Communicatie met nieuwe lasertechnieken. Een mobiele microfabriek voor explosieven. Maar ook drones, en een succesvolle scaleup als Robin Radar Systems. Als je op zoek gaat naar de innovatie waarmee Nederlandse defensiebedrijven bijdragen aan de veiligheid en autonomie van Nederland en Europa, kun je nauwelijks om TNO heen.
TNO is een spin in het web van innovatie en de rol die het speelt via zijn divisie Defensie en Veiligheid – internationale naam Defence, Safety & Security (DSS) – wordt elk jaar groter. Hendrik-Jan van Veen heeft het van dichtbij zien gebeuren. Hij werkt al ruim vijfentwintig jaar bij TNO, waarvan de laatste jaren als managing director van de defensietak. In die periode is er veel veranderd, maar de afgelopen vier jaar – sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne – ging het echt hard.
‘Alles heeft haast,’ zegt Van Veen. ‘We hebben heel lang van de vrede kunnen genieten maar inmiddels is alleen groei niet meer voldoende. We moeten doen wat nodig is, in plaats van doen wat we kunnen. Dat is op dit moment de realiteit voor Oekraïne, en die mindset sijpelt langzaam maar zeker Nederland binnen.’
Die urgentie zie je terug in de cijfers. In 2025 groeide de divisie volgens het jaarverslag met bijna elf procent naar 1.087 voltijdsbanen, dat komt neer op 1300 mensen. Het budget steeg nog meer, ruim een vijfde, naar 235,7 miljoen euro. Het maakt TNO in feite tot een van de grootste spelers in de Nederlandse defensie-industrie, naast zwaargewichten als radarfabrikant Thales en fregattenbouwer Damen.
Lees ook: ‘Robin Radar kan drones spotten, sinds de inval in Oekraïne loopt het storm’
Dit jaar neemt Van Veen weer 180 nieuwe mensen aan. ‘Een kennisinstelling groeit normaal gesproken geleidelijk,’ zegt hij. ‘Maar nu is er die permanente urgentie waardoor we elke 5, 6 jaar blijven verdubbelen. Gelukkig hebben we nog geen moeite mensen te werven. Hier is mooi en interessant werk te doen, met een maatschappelijke relevantie die je dagelijks voelt.’
Defensieonderzoek als kerntaak
De inval van Rusland in Oekraïne zette Europa op scherp, het presidentschap van Trump was een tweede wake-up-call, nu is er de Iran-oorlog: Nederland en Europa moeten sterker worden op defensiegebied, en zorgen dat ze strategisch onafhankelijker worden.
Maar daaraan bijdragen met wetenschappelijk onderzoek, is al sinds de start in 1947 een wettelijk vastgelegde taak van TNO. Een kwart van zijn budget komt dan ook rechtstreeks van het ministerie van Defensie. ‘Onze positie is vrij simpel: we moeten zorgen dat we verstand hebben van de technologie die voor militairen van belang is, radar, drones, sonar, munitie, maar ook van de technologie die de industrie en andere gevoelige sectoren beschermt.’
Veel opdrachten komen van hetzelfde ministerie, en uit Commit, (Commando Materieel en IT), de inkooporganisatie van het leger. ‘Ook als er tanks en vliegtuigen moeten worden gekocht, begeleiden we dat met onze expertise.’ De gezamenlijke R&D in opdracht van het European Defence Fund levert ook veel werk op, via Europese consortia van bedrijven en overheden.
Innovation at the front line
De rol van Van Veens afdeling is de afgelopen jaren wel gaan schuiven. Waar het voorheen ging om het opbouwen van kennis en consultancy, ligt er nu meer nadruk op de daadwerkelijke inzet van technologie. Van Veen omschreef het eerder als ‘innovation at the front line.’
Die frontlijn ligt op dit moment in Oekraïne, waar TNO onder meer samenwerkt met het Oekraïense defensie-innovatieplatform Brave1, om kennis te delen. ‘Soldaten die op dagelijkse basis ervaring opdoen, dat levert feedback op waarmee je ongelofelijk snel kunt leren. Dat lukt je niet door te simuleren in militaire oefeningen. Daarom proberen we partners te vinden die al banden hebben met Oekraïne.’

Droneoorlog versnelt innovatie
Een bekend voorbeeld is de opmars van onbemande systemen, oftewel drones. In het Oekraïense conflict worden aan beide kanten meer dan een miljoen drones per jaar ingezet – op land, in de lucht en op water. TNO werkt actief aan de ontwikkeling van detectiesystemen die ook kleine, goedkope drones kunnen opsporen. Aan luchtverdediging waarin het afweren van drones, raketten en andere wapens wordt gecombineerd. ‘We weten met zijn allen dat de capaciteit van Europa te beperkt is op dat gebied. Dus moeten we die zelf ontwikkelen.’

Lees ook: TNO-baas wil investeren in bestaande startups: ‘We helpen ze door te groeien’
Dat is mede een taak voor de defensie-industrie, die de afgelopen periode in ijltempo de productie opschroeft, maar ook de R&D een slinger geeft. TNO DSS werkt samen met honderden bedrijven. ‘Die zijn niet per se betalend klant, maar we delen kennis, brengen technologie in, doen samen projecten.’ Met Thales, maar ook scheepsbouwer Damen en het Duitse conglomeraat Rheinmetall zoekt het onderzoeksinstituut naar manieren om ‘zowel de bestaande productie als de productontwikkeling sneller op te schalen.’
Startups en spin-offs als nieuwe wapens
Bij die innovatie is een bijzondere rol weggelegd voor startups als disruptors in de markt. Ook daar kruipt TNO tegenaan. Robin Radar Systems is op defensiegebied het bekendste voorbeeld van een succesvolle spin-off. ‘We zijn ook nog steeds actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe producten. We creëren elders binnen TNO ook nieuwe bedrijven, in de defensiesector hebben we dat maar heel beperkt gedaan. Dat gaan we veranderen. We zijn inmiddels een jaar actiever bezig met het creëren van spin-offs.’
Van Veen heeft technologie in huis die wacht op ondernemers die het naar de markt kunnen brengen. ‘Daar zetten we een accelerator voor op onder het motto ’10 keer 10′: we willen 10 technologieën laten oppakken door 10 nieuwe bedrijven. Binnenkort hopen we de eerste te kunnen voorstellen.’
Autonomie voor defensie een illusie
Het Nederlandse defensiebudget groeit in de jaren tot 2035 richting 3,5 procent van het bbp, wat voor de defensie-industrie zal leiden tot een verdrievoudiging van de omzet tot 13 miljard euro in 2030, becijferde de Rabobank recent. Leidt dat dan tot de gewenste autonomie? Onmogelijk, legt Van Veen uit. ‘Het is een illusie om te denken dat Nederland, of welk Europees land dan ook, helemaal zelfvoorzienend kan worden. Misschien geldt dat zelfs niet eens voor de VS.’
‘De technologie stacks zijn wereldwijd: grondstoffen, software, de hele toeleveringsketen, die is altijd internationaal geweest en dat zal zo blijven. Maar je kunt wel een beetje minder afhankelijk worden van partijen die hun macht gebruiken binnen die keten. Als je veel meer gaat uitgeven aan wapens en munitie, moet er meer in Europa geproduceerd worden als je niet al het geld naar Amerika wilt brengen.’
Munitiefabriek in zeecontainer
Waarin zou Nederland onafhankelijker moeten worden? In munitie. ‘Naar mijn overtuiging moet een land ten minste ten dele zijn eigen munitie kunnen produceren’, zegt Van Veen. ‘Kijk naar Oekraïne, dat is afhankelijk van het buitenland maar zelfs alle Europese landen samen slagen er niet in voldoende te leveren.’ Hij wijst op de doorlooptijden bij buitenlandse fabrikanten. ‘Als je raketten wilt bestellen bij een fabrikant in de VS, sta je achteraan in de rij. Dan wacht je acht jaar, tien jaar of meer. Vergeet het maar.’
Lees ook: ‘Hij negeerde alle scepsis, nu verdedigen zijn drones Europa’
Soms moet je als land en industrie knokken voor je eigen belang. TNO ontwikkelt daarom nieuwe productietechnieken voor ‘energetische materialen’: explosieven. Het presenteerde samen met Commit begin april mobiele microfabrieken, zeecontainers waarin TNT wordt gemaakt. ‘We hebben verstand van munitie en willen bijdragen aan de productie ervan. Dat geldt ook voor raketten.’

Defensie heeft adaptive enterprises nodig
Continu komt het terug: de urgentie waarmee de defensiesector zich moet ontwikkelen en innoveren. Van Veen: ‘De oude manier van werken met Defensie was: ik heb een nieuwe capability nodig, dus ik schrijf de specificaties op, ga kijken wat er te koop is. Bedrijven sturen me vervolgens boeken vol met papieren om de order te krijgen, en een paar jaar later heb ik het in huis. In de huidige tijd is dat achterhaald.’
Wat nodig is, zijn ‘adaptive enterprises’: een voortdurend wisselende set van bedrijfspartners die samen kunnen leveren wat op dit moment nodig is. ‘In de IT-wereld werkt dat al lang zo. Bovendien moet je parallel ontwikkelen. Begin met de productontwikkeling voordat je precies weet wat klanten willen. Dat is niet makkelijk in een sector die komt uit een periode van stilstand en achteruitgang door de bezuinigingen in het verleden.’
Unieke sterktes van Nederland
Nederland is klein, zijn defensiesector speelt vooral een rol als toeleverancier van grote buitenlandse fabrikanten. Maar het heeft wél unieke sterktes, benadrukt Van Veen. In radartechnologie – Thales maakt radars die cutting edge zijn, echt iets om trots op te zijn – maar ook in toekomsttechnologie als fotonische chips, optische communicatie en quantum. ‘Quantumtechnologie in combinatie met defensie: ik denk dat dat een veelbelovend gebied is waar Nederland een rol kan spelen.’
De deeptech startups die in de regel dergelijke baanbrekende technologie tot business ontwikkelen, moeten dan wel van kapitaal worden voorzien. In deeptechfondsen als Innovation Industries participeerde TNO al langer. ‘Technologie heeft venture capital nodig, en venture capital heeft TNO nodig.’ Nederland heeft daarvoor sinds 2025 SecFund, het fonds waarin 125 miljoen euro van Defensie wordt geïnvesteerd door de ROM’s, de regionale ontwikkelingsmaatschappijen, en venture capitalfirma Keen tuigde ook een defensiefonds op. Maar er zijn meer middelen nodig, vindt Van Veen, om meer bedrijven te creëren.
Pensioenfondsen in beweging
‘Ik praat met grote pensioenfondsen en verzekeraars: hoe kunnen we jullie in beweging krijgen? Soms helpen we ze op weg door inzicht te geven in wat er in de sector gebeurt, in wat Nederland en Europa nodig hebben. Mijn gevoel is: ik zie het wel gebeuren, maar er is nog een stap te zetten. De pensioenfondsen worden op dit moment afgeleid door de stelselwijziging, en ik snap ook wel dat deze sector spannend is voor ze. Maar het gaat wel om de veiligheid van de pensioendeelnemers. Doe eens een paar experimenten om te kijken hoe je daar als fonds aan kunt bijdragen.’
Lees ook: ‘Nederland droneland: 125 defensiestartups en miljoenenorders’
Zijn die spin-offs, die flexibelere houding van Defensie als klant van een defensie-industrie die zijn R&D-cycli verkort, voldoende om Nederland en Europa veilig te houden? ‘Nederland is wat mij betreft nog steeds behoorlijk afwachtend. Ik daag iedereen uit: het tempo waarin het defensiebudget groeit is heel traag, terwijl de ontwikkelingen in de wereld ongelooflijk hard gaan. We stoppen nog steeds niet de euro’s erbij die nodig zijn, andere landen gaan harder.’



