‘Nederland is veel te afhankelijk van Amerikaanse en Chinese AI‑bedrijven. Zij bepalen welke AI‑systemen beschikbaar zijn, hoe deze werken en wat ze kosten. Zonder eigen infrastructuur en technologie vloeit ons verdienvermogen weg naar het buitenland en verliezen we grip op systemen die onze maatschappij vormgeven.’
Het Nationaal AI Deltaplan, een initiatief van Cradle-oprichter Jelle Prins en AI-onderzoeker Michiel Bakker, vatte de urgentie vorige week nog eens duidelijk samen. Nederland moet een AI-industriebeleid ontwikkelen. We moeten investeren in AI-kennis, in rekenkracht en de duurzame energie waarop die kan draaien, in AI-projecten die doorbraken realiseren met grote impact, in talent, kapitaal, ondernemerschap en regelgeving.
Lees ook: Waarom Nederland dringend een AI-Deltaplan nodig heeft: ‘We verliezen de regie’
Investeringsagenda van 5 miljard
Een dag later plakte AI Coalitie 4 NL (AIC4NL) in een position paper een prijskaartje op hoe Nederland ‘kan aansluiten bij de voorhoede van Europa en de slagkracht behoudt om een eigen AI-koers te bepalen.’ Het is een investeringsagenda van in totaal 5 miljard euro, waarvan 1 miljard zou moeten gaan naar meer eigen infrastructuur. De bouw van de Groningse AI-fabriek van 200 miljoen euro is een begin.
Voor 1,5 miljard euro zou een Nederlandse ‘AI Fairtech-industrie’ moeten worden gestimuleerd: startups en scaleups die AI ontwikkelen volgens Europese normen en waarden. Zo’n eigen AI-industrie draait op goede data: het bouwen van verschillende ‘datacollecties’ gaat 250 miljoen kosten.
Nog eens 2,5 miljard zou moeten gaan naar de versnelling van de AI-transitie in strategische sectoren. AIC4NL denkt dan aan challenges in zorg, energie, defensie en landbouw en het om- en bijscholen van werknemers. De 5 miljard is bedoeld voor de komende vijf jaar en moet voor 80 procent van bedrijven en private investeerders komen.
Niet meestrijden om grootste taalmodellen
De publieke investeerders Invest-NL en ROM Nederland, de club van regionale ontwikkelingsmaatschappijen, sloten de AI-rapportenweek af met hun eigen ‘deep dive‘. In die studie wordt het diepst ingegaan op de technologie zelf en de toekomstige (markt)ontwikkelingen rond AI. Daaruit vloeit ook een meer uitgekristalliseerde visie voort op de zwakke en sterke punten van Nederland in de AI-revolutie.
Conclusie één: Nederland kan én hoeft niet te concurreren met de VS en China in de wedloop om steeds grotere taalmodellen. Alleen Meta, Microsoft, Amazon en Google-moeder Alphabet investeren volgend jaar naar verwachting al 1.500 miljard in AI. Laat de honderden miljarden maar vloeien naar de makers van ChatGPT, Claude, DeepSeek en vindt uit waar je sterktes liggen als klein land.
En dat is wel urgent, zegt auteur van het rapport Stephan Leijnen. ‘Landen die in staat zijn om geavanceerde AI-systemen te ontwikkelen en op te schalen zullen steeds meer de mondiale machtsverhoudingen bepalen op economisch, militair en normatief vlak.’
Sterktes en zwaktes
We hebben de wind op een paar punten tegen, stelt Leijnen. Onze energie is relatief duur, we hebben niet de sloten kapitaal waarover Amerikanen beschikken en blijven sterk afhankelijk van de Amerikaanse taalmodellen, cloud- en andere platformen.
Maar kijk ook naar machine learning, computer vision en natural language processing: de Nederlandse universiteiten zijn op veel vlakken internationaal leidend in onderzoek naar kunstmatige intelligentie. We hebben ook volop talent, al waarschuwt Leijnen wel voor een braindrain. De knapste koppen worden met dikke salarissen weggelokt door big tech en buitenlandse kennisinstellingen.
Als het gaat om hardware, hebben we natuurlijk een veelbelovend ecosysteem in vooral Eindhoven. Vandaag zijn het de gpu’s van Nvidia waarom wordt gevochten. Die bleken toevallig goed in de rekentaken waar ChatGPT en soortgenoten om vragen. Maar AI is veel breder dan dergelijke LLM’s (Large Language Models).
Kans in nieuwe chips
Er zijn ook modellen die de fysieke wereld en ruimtelijke relaties modelleren zonder dat daar een letter aan te pas komt. De zuinigere chips van de toekomst, en chips die geschikt zijn voor andere AI-technologie, kunnen weleens voortkomen uit de fotonische chips en neuromorfe chips die nu in Nederland worden ontwikkeld.
Onze AI-startups zijn intussen wel voornamelijk actief in applicaties waaraan weinig eigen fundamentele R&D te pas komt, zodat nieuwe concurrenten makkelijk kunnen opkomen. Overbekend is dat ze te weinig kapitaal vinden om door te groeien, maar geld blijkt niet het belangrijkste middel om een sterke positie op te bouwen in de AI-wereld. Dat is toegang tot data.
Data wordt het nieuwe goud
Dat is een belangrijke kans in het rapport. De grote taalmodellen hebben nu het hele internet opgeslokt om zichzelf te trainen en datzelfde internet wordt overspoeld door met AI gemaakte teksten die niets toevoegen. Leijnen: ‘De datahonger van de taalmodellen groeit sneller dan mensen kunnen typen.’ Data zal zo meer dan ooit het nieuwe goud worden.
‘Peak data’, het moment waarop de tekstuele data ‘op’ zijn, wordt verwacht rond 2028, 2029. Op dat moment zijn de taalmodellen gemeengoed, en haal je als bedrijf concurrentievoordeel als je over unieke data beschikt over pakweg je eigen industrie of vakgebied. Train daar je eigen modellen op en je versterkt je internationale positie. Het rapport pleit voor overheidsinstituten die op een veilige manier gevoelige en waardevolle data bewaren en beschikbaar maken.
Voorbereiden op volgende stap
Zo kijkt de AI Deep Dive van overheidsinvesteerders Invest-NL en de ROM’s vooral vooruit: investeer als bedrijfsleven en overheid lang niet in de mogelijkheden die AI vandaag biedt, maar bereid je voor op radicale innovatie die nog komt.
Die schuilt in de nieuwe soorten chips uit de labs rond Eindhoven. In decentrale rekenkracht, in de combinatie van waardevolle data met eigen, specifieke modellen die straks niet alleen met taal, maar ook met sensordata over de ‘echte’ wereld worden gevoed. De Nederlandse game-ondernemer Pim de Witte haalde deze zomer nog 135 miljoen dollar op voor zijn idee om met de vastgelegde spelfragmenten zo’n world model te voeden.
Leijnen ziet zelfs een kans voor Nederland als handelsland in data. En bekende startups als Cradle, dat met AI de ontwikkeling van medicijnen en voedings-eiwitten versnelt, en CuspAI, waarmee AI-wetenschapper Max Welling naar nieuwe materialen speurt, laten zien dat een klein land ook sterk kan zijn in het inzetten van wetenschappelijke AI.
Wetenschap als kracht
‘AI herkent patronen die veel complexer zijn dan we kunnen begrijpen met onze beperkte menselijke hersenen’, aldus Leijnen. ‘Dat maakt al de ontdekking mogelijk van nieuwe materialen, nieuwe geneesmiddelen en nieuwe chipdesigns. Maar er is veel meer mogelijk met geodata, neurale data, chemische data. Hier ligt een enorme kans, vooral als we het kunnen koppelen aan het sterke Nederlandse wetenschappelijke ecosysteem en wetenschappelijke datasets.’
Wat de overheid concreet kan bijdragen: meer startups moeten fundingrondes van 20 tot 30 miljoen kunnen doen om door te kunnen groeien tot winstgevende bedrijven. Voor de échte deeptechkampioenen gaat dat om rondes van meer dan 100 miljoen, willen ze op wereldschaal kunnen concurreren. Het kapitaal daarvoor moet komen uit onze spaar- en pensioenpotten. Met fiscale stimuli en overheidsgaranties moet daarvan veel meer loskomen.
Barrières wegnemen
Andere barrières voor opschaling moeten ook uit de weg geruimd: die dure energie, dat gebruik aan ruimte voor datacenters, regelgeving die groei smoort. De overheid moet vaker launching customer worden voor nieuwe AI.
Het meest tot de verbeelding spreekt misschien het bouwen van de AI Gigafactory van de toekomst. Dat is niet een kolossaal pakhuis met chips waar het Deltaplan en de AI Coalitie op hameren, maar een netwerk van kleinere locaties waar zuinige chips draaien, van apparaten die hun eigen AI-berekeningen en data regelen. ‘Dus niet een grootschalige faciliteit waarmee je in wezen je afhankelijkheid van Google en Amazon verruilt voor die van Nvidia en AMD, maar iets dat gevuld is met Nederlandse hardware, zodat we ons ecosysteem echt vooruit kunnen helpen.’
Regionale investeerders aan zet
Wat Invest-NL en de ROM’s, afzenders van het rapport, gaat bijdragen aan de verlanglijst met AI-investeringen? Volgens ROM Utrecht-ceo Arjan van den Born hebben de regionale investeerders al in een kleine honderd AI-startups geïnvesteerd. ‘We investeren in de vroege fase, gemiddeld 2 miljoen euro. Als je dat vergelijkt met Amerikaanse bedrijven die zonder product al een miljard dollar ophalen, is dat natuurlijk weinig. Maar ze hebben geweldige mogelijkheden om te groeien, daarom zijn die grotere rondes die het rapport noemt ook zo belangrijk.’
Staatsinvesteerder Invest-NL stak grotere bedragen in chip-scaleups als Axelera AI, Smart Photonics en Effect Photonics. Ceo Rinke Zonneveld zet nu een team op dat in AI-technologieën gaat investeren. ‘We hebben zelf 3 miljard aan kapitaal, maar dat is bij lange na niet genoeg. Ik maak me best zorgen over de hoeveelheid privaat kapitaal die in Europa naar startups en scaleups gaat. We zijn in gesprek met Nederlandse pensioenfondsen: hoe kunnen we ze verleiden om meer in Nederland te investeren? Ik ben er heel optimistisch over dat we daarover ergens in de komende maanden een aankondiging kunnen doen.’
Lees ook: Johan Feenstra (Smart Photonics) wil meer lef zien in Europa: ‘Anders gaan we het spel verliezen’



