Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Een Nederlands Darpa moet innovatie aanjagen – wat kreeg het instituut in de VS voor elkaar?

EZ-minister Vincent Karremans verkent de mogelijkheden voor een Nederlandse verse van Darpa, de fameuze Amerikaanse aanjager van baanbrekende innovaties. Het plan krijgt veel bijval, maar wat is Darpa eigenlijk? En wat heeft de wereld gehad aan de miljarden die het pompte in nieuwe technologie?

wat is darpa robotics challenge
In 2015 vond de finale plaats van de eerste Darpa Robotics Challenge. Foto: Getty Images

Het spreekt tot de verbeelding. Demissionair minister van Economische Zaken Vincent Karremans wil een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) oprichten, geïnspireerd op voorbeelden als Aria in het Verenigd Koninkrijk en Sprin-d in Duitsland. Maar ook die hebben op hun beurt als hét grote voorbeeld toch gekeken naar Darpa, voluit de Defense Advanced Research Projects Agency, het instituut dat revoluties als het internet, levensreddende mRNA-vaccins en gps aanjoeg. 

Een Nederlands Darpa, daar hebben de ondernemers achter de Tech Champions al vaker voor gepleit. Ook AI-ondernemer en Cradle-oprichter Jelle Prins legde deze week in NRC nog eens uit hoe Nederland kan profiteren van een innovatie-agentschap dat budget heeft om de markt aan het werk te zetten. 

 Maar wat is Darpa precies? Hoe werkt het? En waarom zou Nederland dit model willen kopiëren?

Geen bureaucratie, vrijheid om te experimenteren

De aanleiding voor Darpa was de lancering van de Spoetnik-satelliet door de Sovjet-Unie in 1957. De VS schrokken zich het leplazarus van de technologische voorsprong die de Russen leken te hebben genomen in de space race. Tijd voor actie dus. Het Amerikaanse ministerie van Defensie besloot een speciaal agentschap in het leven te roepen dat radicaal vooruitstrevende technologieën moest ontwikkelen om Amerika weer terug aan kop te krijgen.

Darpa kreeg vanaf het begin een bijzondere positie. Het agentschap opereerde los van de gebruikelijke bureaucratie en kreeg veel vrijheid om te experimenteren. Projectleiders kregen budget en vijf jaar om hun ideeën te bewijzen. Slaagde een project niet, dan ging de stekker er zonder pardon uit. Werkte het wel, dan konden de resultaten snel worden opgeschaald.

Wat Darpa nog steeds onderscheidt van traditionele onderzoeksorganisaties is de manier van werken. Het agentschap werkt met een klein, wisselend team van ongeveer 200 medewerkers, waaronder projectmanagers die vaak afkomstig zijn uit het bedrijfsleven of de academische wereld. Hun taak: in enkele jaren een radicale sprong voorwaarts realiseren in een technologiegebied.

De focus ligt niet op incrementele verbeteringen, maar op wat Darpa zelf ‘high-risk, high-reward’-projecten noemt. Droomprojecten. Dat betekent dat er veel mislukkingen mogen zijn, maar dat de successen vaak enorme impact hebben. Een aanpak die nogal wat doorbraken heeft opgeleverd. 

Innovaties die de wereld veranderden

Het bekendste voorbeeld is ‘het’ internet. In de jaren zestig startte Darpa het ARPANET-project, bedoeld om universiteiten en onderzoekscentra veilig te verbinden. Het werd de basis voor wat later het wereldwijde internet zou worden.

Een ander voorbeeld is gps. Wat begon als een militair navigatiesysteem, is nu een vanzelfsprekende technologie die we dagelijks gebruiken voor navigatie, logistiek en precisielandbouw. Darpa was ook betrokken bij de ontwikkeling van robotica, het investeerde in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, drones en nieuwe materialen.

Darpa Challenges

Legendarisch zijn de challenges die Darpa uitschreef, de wedstrijden met prijzengeld rond een technologische uitdaging. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s kreeg een push door de Grand Challenges begin deze eeuw. Teams van universiteiten, bedrijven en onderzoeksinstellingen hingen voertuigen vol apparatuur om ze zo ver mogelijk autonoom door de woestijn te laten rijden. Dat leverde meer dan eens beelden op van radeloze en stuurloze wagens die de finish nooit zagen.

darpa challenge zelfrijdende auto 2004
Het team van Virginia Tech dat deelnam aan de eerste Darpa Challenge voor zelfrijdende auto’s in 2004. Foto: Getty Images

Maar winnaars kregen miljoenen om hun technologie door te ontwikkelen voor ingewikkeldere trajecten. Het legde de basis voor miljardenbedrijven in autonome technologie, en de taxi’s en bussen die in steeds meer steden rondtuffen zonder chauffeur van vlees en bloed. 

Een decennium later leverde de Robotics Challenge soortgelijke beelden op, van stumperende mensachtige robots die in de race waren voor de prijzenpot van miljoenen.

Dat was in 2015. Wie nu ziet hoe humanoids rennen, buitelen en met elkaar vechten, lopen de rillingen over de rug. Op dit moment loopt overigens een Triage Challenge, met de opdracht om bij rampen snel en geautomatiseerd de slachtoffers te identificeren met de hoogste medische urgentie.

Lessen voor Nederland

Vaak was het agentschap niet de enige speler die actief was in het domein, maar wel de katalysator die wetenschap, bedrijfsleven en overheid samenbracht en risicovol onderzoek financierde. Het doel was en bleef strikt genomen de militaire kracht van de VS, maar duidelijk is dat de hele samenleving heeft geprofiteerd van de defensiedollars die richting innovatie werden gesluisd.

Zou Nederland geholpen zijn met een eigen Darpa-achtige organisatie? Volgens Karremans is de huidige manier van innovatie te versnipperd en te traag. Subsidieprogramma’s duren vaak jaren, aanvragen zijn ingewikkeld en de focus ligt meestal op bewezen technologieën. ‘We moeten meer durven investeren in radicale ideeën, ook al is de kans groot dat ze mislukken’, zei Karremans onlangs in een Kamerdebat.

Lees ook: De overheid als klant voor next-gen tech: zo wil EZ-minister Karremans onze R&D-achterstand inlopen

Een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie zou die rol kunnen vervullen. Het zou projecten kunnen financieren die traditioneel te riskant zijn voor investeerders, maar die in potentie een enorme impact hebben. Denk aan toepassingen van quantumtechnologie, biotechnologie of nieuwe energievormen. Het agentschap zou, net als Darpa, kleine teams van projectmanagers kunnen inzetten, afkomstig uit verschillende disciplines, die snel beslissingen nemen en een breed netwerk kunnen mobiliseren.

Ondernemers en de mogelijke kansen

Pas wel op, schreef techondernemer Jelle Prins onlangs in een opiniestuk in onder meer NRC, dat het Nederlandse Darpa niet te Nederlands wordt. Als in: te klein denken. ‘Nooit kwam verandering van mensen met een houding van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. En natuurlijk: bang zijn om te falen, die andere Hollandse cultuurziekte. ‘Een ontploffende raket moet resulteren in luid applaus. Zonder spectaculaire mislukkingen ook geen spectaculaire successen.’

Ten slotte moet de ambtenarij, de politiek of gevestigde innovatie-instituten het niet voor het zeggen krijgen bij NADI. Dan kan de consensuscultuur toeslaan, worden budgetten verdeeld over de partijen met de grootste mond en gaat het instituut kiezen voor haalbare projecten. Denk aan het Innovatieplatform, dat vanaf 2003 een ‘ijsbreker’ voor innovatie had moeten worden, maar meer een ronddobberend opblaasbootje werd.

Blijft de zorg dat Nederland simpelweg te klein is om het model van Darpa te kopiëren. Waar de VS enorme budgetten kan vrijmaken voor defensiegerelateerde innovatie, heeft Nederland een beperkter speelveld. De vraag is of er genoeg middelen zijn om echt disruptieve projecten te financieren. Hoewel? Als het defensiebudget naar 5 procent van het bbp moet worden opgekrikt, lijkt een fractie van al die miljarden voor Dutch Darpa money well spent.

Lees ook: Waarom Nederland dringend een AI-Deltaplan nodig heeft: ‘We verliezen de regie’