Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Eind aan de mythe

Mythe Goede relaties opbouwen is het allerbelangrijkste in een salesfunctie.

 

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Realiteit In onderzoek van de Amerikaanse Sales Executive Council werden vijf types verkopers onderscheiden: de uitdager, de lone wolf, de harde werker, de probleemoplosser en de relatiebouwer. Van deze vijf types blijkt de laatste het slechtst te scoren, en de eerste het best. Het blijkt dat hoe minder een klant naar de mond gepraat wordt, hoe meer geneigd hij is zaken te doen met een salesman of -vrouw. Dit komt doordat de klant dan het gevoel heeft iets nieuws te kunnen leren, stellen de onderzoekers, en doordat mensen met een sterke eigen mening geloofwaardiger overkomen. Relatiebouwers scoren juist zoveel minder, omdat ze door hun meegaandheid weinig indruk maken. De conclusie: sales gaat niet om aardig gevonden worden, maar om respect krijgen.

>> Dit artikel komt uit MT Magazine. Abonnement?

Amerika ontdekt ‘onze’ deeptech en Nederland moet die kaart slim spelen, stelt Invest-NL

Ondanks de gure geopolitieke verhoudingen is de VS voor Nederlandse deeptechbedrijven nog altijd meer kans dan risico, stelt Invest-NL. Scaleups hebben Amerikaanse klanten en investeerders nodig om door te groeien. Maar ook goede vangrails. ‘Met kapitaal komt invloed.’

quantum startups nederland
Amerikaanse vc's krijgen steeds meer interesse in Nederlandse deeptech, ziet Invest-NL. Foto: QDNL

De ‘trans-Atlantische brug’ tussen Amerika en het Nederlandse deeptech ecosysteem moet worden verstevigd. Dat stelt Invest-NL in een vandaag verschenen rapport, in samenwerking met het Netherlands Innovation Network in Boston en het Consulaat-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden in New York.

Het is best een opmerkelijke oproep in een tijd waarin iedereen de mond vol heeft van Europese autonomie, en de angst groeit dat innovatie en strategische kennis weglekken naar de VS. De oproep komt daarbij in een week waarin we opnieuw zagen welke gevolgen onze technologische afhankelijkheid kan hebben: het Witte Huis verplichtte Anthropic in een scherp staaltje machtsvertoon om niet-Amerikaanse gebruikers van de AI-modellen Fable 5 en Mythos 5 uit te sluiten.

Moeten we onze eigen deeptech scaleups – de ondernemingen die werken aan doorbraken binnen sleuteltechnologieën als quantum, fotonica, energie, ruimtevaart en defensie – daar niet juist ver van weghouden?

Meer mogelijkheden, meer kapitaal

Liz Duijves, senior investment manager bij het Deep Tech Fonds van Invest-NL en auteur van het rapport, snapt de vraag. Maar onder de huidige geopolitieke omstandigheden zou je bijna vergeten dat Amerika ook nog iets anders is, zegt ze: de grootste interne markt ter wereld.

Met slechts één taal, één regelgevend kader, één dominante zakelijke logica – een groot verschil met de lappendeken die de Europese markt vormt. Amerikaanse klanten zijn sneller bereid om risico te nemen, en er zijn meer exit-mogelijkheden.

Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘Een week van tevoren hoorden we dat de deal niet doorging’

‘We hebben het Deep Tech Fonds vier jaar geleden opgezet en zien dat veel van onze portfoliobedrijven, nu ze in een latere groeifase zijn, de stap naar Amerika zetten’, vertelt ze. ‘We kregen veel vragen over hoe je dat precies doet; daarom ben ik daar een onderzoek naar gestart.’

De tweede reden dat Amerika lonkt, is dat er meer kapitaal beschikbaar is. Nederlandse deeptechbedrijven die willen opschalen, vinden het benodigde groeigeld steeds vaker in de VS. De afgelopen vijf jaar verdubbelde de Amerikaanse deelname aan deeptech deals van Hollandse bodem. Waar Amerikaanse investeerders in 2020 betrokken waren bij 8,3 procent van de deals, was dat aandeel in 2025 al gestegen tot 17 procent.

Europa mist ‘firepower’

Bijna een op de vijf deals dus. De betrokkenheid neemt toe naarmate de rondes groter worden: bij deals van 20 tot 50 miljoen euro waren Amerikaanse investeerders betrokken bij een derde van de transacties (33,9 procent), bij deals van meer dan 50 miljoen euro zelfs bij meer dan de helft (56,2 procent).

Het State of Dutch Tech Report 2026 van Techleap schetst een vergelijkbaar beeld. Volgens de startup-aanjager steeg het aandeel Amerikaanse investeerders in grote financieringsrondes (50 tot 100 miljoen euro) tussen 2024 en 2025 van 14 naar 40 procent. Europa bewoog juist de andere kant op: het aandeel Europese investeerders daalde in dezelfde periode van 55 naar 21 procent.

Die verschuiving is niet verrassend. The 2026 European Deeptech Report concludeerde al eerder dat Europese investeerders de ‘firepower’ missen om grote rondes aan te voeren. Daarvoor zijn veel durfkapitaalfondsen simpelweg te klein.

De ontwikkeling is volgens Duijves wel zorgwekkend. ‘Amerikaanse investeerders stappen vaak in op het moment waarop cruciale keuzes worden gemaakt. In die fase moeten ook Europese investeerders aan tafel blijven zitten, om voldoende zeggenschap te houden over de richting en koers.’

‘Fractie van de prijs’

Waarom zijn de Amerikanen eigenlijk zo geïnteresseerd in ‘onze’ deeptech? Dat komt vooral door de kwaliteit van onze technologie, legt Duijves uit. Nederland blinkt internationaal uit in sectoren als halfgeleiders, fotonica, quantum, medtech en geavanceerde materialen. ‘Investeerders willen hun portfolio verbreden, en deeptech komt steeds hoger op de agenda.’

Lees ook: Financieringskloof jaagt Europese deeptech naar VS, een exodus die al €1200 miljard heeft gekost

Daarbij zijn Nederlandse startups en scaleups in vergelijking met Amerikaanse tegenhangers vaak ‘structureel ondergewaardeerd’. Voor fondsen is dat een ideale manier om toegang te krijgen tot hoogwaardige technologie voor een ‘fractie van de prijzen in Silicon Valley’, zoals een investeerder het in het rapport verwoordt.

‘Onze lonen zijn ook een stuk betaalbaarder’, zegt Duijves. ‘Voor het salaris van één Amerikaanse engineer kunnen we hier drie mensen aan het werk zetten.’

Toegang tot Amerikaans kapitaal

Ze onderzocht hoe Nederlandse scaleups die trans-Atlantische brug beter voor zich kunnen laten werken. Allereerst moeten ze ‘strategischer en slimmer’ toegang tot Amerikaans groeigeld krijgen, iets dat nu vooral een kwestie is van de juiste mensen kennen.

Landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Spanje zetten daarvoor al gerichte instrumenten in. Zo is de Britse overheid via de British Business Bank partner in geselecteerde Amerikaanse en trans-Atlantische fondsen en lanceerde Spanje dit jaar een in Boston gevestigd investeringsfonds om scaleups van eigen bodem in de VS te helpen opschalen. Ons land kan daar een voorbeeld aan nemen, vindt Duijves. ‘Het is goed als Nederland een eigen strategie opstelt. We kunnen verschillende afslagen nemen, maar we moeten wel een keuze maken.’

Tegelijkertijd zijn er spelregels nodig om te voorkomen dat cruciale onderdelen, zoals R&D en intellectueel eigendom, naar het buitenland verdwijnen – en daarmee de economische waarde. Ook deeptechbedrijven zijn zich van dat risico bewust, ontdekte Duijves.

Verhuizen niet nodig

‘Ik ging naar de VS met het idee dat Nederlandse innovatie weglekt, maar ik kwam er al snel achter dat dat enorm meevalt’, vertelt ze. ‘Vrijwel alle scaleups die de stap zetten en Amerikaanse investeerders aan boord halen, kiezen voor wat ik een ‘gelaagd expansiemodel’ noem: een commerciële vestiging in de VS, terwijl het hoofdkantoor en de innovatie in Europa blijven.’

Zo is het half Britse, half Nederlandse CuspAI bijvoorbeeld ingericht, dat volgens de Financial Times op het punt staat om 400 miljoen dollar aan groeigeld op te halen. Bij de geldronde zou onder meer de Amerikaanse techmiljardair Jeff Bezos betrokken zijn.

De scaleup die met een AI-zoekmachine naar kansrijke nieuwe materialen speurt en daarmee chemisch onderzoek drastisch versneld, haalde vorig jaar al 100 miljoen dollar op in een ronde geleid door het Amerikaanse fonds New Enterprise Associates en het Singaporese staatsfonds Temasek, met deelname van techreuzen als Nvidia en Samsung.

Lees ook: Max Welling (CuspAI): ‘Ik voel de verantwoordelijkheid om Europa op de kaart te houden’

CuspAI, dat al locaties in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk heeft, breidde uit met dochterondernemingen in Amerika en Singapore. Om dichtbij belangrijke klanten als Apple, Google en Meta te zitten, aldus medeoprichter Max Welling.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Maar helemaal verhuizen? Dat is volgens hem helemaal niet nodig. ‘Investeerders eisen dat ook niet noodzakelijk’, stelt hij in het rapport. ‘Zij willen vooral zien dat een bedrijf commercieel slagvaardig kan opereren op de Amerikaanse markt.’

Ook Invest-NL benadrukt het belang van een Nederlands of Europees fundament. Plus een werkbare definitie wat zo’n fundament precies betekent, zoals Europese aanwezigheid in het bestuur. ‘We moeten daar niet naïef in zijn’, zegt Duijves. ‘Met kapitaal komt invloed.’

Vrouwen slagen even vaak als mannen bij financieringsaanvragen – ze dienen er alleen veel minder in

Vrouwen krijgen financieringsaanvragen naar verhouding even vaak goedgekeurd als mannen. Ze dienen er alleen veel minder in. De financieringskloof is vooral een 'aanvraagkloof', aldus Code-V. En nee, dat is niet de schuld van vrouwen. 'Het systeem moet veranderen.'

Foto: Getty Images

Meten is weten. Dat is de hoeksteen van de strategie van Code-V. Het initiatief startte eind 2023 als alliantie tussen 65 organisaties, bedoeld om meer financiering bij vrouwelijke ondernemers te laten landen. Inmiddels is Code-V een onafhankelijke stichting en is het aantal partijen dat zich achter de missie heeft geschaard gegroeid tot ruim honderd bedrijven en instellingen, een consortium van banken, investeerders, publieke en maatschappelijke organisaties.

Dat is waardevol omdat zij de data leveren die nodig zijn om de financieringskloof in Nederland in kaart te brengen. Vorig jaar deed de stichting een eerste aanzet met het Code-V Data Report 2025, feitelijk een nulmeting. Nu ligt er een tweede dashboard en kunnen de resultaten voorzichtig vergeleken worden.

Groei, met een kanttekening

Eerst de cijfers, dan de kanttekening. In 2024 werd voor 28,1 miljard euro aan financiering goedgekeurd door de bij de Code-V aangesloten financiers. Daarvan ging ongeveer 3,9 miljard euro – ofwel 13,7 procent – naar bedrijven die (mede) door vrouwen zijn opgericht, in meerderheid in eigendom zijn van vrouwen en/of door een vrouwelijke ceo worden geleid.

In 2025 steeg het totaal aan goedgekeurde financiering naar 29,5 miljard euro, waarvan 6,6 miljard euro naar vrouwelijke ondernemers ging, een aandeel van 22,5 procent.

Lees ook: Gemiste kans: slechts 13,7 procent van het kapitaal gaat naar vrouwelijke ondernemers

Dat lijkt een enorme sprong, maar die stijging is volgens de onderzoekers grotendeels toe te schrijven aan de verbeterde datakwaliteit. Dit jaar openden 50 financiers de boeken, tegen 41 een jaar eerder. Dat leverde onder meer een beter inzicht in de man-vrouwverhouding op.

In 2024 was bij zo’n 40 procent van de toegekende aanvragen, goed voor een bedrag van circa 10,9 miljard euro, onbekend of dat geld naar mannen of vrouwen ging. Een jaar later is dat aandeel gedaald naar 14,2 procent, goed voor circa 4,2 miljard euro.

Het goede nieuws: ook met die nuance blijkt er sprake van groei. Wanneer alleen ondernemers worden meegenomen van wie bekend is of zij man of vrouw zijn, kregen vrouwen in 2024 22,4 procent van het verstrekte kapitaal toegekend en in 2025 26,2 procent.

26 cent van elke euro

Dat zou betekenen dat in 2025 van elke verstrekte euro durfkapitaal 26 cent naar vrouwen en 74 cent naar mannen ging. Dat is nog ver weg van het level playing field dat Code-V wil creëren: ongeveer 36,7 procent van de ondernemers uit de database is vrouw, en de manier waarop kapitaal verdeeld wordt, zou die verhouding moeten weerspiegelen.

Het knelpunt zit bij de financieringsaanvragen, blijkt uit het onderzoek. Vorig jaar was ruim 8,6 procent van de ruim 500.000 vrouwelijke ondernemers actief op zoek naar groeigeld, tegen 13,2 procent van de ongeveer 875.000 mannen (tot deze groep zijn ook ondernemers gerekend van wie niet bekend is of ze man of vrouw zijn).

Verhoudingsgewijs haalden ze even vaak geld op; ongeveer zes op de tien aanvragen werd in overweging genomen, en daarvan werden er ongeveer zes op de tien goedgekeurd. Bij banken en alternatieve mkb-financiers is de slagingskans van vrouwen zelfs aanzienlijk hoger.

8,6 procent van de vrouwelijke ondernemers dient een financieringsaanvraag in, tegen 13,2 procent van de mannelijke ondernemers. Bron: Code-V Rapport 2026

Maar in absolute cijfers is het verschil significant. Het gaat om 16.000 vrouwen, tegenover 42.000 mannen. Daar moet volgens Code-V de oplossing worden gezocht, en daarvoor moeten niet de vrouwelijke ondernemers veranderen, maar het systeem. Elke partij heeft daarin een eigen rol te spelen, blijkt uit de aanbevelingen van de stichting.

De overheid kan subsidies en publieke investeringen aan expliciete doelen koppelen om meer vrouwen richting private financiering te gidsen, banken kunnen vrouwelijke ondernemers actiever en eerder in het proces begeleiden, en investeerders kunnen zorgen voor diversere teams. Nu is volgens de data van Code-V nog geen kwart van de beslissers (23 procent) in de financiële dienstverlening vrouw.

Lees ook: Nederland kan 20 miljard per jaar verdienen door meer te investeren in vrouwelijke founders

Mannen investeren in mannen

Ook dat rijdt vrouwelijke ondernemers in de wielen. Niet alleen omdat ze buiten het old boys network vallen, maar ook omdat mannelijke investeerders vaker investeren in mannelijke ondernemers. Bij vc’s waar het geld voor minstens 50 procent door vrouwen wordt verdeeld, gaat ongeveer 40 procent van de deals naar teams met minimaal een vrouwelijke founder (Investing in Women Code, 2024). Bij mannelijke investeerders is dat 31 procent.

Lees ook: Invest-NL trekt 50 miljoen uit om investeringskloof te dichten: ‘De lat mag best hoger’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Daarbij speelt bias een rol. Vrouwen presenteren vaak realistischere, minder opgeblazen prognoses dan mannen – maar in plaats van waarheidsgetrouw worden die plannen al te vaak als ‘te weinig ambitieus’ geïnterpreteerd.

Investeerders moeten zich volgens de onderzoekers bewust worden van zulke (onbewust) geïnternaliseerde vooroordelen en anders leren kijken. Vrouwelijke ondernemers kunnen het namelijk bijna niet goed doen, zo blijkt uit het voorbeeld van een founder die wel een ambitieuze hockeystickgroei pitchte; haar visie werd dan weer weggezet als ‘onrealistisch en naïef’.

Swapfiets verliest directeur na salarisconflict, terwijl nieuwe wet bedrijven straks dwingt boekje open te doen over lonen

Suzanne Berings is vertrokken bij Swapfiets na een conflict over salarisverschillen in de top. Door de discussie aan te zwengelen, wilde de voormalig directeur Benelux juist voorsorteren op wetgeving die werkgevers per 2027 verplicht openheid te geven over salarissen en beloningsverschillen te verklaren.

Foto: Swapfiets

Directeur Suzanne Berings is dan toch vertrokken bij Swapfiets. Dit najaar raakte ze met haar werkgever in conflict toen ze de salarisverschillen binnen het bedrijf probeerde aan te kaarten – in het bijzonder het verschil tussen de top en de laag daaronder, waar zij als managing director Benelux deel van uitmaakte. RTL Nieuws merkte haar vertrek als eerste op.

Volgens Berings zat er een ‘te grote afstand’ tussen de beloningen van de C-level bestuurders en die van de general managers, waarbij de eerste groep vooral uit mannen bestond, en in de tweede juist veel vrouwen zaten. Ze vond haar vergoeding niet in lijn met de ‘leiding en impact van haar rol’ en met de ‘standaarden die de organisatie wil hanteren’. Dat blijkt uit het kort geding waarop de kwestie uitdraaide.

De salarissen zouden in elk geval tot eind 2026 niet worden herzien, omdat Swapfiets verlieslatend is; in 2024 bedroeg het nettoverlies 14,3 miljoen euro. Berings liet het er niet bij zitten. Een paar weken later bracht ze het onderwerp opnieuw bij de ceo ter sprake en stelde ze een extern benchmarkonderzoek voor.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

Niet om salarisverhoging af te dwingen, tekende Quote in de rechtszaal op, maar vanuit bestuurlijke verantwoordelijkheid. Volgend jaar moet in Nederland een wet van kracht worden die loontransparantie en gelijke beloning van mannen en vrouwen moet bevorderen.

Swapfiets, zo redeneerde Berings, kon maar beter goed voorbereid zijn. Berings en Swapfiets reageerden nog niet op het verzoek van MT/Sprout op verdere toelichting.

De betreffende wet vloeit voort uit een Europese richtlijn die drie jaar geleden in werking trad, de Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) diende vorige maand een voorstel in dat deze richtlijn per 2027 moet omzetten in nationale wetgeving.

Wat staat bedrijven concreet te wachten? De belangrijkste maatregel is dat ze meer openheid van zaken moeten geven over hun beloningsbeleid en de criteria die ze gebruiken om salarissen te bepalen. Zo moeten werkgevers voorafgaand aan een sollicitatiegesprek informatie geven over het startsalaris of de salarisschaal. Ook mogen ze sollicitanten niet meer vragen wat zij bij hun vorige werkgever verdienden.

Bewijslast omgedraaid

Medewerkers krijgen op hun beurt het recht om informatie op te vragen over hun eigen salaris en het gemiddelde salaris van collega’s die gelijk of gelijkwaardig werk doen. Dat kunnen ze bijvoorbeeld doen bij vermoedens van ongelijke betaling, zoals een oud-werknemer van Wehkamp een paar jaar geleden overkwam.

Een vrouwelijke jurist in dienst bij de webwinkel had ontdekt dat ze maandelijks 1.000 euro minder kreeg dan een mannelijke collega die hetzelfde werk deed – iemand die bovendien jonger was én minder werkervaring had.

Lees ook: Wat Wehkamp kan leren van de IJslandse methode om de loonkloof te dichten

Maar waar deze vrouw nog zelf moest bewijzen dat ze werd onderbetaald, wordt de bewijslast met de nieuwe wet omgedraaid; straks zijn het de werkgevers die moeten kunnen aantonen dat ze gelijk belonen.

Mochten er verschillen (m/v) zijn die niet te verklaren zijn door objectieve factoren, bijvoorbeeld dat de mannen in een bepaalde functiegroep meer relevante werkervaring hebben, dan moeten bedrijven actie ondernemen om dat gat te dichten. Doen ze dat niet, dan is dat voer voor claims of rechtszaken.

Daarover ging de procedure tussen Suzanne Berings en Swapfiets overigens niet. Op haar voorstel om een loonbenchmark te laten doen volgde een ‘pittig’ telefoongesprek, en vervolgens een schorsing. Volgens haar werkgever had ze ‘aangestuurd op escalatie’ en was daarmee een vertrouwensbreuk ontstaan binnen het management, zo blijkt uit het rechtbankverslag. Berings spande een kort geding aan omdat ze haar werkzaamheden wilde hervatten, en werd door de rechtbank van Amsterdam in het gelijk gesteld.

Rapporteren over de loonkloof

Tussen de vrouwelijke jurist en Wehkamp kwam het tot een schikking: de webwinkel betaalde de ex-werknemer 113.000 euro. In de toekomst kunnen we meer van dit soort rechtszaken verwachten, zeiden experts eerder tegen MT/Sprout. Werknemers die door ongelijk belonen inkomsten zijn misgelopen, hebben namelijk recht op een volledige schadevergoeding.

Met het omdraaien van de bewijslast moeten werkgevers die data natuurlijk wel kunnen voorleggen. Ook dat is in het wetsvoorstel geregeld. Organisaties met 100 werknemers of meer zijn vanaf 2027 verplicht om gegevens over de loonkloof in hun organisatie in kaart te brengen en daarover te rapporteren aan het ministerie van SZW. Bedrijven met 250+ werknemers moeten dat jaarlijks doen, en bedrijven met 100 tot 250 werknemers elke drie jaar. Ondernemingen met minder dan 100 mensen in dienst zijn vrijgesteld van de rapportageverplichting.

Die transparantie is geen doel, maar een middel. Uiteindelijk moet de wet ervoor zorgen dat de gapende loonkloof eindelijk eens wordt gedicht.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Uurloon 10 procent lager

Loondiscriminatie is al sinds 1975 verboden. Toch is het gemiddelde uurloon van vrouwen in Nederland volgens het CBS nog steeds 10,5 procent lager dan dat van mannen – met de kanttekening dat die cijfers niet zijn uitgesplitst naar gelijke beloningen voor gelijk werk.

Dat verschil is deels te verklaren doordat de samenstelling van de verschillende groepen – werkende mannen en werkende vrouwen – verschilt. Mannen zijn oververtegenwoordigd in de hogere leeftijdsgroepen, waar de gemiddelde uurlonen vaak hoger liggen, terwijl jongere vrouwen gemiddeld meer uren werken dan oudere vrouwen.

Tegelijkertijd vertellen de cijfers daarmee ook iets over welke mensen in Nederland vaker de hogere, beter betaalde posities bekleden. Tot hun dertigste verschillen de salarissen van vrouwen en mannen gemiddeld weinig van elkaar, en verdienen vrouwen zelfs iets meer. Maar daarna begint het verschil in uurloon op te lopen, tot 18 procent bij 55- tot 60-jarigen.

‘We zien nog steeds dat vrouwen minder verdienen dan mannen’, zegt minister Vijlbrief daarover. ‘En het lastige is: vaak weten mensen dat niet eens. Dan kun je er ook niet over in gesprek met jouw werkgever.’

Lees ook: Bedrijven moeten straks bewijzen dat ze mannen en vrouwen gelijk betalen – en dat gaat impact hebben