Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Kamer van Koophandel Nederland

De Kamer van Koophandel informeert en ondersteunt ondernemers zodat zij snel en gemakkelijk kunnen ondernemen. Enerzijds door rechtmatig zakendoen via het Handelsregister te bevorderen. Anderzijds door te informeren over voorwaarden voor succesvol ondernemen. Twaalf regionale Kamers worden hierin ondersteund door de Kamer van Koophandel Nederland, onder meer vanuit het servicecenter.


Alles wat de Kamer van Koophandel doet, doet zij met één duidelijk doel: ondernemers verder laten komen met ondernemen, zo stelt Mireille Muller, woordvoerder Kamer van Koophandel Nederland. “De Kamer van Koophandel is actief in alle regio´s en heeft ruim vijftig kantoren door het hele land. Zo staan we letterlijk en figuurlijk dicht bij ondernemers en zijn we continu met hen in gesprek. Dat begint natuurlijk al bij de start van een onderneming met de inschrijving in het Handelsregister en zet zich voort in verschillende fasen van het ondernemerschap. Denk aan uitbreiden, internationaal zakendoen, bedrijfsoverdracht enzovoort. Die contacten met de ondernemers hebben we niet alleen aan de balie. Wij organiseren ook landelijke en regionale bijeenkomsten, geven seminars, hebben banden met alle relevante partijen die het belang van ondernemers dienen, doen veel onderzoek onder ondernemers en zijn natuurlijk ook actief met social media. Geen partij die zo veel weet over ondernemend Nederland als de Kamer van Koophandel.”
“In principe is al onze kennis direct toegankelijk via de website www.kvk.nl, maar de informatie kan natuurlijk ook schriftelijk, per e-mail of telefonisch worden gegeven. Hoe dan ook, ondernemers weten ons steeds beter te vinden. Naast de 450.000 baliebezoeken per jaar wordt onze website 23 miljoen keer per jaar bezocht. Hallo!, onze zakelijke community voor ondernemers, groeit sinds de introductie in maart 2009 gestaag en telt nu 31.000 geregistreerde leden.”

Proactieve klantbenadering

Bereikbaar zijn voor de ondernemer is voor de Kamer van Koophandel essentieel. In 1998 is het servicecenter ingericht om telefonisch bereikbaar te zijn voor de ondernemer met vragen over het Handelsregister. Nu is het servicecenter hét klantcontactcenter van alle Kamers van Koophandel voor informatieverstrekking en ondersteuning van het Handelsregister en het Handelsregister Online. Het servicecenter heeft zich volgens Madelon Perquin, manager servicecenter, in 12,5 jaar tijd ontwikkeld tot een professioneel contactcenter waar het klantgerichte aspect de boventoon voert. “Dagelijks behandelen wij meer dan 2000 contacten via de telefoon, mail en website”, vertelt Perquin. “We hebben door de jaren heen een proactieve klantbenadering ontwikkeld. Daar waar we vroeger handelden vanuit de klantvraag, spelen we nu in op de klantbehoefte. Scherp blijven op trends, klantverwachtingen en kennisdeling leiden ertoe dat je echt kunt meedenken met de ondernemer. Onze klanten verwachten deskundigheid, professionaliteit en bereikbaarheid. We zetten alles in om aan de klantverwachtingen te voldoen.” Het managen van klantcontactkanalen en het toegang hebben tot aan de Kamers gekoppelde systemen, zijn hierbij belangrijk. Net als het verkrijgen van relevante input om verder in te kunnen spelen op klantverwachtingen. “We doen structureel onderzoek naar onze bereikbaarheid en naar klanttevredenheid”, legt Perquin uit. “Het monitoren van de kwaliteit van onze dienstverlening voeren we continu uit op al onze klantcontactkanalen. Met deze input kunnen we medewerkers gericht trainen en coachen.”
Om de klant zo veel mogelijk centraal te kunnen stellen, is een goede samenwerking met de regionale Kamers van Koophandel van groot belang. Perquin: “Klantsituaties worden direct opgepakt en opgelost. Door kennis met elkaar te delen wordt ons werk leuker, makkelijker en effectiever en leren we de ondernemer steeds beter kennen.”

Trots op dienstverlening

“Onze medewerkers staan altijd klaar om de klant snel en deskundig te ondersteunen zodat hij verder kan met ondernemen”, vervolgt Perquin. “De medewerkers van het servicecenter worden geselecteerd op hun klantgerichte instelling en empatisch vermogen. Het belangrijkste is dat ze het werk echt leuk moeten vinden en trots zijn op wat de Kamer van Koophandel doet voor ondernemers. Alleen dan kun je met toewijding en passie klantgericht te werk gaan.” Vorige week ontving Perquin nog een e-mail van een klant die het servicecenter complimenteerde met de adequate en klantgerichte aanpak. “ Dat zijn de krenten in de pap, daar doen we het voor!”, aldus Perquin.

Lat hoog leggen

“Als Kamer van Koophandel zijn we onafhankelijk, laagdrempelig en te allen tijde professioneel. We zijn de dienstverlenende ondersteuner, zowel on- als offline. Wij willen ondernemers informatie en bijstand bieden op de momenten dat zij daar behoefte aan hebben, zodat ze verder kunnen komen met ondernemen”, aldus Muller. “Nu is 86 procent van onze klanten tevreden over de service. Daar zijn we trots op. Maar we leggen de lat hoog en zullen dit blijven doen. Want wat vandaag goed is, willen we morgen beter.”

Kamer van Koophandel Nederland

Postbus 171, 2501 CD Den Haag
Klantenservice Handelsregister Online (0348) 42 62 76
Handelsregisterinformatie 0900-123 45 67 (€ 0,70 per minuut)
www.kvk.nl

 

Met €100 miljoen wil betonrecycler SL Materials zijn duurzame betonproductie flink opschalen

Betonrecycler SL Materials scoort 100 miljoen euro om op te schalen. De technologie om betonpuin te recyclen tot hoogwaardig nieuw beton staat. Nu de hervorming van de bouwsector nog, zegt cco Sven Hiskemuller van der Zijden. ‘Als de regels veranderen, kan ons beton nóg duurzamer.’

SL Materials
In Zaandam wordt een paar honderd duizend ton betonpuin per jaar gerecycled. Foto: SL Materials

In Zaandam staat een fabriek die de bouwsector radicaal duurzamer kan maken. SL Materials − voorheen Urban Mine − reduceert daar betonpuin tot de oorspronkelijke ingrediënten: zand, grind en cement. Van deze grondstoffen kan nieuw beton gemaakt worden. Dat kan tot 80 procent CO2-besparing opleveren ten opzichte van gangbaar beton, belooft de scaleup.

Dat komt goed uit, want de bouwsector is een van de vervuilendste industrieën ter wereld. Vooral bij het verhitten van kalksteen tot klinker komt veel CO2 vrij. De Nederlandse bouwsector heeft weliswaar ambitieuze doelen voor verduurzaming, maar vorig jaar werd nog geen 15 procent van het sloopbeton gerecycled tot nieuw beton.

100 miljoen voor circulair beton

SL Materials, voortgekomen uit familiebedrijf Rutte Groep, heeft zijn technologie voor betonrecycling de afgelopen tien jaar ontwikkeld en geperfectioneerd. De ‘SL’ slaat op ‘Smart Liberator’, de naam van de machine waarmee het bedrijf zand, grind en cement uit betonpuin filtert. In Zaandam wordt op die manier een paar honderdduizend ton puin per jaar gerecycled.

Maar zo goed als de technologie werkt, zo langzaam gaat het opschalen ervan. SL Materials wil wel uitbreiden, maar de strenge stikstofnormen en het overvolle stroomnet gooien roet in het eten, zegt commercieel directeur Sven Hiskemuller van der Zijden. ‘Wij zijn een schoolvoorbeeld van die problemen in de praktijk. We hebben wel een dak vol zonnepanelen, maar de opwek daarvan is niet genoeg om in onze hele stroomvraag te voorzien.’

Toch gaat de opschaling er nu komen. Over een aantal maanden moet de bouw van een nieuwe fabriek beginnen, op een locatie die al een stikstofvergunning heeft. Daarnaast komt er een productiefaciliteit in het Verenigd Koninkrijk, waar SL Materials veel potentie ziet.

Maar zo goed als de technologie van SL Materials werkt, zo langzaam gaat het opschalen ervan, zegt cco Sven Hiskemuller van der Zijden. Foto: SL Materials

Een nieuwe financieringsronde maakt dat mede mogelijk. Het ABN AMRO Sustainable Impact Fund en de Britse verzekeraar Aviva steken samen 100 miljoen euro in SL Materials. Die miljoenen worden uitgekeerd op basis van prestaties. ‘En als we meer geld nodig hebben voor opschaling, is die mogelijkheid er ook’, zegt Hiskemuller.

Sneller opschalen in VK

De financiering van het Britse Aviva is geen toeval. SL Materials verwacht in het VK veel sneller te kunnen opschalen dan in Nederland, zegt Hiskemuller. Dat heeft alles te maken met de tegenwerking die hij hier ervaart. ‘In Nederland bepaalt de markt in grote mate de normen en richtlijnen rondom beton. Dat kan innovatie behoorlijk in de weg staan. Natuurlijk is het goed dat er strenge kwaliteitseisen zijn, maar niet dat die bepaald worden door vertegenwoordigers van grote marktpartijen. Dat is alsof je Shell en BP laat bepalen wat een duurzame brandstof is.’

Keurmerk Komo, waar Hiskemuller op doelt, ontkent dat het verduurzaming bewust zou tegenhouden om de gevestigde belangen te dienen. ‘De techniek van SL Materials is mooi en ze zijn er bijna, maar er is nog iets meer onderbouwing nodig dat het ook echt tegen dwarskrachten bestand is’, zei Edwin Vermeulen, voorzitter van het college van deskundigen van Komo, onlangs tegen de Volkskrant.

SL Materials weerspreekt dat en wijst als bewijs voor zijn prestaties naar onderzoek van Rijkswaterstaat en TU Delft.

Strengere duurzaamheidseisen voor gebouwen

Naast het Verenigd Koninkrijk wil SL Materials op termijn ook andere markten aanboren. Dicht bij huis, zoals België, maar ook verder weg, via licenties. Hiskemuller droomt van een stuk of tien productielocaties in binnen- en buitenland. Een omzetdoel zegt hij niet te hebben: ‘We willen vooral schalen, schalen, schalen.’

Nieuwe duurzaamheidseisen voor de bouwsector geven hem goede hoop. In Nederland zijn de milieuprestatie-eisen voor gebouwen recent aangescherpt en uitgebreid. ‘Dat is echt een katalysator.’ Hiskemuller ziet vooral de vraag naar zijn beton voor grote bouw- en infraprojecten toenemen. Grote bouwbedrijven worden niet alleen over de streep getrokken door de CO2-besparing, maar ook door de prijs van het materiaal. ‘Het is pas echt gaan lopen toen we ons beton voor een concurrerende prijs gingen aanbieden. Eerder hoopte ik nog dat duurzame voorlopers wel 10 procent meer wilden betalen, maar dat is echt een utopie.’

Door de prijsverlaging verdient SL Materials minder aan zijn producten. Het is soms ‘strijden’ om het verdienmodel rond te krijgen, zegt Hiskemuller. Hij hoopt dat een groter volume dat deels compenseert.

Wachten op nieuwe cementnormen

Hoewel de focus de komende jaren vooral ligt op professionalisering en opschaling, heeft ook de technologie meer potentie. Het beton van SL Materials zou nóg duurzamer kunnen als er meer gerecycled materiaal in wordt verwerkt, zegt Hiskemuller. ‘Het probleem is dat het dan niet meer aan de Europese richtlijnen voor beton voldoet. In het soort cement dat wij maken, moet 25 procent Portlandklinker zitten.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

De scaleup wacht dus met smart op vernieuwde Europese cementnormen. ‘Onder huidige normen kunnen we nog wel iets verduurzamen, maar we zijn bijna uit geïnnoveerd. Het is vooral wachten tot Europa eens met de vuist op tafel slaat en zijn normen aanpast aan de circulaire economie.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.

Lees ook deze artikelen op Change Inc.:

Sinds Trump diversiteit de oorlog verklaarde, heeft DEI-adviesbureau House of Inclusion het drukker dan ooit

Met House of Inclusion helpen oprichters Danielle Jiskoot en Sacha Martina bedrijven inclusiever te worden. Een onzekere business in een tijd waarin diversiteit en inclusie met name in de VS onder vuur liggen, zou je zeggen. Integendeel: 'Het afgelopen jaar is onze omzet verdubbeld.'

Sacha Martina en Danielle Jiskoot
Go woke or go broke, is het motto van Sacha Martina (l) en Danielle Jiskoot. Foto: House of Inclusion

Begin dit jaar stond Sacha Martina voor een groep mannen van wie de meesten op dat moment overal liever hadden willen zijn dan bij de sessie over diversiteit en inclusie die ze moesten bijwonen. Haar opdrachtgever was een organisatie die vreesde dat een deel van de aanwezigen richting de manosfeer aan het afglijden was, een oerconservatieve online cultuur die ‘mannelijke dominantie’ viert en het feminisme verwerpt.

Dus vroeg de instelling Martina, samen met Danielle Jiskoot oprichter van advies- en consultancybureau House of Inclusion, om een ‘inspiratiesessie’ te geven. Bedoeld om te laten zien waar diversiteit en inclusie nu eigenlijk om draaien: geen ‘woke’ gedoe, maar gelijkwaardigheid, eerlijke kansen voor iedereen.

Tot de eerste break was het sleuren en trekken. Maar tijdens die pauze kwamen er ineens een paar mannen naar haar toe. ‘Eén van hen vertelde dat zijn vrouw chronisch ziek was’, vertelt Martina. ‘Ze was enorm helder, maar om te kunnen werken had ze op kantoor wel wat aanpassingen nodig. Veel bedrijven zagen dat niet zitten. Daarom had ze heel veel moeite met het vinden van werk.’

Ze zág het kwartje gewoon vallen. ‘Die man zei: “Ik wil gewoon dat mijn vrouw een leuke baan vindt, dat bedrijven haar die kans geven. Valt dat ook onder inclusie?”’

Aha-momenten

Zulke ‘aha-momenten’ maken Martina en Jiskoot vaker mee. Die momenten maken hun werk zo waardevol – en vol te houden, want praten over diversiteit en inclusie roept tegenwoordig niet alleen meer waardering, maar ook weerstand op. Vooral de term DEI (diversity, equity & inclusion, red.) is beladen geworden, waarover straks meer. Maar de onderliggende boodschap landt uiteindelijk altijd, is hun ervaring.

Het in 2023 opgerichte House of Inclusion verzorgt trainingen, workshops, keynotes en advies op het gebied van DEI en heeft inmiddels meer dan 150 bedrijven en instellingen als klant, waaronder Triodos Bank, Vinted, de Jaarbeurs en IT-dienstverlener Sopra Steria. ‘Hoe vaak we wel niet tijdens sessies hebben gehoord: “Dit zouden meer mensen moeten weten!”’, vertelt Jiskoot. ‘We wilden onze kennis ook buiten de businesswereld verspreiden, een bredere doelgroep bereiken. Dus besloten we een boek te schrijven.’

Lees ook: Is merkactivisme dood en begraven? ‘Het wordt wel moeilijker’

Dat boek, Doe eens normaal, ligt sinds 23 september in de winkels. Met het boek willen ze lezers uitdagen hun eigen ‘normaal’ te bevragen. Dat is uiteindelijk ook maar een optelsom van wat iemand vanuit opvoeding, cultuur en omgeving gewend is, en het normaal van de een is niet het normaal van de ander.

Geen bijbel voor diversiteit

‘Het boek is geen bijbel voor diversiteit en inclusie’, zegt Jiskoot. ‘Dat willen we juist niet. Het thema is zo groot dat het mensen een beetje kan verlammen. Maar bijna alle grote maatschappelijke veranderingen zijn klein begonnen. Die kleine veranderingen willen we met dit boek aanmoedigen. Maak die ene opmerking eens niet, of stel die ene vraag juist wel.’

Anders dan de titel doet vermoeden, is Doe eens normaal geen beschuldigend of boos boek. ‘We zien het belang van de activistische stem, maar zelf kiezen we voor een andere aanpak’, legt Jiskoot uit. ‘Wij willen verschillende mensen samenbrengen. Dat doen we met House of Inclusion ook. Dan helpt het niet als wij nadrukkelijk kleur bekennen of er hard ingaan als iemand een fout maakt. Wij maken ook nog steeds fouten. En wij zijn nota bene dagelijks met diversiteit en inclusie bezig.’

Jiskoot en Martina leerden elkaar vier jaar geleden kennen bij een panel waar ze beiden aanschoven. Ze hadden toen nog hun eigen ondernemingen. Jiskoot runde The Diverse Agency, een agentschap voor drag- en queer talent, en Martina Your Talent Agency, dat internationaal talent matcht met techbedrijven als Bol en Just Eat Takeaway.

‘We waren al actief als spreker over diversiteit en inclusie, maar het zat niet in de corebusiness van onze bedrijven’, vertelt Jiskoot. ‘Terwijl we er steeds meer vragen over kregen. Uiteindelijk besloten we: wat nou als we op die vragen een bedrijf bouwen?’

Verkiezingswinst van PVV en Trump

Directe aanleiding was de monsterzege van de PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen drie jaar geleden. ‘In onze bubbel was dat een enorme schok’, vertelt Martina. ‘Intussen was DEI in het bedrijfsleven een steeds prominenter thema geworden, en ineens voelde het alsof dat er niet meer mocht zijn.’ Tegelijk kwam er direct een tegenbeweging op gang, vult Jiskoot aan. ‘Veel bedrijven zeiden: nu gaan we de mouwen opstropen en laten zien dat diversiteit en inclusie belangrijk zijn. Op die golf zijn we met House of Inclusion gesprongen.’

Sacha Martina Danielle Jiskoot
De verkiezingswinst van PVV was voor Sacha Martina (l) en Danielle Jiskoot de aanleiding om hun adviesbureau op te richten. Foto: House of Inclusion

De link met die andere verkiezingsuitslag is snel gelegd. Een jaar na de winst van de PVV werd Trump voor de tweede keer tot president van de Verenigde Staten verkozen. Eenmaal terug in het Witte Huis zette hij een streep door alle diversiteitsprogramma’s van de overheid.

Bedrijven die zaken wilden blijven doen met de federale overheid, konden maar beter hetzelfde doen, dreigde hij. Zelfs Nederlandse bedrijven kregen met de nieuwe regels te maken. Ondernemingen die voor de Amerikaanse ambassade in Den Haag werken, bijvoorbeeld.

Lees ook: Nederlandse bedrijven willen wel, maar kunnen Trumps ‘war on woke’ niet negeren

‘Zelf hebben we nauwelijks Amerikaanse klanten’, zegt Jiskoot. ‘In die zin hebben we er niet zoveel last van. En klanten met een Amerikaanse moederorganisatie hebben de autonomie om het in Nederland of Europa op hun eigen manier te doen.’

Diversiteit als scapegoat

Trumps ‘war on woke’ is een politieke strategie, zeggen ze. Een rookgordijn. ‘Autoritaire leiders hebben scapegoats nodig’, zegt Jiskoot. ‘Die heeft Trump met deze heksenjacht heel slim gecreëerd.’ Onbedoeld heeft hij daarmee ook de aandacht voor diversiteit en inclusie gevestigd. ‘Ineens stond het elke week in de krant’, zegt Martina. ‘Dat was nog nooit gebeurd. Bijna elk nieuwsmedium heeft gebeld met de vraag of we er iets over wilden zeggen.’

House of Inclusion profiteert zodoende eerder van Trumps strijd tegen DEI dan dat het bedrijf er last van heeft. Jiskoot: ‘We zien hetzelfde effect als na de winst van de PVV. Sinds Trump weer op zijn troon zit, hebben we het drukker dan ooit. Juist omdat bedrijven willen laten zien dat ze achter diversiteit en inclusie blijven staan.’

In 2025 verdubbelde zowel de omzet als het personeelsbestand ten opzichte van een jaar eerder. Het kernteam telt nu acht medewerkers, aangevuld met een groep freelancers. Omzet- of winstcijfers delen de ondernemers niet. Jiskoot: ‘We zijn een groeibedrijf, maar nog geen miljoenenbedrijf.’

Sinds de start winstgevend

Wel wil ze benadrukken dat House of Inclusion sinds de start winstgevend is. Hun motto? Go woke or go broke. ‘Als wij geen commercieel succes kunnen boeken met diversiteit en inclusie, gaan bedrijven het al helemaal niet doen. Maar het is zakelijk gewoon slim. Je kunt er geld mee verdienen: onderzoek toont aan dat diverse teams betere resultaten boeken.’

Lees ook: Ruben Brave (Dutch New Narrative Lab): ‘Ik wil af van dat zielige diversiteitsnarratief’

Een bekend voorbeeld is een studie van McKinsey uit 2023. Daaruit blijkt dat de onderzochte bedrijven met de meest diverse besturen, zowel qua man-vrouwverhouding als culturele diversiteit, 39 procent meer kans hadden om financieel beter te presteren dan bedrijven die qua diversiteit onderaan bungelden.

Zakelijk raakt Trumps heksenjacht de ondernemers dus niet, maar persoonlijk doet het wel degelijk pijn. ‘Zijn maatregelen raken ondergerepresenteerde communities in Amerika – mensen die tot groepen behoren waar voorheen extra aandacht aan werd besteed, waar rekening mee werd gehouden in beleid en waar budget voor was’, zegt Martina. ‘Dat dat allemaal is geschrapt, vind ik pijnlijk om te zien. Het druist zo enorm tegen onze waarden in: wij werken juist aan plekken waar iedereen welkom is.’

‘De ander’ zijn

Dat was drie jaar geleden een belangrijke persoonlijke drijfveer om House of Inclusion op te richten. ‘Als recruiter heb ik altijd hard gevochten voor mensen die ‘anders’ zijn, die niet aan het ideale plaatje voldoen’, vertelt Martina. ‘Maar dan had ik succes – bijvoorbeeld toen ik een developer uit Brazilië bij een Nederlands techbedrijf plaatste – en werd ik een halfjaar later gebeld omdat diegene daar doodongelukkig was. Dan hoorde ik: “Iedereen spreekt Nederlands en ze betrekken me niet echt. Niet bij de lunch, niet als ze donderdag na werk gaan poolen.”’

Dat gebeurde op steeds grotere schaal en ging haar steeds meer verdriet doen. Want Martina weet hoe het is om ‘de ander’ te zijn: ‘Ik ben opgegroeid in een dorp waar ik het enige meisje van kleur was. Op de middelbare school waren we met z’n drieën.’

Ook Jiskoot groeide op in een dorp waar ‘iedereen op elkaar leek en heteroseksualiteit de norm was’. ‘Zodoende ontdekte ik pas op mijn 28e dat ik queer was. In mijn dorp was je hetero – of homo of lesbisch, maar dan was je een beetje een gekkie. Ik heb lang niet geweten dat er meer was.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Jezelf zijn op werk

In haar eerste corporate banen ging het net zo. ‘Er heerste een heel duidelijk beeld van wat een vrouw moest zijn. Ik paste niet in die mal. Ik werkte als head of business development, was echt goed in mijn werk. En toch hoorde ik voortdurend dat ik te lief was, te bubbly, te schattig. Het gevolg was dat ik me ging aanpassen. Tot het punt dat ik er letterlijk ziek van werd.’ Uiteindelijk nam ze ontslag.

Martina herkent het. ‘Ik heb tatoeages en dreadlocks. Dat is wie ik ben. Maar op de Zuidas, waar ik heb gewerkt, kon dat echt niet. Daar moest ik mezelf verstoppen en in pak. Ik ben zelfs weleens naar huis gestuurd omdat mijn haar niet ‘professioneel’ zou zijn.’ Zo raken organisaties mensen kwijt. Doodzonde, vinden ze. Jiskoot: ‘De oplossing is zo makkelijk: laat mensen gewoon zichzelf zijn. Wij willen dat bedrijven dat ook inzien.’

KNMI-directeur Maarten van Aalst: ‘Klimaatverandering raakt nu al de hele economie’

De gevolgen van klimaatverandering zijn deze zomer in Nederland heel zichtbaar geworden. Met hittegolven en droogte die onder meer de scheepvaart hinderden en oogsten van boeren raakten. KNMI-directeur Maarten van Aalst ziet de noodzaak groeien om wetenschappelijke inzichten sneller te vertalen naar concrete actie. 'Zelfs lapmiddelen zijn hard nodig.'

maarten-van-aals-knmi
Foto: KNMI

‘Daar waar we lang van zeiden dat we er niet wilden komen − daar zitten we nu middenin.’ ‘Er’ is in dit geval: een zomer vol bosbranden, hitte en droogte. Maar ook: op de grens van 1,5 graden opwarming van de aarde ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. ‘Dat getal was niet uit de lucht gegrepen. Daar zat een heleboel wetenschap achter’, zegt hoofddirecteur Maarten van Aalst van het KNMI. Ook is hij hoogleraar aan de Universiteit Twente op het gebied van klimaatverandering en weerbaarheid tegen rampen.

Eind vorig jaar bracht het KNMI een rapport uit over extreem weer in tijden van klimaatverandering. Van Aalst: ‘Als je kijkt naar wat we dit jaar al hebben zien langskomen, voelt dat rapport bijna als een bingokaart.’

Als de natuur in vuur en vlam staat: check. Als de Rijnafvoer blijft dalen en de binnenvaart hindert: check. Als het westnijlvirus Nederland besmet: check. Als de oplopende temperatuur de gemoederen verhit: ook check.

Zo gaf het KNMI deze zomer voor het eerst code rood af voor hitte in situaties waarin ieders gezondheid gevaar loopt. Het aantal sterfgevallen was tijdens de ‘superhittegolf’ eind juni in alle leeftijdsgroepen hoger dan normaal, ook bij jonge mensen. ‘Ondanks dat we het halve land hebben platgelegd.’

En ja, dat kan mensen tot actie aansporen. ‘Maar dat is wel een cynische manier om ernaar te kijken’, vindt Van Aalst. ‘Want er gaan ook levens en ecosystemen onherstelbaar verloren.’

Lees ook: Nieuwe strengere EU-regels leggen groene claims onder het vergrootglas

Van wetenschap naar actie

Nederlanders zijn er altijd vanuit gegaan dat alle risico’s uit te sluiten zijn, zegt Van Aalst. ‘De overheid moet maar zorgen dat er nooit overstromingen zijn, dat we geen last hebben van hitte en dat we vergoed worden voor eventuele schade. Maar we kunnen er echt niet meer omheen dat we in een extremer klimaat komen.’

Ook de rol van het KNMI verandert daarmee. Van Aalst: ‘Eerder leverden we klimaatinformatie om ons voor te bereiden op een mogelijke toekomst. Nu moeten we ons ook veel meer richten op het vertalen van wetenschap naar actie. Het worst case scenario voor een wetenschapper: dat je iedereen waarschuwt, maar niemand luistert.’

Het KNMI is betrokken bij onderzoek naar onder meer de opwarming van de oceanen en risico’s op ook het stilvallen van de Golfstroom. Maar er ligt ook een andere taak: helpen bij het toepasbaar maken van de kennis die al bestaat. ‘We weten bijvoorbeeld dat hittegolven snel toenemen in ernst en frequentie. Hoe gaan we daarmee om? Deels kun je denken aan tegelwippen en zonweringen, maar er zijn ook protocollen nodig voor sportverenigingen en evenementen. Een marathon bij hittekracht tien? Zou ik niet doen.’

Van Aalst noemt de Koeltekaart van de gemeente Amsterdam een mooi voorbeeld van klimaatadaptatie. ‘Sommige mensen vinden dat je daarmee het signaal afgeeft dat je klimaatverandering accepteert. Maar ook de lapmaatregelen zijn keihard nodig. En die hoeven echt niet allemaal vervelend of kostbaar te zijn.’

Amsterdam zorgde met zijn koelteplekken bijvoorbeeld voor een ware sociale beweging. ‘Plekken met airco’s en water werden een soort ontmoetingsplekken in de buurt, allerlei winkels sloten zich aan. Ik denk dat veel mensen positief terugkijken op de hete dagen daar.’

Lees ook: Hittestress, wateroverlast, droogte: deze startups maken onze steden klimaatbestendig

Gevolgen steeds beter voor te stellen

Maar hoe zet je kennis om in actie? Dat de kosten van klimaatverandering − economisch én qua welzijn − deze zomer even extra zichtbaar waren, is daarvoor een eerste stap. Uit onderzoek blijkt dat ervaringen eerder aanzetten tot actie dan doemscenario’s, zegt Van Aalst. ‘De investeringen in de Deltawerken na de watersnoodramp in 1953 zijn daar een goed voorbeeld van.’

Dat heeft er simpelweg mee te maken dat mensen en bedrijven zich de gevolgen van klimaatverandering steeds beter voor kunnen stellen. ‘Het beeld was lang: iets doen aan klimaatverandering, dat is nodig voor een ijsbeer op de Noordpool in 2100. Ver weg in plaats en tijd, vooral iets altruïstisch. Maar klimaatverandering raakt ook nu al het hele functioneren van de economie. Infrastructuur die plat ligt, boeren die niet meer kunnen produceren… Je ziet dat bijvoorbeeld banken en verzekeraars daardoor hun werkwijze ook aanpassen.’

Daarbij gaat het wel vooral om het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het tegengaan ervan, door minder broeikasgassen uit te stoten, is iets heel anders. ‘Wat daarvoor nodig is, is het gevoel dat jouw eigen gedrag een verschil kan maken. Als burger, maar ook als Nederland.’

Lees ook: Groene economie is al meer waard dan gezondheidszorg

Praktische toepassingen

Het KNMI moet niet proberen in z’n eentje de wereld te verbeteren, vindt Van Aalst. ‘Maar ik vind wel dat we moeten vertellen wat we nu zien, en waarom dat een reden zou zijn om gedrag te veranderen. Liefst samen met mensen die kunnen laten zien waar de kansen liggen, zowel voor het tegengaan van klimaatverandering als voor het omgaan met de gevolgen.’

Toen het KNMI drie jaar geleden zijn klimaatscenario’s presenteerde, was daar bijvoorbeeld ook een Nederlandse boer bij die nu kiwi’s teelt. En het instituut werkt ook samen met netbeheerder TenneT. Weersomstandigheden, met name wind en zon, spelen immers een veel grotere rol in een hernieuwbaar energiesysteem. ‘Als je informatie over het weer slim gebruikt, kun je file op het stroomnet tegengaan en dus de energietransitie versnellen.’

Van Aalst de klimaatwetenschapper maakt zich grote zorgen, maar Van Aalst de mens is ‘van nature optimistisch’. Kijk naar waar we nu staan met hernieuwbare energie, zegt hij. ‘Dat hadden we bij het tekenen van het Parijs-akkoord in 2015 niet durven dromen. De opwek is geëxplodeerd, de kosten zijn snel gedaald.’

‘Als we destijds onderschatten hoe snel hernieuwbare energie kon groeien, onderschat ik nu hopelijk ook hoeveel we in de komende jaren nog kunnen doen. Er is ongelooflijk veel nodig, maar ik hoop dat ik verrast blijf worden.’

Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., dat net als MT/Sprout onderdeel is van MT MediaGroep.