Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – Athlon Car Lease

Ondanks een zich voorzichtig herstellende economie letten veel bedrijven en organisaties terecht nog steeds op de kosten van het wagenpark. Athlon Car Lease speelt met drie flexibele producten in op die veranderende behoefte in de autoleasemarkt.
 

De vraag die elke financieel verantwoordelijke zich op dit moment stelt is: zet het economisch herstel door en krijgen we op den duur weer wat meer financiële armslag? Zolang het antwoord op deze vraag waarschijnlijk nog enige tijd op zich zal laten wachten, is het zaak om kritisch naar de uitgaven te blijven kijken. Dat geldt zeker voor het wagenparkbeheer, dat voor iedere organisatie nog altijd een substantiële kostenpost vertegenwoordigt. Zo is het daadwerkelijke gebruik van het aantal leasewagens de afgelopen tijd wel afgenomen en zijn veel contracten verlengd om kosten te besparen, maar blijven de langlopende leasecontracten veelal bestaan. Veel van de verlengde contracten dienen nu vervangen te worden. Voor Athlon Car Lease was dat aanleiding om naast de twee al bestaande flexibele oplossingen weer een nieuw product te lanceren dat tegemoetkomt aan de behoefte van een flexibeler en goedkoper wagenparkbeheer, namelijk Athlon Short Lease.

Besparingen

Bruce van Egmond, commercieel directeur van Athlon Car Lease, licht de drie flexibele producten toe: “De meest flexibele oplossing bieden we met Athlon Car Lease Rental Services, waarmee aan bestaande klanten de mogelijkheid wordt geboden om voor kortere tijd auto’s te huren. Dit product is ten opzichte van operational lease relatief duur, maar bij een zeer tijdelijke behoefte is hiermee de flexibiliteit het hoogst. Athlon Car Lease Rental Services beschikt over een eigen verhuurvloot met ruim drieduizend voertuigen van diverse merken en typen in diverse klassen. Voor onze klanten is het gunstig dat ze bij Athlon Car Lease ook auto’s kunnen huren voor de periode van één dag tot een jaar, omdat wij de verhuur geheel in eigen beheer doen. Het voordeel hiervan is onder andere dat managementinformatie en facturatie van huurauto’s geïntegreerd kunnen worden met het reguliere wagenpark. Een ander voordeel van kortetermijnverhuur is dat als de klant langer van de auto gebruik wil maken, het tarief automatisch wordt aangepast – ongeacht de periode die van tevoren is afgesproken. Voor grotere wagenparken is poolbeheer in combinatie met verhuur mogelijk, waarbij we gebruikmaken van een vaste leaseautopool in combinatie met losse verhuur. Zo wordt onnodige stilstand voorkomen, met aanzienlijke besparingen op de totale vervoerskosten.”

Gunstig tarief

“Ons nieuwe product is Athlon Short Lease, dat als flexibele leaseoplossing voor een jaar kan worden ingezet”, vervolgt Van Egmond. “Het voordeel hiervan is dat de klant voor een relatief gunstig tarief een gloednieuwe auto ter beschikking krijgt. Uiteraard heeft de leaserijder ook voldoende keuze uit de schonere 14%- of 20%-bijtellingsklasse. Athlon Short Lease speelt snel en eenvoudig in op de mobiliteitsbehoefte van medewerkers die bijvoorbeeld op projectbasis of met een tijdelijk dienstverband van één jaar werken. Met Athlon Short Lease kunnen deze medewerkers op korte termijn een nieuwe, geheel op hun eigen wensen afgestemde leaseauto krijgen. De Athlon Short Lease-maandtarieven liggen lager dan de huurtarieven, maar hoger dan die van het traditionele leasecontract. De derde flexibele oplossing is Athlon Releasing, waarbij auto’s van maximaal twee jaar oud voor een kortere of langere periode kunnen worden geleased. Omdat het om gebruikte auto’s gaat die uiteraard in uitstekende staat verkeren, zijn de tarieven hiervan uitermate gunstig. Onze klanten kunnen altijd het actuele aanbod terugvinden op www.releasing.nl.”
Voor welke ondernemingen en organisaties zijn deze producten bedoeld? Van Egmond: “De producten zijn geschikt voor alle soorten bedrijven en organisaties, van groot tot klein. Juist als het gaat om het prijstechnisch zo gunstig mogelijk invullen van de actuele behoefte, kan een slimme combinatie van deze drie oplossingen veel geld besparen. De accountmanagers van Athlon Car Lease zetten zich dagelijks enthousiast in om het wagenparkbeheer een stuk eenvoudiger én goedkoper te maken. Zij houden nauwkeurig bij hoe het wagenparkgebruik van een organisatie verloopt en hoe met behulp van flexibele producten dit gebruik kan worden geoptimaliseerd. Juist vanwege het feit dat Athlon Car Lease de gunstigste combinatie kan bieden van verhuur, short lease en releasing naast operational lease, kan de klant voor elke behoefte de beste kwaliteit voor de beste prijs krijgen.”

Duurzaam Mobiliteitsplan

Athlon Car Lease staat bekend om zijn aandacht voor het milieu. Zijn deze flexibele producten hieraan gerelateerd? Van Egmond: “Uiteraard speelt ons Duurzaam Mobiliteitsplan hierin een grote rol. Als grootste leasemaatschappij spelen we een voortrekkersrol in de discussie rond mobiliteit en reiken we er concrete oplossingen voor aan. We maken ons sterk voor een andere kijk op mobiliteit en we nemen daarmee ook onze verantwoordelijkheid voor een beter milieu. Daarom wordt altijd goed gekeken naar de werkelijke behoefte van onze klanten en daar wordt de juiste combinatie van oplossingen bij gezocht. De drie flexibele producten kunnen daar allemaal deel van uitmaken, maar een NS-Business Card kan ook in de combinatie worden opgenomen. Onze flexibiliteit beperkt zich dus niet tot de portemonnee, maar levert ook een bijdrage aan duurzame mobiliteit en daarmee aan het klimaat.”

Athlon Car Lease Nederland B.V.

Veluwezoom 4, 1327 AG Almere
Telefoon: (036) 547 11 00
Fax: (036) 547 11 01
E-mail: [email protected]
www.athloncarlease.nl
 

Hoe overleef je de Valley of Death? ‘Een week van tevoren hoorden we dat de deal niet doorging’

Tientallen miljoenen ophalen, jaren bouwen aan iets groots - en dan toch omvallen, zoals Maeve Aerospace onlangs overkwam. Voor deeptech-scaleups, die enorme hoeveelheden risicokapitaal nodig hebben om levensvatbaar te worden, is dat een reëel risico. Twee ondernemers vertellen hoe ze hiermee omgaan.

Valley of death
De technologie van de toekomst ontwikkelen, vereist een lange adem en veel geld. Foto: Getty Images

Een hybride-elektrisch vliegtuig met plaats voor 96 passagiers, dat de CO2-uitstoot per vlucht met 40 procent kan verminderen. Dat was de droom van Jan Willem Heinen, ceo en medeoprichter van Maeve Aerospace.

Hij behoorde tot het clubje pioniers dat vliegtuigen niet op vervuilende kerosine, maar (deels) op stroom wil laten vliegen. Aanvankelijk werd dat toekomstbeeld met gejuich onthaald. In 2022 haalde Maeve 3,6 miljoen euro op bij angel investeerders, het jaar daarop volgde een subsidie van 17,5 miljoen euro via de European Innovation Council (EIC).

Er waren samenwerkingen met toonaangevende partners als vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney Canada en luchtvaartmaatschappijen als Delta en Japan Airlines. Heinens droom leek letterlijk vleugels te krijgen. Tot er zand in de motor kwam. Voor de volgende fase, de stappen richting een prototype, was 20 miljoen euro nodig.

Dat geld bleek niet te vinden. De financieringsronde mislukte, net als het plan dat Maeve volgens het FD voor een bankroet had moeten behoeden: een overname door een ‘grote, kapitaalkrachtige partij’. Eind mei werd de scaleup failliet verklaard.

Honderden miljoenen nodig

Of het nu om vliegen op stroom gaat, of quantum, fotonica of groene chemie – de technologie van de toekomst ontwikkelen, is niet makkelijk. Daarvoor is een enorme aanloop nodig: deeptech-bedrijven als Maeve Aerospace hebben bakken risicokapitaal nodig voor ze levensvatbaar zijn. Die honderden miljoenen, zo niet miljarden, zijn nodig voor testopstellingen en laboratoria, prototypes en demofabrieken, en uiteindelijk industrialisatie.

Omzet wordt er tot die tijd niet of nauwelijks gemaakt, laat staan winst. ‘En ondertussen loopt je bankrekening leeg’, zegt ondernemer Niels van Stralen, oprichter en chief growth officer van de circulaire chemiefabriek ChainCraft. ‘Die druk is er altijd. Je weet dat er geld bij moet om te overleven. Dat is niet per se prettig, maar wel de realiteit. Ook voor investeerders. En soms gaat het mis.’

Chaincraft Niels van Stralen oprichter
ChainCraft-oprichter Niels van Stralen wil 150 miljoen euro ophalen voor de bouw van een commerciële fabriek. ‘De moeilijkste ronde tot nu toe.’ Foto: ChainCraft

Dat beaamt Jan Hendrik van Gilst, cfo van biotechbedrijf The Protein Brewery. ‘Voor mij was het faillissement van PeelPioneers een moment waarop dat besef binnenkwam. Dat raakte me echt. Het zijn onze peers, we kennen elkaar. En het zijn geen koekenbakkers, ze hadden een prachtig bedrijf neergezet.’

Maar de fabriek van de circulaire schillenverwerker kampte met opstartproblemen, en aandeelhouders bleken niet bereid om geld bij te storten om door te kunnen. Inmiddels heeft het bedrijf een doorstart gemaakt onder leiding van een oud-zakenpartner: Rimmert de Jong, voormalig ceo van Royal Steensma.

Lees ook: Dubbele doorstart voor PeelPioneers: circulaire fabriek gered, vezelproductie naar Spanje

‘Vergrijzend’ ecosysteem

Het wordt de Valley of Death genoemd: de kritieke overgangsfase waarin bedrijven de opstartjaren weliswaar hebben overleefd, maar nog niet groot of winstgevend genoeg zijn om op eigen benen te staan. Juist in deze periode gaan veel ondernemingen alsnog onderuit.

Het leidt tot een ‘vergrijzend’ ecosysteem, blijkt uit het Scaleup Dashboard 2025 van het Erasmus Centre for Entrepreneurship. Snelgroeiende bedrijven waren in 2024 gemiddeld 16,7 jaar oud, een verdubbeling ten opzichte van enkele jaren geleden. Volgens het rapport komt dat doordat jonge bedrijven steeds vaker uitvallen.

Miljoenen extra voor deeptech

De overheid steekt nog eens 360 miljoen euro extra in het Deep Tech Fonds, dat investeert in de doorgroei van deeptechbedrijven in sectoren als fotonica en quantumtechnologie. Dat kondigde minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert donderdag aan op techevent Hello Tomorrow.

Van dat bedrag legt het ministerie 130 miljoen euro in en Invest-NL 230 miljoen. Het fonds bevatte al 250 miljoen euro. Dat geld is inmiddels grotendeels uitgezet bij onder meer chipmakers Axelera AI en Nearfield Instruments, quantumchipmaker QuantWare en Eyeo, dat beeldsensoren ontwikkelt.

Het State of Dutch Tech Report 2026 van Techleap wijst in dezelfde richting. Daaruit blijkt dat slechts 21,6 procent van de Nederlandse startups doorgroeit tot scaleup, tegenover een Europees gemiddelde van 24,1 procent.

Deeptechbedrijven zijn een positieve uitzondering; die groeien ruim twee keer vaker door. Hoewel ze in Nederland slechts 12 procent van het totale startup-ecosysteem uitmaken, zijn ze goed voor 41 procent van alle scaleups.

Op eigen benen staan

ChainCraft is een van die bedrijven. De scaleup van Van Stralen produceert vetzuren uit voedselreststromen. Dat zijn chemische bouwblokken die kunnen worden gebruikt voor smeer- en schoonmaakmiddelen, persoonlijke verzoringsproducten of diervoedingsadditieven, en bedoeld als duurzaam alternatief voor vetzuren op basis van aardolie en palmolie.

Het bedrijf ontstond in 2010 als spin-off van de Wageningen Universiteit en is nu – over een lange adem gesproken – dichtbij de eerste commerciële fabriek. Die komt in Groningen, naast de fabriek van aardappelverwerker Royal Avebe, en gaat vetzuren produceren op basis van hun bijproduct: aardappelsap.

Lees ook: ChainCraft haalt een alternatief voor palmolie uit reststromen, nu is het klaar voor het grote werk

Voor de bouw van die fabriek is 150 miljoen euro nodig. Dat wil ChainCraft ophalen bij een consortium van grotere vc’s en banken, plus subsidies. Van Stralen verwacht de deal binnenkort wereldkundig te kunnen maken: de laatste puntjes worden nu op de i gezet.

ChainCraft haalde drie keer eerder groeigeld op, meest recent 11 miljoen euro bij bestaande investeerders Shift Invest, Horizon 3 en PDENH, samen met nieuwkomer Convent Capital. De nieuwe miljoenenronde is volgens de ondernemer de laatste stap richting een bedrijf dat zichzelf kan bedruipen.

Risicomijdende en twijfelende vc’s

Het is de moeilijkste ronde tot nu toe, vindt hij. ‘We halen geld op bij grote, institutionele investeerders die meer risicomijdend zijn. Waar investeerders in eerdere rondes nog weleens bereid waren om ergens doorheen te kijken, moeten alle risico’s nu afgedekt zijn.’

Tot alle handtekeningen zijn gezet, blijft het spannend. ‘We hebben ietwat vertraging opgelopen’, zegt Van Stralen. ‘In onze eerste planning zou de overeenkomst eind 2025 rond zijn. Maar dit jaar willen we de definitieve investeringsbeslissing nemen en het lijkt erop dat dat gaat lukken. Wat dat betreft zijn we nog steeds on track.’

Jan Hendrik van Gilst The Protein Brewery
Jan Hendrik van Gilst maakte de overstap van DSM naar een scaleup. ‘Dit is zoveel dynamischer.’ Foto: The Protein Brewery

Al kan het kwartje zomaar de andere kant op vallen, weet Jan Hendrik van Gilst (The Protein Brewery) uit ervaring. De scaleup kondigde afgelopen september een Series B-ronde van 30 miljoen euro aan, in een deal die eigenlijk al in april had moeten worden gesloten.

‘We zaten in de laatste fase van de contractonderhandelingen’, blikt Van Gilst terug. ‘Op 10 april zouden we tekenen. Tot we, een week vantevoren, hoorden dat de deal niet doorging. De lead investor had twijfels gekregen en zich teruggetrokken.’

The Protein Brewery had op dat moment nog voor twee maanden geld in de kas. ‘De runway was heel kort’, zegt de cfo. ‘We hadden een paar weken om een alternatief te verzinnen met de bestaande aandeelhouders. We hebben werkweken van 50 tot 60 uur gemaakt.’

Goed getimede meevallers

De redding kwam van Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), die aanhaakten naast bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en Madeli. Die wist The Protein Brewery aan boord te houden dankzij een paar goed getimede meevallers.

De scaleup produceert via fermentatie duurzame eiwitten in de vorm van het mycoproteïnepoeder Fermotein. Dat is rijk aan eiwitten en vezels en geschikt voor onder meer sportvoeding, gezonde voeding en zuivelalternatieven. Rond die hectische maanden meldde ook een grote speler in sportvoeding en supplementen zich als klant.

Van Gilst: ‘Dat gaf de investeerders – bestaande en nieuwe – vertrouwen. In combinatie met de twee Europese subsidies die we diezelfde periode kregen toegekend, en het feit dat we groen licht kregen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).’

Lees ook: Eiwitmaker The Protein Brewery wil met vers groeigeld ook in Europa de markt op

Ook als alles goed gaat, kost geld ophalen een hoop tijd en aandacht. ‘Vijf jaar geleden was er nog heel veel geld beschikbaar’, zegt Van Gilst. ‘De rente was ontzettend laag, en al dat geld moest ergens heen. Zelf profiteerden we ook van de hype rond vleesvervangers en andere duurzame alternatieven voor proteïne.’

Not for the faint-hearted

Ook het gebrek aan exits, het moment dat veelbelovende bedrijven naar de beurs gaan of worden overgenomen, speelt volgens de cfo een rol. Zonder deze successen is er minder geld beschikbaar om in nieuwe ondernemingen te steken. ‘En hoe meer tijd je als founder of bestuurder in de zoektocht naar funding moet steken, hoe minder uren er overblijven voor je bedrijf. Wat best ironisch is, want investeerders willen juist snelheid en resultaat zien. Die snelheid maakt het werken bij een scaleup ook leuk, hè? Het is zoveel dynamischer dan een corporate rol.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Van Gilst weet waarover hij praat. Voor The Protein Brewery werkte hij als directeur finance & control bij DSM. Droogjes: ‘Ik kan je vertellen: zulke situaties maak je daar niet mee. This is not for the faint-hearted.’

Dat zwaard van Damokles dat permanent boven je bedrijf hangt, hoort er ook een beetje bij, vult Niels van Stralen (ChainCraft) aan. ‘Die druk is er altijd, maar het is nu minder nieuw, minder spannend. Ik weet nu veel beter wat me te wachten staat.’

Deze jonge ondernemer bouwt vanuit B. Amsterdam aan de AI-toekomst van advocatenkantoren

In samenwerking met B. Amsterdam - Amper twee jaar geleden begon Legal Mind in een antikraakpand in Maarssen, met twee laptops en een lege mailbox. Inmiddels is de AI-startup verkast naar B. Amsterdam, heeft het 2,7 miljoen aan funding opgehaald en zijn grote advocatenkantoren aangehaakt als klant. 'We willen over twee jaar de grootste technologieleverancier zijn voor het juridische domein in Nederland.'

Jelle Burggraaf - Legal Mind

De advocatuur is bij uitstek een branche waar AI nu al een groot verschil maakt. Vrijwel elk kantoor is ermee aan het experimenteren. Van het reconstrueren van feiten uit duizenden stukken tot het toetsen van juridische argumenten aan wetgeving, jurisprudentie en processtukken. En ja, dat zijn toepassingen waar ChatGPT, Claude en Google Gemini wel raad mee weten. Maar bij Legal Mind weten ze hoe risicovol dit kan zijn. Want, zo stelt mede-oprichter Jelle Burggraaf, juridisch werk vraagt om een totaal andere standaard dan generieke toepassingen. De advocatuur is nu eenmaal een van de meest feitgedreven sectoren die er is. Nog maar 20 jaar was hij, toen de wereld eind 2022 kennismaakte met ChatGPT. Na één keer proefdraaien wist hij genoeg: dit wordt revolutionair. Al snel viel zijn oog op de advocatuur. ‘Juristen lezen, schrijven en structureren de hele dag informatie. Toen ik zag hoe snel taalmodellen zich ontwikkelden, besefte ik dat deze technologie de juridische sector fundamenteel gaat veranderen.’

Beginnen als je nog geen verplichtingen hebt

Het moment waarop hij besluit om voor zichzelf te beginnen, kan hij zich nog precies voor de geest halen. ‘Ik sprak met een ondernemer die me vertelde dat hij op zijn leeftijd nauwelijks risico liep. Geen hypotheek, geen kinderen, geen verplichtingen. Nog diezelfde dag zag ik een video van OpenAI waarin werd gesproken over hoe slecht mensen risico’s kunnen inschatten. Toen dacht ik: ik moet dit gewoon gaan doen.’ Samen met George Gowers geeft hij in 2024 zijn ondernemersdroom gestalte. Het tweetal start in een antikraakpand in Maarssen. Zonder juridische achtergrond, zonder klanten en zonder inkomsten. ‘Ik opende mijn laptop en de mailbox was leeg. Ons doel was om ervoor te zorgen dat die mailbox zo snel mogelijk vol kwam’, aldus Burggraaf. De eerste maanden knoopt hij het ene na het andere gesprek aan. Met advocaten, andere ondernemers en mogelijke investeerders.

Hallucineren en ontbrekende bronverwijzingen

‘De eerste twintig keer ging ik gewoon nat’, zegt hij nu lachend. ‘Je kent die wereld nog niet. Maar elk gesprek werd ik beter en na een tijdje kon ik de pijn van advocatenkantoren soms beter benoemen dan zijzelf. Zo’n 40 procent van het werk van een advocaat is lezen, nog eens 30 procent gaat om schrijven. Dat zijn precies de onderdelen waar AI extreem goed in is geworden.’ Generieke AI-tools zoals ChatGPT, Claude en Gemini blijken prima geschikt voor algemene teksten, maar lopen vast zodra juridische precisie vereist is. Hallucinaties, ontbrekende bronverwijzingen en juridisch onnavolgbare antwoorden vormen dan een structureel risico. ‘Een verkeerd antwoord in marketing is vervelend. Een verkeerd juridisch advies kan enorme gevolgen hebben’, aldus de ondernemer. ‘Hallucinaties zullen nooit volledig verdwijnen. De vraag is hoe je ze minimaliseert en hoe controleerbaar de output blijft. Niet elk model is even goed in het oplossen van een vraagstuk. Wij bepalen automatisch welk model het beste past bij een specifieke juridische vraag.’

Zeeën van tijd bespaard

Naast betrouwbaarheid speelt ook veiligheid een steeds grotere rol in de juridische sector. Zeker nu medewerkers regelmatig gevoelige documenten uploaden naar publieke AI-tools. ‘Die data kan zo op de verkeerde plekken belanden en dat is voor de juridische sector natuurlijk een enorm risico’, zegt Burggraaf. Legal Mind positioneert privacy en security daarom nadrukkelijk als randvoorwaarde. Het platform draait volledig op Nederlandse servers, is AVG-proof ingericht en ISO 27001-gecertificeerd.

Waar de eerste groep klanten vooral kansen zag in juridisch onderzoek en het sneller doorzoeken van jurisprudentie, is het platform inmiddels veel breder geworden. Legal Mind helpt advocatenkantoren bij het analyseren van omvangrijke dossiers, het structureren van informatie en het opstellen van documenten. ‘Sommige dossiers bevatten tienduizenden documenten en mailboxen die twintig jaar teruggaan. Als je dat allemaal goed kunt analyseren, scheelt dat enorm veel tijd.’ Het antikraakpand in Maarssen is inmiddels omgeruild voor een onderkomen bij B. Amsterdam, langs de westelijke ringweg van Amsterdam. ‘Dit kan echt niet, zei onze investeerder toen hij voor het eerst op bezoek kwam. Binnen twee weken hadden we deze nieuwe plek gevonden. Het voelde meteen goed en we hebben hier volop ruimte om verder uit te breiden. Bovendien rij ik nu elke dag langs een aantal van onze grootste klanten en prospects op de Zuidas’, aldus Burggraaf.

Menselijke vaardigheden

Veel van die advocaten omarmen het gebruik van AI inmiddels. Iets dat zeker geldt voor de jonge generatie. Die automatiseren op deze manier veel van hun repetitief werk. ‘In onze toekomstvisie is er zeker nog plaats voor de advocaat. Sterker nog, menselijke vaardigheden worden juist belangrijker. Denk aan strategisch denken, onderhandelen en belangen afwegen. Juist dat blijft mensenwerk.’ Wel merkt hij op dat AI zich de komende jaren spectaculair blijft door-ontwikkelen. Veel sneller nog dan veel organisaties nu beseffen. ‘We zitten nog in de iPhone 2-fase van AI. Het echte wow-moment moet eigenlijk nog komen. De manier waarop mensen werken gaat dan ook fundamenteel veranderen. Niet alleen in de juridische sector, maar overal waar mensen aan de slag gaan met informatie, communicatie en analyses.’

Groene cijfers? Nu nog niet

Die snelheid merkt hij inmiddels ook binnen zijn eigen bedrijf. Legal Mind groeide in korte tijd van slechts twee oprichters naar een team met 20 medewerkers. Daarmee heeft hij ook zijn eigen rol zien veranderen. Waar hij in het begin alles zelf deed – van sales tot de administratie – draait het nu steeds meer om processen organiseren. De twee founders beseffen dat structuur nodig is voor het bouwen van een echt schaalbaar bedrijf. ‘Winst maken is voorlopig nog even geen prioriteit’, zegt Burggraaf. ‘Het draait nu vooral om productontwikkeling en nieuwe klanten binnenhalen. ‘We willen over twee jaar de grootste technologieleverancier zijn voor het juridische domein in Nederland. Uiteindelijk zullen de groene cijfers dan vanzelf volgen.’

Peak-oprichter Johan van Mil vertrekt na 19 jaar: ‘Er is nu meer geld beschikbaar dan goede bedrijven’

Peak, het eerste 'ondernemende' venture capitalfonds van Nederland, begon ooit als informeel clubje angels. Nu vertrekt medeoprichter en managing partner Johan van Mil en laat hij een flinke Europese investeerder achter. Maar nog steeds draait alles om ondernemers. 'We wilden geen institutionele investeerders.'

Een jaar in een ver land bivakkeren? Die zeiltocht rond de wereld waar hij het weleens over heeft? Johan van Mil, medeoprichter van venture capitalfirma Peak, houdt ook na 19 jaar buffelen zijn sabbatical overzichtelijk. Er gaat geen roer radicaal om: een halfjaar moet genoeg zijn om deze deur achter zich te sluiten, om een volgende rit te kunnen openen.

‘Ik heb een hele grote tuin die ik flink wil aanpakken, ik ga hiken met vrienden en heb een paar weken retraite gepland, zeiltripjes, dat soort dingen. En ik wil tijd doorbrengen met mijn kinderen, want die wonen ook niet meer eeuwig thuis.’ Kopjes koffie? Ja, die drinkt hij regelmatig. Maar niet om zich nu direct voor businessplannen te laten porren. ‘Ik hoef even helemaal niks van mezelf de komende tijd. Is ook weleens fijn.’

Vertrek bij Peak

Eind mei maakte Van Mil via LinkedIn bekend dat hij vertrekt als managing partner bij Peak: ‘Time to move on‘. Er staat een prima team klaar om de boel te runnen, dus het voelde als het juiste moment ‘om een stap terug te doen en ruimte te maken voor de volgende generatie.’

Wat nu officieel is, had hij eigenlijk drie jaar geleden al besloten. Dat was tijdens een reflectiereis zoals hij die binnenkort weer gaat maken. ‘Ik heb altijd geloofd dat het uiteindelijk de taak van een ondernemer is om zichzelf overbodig te maken in het bedrijf. Daarvoor moet je mensen aannemen die veel beter zijn dan jij. Dat is me in al die jaren goed gelukt.’

250 miljoen van Europese founders

‘Daar hoort bij dat je ze moet vertrouwen, en moet kunnen loslaten. Het volgende Peak-fonds wilde ik overdragen aan die nieuwe generatie. Ik heb mijn rol de afgelopen tijd stelselmatig afgebouwd en ben ook uit het investment committee gestapt.’

Wat Van Mil aan dat team partners overdraagt, is een firma met bijna 250 miljoen in zijn fondsen, afkomstig van meer dan 250 Europese founders en kantoren in Amsterdam, Stockholm en Berlijn. Nogal een contrast met dat clubje waarmee het begon.

The other side of the table

Serie-ondernemer Van Mil had al een trits eigen bedrijven achter de rug voordat hij in 2007 als investeerder ‘the other side of the table‘ opzocht. Hij was betrokken bij online telefoongids Scoot, was samen met mediaondernemer Willem Sijthoff medeoprichter van The Floor, een financiële nieuwswebsite die eerst BNR Nieuwsradio overnam en later opging in de FD Mediagroep.

Digitale marketing – toen nog vooral via e-mail – kwam in die tijd flink op gang, en Van Mil werd dankzij een van zijn volgende bedrijven voorzitter van IPAN, de brancheclub van digitale media-ondernemers. Door de dotcomcrisis ging IPAN bijna door het putje. Maar het team dat de boel overeind wist te houden, kreeg daardoor wel een bijzondere band.

Informeel investeringsclubje

Met onder anderen IPAN-collega’s Heleen Dura-Van Oord en Christiaan Alberdink Thijm en zijn hockeymaatje Hein Siemerink startte Van Mil Peak Capital. Een informeel investeringsclubje dat samen een miljoen euro had ingelegd.

‘Ik was zelf als angel aan het investeren met nogal wisselend succes. Het idee was: laten we onze krachten en netwerken bundelen. Elke maand kwamen we bij elkaar, maar dat was bepaald geen gestructureerd overleg’, lacht hij. ‘Het was meer: kijken wie zich via onze netwerken gemeld had en geld nodig had.’

Dat Peak I investeerde in die vroege fase toch al in succesvolle startups als Radionomy en Seatme, dat later samenging met restaurantreserveerder Iens. ‘Dat werd gekocht door Tripadvisor en is uiteindelijk ook een erg mooie exit geworden. Net als Radionomy, dat door het Franse beursgenoteerde Vivendi werd gekocht.’

Huiswerk dankzij de Seed Capital-regeling

Na dat eerste miljoen smaakte zo’n venture capitalfonds runnen naar meer. Het volgende Peak Capital-fonds kon zijn omvang verdubbelen dankzij een achtergestelde lening van wat tegenwoordig de Seed capital-regeling van RVO is. De voorwaarden van EZ zorgden wel voor meer papierwerk, en de noodzaak om een Investment Committee op te tuigen en te rapporteren.

Lees ook: Seed Capital-regeling hielp 831 startups groeien, tijd voor een variant voor scaleups?

‘Dat was best een schok’, zegt Van Mil. ‘Wat eerst liefdewerk oud papier was, leverde ineens veel meer huiswerk op. Maar het is ook logisch dat je aan regels wordt gehouden. En de regeling heeft enorm bijgedragen aan de ontwikkeling van het venture capital in Nederland.’

In die periode deden Van Mil en zijn ondernemende mede-investeerders nog maar één investering per jaar, terwijl ze zelf hun eigen bedrijven runden. ‘Als we het allemaal zagen zitten, stapten we pas in.’

Ondernemers naast de founder

Opnieuw stapten Van Mil c.s. in klinkende namen als Catawiki en online meubelwinkel Flinders. De founders wisten Peak goed te vinden, onder meer via de ondernemers erachter. Daar kwamen ze ook juist op af, stelt hij. ‘Als je met een ondernemer praat, heb je gewoon een andere dynamiek dan met iemand die vanuit de advieskant nadenkt. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het maakt echt verschil.’

Tegenwoordig zijn er zat fondsen die beloven dat ze founders kunnen helpen met de entrepreneurs uit hun netwerk. Startupondernemers zijn daar zelf vaak sceptisch over. Van Mil is het met ze eens. ‘Je kunt een entrepreneur in residence hebben of een adviseur in je netwerk. Maar het is iets anders als iemand die zelf ervaring heeft naast een founder gaat zitten om een probleem op te lossen.’

Fulltime job met Peak Capital

In die early days van Peak waren er nog weinig venture capitalfondsen in Nederland, en al helemaal geen partijen die in de allervroegste fase investeerden in startups. Zelfs Startupbootcamp en Rockstart moesten nog worden uitgevonden.

In 2015 werd het serieuzere business, en voor Van Mil voortaan een fulltime job. Hij werd daardoor van ondernemer investeerder, en bewust. ‘Mijn vader was ondernemer en miste heel veel dingen in ons gezin’, zegt hij. ‘Dat ga ik anders doen, had ik besloten. Het is voor mij één van de redenen geweest om ooit over te stappen. Ik had in die tijd jonge kinderen en was ook nog interim-voorzitter van brancheclub DDMA. Als founder werkte ik toen 80 tot 100 uur per week in en aan mijn bedrijf.’

Fundathons, open office hours

Samen met nieuwe partner Stefan Bary lanceerde hij een soort all star fonds, als je kijkt naar de ondernemers die hun geld erop inzetten. Marcel Beemsterboer (Vakantieveilingen), Marco Aarnink (Drukwerkdeal), Peter Driessen (Spil Games): grote namen destijds. Peak ging actief kennis en zijn netwerk delen, organiseerde fundathons en open office hours. ‘We gaven feedback op elk plan dat we binnenkregen, ook als het niks werd. We beantwoordden altijd elke mail van ondernemers.’

Bij de volgende schaalsprong werd Nederland te klein voor Peak. ‘De concurrentie groeide, het werd interessant voor vc’s om internationaler te werken en onze analyse wees uit dat er in Europa kansen lagen in de Nordics, de DACH-regio en de Benelux.’

Netwerk bouwen in Berlijn

Peak IV, gelanceerd in 2019 met 66 miljoen euro in kas, was daarmee het eerste Europese fonds, met een kantoor in Berlijn. ‘Als je internationaal gaat kun je dat op verschillende manieren doen. Vanuit Nederland, of je co-investeert met een lokale partij. Maar wij hebben het de moeilijke manier gedaan’, zegt Van Mil. ‘We hebben mensen neergezet die een lokaal netwerk konden opbouwen.’

In Berlijn waren nog geen onafhankelijke venture capitalbedrijven die zich richtten op de vroege fase. Het was al jaren een hotspot voor de grote Amerikaanse fondsen, maar voor hen waren de tickets die Peak bood te klein.

‘In Duitsland hadden we eigenlijk minder concurrentie dan we dachten. Er waren veel investeerders, maar weinig fondsen die op onze manier werkten. En Duitsers en Nederlanders gaan goed samen’, zegt Van Mil. ‘Ze waarderen de directe, ondernemende mentaliteit. Veel Duitse founders weten dat ze als ze moeten internationaliseren, een Europees fonds een logische partner is.’

125 miljoen van Europese ondernemers

Stockholm volgde op dezelfde manier. En wat hetzelfde bleef: de investeerders achter het fonds, de zogeheten limited partners of LP’s, waren stuk voor stuk zelf ondernemer, onder wie oprichters van startups waarin Van Mil eerder had geïnvesteerd.

Lees ook: Investeerder Peak lanceert fonds van 150 miljoen: ‘Wij geloven niet in de Gorillas en Getirs’

Vanwege zijn internationale scope haalde het volgende Peak-fonds de 125 miljoen euro daarom op bij Europese ondernemers. Twee keer per jaar komt een flink deel daarvan bijeen. Niet alleen om de resultaten te bespreken, maar ook voor het netwerk en om ondernemers uit de portefeuille te ontmoeten. ‘Je ziet dan vaak dat iemand uit het netwerk naar een founder toestapt en zegt: ik wil daar wel mee helpen.’

Geen instituten als investeerders

‘De ondernemende cultuur willen we vasthouden’, zegt Van Mil. Peak heeft dus geen instituten als investeerder achter zich. ‘Die willen vaak een stoel in het investment committee, willen meekijken in het risicobeheer, willen dat je een bepaald percentage in een bepaalde sector stopt. Dat past niet bij hoe wij werken.’

Dat maakte het fundraisen voor de fondsen niet echt lastiger. ‘Nee hoor, we hadden veel meer kunnen ophalen, bij dat laatste fonds makkelijk 200 miljoen. Maar dan moet je meer mensen aannemen voor governance en reporting. Je krijgt meer overhead en dat verandert de dynamiek van je fonds.’

Meestal thuis mee-eten

Vergeleken bij dat eerste miljoen dat bij de pizza’s werd verdeeld is het Europese Peak (dat Capital ging er op een gegeven moment af) een flink bedrijf. Van Mil zat zelf bijvoorbeeld 2 à 3 dagen per week in het buitenland. ‘Ik heb tot nu toe wel elke founder in de ogen gekeken – maar steeds vaker online. Als ik ‘s avonds naar Berlijn vloog, kon ik na 2 dagen vol meetings toch weer thuis mee-eten. Dat is me in al die jaren meestal wel gelukt. Ik was hockeycoach, kon vrijwel alle schooldingen van mijn kids bijwonen.’

Lees ook: Ex-Adyenners met 28 startups goed voor 1,8 miljard euro

Zijn functie als managing partner was daarbij wel compleet veranderd. Wat ook de bedoeling was van de ondernemer die zichzelf onmisbaar wil maken. ‘Ik denk dat ik uiteindelijk de meeste tijd stak in recruiten. Het beste team bouwen – en als we mensen moesten laten gaan, kwam dat ook op mijn bordje. Een tweede taak als leider: bepalen in welke richting we gingen als Peak, in een omgeving die telkens verandert. En natuurlijk was ik betrokken bij nieuwe investeringen en de portfolio.’

Startuplandschap compleet veranderd

Het Nederlandse startuplandschap van 2026 is compleet veranderd sinds 2007. Nu zie je tientallen fondsen, honderden angel investors en een permanente stroom aan startup-evenementen. Maar volgens Van Mil is het belangrijkste verschil de hoeveelheid kapitaal.

Er is meer kapitaal dan ooit, de concurrentie om de beste deals is heviger. ‘Bij Peak 1 en 2 was er nog meer vraag naar geld dan aanbod’, zegt Van Mil. ‘Nu is het omgekeerd. Er is meer geld beschikbaar dan er goede bedrijven zijn om in te investeren. Wij moeten tegenwoordig echt vechten voor iedere deal. En dat vind ik heel goed. Je moet echt waarde toevoegen als investeerder.’

Starten veel laagdrempeliger

Een tweede groot verschil met die early days: de drempel om een bedrijf te starten is opnieuw lager geworden door AI en flexibele contracten. ‘Vroeger moest je lange huurcontracten afsluiten, servers kopen, software aanschaffen, telefoonabonnementen afsluiten. Het is oneindig veel laagdrempeliger geworden. Dat betekent niet automatisch dat succes eenvoudiger is, je hebt als founder immers ook veel meer concurrentie, maar wel dat experimenteren goedkoper is geworden.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Volgens Van Mil verschuift daardoor ook de rol van investeerders. Het gaat minder om financiering en meer om het ondersteunen van groei en helpen bij het vinden van belangrijke teamleden en strategische keuzes. Zelf houdt Van Mil zich daar voortaan niet meer mee bezig; hij doet nadrukkelijk de deur achter zich dicht bij Peak.

‘Het bedrijf staat helemaal op eigen benen’, zegt hij. ‘En dat is precies wat je wilt als ondernemer. Ik ga me ook nergens mee bemoeien, word geen commissaris of zo. Ik heb zelf in eerdere levens gemerkt dat je dan in de weg gaat lopen en het team niet tot volle wasdom komt. Als je de deur dichtdoet, gaan er altijd andere deuren open. Maar je moet die deur wel eerst dichtdoen.’

Toezichthouder die Solvinity-deal blokkeerde, gaat nu ook AI- en biotech overnames screenen

Bureau Toetsing Investeringen, dat de overname van Solvinity door een Amerikaanse partij blokkeerde, krijgt het een stuk drukker. Het kabinet wil Nederlandse deeptech technologie beter afschermen tegen buitenlandse overnames. Deeptech startups die buitenlandse investeerders aantrekken worstelden al met de screening, die ze tot nu toe vooral tijd kostte.

Toezichthouder die Solvinity-deal blokkeert, bezorgt vooral deeptech startups extra werk en grijze haren
Juist deeptech startups, die er vele jaren over doen om hun technologie naar de markt te krijgen en ondertussen een flinke kapitaalsbehoefte hebben, krijgen te maken met het BTI. Foto: Getty Images

Maandag 8 juni maakte minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert bekend dat ze zes nieuwe technologieën toevoegt aan de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (vifo).

De wet moet sinds 2023 voorkomen dat deals rond ‘sensitieve technologie’ als quantumcomputers, fotonica, halfgeleiders, chipapparatuur en andere technieken die mede geschikt zijn voor militaire toepassing een risico vormen voor de nationale veiligheid. Blijken er risico’s te zijn, dan kunnen voorwaarden worden verbonden aan de investering en kan die in het uiterste geval (gedeeltelijk of geheel) worden verboden.

Vanaf 2027 wordt de ‘gevoelige’ vifo-lijst aangevuld met AI, biotechnologie, nanotechnologie, geavanceerde materialen, sensor- en locatietechnologie en nucleaire toepassingen voor medisch gebruik.

Dat betekent waarschijnlijk extra werk voor het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), dat investeringen, overnames en fusies van bedrijven die actief zijn met gevoelige technologie screent. De eerste keer dat onderzoek leidde tot een blokkade van een deal, was vorige maand. De overname van Solvinity, het bedrijf achter DigiD door het Amerikaanse Kyndryl werd toen door ministerie van Economische Zaken verboden. Staatssecretaris Willemijn Aerdts  had de deal laten toetsen door BTI, dat negatief adviseerde.

Het bureau bestaat pas sinds 2020 en screent investeringen, overnames en fusies die de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen. Bij Solvinity werd geconcludeerd dat de deal een risico vormt voor het publieke belang, zoals omschreven in de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT).

Eerste blokkade ooit

Meer in het algemeen moet het BTI voorkomen dat (potentieel) vijandige mogendheden de controle krijgen over bedrijven die van cruciaal strategisch belang zijn voor ons land. Voor datacenters, hostingbedrijven en Solvinity baseert het zich op de WOZT, voor deeptech geeft de Wet vifo de minister van Economische Zaken de bevoegdheid deals te blokkeren met het oog op de nationale veiligheid.

Het houdt de BTI-onderzoekers het overgrote deel van hun tijd bezig. Met name in de wereld van tech startups en hun investeerders is de Wet vifo daarom al jaren een ding, de rompslomp eromheen rijdt startups soms in de wielen.

Deeptech startups geraakt

Juist deeptech startups, die er vele jaren over doen om hun technologie naar de markt te krijgen en ondertussen een flinke kapitaalsbehoefte hebben, krijgen te maken met het BTI. Als ze actief zijn met onder meer fotonica, halfgeleiders, quantum computing en technologie die (deels) een militaire toepassing heeft, vallen ze onder de veiligheidswet. Naar verwachting wordt die binnenkort ook van toepassing op onder meer geavanceerde materialen, nanotechnologie en AI.

Ondernemers actief in die gevoelige sectoren moeten het vooraf melden als een fundingronde een investeerder ‘significante invloed’ geeft, of als een joint-venture of complete overname of fusie op handen is. Bij de meest gevoelige technologie is een belang vanaf 10 procent zelfs meldingsplichtig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor een curator die een doorstart regelt.

Wachten op groen licht

De melding kost tijd en energie, en het duurt ook een poos voordat de ondernemer groen licht krijgt. In 2025 was de doorlooptijd van de veiligheidstoetsen die de BTI deed gemiddeld 37 dagen, meldt het in zijn jaarverslag. Dat is keurig binnen de wettelijke termijn van 8 weken. Een kwart is binnen 20 dagen afgerond, maar het langstlopende onderzoek nam maar liefst 176 dagen in beslag.

De BTI boog zich in 2025 over 91 dossiers en tot nu toe kregen de meeste melders onvoorwaardelijke goedkeuring voor hun deal. Het jaarverslag maakt geen onderscheid naar fusies, overnames of investeringen. In twee gevallen ging de toezichthouder onder voorwaarden akkoord en er is in 2025 ook een boete uitgedeeld, voor een transactie die had plaatsgevonden en ten onrechte niet was gemeld.

‘Informele zienswijze’ vooraf

De toetsing zelf wordt door ondernemers als een ‘black box’ ervaren, want hoe valt in te schatten of je deal met een buitenlandse investeerder de ‘nationale veiligheid’ schaadt? ‘BTI doet tot dusver echt goed haar werk en probeert mee te denken, geen sta in de weg te zijn’, zegt Jaap van den Broek van De Zaak van Advocaten, gespecialiseerd in deeptechwetgeving. ‘Maar het risico zit in het volstrekt abstracte begrip van nationale veiligheid. Dat kan door de politieke willekeur van de dag worden ingevuld.’

Het is een open norm, stelt de jurist, terwijl de besluitvorming vanwege diezelfde staatsveiligheid niet openbaar wordt gemaakt. ‘Dat kan onbedoelde gevolgen hebben omdat uitvoerders zelf de norm gaan invullen.’

Maar ook als ze geen veto hoeven te verwachten van de BTI, zullen ondernemers rekening moeten houden met de wachttijd voor groen licht. Ondernemers kunnen wel vooraf om een ‘informele zienswijze’ vragen: ze krijgen dan niet-bindend advies over de vraag of een bepaalde transactie onder de wet valt. In 2025 heeft het BTI dit 16 keer gegeven.

Zeker als de bodem van de kas in zicht is, is elke dag oponthoud er een teveel. Daar komt nog bij dat het BTI nadrukkelijk kijkt naar de partijen die betrokken zijn bij de deal. Ook daarover wil het bureau worden geïnformeerd, en investeerders zullen moeten meewerken aan het onderzoek. Nederland wil daarbij ook weten wie de geldschieters achter hun fondsen zijn, de limited partners die in de regel niet met hun naam in de krant willen.

Investeerbaarheid in gevaar?

Als die investeerders van buiten Europa komen – bij Solvinity is de koper een Amerikaanse partij – krijgen die extra aandacht bij de veiligheidstoets. Het valt maar te bezien of een potentiële investeerder, een Saoedisch staatsfonds of Chinese techspeler, op allerlei vragen van een Nederlands overheidsbureau zit te wachten. Brengt dat de investeerbaarheid van deeptech startups niet in gevaar?

Vorig jaar had Niels Bultink, oprichter van quantumstartup Qblox, er nog een hard hoofd in. Op de site van QDNL haalde hij de Wet vifo aan. ‘Ik snap het principe van die wet, maar de uitvoering maakt het bouwen aan een gezonde durfkapitaalmarkt moeilijk. Investeerders krijgen ingewikkelde processen over zich heen; je jaagt ze weg.’

Ton van ‘t Noordende is zo’n investeerder in quantum startups, zij het dat zijn fonds Ground State (voorheen QDNL Participations) de wortels in Nederland heeft. ‘We hebben inmiddels in 9 Nederlandse quantum startups geïnvesteerd dus we zijn het meest gescreende quantumfonds ter wereld’, lacht hij. Het is wat hem betreft goed en begrijpelijk dat de Nederlandse overheid – net als de meeste landen – voorzichtig omgaat met het type technologie en het soort klanten van quantumstartups. ‘Er zijn landen die nog striktere regels hebben.’

‘Het levert wel heel veel werk op, en natuurlijk zou ik wel de termijn naar voren willen halen waarop je duidelijkheid krijgt. Nu is er een periode van weken tussen het rondkrijgen van alle documentatie rond een investering en het moment waarop het geld daadwerkelijk wordt overgemaakt. Voor de onderneming is dat niet fijn.’

Maar een partij die afhaakt? Dat heeft de quantuminvesteerder nog niet meegemaakt. ‘Ik denk wel dat je voorsorteert op fondsen met de juiste geografische achtergrond. Een fonds met hoofdkantoor in Londen of de VS verdient dat de voorkeur boven regio’s die gevoeliger liggen.’

Van ‘t Noordende heeft wel een suggestie voor een efficiëntere procedure achter de veiligheidstoets: ‘Maak een soort white list van fondsen die al een keer uitgebreid zijn gescreend en geen nieuwe investeerders meer aantrekken: deze partijen zijn gevalideerd. Ik geloof dat wij nu al 30 keer gescreend zijn.’

Impact van de screening valt mee

De wetten die het BTI uitvoert, zijn vorig jaar geëvalueerd door SEO Economisch Onderzoek en de Universiteit Leiden. Hun rapport Grenzen stellen zonder muren bouwen concludeert dat de impact op het investeringsklimaat ‘te overzien’ is. ‘Tot nu toe zijn er weinig aanwijzingen dat investeringen in Nederland daadwerkelijk worden afgeblazen vanwege de investeringstoets.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Andere Europese landen screenen hun gevoelige sectoren bovendien op vergelijkbare wijze, en cijfers over durfkapitaal in de deeptechsector en algemene fusies en overnames laten geen structurele afname zien die direct aan de wet kan worden gekoppeld, aldus het onderzoek.

So far so good, dus. Wat Van den Broek betreft is er nog geen reden om opgelucht adem te halen. ‘Het is echt van cruciaal belang dat over dit soort besluiten open wordt gecommuniceerd, om te voorkomen dat het sentiment bij  buitenlandse kopers of investeerders ontstaat dat een Nederlands techbedrijf niet meer kan worden overgenomen of er niet meer in mag worden geïnvesteerd. Één tweet van een tech-moloch en ook de goedwillende buitenlandse investeerders krabben zich achter de oren of ze nog wel willen investeren.’

Peak-oprichter Johan van Mil vertrekt na 19 jaar: ‘Er is nu meer geld beschikbaar dan goede bedrijven’

Peak, het eerste 'ondernemende' venture capitalfonds van Nederland, begon ooit als informeel clubje angels. Nu vertrekt medeoprichter en managing partner Johan van Mil en laat hij een flinke Europese investeerder achter. Maar nog steeds draait alles om ondernemers. 'We wilden geen institutionele investeerders.'

Een jaar in een ver land bivakkeren? Die zeiltocht rond de wereld waar hij het weleens over heeft? Johan van Mil, medeoprichter van venture capitalfirma Peak, houdt ook na 19 jaar buffelen zijn sabbatical overzichtelijk. Er gaat geen roer radicaal om: een halfjaar moet genoeg zijn om deze deur achter zich te sluiten, om een volgende rit te kunnen openen.

‘Ik heb een hele grote tuin die ik flink wil aanpakken, ik ga hiken met vrienden en heb een paar weken retraite gepland, zeiltripjes, dat soort dingen. En ik wil tijd doorbrengen met mijn kinderen, want die wonen ook niet meer eeuwig thuis.’ Kopjes koffie? Ja, die drinkt hij regelmatig. Maar niet om zich nu direct voor businessplannen te laten porren. ‘Ik hoef even helemaal niks van mezelf de komende tijd. Is ook weleens fijn.’

Vertrek bij Peak

Eind mei maakte Van Mil via LinkedIn bekend dat hij vertrekt als managing partner bij Peak: ‘Time to move on‘. Er staat een prima team klaar om de boel te runnen, dus het voelde als het juiste moment ‘om een stap terug te doen en ruimte te maken voor de volgende generatie.’

Wat nu officieel is, had hij eigenlijk drie jaar geleden al besloten. Dat was tijdens een reflectiereis zoals hij die binnenkort weer gaat maken. ‘Ik heb altijd geloofd dat het uiteindelijk de taak van een ondernemer is om zichzelf overbodig te maken in het bedrijf. Daarvoor moet je mensen aannemen die veel beter zijn dan jij. Dat is me in al die jaren goed gelukt.’

250 miljoen van Europese founders

‘Daar hoort bij dat je ze moet vertrouwen, en moet kunnen loslaten. Het volgende Peak-fonds wilde ik overdragen aan die nieuwe generatie. Ik heb mijn rol de afgelopen tijd stelselmatig afgebouwd en ben ook uit het investment committee gestapt.’

Wat Van Mil aan dat team partners overdraagt, is een firma met bijna 250 miljoen in zijn fondsen, afkomstig van meer dan 250 Europese founders en kantoren in Amsterdam, Stockholm en Berlijn. Nogal een contrast met dat clubje waarmee het begon.

The other side of the table

Serie-ondernemer Van Mil had al een trits eigen bedrijven achter de rug voordat hij in 2007 als investeerder ‘the other side of the table‘ opzocht. Hij was betrokken bij online telefoongids Scoot, was samen met mediaondernemer Willem Sijthoff medeoprichter van The Floor, een financiële nieuwswebsite die eerst BNR Nieuwsradio overnam en later opging in de FD Mediagroep.

Digitale marketing – toen nog vooral via e-mail – kwam in die tijd flink op gang, en Van Mil werd dankzij een van zijn volgende bedrijven voorzitter van IPAN, de brancheclub van digitale media-ondernemers. Door de dotcomcrisis ging IPAN bijna door het putje. Maar het team dat de boel overeind wist te houden, kreeg daardoor wel een bijzondere band.

Informeel investeringsclubje

Met onder anderen IPAN-collega’s Heleen Dura-Van Oord en Christiaan Alberdink Thijm en zijn hockeymaatje Hein Siemerink startte Van Mil Peak Capital. Een informeel investeringsclubje dat samen een miljoen euro had ingelegd.

‘Ik was zelf als angel aan het investeren met nogal wisselend succes. Het idee was: laten we onze krachten en netwerken bundelen. Elke maand kwamen we bij elkaar, maar dat was bepaald geen gestructureerd overleg’, lacht hij. ‘Het was meer: kijken wie zich via onze netwerken gemeld had en geld nodig had.’

Dat Peak I investeerde in die vroege fase toch al in succesvolle startups als Radionomy en Seatme, dat later samenging met restaurantreserveerder Iens. ‘Dat werd gekocht door Tripadvisor en is uiteindelijk ook een erg mooie exit geworden. Net als Radionomy, dat door het Franse beursgenoteerde Vivendi werd gekocht.’

Huiswerk dankzij de Seed Capital-regeling

Na dat eerste miljoen smaakte zo’n venture capitalfonds runnen naar meer. Het volgende Peak Capital-fonds kon zijn omvang verdubbelen dankzij een achtergestelde lening van wat tegenwoordig de Seed capital-regeling van RVO is. De voorwaarden van EZ zorgden wel voor meer papierwerk, en de noodzaak om een Investment Committee op te tuigen en te rapporteren.

Lees ook: Seed Capital-regeling hielp 831 startups groeien, tijd voor een variant voor scaleups?

‘Dat was best een schok’, zegt Van Mil. ‘Wat eerst liefdewerk oud papier was, leverde ineens veel meer huiswerk op. Maar het is ook logisch dat je aan regels wordt gehouden. En de regeling heeft enorm bijgedragen aan de ontwikkeling van het venture capital in Nederland.’

In die periode deden Van Mil en zijn ondernemende mede-investeerders nog maar één investering per jaar, terwijl ze zelf hun eigen bedrijven runden. ‘Als we het allemaal zagen zitten, stapten we pas in.’

Ondernemers naast de founder

Opnieuw stapten Van Mil c.s. in klinkende namen als Catawiki en online meubelwinkel Flinders. De founders wisten Peak goed te vinden, onder meer via de ondernemers erachter. Daar kwamen ze ook juist op af, stelt hij. ‘Als je met een ondernemer praat, heb je gewoon een andere dynamiek dan met iemand die vanuit de advieskant nadenkt. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het maakt echt verschil.’

Tegenwoordig zijn er zat fondsen die beloven dat ze founders kunnen helpen met de entrepreneurs uit hun netwerk. Startupondernemers zijn daar zelf vaak sceptisch over. Van Mil is het met ze eens. ‘Je kunt een entrepreneur in residence hebben of een adviseur in je netwerk. Maar het is iets anders als iemand die zelf ervaring heeft naast een founder gaat zitten om een probleem op te lossen.’

Fulltime job met Peak Capital

In die early days van Peak waren er nog weinig venture capitalfondsen in Nederland, en al helemaal geen partijen die in de allervroegste fase investeerden in startups. Zelfs Startupbootcamp en Rockstart moesten nog worden uitgevonden.

In 2015 werd het serieuzere business, en voor Van Mil voortaan een fulltime job. Hij werd daardoor van ondernemer investeerder, en bewust. ‘Mijn vader was ondernemer en miste heel veel dingen in ons gezin’, zegt hij. ‘Dat ga ik anders doen, had ik besloten. Het is voor mij één van de redenen geweest om ooit over te stappen. Ik had in die tijd jonge kinderen en was ook nog interim-voorzitter van brancheclub DDMA. Als founder werkte ik toen 80 tot 100 uur per week in en aan mijn bedrijf.’

Fundathons, open office hours

Samen met nieuwe partner Stefan Bary lanceerde hij een soort all star fonds, als je kijkt naar de ondernemers die hun geld erop inzetten. Marcel Beemsterboer (Vakantieveilingen), Marco Aarnink (Drukwerkdeal), Peter Driessen (Spil Games): grote namen destijds. Peak ging actief kennis en zijn netwerk delen, organiseerde fundathons en open office hours. ‘We gaven feedback op elk plan dat we binnenkregen, ook als het niks werd. We beantwoordden altijd elke mail van ondernemers.’

Bij de volgende schaalsprong werd Nederland te klein voor Peak. ‘De concurrentie groeide, het werd interessant voor vc’s om internationaler te werken en onze analyse wees uit dat er in Europa kansen lagen in de Nordics, de DACH-regio en de Benelux.’

Netwerk bouwen in Berlijn

Peak IV, gelanceerd in 2019 met 66 miljoen euro in kas, was daarmee het eerste Europese fonds, met een kantoor in Berlijn. ‘Als je internationaal gaat kun je dat op verschillende manieren doen. Vanuit Nederland, of je co-investeert met een lokale partij. Maar wij hebben het de moeilijke manier gedaan’, zegt Van Mil. ‘We hebben mensen neergezet die een lokaal netwerk konden opbouwen.’

In Berlijn waren nog geen onafhankelijke venture capitalbedrijven die zich richtten op de vroege fase. Het was al jaren een hotspot voor de grote Amerikaanse fondsen, maar voor hen waren de tickets die Peak bood te klein.

‘In Duitsland hadden we eigenlijk minder concurrentie dan we dachten. Er waren veel investeerders, maar weinig fondsen die op onze manier werkten. En Duitsers en Nederlanders gaan goed samen’, zegt Van Mil. ‘Ze waarderen de directe, ondernemende mentaliteit. Veel Duitse founders weten dat ze als ze moeten internationaliseren, een Europees fonds een logische partner is.’

125 miljoen van Europese ondernemers

Stockholm volgde op dezelfde manier. En wat hetzelfde bleef: de investeerders achter het fonds, de zogeheten limited partners of LP’s, waren stuk voor stuk zelf ondernemer, onder wie oprichters van startups waarin Van Mil eerder had geïnvesteerd.

Lees ook: Investeerder Peak lanceert fonds van 150 miljoen: ‘Wij geloven niet in de Gorillas en Getirs’

Vanwege zijn internationale scope haalde het volgende Peak-fonds de 125 miljoen euro daarom op bij Europese ondernemers. Twee keer per jaar komt een flink deel daarvan bijeen. Niet alleen om de resultaten te bespreken, maar ook voor het netwerk en om ondernemers uit de portefeuille te ontmoeten. ‘Je ziet dan vaak dat iemand uit het netwerk naar een founder toestapt en zegt: ik wil daar wel mee helpen.’

Geen instituten als investeerders

‘De ondernemende cultuur willen we vasthouden’, zegt Van Mil. Peak heeft dus geen instituten als investeerder achter zich. ‘Die willen vaak een stoel in het investment committee, willen meekijken in het risicobeheer, willen dat je een bepaald percentage in een bepaalde sector stopt. Dat past niet bij hoe wij werken.’

Dat maakte het fundraisen voor de fondsen niet echt lastiger. ‘Nee hoor, we hadden veel meer kunnen ophalen, bij dat laatste fonds makkelijk 200 miljoen. Maar dan moet je meer mensen aannemen voor governance en reporting. Je krijgt meer overhead en dat verandert de dynamiek van je fonds.’

Meestal thuis mee-eten

Vergeleken bij dat eerste miljoen dat bij de pizza’s werd verdeeld is het Europese Peak (dat Capital ging er op een gegeven moment af) een flink bedrijf. Van Mil zat zelf bijvoorbeeld 2 à 3 dagen per week in het buitenland. ‘Ik heb tot nu toe wel elke founder in de ogen gekeken – maar steeds vaker online. Als ik ‘s avonds naar Berlijn vloog, kon ik na 2 dagen vol meetings toch weer thuis mee-eten. Dat is me in al die jaren meestal wel gelukt. Ik was hockeycoach, kon vrijwel alle schooldingen van mijn kids bijwonen.’

Lees ook: Ex-Adyenners met 28 startups goed voor 1,8 miljard euro

Zijn functie als managing partner was daarbij wel compleet veranderd. Wat ook de bedoeling was van de ondernemer die zichzelf onmisbaar wil maken. ‘Ik denk dat ik uiteindelijk de meeste tijd stak in recruiten. Het beste team bouwen – en als we mensen moesten laten gaan, kwam dat ook op mijn bordje. Een tweede taak als leider: bepalen in welke richting we gingen als Peak, in een omgeving die telkens verandert. En natuurlijk was ik betrokken bij nieuwe investeringen en de portfolio.’

Startuplandschap compleet veranderd

Het Nederlandse startuplandschap van 2026 is compleet veranderd sinds 2007. Nu zie je tientallen fondsen, honderden angel investors en een permanente stroom aan startup-evenementen. Maar volgens Van Mil is het belangrijkste verschil de hoeveelheid kapitaal.

Er is meer kapitaal dan ooit, de concurrentie om de beste deals is heviger. ‘Bij Peak 1 en 2 was er nog meer vraag naar geld dan aanbod’, zegt Van Mil. ‘Nu is het omgekeerd. Er is meer geld beschikbaar dan er goede bedrijven zijn om in te investeren. Wij moeten tegenwoordig echt vechten voor iedere deal. En dat vind ik heel goed. Je moet echt waarde toevoegen als investeerder.’

Starten veel laagdrempeliger

Een tweede groot verschil met die early days: de drempel om een bedrijf te starten is opnieuw lager geworden door AI en flexibele contracten. ‘Vroeger moest je lange huurcontracten afsluiten, servers kopen, software aanschaffen, telefoonabonnementen afsluiten. Het is oneindig veel laagdrempeliger geworden. Dat betekent niet automatisch dat succes eenvoudiger is, je hebt als founder immers ook veel meer concurrentie, maar wel dat experimenteren goedkoper is geworden.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Volgens Van Mil verschuift daardoor ook de rol van investeerders. Het gaat minder om financiering en meer om het ondersteunen van groei en helpen bij het vinden van belangrijke teamleden en strategische keuzes. Zelf houdt Van Mil zich daar voortaan niet meer mee bezig; hij doet nadrukkelijk de deur achter zich dicht bij Peak.

‘Het bedrijf staat helemaal op eigen benen’, zegt hij. ‘En dat is precies wat je wilt als ondernemer. Ik ga me ook nergens mee bemoeien, word geen commissaris of zo. Ik heb zelf in eerdere levens gemerkt dat je dan in de weg gaat lopen en het team niet tot volle wasdom komt. Als je de deur dichtdoet, gaan er altijd andere deuren open. Maar je moet die deur wel eerst dichtdoen.’