’

Toch trekt hij zelf ook een grens. Hij geeft toe dat hij intern weleens van de ene AI-agent naar de andere werd doorverwezen omdat hij met een uitzondering op de regel zat. ‘Het draait om human in the loop. Je moet uiteindelijk wel ook met een mens kunnen communiceren.’

Nog steeds op zoek naar de balans

Honout heeft in 23 jaar meer technologische omwentelingen zien voorbijkomen, maar noemt AI toch anders, vooral vanwege het tempo. ‘Ik kan me heel goed herinneren dat ik voor het eerst in het Microsoft-hoofdkantoor in Seattle de hoogste baas hoorde praten over cloud. Ik dacht: hoe kom je erbij, iedereen houdt toch gewoon zijn eigen laptop en zijn eigen servertje onder het bureau. Kijk hoe snel dat gegaan is.’

Die ervaring, ooit zelf twijfelen aan iets dat sneller ging dan hij voor mogelijk hield, maakt hem terughoudend met stellige uitspraken over waar AI de mens straks wel of niet vervangt. ‘Waar moet de mens in de lead blijven en waar laten we AI in de lead? Ik denk dat we die balans nog met elkaar moeten blijven zoeken.’

Shadow IT groeit door AI: weet jij welke AI-tools je medewerkers gebruiken?

In samenwerking met HP - Medewerkers die zelf een AI-tool aanschaffen, bedrijfsinformatie in een chatbot plakken of een handige app gebruiken zonder tussenkomst van IT. Shadow IT is niet nieuw, maar door de snelle opkomst van generatieve AI krijgt het probleem een nieuwe dimensie. Hoe houd je als organisatie grip zonder innovatie in de weg te zitten?

Shadow it ai-gebruik

Shadow IT bestaat uit software, apps en apparatuur die medewerkers voor hun werk gebruiken zonder dat de organisatie daarvan weet of deze heeft goedgekeurd. Dat gebeurde al lang voordat ChatGPT en andere AI-tools hun intrede deden. Maar AI maakt het probleem urgenter, zo stellen Ik Wil Mobiel Werken en HP in een nieuw stappenplan.

Uit onderzoek van IBM onder 602 organisaties die met een datalek te maken kregen, blijkt dat shadow AI bij 43 procent van de beveiligingsincidenten een rol speelde. Eén jaar eerder was dat nog 20 procent. De kosten van incidenten waarbij shadow AI meespeelde, lagen bovendien hoger dan de gemiddelde kosten van een datalek. Ook in Nederland zijn de risico’s zichtbaar. De Autoriteit Persoonsgegevens ontving in 2025 tientallen meldingen van datalekken die ontstonden doordat medewerkers persoonsgegevens invoerden in AI-chatbots.

Dat risico zit niet alleen in bewust onveilig gedrag. Een medewerker die een document laat samenvatten, een klantmail door een AI-tool laat herschrijven of informatie laat analyseren, kan ongemerkt gevoelige bedrijfs- of persoonsgegevens delen met een externe dienst.

Waarom medewerkers zelf naar AI-tools grijpen

Alle niet-goedgekeurde tools verbieden lijkt misschien de eenvoudigste oplossing. Maar shadow IT ontstaat lang niet altijd doordat medewerkers bewust regels omzeilen. Shadow IT is vaak een signaal dat het bestaande systeem niet goed werkt óf dat medewerkers niet goed weten hoe het werkt. Ze zoeken zelf naar een oplossing omdat beschikbare technologie niet aansluit op wat ze nodig hebben, een andere tool sneller werkt of niet duidelijk is welke toepassingen wel zijn toegestaan.

De IT-Indicator 2026 van Aces Direct laat zien hoe groot die kloof kan zijn. Een op de vijf ondervraagden betaalt zelf voor een AI-abonnement dat voor het werk wordt gebruikt. Tegelijkertijd zegt slechts 43 procent dat er binnen de organisatie duidelijke richtlijnen bestaan voor het gebruik van AI.

Weet je eigenlijk welke AI-tools er binnen je organisatie worden gebruikt?

Daar begint de uitdaging voor organisaties. Want voordat je kunt bepalen welke risico’s shadow IT en AI-gebruik opleveren, moet je eerst weten wat medewerkers daadwerkelijk gebruiken. Dat blijkt in de praktijk niet altijd eenvoudig. Gartner voorspelde in 2023 al dat in 2027 driekwart van de medewerkers technologie zal gebruiken, aanpassen of bouwen buiten het zicht van IT. Destijds lag dat aandeel op 41 procent.

Een eerste stap is daarom om niet alleen naar de technologie te kijken, maar ook het gesprek met medewerkers aan te gaan.

  • Welke tools gebruiken zij?
  • Waarvoor zetten ze die in?
  • En vooral: welk probleem proberen ze ermee op te lossen?

Zo wordt ook duidelijk waarom medewerkers buiten de officiële IT-omgeving zoeken. Alleen een toepassing blokkeren neemt die behoefte namelijk niet weg.

Wat je niet ziet, kan wel een risico vormen

Hoe groot dat risico kan zijn, bleek in 2025 bij de gemeente Eindhoven. Uit een steekproef van dertig dagen bleek dat medewerkers bestanden met persoonsgegevens naar openbare AI-websites stuurden. In die periode werden in totaal 2.368 bestanden naar AI-diensten geüpload, aldus het bureau dat onderzoek deed naar het datalek. Het voorbeeld laat zien hoe snel AI-gebruik onderdeel kan worden van het dagelijkse werk zonder dat een organisatie volledig zicht heeft op wat er met gegevens gebeurt.

Shadow IT en ongecontroleerd AI-gebruik voorkomen?

De vraag is daarom niet alleen óf medewerkers AI gebruiken, maar ook welke toepassingen ze kiezen, welke informatie ze ermee delen en welke risico’s dat met zich meebrengt. Maar hoe krijg je zicht op de tools die binnen je organisatie worden gebruikt? Welke risico’s verdienen als eerste aandacht? En hoe zorg je ervoor dat medewerkers veilige keuzes kunnen maken zonder innovatie onnodig af te remmen?

In het stappenplan Shadow IT en AI voorkomen vind je 8 praktische stappen om shadow IT in kaart te brengen en ongecontroleerd AI-gebruik aan te pakken. Ook krijg je een aantal snelle vuistregels waarmee je de eerste 30 dagen direct aan de slag kunt. Download het stappenplan: 8 stappen om shadow IT en ongecontroleerd AI-gebruik te voorkomen.

Waarom sommige scale-ups sneller groeien dan andere

In samenwerking met Moss - 73% van de Nederlandse scale-ups moderniseert dit jaar zijn financiële processen. Dat is twee keer zoveel als twee jaar geleden. Waar komt die verschuiving vandaan, en wat betekent het voor bedrijven die nog wachten?

Successful Latin American man in a business meeting using an interactive screen while giving a presentation

Het gemiddelde finance-team ziet er aan de buitenkant hetzelfde uit als drie jaar geleden. Dezelfde mensen, dezelfde tools op het eerste gezicht. Maar onder de motorkap is veel veranderd: bonnetjes worden gescand via een app, goedkeuringen lopen automatisch, en de cfo heeft elke ochtend een actueel overzicht van de uitgaven. Realtime, zonder handmatig werk.

Niet ieder bedrijf is zo ver. Terwijl een groeiend deel van de markt zijn finance-processen stap voor stap moderniseert, werkt een ander deel nog met maandelijkse Excel-exports en bonnetjes in een envelop. Beide groepen zijn vergelijkbaar van omvang, actief in dezelfde sectoren. Maar hun groeipaden lopen steeds verder uiteen.

Drie trends die verandering afdwingen

De opmars van moderne finance is geen modegril. Er zijn drie ontwikkelingen die samen de druk op traditionele systemen flink hebben vergroot.

De eerste is hybride werken. Wat in 2020 begon als noodmaatregel, is inmiddels de norm. Maar de systemen die bedrijven gebruikten voor hun financiële administratie, waren ontworpen voor een centraal kantoor. Fysieke bonnetjes, handtekeningen op papier, goedkeuringsrondes waarbij iemand letterlijk aanwezig moest zijn. Het werkt simpelweg niet meer.

De tweede trend is generatie gebonden. Een nieuwe lichting medewerkers en managers is opgegroeid met Tikkie en instant betalingen. Zij begrijpen niet waarom een declaratie drie weken onderweg kan zijn. Die verwachting sijpelt door in hoe ze naar bedrijfsprocessen kijken, en steeds vaker ook in welke werkgever ze kiezen.

De derde trend is de snelheid van de markt zelf. In sectoren waar scale-ups opereren, verandert de concurrentiepositie snel. Beslissingen die vroeger weken konden wachten, moeten nu in dagen vallen. Een maandrapportage geeft dan te weinig houvast.

Friso van der Putten, account executive team lead bij Moss, ziet die verschuiving bij tientallen Nederlandse scale-ups: ‘Wat we nu zien is geen optimalisatieslag maar een fundamentele marktverschuiving. Modern finance is in korte tijd veranderd van ondersteunende functie naar strategische groeiversneller. Bedrijven die real-time inzicht omarmen, nemen sneller besluiten en winnen structureel terrein op hun concurrentie.’

Bekijk de resultaten van het onderzoek hier.

Twee snelheden, groeiende kloof

Onderzoek onder Nederlandse scale-ups laat zien dat er een duidelijke tweedeling ontstaat. Aan de ene kant staan bedrijven die finance actief inzetten als sturingsinstrument. Zij groeien sneller, trekken makkelijker talent aan en kunnen bij tegenwind sneller bijsturen. Aan de andere kant staan bedrijven die finance nog primair zien als administratie: iets wat achteraf klopt, maar niet vooruitkijkt.

Het verschil zit niet in de grootte van het budget of het aantal medewerkers. Twee bedrijven van vergelijkbare omvang, actief in dezelfde markt, kunnen totaal verschillende resultaten laten zien. Het ene bedrijf weet op maandag al wat er vorige week is uitgegeven en past zijn verwachtingen voor het kwartaal aan. Het andere wacht op het maandoverzicht en reageert pas als het te laat is.

Die vertraging kost meer dan tijd. Bedrijven met handmatige processen schatten de kosten daarvan structureel te laag in. Medewerkers die uren besteden aan declaraties en rapportages, managers die beslissingen uitstellen bij gebrek aan actuele cijfers, kansen die worden gemist omdat de cijfers te laat komen: het telt op. Van der Putten omschrijft het als een kloof die stap voor stap groter wordt: ‘Er ontstaat een duidelijke kloof tussen bedrijven die finance inzetten als stuurinstrument en bedrijven die nog vooral administreren. Het verschil zit niet in omvang of budget, maar in de snelheid en kwaliteit van besluitvorming. Twee vergelijkbare scale-ups kunnen daardoor totaal verschillende groeipaden laten zien.’

Toekomstmuziek of realiteit

De bedrijven die nu vooroplopen, schetsen een beeld van hoe finance er over twee jaar uitziet. Voor hen al realiteit, voor anderen nog toekomstmuziek.

Een bonnetje dat binnen tien seconden verwerkt is. Budgetten die worden bewaakt door systemen die al waarschuwen vóórdat een grens wordt overschreden. Workflows waarbij systemen automatisch met elkaar communiceren, zonder dat een medewerker daartussen hoeft te schakelen. En finance-teams die geen uren meer kwijt zijn aan administratie, maar zich volledig kunnen richten op strategie en groei.

Dat klinkt vergezocht, maar het is al werkelijkheid bij een groeiend deel van de Nederlandse markt. De technologie bestaat. De vraag is niet meer óf bedrijven overstappen, maar wanneer. Volgens Van der Putten is die transitie even onvermijdelijk als de verdwijning van de fax: ‘De komende twee jaar wordt finance volledig geïntegreerd in de dagelijkse operatie. Handmatige verwerking verdwijnt naar de achtergrond en systemen signaleren afwijkingen voordat ze een probleem worden. Net zoals niemand de fax terug wil, zal ook handmatige administratie snel verleden tijd zijn.’

Hoe snel handelen?

Het verschil tussen de twee groepen is niet budget of bedrijfsgrootte. Het is een keuze over hoe snel je wilt kunnen handelen. Bedrijven die nu moderniseren, bouwen een voorsprong op die over twee jaar moeilijk in te halen is.

De 73% die dit jaar de stap zet, doet dat niet omdat ze moeten. Ze doen het omdat ze zien wat het oplevert: minder verloren tijd, betere beslissingen, en een finance-team dat meedenkt in plaats van bijhoudt. De 27% die wacht, wacht ondertussen op dezelfde maandrapportage als vorige maand.

Een groot netwerk is nog geen goed netwerk, vindt deze netwerkstrateeg: zo vind je contacten die je bedrijf verder helpen

In samenwerking met QonneQt - Netwerken is meer dan mensen ontmoeten: het is gericht zoeken naar contacten die een volgende stap mogelijk maken. Netwerkstrateeg Sabine van der Hulst legt uit hoe je dat aanpakt en hoe een matchingtool daarbij kan helpen.

Wie relevante mensen wil ontmoeten, moet eerst bepalen waarvoor, zegt netwerkstrateeg Sabine van der Hulst.

Je zoekt een partner om een nieuwe markt te betreden. Je gaat naar een netwerkbijeenkomst, spreekt tien mensen en wisselt zes visitekaartjes uit. Een week later is er weinig gebeurd. Niet omdat de gesprekken slecht waren, maar omdat je niet wist wie je precies zocht of waarom een introductie relevant zou zijn.

Dat is volgens netwerkstrateeg Sabine van der Hulst een veelvoorkomend probleem. Ondernemers besteden tijd aan het uitbreiden van hun netwerk, maar formuleren onvoldoende wat dat netwerk voor hen moet kunnen betekenen. Het gevolg: veel contacten, weinig gerichte verbindingen.

Een relevant netwerk helpt een ondernemer verder dan zijn eigen kennis en bereik. Via andere mensen vind je potentiële klanten, toekomstige medewerkers, financiers of partners. Je hoort ook welke problemen er in een markt spelen en wie daarover beslist. Juist wanneer je bedrijf een nieuwe fase ingaat, zijn dat vaak contacten die je nog niet hebt.

Begin niet met namen, maar met een doel

Wie relevante mensen wil ontmoeten, moet eerst bepalen waarvoor. ‘Ik wil mijn netwerk uitbreiden’ is te breed om richting te geven. ‘Ik wil in contact komen met operationsdirecteuren van maakbedrijven die hun productie willen digitaliseren’ is een verzoek waar iemand iets mee kan.

Van der Hulst adviseert ondernemers om hun netwerkvraag zo concreet mogelijk te maken. Welke stap wil je met je bedrijf zetten? Welk type persoon kan daarbij helpen? En waarom zou een gesprek voor die ander interessant zijn? Dat laatste voorkomt dat netwerken neerkomt op een eenzijdig verzoek om tijd of toegang.

Vervolgens kun je kijken wie je al kent. Klanten, oud-collega’s en andere ondernemers hoeven niet zelf de gezochte expertise of beslissingsmacht te hebben. Ze kunnen wel weten wie die heeft. Een gerichte vraag aan zo’n bekende levert vaak meer op dan een algemeen bericht dat je ‘openstaat voor nieuwe contacten’.

Maak het een verbinder makkelijk

Een introductie ontstaat wanneer iemand begrijpt waarom twee mensen elkaar zouden moeten spreken. Daarom is het niet genoeg dat jijzelf kunt uitleggen wat je bedrijf doet. Ook een ander moet dat kort en overtuigend kunnen navertellen.

Daar zit volgens Van der Hulst voor veel ondernemers een blinde vlek. Wie zichzelf presenteert als iemand die ‘allerlei organisaties met groei helpt’, geeft een mogelijke verbinder weinig houvast. Vertel liever welk probleem je oplost, voor welke klanten en in welke situatie zij bij jou moeten zijn.

Een introductie vraagt daarnaast om vertrouwen. De persoon die jou aanbeveelt, verbindt zijn eigen reputatie aan die keuze. Reageer dus zorgvuldig op een kennismaking, wees helder over wat je wel en niet kunt betekenen en laat weten wat eruit is gekomen. Ook als een gesprek niet direct tot zaken leidt, maak je het daarmee makkelijker om later opnieuw aan jou te denken.

Zoek buiten je vertrouwde kring

Bestaande relaties zijn een goed vertrekpunt, maar ze kennen meestal mensen in aangrenzende kringen. Wie een nieuwe sector wil betreden of een ander type partner zoekt, moet daar soms bewust buiten zoeken. Dat kan via vakbijeenkomsten en ondernemerscommunities, of door gericht om een introductie te vragen.

Matchingtools voegen daar een andere manier van zoeken aan toe. QonneQt.ai stelt gebruikers op basis van hun profiel, doelen en actuele activiteiten elke week één ondernemer voor, met een toelichting waarom een gesprek mogelijk relevant is. Zo kan een ondernemer iemand tegenkomen die niet vanzelf via zijn bestaande contacten of gebruikelijke bijeenkomsten in beeld zou komen.

Aanbod voor MT/Sprout-lezers

Wil jij elke week een relevante match? Als MT/Sprout-lezer ontvang je €50 korting op een jaar QonneQt. Elke woensdag één relevante ondernemer in je mailbox, met een warme introductie en de regie volledig bij jou. Iets voor jou? Gebruik de ambassadeurscode MTS50

Die suggestie is een beginpunt, geen garantie op een waardevolle relatie. Een profiel vertelt immers niet alles over iemands plannen, beschikbaarheid of belangstelling. De ondernemer moet zelf beoordelen of de voorgestelde aanleiding sterk genoeg is om contact te leggen. Daarna begint het gewone werk van netwerken: luisteren, onderzoeken wat je voor elkaar kunt betekenen en een relatie onderhouden.

Een nuttige vraag bij iedere nieuwe connectie is daarom niet ‘kan deze persoon mij aan omzet helpen?’, maar ‘waarom is het voor ons allebei zinvol om elkaar te kennen?’ Met die vraag worden ontmoetingen gerichter en wordt de kans groter dat een contact ook op langere termijn waarde heeft.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met QonneQt.ai. Sabine van der Hulst is netwerkstrateeg, spreker en auteur.