Soms heb je van die tv-momentjes die in een paar seconden alles blootleggen. Bij NOS WK Avond werd gebrainstormd over wie Ronald Koeman moet opvolgen als bondscoach; hij stapte op nadat Nederland tijdens het WK door Marokko werd uitgeschakeld.
Iemand noemt de naam van Sarina Wiegman, de voormalig bondscoach van het Nederlands vrouwenelftal, en analist Pierre van Hooijdonk is meteen klip-en-klaar: voor hem geen optie. Niet zozeer omdat haar ervaring zou tekortschieten, maar omdat een deel van de huidige selectie uit een cultuur zou komen waarin mannen en vrouwen ‘niet als gelijken worden gezien’ – zijn woorden.
Hij haalde spelers aan die vroeger een vrouwelijke presentator geen hand gaven en trok daaruit de conclusie: dat gaat ‘m dus niet worden.
Sherida Spitse, die ook aanschoof, pareerde dat het vooral een kwestie van opvoeding is. Technisch directeur Youri Mulder vond dat je een bondscoach gewoon op kwaliteit moet beoordelen, waarna Van Hooijdonk fel uithaalde. Je kunt je voorstellen wat er daarna gebeurde: een golf aan verontwaardiging, een vernietigende column van Angela de Jong, en op X werd zelfs zijn vertrek bij de NOS geëist.
Ongelijkheid als onveranderlijk feit
Het ongemakkelijke zit ‘m niet in het feit dat Van Hooijdonk cultuur als factor noemt. Het zit ‘m in hoe hij dat doet: alsof bepaalde groepen mensen simpelweg niet kunnen wennen aan een vrouw als bondscoach en we ons daar maar bij moeten neerleggen.
Herkenbaar? Dit argument hoor je in het bedrijfsleven namelijk ook. Alleen wordt het daar verpakt in een net iets nettere jas. ‘De klant is er nog niet klaar voor’, ‘het team gaat daar niet in mee’, ‘onze sector werkt nu eenmaal zo’. Het is een handige manier om een bestaande ongelijkheid te verkopen als onveranderlijk feit, in plaats van als iets waar goed leiderschap juist verschil in kan maken.
Is dit nieuw in het Nederlandse voetbal? Deels wel, deels niet. Vrouwen die jongens of mannen coachen, dat bestaat al langer. In 2017 werd Marlou Peeters trainer van een jongensteam bij Vitesse, en daarvoor waren er al Edith Martens (Brabant United) en Anne Garretsen (De Graafschap). Wiegman zelf viel ooit kort in bij het mannenelftal van Sparta.
Nieuw ‘argument’
Maar waar eerdere discussies over vrouwen in het mannenvoetbal vooral gingen over ervaring, netwerk en de vraag of iemand er wel ‘klaar voor is’, werd de deur nu simpelweg dichtgegooid met een verwijzing naar wat de spelers zouden accepteren, in plaats van wat de coach kan.
Hoe expliciet en publiek dit argument werd neergezet, gekoppeld aan de etnische achtergrond van spelers en dan ook nog gericht op de meest zichtbare functie in het Nederlandse voetbal – dat was nieuw.
Tegelijkertijd gebeurde er net over de grens ook iets moois. In april werd Marie-Louise Eta aangesteld als hoofdtrainer bij Union Berlin. Ze is de eerste vrouw ooit die in een Europese mannen-topcompetitie hoofdcoach wordt. Zelf maakte ze daar tijdens de bekendmaking nadrukkelijk geen groot ding van. Ze zei liever dat het moet gaan over wat een trainer doet, niet over wie die trainer is.
Spelers zijn niet het probleem
Het probleem zit niet bij de spelers. Laten we daar heel duidelijk over zijn. Als er al weerstand bestaat bij een deel van de groep, moet de vraag niet zijn of we die weerstand accepteren, maar waarom we die weerstand belangrijker vinden dan de kwaliteiten van de coach.
Diezelfde logica zie je bij bedrijven. Een vrouw die niet in een topfunctie benoemd wordt omdat het team daar ‘niet aan zou kunnen wennen’ of omdat klanten in een bepaalde sector ‘ouderwets’ zijn? Ook hier zie je: het is bijna nooit de vrouw die het probleem is, maar de cultuur die haar geen kans geeft. En die dat vervolgens ook nog aan haar toeschrijft in plaats van aan zichzelf.
Weerstand bestaat en is soms hardnekkig. Dat is geen fabeltje. Maar in plaats van die weerstand als eindstation te zien en een aanstelling af te blazen, moet het juist een reden zijn om aan verandering te werken.
Eerder gemaakte fout
Cultuur is geen vaststaand gegeven. Daarvoor hoef je alleen maar naar de geschiedenis van het vrouwenvoetbal te kijken. Dat werd ooit weggezet als een leuk hobbyclubje, iets dat vanzelf wel weer zou overwaaien. En kijk waar we nu staan: van 5.500 voetbalsters die begin jaren zeventig bij de KNVB geregistreerd stonden naar ruim 180.000 nu, en wereldwijd bijna 2 miljard kijkers bij het laatste WK.
Wie nu weer een groep mensen gebruikt als excuus om een vrouw buiten de deur te houden, herhaalt gewoon een fout die we al eerder maakten. En waar we inmiddels toch echt beter van zouden moeten weten. Do better, Pierre.



