Zuidema, the influence company ontwikkelt talenten van mensen om organisaties te laten groeien, door een bijdrage te leveren in de keten van leren en duurzame kennisontwikkeling. Het accent bij het uitgebreide aanbod van leerinterventies komt daarbij steeds meer op effect en duurzaamheid te liggen.
“Zuidema, the influence company werkt vanuit vier verschillende BV’s”, begint directeur Joep Straathof de structuur van zijn bedrijf uit te leggen. “Bureau Zuidema is gericht op trainings-, opleidings- en leervraagstukken. Zuidema Personeelsmanagement richt zich op loopbaan- en HRM-vraagstukken. Bij Zuidema International vindt research plaats in Europese projecten, onder andere op het gebied van het effect van leren en ontwikkelen en het toepassen van eerder verworven competenties. En tot slot is er het Instituut voor Toegepaste Gedragsanalyse (ITGA), dat zich bezighoudt met leermiddelen, instrumentenontwikkeling en licentie-uitgaven aan trainings-, opleidings- en adviesbureaus.”
Crisis en vertrouwen
Straathof vraagt zich af of we met z’n allen dan niets leren van de huidige crisis: “Het lijkt wel alsof we denken dat er weer een paar lichtpuntjes zijn en dan zien we de hele donkere nacht niet meer. Want hoe groot is nou echt de bereidheid van organisaties om te blijven investeren in samenwerking en ontwikkeling? We merken dat er blijkbaar niet veel van de crisis wordt geleerd. Men gaat te snel over tot de orde van de dag: kostenbesparing, efficiency en medewerkers belonen door financiële prikkels zijn leidend in plaats van visie, investeren in medewerkers en innovatie. Wellicht moeten wij meer zoeken naar samenwerken en ontwikkelen gericht op de langere termijn: investeren in de relatie met mensen en de toekomst. Tijdens de recessie komt ook het begrip vertrouwen onder druk te staan. Het vraagt stuurmanskunst van leidinggevenden om hun boodschap zuiver, oprecht en duidelijk te brengen en zelf daarin een voorbeeld te zijn. Zo zal een leider vanuit zijn of haar eigen integriteit kritisch moeten kijken naar het eigen salaris en naar bonussen, want dáár begint vertrouwen. Het is natuurlijk een heel fragiel begrip, maar vertrouwen ontstaat vanuit wat je met elkaar doet. De minst goede vraag is dan ook ‘Heb een beetje vertrouwen in mij’. De taak van opleidingsinstituten hierin is om op zoek te gaan naar de rol van de leidinggevende in het proces om mensen die dingen te laten doen en te laten leren waardoor de organisatie uiteindelijk op de lange termijn sustainable blijkt te zijn. Daar is meer voor nodig dan alleen geld. Het zit ook in de manier waarop je op zoek gaat naar duurzaamheid en waarop je in deze zoektocht geen vanzelfsprekende wegen bewandelt.”
Duurzaamheid en leiderschap
“Wij willen samen met onze klanten en andere organisaties nadenken over de vraag wat duurzaamheid betekent in termen van HRD of HRM in relatie tot het strategisch beleid”, vervolgt Straathof. “Hoe kun je dat concreet maken? Met certificerende instellingen zoals Certiked, zoeken we naar hoe je certificering kunt verlenen op duurzaamheid om de kwaliteit te waarborgen. Maar hoe doen wij dat in onze eigen organisaties met datgene wat wij aan klanten aanbieden? We willen onze manier van werken zodanig veranderen dat dit een duurzame impact heeft bij klanten. Dit doen we niet omdat de overheid dat vraagt of om aan te haken bij een trend, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat dat moet. De vraag is hoe je dit doet op onze verschillende expertisegebieden zoals medezeggenschap, leiderschap, HRM en opleiden en ontwikkelen. We zijn op zoek naar manieren om duurzaamheid te vertalen naar ons vakgebied. Dat geheel zal in 2012 samenkomen in een internationaal congres naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van Bureau Zuidema. Dit congres wordt een uitwisseling van wat verschillende actoren doen op het gebied van duurzaamheid in het veld van opleidings- en leervraagstukken binnen organisaties.”
Imago en de economische orde
Leiderschap en imago-opbouw zijn voor Zuidema onlosmakelijk met elkaar verbonden. Straathof vindt dat leiders en managers op de goede weg zijn wat betreft de manier waarop ze kijken naar imago-opbouw: “Ik vind dat veel organisaties daar hard aan werken. Er wordt gezocht naar de stappen die gezet moeten worden naar de economische orde van na de recessie. En ik denk dan ook dat dit een andere orde zou moeten en kunnen zijn dan de huidige. Een orde gebaseerd op data en feiten, maar tegelijkertijd ook een orde die van leiders vraagt lef en bescheidenheid te tonen: lef om los te laten en te vertrouwen op de zelfregulerende en innoverende medewerker. Ook de overheid zal dan anders om moeten gaan met de burgers. Minder betutteling en meer vertrouwen in de mensen en de samenleving. Maar als je zegt dat kwaliteit uiteindelijk leidend is, dan moet je ook op zoek gaan naar duurzaamheid. Een zoektocht naar iets met een grotere impact dan alleen in het hier en nu. Je zult tevens op zoek moeten gaan naar manieren om dat te meten, waarbij ik ervan overtuigd ben dat niet alles meetbaar is. Organisaties als Zuidema moeten op deze manier met leervraagstukken bezig zijn, want anders ben je alleen bezig met geld verdienen en dan leren we niets van de crisis.”
The Protein Brewery mag eindelijk Europa in: ‘Niet de verkoop, maar de productie is nu onze grootste uitdaging’
Na meer dan vijf jaar mag The Protein Brewery zijn myceliumpoeder dan eindelijk in Europa verkopen. De eiwitbrouwer zocht lang naar de juiste toepassing voor zijn schimmeleiwit Fermotein, en vond die uiteindelijk bij sportvoeding. Een klant wil nu de volledige jaarcapaciteit afnemen. De holy grail in startup-land, zegt ceo Thijs Bosch.
De carrière van The Protein Brewery-ceo Thijs Bosch is nauw verknoopt met de eiwittransitie. Foto: The Protein Brewery
Bij The Protein Brewery gebeurt het echte werk niet in de fabriek, maar daarbuiten. Tegen het pand staan drie chroom-glimmende silo’s van zo’n twintig meter hoog geplakt. Hier kweekt de scaleup zijn hero product, het eiwit- en vezelrijke myceliumpoeder Fermotein.
Dat gebeurt, die naam geeft het al een beetje weg, via fermentatie: de techniek die ons zuurkool, kimchi en tempeh bracht. Maar The Protein Brewery brouwt iets anders in zijn glanzende ketels. Hier zetten schimmels de koolhydraten die ze te ‘eten’ krijgen om in mycelium, het dradennetwerk dat we van paddenstoelen kennen.
Kijk’, wijst ceo Thijs Bosch, die ons rondleidt. ‘Via die buizen voegen we zuurstof en suikerstromen toe, in dit geval tarwesiroop. En aan de onderkant tappen we het mycelium af.’ Dat lijkt dan nog in niets op het zakje poeder dat we bij ontvangst hebben gekregen. Hij grijnst: ‘Nee, uit die ketels komt een troebel mengsel van water en schimmel. Eerst onttrekken we dat water aan de schimmeldraden, dan drogen we ze en verwerken we ze tot poeder.’
Het is een continu proces. ‘Zo’n tank is binnen twaalf uur vol. We kunnen meerdere keren achter elkaar oogsten en steeds de overbleven schimmel in de tank verder laten groeien.’
De fermentatietanken bij de fabriek in Breda, waar doorlopend nieuw schimmeleiwit wordt gebrouwen. Foto: The Protein Brewery
Fabriek in badkamershowroom
Bosch is nu een jaar ceo van The Protein Brewery. Hij volgde Sue Garfitt in juni 2025 op. Zij werd vier jaar geleden de eerste externe ceo; oprichter Wim de Laat, die het bedrijf in 2020 begon, voelde zich naar eigen zeggen meer thuis in een ‘witte stofjas dan in nette directiekledij’. Aan zijn opvolgers de taak om de wereld te veroveren met het door hem bedachte nieuwe voedingsingrediënt, een plantaardig alternatief voor dierlijke eiwitten.
Onder leiding van Garfitt transformeerde The Protein Brewery van startup naar scaleup. Naast het laboratorium en de pilotplant in een rij omgebouwde garageboxen in Breda kwam er een commerciële fabriek in dezelfde stad, zo’n tien minuten verderop. Alleen de hoge ramen over de hele voorzijde verradden nog dat het pand van 2.700 vierkante meter eigenlijk een showroom voor een badkamerverkoper zou worden.
Het gebouw is The Protein Brewery nu nog een maatje te groot. Van de twee kantoorhallen staat er een grotendeels leeg, al zijn daar – heel inventief – met lichtgrijze schotten van geluidsdempend materiaal wat vergaderzalen en stiltewerkplekken gemaakt.
Hoofdinvesteerder haakte af
Die vierkante meters zullen waarschijnlijk niet lang ongebruikt blijven. Drie maanden na zijn aantreden, in september 2025, kon Bosch een series B-financiering van 30 miljoen euro aankondigen. Afgelopen maandag werd bekend dat die ronde onder leiding van nieuwe investeerder ABN Amro Sustainable Impact Fund met 18 miljoen euro wordt uitgebreid, waarmee de totale finaciering sinds de oprichting uitkomt op ruim 70 miljoen euro.
De series B-ronde had nogal een aanloop. De deal had eigenlijk al in april 2025 moeten worden gesloten, maar de lead investor haakte een week van tevoren af. Met nog voor twee maanden geld in de kas moest The Protein Brewery razendsnel nieuwe geldschieters vinden. ‘Ik had nét mijn contract getekend’, vertelt Bosch. ‘Dat was midden maart, en twee weken later gebeurde dit. Ik was toen nog in dienst bij mijn vorige werkgever, Cosun. Maar ik wist er wel van.’
En hij dacht niet: wat heb ik gedaan? ‘Ik ben er rustig onder gebleven. Ik dacht: het is wat het is. Ik had wel al contact met de partijen die uiteindelijk nieuw zijn ingestapt, Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) (naast de bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en family office Madeli, red.). Die wilden natuurlijk weten wat ik met het bedrijf van plan was. Dat werd mijn eerste job toen ik in juni 2025 begon. Voor de zomervakantie moest er een duidelijk plan liggen.’
Thijs Bosch op LEVEL UP
Thijs Bosch is keynote speaker op LEVEL UP 2026, het tech-startup-event dat startup-founders helpt versnellen en jaarlijks zo’n 1.500 ondernemers en investeerders trekt uit het startup-ecosysteem. LEVEL UP vindt plaats op maandag 28 september in het Evoluon in Eindhoven. Wil je erbij zijn? Registreren is gratis voor startupfounders.
Carrière maken in eiwittransitie
Van rustig inkomen was dus geen sprake. Niet erg, zegt Bosch. ‘Ik ben mijn carrière begonnen in de consultancy. Die achtergrond kwam me goed van pas: ik weet hoe ik zaken snel kan doorgronden en me eigen kan maken.’ Het bedrijf was misschien nieuw voor hem, de sector was dat niet. ‘Ik werk al vijftien jaar in de voedingsindustrie. Ik ken de markt en ik ken de klanten.’
Bosch’ loopbaan is nauw verknoopt met de eiwittransitie waar The Protein Brewery zich zo hard voor maakt. Na zijn studie Financiële Economie ging hij bij Bain & Company werken, om zo in korte tijd bij veel bedrijven en sectoren onder de motorkap te kunnen kijken. ‘Ik wist dat ik niet mijn hele leven in de consultancy wilde blijven’, vertelt Bosch. ‘Hoe hoger je op de ladder komt, hoe meer je gaat verdienen, maar hoe moeilijker het ook wordt om daar nog uit te breken. Ik wilde mezelf niet opsluiten in die gouden kooi.’
Thijs Bosch (tweede van rechts) is nu een jaar ceo bij de scaleup. ‘Ik wist dat het een hoog-risicobaan was.’ Foto: The Protein Brewery
Bovendien: in plaats bedrijven te adviseren, wilde hij zelf ergens aan bouwen. Dat kon bij de Nieuw-Zeelandse coöperatie Fonterra, ‘s werelds grootste exporteur van zuivel, die mensen zocht om een Europese productietak op te zetten.
‘Het was best een opportunistische overstap’, blikt Bosch terug. ‘Het project zat in de beginfase. Er waren niet alleen veel kansen om te bouwen, maar ook om op te klimmen.’ Dat lukte meer dan aardig; na tien jaar was hij verantwoordelijk voor alle activiteiten en fabrieken van Fonterra in Europa.
Vegetariër bij zuivelbedrijf
Van dierlijke eiwitten maakte Bosch in 2022 de overstap naar de plantaardige variant. ‘Ik was toen al zo’n vijf jaar vegetariër. Als een van de weinige mensen bij Fonterra’, zegt hij. ‘Een vegetariër bij een zuivelbedrijf, op een gegeven moment ging dat schuren. Wat meespeelde: het begon me op te vallen dat de grenzen voor de traditionele melkveehouderij in zicht kwamen, door de stikstofproblematiek en strengere milieuregels. En ik werk liever in een sector die groeit, dan een die moet consolideren.’
Bij suikerbieten- en aardappelverwerker Cosun, waar hij als managing director van de nieuwe plant protein business aan de slag ging, kon wel worden gebouwd. Het bedrijf wilde een tak met eiwit-ingrediënten opzetten. ‘We ontdekten dat je hele mooie eiwitten uit veldbonen kunt halen. Voor in zuivelalternatieven, bijvoorbeeld.’
Het was een startup binnen een bedrijf. Die mentaliteit lag hem wel, ontdekte hij toen hij er toezichthoudende rollen bij ging doen voor bedrijven waarin Cosun investeerde, zoals een commissariaat bij eiwitvervanger-producent Revyve.
En toen klopte The Protein Brewery aan; de scaleup zocht een nieuwe ceo. Bosch ziet het als de volgende stap. ‘Eiwitten uit veldbonen of andere eiwitrijke gewassen zijn al veel en veel duurzamer dan dierlijke’, zegt hij. ‘Maar voor de teelt is nog steeds relatief veel grond en water nodig, terwijl dat bij fermentatie niet zo is. Onze voornaamste grondstof is suiker, en daarvoor gebruiken we reststromen uit de voedingsindustrie.’
Hoog-risicobaan
Voor 1 kilo Fermotein heeft The Protein Brewery slechts drie kilo suiker nodig. ‘Onze technologie is 25 keer efficiënter dan de productie van dierlijk eiwit en 2 tot 3 keer zo efficiënt als de productie van eiwitten uit plantaardige gewassen.’ Lachend: ‘De rode draad: bij elke stap wordt het een beetje duurzamer, én een beetje moeilijker.’
Waar zijn hart ook sneller van ging kloppen: met de commerciële fabriek, de eerste klanten in Amerika en Singapore en een Series B-ronde in de maak, waren alle ingrediënten aanwezig om op te kunnen schalen. Bosch: ‘Al wist ik óók dat het een hoog-risicobaan was. Ha, en anders had ik dat in die eerste maanden wel geleerd.’
Na de (alsnog geslaagde) investeringsronde in september volgde een paar maanden later een volgende mijlpaal. Bij Bosch’ aantreden wachtte de scaleup al vijf jaar op een positieve beoordeling van de European Food Safety Authority (EFSA), die zogeheten novel foods toetst op veiligheid. Afgelopen december kreeg het schimmeleiwit groen licht, waarmee de weg vrij lag voor officiële goedkeuring van de Europese Commissie om het product hier op de markt te mogen brengen. Dat stempel volgde afgelopen juni.
Complex product
Alleen: hoe verkoop je het? The Protein Brewery heeft lang gezocht naar de juiste toepassing voor zijn poeder. Het is een ‘complex product’, knikt Bosch: een voedingsingrediënt dat naast eiwitten (50 procent) ook vezels (30 procent) en bioactieve stoffen bevat (de overige 20 procent).
‘We maken geen ei-vervangers zoals Revyve’, zegt hij. ‘Het is niet zo simpel als: dierlijke eiwitten eruit, Fermotein erin. Die complexiteit is ook de kracht. Fermotein heeft allerlei gezondheidsvoordelen: de stoffen die erin zitten zijn goed voor de spieropbouw en darmgezondheid. Het poeder heeft ook een hoge concentratie spermidine, dat helpt om celveroudering tegen te gaan.’
Myceliumpoeder Fermotein bevat eiwitten, vezels en bioactieve stoffen. ‘Het is een complex product.’ Foto: The Protein Brewery
Voor wie nu direct aan sportvoeding denkt; die link legde Bosch ook. ‘Wims eerste idee was om een duurzaam ingrediënt voor visvoer te maken’, vertelt hij. ‘Daarna verschoof de focus naar vleesvervangers op basis van mycelium. Toen die markt onder druk kwam te staan, kwam er meer nadruk te liggen op gezonde bakkerijproducten: koekjes, repen en tortilla’s waaraan onze eiwitten en vezels waren toegevoegd.’
Alleen was het probleem dat Amerika, op dat moment de grootste markt, daar veel minder van ging eten. Ozempic heeft een revolutie veroorzaakt in de VS, zegt Bosch. ‘Amerikanen die afslankmedicatie gebruiken, en dat zijn er veel, eten per dag gemiddeld 800 calorieën minder.’
‘Holy grail’ in startup-land
Onder zijn leiding is de koers verlegd naar sport- en gezondheidsvoeding en supplementen. Active nutrition en longevity, in Bosch’ woorden. Al is het bedrijf zeker niet van plan om zich tot die sector te beperken.
‘Uiteindelijk willen we de brede voedingsmarkt bedienen. We zien dit als springplank. Klanten in dit segment kunnen vaak sneller nieuwe producten lanceren dan grote voedselbedrijven, waar ontwikkeltrajecten soms jaren duren.’ Hij wijst op het zakje testpoeder van 20 gram. ‘Een grote Amerikaanse klant verkoopt deze zakjes al onder eigen merknaam, om bij te mengen in shakes.’
Die klant meldde zich eind vorig jaar met de mededeling dat hij de volledige productiecapaciteit voor 2026 – ongeveer 100 ton, ofwel 100 duizend kilo – wilde afnemen én bereid was om daarvoor garanties af te geven. ‘De holy grail in startup-land’, zegt Bosch. ‘Dankzij die order verwachten we 2026 met een omzet van 2 miljoen euro af te sluiten. Voor 2026 mikken we op 6 miljoen euro, het drievoudige. De grootste uitdaging die we nu hebben, is zorgen dat we het allemaal kunnen maken.’
Capaciteit opschroeven
Nu het eindelijk mag, start het bedrijf deze zomer met de verkoop in Europa. Dus moet de fabriek worden uitgebreid. Bosch, grijnzend: ‘Daar hadden we die 18 miljoen euro voor nodig.’ In Breda is plaats voor drie extra bioreactoren, naast de drie die er al staan. De eerste wordt volgend jaar geplaatst, waarmee The Protein Brewery de output kan opschroeven naar 600 ton (600.000 kilo) per jaar.
Uiteindelijk moet de productie uitkomen op ruim 2.000 ton (2 miljoen kilo) per jaar, de maximale capaciteit. ‘Dat punt willen we tegen 2030 bereiken, bij een omzet van 25 tot 30 miljoen euro’, zegt Bosch. ‘Daarnaast hopen we tegen die tijd dichtbij de opening van een nieuwe, veel grotere fabriek te zijn.’
Die zal waarschijnlijk niet in ons land komen. ‘Voor echte impact is een schaal nodig die in Nederland moeilijk te realiseren is. Die fabriek zou vijf tot tien keer groter moeten worden dan wat we hier hebben staan. Die ruimte is er niet, de groene stroom is er niet. We kijken naar locaties aan de randen van de EU, zoals Oost-Europa.’
Al is het project volgens geestelijk vader De Laat pas echt geslaagd als The Protein Brewery op elk continent ‘brouwerijen’ heeft, zei de ondernemer in een podcast. Daar heeft hij gelijk in, knikt Bosch. ‘Alle continenten met uitzondering van Antarctica, zou ik zeggen. Wim heeft dit bedrijf opgericht met de filosofie om op schaal impact te maken. Dan moet je groot denken.’
Met lessen uit het leger wil oud-militair Justin Buitenhuis van Kipster een wereldwijd begrip maken
Met het eerste CO2-neutrale ei ter wereld zet Kipster een nieuwe standaard in de pluimveesector. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Aan de nieuwe ceo Justin Buitenhuis de taak om het merk te professionaliseren en uit te breiden. ‘We moeten geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen.’
'We krijgen wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China.' Foto: Maaike Kooijman voor MT/Sprout
Nee hoor, de kippen hebben niet zo veel last van de hitte, zegt Justin Buitenhuis. ‘Ze eten alleen wat minder. Maar dat doen wij ook.’
We zijn op de Kipster-boerderij in Beuningen, vlak bij Nijmegen. Op één van de warmste dagen van het jaar doen de kippen precies wat mensen ook zouden doen: de schaduw opzoeken. De meeste scharrelen rond in de binnentuin. Of buiten, onder een afdakje. Slechts drie waaghalzen begeven zich buiten de schaduw.
Buitenhuis, per 1 juli de nieuwe ceo van het bedrijf, geeft een rondleiding over de boerderij. Die bestaat uit twee stallen, elk met ongeveer 24.000 kippen. Witte kippen, om precies te zijn: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk.
Beide stallen hebben een ‘binnentuin’. Die is overdekt, maar wel met veel daglicht. Er liggen grote takken en balen luzerne waar de kippen in kunnen pikken, de vloer ligt vol voer. ‘Dan kunnen ze lekker scharrelen’, zegt Buitenhuis. ‘Kippen besteden meer dan 60 procent van hun tijd aan het zoeken naar voedsel.’
Alle stallen van Kipster hebben een ‘binnentuin’. Overdekt, maar met veel daglicht. Foto: Kipster
Nieuwe ceo Kipster
Deze week, op woensdag 1 juli, nam Buitenhuis officieel het stokje over van Kipster-oprichter en voormalig ceo Ruud Zanders. Aftredend ceo Zanders krijgt daarmee meer ruimte voor het werken aan nieuwe initiatieven binnen de voedseltransitie, luidt de verklaring. Wel blijft hij bij het bedrijf betrokken als aandeelhouder, ambassadeur en strategisch adviseur vanuit zijn eigen bedrijf OTA Food.
Buitenhuis: ‘Een paar maanden geleden zei Ruud: we hebben voor het eerst iemand gevonden die voor de organisatie én de missie kan zorgen. Een hele eer. Ik zag net op LinkedIn dat hij een boek gaat schrijven. Daar krijgt hij nu natuurlijk alle tijd voor.’
De nieuwe ceo van Kipster loopt zelfverzekerd rond op de boerderij. Toch is hij geen boer − integendeel. Eerder was Buitenhuis executive director bij huurautobedrijf Sixt en en werkte hij acht jaar voor Jumbo. Bij de supermarkt was hij onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de e-commerce-operatie.
Hoewel Buitenhuis nu pas echt in de spotlight stapt, was hij het afgelopen jaar achter de schermen al druk bezig met het professionaliseren en uitbreiden van Kipster. Hij trad in april 2025 aan als co-ceo, destijds al met de intentie dat hij het stokje ooit volledig zou overnemen.
Zakelijke fundering op orde
Eiermerk Kipster werd in 2017 vanuit een duurzame filosofie opgericht door ondernemers Ruud Zanders, Maurits Groen, Styn Claessens en Olivier Wegloop. Nog datzelfde jaar zegde supermarktketen Lidl toe om de duurzamere eieren vijf jaar lang af te nemen. Inmiddels zijn er Kipster-boerderijen in Venray (2017), Beuningen (2020), Barneveld (2024) en Ysselsteyn (2026).
Vijf jaar geleden stak het merk bovendien de oceaan over: ook in de Amerikaanse staat Indiana zijn nu vier Kipster-boerderijen. Een duidelijk groeiplan zat daar niet achter, liet Ruud Zanders eerder doorschemeren in gesprek met Change Inc. ‘De kans voor de boerderij in de VS kwam simpelweg voorbij. Soms moet je gewoon kiezen en gaan.’
Gezond opportunisme, vindt Buitenhuis. Sommige kansen kun je niet laten liggen, zeker als het om een grote markt als de VS gaat. Maar zakelijk gezien waren niet alle keuzes even goed doordacht. ‘Kipster is in tien jaar keihard gegroeid’, legt de nieuwe ceo uit. ‘In die hectiek is er wat minder aandacht besteed aan de basis. Hoe richt je een organisatie in, en wat is nou de beste manier om op te schalen? Ik wil die zakelijke fundering goed op orde krijgen.’
Stap naar het buitenland
Buitenhuis wijst naar de VS, waar Kipster drie jaar lang een contract had met supermarktketen Kroger. Kroger verkocht de eieren onder zijn eigen private label. Nu dat contract is afgelopen, heeft Kipster ervoor gekozen zijn eieren onder het eigen merk te verkopen. Een grotere uitdaging qua naamsbekendheid, maar met meer vrijheid en communicatiemogelijkheden.
Vergelijkbare keuzes moeten gemaakt worden rondom de uitbreiding naar andere landen, zegt Buitenhuis. In Nederland worden Kipster-eieren door Lidl verkocht; in onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft de keten ook interesse getoond. Maar Kipster is er ook in gesprek met andere partijen. Buitenhuis: ‘In Nederland is Lidl heel duurzaam. Maar dat betekent niet per definitie dat dat ook voor andere landen geldt.’
Kipster krijgt wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China. ‘Soms serieus, soms iets minder.’
Toch kan Buitenhuis niet elk voorstel aannemen − simpelweg omdat het team daar nog niet groot genoeg voor is. In de hele organisatie, inclusief de operatie op de boerderijen, werken slechts enkele tientallen mensen. Aan Buitenhuis de taak om dat team uit te breiden.
Maar wel op een duurzame manier, benadrukt hij. ‘We moeten onszelf niet in bochten wringen om Kipster overal en nergens te introduceren. En we moeten ook geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen. We blijven trouw aan onze manier van produceren.’
Kipster kiest bewust voor witte kippen: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk. Foto: Kipster
Zo veel mogelijk circulair
Kipster focust voor nu vooral op de grote markten: Noordwest-Europa en de VS. ‘Daar zijn we de komende jaren wel zoet mee.’ Want ook in die kernmarkten moeten belangrijke vakjes worden afgevinkt voor uitbreiding wordt overwogen. Denk aan een intrinsiek gemotiveerde productiepartner die de duurzame filosofie omarmt, maar ook een retailer die een langdurig contract voor gegarandeerde afname wil tekenen, zoals Lidl Nederland heeft gedaan.
Ook de beschikbaarheid van kwalitatieve reststromen om de kippen mee te voeden, speelt mee in de overweging. Kipster werkt zo veel mogelijk circulair. Meer dan 90 procent van wat de kippen te eten krijgen is afkomstig van reststromen, van brood tot onverkochte ijshoorntjes. Die worden aangevuld met eiwitrijke ingrediënten als graan en soms soja.
Een deel van de kippenmest wordt gebruikt bij de graanteelt voor het Kipster-brood. Brood dat niet verkocht wordt, gaat terug naar de kippen. De kringloop is compleet.
Geen boer, maar militair
Kipster haalt met Buitenhuis een bijzondere leider binnen. De nieuwe ceo doorliep zeker geen standaard corporate carrièrepad; voor Sixt en Jumbo werkte hij meer dan tien jaar bij Defensie. Als pelotoncommandant bij de infanterie werd hij in 2007 uitgezonden naar de provincie Uruzgan in Afghanistan.
Die ervaringen hebben invloed op hoe hij het impactbedrijf gaat leiden, zegt Buitenhuis. ‘In het leger werken ze veel met mission command. Dat is een vorm van leiderschap waarbij soldaten wordt verteld wát ze moeten doen, maar niet hóe ze het moeten doen. Ze krijgen veel ruimte om zelf in te vullen. De filosofie is daarbij dat je begint met 100 procent vertrouwen, in plaats van dat je dat eerst moet verdienen.’
Ook buiten het leger werkt die strategie goed, heeft hij gezien. ‘Want als je vertelt hoe iets gedaan moet worden, sijpelt alle creativiteit weg.’
Hoe hij die leiderschapsstijl bij Kipster toepast? Door de kippenboerderijen in het buitenland niet zelf op te zetten, bijvoorbeeld. Voor internationale markten is er een franchisemodel. Buitenhuis: ‘We laten het boeren over aan de lokale boeren.’ Dat komt ook de snelheid van de uitbreidingen ten goede. ‘En als we de operatie uitbesteden, kunnen wij ons vooral richten op het merk en de filosofie.’
Bestaande stallen ombouwen
Niet alleen internationaal wordt er uitgebreid; die plannen zijn er ook voor Nederland. In 2024 spraken Kipster en Lidl de intentie uit om het aantal Nederlandse stallen uit te breiden van drie naar tien. Ook vanuit horeca en foodservice komen steeds meer aanvragen, zegt Buitenhuis. Momenteel levert Kipster onder meer aan De Efteling en cateringbedrijf Albron.
Het stikstofslot gooit enige roet in het eten. Voor het bouwen van nieuwe Nederlandse stallen krijgt het bedrijf simpelweg geen vergunningen, zegt Buitenhuis. Daarom bouwt het nu bestaande stallen om tot Kipster-stallen. De boerderij in Ysselsteyn die in mei werd geopend is daar een voorbeeld van. Met die extra locatie kunnen jaarlijks 15 miljoen eieren extra worden geproduceerd.
Afhankelijk van hoe de boerderij er eerder uitzag, heeft dat ombouwen nog wel wat voeten in de aarde. De eieren en het vlees van Kipster hebben het hoogst haalbare Beter Leven-keurmerk: drie sterren. Dat betekent dat de kippen een overdekte scharrelruimte moeten hebben die minstens even groot is als de stal, plus een vrije uitloop. Het dak van de stallen ligt vol zonnepanelen, die voor eigen energieopwek zorgen.
CO2-neutraal én winstgevend
Kipster produceert naar eigen zeggen de eerste CO2-neutrale eieren ter wereld. De broeikasgassen die wel worden uitgestoten, worden gecompenseerd met carbon credits. Hoewel deze duurzamere manier van kippen houden meer geld kost, zijn alle Kipster-boerderijen winstgevend. ‘Veel impactbedrijven hebben moeite om hun verdienmodel rendabel te maken’, weet Buitenhuis. ‘Ook Kipster heeft die uitdaging gevoeld, maar het is wel gelukt.’
Dat heeft onder meer te maken met de afnamegaranties van partners, maar ook met kostenreductie. Het bedrijf zoekt bijvoorbeeld constant naar manieren om reststromen zo goed én goedkoop mogelijk naar kippenvoer om te zetten. En in de stallen zelf is veel geautomatiseerd, met het eieren rapen als belangrijkste voorbeeld.
Dat Kipster met een ‘kostprijs-plus’-model werkt, komt het verdienmodel ten goede. Het rekent een standaard prijs per ei, bestaande uit wat het kost om een ei te produceren en daarbovenop een winstmarge. Daardoor is Kipster relatief ongevoelig voor prijsveranderingen op de eiermarkt.
Buitenhuis: ‘Bovendien krijgen de boeren zo een eerlijke prijs, waar ook de retailer mee uit de voeten kan.’
Leidend voorbeeld
Buitenhuis werkt de komende jaren niet alleen hard aan een wereld waarin Kipster wereldwijd een begrip is, maar ook aan een wereld waarin circulair en diervriendelijk produceren de norm is. ‘Ik hoop dat onze manier van produceren uiteindelijk de standaard wordt. Niet alles hoeft Kipster te zijn, maar laat ons dan het leidend voorbeeld zijn dat laat zien dat het kan.’
Daarmee gaat de oud-militair deels terug naar zijn roots. In Afghanistan werd hem meer dan ooit duidelijk dat impact maken voldoening geeft, hoe tijdelijk of plaatselijk ook. Bij Kipster zet hij die strijd om een betere wereld voort. ‘In elke militair zit uiteindelijk een impactmaker.’
Om onze site goed te laten functioneren, te verbeteren en u de beste ervaring te geven, gebruiken we cookies! Surfen op deze site = akkoord met cookies. OkLees verder
Privacy- & Cookiebeleid
Privacy Overview
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.