Met 3 miljard euro aan R&D-uitgaven in Nederland staat ASML met afstand boven aan de TW R&D Top 50 van 2025, opgesteld in samenwerking met VNO-NCW en TNO. Het chipmachinebedrijf uit Veldhoven investeerde in 2024 in zijn eentje méér dan de nummers 2 tot en met 10 samen en laat ook de sterkste groei zien: de gemiddelde jaarlijkse groei van ASML’s Nederlandse R&D-uitgaven bedraagt 16 procent over de afgelopen drie jaar.
Op de tweede plaats staat Philips met 650 miljoen euro aan Nederlandse R&D-investeringen. Het voormalige moederbedrijf van ASML was van oudsher altijd de R&D-kampioen van Nederland, maar is sinds 2017 definitief de nummer twee op de R&D-lijst. Booking.com staat op drie met 554 miljoen euro.
De rest van de top tien toont hoe breed de Nederlandse innovatiebasis is. TomTom staat op vier met 335 miljoen euro, Shell Nederland op vijf met 325 miljoen euro. Opvallend: Shell besteedt slechts 33 procent van zijn wereldwijde R&D-budget in Nederland, maar in absolute bedragen gaat het nog altijd om flink wat geld.
Thales besteedt 4 procent budget in Nederland
Johnson & Johnson Nederland op zes (280 miljoen euro) en KPN op zeven (252 miljoen euro) completeren de subtop. KPN investeert zijn volledige R&D-budget in Nederland, net als DAF Trucks, dat op acht staat met 189 miljoen euro. VDL Groep (187 miljoen euro) en Thales Nederland (182 miljoen euro) maken de top tien compleet.
Bij VDL gebeurt 98 procent van de R&D in Nederland, bij Thales slechts 4 procent. Dat verschil toont aan hoe divers de lijst is: sommige bedrijven zijn volledig Nederlands georiënteerd, andere zijn onderdeel van een wereldwijd netwerk.

Onderkant van de lijst: deeptech
TW (Technisch Weekblad) publiceert al sinds 2003 de R&D-toplijst, die tot voor kort bestond uit dertig bedrijven. De uitbreiding tot vijftig bedrijven maakt vooral de onderkant van de lijst interessant. Daar duiken relatief jonge bedrijven op.
Chipontwikkelaar Axelera AI staat op 34, met een budget van 19 miljoen euro. De maker van AI-chips heeft inmiddels 108 R&D-medewerkers in Nederland.
Lees ook: Europa’s antwoord op Nvidia komt uit Eindhoven: ‘Met 5% marktaandeel al een miljardenbedrijf’
Ook chiptester Nearfield Instruments (plek 30, 26 miljoen euro) heeft 131 R&D-mensen in eigen land.
Op plaats 41 vinden we chipbedrijf Smart Photonics, cyberbeveiliger Hadrian geeft 6 miljoen euro uit aan R&D op plek 43, QuantWare, specialist in quantum computing, staat op 44 met 5 miljoen euro aan R&D-uitgaven en LeydenJar, actief in batterij-innovatie, is met 4 miljoen euro goed voor plek 46.
Opmars van scaleups
De chip- en andere deeptechspelers zijn nog klein vergeleken met miljardenbedrijven ASML of Philips, maar de groeipercentages in hun R&D-budgetten zijn spectaculair en lopen uiteen van 17 tot 41 procent. De afgelopen jaren haalden de scaleups dan ook forse investeringen op, geld dat voor een groot deel gaat naar uitbreiding van hun onderzoeksteams.
Ze vertegenwoordigen misschien de nieuwe generatie Nederlandse innovatie: hooggespecialiseerd, internationaal georiënteerd en razendsnel groeiend. Die opmars van de scaleups is een lichtpuntje in een lijst waar samensteller TNO nogal kritisch over is.
Lees ook: Nederland kan zijn AI-achterstand inlopen door niches op te zoeken
Concentratie in inzakkende groei
Het eerste probleem: concentratie. ASML, Philips en Booking.com zijn samen goed voor 23,5 procent van alle private R&D-uitgaven, bijna een kwart van het totaal, terwijl dat in 2016 nog 18,5 procent was. Die toenemende concentratie maakt de Nederlandse economie kwetsbaar.
Dat stelt TNO na een analyse van de R&D Top 50. TNO-baas Tjark Tjin-A-Tsoi stelt ook dat Nederland ‘structureel terrein verliest door onvoldoende investeringen in innovatie.’
Wat blijkt: de R&D-budgetten van de vijftig grootste spenders groeiden van 2023 naar 2024 nog maar met gemiddeld 2,8 procent. Bij een inflatie van 3,3 procent komt dat in reële termen neer op krimp. De groei in de vorige periode kwam nog uit op gemiddeld 4,3 procent.
Nederland blijft achter in R&D
Die noodkreet van TNO is niet nieuw. De Nederlandse R&D-bestedingen liggen namelijk al decennialang onder de lat van 3 procent die binnen de EU geldt als minimaal noodzakelijk om concurrerend te blijven.
Onze overheid en bedrijven investeren in plaats daarvan samen 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in onderzoek en ontwikkeling, veel minder dan landen als Duitsland, België, Denemarken, die meer dan 3 procent uitgeven aan innovatie. TNO maakt die internationale vergelijking ook in zijn analyse van de R&D Top 50:

De relatieve achterstand in R&D-uitgaven van Nederland is verklaarbaar. Ons land heeft slechts één dominante R&D-intensieve sector, de machine-industrie, waar andere landen er meerdere hebben. Nederlandse bedrijven besteden bovendien verhoudingsgewijs minder aan R&D. Dat moet anders.
Deze zomer kwam minister van Economische Zaken Vincent Karremans nog met een ‘3% R&D-actieplan‘ om de R&D-uitgaven van bedrijven en overheid in Nederland op te voeren. Karremans brengt er onder meer een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) voor in stelling, geïnspireerd op voorbeelden als Darpa in de VS en Sprin-d in Duitsland.
Lees ook: Wat is Darpa? En waarom wil Nederland een eigen versie?
Er komt een taskforce binnen Economische Zaken die het leven van de grootste R&D-investeerders in Nederland makkelijker moet maken. En er moet meer kapitaal komen voor de scaleups die – blijkt uit de toplijst – de R&D-top binnenstormen.
Mid-tech trap biedt kansen voor Nederland
TNO ziet intussen strategische kansen om de innovatiebasis van ons land te verbreden, en haalt daarvoor de Europese mid-tech trap erbij, het gegeven dat de Europese industrie sterk is in gevestigde, midden-technologische sectoren, maar onvoldoende doorstoot naar de hightech die de hoogste productiviteitsgroei en waarde brengt.
De top 50 staat juist bol van hightechinvesteerders, wat mooi aansluit bij de ambitie van Europa om hogerop te raken op de techladder. En, zegt TNO, een goede uitgangspositie biedt om beter gebruik te maken van de Europese middelen die hiervoor beschikbaar komen.



