#1 Waarom is een nationale investeringsbank nodig?
Topmannen Joost Farwerck (KPN), Roy Jakobs (Philips), Dolf van den Brink (Heineken) en Willem van der Leegte (VDL Groep). Burgemeester Jeroen Dijsselbloem van Eindhoven, oud-ASML-ceo Peter Wennink, beroepscommissaris Petri Hofsté, Techleap-boegbeeld Constantijn van Oranje en Future Up-ceo Ankie van Wersch.
Het zijn een paar van de zeventig prominenten die het kabinet oproepen om zo snel mogelijk een Nationale Investeringsbank (NIB) op te zetten. Klinkt bekend? Dat klopt; vorig jaar was er een soortgelijke oproep, destijds met zo’n vijftig ondertekenaars. De politiek heeft geluisterd: het kabinet-Jetten wil binnen nu en twee jaar een Nationale Investeringsinstelling (NII) oprichten, maar dat gaat volgens de initiatiefnemers niet snel genoeg.
De overheid moet nu in actie komen, vinden zij. ‘Er is nog niet veel gebeurd, terwijl de urgentie nog groter is geworden. Voor de economie én voor de weerbaarheid van ons land.’
Een bloemlezing: de oorlog in het Midden-Oosten heeft de noodzaak van de energietransitie nog eens extra onderstreept, terwijl in ons land 15.000 bedrijven wachten op een aansluiting op het stroomnet. Nederland wil een eigen defensie-industrie. Maar ondertussen is er ook een tekort van 80 miljard euro voor hoognodig onderhoud van (spoor)wegen, bruggen en sluizen.
Terwijl dat geld er volgens de ondertekenaars wel is. Nederland beschikt over 1.600 miljard euro aan pensioengeld. Een publieke bank kan helpen om dat geld uit de markt te halen en daarmee meer investeringspower te organiseren. Nederland heeft wel een scala aan andere financieringsregelingen, maar dat stelsel is ‘te versnipperd’.
#2 Is dit een nieuw idee?
Zeker niet. Nederland is volgens de ondertekenaars eerder een buitenbeentje omdat we als een van de weinige Europese landen géén publieke investeringsbank hebben. Frankrijk heeft Bpifrance, Duitsland de KfW Development Bank, Italië de Cassa Depositi e Prestiti (CDP) en Portugal de Banco Portugués de Fomento (BPF) – instellingen die al jarenlang actief zijn met de financiering van strategisch belangrijke sectoren.
Zonder raakt ons land achterop, waarschuwen ze – ook omdat Nederland nu geen aanspraak kan maken op kapitaal dat via de Europese Investeringsbank (EIB) wordt verdeeld.
Nederland had ooit wel een investeringsbank. Die werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog als Maatschappij tot Financiering van Nationaal Herstel. Nadat de wederopbouw in goede banen is geleid, verschuift de focus naar investeringen voor de lange termijn en wordt de instelling omgedoopt tot De Nationale Investeringsbank (NIB).
Verkocht en geprivatiseerd
De bank wordt in 1999 geprivatiseerd met de verkoop aan pensioenfondsen ABP en PGGM. Dat markeert het prille begin van de NIBC Bank, die recent werd ingelijfd door ABN Amro. Sindsdien moet Nederland het zonder doen. Tien jaar na de privatisering dient de SP een nota in voor het oprichten van een nieuwe nationale investeringsbank. SP en PvdA pleiten in 2014 en 2015 achtereenvolgens voor een ‘nationale investeringsbank’ en ‘nationale innovatiebank’. De oproepen leiden begin 2018 tot de oprichting van Invest-NL.
Medeondertekenaar Cees Oudshoorn, oud-directeur van ondernemersorganisatie VNO-NCW, vreest dat het kabinet er ondanks de aankondiging van een nieuwe nationale investeringsinstelling misschien toch voor kiest om Invest-NL een paar miljard extra toe te schuiven.
‘Dat is veel te mager’, zegt hij tegen De Telegraaf. ‘Het verschil tussen Invest-NL en een Nationale Investeringsbank is het verschil tussen 3 miljard en 100 miljard euro.’
#3 Hoe werkt dat precies, en hoeveel centen heeft die bank daarvoor nodig?
Een nationale investeringsbank moet publieke (mede)financiering verstrekken waarin de markt (nog) niet voorziet. In elk geval voor de energie- en klimaattransitie, voor scaleups, startups en mkb-ondernemingen, voor de transitie van landbouw en natuur, de AI-transitie en semiconductor-innovatie en voor de defensie-industrie.
Daar moet logischerwijs flink wat geld tegenaan. De initiatiefnemers pleiten voor een eigen vermogen van 10 tot 12 miljard euro, geld dat van de overheid moet komen. Met dat vermogen kan de bank zelfstandig vreemd vermogen aantrekken via de private kapitaalmarkt en daarmee een bedrag ‘in de orde van 100 miljard euro’ mobiliseren. Terwijl een overheidsfonds alleen het kapitaal kan investeren dat erin is gestort.
#4 Waarin zou die bank dringend moeten investeren?
Allereerst moet de energietransitie dringend vlot worden getrokken. De Europese Commissie heeft in de Clean Investment Strategy voorstellen gedaan voor verhoging van de investeringen in de energietransitie: van 250 miljard naar bijna 700 miljard euro, per jaar. De EIB en nationale investeringsbanken moeten de uitvoering voor hun rekening nemen en de ‘miljardeninvesteringen’ voorfinancieren die nodig zijn voor het elektriciteitsnet, warmtenetten en waterstofinfrastructuur.
De defensie-industrie kan ook een impuls gebruiken. Pas sinds april 2025, dik drie jaar na de Russische inval in Oekraïne, kunnen bedrijven een aanvraag indienen bij het SecFund voor een lening van maximaal 5 miljoen euro. Dat is te weinig voor de verschuiving die volgens deskundigen nodig is: van toeleverancier moet Nederland producent van complete systemen worden, adviseerde oud-ASML-topman Peter Wennink in zijn inmiddels veelbesproken rapport.
Investeren in sleuteltechnologieën
Daarnaast dreigt Nederland de boot te missen bij de verdere ontwikkeling van strategische technologieën als quantum en fotonica. En Nederland heeft mede dankzij ASML binnen Europa een gidsrol voor de halfgeleiderindustrie, maar speelt nog nauwelijks mee in de ontwikkeling van nieuwe AI-oplossingen.
Daarvoor is onder meer nieuwe infrastructuur nodig, was vorig jaar de oproep. Zoals ‘supercomputer-rekencapaciteit’ voor de AI-transitie van bedrijven, wetenschap en overheid. Met die nationale supercomputer kunnen al die partijen meer gaan experimenteren met AI.
Bovendien is er voor veelbelovende scaleups onvoldoende financiering beschikbaar – en als het gaat om industriële opschaling ontbreekt deze zelfs ‘volledig’. Daardoor dreigen onze kampioenen in handen te komen van Amerikaanse en Aziatische durfinvesteerders.
Fondsen als Invest-NL en Invest International doen wat ze kunnen, maar de schaal is ‘te klein’ en de slagkracht ‘te beperkt’. Het idee is dat deze ‘bestaande instrumenten’ samen met onderdelen van het Nationaal Groeifonds in de nieuwe investeringsbank worden geïntegreerd.
#5 Hoe komt die investeringsbank er in de praktijk?
Hoe de bank van de grond moet komen, staat al uitgelegd in een rapport uit 2018. Met een gerichte inspanning is de structuur in vier tot zes maanden operationeel. Als eerste stap creëert het ministerie van Financiën een financiële holding waarin hij zijn aandeel in de bestaande overheidsbanken en -fondsen onderbrengt. Die holding heeft de taak om de nationale investeringsbank te ontwikkelen.
Het wordt geen bank met een normale bankvergunning, maar een bij wet gecreëerde instelling onder toezicht van DNB en AFM – met een onafhankelijk statuut en mandaat. Deze bank geeft geen subsidies, maar biedt juist het volledige scala aan financiering. De nieuwe bank wordt professioneel geleid en heeft een eigen toegang tot de kapitaalmarkt, maar de staat blijft ondertussen wel garant staan.
Zo ontstaat een instelling die dankzij het vliegwieleffect van het eigen vermogen niet alleen een grote ‘financieringsimpuls’ geeft, maar ook financiële en sectorale kennis bundelt, mede door de integratie van bestaande instellingen en fondsen. Denk naast Invest-NL en Invest International ook aan het Nationaal Warmtefonds en het Nationaal Groenfonds.
Dit artikel is op 14 april 2025 gepubliceerd en op 12 mei 2026 bijgewerkt.



