Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Bob en de weblog

Bob is divisiedirecteur bij een groot concern. Hij doet zijn best. In deze aflevering ontdekt hij de weblog als managementtool.

 

AAN Iedereen
VAN LolaDeLogger
ONDERWERP Hadielui!

Wat ik zie binnen dit bedrijf, wat ik hoor, wat ik vind… en wat jullie ervan vinden: lees het elke dag op mijn weblog. Nog geen tien dagen in de lucht en nu al regent het reacties! Momenteel houdt op mijn weblog vooral die rare bonusregeling van Harry K. de gemoederen flink bezig. En vandaag geeft mijn goede vriend Tip Gever de achtergronden over de nieuwe leasebak van David W. Lees waarom deze Bk2-collega een Audi A6 heeft gekregen waar hij helemaal geen recht op heeft – en vertel op mijn weblog wat jij daarvan vindt.
Lola Logger

Geachte collega’s,
Eerst even wat rechtzetten. Uit recente postings op mijn weblog zou de indruk kunnen ontstaan dat ik een hekel heb aan Lola Logger (op de werkvloer beter bekend als Annemieke van Tellingen van Sales) en zelfs kreeg ik een mailtje met de mededeling dat ik jaloers zou zijn op haar bezoekersaantallen. Dit is uiteraard onzin. Ik heb an sich niets tegen een weblog gevuld met roddel en achterklap, maar mijn weblog vervult toch een wezenlijk andere functie. Op mijn weblog analyseer ik de managerial missers en misverstanden binnen dit bedrijf. Het gaat bij mij dan niet om de poppetjes maar om de processen. En wordt er kritiek geleverd op een van onze managers – zoals vandaag op onze hrm-chef Gerard Verhulst – dan gebeurt dit zakelijk, op basis van argumenten. Bovendien voorzie ik die argumentatie dan van relevante links, zoals nu eentje naar de site van Cornell University, over de vraag: is hrm still relevant? En natuurlijk is Gerard meer dan welkom om te reageren op de kritiek: het genereren van open, eerlijke discussies zie ik zelfs als de essentie van mijn weblog.
Dus Gerard en alle andere collega’s, bezoek vandaag nog mijn weblog!
Vr. gr.
Ruud Hagtenius

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.
 

Beste Bob,
Ik heb je er al eerder over aangesproken, maar kreeg nauwelijks een reactie, dus nog maar een keer. Inmiddels hebben maar liefst 28 van onze medewerkers een eigen weblog. Dat loopt uiteen van de mij onbekende Het Meisje Achter De Geraniums (Nelleke de Zwart? Christine van Dam?) over haar burnout en wat zij ‘Arbo-nazi’s’ noemt, onze assistant facility manager Mohammed Ashem die dagelijks verklaart waarom het gehele Nederlandse bedrijfsleven achter de schermen wordt gerund door joden, niet te vergeten de roddel en achterklap van die onnozele giechelbek van Van Tellingen en die ronduit zielige, pseudo-intellectuele praatjes van die loser van Hagtenius. Oh ja, zou ik bijna de allerergste vergeten, de volstrekt anonieme weblog van een clubje collega’s dat zich De Vrolijke Ratten noemt. Die klootzakken hebben vandaag het complete ontslagdossier van Thomas de Boer online gezet, inclusief zijn afvloeiingsregeling. Ik vind dat je echt moet ingrijpen, Bob, dit kunnen we als management niet langer tolereren. En ik zal dat in zoveel woorden vandaag ook melden op mijn eigen weblog.
Gerard Verhulst
Chief HRM

Beste Gerard,
Kom, kom, ik vind dat je toch echt iets te negatief doet over het fenomeen weblogs. Een tijdje terug heb ik het hele management dat verhaal uit BusinessWeek toegestuurd: dat geen bedrijf meer zonder weblog kan, wil het overleven. Nou, dan klap ik in mijn handen dat wij er maar liefst 28 hebben. En vanaf morgen zelfs 29, want je raadt het al: morgen gaat mijn eigen weblog de lucht in. Het ging een beetje moeizaam om hem op te zetten, hoewel me toch was voorgespiegeld dat dit in six easy steps en in less than five minutes te doen zou zijn. Maar zo meteen komt er iemand van IT langs om me te helpen met de lancering van mijn weblog. Ik ga hem dagelijks vullen met mijmeringen over management, een stukje visie en een paar keer per week ga ik lekker pingpongen met degenen die reageren. Eigenlijk precies zoals Jeffrey Immelt van General Electric het doet. Net als Jeffrey ben ik ervan overtuigd dat weblogs de enige, echte tool zijn voor de toekomst van het mondiale management. En ja, Gerard, in dat grote perspectief zullen we de nadelen toch af en toe op de koop toe moeten nemen. Wat goed trouwens dat jij nu ook je eigen weblog hebt! Oh ja, nog even een vraagje. Ik zat dat net te lezen over die A6 van David Wolzak. Hoe kan dat nou eigenlijk dat jullie daar toestemming voor hebben gegeven? Ik begrijp van Lola Logger dat die man helemaal niks aan zijn rug mankeert noch dat hij exceptioneel veel kilometers maakt. Wil je me dit even uitleggen? Kan per mail, maar misschien beter om het via jouw weblog te doen, dan kan ik er weer op mijn weblog op reageren. OK?
Groet,
Bob

Meer Bob de manager?

Van pleaser tot perfectionist: wie altijd maskers draagt, betaalt een hoge prijs

Pleasers, perfectionisten, redders en imposters. Dat zijn al vier van de acht maskers die vrouwen op hun werk opzetten. Dat is oké, totdat ze die maskers niet meer afkrijgen. Corporate socioloog Suzanne Mau-Asam schiet ze te hulp met een nieuw boek.

maskers-dragen
Maskers helpen vaak prima, totdat ze een automatisme worden. Foto: Getty Images

Suzanne Mau-Asam is 26 als ze aan haar eerste baan begint bij Shell. Bij deze multinational zou ze zichzelf wel even bewijzen. Ze werkt zich het schompes, maar wordt niet eens geselecteerd voor een jong talent-programma. Later blijkt dat die groep bijna volledig uit mannen bestaat.

De feedback die ze krijgt, is dat ze meer zelfvertrouwen moet tonen, zichtbaarder moet zijn, zich sterker moet uitspreken. Haar mannelijke mentor geeft haar zelfs het advies om geen jurkjes, rokken of hakken meer te dragen. En ja, dat gebeurt dus nog echt in de 21ste eeuw.

Ze wil er zo graag bij horen, dat ze zich aanpast. Voortaan draagt ze een grijs pak en doet ze haar best om serieuzer over te komen. Zo verandert Mau-Asam beetje bij beetje in een grijze muis. Op een dag vraagt ze zich af wanneer en waarom ze in hemelsnaam zo geworden is.

Mau-Asam beschrijft haar ervaringen in een nieuw boek: Embodied Leadership. Bij Shell vertrekt ze na drie jaar, maar ze blijft nog lang carrière maken in de corporate wereld. Tot het ondernemerschap haar roept. Vandaag is ze founder van Doors Open en The Female Hub.

Aanpassen is de norm

Bijna elke vrouw met wie ze praat, herkent dit gedrag. Aanpassen is de norm: op het werk, thuis, bij de ouders, dat maakt niet uit. Mau-Asam noemt dat een masker opzetten. Maskers helpen om de sfeer goed te houden, conflicten te vermijden, controle te voelen of gezien en gewaardeerd te worden.

Overkoepelend dienen ze als bescherming tegen een omgeving die niet veilig genoeg voelt. Daar is niks mis mee, totdat ze een automatisme worden, zo vanzelfsprekend dat vrouwen niet eens doorhebben dat ze een masker dragen. ‘Voor je het weet, voelt het alsof het masker is wie je bent’, schrijft ze.

Lees ook: Van apenrots naar authenticiteit: hoe vrouwelijke leiders zichzelf terugvinden

Ze beschrijft in haar boek de maskers die ze het meest tegenkomt als corporate socioloog. Het zijn er acht, die zowel door vrouwen als mannen worden gebruikt.

  • Pleasers die ja zeggen, terwijl ze nee voelen
  • Harmoniezoekers die overeenstemming belangrijker vinden dan eigen inbreng
  • Imposters die denken dat ze niet goed genoeg zijn
  • De onzichtbare die zich terugtrekt
  • De stoere die juist het hoogste woord voert
  • Perfectionisten voor wie alles moet kloppen
  • Redders die te hulp schieten voor het mis kan gaan
  • De sterke die alles draaiende houdt

Inzicht is niet genoeg

Afhankelijk van de situatie komen er andere maskers tevoorschijn. Zolang dat helpt, is dat prima. Maar als zo’n masker gaat bepalen hoe je reageert en handelt, wordt het een probleem.

Vrouwen raken zichzelf kwijt en raken emotioneel uitgeput. Een burn-out ligt op de loer. ‘Wat op korte termijn veiligheid of controle lijkt te geven, kan op lange termijn zoveel energie kosten dat je het niet meer kunt volhouden.’

Natuurlijk weten die vrouwen wel waar ze vastlopen, en vaak ook wel waarom, maar dat inzicht is niet genoeg. ‘Je lichaam reageert automatisch op (on)veiligheid, zonder dat je dat doorhebt’, schrijft Mau-Asam.

Dat komt door het autonome zenuwstelsel, dat de omgeving voortdurend scant op gevaar. Een kille opmerking, geen reactie aan de andere kant van de tafel of een bepaalde toon in een e-mail: je lichaam reageert er direct op. ‘Die reflexen leggen de basis voor de maskers die je ontwikkelt.’

Biologische reflex

Zij vormen de biologische laag onder de maskers. Wanneer die reflex vaker nodig is, vormt zich een patroon. ‘Als je jarenlang je buik aanspant bij kritiek of je schouders optrekt bij spanning, worden die houdingen vertrouwd. Zodra je lichaam die houding aanneemt, schiet je vanzelf in het bijbehorende gedrag.’

Bijvoorbeeld in een functioneringsgesprek waarin de manager kritiek heeft. Dan kan het masker van de sterke naar voren schuiven. Van iemand die alles onder controle heeft en terugslaat. ‘Je voelt de hitte opstijgen naar je wangen. Voor je het weet praat je sneller, leg je alles uit, of word je juist boos en verdedig je je.’

Die biologische reacties zijn het begin van bewustwording. ‘Elke keer dat je een automatische reactie opmerkt, ontstaat er een klein beetje keuzevrijheid. Daar begint verandering.’ Maar er zitten meer lagen onder die maskers, legt Mau-Asam uit in haar boek.

Lees ook: Voor elke vrouw die opklimt in een bedrijf, verlaten er twee de organisatie

Drie hardnekkige lagen

De volgende laag is de optelsom van ervaringen, de eigen biografie. ‘Het kind dat merkt dat stilte de sfeer rustig houdt, leert zich in te houden. Later kan spreken spannend worden: het masker van de onzichtbare. Het kind dat ontdekt dat prestaties applaus opleveren, blijft verbeteren en bewijzen: het masker van de perfectionist.’

De derde laag is de context. De systemen, verwachtingen en normen die meebepalen welke maskers ontstaan en welke versterkt worden. Voor vrouwen is die context nooit neutraal. Ook dat merken ze op de werkvloer. ‘Het stereotype beeld van vrouwen is: wees lief, vriendelijk, zacht, zorgzaam. Dat voedt op zichzelf al een masker.’

Die drie lagen – biologie, biografie en context – maken die maskers zo hardnekkig. Ze versterken elkaar namelijk. Denk aan een feedbackgesprek dat in tranen eindigt en een manager die daar geen raad mee weet. Dat bevestigt het gevoel dat emoties tonen niet veilig is, dus wordt de volgende keer het masker van de sterke nog sneller opgezet. Het is een lus zonder begin en zonder einde.

Sensaties voelen

Nog beter begrijpen, harder werken, meer wilskracht tonen, ook dat zal die maskers niet uitschakelen. Wat dan wel? Verandering begint wanneer vrouwen naar hun lichaam luisteren. Dat is embodied leadership.

Kort samengevat: jezelf leiden vanuit wat je lichaam vertelt. ‘Op het moment dat je die lichamelijke sensaties écht opmerkt, ben je niet langer één met je masker. Dan ontstaat er een klein beetje ruimte, en in die ruimte kun je gaan kiezen.’

Dat is niet gemakkelijk, want de meeste aandacht gaat uit naar emoties en gedachten. Met sensaties bedoelt Mau-Asam lichamelijke gewaarwordingen als tintelingen, een knellend gevoel, warmte of kou. Die lichte druk op de borst die verder opbouwt tijdens de vergadering. Hitte die optrekt naar de hals en de wangen voor een sollicitatiegesprek.

Pleasers doen dit

Haar boek staat vol met praktische oefeningen om het opzetten van die maskers te herkennen en dat automatisme te doorbreken. Denk aan korte ademhalingsoefeningen, een kleine pauze nemen, zintuigen bewust activeren. Dat is al een begin.

Het grotere werk is gericht op iets nieuws toevoegen aan het repertoire van het lichaam. Zodat niet altijd hetzelfde masker tevoorschijn komt. Zo beweegt bij pleasers bijvoorbeeld het lichaam naar voren, naar de ander toe, klaar om zijn of haar verzoek in te willigen.

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Stop die beweging, raadt Mau-Asam onder meer aan. Leun naar achteren. Antwoord ook niet meteen met ja of nee. ‘Oefen met één zin: “Ik kom er later even op terug” of: “Ik denk er even over na.” Zeg het hardop, ook als het ongemakkelijk voelt. En wacht dan echt. Pauze is eerlijk. Je geeft jezelf de tijd om te voelen wat je werkelijk wilt.’

Lees ook: Drie dagelijkse routines voor meer optimisme op het werk

Misschien moet Gen Z niet meer werken, maar Ruben Brekelmans zelf wat minder

Daar gaan we weer, dacht Gen Z-expert Laura Bas bij de oproep van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans om vijf dagen werken voor jonge mensen de norm te maken. De werkschuwe jongere is een mythe: nergens in Europa werken jongeren zoveel als hier. De discussie zou volgens haar niet moeten gaan over het aantal uren, maar over de waarde per gewerkt uur.

Ruben Brekelmans
VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans wil dat jongeren meer gaan werken. Drie of vier dagen? 'Daar redden we het niet mee.' Foto: Getty Images

Al in de Griekse oudheid werd geklaagd dat jongeren van luxe hielden, slechte manieren hadden en liever praatten dan werkten. Tweeduizend jaar later heeft Brekelmans zijn eigen variant gevonden. Jongeren zouden na hun studie nog maar drie of vier dagen willen werken. ‘Daar redden we het dus niet mee’, waarschuwde hij vorige week tijdens zijn Binnenhoflezing.

Wat Brekelmans betreft wordt vijf dagen werken weer de norm. Ook – of nee, vooral – voor jonge mensen. Gezonde jongeren zonder gezin kunnen best meer uren maken, vindt hij. ‘Onze bedrijven moeten concurreren met Amerika en China. Bij Chinese techbedrijven werken mensen zes dagen in de week, van 9 tot 9, dus een 72-urige werkweek.’

Gen Z is niet werkschuw

Het is een comfortabele gedachte: als jongeren het probleem zijn, hoeft de rest niets aan zichzelf te veranderen. Alleen mag je van een politicus anno 2026 verwachten dat hij zijn feiten iets beter controleert dan zijn onderbuik. Want er is één probleem met het beeld van de werkschuwe Nederlandse jongere: die bestaat nauwelijks.

Nederlandse jongeren werken juist vaker dan jongeren in welk ander EU-land dan ook. Van de 15- tot 25-jarigen had in 2023 maar liefst 76 procent betaald werk (CBS), tegenover 35 procent gemiddeld in de EU (OESO). En nee, dat zijn niet alleen scholieren die op zaterdag vakken vullen. Van de jongeren die geen onderwijs meer volgden, werkte 85 procent.

Lees ook: Gen Z wil niet werken? Bedrijven weigeren juist om te innoveren

Ook na de studie stort de arbeidsethos niet plotseling in. In het tweede kwartaal van 2026 werkte ruim 63 procent van de werkende 25- tot 35-jarigen voltijd. Tien jaar eerder lag dat aandeel iets lager. Dat was overigens precies de generatie van Brekelmans zelf: hij was toen dertig. Jongvolwassenen zijn dus niet massaal van de voltijdse werkweek weggelopen.

Chinese 996-model zelfs in China illegaal

Maar zelfs als Brekelmans gelijk zou hebben en jongeren massaal vier dagen wilden werken, blijft er nog een fundamenteler probleem met zijn redenering: hij verwart gewerkte uren met economische waarde. Brekelmans haalt Chinese techbedrijven aan waar werknemers volgens hem 72 uur per week maken. Alsof een volle werkweek automatisch een volle productie oplevert.

Daar zit nogal wat ironie in. Het beruchte Chinese 996-model – van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds werken , zes dagen per week – geldt zelfs in China niet als voorbeeldig arbeidsbeleid. In 2021 maakten het Chinese Hooggerechtshof en het ministerie van Arbeid expliciet duidelijk dat zulke structureel lange werkdagen in strijd zijn met de arbeidswetgeving.

Als je Nederlandse jongeren wilt aanspreken op hun arbeidsethos, is een arbeidsmodel dat zelfs in China illegaal is misschien niet het sterkste argument.

Vijf dagen werken was ooit radicaal weinig

Het wrange is: precies die vijfdaagse werkweek die Brekelmans nu als norm verdedigt, gold ooit als radicaal weinig werken.

In 1947 besloot textielbedrijf Van Heek & Co zijn werknemers vijf in plaats van zes dagen per week te laten werken. Midden in de wederopbouw vond de Arbeidsinspectie dat onverantwoord. Nederland moest worden opgebouwd, dus moest er ook op zaterdag worden gewerkt. De inspectie stapte naar de rechter. Van Heek won.

De vijfdaagse werkweek bleef en werd uiteindelijk de norm. Niet omdat Nederlanders ineens minder ambitieus werden, maar omdat we leerden hetzelfde werk slimmer te organiseren. In de decennia daarna gingen we minder uren werken en produceerden we per gewerkt uur steeds meer.

Lees ook: Vierdaagse werkweek is een effectieve en goedkope oplossing tegen burn-out

Natuurlijk kwam dat niet alleen door die vrije zaterdag. We kregen betere machines, computers, internet, automatisering en inmiddels kunstmatige intelligentie. Dat maakt Brekelmans’ redenering juist zo merkwaardig. Sinds 1947 hebben we een technologische revolutie of vijf meegemaakt.

Het zou nogal treurig zijn als de belangrijkste arbeidsmarktinnovatie die daaruit voortkomt, is dat iedereen weer vijf dagen moet werken.

Minder uren, meer productiviteit

De interessantere vraag is dus niet hoe we jongeren weer langer aan het werk krijgen, maar hoe we ervoor zorgen dat mensen in minder tijd minstens zoveel waarde kunnen creëren. Dat klinkt misschien utopisch, totdat je kijkt naar bedrijven die het al proberen.

Bij Afas werken ruim zevenhonderd medewerkers sinds 2025 vier dagen per week. Na een jaar besloot het bedrijf daarmee door te gaan. Medewerkers rapporteerden meer rust en energie, terwijl de productiviteit volgens Afas op peil bleef of steeg. Ook de omzet groeide.

Dat betekent niet dat ieder bedrijf morgen een werkdag kan schrappen. Een ziekenhuis kan patiënten op vrijdag moeilijk vertellen dat de vierdaagse werkweek is ingegaan. Maar Afas laat wel zien dat minder uren niet automatisch minder resultaat betekenen.

Lees ook: Bas van der Veldt (Afas) zet ook in 2026 tradities op de helling

Meer is niet hetzelfde als beter werken

Daar zou de Nederlandse discussie over moeten gaan. Niet over hoeveel dagen iemand zijn laptop openklapt, maar over hoeveel waarde we uit een gewerkt uur halen. In een land met personeelstekorten is arbeid te schaars om trots te zijn op lange werkdagen. We zouden juist geobsedeerd moeten zijn door hoe we ieder gewerkt uur productiever maken, zonder te vergeten dat goed werk soms juist ruimte vraagt om na te denken.

Brekelmans kijkt naar 72 uur werken in China en ziet arbeidsethos. Ik kijk naar bijna tachtig jaar technologische vooruitgang en denk: als we al die innovatie nodig hadden om vervolgens vooral langer te blijven werken, hebben we ergens iets gemist.

Want heel veel werken heeft één vervelende bijwerking: je kunt het zo druk krijgen dat je geen tijd meer hebt om scherp te blijven. En voor je het weet sta je een generatie met een uitzonderlijk hoge arbeidsparticipatie uit te leggen dat ze harder moet werken, met een Chinese werkweek als voorbeeld die zelfs volgens de Chinese autoriteiten in strijd is met de wet.

Dus meneer Brekelmans, misschien hoeft Gen Z niet méér te werken. Misschien kunt u zelf juist iets minder werken, zodat er wat meer tijd overblijft om goed na te denken.