Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Hoe overleef je de Valley of Death? ‘Een week van tevoren hoorden we dat de deal niet doorging’

Tientallen miljoenen ophalen, jaren bouwen aan iets groots - en dan toch omvallen, zoals Maeve Aerospace onlangs overkwam. Voor deeptech-scaleups, die enorme hoeveelheden risicokapitaal nodig hebben om levensvatbaar te worden, is dat een reëel risico. Twee ondernemers vertellen hoe ze hiermee omgaan.

Valley of death
De technologie van de toekomst ontwikkelen, vereist een lange adem en veel geld. Foto: Getty Images

Een hybride-elektrisch vliegtuig met plaats voor 96 passagiers, dat de CO2-uitstoot per vlucht met 40 procent kan verminderen. Dat was de droom van Jan Willem Heinen, ceo en medeoprichter van Maeve Aerospace.

Hij behoorde tot het clubje pioniers dat vliegtuigen niet op vervuilende kerosine, maar (deels) op stroom wil laten vliegen. Aanvankelijk werd dat toekomstbeeld met gejuich onthaald. In 2022 haalde Maeve 3,6 miljoen euro op bij angel investeerders, het jaar daarop volgde een subsidie van 17,5 miljoen euro via de European Innovation Council (EIC).

Er waren samenwerkingen met toonaangevende partners als vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney Canada en luchtvaartmaatschappijen als Delta en Japan Airlines. Heinens droom leek letterlijk vleugels te krijgen. Tot er zand in de motor kwam. Voor de volgende fase, de stappen richting een prototype, was 20 miljoen euro nodig.

Dat geld bleek niet te vinden. De financieringsronde mislukte, net als het plan dat Maeve volgens het FD voor een bankroet had moeten behoeden: een overname door een ‘grote, kapitaalkrachtige partij’. Eind mei werd de scaleup failliet verklaard.

Honderden miljoenen nodig

Of het nu om vliegen op stroom gaat, of quantum, fotonica of groene chemie – de technologie van de toekomst ontwikkelen, is niet makkelijk. Daarvoor is een enorme aanloop nodig: deeptech-bedrijven als Maeve Aerospace hebben bakken risicokapitaal nodig voor ze levensvatbaar zijn. Die honderden miljoenen, zo niet miljarden, zijn nodig voor testopstellingen en laboratoria, prototypes en demofabrieken, en uiteindelijk industrialisatie.

Omzet wordt er tot die tijd niet of nauwelijks gemaakt, laat staan winst. ‘En ondertussen loopt je bankrekening leeg’, zegt ondernemer Niels van Stralen, oprichter en chief growth officer van de circulaire chemiefabriek ChainCraft. ‘Die druk is er altijd. Je weet dat er geld bij moet om te overleven. Dat is niet per se prettig, maar wel de realiteit. Ook voor investeerders. En soms gaat het mis.’

Dat beaamt Jan Hendrik van Gilst, cfo van biotechbedrijf The Protein Brewery. ‘Voor mij was het faillissement van PeelPioneers een moment waarop dat besef binnenkwam. Dat raakte me echt. Het zijn onze peers, we kennen elkaar. En het zijn geen koekenbakkers, ze hadden een prachtig bedrijf neergezet.’

Maar de fabriek van de circulaire schillenverwerker kampte met opstartproblemen, en aandeelhouders bleken niet bereid om geld bij te storten om door te kunnen. Inmiddels heeft het bedrijf een doorstart gemaakt onder leiding van een oud-zakenpartner: Rimmert de Jong, voormalig ceo van Royal Steensma.

Lees ook: Dubbele doorstart voor PeelPioneers: circulaire fabriek gered, vezelproductie naar Spanje

‘Vergrijzend’ ecosysteem

Het wordt de Valley of Death genoemd: de kritieke overgangsfase waarin bedrijven de opstartjaren weliswaar hebben overleefd, maar nog niet groot of winstgevend genoeg zijn om op eigen benen te staan. Juist in deze periode gaan veel ondernemingen alsnog onderuit.

Het leidt tot een ‘vergrijzend’ ecosysteem, blijkt uit het Scaleup Dashboard 2025 van het Erasmus Centre for Entrepreneurship. Snelgroeiende bedrijven waren in 2024 gemiddeld 16,7 jaar oud, een verdubbeling ten opzichte van enkele jaren geleden. Volgens het rapport komt dat doordat jonge bedrijven steeds vaker uitvallen.

Miljoenen extra voor deeptech

De overheid steekt nog eens 360 miljoen euro extra in het Deep Tech Fonds, dat investeert in de doorgroei van deeptechbedrijven in sectoren als fotonica en quantumtechnologie. Dat kondigde minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert donderdag aan op techevent Hello Tomorrow.

Van dat bedrag legt het ministerie 130 miljoen euro in en Invest-NL 230 miljoen. Het fonds bevatte al 250 miljoen euro. Dat geld is inmiddels grotendeels uitgezet bij onder meer chipmakers Axelera AI en Nearfield Instruments, quantumchipmaker QuantWare en Eyeo, dat beeldsensoren ontwikkelt.

Het State of Dutch Tech Report 2026 van Techleap wijst in dezelfde richting. Daaruit blijkt dat slechts 21,6 procent van de Nederlandse startups doorgroeit tot scaleup, tegenover een Europees gemiddelde van 24,1 procent.

Deeptechbedrijven zijn een positieve uitzondering; die groeien ruim twee keer vaker door. Hoewel ze in Nederland slechts 12 procent van het totale startup-ecosysteem uitmaken, zijn ze goed voor 41 procent van alle scaleups.

Op eigen benen staan

ChainCraft is een van die bedrijven. De scaleup van Van Stralen produceert vetzuren uit voedselreststromen. Dat zijn chemische bouwblokken die kunnen worden gebruikt voor smeer- en schoonmaakmiddelen, persoonlijke verzoringsproducten of diervoedingsadditieven, en bedoeld als duurzaam alternatief voor vetzuren op basis van aardolie en palmolie.

Het bedrijf ontstond in 2010 als spin-off van de Wageningen Universiteit en is nu – over een lange adem gesproken – dichtbij de eerste commerciële fabriek. Die komt in Groningen, naast de fabriek van aardappelverwerker Royal Avebe, en gaat vetzuren produceren op basis van hun bijproduct: aardappelsap.

Lees ook: ChainCraft haalt een alternatief voor palmolie uit reststromen, nu is het klaar voor het grote werk

Voor de bouw van die fabriek is 150 miljoen euro nodig. Dat wil ChainCraft ophalen bij een consortium van grotere vc’s en banken, plus subsidies. Van Stralen verwacht de deal binnenkort wereldkundig te kunnen maken: de laatste puntjes worden nu op de i gezet.

ChainCraft haalde drie keer eerder groeigeld op, meest recent 11 miljoen euro bij bestaande investeerders Shift Invest, Horizon 3 en PDENH, samen met nieuwkomer Convent Capital. De nieuwe miljoenenronde is volgens de ondernemer de laatste stap richting een bedrijf dat zichzelf kan bedruipen.

Risicomijdende en twijfelende vc’s

Het is de moeilijkste ronde tot nu toe, vindt hij. ‘We halen geld op bij grote, institutionele investeerders die meer risicomijdend zijn. Waar investeerders in eerdere rondes nog weleens bereid waren om ergens doorheen te kijken, moeten alle risico’s nu afgedekt zijn.’

Tot alle handtekeningen zijn gezet, blijft het spannend. ‘We hebben ietwat vertraging opgelopen’, zegt Van Stralen. ‘In onze eerste planning zou de overeenkomst eind 2025 rond zijn. Maar dit jaar willen we de definitieve investeringsbeslissing nemen en het lijkt erop dat dat gaat lukken. Wat dat betreft zijn we nog steeds on track.’

Al kan het kwartje zomaar de andere kant op vallen, weet Jan Hendrik van Gilst (The Protein Brewery) uit ervaring. De scaleup kondigde afgelopen september een Series B-ronde van 30 miljoen euro aan, in een deal die eigenlijk al in april had moeten worden gesloten.

‘We zaten in de laatste fase van de contractonderhandelingen’, blikt Van Gilst terug. ‘Op 10 april zouden we tekenen. Tot we, een week vantevoren, hoorden dat de deal niet doorging. De lead investor had twijfels gekregen en zich teruggetrokken.’

The Protein Brewery had op dat moment nog voor twee maanden geld in de kas. ‘De runway was heel kort’, zegt de cfo. ‘We hadden een paar weken om een alternatief te verzinnen met de bestaande aandeelhouders. We hebben werkweken van 50 tot 60 uur gemaakt.’

Goed getimede meevallers

De redding kwam van Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), die aanhaakten naast bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en Madeli. Die wist The Protein Brewery aan boord te houden dankzij een paar goed getimede meevallers.

De scaleup produceert via fermentatie duurzame eiwitten in de vorm van het mycoproteïnepoeder Fermotein. Dat is rijk aan eiwitten en vezels en geschikt voor onder meer sportvoeding, gezonde voeding en zuivelalternatieven. Rond die hectische maanden meldde ook een grote speler in sportvoeding en supplementen zich als klant.

Van Gilst: ‘Dat gaf de investeerders – bestaande en nieuwe – vertrouwen. In combinatie met de twee Europese subsidies die we diezelfde periode kregen toegekend, en het feit dat we groen licht kregen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).’

Lees ook: Eiwitmaker The Protein Brewery wil met vers groeigeld ook in Europa de markt op

Ook als alles goed gaat, kost geld ophalen een hoop tijd en aandacht. ‘Vijf jaar geleden was er nog heel veel geld beschikbaar’, zegt Van Gilst. ‘De rente was ontzettend laag, en al dat geld moest ergens heen. Zelf profiteerden we ook van de hype rond vleesvervangers en andere duurzame alternatieven voor proteïne.’

Not for the faint-hearted

Ook het gebrek aan exits, het moment dat veelbelovende bedrijven naar de beurs gaan of worden overgenomen, speelt volgens de cfo een rol. Zonder deze successen is er minder geld beschikbaar om in nieuwe ondernemingen te steken. ‘En hoe meer tijd je als founder of bestuurder in de zoektocht naar funding moet steken, hoe minder uren er overblijven voor je bedrijf. Wat best ironisch is, want investeerders willen juist snelheid en resultaat zien. Die snelheid maakt het werken bij een scaleup ook leuk, hè? Het is zoveel dynamischer dan een corporate rol.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Van Gilst weet waarover hij praat. Voor The Protein Brewery werkte hij als directeur finance & control bij DSM. Droogjes: ‘Ik kan je vertellen: zulke situaties maak je daar niet mee. This is not for the faint-hearted.’

Dat zwaard van Damokles dat permanent boven je bedrijf hangt, hoort er ook een beetje bij, vult Niels van Stralen (ChainCraft) aan. ‘Die druk is er altijd, maar het is nu minder nieuw, minder spannend. Ik weet nu veel beter wat me te wachten staat.’