Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

New Space Economy geeft Nederlandse spacebedrijven vleugels

Satellieten ter grootte van een melkpak en prijsvechter SpaceX zetten de ruimtevaart op zijn kop. Nederlandse spacebedrijven profiteren van die New Space Economy, maar ook de grote ruimte-ambities van Defensie beloven groei. 'Dit kan een capaciteit worden waarmee Nederland internationaal op de kaart staat.'

Commerciële raketbedrijven - SpaceX van Elon Musk voorop - hebben de ruimtevaartindustrie veranderd. Foto: SpaceX

Sensoren, lenzen en andere hightech, alles in een kubus van 10 bij 10 bij 10 centimeter. Stapel er een paar op elkaar, schroef er een straalmotor onder en je hebt een satelliet. Terwijl je als leek bij een satelliet misschien nog steeds denkt aan een formaat tuinschuurtje, heeft de compacte cubesat de afgelopen tijd voor een kleine revolutie gezorgd in de ruimtevaart.

Die was de afgelopen jaren toch al van karakter veranderd. Er kwamen commerciële raketbedrijven – SpaceX van Elon Musk voorop – die zorgden voor disruptie volgens het boekje. Dankzij een totaal andere aanpak weten ze tegen veel lagere tarieven te lanceren dan overheidsclubs als ESA of het Amerikaanse NASA.

Wát de raketten de ruimte in schieten, is dus ook anders dan voorheen. Niet meer (alleen) grote satellieten voor communicatie of observatie van de aarde, maar ook nanosatellieten, tientallen per vlucht. Die werken vaak met elkaar samen en vergaren zo makkelijker en goedkoper informatie. Dat stimuleerde ook weer de groei van de ‘downstream-activiteiten’: databedrijven die met de satellietinformatie bijvoorbeeld klimaat- of landbouwinformatie leveren.

Delftse startup in ruimtevaartmotoren

‘Je legt niet langer al je eieren in één mandje met zo’n gedistribueerd systeem’, legt Jeroen Wink uit, medeoprichter van Dawn Aerospace uit Delft. ‘Dat maakt de risico’s en aanlooptijden veel korter dan bij hele grote satellieten.’ De kans wordt steeds groter dat de aandrijving van zo’n compacte satelliet van zijn bedrijf komt.

Raketmotoren van de Nederlandse scaleup Dawn Aerospace. Foto: Dawn Aerospace

Dawn startte in 2017 als voortzetting van een studentenproject en heeft sindsdien 42 satellieten van een motor voorzien. Maar alleen al in 2026 worden 30 satellieten gelanceerd, powered by Dawn.

Naast de raketaandrijvingen ontwikkelt de Delftse startup ook een ruimtevliegtuig dat uiteindelijk op een hoogte van 100 kilometer door de stratosfeer moet razen. Wink: ‘Doordat in Europa wetgeving ontbrak rond onbemenste luchtvaart, konden we dat hier niet legaal ontwikkelen. Daarom hebben we dat vanuit Nieuw-Zeeland opgebouwd en zijn we fifty-fifty Nederlands en Nieuw-Zeelands.’

Lage kosten, betrouwbare techniek

Het is van begin af aan de missie van Dawn Aerospace om de ruimtevaart circulair te maken. Dat principe slaat (net als bij de raketten van Musk) goed aan, omdat het bedrijfseconomisch ook werkt: alles wat je vaker kunt gebruiken, draagt bij aan lagere kosten. ‘Satellieten met ons systeem kunnen straks worden bijgetankt in de ruimte. We werken ook aan een soort sleepwagen die ze kan verzamelen voor onderhoud of het afvoeren.’

Die lage kosten, plus eenvoudige en betrouwbare techniek zijn het geheim achter het succes van Winks startup, die inmiddels een team van twee keer 60 mensen heeft. ‘We waren enorm belemmerd door het gebrek aan geld en faciliteiten, dus we moesten wel technologie ontwikkelen die goedkoop en veilig was, en relatief makkelijk op te schalen. Dat blijkt heel goed te passen in de nieuwe ruimtevaart.’

‘New Space Economy’

Het heet ook wel de ‘New Space Economy’: steeds vaker zijn het commerciële bedrijven die diensten en producten leveren aan commerciële klanten en overheden. En die ruimtevaarteconomie groeit al jaren stevig. In 2025 ging er wereldwijd 626 miljard dollar in om, in 2034 gaat het al om meer dan 1.000 miljard, aldus onder meer de analisten van Novaspace.

Van die groei van jaarlijks gemiddeld 12 procent profiteren ook Nederlandse bedrijven. Lang was de ruimtevaart hier zo’n beetje synoniem met ESA, het Europees Ruimteagentschap. Vanuit het technische centrum ESTEC (European Space Research and Technology Centre) op de NL Space Campus in Noordwijk ontwikkelt en test deze organisatie bijna alle Europese missies voordat ze de ruimte in gaan.

Met tegen de 3.000 onderzoekers – heel wat expats – is het nog steeds goed voor het leeuwendeel van de ruimtevaartbanen in Nederland.

Ecosysteem met 84 ruimtevaartbedrijven

Vooral in de regio rond Noordwijk waren twee jaar geleden 84 specifieke ruimtevaartbedrijven actief, volgens het rapport Aerospace Delta 2030, opgesteld door regionale investeerder InnovationQuarter. Met daaronder een paar grotere spelers als Airbus Nederland, VDL en Demcon, een handvol middelgrote bedrijven zoals Dawn Aerospace en dataleveranciers Overstory en Vandersat, maar vooral veel kleinere startups.

Lees ook: Bosbranden voorkomen met AI, Overstory haalt er 43 miljoen dollar voor op

Het is een ecosysteem waarin de TU Delft-faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek veel talent en nieuwe startups levert en met het Delft Space Institute eigen onderzoek doet. TNO heeft ook een ruimtevaartafdeling die sterk is in optische en mechanische instrumenten die de ruimte ingaan. 

Defensie heeft nu ruimtestrijdkrachten

Het nieuwe karakter van de ruimtevaart heeft het zakendoen voor Nederlandse bedrijven veranderd, merkt Wink. ‘Als we in het verleden iemand van de overheid wilden spreken, lukte dat makkelijker op een beurs in het buitenland dan in Den Haag.’

Nu neemt men ruimtevaart een stuk serieuzer, ook vanuit Defensie. De luchtmacht heeft zijn naam zelfs veranderd in Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten. ‘Wij hebben in 2025 voor het eerst BTW moeten afdragen; tot dan zat 100 procent van onze klanten in het buitenland.’

Onlangs maakte het kabinet bekend dat het de bijdrage aan ESA met 109 miljoen euro verhoogt tot 453 miljoen euro, verdeeld over 3 jaar. Dat betekent meer werk voor Nederlandse bedrijven, omdat ESA ook naar rato van de overheidsbijdragen de opdrachten verdeelt. Feit is wel, dat Nederland al heel lang niet zijn ‘fair share’ bijdroeg en dat die recente ophoging neerkomt op het terugdraaien van een voorgenomen bezuiniging.

Jarenlang te weinig geïnvesteerd

‘Er is jarenlang structureel te weinig in de sector geïnvesteerd’, zegt Jeroen Rotteveel, voorzitter van branchevereniging SpaceNed en vooral medeoprichter en ceo van ISISpace. ‘ESTEC zat toch al hier dus we zaten voor een dubbeltje op de eerste rang, leek bijna de insteek.’

Nu heeft Nederland eindelijk een eigen ruimtevaartagenda, en dat is belangrijk. ‘Wij volgden wat ESA deed, maar voor de bedrijven kwam dat erop neer dat we de rotklusjes opknapten voor de Duitsers, Fransen en Italianen. Er was weinig ruimte voor eigen initiatief.’

Assemblage van cubesats bij ISISpace. Foto: ISISpace

Het Delftse ISISpace is ook zo’n middelgroot bedrijf, in 20 jaar tijd uitgegroeid van pionier in nanosatellieten tot gevestigde naam. Jaarlijks stuurt het zo’n 20 satellieten van eigen maak de ruimte in en tot nu toe begeleidde het bedrijf er al meer dan 800 stuks, vaak ook na de lancering.  ‘Satellieten die werken voor de telecom, navigatie, aardobservatie, maar we hebben nu ook een team NASA-wetenschappers over de vloer.’

Defensiemarkt groeit dankzij Navo-norm

De tijd dat ruimtevaart het alleenrecht van overheden en universiteiten was, is mede dankzij die compacte, betaalbare satellieten voorbij, zegt Rotteveel. ‘In de VS is de sector al echt volwassen, maar dat loopt 10 jaar voor op Europa. Daar is meer kapitaal, maar zijn ook meer mensen die iets beginnen en het gevecht aangaan om de overheidsopdrachten.’

Maar in Europa begint het er inmiddels ook wel van te komen. ‘In het begin bouwden we vooral voor onderwijsinstellingen en wetenschap. Dat is nu nog maar 20 procent van de business.’

Veiligheid en defensie zijn sinds de oorlog in Oekraïne  een grote aanjager, bevestigt hij. Zowel nationaal als voor de export. ‘Dat kan wel meer dan 50 procent van onze business worden. Bedenk hoeveel geld er vrijkomt als Nederland de Navo-norm van 3,5 procent wil gaan halen. En dat het budget voor ruimtetechnologie waarschijnlijk harder zal groeien dan dat voor tanks.’

Lees ook: Keen lanceert fonds van €125 miljoen voor defensie-startups: ‘Op nog een datingapp zit niemand te wachten’

Satellieten voor de lucht- en ruimtestrijdkrachten

Als ruimtevaart een serieuze operationele tak binnen Defensie gaat worden, gaat dat mogelijk om honderden miljoenen per jaar. En de militaire ambities in de ruimte zijn opmerkelijk groot. In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 staat ruimtetechnologie zelfs genoemd als een van de vijf hoofdgebieden. “De ruimte is het vijfde militaire operationele domein en is van onmisbaar strategisch, tactisch en operationeel belang voor het goed functioneren van onze krijgsmacht.”

In 2021 ging de Brik-II de ruimte in, een nanosatelliet voor de luchtmacht. Dawn Aerospace, de expert in raketaandrijving, werkt momenteel mee aan twee andere projecten van Nederlandse defensie. Een daarvan, PAMI, is een iets grotere inlichtingensatelliet die in 2028 af moet zijn en daarna ook aan Navo-bondgenoten wordt geleverd.

Zo ontstaan nieuwe exportkansen voor Nederlandse bedrijven. Rotteveel: ‘Onze sector moet dan wel zorgen dat een groter deel van de uitgaven ook hier kan worden besteed. Maar als ik kijk wat we in huis hebben op het gebied van satellieten, sensoren en halfgeleiders, dan lijkt het erop dat dit een capaciteit van Nederland kan worden waarmee we internationaal op de kaart staan. Dan kunnen we veel gaan verdienen aan soortgelijke oplossingen voor andere landen.’

‘Neem de lead in kleinere ESA-projecten’

Wat moet er nog meer gebeuren om de Nederlandse ruimtevaartbedrijven door te helpen groeien?

Wink van Dawn Aerospace: ‘Het gaat er niet eens zozeer om dat de overheid meer geld moet investeren. Al is voor ons, net als alle deeptech bedrijven, moeilijker om kapitaal op te halen dan voor Amerikaanse spelers. Maar kijk vooral eens beter naar de manier waarop Nederlandse bedrijven aan ESA bijdragen. Te vaak gaat het nu om grote projecten, waarin ze zijn veroordeeld tot een kleine rol, vrij laag in de waardeketen. Teken als overheid dan liever in op kleine projecten die onze industrie de kans geven hogerop te komen in die keten.’

ESA in Noordwijk is nog steeds de spil in de Nederlandse ruimtevaartsector. Foto: ESA

Die ophoging van het ESA-budget is een mooi begin, zegt Rotteveel, maar dat extra geld moet er structureel komen. ‘En de overheid moet keuzes maken: in welke pijler willen we goed zijn? Help vervolgens ook de bedrijven de markt op te gaan in het buitenland, investeer in diplomatieke posten. Bij defensie en deeptech zijn relaties altijd belangrijk, het is echt geen perfect transparante markt. Als ik in een ver land een systeem probeer te verkopen, is de vraag altijd: “Wie kan ik in jouw thuisland bellen voor een referentie?” Je hebt mensen nodig die vanuit de overheid helpen om de deur van het slot te krijgen. Al moeten wij als ondernemers natuurlijk wel zelf de deal maken.’

Ruimtevaart complex voor investeerders

InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland, investeerde tot nu toe onder meer in Dawn Aerospace en in Spherical Systems, dat in Noordwijk een chip ontwikkelt die speciaal is ontworpen voor de extreme omstandigheden in de ruimte.

Lees ook: Spherical bouwt chips voor in de ruimte zodat satellieten langer meegaan

Investmentmanager Martijn de Blaey: ‘Vanuit investeerdersperspectief zie je in de ruimtevaart een duidelijk verschil tussen de downstream, waar bedrijven satellietdata vaak slim combineren met een softwarelaag, en de upstream, die meestal draait om hardware. Dat eerste vergt minder kapitaal, is ook vaak goed te begrijpen voor de investeerders die we in Nederland hebben en er zijn ook best veel succesvolle bedrijven actief.’

Upstream is andere koek. ‘Daar is de technologie complexer en is het voor startups heel belangrijk dat ze flight heritage hebben: dat wat ze ontwikkelen ook echt in de ruimte werkt. Daar komt bij dat ze ondanks de opkomst van een commerciële markt vaak afhankelijk zijn van publieke opdrachten: dat maakt het voor gemiddelde investeerders ingewikkelder. De ruimtevaart is ook een sterk internationale markt, daardoor is het ook net wat anders dan andere deeptech.’

Brussel geeft garanties voor space-investeringen

Rotteveel bevestigt dat het gezegde ‘hardware is hard’ zeker in de ruimte opgaat. ‘We kunnen nooit de groei of winst behalen die cloud- of quantumbedrijven ze beloven. Maar het lijkt erop dat er wel financiële instrumenten komen die niet alleen rendement, maar ook het belang van strategische autonomie meewegen, als een soort vredesdividend.’

Recent kwam de Europese Investeringsbank EIB met Space TechEU, een faciliteit die met een half miljard aan garanties en kredieten 1,4 miljard zou moeten vrijmaken voor ruimtevaart scaleups.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Hoeveel profijt krijgt de Europese space-economie van de wens van meer autonomie? Voorlopig is SpaceX goed voor 90 procent van de lanceringen, zeggen de ruimtevaartondernemers, en kan geen enkel Europees bedrijf concurreren met het tarief waarvoor dat drie keer per week zijn herbruikbare raketten de ruimte in blaast. Maar: ‘Afhankelijk blijven van het Starlink-netwerk van Elon Musk is geen optie’, zei staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman nog ferm bij de presentatie van de PAMI-satelliet.

‘Ik zie dat er inmiddels anders wordt gedacht over de besteding van budgetten’, zegt investeerder De Blaey. ‘Dat meer Nederlandse bedrijven worden betrokken bij projecten. Maar een complete businesscase bouwen rond Europese autonomie is nog lastig. Dan zal de klant moeten kiezen voor een raket omdat die Europees is, want SpaceX zal zijn prijzen blijven verlagen. Maar anderzijds: wat betekent het voor ons continent als we maar 5 procent van alle satellieten in handen hebben?’

Lees meer over de Nederlandse lucht- en ruimtevaart: