Meten is weten. Dat is de hoeksteen van de strategie van Code-V. Het initiatief startte eind 2023 als alliantie tussen 65 organisaties, bedoeld om meer financiering bij vrouwelijke ondernemers te laten landen. Inmiddels is Code-V een onafhankelijke stichting en is het aantal partijen dat zich achter de missie heeft geschaard gegroeid tot ruim honderd bedrijven en instellingen, een consortium van banken, investeerders, publieke en maatschappelijke organisaties.
Dat is waardevol omdat zij de data leveren die nodig zijn om de financieringskloof in Nederland in kaart te brengen. Vorig jaar deed de stichting een eerste aanzet met het Code-V Data Report 2025, feitelijk een nulmeting. Nu ligt er een tweede dashboard en kunnen de resultaten voorzichtig vergeleken worden.
Groei, met een kanttekening
Eerst de cijfers, dan de kanttekening. In 2024 werd voor 28,1 miljard euro aan financiering goedgekeurd door de bij de Code-V aangesloten financiers. Daarvan ging ongeveer 3,9 miljard euro – ofwel 13,7 procent – naar bedrijven die (mede) door vrouwen zijn opgericht, in meerderheid in eigendom zijn van vrouwen en/of door een vrouwelijke ceo worden geleid.
In 2025 steeg het totaal aan goedgekeurde financiering naar 29,5 miljard euro, waarvan 6,6 miljard euro naar vrouwelijke ondernemers ging, een aandeel van 22,5 procent.
Lees ook: Gemiste kans: slechts 13,7 procent van het kapitaal gaat naar vrouwelijke ondernemers
Dat lijkt een enorme sprong, maar die stijging is volgens de onderzoekers grotendeels toe te schrijven aan de verbeterde datakwaliteit. Dit jaar openden 50 financiers de boeken, tegen 41 een jaar eerder. Dat leverde onder meer een beter inzicht in de man-vrouwverhouding op.
In 2024 was bij zo’n 40 procent van de toegekende aanvragen, goed voor een bedrag van circa 10,9 miljard euro, onbekend of dat geld naar mannen of vrouwen ging. Een jaar later is dat aandeel gedaald naar 14,2 procent, goed voor circa 4,2 miljard euro.
Het goede nieuws: ook met die nuance blijkt er sprake van groei. Wanneer alleen ondernemers worden meegenomen van wie bekend is of zij man of vrouw zijn, kregen vrouwen in 2024 22,4 procent van het verstrekte kapitaal toegekend en in 2025 26,2 procent.
26 cent van elke euro
Dat zou betekenen dat in 2025 van elke verstrekte euro durfkapitaal 26 cent naar vrouwen en 74 cent naar mannen ging. Dat is nog ver weg van het level playing field dat Code-V wil creëren: ongeveer 36,7 procent van de ondernemers uit de database is vrouw, en de manier waarop kapitaal verdeeld wordt, zou die verhouding moeten weerspiegelen.
Het knelpunt zit bij de financieringsaanvragen, blijkt uit het onderzoek. Vorig jaar was ruim 8,6 procent van de ruim 500.000 vrouwelijke ondernemers actief op zoek naar groeigeld, tegen 13,2 procent van de ongeveer 875.000 mannen (tot deze groep zijn ook ondernemers gerekend van wie niet bekend is of ze man of vrouw zijn).
Verhoudingsgewijs haalden ze even vaak geld op; ongeveer zes op de tien aanvragen werd in overweging genomen, en daarvan werden er ongeveer zes op de tien goedgekeurd. Bij banken en alternatieve mkb-financiers is de slagingskans van vrouwen zelfs aanzienlijk hoger.

Maar in absolute cijfers is het verschil significant. Het gaat om 16.000 vrouwen, tegenover 42.000 mannen. Daar moet volgens Code-V de oplossing worden gezocht, en daarvoor moeten niet de vrouwelijke ondernemers veranderen, maar het systeem. Elke partij heeft daarin een eigen rol te spelen, blijkt uit de aanbevelingen van de stichting.
De overheid kan subsidies en publieke investeringen aan expliciete doelen koppelen om meer vrouwen richting private financiering te gidsen, banken kunnen vrouwelijke ondernemers actiever en eerder in het proces begeleiden, en investeerders kunnen zorgen voor diversere teams. Nu is volgens de data van Code-V nog geen kwart van de beslissers (23 procent) in de financiële dienstverlening vrouw.
Lees ook: Nederland kan 20 miljard per jaar verdienen door meer te investeren in vrouwelijke founders
Mannen investeren in mannen
Ook dat rijdt vrouwelijke ondernemers in de wielen. Niet alleen omdat ze buiten het old boys network vallen, maar ook omdat mannelijke investeerders vaker investeren in mannelijke ondernemers. Bij vc’s waar het geld voor minstens 50 procent door vrouwen wordt verdeeld, gaat ongeveer 40 procent van de deals naar teams met minimaal een vrouwelijke founder (Investing in Women Code, 2024). Bij mannelijke investeerders is dat 31 procent.
Lees ook: Invest-NL trekt 50 miljoen uit om investeringskloof te dichten: ‘De lat mag best hoger’
Daarbij speelt bias een rol. Vrouwen presenteren vaak realistischere, minder opgeblazen prognoses dan mannen – maar in plaats van waarheidsgetrouw worden die plannen al te vaak als ‘te weinig ambitieus’ geïnterpreteerd.
Investeerders moeten zich volgens de onderzoekers bewust worden van zulke (onbewust) geïnternaliseerde vooroordelen en anders leren kijken. Vrouwelijke ondernemers kunnen het namelijk bijna niet goed doen, zo blijkt uit het voorbeeld van een founder die wel een ambitieuze hockeystickgroei pitchte; haar visie werd dan weer weggezet als ‘onrealistisch en naïef’.



