Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Inzichten over strategie, management en organisatie. En hoe jij jouw persoonlijke leiderschapsstijl kunt ontwikkelen.

Recente artikelen

Blockchain, dat was toch iets met de bitcoin? Waarom moeten we daar nu nog over lezen? Nou, omdat toepassing ervan in de financiële wereld slechts het begin is. De bitcoin was misschien het eerste voorbeeld van wat de blockchain-technologie allemaal vermag, maar zeker niet het enige. Sterker nog: als de voortekenen niet bedriegen, gaat blockchain ons leven nog ingrijpend veranderen. In de energiesector, het transport, het notariaat, overal kan de technologie een behoorlijke revolutie veroorzaken. Tijd dus om voorbij de hype te stappen, en eens goed te proberen de impact van de technologie te begrijpen. Gezamenlijk grootboek Eerst maar even terug naar de basis. Blockchain is in 2009 ontstaan als het systeem waarop het elektronische betaalmiddel Bitcoin draait. Simpel gezegd gaat het om een database waarvan heel veel mensen een kopie op hun computer hebben staan. Die database is een grootboek, dus een overzicht van alle transacties. Dat kunnen geldtransacties zijn, maar dat hoeft niet. Ook heel andere informatie kan in het gezamenlijke grootboek opgeslagen worden, zoals patiëntendossiers. Om het systeem betrouwbaar te maken, zijn een paar principes cruciaal. Om te beginnen is de blockchain openbaar. Iedereen kan het hele grootboek downloaden en inzien. Alle informatie wordt decentraal opgeslagen, dus niet op de servers van een bank of een andere instelling die je maar moet vertrouwen. Het vertrouwen komt verder van het netwerk. Computers in het blockchain-netwerk zorgen dat transacties correct in een blok terechtkomen en dat nieuwe blokken zich over het hele netwerk van duizenden computers verspreiden. De computers controleren samen of alle informatie klopt, en dat iedereen steeds dezelfde informatie heeft. De consensus daarover tussen de zogenoemde nodes in het netwerk waarborgt de integriteit van het hele grootboek, en voorkomt dat een bitcoin kan worden ge-copy-paste en twee keer kan worden uitgegeven (het is immers een digitaal betaalmiddel). Het derde principe dat vertrouwen oplevert, is dat niemand informatie kan aanpassen of schrappen. Niemand is eigenaar van de database, dus er is ook niemand die in zijn eentje kan besluiten dat iets wegmoet. Een blok met data dat eenmaal in de blockchain zit, blijft er voor altijd in zitten, onlosmakelijk verbonden met het voorgaande blok in de keten. Geen gerommel achteraf dus. Daardoor weet iedereen zeker dat alles wat in de blockchain zit correct is en correct blijft. Gedeelde digitale waarheid De waarde van de blockchain zit hem in deze principes. Blockchain gaat dus niet zozeer over geld, het gaat over een gedeelde digitale waarheid en over vertrouwen. Mensen kunnen er onderling geld en informatie mee uitwisselen zonder dat een vertrouwde derde partij nodig is. Het benodigde vertrouwen komt niet meer van de autoriteit die het systeem beheert, maar ligt besloten in het systeem zelf. De grote vraag is vervolgens waar je blockchain allemaal voor kunt gebruiken, naast het uitwisselen van ‘cryptografisch geld’. De verwachtingen zijn erg hooggespannen – en spreken elkaar soms zelfs tegen. Sommige enthousiastelingen verwachten bijvoorbeeld dat blockchain zorgt voor een flinke groei van de wereldeconomie, terwijl anderen juist denken dat blockchain een eind maakt aan het huidige kapitalistisch systeem. De blockchain wordt soms zelfs de belangrijkste ontwikkeling sinds het ontstaan van het internet genoemd. Interessante toepassingen zijn te bedenken voor het beheer van productieketens. De Britse start-up Provenance heeft zoiets net uitgeprobeerd. In een pilotproject werd in een blockchain in elk stadium informatie opgeslagen over vis; van de vangst (via sms’jes van vissers) naar verpakking en transport tot aan de consument (QR-codes op de blikjes). Zo wil het bedrijf de transparantie en duurzaamheid van de visserij verbeteren. In een ander project is IBM blockchain-platforms begonnen voor internet of things-toepassingen en voor supply chain management. De eerste klant is Everledger, een bedrijf dat de productieketen van diamanten inzichtelijk maakt voor kopers. Het Rotterdams havenbedrijf werkt op zijn beurt samen met ABN Amro aan een experiment om scheepsladingen die de haven binnenkomen te registreren via een blockchain. De Brits-Amerikaanse expediteur Marine Transport International heeft ook al een blockchain opgezet voor gebruik in het internationale transport. Volgens ceo Jody Cleworth past blockchain hier zo goed vanwege de complexe dataverzamelingen die ontstaan tussen de vele betrokkenen langs de supply chain: havens, verladers, ontvangers, vervoerders en controlerende instanties willen allemaal informatie over de lading opslaan en inzien. Ook de energiesector kan baat hebben bij blockchain. Gas en elektra werden altijd centraal uitgeleverd en afgerekend, maar dat is flink aan het veranderen. Particulieren en bedrijven nemen energie af, maar kunnen met zonnepanelen ook weer energie terugleveren. In New York is al een project gestart, TransActive Grid, waarbij buren de energie die ze opwekken onderling met elkaar afrekenen via blockchain, dus zonder tussenkomst van een netbeheerder. De omvang van de bitcoin-blockchain verdubbelt tot nu toe elk jaar Een beroepsgroep die zich ook zorgen maakt, is het notariaat. Sommige blockchain-voorstanders denken dat het notariaat helemaal overbodig wordt. Waarom zou nog een beëdigd notaris nodig zijn om overeenkomsten te formaliseren? Voor landen zonder betrouwbare kadasters kan dat een uitkomst zijn; de gedistribueerde databases kunnen een goedkope manier zijn om eigendomsgegevens bij te houden. Besparing tot 20 miljard De meeste opwinding over blockchain heerst echter – nog steeds - in de financiële sector. Diverse fintech-bedrijven denken razend slimme, winstgevende toepassingen te kunnen bedenken die werken op de bitcoin-blockchain of met een eigen blockchain. De bank Santander zegt dat de bancaire sector met blockchains tot wel 20 miljard dollar zou kunnen besparen. In Amerika hebben 25 banken zich verenigd in een blockchain-startup, R3 CEV. In Nederland is er ook veel blockchain-enthousiasme. Er zijn al drie bitcoin-congressen georganiseerd en in februari wordt in Groningen de eerste Blockchain Hackathon georganiseerd. Onder de aanwezigen, in elk geval: ING, Exact, provincies, gemeentes, de Kamer van Koophandel, Deloitte, Microsoft en DNB. De Nederlandsche Bank liet tijdens een blockchain-congres in juni weten dat het in de kelder een netwerkje met pc’s heeft opgezet om met cryptocurrencies te experimenteren. Ironisch als banken aan blockchain beginnen Gezien de herkomst van de technologie is het niet zo vreemd dat de financiële sector zoveel interesse heeft. Tegelijk is het ironisch dat juist de banken het hardst rennen om de ontwikkelingen bij te houden, aangezien blockchain en bitcoin juist bedacht zijn om hen overbodig te maken. Critici zeggen dat het onzin is dat banken zich zo storten op blockchain. Banken hébben geen probleem waar blockchain de oplossing voor is, zij zíjn het probleem. Als er iets is dat banken immers niet willen, is een systeem waarover ze geen zeggenschap hebben. Het gevolg is dat er wonderlijke tussenvormen worden bedacht waardoor de financiële sector toch kan meedoen met de hype. Toepassingen bijvoorbeeld die een beetje blockchain zijn, maar niet helemaal. Organisatieadviesbureau Accenture vroeg onlangs een patent aan op een blockchain die wél achteraf aanpasbaar is door een centrale beheerder. Veel mensen reageerden daar online wat lacherig op. Zoals: ‘Een blockchain die je kunt bewerken… is dat niet gewoon een spreadsheet?’ Ook niet alle fintech-bedrijven storten zich even geestdriftig op blockchain. Zoals Newest Industry, een bedrijf dat werkt aan online fintech-oplossingen en momenteel een online marktplaats opzet waar MKB’ers zich kunnen laten financieren door hun equity liquide te maken. ‘Dat is lastig in het huidige financiële systeem’, aldus directeur Kees Haverkamp. ‘Met onze marktplaats moeten ondernemers dat systeem kunnen omzeilen. Het sluit dus naadloos aan bij de gedachte achter blockchain.’ Desondanks gebruikt het bedrijf geen blockchain voor het project. ‘Met de huidige stand van de techniek is het praktischer om gewoon een applicatie te bouwen met bestaande technieken. We hebben wel flink met blockchain geëxperimenteerd, maar de meeste toepassingen die mensen voor zich zien, zijn allemaal ook zeer goed realiseerbaar met meer gangbare technieken zoals relationele databases.’ Nog weinig echte blockchaintoepassingen Wie kritisch kijkt, moet inderdaad toegeven dat er nog maar weinig échte toepassingen zijn. Bitcoin is voorlopig de enige toepassing die het prototype-stadium voorbij is. Sceptici houden blockchain nog steeds voor een oplossing die op zoek is naar een geschikt probleem. Zij wijzen op de hindernissen die een praktische toepassing van het briljante concept in de weg staan. De belangrijkste hindernis is de omvang. De twee belangrijkste blockchains, Bitcoin en Ethereum, groeien namelijk als kool. En dus ook het aantal transacties dat moet worden bijgeschreven. De omvang van de bitcoin-blockchain verdubbelt tot nu toe grofweg elk jaar. Drie jaar geleden was het hele bestand nog 10 gigabyte groot; wie de blockchain nu wil downloaden, heeft ten minste 85 gieg vrije schijfruimte nodig. En over een maand 3,5 GB méér, want dat is hoe snel de hele database groeit, dankzij de 200.000 transacties die gemiddeld elke dag worden toegevoegd. Behalve een flinke harde schijf is ook een serieuze internetverbinding dus een vereiste. Het verkeer met de andere knooppunten in het netwerk kost zo’n 400 gigabyte of meer per maand. Bitcoin portemonnee Lykle de Vries, ‘social enterprise whisperer and bitcoin evangelist’, erkent dat de omvang van de blockchain een probleem begint te worden. ‘Een full node zou je niet op je smartphone kunnen draaien, maar een wallet om iets mee te betalen kan gelukkig wel.’ ‘Als je een kopje koffie wil afrekenen is 10 minuten wachten niet praktisch’ Zulke bitcoin-portemonnees zijn lichtgewicht applicaties die op een vereenvoudigde manier transacties kunnen doen. Ze vertrouwen daarvoor op de betrouwbaarheid van het netwerk. ‘Ik denk dat we uiteindelijk toegaan naar verschillende soorten transacties met verschillende mate van betrouwbaarheid. Nu moet je nog 10 minuten wachten op zekerheid dat je transactie is opgenomen in het blok. Vaak is dat geen probleem, maar als je een kopje koffie wil afrekenen is het niet praktisch.’ De macht aan de super-blockchain-gebruiker De omvang vormt op die manier nog een ander gevaar voor blockchain. Als de meeste nieuwe gebruikers ervoor kiezen alleen een lightweight client te installeren, kunnen ze wel transacties in de blockchain zetten, maar doen ze zelf niet mee aan de controle en het bijwerken ervan. Als heel veel gebruikers dat overlaten aan een kleinere groep super-gebruikers, krijgen die meer macht. De decentrale database is dan ineens niet zo decentraal meer, terwijl dat toch de belangrijkste garantie is voor de betrouwbaarheid. Nog een probleem dat verdere groei van blockchain belemmert, is dat nieuwe informatieblokken niet groter mogen zijn dan 1 MB. Die limiet is in 2010 ingesteld om spam en hackersaanvallen tegen te gaan. Dat betekent dat er een maximumaantal transacties per blok opgeslagen kan worden, wat ook weer zorgt voor een maximum van zeven transacties per seconde. Steeds meer transacties moeten daardoor langer wachten op bevestiging, waardoor het systeem als geheel flink trager wordt. Als bitcoin wil uitgroeien tot serieus betaalmiddel, dan moet het de snelheid benaderen van Visa en Paypal. Die bedrijven kunnen duizenden transacties per seconde verwerken. Stammenstrijd Over de vraag of de block-grootte dan maar weer verhoogd moet worden, woedt al 2 jaar een stammenstrijd die de blockchain-gemeenschap zo splijt dat het wel ‘Bitcoins constitutionele crisis’ wordt genoemd. Inmiddels wordt hard gewerkt aan nieuwe technieken die de impasse kunnen doorbreken. Met al die fundamentele problemen is het verwonderlijk dat er toch zoveel vertrouwen is in blockchain. Paul Bessems bijvoorbeeld, zelfverklaard thought leader, pionier en ‘blockchain consultant’, bepleit een nieuwe organisatiestructuur: blockchain-organiseren. Hij baseerde het concept op de uitgangspunten die de stichters van blockchain hanteerden. ‘Blockchain moet je zien in een breder kader, breder dan alleen technologie’, vindt hij. Bessems geeft toe dat hij graag aansluit bij alle aandacht. ‘Je zou het opportunistisch gedrag kunnen noemen. Het is zoals Victor Hugo zei: ‘Niets is krachtiger dan een idee waarvoor de tijd rijp is.’ De tijd is nu rijp om dingen fundamenteel anders te gaan organiseren.’ Soms is blockchain als 'skiën met een tractor' Volgens Kees Haverkamp is blockchain dan ook een hype die ertoe leidt dat mensen toepassingen gaan bedenken die niet voor de hand liggen. ‘Als je een enorme fan bent van tractoren en je wilt op wintersport met de tractor, dan kan dat. Het is duurder, langzamer en je bent hartstikke moe als je aankomt, maar het kán. Ik zou zelf liever een stationwagen pakken, dat werkt beter. Maar ja, iedereen is nu ineens fan van tractors.’ De verwachtingen zijn hooggespannen – en spreken elkaar soms tegen Volgens Haverkamp zijn het gewoon ‘opportunistische investeringsmaatschappijen en banken die achter een hype aanrennen’. ‘De gedachte achter blockchain vind ik te gek, maar ik ben een nuchtere Brabander. Ik moet 23 mensen salaris betalen en dat gaat niet met luchtfietsen. Daarom wachten wij ermee.’ Lykle de Vries gelooft dat de gouden tijd voor blockchain vanzelf komt. ‘Blockchain en bitcoin volgen gewoon de hype-cycle van Gartner, net als internet en de mobiele telefoon dat deden. Eerst weet niemand ervan, dan komt het in het nieuws en stijgen de verwachtingen immens. Dan valt het tegen, en weer 2 jaar later zie je toepassingen. We zitten nu in het piekjaar van blockchain. Volgend jaar hoor je overal dat het toch te moeilijk is of te duur, en: ‘we krijgen het in onze bedrijfstak niet voor elkaar’. Maar daarna zie je dat het ineens toch overal nuttige toepassingen heeft gekregen.’

Wat je moet weten over blockchain

Iedereen heeft het over blockchain. Maar hoe werkt het nou eigenlijk? En raakt het straks echt élke sector in de...

clock 9 min

Iemand overtuigen van jouw competenties is praktisch waar een sollicitatiegesprek om gaat. Maar waar zijn managers meer van onder de indruk: natuurlijke of aangeleerde talenten? Maakt het meer indruk om je jarenlange ervaring op tafel te leggen of kun je beter eigenschappen benoemen die je vanaf het allereerste moment bezit? Aan allebei de antwoorden zit een positieve en een negatieve kant, maar onderzoek geeft definitief uitsluitsel. Volgens Chia-Hung Tsay, professor aan de University College London, winnen natuurlijke talenten het van ervaring tijdens een sollicitatiegesprek. Charles Een serie onderzoeken toont aan dat managers een positief vooroordeel hebben over mensen van wie zij geloven dat ze een natuurtalent zijn. Dit in tegenstelling tot wat de sollicitanten verwachten: een manager zou volgens hun verwachting de voorkeur geven aan een harde werker. In het eerste deel van de studie kregen de deelnemers informatie over een sollicitant genaamd Charles. De helft van de deelnemers las informatie waaruit bleek dat Charles een natuurlijke leider was. De rest van de deelnemers kreeg te lezen dat Charles een streber was die leider werd na het opbouwen van jarenlange connecties. Nadat alle deelnemers naar dezelfde business pitch hadden geluisterd, werden zij gevraagd hoe hoe waarschijnlijk ze zijn kans van slagen achtte en of ze hem zouden aannemen. De deelnemers die geïnformeerd waren over zijn geboren leiderschap gaven hem meer kans. Leiderschap In een ander onderzoek kregen de deelnemers vijf duo’s van kandidaten te zien. Zij verschilden op het gebied van management vaardigheden, leiderschapservaring, IQ, eerder opgehaald bedrijfskapitaal en de tegenstelling tussen honger om te groeien of een ‘natural’ in hun gebied. Toen deelnemende managers hun voorkeur uit mochten spreken voor een persoon gaf 60 procent aan liever een natuurtalent dan een streber in zijn team te willen. Zelfs toen bleek dat natuurtalenten meer zouden kosten vanwege een gebrek aan ervaring, gaf datzelfde percentage aan bij hun keuze te blijven. Bij het vergelijken van de onderzoeksresultaten werd ontdekt dat deelnemers bereid waren om 4 jaar ervaring aan leiderschap, 8 procent in management skills, 30 punten op het IQ en meer dan 30.000 dollar aan verkregen investeringen op te geven voor iemand met geboren talent. Opvallend was het aantal jaar werkervaring van de manager: hoe meer deze had gewerkt in zijn functie, des te meer was hij geneigd naar het natuurtalent. Toepassen Ondanks dat mensen met meer ervaring over het algemeen een betere baan krijgen, zijn managers meer geneigd een getalenteerd individu aan te nemen. Als je dus geen jaren aan ervaring hebt, betekent dat niet dat je geen kans meer maakt op de baan. Voor het volgende sollicitatiegesprek is het dus van belang dat je laat zien wat je natuurlijke talenten zijn. Het kan logisch lijken deze eigenschappen niet te noemen, omdat veel dingen voelen alsof je ze per toeval hebt verkregen. Toch is het waard ze aan te dragen: voor managers zeggen deze eigenschappen andere dingen over jou.

Wat kiest manager tijdens sollicitatie: natuurtalent of harde werker?

Iemand overtuigen van jouw competenties is praktisch waar een sollicitatiegesprek om gaat. Maar waar zijn managers meer van onder de...

clock 1,5 min

In 4 stappen naar een wendbaar bedrijf

Ritme, scrum en experimenteren zijn de toverwoorden voor agile busines. Sprout-expert Pieter van Osch deelt vier stappen om je bedrijf - op...

clock 2,5 min

Waarom frauderen makkelijker geworden is volgens meesterfraudeur Frank Abagnale

Het misleiden en frauderen van bedrijven is nu vele malen eenvoudiger dan in de hoogtijdagen van voormalig meesterfraudeur Frank Abagnale,...

clock 3,5 min

Hoe blockchain de maakindustrie ingrijpend gaat veranderen

Blockchain: de laatste tijd is de term niet weg te slaan uit de kolommen van zichzelf respecterende vak- en dagbladen...

clock 4,5 min

productiever werken

Met deze 7 lifehacks word je (nog) productiever

Meer doen in minder tijd, wie wil dat nou niet? Met een paar simpele aanpassingen in de dagelijkse routine, word...

clock 4 min

Het succes van Apple is grotendeels te werken aan hun marketing en PR-beleid. Cameron Craig, die tien jaar bij het bedrijf werkte als PR-medewerker, vertelt over de begindagen van de elektronicagigant en de lessen die hij daar leerde. Craig startte in 1997 met werken bij het PR-gedeelte van Apple, dat toentertijd in Sydney gestationeerd was. Steve Jobs was net teruggekeerd naar het bedrijf en de productlijn bestond uit een paar computers met rare namen, printers, scanners en een digitale personal assistant met alle mogelijke kinderziektes. De vooruitzichten van het bedrijf waren, kortom, niet bepaald rooskleurig. De meeste media schreven over het bedrijf als een schim van wat het anno 2016 voorstelt. Koppen van artikelen over het bedrijf luidde bijvoorbeeld ‘Rot tot de kern’, ‘101 manieren om Apple te redden’ en ‘Grote ontslagronde verwacht bij Apple’. Indertijd had ik geen idee dat ik tien jaar later onderdeel zou zijn van een van de grootste en populairste bedrijven ter wereld; een heuse imago omslag. Ik verhuisde naar het hoofdkantoor van Apple in Californië, waar ik onderdeel werd van het PR team. Het was de periode dat Apple critici op hun plaats zetten en de wereld versteld deed staan met hun innovaties en marketing. PR speelde een enorme rol in dit succes. In zijn artikel op HBR doet Craig vijf lessen uit de doeken die niet alleen ten grondslag liggen aan dit succes, maar ook vandaag de dag nog gebruikt worden. # 1 Hou het simpel Als de persberichten van Apple getest werden op leesbaarheid, was de conclusie vaak dat zelfs een tienjarig kind het zou kunnen begrijpen. Iedere hint naar jargon, clichés of moeilijke tech woorden werden snel verwijderd. Als een ‘gewone sterveling’ onze taal niet zou kunnen begrijpen, voelden het voor ons alsof we gefaald hadden. En falen was simpelweg geen optie onder Steve Jobs. Hij las alle persberichten persoonlijk door en gaf zijn goedkeuring. Er zijn verschillende manieren om te testen of een persbericht begrijpelijk is. Voor Engelse versies zijn daar gratis websites als Word Count Tools en Readability Score voor. Hoe beter een persbericht te begrijpen is, des te groter is de kans dat het opgepakt wordt. # 2 Waardeer de tijd van journalisten Voor de lancering van grote producten en belangrijke momenten in het bedrijf organiseerden we een persmoment. Voor soortgelijke producten en software updates verstuurden we een persbericht. Dit tot grote ergernis van internationale klanten, die van werkelijk alles op de hoogte wilden blijven. Maar door deze werkwijze wisten journalisten dat wij hen zouden benaderen als er écht belangrijk nieuws was. # 3 Richt je op influencers Deze les ligt in het verlengde van de tweede les. We werkten niet met een lange lijst aan media, maar met een groep geselecteerde journalisten waarvan wij geloofden ze dat grote invloed hadden. Door hen exclusieve interviews of de eerste review van een nieuw product te gunnen, creëerden we veel meer engagement dan wanneer en masse persberichten verzonden werden. Door deze groep zo klein mogelijk te houden, was het mogelijk om de persrelaties te overzien en concrete briefing te geven. Nadat deze groep journalisten bediend was, richtten we ons op regionale media en vakbladen. Focus je op het opbouwen van een relatie met deze influencers. Dit betekent niet dat je hen alles moet zenden over je bedrijf. Zorg dat zij er ook iets aan hebben: deel hun artikelen via social media en start discussies met de berichten die zij geschreven hebben. # 4 Wees concreet Voordat we een interview regelden met een van onze topmensen of een product verstuurden voor een recensie, zorgden we ervoor dat iedere journalist, influencer of analist een concrete product beschrijving had. We namen ze bij de hand door ons ontwerpproces: het ging hier vooral om details die iemand niet zou zien of waarderen zonder onze gids. Na het interview hielden we nauw contact om te zien of er nog vragen waren over het product. Als je de interesse hebt van een journalist, probeer het gesprek dan zoveel mogelijk naar een positief einde te leiden, maar overdrijf dat vooral niet. Als ze een product opvragen voor een recensie, breng het dan als het even kan persoonlijk langs om een kleine demonstratie te geven. Probeer dit subtiel te doen: als journalisten ergens zenuwachtig van worden, is het van opdringerige bedrijven. # 5 Blijf gefocust Onze missie bestond uit het verhaal overdragen hoe onze innovatieve producten de creativiteit van consumenten kon aanwakkeren en uiteindelijk zelfs de wereld kon veranderen. Iedere dag kregen we meerdere verzoeken om onze mening te verkondigen over technologische trends, politiek, personeel en vele andere zaken. Als dit verzoek niet aansloot bij de missie die wij voor ogen hadden, weigerden we om mee te werken. Op die manier konden we onze tijd zo efficiënt mogelijk besteden. Zorg ervoor dat je een expert op je eigen gebied bent. Maak een aantal statements over onderwerpen die voor jou belangrijk zijn en blijf daarbij. Dit geldt voor traditionele media, internet en je eigen social media kanalen. Op die manier weten mensen je te vinden als ze iemand zoeken die iets wil vertellen over het gebied dat jou verder helpt in je missie. Maar het allerbelangrijkste dat ik leerde in die tien jaar is om het merk te respecteren waarvoor je werkt. Het is je meest waardevolle goed en je moet het goed beschermen. Geef je product niet zomaar weg, bedenk goed met wat voor merken je je associeert. Denk anders in je benadering van de markt, omdat dat de enige manier is om boven de rest uit te stijgen.

Deze PR-regels lagen ten grondslag aan Apple’s succes

Het succes van Apple is grotendeels te danken aan hun marketing en PR-beleid. Cameron Craig, die tien jaar bij de public...

clock 3 min

Bob zoekt het dna van het bedrijf

Bob is divisiedirecteur van een groot concern. Hij doet zijn best. In deze aflevering gaat hij op zoek naar het...

clock 2 min

Kijktip: de duistere kant van Silicon Valley

Als epicentrum van de startup-wereld kan Silicon Valley je bedrijf en carriére maken, of net zo hard breken. In de...

clock 0,5 min

Grafiek van de dag: Facebook wint in omzet maar verliest op de beurs

Facebook bracht donderdag goede kwartaalcijfers naar buiten, toch strafte de beurshandelaren het bedrijf af. De mededeling dat het sociale netwerk...

clock 1 min

5 tactieken om meer impact te maken

Wil jij een nog betere indruk maken als ondernemer? Sprout-expert Lorraine Vesterink deelt 5 tactieken, van stemgebruik tot kleding.

clock 3 min

Liever een klimrek dan een ladder

De cfo van het energiebedrijf krijgt applaus. En bovendien de toezegging van de ceo dat zijn carrière zeker geen averij...

clock 2 min

De ‘toevallige’ leidinggevende

Columnist Gijs Veenhuijsen kreeg te maken met een leidinggevende die 'omhoog' was gevallen. Dat verpestte de werksfeer in het team....

clock 2,5 min

Conflict op het werk? Yes!

In flexibele en innovatieve organisaties neemt de kans op een conflict eerder toe dan af. Wegkijken of onder het kleed...

clock 4,5 min

Tedje van de week: Dit moet je doen om mensen te laten luisteren

Ken je het gevoel dat je praat, maar dat niemand naar je luistert? Julian Treasure legt je uit hoe dat...

clock 0,5 min

Je spaargeld levert bij de bank niks op. Waarom zou je het dan niet in huizen stoppen? Huizenbezitters zijn trouwe betalers van hun hypotheekrente. Die paar procent die ze elke maand overboeken, het is misschien niet veel, maar toch een ander verhaal dan de miezerige spaarrente van de banken. Deze zomer bemachtigde ‘crowdfundhypotheekverstrekker’ Jungo een AFM-vergunning, en die wil het dit jaar nog gaan gebruiken. Particulieren kunnen binnenkort in hypotheken inleggen en daarop tot 3,5 procent rente vangen. Geen spaardeposito dat daar tegenwoordig nog tegenop kan. Disruptieve uitdagers Jungo is de nieuwste en potentieel meest disruptieve uitdager op de hypotheekmarkt. Ooit was die markt een baken van rust en risicovrij verdiende rendementen, maar inmiddels is het een woelwater geworden, met gevaarlijke onderstromen voor banken en hypotheekadviseurs. De toevloed van nieuwkomers springt daarbij het meest in het oog. De hippe huizenkoper heeft geen Rabo-hypotheek meer, maar financiert zijn huis bij Munt, Tulp, Venn of bijBouwe. Een lening die je bovendien zelf kunt afsluiten, bij Hypotheek24. Een volgende lichting start-ups, onder wie dus Jungo, wordt nog dit jaar op de markt verwacht. De extreem lage rente en de gunstige Nederlandse marktsituatie zijn belangrijke verklaringen voor de toevloed. In zekere zin is er ook sprake van een inhaalslag. Tijdens de crisis lag de markt op zijn gat. De hypotheekomzet, in 2007 nog goed voor 115 miljard euro, was in 2013 nog maar 37 miljard. Maar in 2015 groeide de markt weer, met 28 procent, tot 62 miljard euro. Ook de eerste twee kwartalen van 2016 waren uiterst goed, met een groei van boven de 20 procent. Tijdens de crisis waren de hypotheekverstrekkers druk met de afdeling bijzonder beheer, de wanbetalers. Voor innovatie was geen ruimte. Dat is nu wel anders. Snel in bedrijf Met de lage rente meldde zich bovendien een nieuwe groep kapitaalverstrekkers op de markt. Traditiegetrouw kwam de hypotheekfinanciering van de balans van de banken zelf. Maar nu staatsobligaties vrijwel niets meer opbrengen, zoeken ook veel institutionele beleggers een alternatief. Hypotheken passen daar uitstekend bij – en dan vooral in Nederland, waar de betalingsmoraal hoog is. Een pakket hypotheekcontracten levert al snel 1,5 tot 2 procent meer op dan een staatsobligatie, tegen weinig extra risico. Veel van de start-ups op de hypotheekmarkt zijn ontstaan als instrument waarmee beleggers (zoals pensioenfondsen en buitenlandse investeerders) hun geld willen wegzetten. De Nederlandse infrastructuur is gunstig voor hen, zegt Matthijs Mons, partner bij adviesbureau Yellowtail. ‘Er zijn veel partijen op de markt die beleggers kunnen helpen.’ Het grote aantal hypotheekadvieurs in Nederland staat bovendien te springen om nieuwe aanbieders, zegt hij. ‘Daarmee wordt de keuzemogelijkheid voor de klant groter en kan de intermediair zijn onafhankelijkheid naar de klant toe onderstrepen.’ Zelf een distributienetwerk opzetten als nieuwkomer is dus nauwelijks nodig. Daarnaast kent Nederland enkele grote serviceproviders (zoals Stater en Quion), die een belangrijk deel van de administratieve afhandeling, zoals het offerteproces en beheer, uit handen kunnen nemen. Ook dat hoeven de nieuwkomers dus niet meer zelf te doen. De investeringen om in Nederland de markt op te gaan, kunnen daarmee beperkt blijven. ‘Vaak kun je in 3 tot 5 maanden in bedrijf zijn’, zegt Mons. Je hypotheek in 8 minuten De toestroom van vers kapitaal is niet het enige dat de markt op zijn kop zet. Ook de technologische innovatie helpt mee. Terwijl we razendsnel online kopen, afrekenen en bankieren, is de hypotheekaanvraag nog steeds een stroperig proces, met verschillende adviesgesprekken, dat makkelijk weken in beslag neemt. Dat kan beter, vonden sommige ondernemers. ‘Veel klanten willen meer keuzevrijheid’, zegt Bouwe Kuik, oprichter van bijBouwe. Deze sinds eind 2015 actieve hypotheekaanbieder handelt het hele proces online af. De klant kan ervoor kiezen het helemaal zelf te doen. ‘Een hypotheek afsluiten kan sneller en goedkoper. De klant wil duidelijkheid. Met technologie kan dat ook.’ Waar het misschien naartoe gaat is al in de VS te zien: daar is Rocket Mortgages actief, waar online hypotheken in 8 minuten te regelen zijn. In Nederland kan zo’n ‘robothypotheek’ voorlopig nog niet. De huizenkoper moet hier nog loonstrookjes en belastingaangiftes laten zien, die handmatig worden beoordeeld. Maar partijen in de sector werken nauw samen om deze documenten in één app te krijgen. Dat maakt de deskundig adviseur overigens nog niet overbodig, zo is de consensus in de sector. ‘Maar daarbij moet je dan meer denken aan iemand die meedenkt met de klant en enkele cruciale vragen stelt’, zegt Joppe Smit, strategisch consultant bij adviesbureau IG&H. ‘Hulp bij zelfbediening, zeg maar.’ De hele klantreis De hypotheekmarkt biedt nieuwe aanbieders kansen op verschillende momenten in de ‘klantreis’. Met data kunnen ze bijvoorbeeld patronen in de levensloop van de klant signaleren, waarop de hypotheekverstrekker proactief kan inspelen. Smit: ‘Partijen die dit goed beheersen, kunnen daaruit veel nieuwe business halen. Ze kunnen klanten wegkapen voor de neus van bestaande partijen die langzamer zijn.’ Het marktaandeel van de grootbanken op de hypotheekmarkt is de afgelopen jaren al tot onder de 50 procent gedaald. Om verdere afkalving te voorkomen, moeten ze mee in de verbeterde dienstverlening met snellere beoordelingen en doe-het-zelf-hypotheken. ABN Amro biedt daarom als eerste grootbank nu ook ‘execution only’ online hypotheken. Grootbanken ‘De grootbanken zitten in een lastige situatie’, zegt Matthijs Mons van Yellowtail. In het verleden hebben ze enorme hypotheekportefeuilles opgebouwd. Die van de Rabobank spant de kroon: zo’n 200 miljard (!) euro. Maar met hun tarieven moeten de banken opboksen tegen de nieuwkomers, die te maken hebben met veel minder hoge kapitaalseisen. Die kapitaalseisen zijn een heikel punt. Een nieuw pakket internationale eisen is in de maak (‘Basel IV’ genoemd). Daarin komt mogelijk de eis dat de Nederlandse banken grote kapitaalbuffers voor hun hypotheekportefeuilles hebben. De bankenlobby werkt op hoge toeren om dat te voorkomen. De uitkomst? Onzeker. De grootbanken kunnen de hypotheken niet missen, denkt Matthijs Mons. Het is nog steeds een zeer lucratieve markt, zegt hij. De aan de klant berekende rente mag dan gedaald zijn, de rente die de banken zélf betalen is nog veel lager. ‘Bovendien: waar ga je als bank dan je geld mee verdienen? Niet met spaargeld, en ook niet met betalingsverkeer.’ Dág, middle man Met hun omvang hebben de grootbanken nog voldoende slagkracht om mee te gaan in de digitalisering, om nieuwe concurrenten en hun slimme apps het hoofd te bieden. Anders is het voor de grote aantallen hypotheekadviseurs. De opkomst van fintech kan bij hen écht disruptieve gevolgen hebben. Momenteel betaal je bij een hypotheekaanvraag al snel 2.500 euro aan advieskosten. BijBouwe heeft tarieven vanaf 595 euro. Internet drives out the middle man. Joppe Smit (IG&H): ‘Hypotheekadvies wordt een stuk minder arbeidsintensief. De werkgelegenheid in de markt zal aanzienlijk verminderen.’

Hommeles in hypothekenland 

De ooit zo bedaagde hypotheekmarkt is in wild water. Neemt fintech nu ook de financiering van uw woning over? 

clock 4,5 min

bitcoin MT cryptovaluta

‘We hebben iemand nodig die de bitcoin toegankelijker maakt’

De bitcoin bestaat al sinds 2009, maar de digitale munt lijkt nog altijd geen voet aan de grond te krijgen....

clock 2,5 min

Een burnout komt in de beste bedrijven voor, maar wat valt eraan te doen als het eenmaal zover is? Volgens Wilmar Schaufeli, arbeids- en organisatiepsycholoog aan de Universiteit Utrecht, moet het opbranden van een collega in ieder geval niet worden gezien als een individueel probleem. Het aantal werknemers dat uitvalt door psychische klachten in Nederland groeit gestaag. Uit cijfers van Capability, een van de grootste ziekteverzuimspecialisten, blijkt dat 31 procent van de verzuimdossiers te maken heeft met psychische klachten. In 2014 bedroeg dat percentage ‘slechts’ 19 procent. In datzelfde jaar luidde de GGD de noodklok: voor het eerst waren er meer mensen arbeidsongeschikt door psychische klachten dan door lichamelijke ongemakken. Ruim 415.000 mensen zaten arbeidsongeschikt thuis vanwege een psychische aandoening of gedragsstoornis, zo bleek uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Volgens Wilmar Schaufeli, arbeids- en organisatiepsycholoog aan de Universiteit Utrecht, zijn er verschillende redenen voor deze cijfers te noemen. “Het is niet vast te stellen waar het precies aan ligt, maar er zijn een aantal factoren die een grote rol spelen.” Zo noemt hij de intensivering van het werk. “Mensen worden steeds meer geacht met hun hart en hoofd te werken in plaats van met hun handen. De verwachtingen nemen op die manier toe.” Ook de verwachting van werknemers speelt een rol bij dit stijgende aantal mensen dat met psychische klachten thuis zit. “Mensen willen niet alleen een goed salaris, maar ook interessant en uitdagend werk. Die onzekerheid brengt stress met zich mee.” Tel daarbij de verruiming van het ziektebegrip op, en je hebt volgens Schaufeli een goede cocktail om het oplopende aantal burnouts te verklaren. “Stel: iemand komt te overlijden door een hartaanval. Vroeger werd dat gezien als een lichamelijke klacht, maar nu wordt steeds vaker onderzocht waar die hartaanval door ontstaan is. Dat kan bijvoorbeeld door stress of andere psychische klachten zijn.” Ook het benoemen van psychische klachten is veranderd. “Vroeger had nog nooit iemand gehoord van ADHD en was depressie nog niet volksziekte nummer 1. Mensen trekken sneller aan de bel.” Herkennen Manager zouden volgens Schaufeli die bel beschikbaar moeten stellen. “Er moet een open cultuur op kantoor bestaan waarin werknemers zich vrij voelen om werkdruk, vervelende collega’s of zaken in de privésfeer spelen en invloed hebben op hun functioneren bespreekbaar te maken.” Vooral laatstgenoemde factoren ligt vaak ten grondslag aan een burnout. “Veel mensen die uiteindelijk op de bank bij de bedrijfsarts eindigen, hebben naast hun werk en de druk die daarbij komt kijken nog allerlei problemen in de privésfeer. Het is belangrijk dat daar oog voor is op de werkvloer: je huurt een werknemer allang niet meer alleen in tijdens kantooruren, mensen nemen hun problemen mee naar werk.” Aan de manager de taak om deze problemen te herkennen. “Het gaat om contact met mensen. Als manager moet je niet alleen af en toe vragen hoe het met je werknemers gaat, maar ook zelf initiatief nemen om het standaard antwoord dat het goed gaat te doorzien.” Het klinkt allemaal heel makkelijk, maar werknemers gaan niet vaak als eerste naar hun manager om dit soort klachten te melden. “Ze verbergen het juist vaak, omdat ze bang zijn om zwak over te komen of problemen voor de manager op te leveren.” Individueel Het gaat volgens Schaufeli voor een groot deel over goed werknemerschap. “Uit onderzoek blijkt dat hoge werkdruk, onduidelijkheid over rolverdeling en conflicten factoren zijn die een burnout kunnen veroorzaken. Dit zijn zaken die allemaal voorkomen kunnen worden door mensen bijvoorbeeld zelf hun werktijden in te laten plannen en inspraak te geven in werkprocessen.” Een medewerkersonderzoek is een goed moment om te peilen hoe werknemers tegen dit soort zaken aankijken. “Het wordt anoniem ingevuld, maar als meerdere mensen aangeven dat de werkdruk te hoog is, is dat een teken dat er iets mis is.” Volgens Schaufeli wordt een burnout nog te vaak benaderd als een individueel probleem. “Dat is het makkelijkst, want dan hoef je er als bedrijf niets aan te veranderen.” Toch is dit vaak niet de oplossing die een manager op de lange termijn voor ogen zou moeten hebben, “De aanleiding van een burnout kan wel individueel zijn, maar de oorzaak ligt vaak op werkniveau. Een individuele oplossing voor degene die thuis zit, is dan niet wat je zou moeten willen als manager.”

‘Een burnout is geen individueel probleem’

Een burnout komt in de beste bedrijven voor, maar wat valt eraan te doen als het eenmaal zover is? Volgens...

clock 3 min

Neem de kortste weg naar geluk

Die vele burn-outs tegenwoordig zijn geen wonder, vindt arbeidspsycholoog Cees Schenk. We krijgen veel te veel stress van het streven...

clock 3 min

Iedereen wil toch meer winst? Zo doe je dat

De redactie van MT kiest én recenseert voor jou de nieuwste managementboeken. Dit keer: Kiezen voor winst van Stefan Stremersch.

clock 2 min

The Office: het nerd-mekka van Lifely

In de rubriek The Office belicht Sprout de mooiste, hipste, gaafste kantoorruimtes van Nederland. In deze aflevering: het nerd-mekka van softwarebedrijf Lifely.

clock 2,5 min

Columnisten

Ralf Knegtmans

Managing partner van executive searchbedrijf De Vroedt & Thierry. Schrijft over talent en leiders van de toekomst.

Lees de columns van Ralf Knegtmans

Laura Bas

Laura Bas is generatie Z-expert, spreker en influencer.

Lees de columns van Laura Bas