Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Ook het nieuwe agentschap voor disruptieve innovatie heeft de mosterd gehaald bij het Amerikaanse Darpa

Nederland krijgt een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi). Dat heeft minister Heleen Herbert van Economische Zaken op Prinsjesdag aangekondigd. In de Miljoenennota is er 500 miljoen euro voor uitgetrokken. Nadi moet de Nederlandse versie worden van Darpa, de fameuze Amerikaanse aanjager van baanbrekende innovaties.

Jelle Prins & Beau-Anne Chilla
Jelle Prins (Cradle, links) en Beau-Anne Chilla (Forward.one) krijgen de leiding over Nadi. Foto: Cradle, Forward.One

Het nog op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi) moet met 500 miljoen euro op zak gaan sturen op technologische doorbraken voor grote uitdagingen in Nederland en Europa. AI-ondernemer en Cradle-oprichter Jelle Prins is voor deze opbouwfase aangesteld als boegbeeld van de organisatie.

Hij is het gezicht, betrekt stakeholders en houdt zich bezig met de strategie. Dat doet hij met deeptechinvesteerder Beau-Anne Chilla als co-founder. Beiden waren al betrokken bij het Nadi-expert-panel van EZ.

De uitdaging is bekend: wetenschappelijk is Nederland een topland, maar tussen onderzoek en de markt valt een gat. Voor onderzoek met een flink technologisch risico is geen financiering te vinden. Investeerders lopen daar namelijk niet warm voor, te onzeker. Veelbelovende kennis blijft zo op de plank liggen en grote uitdagingen worden niet opgelost.

Lees ook: De economie moet groeien, en dus trekt het kabinet-Jetten de beurs voor innovatie

Nadi moet als onafhankelijk agentschap dat gat overbruggen. Niet met subsidie, maar met het aankopen van onderzoeksdiensten en prototypes voordat die op de markt zijn. Op de website staat al dat het ‘een zeer ondernemende R&D-financier’ wordt.

Zo kunnen teams laten zien dat hun vondsten werken in de praktijk. Daarmee worden ze meteen een stuk interessanter voor privaat durfkapitaal, of publieke durfinvesteerders zoals Invest-NL en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Niet voor appjes

Het agentschap zal geen commissies opzetten, eindeloos gaan overleggen of zeer bureaucratisch opereren. De belofte: er komen ambitieuze, strakke programma’s met kleine teams rond grote maatschappelijke of strategische vraagstukken, waar iedereen aan kan deelnemen, niet alleen universiteiten en kennisinstellingen. Ook individuele wetenschappers, startups en bedrijven mogen een gooi doen naar de centen van Nadi.

De portemonnee wordt alleen maar getrokken voor het ontwikkelen van baanbrekende oplossingen. Kom dus niet aanzetten met het zoveelste appje, maar lanceer liever een voorstel voor het verwijderen van pfas uit het drinkwater of stikstof uit de lucht. De reflex moet niet zijn om risico’s in te perken, maar om falen juist te omarmen. Het is niet erg als projecten falen, zolang degene die overblijven maar serieuze impact maken.

Het eerste programma van Nadi zal nog deze herfst worden gelanceerd, zo is de verwachting. Dit in samenwerking met de Duitse evenknie Sprind. Nadi heeft namelijk al diverse voorgangers: Aria in het Verenigd Koninkrijk en Sprind in Duitsland. Die hebben op hun beurt als hét grote voorbeeld gekeken naar Darpa in de VS, voluit de Defense Advanced Research Projects Agency, het instituut dat revoluties als het internet, levensreddende mRNA-vaccins en gps aanjoeg.

Maar wat is Darpa precies? Hoe werkt het? En waarom zou Nederland dit model willen kopiëren?

Geen bureaucratie, vrijheid om te experimenteren

De aanleiding voor Darpa was de lancering van de Spoetnik-satelliet door de Sovjet-Unie in 1957. De VS schrokken zich het leplazarus van de technologische voorsprong die de Russen leken te hebben genomen in de space race. Tijd voor actie dus. Het Amerikaanse ministerie van Defensie besloot een speciaal agentschap in het leven te roepen dat radicaal vooruitstrevende technologieën moest ontwikkelen om Amerika weer terug aan kop te krijgen.

Lees ookKabinetsfluisteraar Peter Wennink: ‘Hou alsjeblieft op met R&D een kostenpost noemen’

Darpa kreeg vanaf het begin een bijzondere positie. Het agentschap opereerde los van de gebruikelijke bureaucratie en kreeg veel vrijheid om te experimenteren. Projectleiders kregen budget en vijf jaar om hun ideeën te bewijzen. Slaagde een project niet, dan ging de stekker er zonder pardon uit. Werkte het wel, dan konden de resultaten snel worden opgeschaald.

Wat Darpa nog steeds onderscheidt van traditionele onderzoeksorganisaties is de manier van werken. Het agentschap werkt met een klein, wisselend team van ongeveer 200 medewerkers, waaronder projectmanagers die vaak afkomstig zijn uit het bedrijfsleven of de academische wereld. Hun taak: in enkele jaren een radicale sprong voorwaarts realiseren in een technologiegebied.

Innovaties die de wereld veranderden

De focus ligt niet op incrementele verbeteringen, maar op wat Darpa zelf ‘high-risk, high-reward’-projecten noemt. Droomprojecten. Dat betekent dat er veel mislukkingen mogen zijn, maar dat de successen vaak enorme impact hebben. Een aanpak die nogal wat doorbraken heeft opgeleverd.

Het bekendste voorbeeld is ‘het’ internet. In de jaren zestig startte Darpa het ARPANET-project, bedoeld om universiteiten en onderzoekscentra veilig te verbinden. Het werd de basis voor wat later het wereldwijde internet zou worden.

Een ander voorbeeld is gps. Wat begon als een militair navigatiesysteem, is nu een vanzelfsprekende technologie die we dagelijks gebruiken voor navigatie, logistiek en precisielandbouw. Darpa was ook betrokken bij de ontwikkeling van robotica, het investeerde in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, drones en nieuwe materialen.

Darpa Challenges

Legendarisch zijn de challenges die Darpa uitschreef, de wedstrijden met prijzengeld rond een technologische uitdaging. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s kreeg een push door de Grand Challenges begin deze eeuw.

Teams van universiteiten, bedrijven en onderzoeksinstellingen hingen voertuigen vol apparatuur om ze zo ver mogelijk autonoom door de woestijn te laten rijden. Dat leverde meer dan eens beelden op van radeloze en stuurloze wagens die de finish nooit zagen.

darpa challenge zelfrijdende auto 2004
Het team van Virginia Tech dat deelnam aan de eerste Darpa Challenge voor zelfrijdende auto’s in 2004. Foto: Getty Images

Maar winnaars kregen miljoenen om hun technologie door te ontwikkelen voor ingewikkeldere trajecten. Het legde de basis voor miljardenbedrijven in autonome technologie, en de taxi’s en bussen die in steeds meer steden rondtuffen zonder chauffeur van vlees en bloed.

Een decennium later leverde de Robotics Challenge soortgelijke beelden op, van stumperende mensachtige robots die in de race waren voor de prijzenpot van miljoenen. Dat was in 2015. Wie nu ziet hoe humanoids rennen, buitelen en met elkaar vechten, lopen de rillingen over de rug.

Lessen voor Nederland

Vaak was het agentschap niet de enige speler die actief was in het domein, maar wel de katalysator die wetenschap, bedrijfsleven en overheid samenbracht en risicovol onderzoek financierde. Het doel was en bleef strikt genomen de militaire kracht van de VS, maar duidelijk is dat de hele samenleving heeft geprofiteerd van de defensiedollars die richting innovatie werden gesluisd.

Zou Nederland geholpen zijn met een eigen Darpa-achtige organisatie? Prins denkt van wel, schreef hij al eens in een opiniestuk in NRC, zolang het Nederlandse Darpa niet te Nederlands wordt. Als in: te klein denken. ‘Nooit kwam verandering van mensen met een houding van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.’

En natuurlijk: bang zijn om te falen, die andere Hollandse cultuurziekte. ‘Een ontploffende raket moet resulteren in luid applaus. Zonder spectaculaire mislukkingen ook geen spectaculaire successen.’

Ten slotte moeten de ambtenarij, de politiek of gevestigde innovatie-instituten het niet voor het zeggen krijgen bij Nadi. Dan kan de consensuscultuur toeslaan, worden budgetten verdeeld over de partijen met de grootste mond en gaat het instituut kiezen voor haalbare projecten. Denk aan het Innovatieplatform, dat vanaf 2003 een ‘ijsbreker’ voor innovatie had moeten worden, maar meer een ronddobberend opblaasbootje werd. Als het die kant opgaat, dan kan Nadi zich straks ook bij de falende projecten voegen.

Lees ook: Nederland kan zijn AI-achterstand nog inhalen, maar bouw geen fabriek met Nvidia-chips