Bob is divisiedirecteur bij een groot concern. Bob doet zijn best. In aflevering 14 zoekt hij uit hoe het zit met de begeleiding van allochtone werknemers.
from: Bob
to: Sonja
subject: Inburgering
Dag Sonja,
Ik hoor dat jullie binnen het bedrijf bezig zijn met het opzetten van een inburgeringsklasje. Klinkt goed. Hoe loopt het?
Groet,
Bob
Hoi Bob,
Ja, het leek ons een goed idee dat HRM eens kijkt hoe het er met de inburgering van onze eigen allochtonen binnen ons bedrijf voor staat en ze zo nodig een duw in de goede richting te geven. Wel jammer dat we na een eerste inventarisatieronde tot de conclusie moesten komen dat we slechts één allochtoon in dienst hebben: Thomas Snowcroft, je weet wel, die jonge accountant uit Engeland die onlangs door HQ bij ons is neergezet. Met hem zijn we deze week aan de slag gegaan.
Thomas strubbelde eerst tegen, zei dat hij erg busy was met Q2, maar we hebben hem uitgelegd dat deelname aan onze inburgeringsworkshop priority heeft. We wijzen hem op allerlei dingen die nieuw zijn voor deze Amerikaan, zoals het belang van onze coffee corner, toch binnen elk Nederlands bedrijf de key tot de info flow, dé plek waar de werkelijke verbal value zit – en zien we Thomas daar ooit rondhangen? Nope. Hij verklaarde desgevraagd onze koffie erg weak te vinden vergeleken met de espresso van Starbucks, maar hij beloofde beterschap. Ook zal hij voortaan aanwezig zijn op onze vrijmibo.
Ons is ook gebleken dat Thomas nauwelijks bekend is met onze vakantie- en ATV-regelingen, onze 36-urige werkweek en onze life curve development-programs. Hij zei twee weken vakantie per jaar meer dan voldoende te vinden, en dat hij niet zou weten wat hij met al die leisure time moet doen, maar wij hebben hem erop gewezen dat hij op deze manier om een burnout vráágt en hem een goede Nederlandse hobby geadviseerd (hij is natuurlijk van harte welkom bij ons cricketteam!). Wel was hij nu bang zijn Q2 niet tijdig af te hebben. In Londen, zei hij, word je dan meteen op straat gezet, zonder enige regeling en heb je een flinke smet op je resume. Kijk, dat hebben wij hem goed kunnen uitleggen: hier dus niet, hier laat je de boel af en toe lekker de boel, ken je je priorities, hou je je worklife in balance, let je op je body en regelmatig gewoon even chillen en dan maar eens een keertje geen Q2 op tijd. Die jongen leert razendsnel, Bob: hij is meteen even twee weken gaan ontstressen in Dubai.
De Nederlandse taal blijkt Thomas niet te beheersen. Hij zei daartoe ook nauwelijks de kans te krijgen, aangezien elk businessplan en elk budget in ons concern verplicht in het Engels dient te worden opgesteld en dat ook de bakker en de slager hem enkel en alleen in de Engelse taal willen bedienen. Zo krijgt die jongen natuurlijk nooit close contact met onze Nederlandse fte’s en kan hij volgende maand als enige van het middle management ook niet meedoen aan de cursus Ontdek De Hyena In Jezelf.
Sowieso is Thomas niet zo bekend met managementcursussen. Hij zei dat hij zich eigenlijk heel graag verder wilde verdiepen in US GAAP, maar van die cursus hebben wij nog nooit gehoord en het lijkt ons bovendien beter als hij eerst z’n eigen negs en inner walls leert kennen en zo een stuk personal growth bereikt. Na z’n vakantie zal hij dan ook eerst een week participeren in het U!R!U! program. Dat vindt dit keer plaats aan de Ierse westkust, zodat hij meteen even lekker kan uitwaaien. Daarna gaat hij rechtstreeks naar Vught, om bij de nonnen aldaar in uptempo Nederlands te leren. Hij neemt in elk geval Pluk van de Petteflet mee om de basics zovast onder de knie te krijgen.
Je ziet, Bob, het is een heel program. Maar we denken dat Thomas zijn inburgeringsproces nog net kan hebben voltooid voordat hij in november naar Singapore wordt detached.
Groetjes,
Sonja
Next Leadership 50 van 2026: de leiders van morgen snappen mensen én AI
De vijftig managementtalenten uit de MT/Sprout Next Leadership 50 zijn dit jaar opvallend eensgezind: AI is hét leiderschapsthema van de komende jaren, en juist daardoor komt er meer focus op mensen te liggen. Daarvoor moeten leiders uit een ander vaatje tappen: ‘zachte’ waarden gaan het verschil maken.
Next generation leaders moeten mensen en technologie snappen – en wel in die volgorde. Dat is de belangrijkste conclusie die we kunnen trekken na de antwoorden op onze vragen van de aanstormende managementtalenten, die samen de MT/Sprout Next Leadership 50 van 2026 vormen.
Vrijwel alle vijftig noemen AI als een van de centrale leiderschapsthema’s voor de komende vijf jaar. En vrijwel allemaal geven ze aan dat het er daarbij niet alleen om gaat hoe je die technologie een plaats geeft in de organisatie, maar vooral ook welke rol er in dat snel veranderende landschap voor mensen overblijft.
Zelfs met de snelheid van de technologische ontwikkelingen blijft er een hoop over dat niet te automatiseren valt – werk dat, doordat andere taken wel geautomatiseerd worden, bovendien steeds belangrijker wordt. ‘AI kan analyses maken, rapporten schrijven en strategieën voorstellen’, weet Laurens-Jan Duvigneau (general manager beauty & wellbeing bij Unilever Benelux). ‘Maar AI kan geen mensen inspireren, vertrouwen opbouwen, moeilijke afwegingen maken of betekenis geven aan verandering.’
Korter gezegd: mensen volgen mensen, geen computers. Ook niet als die computers steeds slimmer worden en een steeds nadrukkelijkere plaats in de bedrijfsactiviteiten krijgen. Juist niet, zouden we daaraan willen toevoegen: dan wordt de behoefte aan menselijkheid steeds groter.
Onze class of 2026 is zich er donders goed van bewust dat dat iets vraagt van hun leiderschap.
De ‘traditionele’ leider – denk dominant, hiërarchie en top-downbesluitvorming – was al op zijn retour en het AI-tijdperk zou die ontwikkeling zomaar kunnen versnellen. Juist de ‘zachte’ waarden worden belangrijker voor leiders. ‘Vaardigheden die vroeger “soft” heetten, zoals communicatie, veerkracht en samenwerking, worden steeds meer het harde onderscheid’, aldus Kenneth Wijngaarde (cmo Temper).
Wat is een next generation leader?
Visie: dat is wat we zoeken in next generation leaders. Wat kenmerkt de talenten uit de Next Leadership 50 nog meer? Ze hebben een sleutelpositie in een organisatie die ertoe doet en zichtbaarheid als bestuurder. Ze begrijpen hoe je meebeweegt met de kansen en de uitdagingen van deze tijd. Hun cv’s tonen een snelle, maar ook brede ontwikkeling.
En – we moeten ergens een grens trekken – ze zijn niet ouder dan 45 jaar. Kas Wanders (head of tech bij Ahold Delhaize) is met zijn 32 jaar de jongste van het stel. Eveline Jansen (vicepresident e-commerce SME bij KPN), Marieke van der Lans (cfo bij Leyden Labs) en Ngan Nguyen (head of cash management bij BNP Paribas) zijn met bouwjaar 1981 de ‘veteranen’.
Daarmee hebben we de belangrijkste criteria te pakken waarmee de redactie van MT/Sprout elk jaar de Next Leadership 50 samenstelt, met input van NL50-alumni en collega-leidinggevenden.
Naast deze vereisten is er ook een criterium waaraan leiders in elk geval niet hoeven te voldoen: ze hoeven niet alwetend te zijn. Daarover was de class of 2026 het vrijwel unaniem eens. Een goede leider, zo kregen we meer dan eens terug, is niet iemand die alle antwoorden heeft, maar iemand die de juiste vragen stelt.
Gender- en culturele diversiteit
In een ideale wereld is het bedrijfsleven een goede afspiegeling van de Nederlandse bevolking. Dat geldt in het bijzonder voor de top van het bedrijfsleven en dus ook voor de pijplijn daarnaartoe. Hoe staat het daarmee in de Next Leadership 50, de C-suite van de toekomst?
Het genderevenwicht is al meerdere jaren op rij een feit. Dit jaar zijn vrouwen zelfs licht in de meerderheid: van de vijftig leiders zijn er 26 vrouw. Overigens zonder dat we daar actief op aanstuurden, het resultaat is simpelweg een logisch gevolg van het enorme aanbod aan vrouwelijk talent. Al decennialang studeren er meer vrouwen dan mannen af aan onze universiteiten en hogescholen.
Al mag al dat vrouwelijk talent wel wat sneller doorstromen. Het aantal vrouwen aan de top van beursgenoteerde bedrijven in ons land is het afgelopen jaar nauwelijks gegroeid, blijkt uit de Female Board Index 2026. Slechts 18 procent van de bestuurders is vrouw, tegen 17 procent in 2025. Ofwel: voor elke vrouw zitten nog steeds zo’n vijf mannen in de boardroom. Bij de rvc’s gaat dit mede dankzij het vrouwenquotum sneller – maar we zijn er nog lang niet.
Daarvan zijn onze next leaders zich bewust. Zo zet Jacqueline Markslag (finance director EMEA export bij Heineken) zich bij de bierbrouwer in als mentor voor vrouwelijk talent. Ook Soraya Loerts (chief people officer Ziggo Group) werkt binnen en buiten haar organisatie aan het ontwikkelen van vrouwelijke leiders: zo was ze medeoprichter van de Europese afdeling van The WICT Network, een non-profitorganisatie die pleit voor gelijke kansen voor vrouwen in de media-, entertainment- en technologiewereld.
Neem ook graag een voorbeeld aan Anneke Kamphuis, die bij haar start als ceo van EQOM (Easytoys) ontdekte dat de mannelijke managers veel meer verdienden dan de vrouwen en dat verschil rechttrok.
En hoe zit het met de culturele representatie in de Next Leadership 50? Bijna een op de drie Nederlanders heeft inmiddels een (eerste of tweede generatie) migratieachtergrond. Ook deze groep komt beduidend meer hobbels tegen op weg naar de top. Dat is zichtbaar in onze class of 2026: slechts 16 procent van de next leaders is van kleur.
Wij hebben dus nog werk te doen, maar ook bedrijven laten hier iets liggen. Diversiteit is geen ‘afvinklijstje’, iets dat je doet omdat het moet of omdat het goed staat. Malou van der Pal (general manager regional unit bij LVNL Schiphol) verwoordt het mooi: ‘Ik geloof echt dat je betere besluiten neemt als er mensen aan tafel zitten die anders kijken, denken en andere ervaringen meenemen.’
‘De beste ideeën zitten lang niet altijd bij de persoon met de hoogste functie’, geeft Britt Breure aan (directeur hr, CSR & facilitair bij Afas Software). ‘Je hoeft niet de slimste persoon in de kamer te zijn. Je moet ervoor zorgen dat de slimste mensen in de kamer hun bijdrage kunnen leveren.’
Daarbij helpt het als je geen (groot) ego hebt. Goed leiderschap, leerden we, draait niet om jezelf, maar om het faciliteren van anderen. ‘Mijn rol is niet om overal de beste in te zijn’, voegt Agnes Keune toe (ceo InPost Nederland). ‘Ik wil goede mensen om me heen verzamelen en ze vervolgens de ruimte en verantwoordelijkheid geven om het op hun manier beter te doen dan ik zelf zou kunnen.’
Daar hoort iets anders bij dat moeilijk te automatiseren valt: het durven tonen van kwetsbaarheid. Het kan spannend zijn om toe te geven dat je het zelf ook niet altijd weet, zeker in een wereld die zo snel verandert.
Ngan Nguyen (head of cash management bij BNP Paribas) maakt hier daarom een team-effort van, in de omgang met AI bijvoorbeeld. ‘Ook voor ons als leiders is dat nieuw. Daarom heb ik elke maand een teammeeting aan AI gewijd, waarin collega’s presenteren hoe zij onze interne AI gebruiken. Ik zeg erbij: ik heb niet alle antwoorden en jullie ook niet, dus we moeten het samen leren en toepassen.’
Koers houden in onzekere tijden
Het is een ander kernthema: hoe geef je leiding in een wereld die steeds onvoorspelbaarder wordt? Hoe stel je langetermijndoelen als het speelveld er – door de wereldwijde politieke instabiliteit, verschuivende machtsverhoudingen en internationale conflicten – van de ene op de andere dag anders uit kan zien? Pasklare antwoorden hebben de next leaders (begrijpelijkerwijs) niet, wel handvatten en richtlijnen die hen helpen koers te houden.
Een belangrijke is het verschil kunnen zien tussen wat essentieel is en wat ruis. ‘Leiders moeten hoofd- en bijzaken van elkaar kunnen scheiden en duidelijkheid geven als het ingewikkeld wordt’, stelt Tahira Limon (directeur communicatie PostNL). ‘Maar ook besluiten durven nemen en begrijpen dat niet iedere nieuwe ontwikkeling vraagt om een nieuwe koers. Soms is leiderschap juist koers houden, terwijl de wereld om je heen alweer met het volgende bezig is.’
Ook Bart Raessens (head of strategie ASN Bank) benadrukt het belang van een rechte rug. ‘Dat zie ik niet als starheid, maar juist als zo goed getraind zijn dat je snel kunt bewegen.’
Zachte waarden, harde resultaten
De ontwikkelingen gaan zo snel dat je als leider steeds vaker beslissingen moet nemen terwijl je nog niet alle antwoorden hebt. ‘Daar moet je comfortabel mee leren worden’, is het advies van Shariar Khalili, vicepresident digital bij MediaMarktSaturn. Ook moet je snel leren wat wel en niet werkt. ‘Dat vraagt om de bescheidenheid om te erkennen dat een eerdere keuze misschien niet de juiste was, en om bij te sturen. Leiders zullen steeds beter moeten worden in iets wat bijna tegenstrijdig klinkt: duidelijk richting geven, zonder te doen alsof je de hele route al kent.’
Dan nog een nabrander voor wie nu bang is dat het met die focus op zachte waarden een softe bedoening wordt: nou, nee. Dat ‘zachte’ mensgericht leiderschap is volgens onze next leaders juist een noodzakelijke voorwaarde om harde resultaten te boeken. ‘Compassie betekent niet dat je minder hoge verwachtingen hebt’, aldus Noha Shafik (head of tech bij Bol). ‘Als leider moet je heel duidelijk zijn over de resultaten die je wilt bereiken en over de verantwoordelijkheid die daarbij hoort.’
Must reads week 43: een Europese auto-ceo die niet bezuinigt, AI als ‘droomconcurrent’ en datingapps onder druk
De redactie heeft voor jou de beste artikelen van afgelopen week geselecteerd. Dit keer: de ceo van Stellantis bezuinigt niet, maar investeert juist, nieuwe uitdagers in de datingapp-business en waarom Afas-ceo Bas van der Veldt AI als 'droomconcurrent' ziet.
Antonio Filosa attends the presentation of the new Fiat 500 Hybrid at the Stellantis FIAT Mirafiori plant in Turin, Italy, on November 25, 2025. (Photo by Elisa Marchina/NurPhoto) Foto: Getty Images
Singles zijn uitgeswiped en dat is voelbaar in de datingmarkt
Hommeles op de datingmarkt. Bumble is verkocht voor minder dan een tiende van de waarde van vijf jaar geleden, en ook marktleider Tinder verliest omzet en betalende gebruikers. Vooral jongeren zijn swipe-moe. De gevestigde datingapps verdienen aan abonnementen en advertenties, en juist dat model staat onder druk.
Waarom moet je dit lezen? Tinder en Bumble hebben ons liefdesleven radicaal veranderd, maar zoals in elke markt staan ook in de datingbusiness uitdagers op, signaleert redacteur Wilke Wittebrood. Neem de Nederlandse startup Breeze, dat een businessmodel bouwde op dates. De volgende golf dient zich alweer aan; georganiseerde groepsdates en ‘ouderwetse’ singles-events stijgen snel in populariteit.
Terwijl Europese autofabrikanten fabrieken sluiten en duizenden banen schrappen, kiest Stellantis voor de omgekeerde route. Topman Antonio Filosa haalt honderden nieuwe ingenieurs binnen en investeert 60 miljard euro in nieuwe modellen. Is dit de reset die het zieltogende concern nodig heeft om Chinese rivalen bij te benen?
Waarom moet je dit lezen? Filosa breekt radicaal met het bezuinigingsbeleid van voorganger Carlos Tavares. Redacteur Karin Swiers schetst een portret van een ceo die niet bang is tegen de stroom in te zwemmen en onderzoekt of zijn ambitieuze plannen haalbaar zijn.
Waarom de ceo van Afas AI als ‘droomconcurrent’ ziet
Twee klanten van Afas zegden onlangs een deel van hun abonnement op, omdat ze die software met AI zelf gaan bouwen. Balen, zou je zeggen, maar ceo Bas van der Veldt ziet het anders: een goede vijand houdt je scherp. ‘Roadrunner heeft altijd een coyote nodig.’
Waarom moet je dit lezen? De topman van een van de grootste softwarebedrijven van Nederland is er eerlijk over: AI kost zijn bedrijf nu al omzet. En ja, dat geeft hem af en toe de kriebels. Tegelijkertijd dwingt de nieuwe concurrent Afas ook om na te denken over zijn toegevoegde waarde, wat het bedrijf wil vasthouden en verder wil ontwikkelen. Dat levert mooie dingen op, concludeert hij in zijn nieuwe column.
Econoom Hans Stegeman wil af van de ‘groeidwang’: ‘Niet rationeel’
De huidige economie drijft op groei die de natuur uitput en sociaal welzijn ondermijnt. Dat systeem piept en kraakt, zo bewijzen recente crises als de energiecrisis en stikstofcrisis. Die staan volgens econoom Hans Stegeman niet op zichzelf, maar zijn een teken van een groter systeemfalen. De oplossing, betoogt hij in zijn nieuwe boek, ligt tussen overheid en markt in.
Waarom moet je dit lezen? De hoofdeconoom van Triodos Bank ziet een samenleving voor zich waarin economisch kapitaal rekening houdt met minimumgrenzen voor sociaal en ecologisch kapitaal. In gesprek met redacteur Jeroen de Boer legt Stegeman uit welke systeemwijzigingen daarvoor nodig zijn: van coöperatieve eigendomsvormen tot energie als publieke voorziening.
Deze startup bouwt een mobiele kolfruimte voor jonge moeders
Een op de drie jonge moeders heeft op het werk helemaal geen kolfruimte, en bij nog eens een derde voldoet de ruimte niet. Schrijnend, vinden Naomi Griekspoor en Birgitta de Gruijter, de oprichters van startup Nestpod. Ze bedachten een kant-en-klare cabine, die inmiddels bij Bol en luchtmachtbasis Ramstein staat.
Waarom moet je dit lezen? Goede ondersteuning voor jonge moeders is geen niche en al helemaal geen liefdadigheid, zegt medeoprichter De Gruijter in gesprek met redacteur Philip Bueters. Het is zakelijk slim. ‘Bedrijven willen talent aantrekken en behouden. Terwijl je jonge moeders nu nog te vaak binnen een of twee jaar na terugkeer van een zwangerschap ziet vertrekken.’
Verdringen de ROM’s en Invest-NL de private investeerders? Niet volgens deze data
Publieke investeerders doen inmiddels mee aan een op de drie Nederlandse startuprondes. Duwen ze privaat venture capital inmiddels van tafel? Mustafa Torun, senior datawetenschapper bij Invest-NL, onderzocht ruim 7.000 fundingrondes om daar achter te komen. 'Het korte antwoord: nee. Het langere antwoord is interessanter.'
Om de paar maanden duikt dezelfde discussie weer op in kringen van investeerders en ondernemers. Het ene kamp zegt dat publiek kapitaal onmisbaar is: zonder Invest-NL, de ROM’s en de EIC zou de helft van de Nederlandse deeptech nooit een eerste cheque krijgen. Volgens het andere kamp is publiek geld goedkoop en overal aanwezig, waardoor private venture capitalbedrijven niet kunnen concurreren en het ecosysteem nooit leert om op eigen benen te staan.
Beide kampen hebben een punt. En allebei redeneren ze meestal vanuit anekdotisch bewijs. Een oprichter die gered werd door een regionaal fonds. Een vc die een deal verloor aan een publieke investeerder met soepelere voorwaarden. Wie heeft gelijk? Als datawetenschapper dook ik in de cijfers om dat uit te vinden.
Ik gebruikte daarvoor een dataset met 7.364 financieringsrondes van Nederlandse startups en scaleups tussen 2000 en oktober 2026, afkomstig uit Dealroom. Subsidies en ondersteuningsprogramma’s heb ik buiten beschouwing gelaten, net als rondes van universitaire spin-offs, waarbij een universiteit een belang neemt bij de oprichting; dat zijn geen investeringsrondes in de gebruikelijke zin. Bij ongeveer driekwart van de rondes weten we wie er geïnvesteerd heeft.
Vervolgens heb ik elke ronde in een van drie categorieën ingedeeld:
Alleen privaat: vc’s, angels, corporates, family offices. Geen publiek geld aan tafel;
Gemengd: minstens één publieke en minstens één private investeerder in dezelfde ronde;
Alleen publiek: uitsluitend publieke investeerders, soms samen met een universiteit of TNO.
‘Publiek’ betekent hier: Invest-NL, de negen regionale investeringsmaatschappijen (ROM’s) en de fondsen die zij beheren, ander Nederlands overheidsgeld (RVO, provincies, gemeenten, het Nationaal Groeifonds), Europese instellingen zoals het EIC Fund en de EIB, en buitenlandse publieke fondsen en staatsfondsen.
De data tonen wel wie meedeed aan de ronde, maar niet hoeveel elke investeerder erin stak.
Publiek geld zit vooral naast privaat geld, niet in plaats ervan
Het eerste wat opvalt: de betrokkenheid van de overheid groeit, maar vooral als co-investering. In 2015 zaten er in slechts 5% van de rondes zowel publieke als private investeerders aan tafel. In 2025 was dat 22%, meer dan een op de vijf rondes.
Ook het aandeel uitsluitend publieke rondes groeide, van 8% naar 14%, maar dat schommelt flink en werd nooit de belangrijkste manier waarop publiek geld een ronde binnenkomt. De volledig private rondes vormen nog steeds de duidelijke meerderheid, al daalde hun aandeel van 86% in 2015 naar 63% in 2025.
In euro’s is de dominantie van de markt nog duidelijker. De strikt private rondes namen in 2025 71% van al het bekende kapitaal voor hun rekening. Gemengde rondes waren goed voor 26% en puur publieke rondes minder dan 4%: dat waren vooral kleine eerste cheques. In 2023 en 2024, toen privaat geld schaars was, droegen gemengde rondes tijdelijk meer dan een derde bij van al het kapitaal.
Het ‘verdringengskamp’ zal naar het krimpende aandeel van puur private rondes wijzen, en terecht. Maar daaruit kun je niet concluderen dat de marktpartijen vertrekken.
Publiek geld gaat waar privaat geld schaars is
Als publieke investeerders rechtstreeks met vc’s zouden concurreren, zou je ze overal tegenkomen. Maar sinds 2016 was bij 36% van de vroege vc- en Series A-rondes een publieke investeerder betrokken. Slechts bij 20% van de seedrondes en 23% van de groei-rondes, de fase waarin Nederlandse oprichters het vaakst tegen het gat aanlopen tussen een eerste angelcheque en een serieuze VC-ronde.
Als je inzoomt op sectoren, is het beeld nog duidelijker. In deeptech was bij 53% van de rondes een publieke investeerder in het spel. In life sciences, energie, bio en circulair en agrifood lag dat tussen 32% en 38%. In software en diensten, waar private vc’s actief en goed thuis zijn, was het slechts 12%.
Dit speelt het kamp van ‘publiek geld is noodzaak’ in de kaart: publiek kapitaal stroomt richting waar het risico hoog is, de technologie complex en de terugverdientijd lang. Het jaagt niet op de SaaS-deals waar vc’s om vechten.
Private investeerders zijn niet vertrokken
Als publiek geld private vc’s werkelijk zou verdringen, zou je verwachten dat er minder private investeerders meedoen. Dat is niet het geval. In 2015 deden 202 private investeerders mee aan minstens één Nederlandse ronde. In 2025 waren dat er 616. In dezelfde jaren steeg het aandeel rondes met een publieke investeerder van 13% naar 36%.
Twee kanttekeningen: de boom van 2021 stuwde het aantal private investeerders op tot een piek van bijna 700, daarna nam hun aantal weer af. Overal in Europa, met of zonder publiek geld. Ten tweede daalde het aantal puur private rondes van 412 in 2022 naar 265 in 2025. De marktpartijen zijn dus niet verdwenen, ze investeren nu vaker tegelijk met een overheidsinvesteerder.
Zo’n gemengde ronde telde in 2025 gemiddeld 2,4 private investeerders naast de publieke, ongeveer evenveel als in de volledig private rondes. Publiek geld verving het private syndicaat dus niet, het sloot zich erbij aan.
De private investeerders worden bovendien steeds internationaler. In 2025 had een op de zes Nederlandse rondes een investeerder van buiten Nederland, tegen een op de elf in 2015. Die internationale rondes waren goed voor meer dan de helft van het kapitaal. Buitenlandse vc’s stappen doorgaans in nadat lokale investeerders het eerste risico al hebben genomen. Dat is een teken van een volwassen wordend ecosysteem, niet van een markt die door de staat is overgenomen.
Gemengde rondes doen het daarna het best
Belangrijk is wat er gebeurt nádat een overheidsfonds instapt. Haalt een bedrijf daarna nog geld op bij private investeerders? Ik heb elke ronde van 2010 tot 2022 gevolgd, zodat elk bedrijf minstens een paar jaar de tijd had voor een vervolgronde.
Bedrijven met een gemengde ronde haalden veel vaker opnieuw geld op, trokken daarbij vaker private investeerders aan en bereikten twee keer zo vaak een groeironde als bedrijven die alleen door private investeerders werden gesteund. Het patroon blijft hetzelfde als ik me tot seedrondes beperk: 68% van de gemengde seedrondes werd gevolgd door een nieuwe ronde, tegen 51% van de puur private seedrondes.
Dit strookt met wat onderzoekers elders vaststelden. Uit een onderzoek onder bijna 22.000 bedrijven in 25 landen bleek eerder dat een bescheiden hoeveelheid durfkapitaal van de overheid naast privaat geld samengaat met betere exits dan privaat geld alleen, terwijl forse overheidsbetrokkenheid samengaat met zwakkere resultaten (Brander, Du en Hellmann).
In de Europese biotech vonden Bertoni en Tykvová dat overheids-vc’s zelf geen meetbare invloed hadden op innovatie, maar private vc’s wel effectiever maakten door samen te werken. Met andere woorden: ze zijn ineffectief als substituut, maar effectief als aanvulling.
Pas wel op: dit is geen bewijs dat publiek geld betere uitkomsten meebrengt. Misschien gaan publieke investeerders gewoon voor bedrijven die private vc’s al aantrekkelijk vonden. Maar het toont wel dat het verdringingsverhaal niet klopt: waar publiek en privaat geld elkaar ontmoeten, volgt privaat geld.
Wie het publieke geld inbrengt
‘Publieke investeerders’ is een ruim begrip. Het grootste deel van de groei kwam in Nederland van de ROM’s en de fondsen die ze beheren. Ze deden in 2025 mee aan 22% van de rondes, tegen 10% in 2015. Invest-NL is een veel jongere speler: zij was van 2021–2024 betrokken bij 3–4% van de rondes en in 2025 bij 6,5% ervan.
De lijst met meest actieve overheidsfondsen sinds 2016 bevestigt dit. BOM en Oost NL staan bovenaan, gevolgd door Invest-NL, het provinciale Innovatiefonds Noord-Holland en een reeks door ROM’s beheerde fondsen. Het EIC Fund is de actiefste Europese investeerder. Dat is van belang voor het debat: als mensen zeggen dat ‘de overheid overal zit’, bedoelen ze meestal regionale fondsen.
Het doel is om overbodig te worden
Einde discussie? Publieke investeerders zijn succesvol als ze niet meer nodig zijn, dat is hun missie. In een gezond ecosysteem kiest de markt de winnaars en vult publiek geld alleen de gaten. Op welk moment fungeert publiek kapitaal niet langer als katalysator en begint het marktpartijen te vervangen?
De data laten een paar plekken zien waar dat onderscheidt troebel wordt.
De puur publieke rondes nemen niet af. Een op de zeven rondes in 2025 had helemaal geen private investeerder. Dat waren ook de rondes met het geringste vervolgsucces: slechts 30% leidde tot een volgende ronde met privaat geld. Vaak is dat bewust zo, zoals bij vroege deeptech waar nog geen enkele vc aan wil beginnen. Maar het is de groep om in de gaten te houden.
Publiek geld schuift op naar latere fases. Sinds 2022 was bij 40% van de early VC- en Series A-rondes een publieke investeerder betrokken, en was een op de vijf groeirondes gemengd. Dat is precies het moment waarop privaat kapitaal het zou moeten kunnen overnemen.
Private fondsen vinden het moeilijker om zelf geld op te halen. Volgens PitchBook daalde het door Nederlandse vc-fondsen opgehaalde kapitaal in 2025 met 70%, van 2,1 miljard euro naar 600 miljoen euro, terwijl Invest-NL tot de actiefste investeerders van het land behoort. Privaat kapitaal verdwijnt niet, maar schuift op naar de bovenkant van de markt en laat het vroege selecteren over aan publieke fondsen.
Waar ik vanaf nu op zou letten
Mijn conclusie: er is in de data geen aanwijzing ervoor te vinden dat publieke investeerders marktpartijen verdringen. Publiek geld sluit zich vooral aan bij private consortia, er zijn meer private investeerders actief dan ooit, en bedrijven met gemengde rondes halen vaker opnieuw geld op en groeien vaker door.
Maar met ‘niet verdringen’ leg je de lat wel laag. De echte vraag is of publiek geld zichzelf overbodig weet te maken. Een paar eenvoudige cijfers zouden dat vertellen, als we die zouden kunnen bijhouden. Dit is ook een oproep aan Dealroom.co om dit te monitoren:
Het aandeel louter publieke rondes. Dat zou na verloop van tijd moeten dalen, niet stijgen.
Hoe vaak privaat geld volgt. Welk deel van de bedrijven haalt na een publieke cheque een volgende ronde op met private investeerders?
Wie de leiding neemt bij fiundingrondes. Volgt publiek geld een private lead-investeerder, of bepaalt het zelf de voorwaarden?
Exits door publieke investeerders. Als ze een belang verkopen aan een private investeerder is daarmee hun missie volbracht.
Fondsenwerving door private Nederlandse fondsen. Als die laag blijft terwijl het aantal publieke deals hoog blijft, leunt het ecosysteem op de staat in plaats van te leren lopen.
Deze analyse kent wel een paar beperkingen. De data tonen wie aan een ronde deelnam, niet hoeveel elke investeerder inbracht. Bij ongeveer een kwart van de rondes ontbreekt een investeerderslijst. Publiek geld dat startups indirect bereikt, via private fondsen waarin Invest-NL- of EIF belangen hebben,. blijft hier onzichtbaar. Sommige ‘private’ rondes bevatten dus indirect ook publiek geld. En geen van de vergelijkingen bewijst oorzaak en gevolg.
Toch is het beeld wat mij betreft duidelijk genoeg om het debat verder te helpen. De vraag is niet langer of publieke investeerders private vc’s wegduwen. Dat doen ze niet. De vraag is hoe snel ze een stap terug kunnen doen. Het mooiste compliment voor een publieke investeerder is dat de markt hem niet meer nodig heeft.
Challenger Holie’s is in eigen land geen kleintje meer, tijd voor Europa
Holie's is een loepzuivere challenger. Met suikervrije ontbijtgranen schopten Merick Schoute en Valentijn van Santvoort met hun merk naar hartenlust aan tegen 'Big Cereal'. Maar nu is hun merk in de Benelux de nummer twee in het ontbijtschap. What's next? Nou, de rest van Europa bijvoorbeeld. 'Daar zijn we weer de luis in de pels.'
Challengers, we zijn er dol op. Niets beter dan uitdagers die de gevestigde orde opschudden om te laten zien hoe je zaken anders, beter, efficiënter of duurzamer kunt aanpakken. Liefst maakt een challenger de ingedutte powers that be een beetje nerveus. En dan niet alleen door als nieuwkomer veel lawaai te maken en vrolijk te schoppen, maar door écht een bres te slaan in de markt.
Bij het suikervrije granola- en repenmerk Holie’s kun je wat dat betreft heel wat vinkjes zetten. In de vrolijke verpakking – eindelijk eens zónder graanhalmen, olijke beestjes of kommen met zuivel – zit een serieus afwijkende inhoud. Zeker in 2018, toen Merick Schoute zijn eerste pakken Holie’s vulde, was het vernieuwend om lekkere granola zónder toegevoegde suikers te brengen.
Mind you: de cruesli van het grootste merk bestond toen nog voor bijna een kwart uit suiker.
Grote merken reageerden met ‘zero sugar’
Maar suiker past niet in de missie van Holie’s, dat ‘gezond leven leuk wil maken voor iedereen’. Blijkbaar raakte dat een snaar bij ontbijters, want de uitdager is de afgelopen jaren hard gegroeid.
De tonnen omzet uit dat eerste jaar werden miljoenen, de miljoenen kregen nog een nul erbij en inmiddels ligt Holie’s bij ons in alle supermarktschappen die ertoe doen. Daar eist het merk steeds meer schapruimte op, dus met die deuk in het marktaandeel zit het ook goed.
Ook mooi: de gevestigde orde reageerde op de komst van de suikervrije concurrent. Het bewijs vind je op de ingrediëntenlijst: een doorsnee cruesli bevat tegenwoordig een derde tot de helft minder suiker dan toen Holie’s begon, zij het dat de nutri-score daar ook wel aan heeft meegeholpen. Grote merken kwamen met ‘zero added sugar’ varianten die je moeilijk anders kunt zien dan als antwoord op het succes van Holie’s.
Holie’s kan blijven schoppen
Al vier jaar op rij groeit Holie’s op elk supermarktschap harder dan de hele categorie ontbijtgranen, stelt het. In Nederland is Quaker nog steeds met afstand marktleider, maar de challenger is in de Benelux inmiddels de nummer twee. Van Santvoort: ‘We weten als Amsterdams merk al die ontbijtreuzen met marktwaardes van miljarden te verslaan. Daar hebben wij onszelf natuurlijk ook over verbaasd, van: holy shit man, dat dat dit lukt! In die zin leven we een jongensdroom.’
Het maakt Holie’s dus eigenlijk bijna onderdeel van de gevestigde orde. Kun je dan nog wel blijven schoppen? Zeker wel.
Merick Schoute en Valentijn van Santvoort gingen er vol in, Lotus hapte.
In 2025 nog vergeleken Van Santvoort en Schoute de hoeveelheid suiker in hun producten met die van concurrenten in de campagne Holie’s Sugar Score. Dat schoot in het verkeerde keelgat bij Lotus Bakeries, de fabrikant die met repen van de merken Nākd en Trek een rood label kreeg.
De zaak belandde in de zomer bij de rechter, wat publicitair goed uitkwam, en toen de rechter Holie’s gelijk gaf leverde dat nog eens een golf aandacht op. In feite een hoofdstuk uit het Handboek Challenger, waarover de oprichters al eerder tegen MT/Sprout vertelden.
Lotus is een Belgische fabrikant, en dat is misschien geen toeval dat die op de uitdagende campagne ‘hapte’. Er is nog genoeg te schoppen, als je de missie van je bedrijf Europabreed trekt.
Van Santvoort: ‘We hebben dit jaar de stap gemaakt van uitdager in de Benelux, dus relatief lokaal, naar uitdagen in Europa. Daar zijn we eigenlijk weer de luis in de pels. Want in Engeland is Kellogg’s mega-dominant en in Frankrijk is dat Quaker, op een veel grotere schaal dan in Nederland.’
De meest recente ‘wake-up call’ voor ‘Big Cereal’ waarmee het merk dit najaar aan de bel trok, is daarom ook internationaal ingestoken: sugar, we need to talk. Zoals gebruikelijk in een witte badjas, en een oproep aan de reuzen die we in Nederland al veel vaker hoorden: stop met die toegevoegde suikers.
Die roep echoode de afgelopen jaren ook al aardig rond in Europa. Na België volgden supermarkten in het Verenigd Koninkrijk, en ook in Oostenrijk en Zwitserland is Holie’s te koop. ‘Spar Oostenrijk mailde zelf naar ons algemene mailadres dat ze wilden praten. Dan zijn we wel opportunistisch genoeg om de trein naar Wenen te pakken.’
Van Santvoort en Schoute enteren Frankrijk.
Frankrijk richting een miljoen omzet
In totaal verkoopt Holie’s nu zelfs in twaalf landen, met Frankrijk als meest recente toevoeging. En ook daar slaat het aan, zeggen de ontbijtgranenmengers. Sinds mei ligt het merk er in de helft van de filialen van gigant Carrefour.
De omzet gaat er al richting het miljoen, en de Fransen willen alleen maar meer producten opnemen in hun assortiment. En dan hebben we het over een supermarkt met vier keer zoveel filialen als Albert Heijn. Schoute: ‘Ik denk dat het ons in het buitenland niet nog eens acht jaar gaat kosten om in de top drie te komen.’
Op drie verdiepingen aan de Amsterdamse Herengracht waar Holie’s zo’n beetje uitbarst, kijken Schoute en Van Santvoort, die kort na de start instapte als co-founder, terug op die rit van uitdager tot (bijna) onderdeel van de gevestigde orde. En vooruit op de Europese reis waarin nog zoveel te schoppen valt.
AH-category manager breekt met conventies
Het verhaal is wel bekend: Schoute zag als category manager bij Albert Heijn hoe gezondheid nauwelijks aan bod kwam in gesprekken met grote merken. ‘Je krijgt een nieuw concept gepresenteerd, soms nemen ze nog de moeite om er een verhaal bij te maken, maar dan is het: hier is de zak geld en dit is de distributie die we willen.’
Het idee voor Holie’s kwam eigenlijk letterlijk uit eigen keuken. Schoute begon zijn dag altijd met dezelfde granola, spul waarvan hij dacht dat het best gezond was. Dat viel tegen.
‘Bij Albert Heijn leerde ik etiketten lezen’, vertelt hij. ‘Dan zie je dat producten die geen geraffineerde suiker bevatten, wel kokosbloesemsuiker of andere suikers bevatten die praktisch hetzelfde zijn maar beter klinken voor de doorsnee consument. Op vragen over verborgen suikers in producten kreeg ik eigenlijk nooit een goed antwoord van leveranciers.’
Hij ging zelf aan het knutselen met granola en besloot het erop te wagen. ‘Er kwamen een paar dingen samen: ik was een beetje moe van het corporate leven en ik zag een kans om behalve een nieuw product ook een merk te bouwen dat echt breekt met de conventies. Het was de tijd van Tony’s Chocolonely en andere challengers.’
Uitgerekend Albert Heijn was de eerste supermarkt waar Holie’s in het schap belandde, begin 2019. Toegegeven: Schoute kende de supermarktwereld en had een netwerk, en dat hielp om aan tafel te komen.
Hij wist ook wat startende merken vaak niet snappen. ‘Ik had ze vaak genoeg over de vloer gehad, en dan bleek dat ze geen idee hadden wat erbij komt kijken om zaken te doen met een supermarkt’, zegt hij. ‘Iemand haalde honing uit zijn achtertuin en dacht: dit ga ik bij 1300 filialen van Albert Heijn neerzetten.’
Holie’s werkte met een logistieke partner die de distributie op die schaal aankon. ‘Dat was echt een belangrijke hack, ook omdat zo’n bedrijf goed kan omgaan met alle voorraadsystemen van klanten.’ Maar het was nog steeds spannend: ‘Wij hadden iets gemaakt dat krokant was, je proefde alle afzonderlijke ingrediënten goed doordat er geen suiker inzat maar het was afwachten of dat aan zou slaan bij de mainstream consument.’ Dat gebeurde: de omzet in het eerste jaar was al bijna 700.000 euro.
Van Santvoort spijkerde de missie vast
Maar het merk was nog niet af. ‘Ik had nog een beetje naïef het idee dat je er met een lekker product en veel idealisme wel komt, maar dat werkt natuurlijk niet zo.’ De co-founder die hem kon helpen met het bouwen van een merk werd Van Santvoort, die hij toevallig leerde kennen via een vrijgezellenfeest (‘eigenlijk ons eerste project’).
Holie’s-oprichters Valentijn van Santvoort en Merick Schoute: ‘We willen gewoon een vette rit hebben en hebben nu de lol van ons leven.’
De merkstrateeg had gewerkt voor namen als Heineken, Unilever, KLM en Red Bull en was een beetje klaar met het verkopen van producten waar de wereld niet per se beter van wordt. ‘Ik ging freelancen om wat kieskeuriger te kunnen zijn maar had ook nog wel die ondernemersdroom om een eigen merk te bouwen from scratch. Toen ik met Merick aan het sparren ging, dacht ik: “Dit is misschien wel het project van ons leven, dit moeten we gewoon doen.”‘
Alle creativiteit in Holie Circus
In feite spijkerde Van Santvoort de missie vast. ‘Tot op de dag van vandaag is dat een consistent verhaal. Mensen denken vaak dat ze om gezond te leven een compromis moeten maken op plezier of smaak. Dat iets wat gezond is, een beetje vlak smaakt. Terwijl een mooi cool merk soms vol blijkt te zitten met suiker en andere troep. Wij combineren die fun met een gezond product. Kijk maar naar de verpakking: die is kleurrijk, grafisch mooi en straalt eigenlijk niks gezonds uit.’
Holie’s kreeg met zijn suikervrije missie en de oproepen aan de industrie om ook met suiker te stoppen veel publiciteit en zette slim in op social media. Het is onderdeel geworden van de cultuur, zegt Van Santvoort. Alle creativiteit is nog steeds op de gracht te vinden, met 15 van de 40 medewerkers die werken in het ‘Holie Circus’, de creatieve afdeling met ontwerpers, videografen, editors en brandmanagers.
Tip voor andere startups en scaleups: besteed die creativiteit niet uit, dat is je superkracht als merk.
Holie’s eerste uitglijder: hummus
Eerlijk is eerlijk: niet alles rond Holie’s ging goed. In de beginjaren ging het de breedte in. ‘We dachten: cereals hebben we gezond gemaakt, dan gaan we nu die andere 80 procent van de supermarkt aanpakken.’
Dat begon met hummus. Van Santvoort: ‘De omzet liep wel goed, maar het verhaal werd toch een beetje schizofreen. Waarom verkocht een granolamerk hummus? De druppel was dat Merick zijn vader tijdens een verjaardag hoorde uitleggen waar Holie’s voor stond en hij er zelf niks van begreep.’
De hummus was goed voor circa een derde van de omzet, dus het was best pijnlijk om daar de stekker uit te trekken. ‘Maar doordat we ons op één probleem gingen focussen, in één categorie, was het merk voortaan kraakhelder. We werden een uitdager in het ontbijtschap met een duidelijke vijand.’
Namelijk de multinationals als PepsiCo (Quaker), Nestlé, General Mills en Mars (Kellogg’s) die daar de dienst uitmaken. ‘Dat maakt het merk superschaalbaar, ook internationaal.’
Maar Holie’s is naast de ontbijtdozen toch ook in de repen gestapt? ‘Daar gingen klanten echt om vragen en het is ook een logische extensie. Ook daar gaat het om het weglaten van suiker of zoetstof en een hoge voedingswaarde. We pakken hetzelfde probleem aan, het is in feite copy-paste.’
Ondoordacht succes in Duitsland
Nog een misser uit de beginjaren: veel te vroeg naar Duitsland gaan. Van Santvoort: ‘Met veel bluf en hulp van een Duits sprekende schoonvader kregen we een kans bij Edeka in Beieren. Binnen negen maanden moesten we ons weer terugtrekken omdat Duitsland een grotendeels gedecentraliseerde markt is waar we simpelweg absoluut nog geen sales- en marketingcapaciteit voor hadden.’
Dat Holie’s in eigen land kan schalen, heeft het inmiddels wel bewezen. Tot en met 2023 hielp het dat de logistieke partij tussen Holie’s en de supermarkten ook de voorraad financierde. Het kostte flink wat marge, maar Holie’s hoefde lang niet naar de bank of investeerders. Schoute: ‘Ik ben gaan ondernemen vanwege de vrijheid, en met een investeerder krijg je de facto toch een soort baas, zeker als een bedrijf nog jong en kwetsbaar is.’
Maar om de distributie in eigen hand te kunnen nemen, moest er eind 2023 toch extern geld bij. Een crowdfunding via Broccoli leverde 160 mede-eigenaren op, die samen goed waren voor rond de 1,6 miljoen euro. De founders houden nog steeds 100 procent van de zeggenschap, benadrukken ze.
Naast die ‘mini-beursgang’ regelden ze ook een kredietlijn van 2 miljoen bij een bank. Een forse lening, maar liever die financieringslasten dan een grote aandeelhouder. ‘We zeiden: we hebben iets goeds in handen, dit moet slagen, dus we durven die lening wel aan.’
Met ABN Amro-krediet op weg naar de 50 miljoen
De Europese groei kost inmiddels wel serieus geld. De kredietlijn met ABN Amro is uitgebreid tot 7 miljoen euro en dit boekjaar verwachten de oprichters voor het eerst verlies te rapporteren. ‘Vroeger wilden we het eerst verdienen voordat we het uitgaven. Nu investeren we vooruit op de omzet van volgend jaar.’
De winst in de Benelux gaat naar de nieuwe markten, die moeten bijdragen aan de omzetsprong naar minimaal 45 miljoen in 2027, en misschien zelfs een nog ronder getal als alles meezit. Maar hoe gaat de nummer twee zich in eigen land nog onderscheiden, als de missie van Holie’s slaagt en over een paar jaar ‘Big Cereal’ inderdaad de geraffineerde suikers vaarwel zegt?
Schoute: ‘Wij zitten nooit stil, hebben inmiddels 35 producten en daar komen er nog een paar bij. En we zijn altijd bezig onze producten beter te maken. Betere grondstoffen, andere functionaliteiten. We zitten nu hoog in de plantaardige eiwitten, maar na de proteïne kwamen de vezels, daar scoren we nu ook extreem hoog in. Je kunt zelfs het eerste merk van Nederland worden, dat betekent niet dat je geen uitdager op het gebied van gezondheid kunt zijn.’
Amerika, het hol van de leeuw
Gezien de geschiedenis van veel andere merken uit het ontbijtschap lijkt het eerder de vraag wanneer, dan óf Holie’s ooit wordt opgeslokt door Big Cereal zelf. ‘Weet je, onze droom is echt een global brand te worden. Het lijkt me tof om in het hol van de leeuw actief te worden, en dat is natuurlijk Amerika. Dat gaat zeker gebeuren, Engeland is wat dat betreft een beetje een tussenstation. Dus die grote overname is niet echt ons doel. We willen gewoon een vette rit hebben en we hebben nu de lol van ons leven.’
Milence bouwt de laadhubs waar de elektrische truck op wacht
In samenwerking met Invest International - Zonder laadplekken komen er geen elektrische vrachtwagens op de weg. Milence bouwt daarom in hoog tempo laadhubs langs de grote Europese transportroutes. Invest International voorzag dit duurzame initiatief van de broodnodige miljoenen. 'Deze investering zorgt voor nieuwe kennis, banen en een voorsprong waar we als maatschappij en economie later de vruchten van plukken.'
Foto: Links: Een laadhub voor trucks van Milence. Rechts: Milence ceo Anja van Niersen
Met een elektrische truck van Zaragoza naar Stockholm rijden. Of van Warschau naar Rotterdam. En onderweg nooit twijfelen of er straks nog een plek is waar je de batterij kunt volstoppen. Dat is in een notendop wat Milence wil bereiken.
Het bedrijf heeft al bijna 40 laadhubs voor zware vrachtwagens in bedrijf, verspreid over negen Europese landen. Eind dit jaar moeten dat er vijftig zijn om vervolgens met minimaal twintig laadhubs per jaar door te groeien. In heel Europa, benadrukt ceo Anja van Niersen. ‘We zijn nu in vijftien landen aan het voorbereiden. Als de routes daar allemaal goed zijn afgedekt, gaan we opschalen naar nog eens vijftien landen in Europa.’
Laadhub in Zwolle
Opgezet door de truckbouwers
Milence zag het levenslicht in de zomer van 2022, als initiatief van de grote truckbouwers van dit continent. Het gaat om Daimler Truck, Volvo Group en Traton, bekend van merken als Mercedes-Benz, Volvo, Renault, MAN en Scania. De drie concurrenten zagen een paar jaar geleden in dat hun elektrische trucks nooit de weg naar de markt zouden vinden, zolang er bijna nergens geladen kon worden.
De bedrijven staken gezamenlijk 500 miljoen euro in het project en vonden in Anja van Niersen dé ervaren topvrouw om de kar te gaan trekken. Ze is geen onbekende in dit domein. Eerder zette ze bij netbeheerder Alliander Allego op, een Europese aanbieder van openbare laadinfrastructuur voor elektrische auto’s.
Truck charging versus car charging
Deze vergelijking met personenwagens is natuurlijk snel gemaakt. En toch blijkt het verschil levensgroot. ‘Als je truck charging wilt begrijpen, moet je alles vergeten wat je denkt te weten over car charging’, aldus Van Niersen. ‘Een auto is een ego-item van een individueel persoon. Een truck is een productiemiddel, een voertuig dat altijd moet rijden en niet te veel mag stilstaan. De meeste automobilisten gebruiken een snellader een paar keer per jaar, bijvoorbeeld op weg naar hun vakantieadres. Een vrachtwagen in het langeafstandsvervoer laadt elke dag. Na vierenhalf uur rijden schrijft de rijtijdenwet 45 minuten pauze voor. In die tijd moet de accu weer vol. Die businesscase is totaal onvergelijkbaar.’
Laadhub naast de snelweg
Dat verklaart ook de plekken waar Milence de laadhubs bouwt. Fastned zet zijn stations voor personenauto’s direct aan de snelweg. Milence bouwt juist op terreinen ernaast. Daar is meer ruimte en kan het bedrijf de boel beveiligen. ‘Dat is belangrijk, want ladingdiefstal is een groot probleem in de logistiek’, zegt Van Niersen. De vraag naar elektriciteit blijft in ieder geval groeien. Bij de Milence-laadhub in Waddinxveen komen dagelijks enkele tientallen trucks laden. En in Venlo is de hub al drie keer uitgebreid, naar inmiddels twaalf laadpunten. Op die locatie is het de hele dag een komen en gaan van e-trucks.
Natuurlijk zijn er voor Milence ook de nodige uitdagingen. Zo laten vergunningen vaak lang op zich wachten. En er is dat volle stroomnet. ‘Dat probleem speelt niet alleen in Nederland, maar ook in landen als Duitsland, Denemarken en Zweden. Zelfs in Frankrijk beginnen we dat nu te merken’, aldus Van Niersen.
Het bedrijf zoekt daarom zelf de stroom op. In Tiel opent binnenkort een hub die direct is aangesloten op een zonnepark. ‘Maar dat had bijvoorbeeld ook een windpark, afvalverbrander of een tuinder die zelf veel stroom opwekt kunnen zijn. Met de opslag vangen we bovendien de pieken en dalen van zon en wind op. Als wij de energie naar ons toe halen voordat die het net op gaat, dan heeft de netbeheerder minder last van congestie.’
Laadhub in Tiel
Hoge investeringen gevraagd
Of Milence uiteindelijk kan doorgroeien naar een paar honderd laadhubs, hangt vooral af van geld. ‘Het is een nogal dure hobby’, zegt Van Niersen droogjes. Afgelopen voorjaar haalde het bedrijf voor het eerst geld op buiten de eigen aandeelhouders. Een consortium van vijf financiers stelde 120 miljoen euro beschikbaar, met steun van de Europese Unie via het InvestEU-fonds. Zo’n 40 procent kwam van Invest-NL en Invest International. Het geld gaat naar nieuwe hubs, uitbreiding van bestaande locaties en megawattladers die een truck sneller vol krijgen.
Invest International financiert Nederlandse groeibedrijven die over de grens zaken doen en hun afnemers. Een netwerk dat in vijftien landen tegelijk wordt uitgerold, past dus goed in dat profiel. ‘Onze financiering stelt Milence in staat om de volgende groeifase te realiseren. Wij stappen in als commerciële financiers nog terughoudend zijn’, aldus Jeroen Plag, de CIO van Invest International. En dat is belangrijk voor de bv Nederland, benadrukt hij.
‘We versterken zowel het Nederlandse verdienvermogen als de versnelling van de energietransitie. Deze investering zorgt voor nieuwe kennis, banen en een voorsprong waar we als maatschappij en economie de vruchten van plukken. Overigens is het niet zo dat er zomaar geld wordt uitgekeerd aan elk initiatief dat zich aanmeldt. Het is een kwestie van pitchen voor een investeringscommissie en een uitgebreid due diligence. Bij Milence telt ook het grotere belang mee. Hoe sneller het vrachttransport elektrisch wordt, hoe minder Europa afhankelijk is van geïmporteerde olie’
Gelijkwaardig, niet hetzelfde
Wat opvalt bij Milence is de werkvloer. Zo’n 40 procent van het personeel is vrouw, iets wat in het domein van transport en energie hoogst ongebruikelijk is. Van Niersen was daar eerder nooit zo mee bezig, maar is zich inmiddels meer bewust van haar voorbeeldrol. ‘Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig, maar niet hetzelfde. Als je iedereen hetzelfde behandelt, sneeuwen de vrouwen onder.’
Als voorbeeld noemt ze de werving van personeel. Op een gemiddelde vacature bij Milence reageren vooral mannen. ‘Vaak bluffen die zich door een sollicitatieprocedure heen. Vrouwen moeten we actief benaderen, vaak zelfs meerdere keren. Ze moeten het voor zichzelf voor 120 procent bewezen hebben voordat ze denken dat ze het kunnen’, aldus Van Niersen. Eenmaal binnen krijgen ze bij Milence ruimte om werk en thuis op hun eigen manier te combineren.
‘We bieden ze flexibiliteit en geven ze vertrouwen en verantwoordelijkheid. Dat werkt bij de meeste vrouwen heel goed.’ Haar verhaal raakt daarmee aan Code-V. Dat is een alliantie van 130 publieke en private organisaties met het doel om meer financiering naar bedrijven met een vrouw aan het roer te krijgen. Invest International is een van de aangesloten partijen en heeft ook een vrouwelijke CEO, Melanie Maas Geesteranus. En bedrijven die klagen dat ze geen vrouwen kunnen vinden, die krijgen van Van Niersen een eenvoudig advies. ‘Kijk eens heel goed naar jullie recruitmentproces, want daar begint het.’
Om onze site goed te laten functioneren, te verbeteren en u de beste ervaring te geven, gebruiken we cookies! Surfen op deze site = akkoord met cookies. OkLees verder
Privacy- & Cookiebeleid
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.