Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

RAMageddon: zo maakt AI je volgende laptop en smartphone honderden euro’s duurder

De onstilbare chiphonger van AI zorgt voor een wereldwijd tekort aan geheugenchips. Dat zorgt voor een prijsexplosie die nu ook Apple laptops en spelcomputers fors duurder maakt. Wen er maar aan, zeggen analisten, want het wordt allemaal nog veel duurder.

Het blijft wennen. Als koper van een laptop of smartphone was je gewend dat die apparaten elk jaar meer rekenkracht en meer geheugen boden voor ongeveer hetzelfde geld.

Apple ziet zich nu gedwongen dat om te draaien. Het vraagt sinds vorige week méér geld voor laptops waar onder de kap weinig of niets aan is veranderd. De Macbook Pro van 2.229 euro is exact dezelfde als het ding dat een paar dagen eerder nog 300 euro goedkoper was. Ook de razend succesvolle budgetserie MacBook Neo is 100 euro duurder geworden en ging van 599 naar 699 euro. De iPad werd zelfs 30 procent duurder: van 389 euro/voor 509 euro.

RAMageddon slaat toe

Nu voelen consumenten pas goed de gevolgen van wat Amerikanen al smakelijk ‘RAMageddon’ of ‘RAM-pocalypse’ noemen (RAM staat voor random access memory). Een enorm tekort aan geheugenchips drijft de prijzen op, pc- en gadgetfabrikanten worstelen daardoor met hoge kosten die onvermijdelijk tot hogere eindprijzen moeten leiden. In sommige gadgets is de kostprijs van het geheugen al hoger dan de totale verkoopprijs.

Lees ook: De volgende generatie belastingontduikers is op komst: AI-agents

Dat Apple, met al zijn inkoopkracht een wereldkampioen in het regisseren van zijn toeleveringsketen, komt met een prijsverhoging is veelzeggend. Op dezelfde dag dat Apple zijn prijzen verhoogde, maakte Microsoft bekend dat zijn Xbox-spelcomputer 100 tot 150 dollar duurder wordt. De topversie met 2 terabyte geheugen is niet eens meer te koop. Eerder hadden concurrenten Sony (PlayStation 5) en Nintendo (Switch 2) al aangekondigd dat hun spelconsoles duurder zouden worden.

AI is de boosdoener

Ook Dell, HP, Lenovo en Asus hebben prijzen verhoogd of de hoeveelheid geheugen in hun producten verminderd. Inmiddels maken geheugenchips eenderde van de prijs van een laptop uit, en moeten we er rekening mee houden dat de simpele schoollaptop van 500 euro in 2028 niet meer bestaat.

Lees ook: Hoe Nederlands is Nebius, dat met Nvidia-miljarden zijn AI-cloud bouwt?

Boosdoener is – dat valt wel te raden – AI. Althans, de gigantische investeringen in de datacenters waarin OpenAI, Anthropic, Google en de rest hun AI-modellen laten draaien. Dat Nvidia stinkend rijk wordt van de grafische chips voor AI-fabrieken is wel bekend. Maar geavanceerde geheugenchips die enorme hoeveelheden data kunnen opslaan en snel serveren zijn even onmisbaar in de AI-revolutie.

AI-chips krijgen voorrang

Terwijl big tech honderden miljarden uitgeeft aan de bouw van datacenters, proberen de chipmakers ze zo goed mogelijk te bedienen met de snelle geheugenchips van het type HBM (high bandwidth memory). Die bestaan uit meerdere lagen en verbruiken daardoor ongeveer 3 keer meer basismateriaal – wafers – dan conventioneel geheugen.

Er zijn eigenlijk maar drie grote leveranciers, Samsung, SK Hynix en Micron. Samen zijn ze goed voor meer dan 90 procent van de markt en zij geven voorrang aan de chips met hogere marges. Micron meldde al in december plompverloren dat het stopt met het maken van chips voor de consumentenmarkt. Daardoor zijn er minder wafers over voor de doorsnee chips in onze telefoons, laptops, auto’s en wat al niet.

Tot 2027 nog hogere prijzen

De wet van vraag en aanbod heeft intussen zijn werk gedaan. DRAM-chips (dynamic random access memory) die als werkgeheugen dienstdoen en de SSD-variant waarop we data opslaan, werden sinds afgelopen herfst al 3 tot 4 keer zo duur, maar volgens een rapport van Gartner en investeerder Jefferies gaan de prijzen de komende kwartalen nog doodleuk met 30 tot 50 procent omhoog. Tot eind 2027 rekenen ze met een plus van 150 tot 205 procent.

Lees ook: Zitten we in een AI-bubbel? Dit maakt 2025 anders dan de internetzeepbel van eind jaren 90

Tja, het aanbod past zich duidelijk niet snel genoeg aan aan de vraag. Het bouwen en operationeel krijgen van een fabriek voor geheugenchips duurt dan ook twee tot drie jaar – als de grote fabrikanten al toekomen aan iets anders dan dat zo gevraagde geavanceerde geheugen voor AI-berekeningen. Tot overmaat van ramp zat de chipmarkt in 2023 in een dal, waardoor juist in die periode veel minder nieuwe fabrieken werden gepland.

Rechtszaak tegen grote drie

De chipcrisis kent niet alleen verliezers. Zuid-Korea zag zijn export vorige maand spectaculair stijgen, met 70 procent tot ruim honderd miljard dollar, vooral dankzij de explosief gestegen handel in geheugenchips. Deze week toonden Samsung en SK Hynix hun goede wil. Samen met de Zuid-Koreaanse overheid investeren ze 590 miljard dollar in nieuwe fabrieken, genoeg om de productiecapaciteit van het land nog eens te verdubbelen.

Dat gebaar van goede wil kwam nét te laat voor een paar particulieren en kleine pc-bedrijven die juridische actie ondernemen tegen de grootste drie chipmakers. In Californië worden ze aangeklaagd voor het moedwillig en in overleg beperken van de productie en het opschroeven van hun prijzen, iets wat al sinds 2022 aan de gang zou zijn.

Lees ook: Eindhovense Nvidia-uitdager haalt $250 miljoen op

Voordat de rechter aan een beoordeling toekomt, zijn de prijsstijgingen misschien al voorbij. Maar of ze na 2027 zullen dalen, daarin hebben analisten een hard hoofd. Misschien is er nóg een winnaar temidden van alle chip-ellende. Duurdere laptops en smartphones kunnen leiden tot uitgestelde aankopen en een impuls geven aan de markt voor tweedehands apparaten. Voor de aarde is wat minder e-waste meer dan welkom.