Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Advertorial – ING

‘We zijn een heel eind op de goede weg’  

Ruim een jaar na het samengaan van de Postbank en de ING Bank is de aanvankelijke scepsis verdwenen. “De maatschappij in het algemeen en de klanten van de voormalige Postbank in het bijzonder hebben de samenvoeging geaccepteerd”, constateert Nick Jue, bestuursvoorzitter van ING in Nederland.

 

“We kunnen vaststellen dat het ook in financieel opzicht goed met ons gaat”, aldus Nick Jue. “Over geheel 2009 heeft ING Retail een positief resultaat geboekt van EUR 861 miljoen. Een prima resultaat, dat het gevolg is van onder andere een groei van kredietverlening en van het spaargeld en de groei van het aantal klanten dat hun salaris op een ING-rekening laat overmaken. Dan kun je toch concluderen dat de samenvoeging van de twee merken goed verloopt. Waarbij ik overigens direct wil aantekenen dat we met deze omvangrijke samenvoeging natuurlijk nog niet klaar zijn – het proces wordt dit jaar keurig afgerond.”

Vertrouwen

De ombouw van het kantorennetwerk is een van de zaken die dit jaar worden afgerond. Eind van het jaar zijn er 250 geheel gerenoveerde kantoren beschikbaar, die bovendien aanzienlijk ruimere openingstijden zullen kennen, namelijk ook op zaterdag en in de avonduren. Welke primaire doelstelling heeft ING voor de komende tijd? Jue: “Het is belangrijk dat het vertrouwen in het bankwezen wordt hersteld. Uitgangspunt voor ING is en blijft dat we de klant centraal stellen. We gaan nadrukkelijk de dialoog met de klant aan. Zo zijn we het afgelopen jaar onder de noemer Financiële Informatie Avonden 250 keer het land ingegaan om met particulieren, met het mkb en met grootzakelijke klanten te praten over onder meer de economische ontwikkelingen en de rol van ING hierin. Die avonden begonnen veelal met een halfuurtje woede en onbegrip over de gebeurtenissen, maar eindigden steevast met de acceptatie van onze uitleg. Dat is de kracht van de dialoog en daarom gaan we dit jaar zeker door met de Financiële Informatie Avonden.”

Transparantie

Wat hebt u van de turbulente gebeurtenissen geleerd? Jue: “Uit de afgelopen tijd zijn duidelijke lessen te trekken die ons tot een aantal concrete maatregelen hebben gebracht. Een daarvan is de verduurzaming van ons spaarassortiment. Het aantal spaarproducten wordt teruggebracht van 78 naar 26 en de informatievoorziening over spaarrentes en rentewijzigingen is verbeterd. Ook hebben we initiatieven genomen om onze hypotheekklanten te helpen in de huidige economische situatie. We bieden onze klanten een zogeheten Hypotheekscan aan, waarmee ze kunnen kijken wat de huidige economische omstandigheden voor gevolgen kunnen hebben voor de betaalbaarheid van hun hypotheek. Wanneer men onverwacht in een financieel lastige situatie komt, bijvoorbeeld door werkloosheid, bekijken we de mogelijkheid van een Rentepauze. Hiermee bieden we klanten die tijdelijk in betalingsproblemen komen de mogelijkheid om gedurende maximaal één jaar een deel van hun hypotheekrente niet te betalen. Zo kun je voorkomen dat het tot bijvoorbeeld een executieverkoop komt, waarmee zowel de klant als wijzelf uiteindelijk alleen maar slechter af zouden zijn. ING stelt zich in de communicatie hierover onderscheidend op ten opzichte van andere banken. Ook in deze moeilijkere tijden zijn wij er voor onze klanten en dat willen we ze ook laten weten.”

Tim

Hoe kunt u uw klanten helpen om de financiële crisis te overleven? Jue: “We hebben tijdens de Financiële Informatie Avonden vastgesteld dat de gemiddelde Nederlander over het algemeen vrij weinig inzicht heeft in zijn financiële situatie. Daarom lanceren we dit voorjaar Tim, dat we niet voor niets ‘het slimste huishoudboekje van Nederland’ hebben gedoopt. Kort gezegd kan de klant hiermee al zijn inkomsten en uitgaven online bijhouden, mits hij of zij die allemaal via een betaalrekening van ING laat lopen. De inkomsten en uitgaven worden automatisch gerubriceerd in bijvoorbeeld wonen, kleding, boodschappen, vaste lasten enzovoort. Daarmee krijg je een duidelijk inzicht in je inkomsten- en uitgavenpatroon, uiteraard zonder dat ING daar een waardeoordeel over velt. Wel kunnen we op basis van de anonieme gegevens onze klanten relevant vergelijkingsmateriaal aanbieden. Op basis daarvan kunnen klanten vervolgens zelf beslissen of ze bepaalde uitgaven misschien anders zouden kunnen inrichten.”

Mentaliteit

“We kunnen met trots constateren dat we onze belofte om 25 miljard euro aan kredieten ter beschikking te stellen ruimschoots hebben waargemaakt. Dit in weerwil van de opvatting dat banken nog steeds terughoudend zouden zijn met kredietverstrekking. ING maakt haar beloften waar en dat zullen we zeker blijven doen, zowel voor de zakelijke markt als voor de consumentenmarkt. De beste manier om vertrouwen terug te winnen is te doen wat je zegt. Onze medewerkers stellen de klant centraal en doen elke dag hun uiterste best om de best mogelijke dienstverlening te verschaffen. In die zin is er echt wel wat veranderd in de mentaliteit van banken. We sturen ons beleid daarop en de duidelijkste graadmeter is daarbij natuurlijk wat de klant van ons denkt. Gezien de vele reacties die wij dagelijks van onze klanten ontvangen, mogen we vaststellen dat we een heel eind op de goede weg zijn.”

ING

Bijlmerdreef 24, 1102 CT Amsterdam
Postbus 1800, 1000 BV Amsterdam
Telefoon: (020) 563 91 11
Fax: (020) 563 57 00
www.ing.nl
 

The Protein Brewery mag eindelijk Europa in: ‘Niet de verkoop, maar de productie is nu onze grootste uitdaging’

Na meer dan vijf jaar mag The Protein Brewery zijn myceliumpoeder dan eindelijk in Europa verkopen. De eiwitbrouwer zocht lang naar de juiste toepassing voor zijn schimmeleiwit Fermotein, en vond die uiteindelijk bij sportvoeding. Een klant wil nu de volledige jaarcapaciteit afnemen. De holy grail in startup-land, zegt ceo Thijs Bosch.

Thijs Bosch
De carrière van The Protein Brewery-ceo Thijs Bosch is nauw verknoopt met de eiwittransitie. Foto: The Protein Brewery

Bij The Protein Brewery gebeurt het echte werk niet in de fabriek, maar daarbuiten. Tegen het pand staan drie chroom-glimmende silo’s van zo’n twintig meter hoog geplakt. Hier kweekt de scaleup zijn hero product, het eiwit- en vezelrijke myceliumpoeder Fermotein.

Dat gebeurt, die naam geeft het al een beetje weg, via fermentatie: de techniek die ons zuurkool, kimchi en tempeh bracht. Maar The Protein Brewery brouwt iets anders in zijn glanzende ketels. Hier zetten schimmels de koolhydraten die ze te ‘eten’ krijgen om in mycelium, het dradennetwerk dat we van paddenstoelen kennen.

Kijk’, wijst ceo Thijs Bosch, die ons rondleidt. ‘Via die buizen voegen we zuurstof en suikerstromen toe, in dit geval tarwesiroop. En aan de onderkant tappen we het mycelium af.’ Dat lijkt dan nog in niets op het zakje poeder dat we bij ontvangst hebben gekregen. Hij grijnst: ‘Nee, uit die ketels komt een troebel mengsel van water en schimmel. Eerst onttrekken we dat water aan de schimmeldraden, dan drogen we ze en verwerken we ze tot poeder.’

Het is een continu proces. ‘Zo’n tank is binnen twaalf uur vol. We kunnen meerdere keren achter elkaar oogsten en steeds de overbleven schimmel in de tank verder laten groeien.’

The Protein Brewery fermentatie
De fermentatietanken bij de fabriek in Breda, waar doorlopend nieuw schimmeleiwit wordt gebrouwen. Foto: The Protein Brewery

Fabriek in badkamershowroom

Bosch is nu een jaar ceo van The Protein Brewery. Hij volgde Sue Garfitt in juni 2025 op. Zij werd vier jaar geleden de eerste externe ceo; oprichter Wim de Laat, die het bedrijf in 2020 begon, voelde zich naar eigen zeggen meer thuis in een ‘witte stofjas dan in nette directiekledij’. Aan zijn opvolgers de taak om de wereld te veroveren met het door hem bedachte nieuwe voedingsingrediënt, een plantaardig alternatief voor dierlijke eiwitten.

Onder leiding van Garfitt transformeerde The Protein Brewery van startup naar scaleup. Naast het laboratorium en de pilotplant in een rij omgebouwde garageboxen in Breda kwam er een commerciële fabriek in dezelfde stad, zo’n tien minuten verderop. Alleen de hoge ramen over de hele voorzijde verradden nog dat het pand van 2.700 vierkante meter eigenlijk een showroom voor een badkamerverkoper zou worden.

Het gebouw is The Protein Brewery nu nog een maatje te groot. Van de twee kantoorhallen staat er een grotendeels leeg, al zijn daar – heel inventief – met lichtgrijze schotten van geluidsdempend materiaal wat vergaderzalen en stiltewerkplekken gemaakt.

Hoofdinvesteerder haakte af

Die vierkante meters zullen waarschijnlijk niet lang ongebruikt blijven. Drie maanden na zijn aantreden, in september 2025, kon Bosch een series B-financiering van 30 miljoen euro aankondigen. Afgelopen maandag werd bekend dat die ronde onder leiding van nieuwe investeerder ABN Amro Sustainable Impact Fund met 18 miljoen euro wordt uitgebreid, waarmee de totale finaciering sinds de oprichting uitkomt op ruim 70 miljoen euro.

De series B-ronde had nogal een aanloop. De deal had eigenlijk al in april 2025 moeten worden gesloten, maar de lead investor haakte een week van tevoren af. Met nog voor twee maanden geld in de kas moest The Protein Brewery razendsnel nieuwe geldschieters vinden. ‘Ik had nét mijn contract getekend’, vertelt Bosch. ‘Dat was midden maart, en twee weken later gebeurde dit. Ik was toen nog in dienst bij mijn vorige werkgever, Cosun. Maar ik wist er wel van.’

Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘De druk is er altijd’

En hij dacht niet: wat heb ik gedaan? ‘Ik ben er rustig onder gebleven. Ik dacht: het is wat het is. Ik had wel al contact met de partijen die uiteindelijk nieuw zijn ingestapt, Invest-NL en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) (naast de bestaande investeerders Novo Holdings, Unovis Asset Management en family office Madeli, red.). Die wilden natuurlijk weten wat ik met het bedrijf van plan was. Dat werd mijn eerste job toen ik in juni 2025 begon. Voor de zomervakantie moest er een duidelijk plan liggen.’

Thijs Bosch op LEVEL UP

Thijs Bosch is keynote speaker op LEVEL UP 2026, het tech-startup-event dat startup-founders helpt versnellen en jaarlijks zo’n 1.500 ondernemers en investeerders trekt uit het startup-ecosysteem. LEVEL UP vindt plaats op maandag 28 september in het Evoluon in Eindhoven. Wil je erbij zijn? Registreren is gratis voor startupfounders.

Carrière maken in eiwittransitie

Van rustig inkomen was dus geen sprake. Niet erg, zegt Bosch. ‘Ik ben mijn carrière begonnen in de consultancy. Die achtergrond kwam me goed van pas: ik weet hoe ik zaken snel kan doorgronden en me eigen kan maken.’ Het bedrijf was misschien nieuw voor hem, de sector was dat niet. ‘Ik werk al vijftien jaar in de voedingsindustrie. Ik ken de markt en ik ken de klanten.’

Bosch’ loopbaan is nauw verknoopt met de eiwittransitie waar The Protein Brewery zich zo hard voor maakt. Na zijn studie Financiële Economie ging hij bij Bain & Company werken, om zo in korte tijd bij veel bedrijven en sectoren onder de motorkap te kunnen kijken. ‘Ik wist dat ik niet mijn hele leven in de consultancy wilde blijven’, vertelt Bosch. ‘Hoe hoger je op de ladder komt, hoe meer je gaat verdienen, maar hoe moeilijker het ook wordt om daar nog uit te breken. Ik wilde mezelf niet opsluiten in die gouden kooi.’

Management team The Protein Brewery
Thijs Bosch (tweede van rechts) is nu een jaar ceo bij de scaleup. ‘Ik wist dat het een hoog-risicobaan was.’ Foto: The Protein Brewery

Bovendien: in plaats bedrijven te adviseren, wilde hij zelf ergens aan bouwen. Dat kon bij de Nieuw-Zeelandse coöperatie Fonterra, ‘s werelds grootste exporteur van zuivel, die mensen zocht om een Europese productietak op te zetten.

‘Het was best een opportunistische overstap’, blikt Bosch terug. ‘Het project zat in de beginfase. Er waren niet alleen veel kansen om te bouwen, maar ook om op te klimmen.’ Dat lukte meer dan aardig; na tien jaar was hij verantwoordelijk voor alle activiteiten en fabrieken van Fonterra in Europa.

Vegetariër bij zuivelbedrijf

Van dierlijke eiwitten maakte Bosch in 2022 de overstap naar de plantaardige variant. ‘Ik was toen al zo’n vijf jaar vegetariër. Als een van de weinige mensen bij Fonterra’, zegt hij. ‘Een vegetariër bij een zuivelbedrijf, op een gegeven moment ging dat schuren. Wat meespeelde: het begon me op te vallen dat de grenzen voor de traditionele melkveehouderij in zicht kwamen, door de stikstofproblematiek en strengere milieuregels. En ik werk liever in een sector die groeit, dan een die moet consolideren.’

Bij suikerbieten- en aardappelverwerker Cosun, waar hij als managing director van de nieuwe plant protein business aan de slag ging, kon wel worden gebouwd. Het bedrijf wilde een tak met eiwit-ingrediënten opzetten. ‘We ontdekten dat je hele mooie eiwitten uit veldbonen kunt halen. Voor in zuivelalternatieven, bijvoorbeeld.’

Het was een startup binnen een bedrijf. Die mentaliteit lag hem wel, ontdekte hij toen hij er toezichthoudende rollen bij ging doen voor bedrijven waarin Cosun investeerde, zoals een commissariaat bij eiwitvervanger-producent Revyve.

Lees ook: Burgers met bonen: zo loodsen supermarkten meer plantaardige eiwitten de winkelmandjes in

En toen klopte The Protein Brewery aan; de scaleup zocht een nieuwe ceo. Bosch ziet het als de volgende stap. ‘Eiwitten uit veldbonen of andere eiwitrijke gewassen zijn al veel en veel duurzamer dan dierlijke’, zegt hij. ‘Maar voor de teelt is nog steeds relatief veel grond en water nodig, terwijl dat bij fermentatie niet zo is. Onze voornaamste grondstof is suiker, en daarvoor gebruiken we reststromen uit de voedingsindustrie.’

Hoog-risicobaan

Voor 1 kilo Fermotein heeft The Protein Brewery slechts drie kilo suiker nodig. ‘Onze technologie is 25 keer efficiënter dan de productie van dierlijk eiwit en 2 tot 3 keer zo efficiënt als de productie van eiwitten uit plantaardige gewassen.’ Lachend: ‘De rode draad: bij elke stap wordt het een beetje duurzamer, én een beetje moeilijker.’

Waar zijn hart ook sneller van ging kloppen: met de commerciële fabriek, de eerste klanten in Amerika en Singapore en een Series B-ronde in de maak, waren alle ingrediënten aanwezig om op te kunnen schalen. Bosch: ‘Al wist ik óók dat het een hoog-risicobaan was. Ha, en anders had ik dat in die eerste maanden wel geleerd.’

Na de (alsnog geslaagde) investeringsronde in september volgde een paar maanden later een volgende mijlpaal. Bij Bosch’ aantreden wachtte de scaleup al vijf jaar op een positieve beoordeling van de European Food Safety Authority (EFSA), die zogeheten novel foods toetst op veiligheid. Afgelopen december kreeg het schimmeleiwit groen licht, waarmee de weg vrij lag voor officiële goedkeuring van de Europese Commissie om het product hier op de markt te mogen brengen. Dat stempel volgde afgelopen juni.

Complex product

Alleen: hoe verkoop je het? The Protein Brewery heeft lang gezocht naar de juiste toepassing voor zijn poeder. Het is een ‘complex product’, knikt Bosch: een voedingsingrediënt dat naast eiwitten (50 procent) ook vezels (30 procent) en bioactieve stoffen bevat (de overige 20 procent).

‘We maken geen ei-vervangers zoals Revyve’, zegt hij. ‘Het is niet zo simpel als: dierlijke eiwitten eruit, Fermotein erin. Die complexiteit is ook de kracht. Fermotein heeft allerlei gezondheidsvoordelen: de stoffen die erin zitten zijn goed voor de spieropbouw en darmgezondheid. Het poeder heeft ook een hoge concentratie spermidine, dat helpt om celveroudering tegen te gaan.’

The Protein Brewery Fermontein
Myceliumpoeder Fermotein bevat eiwitten, vezels en bioactieve stoffen. ‘Het is een complex product.’ Foto: The Protein Brewery

Voor wie nu direct aan sportvoeding denkt; die link legde Bosch ook. ‘Wims eerste idee was om een duurzaam ingrediënt voor visvoer te maken’, vertelt hij. ‘Daarna verschoof de focus naar vleesvervangers op basis van mycelium. Toen die markt onder druk kwam te staan, kwam er meer nadruk te liggen op gezonde bakkerijproducten: koekjes, repen en tortilla’s waaraan onze eiwitten en vezels waren toegevoegd.’

Lees ook: Verkoop vleesvervangers daalt, maar Impossible Foods durft het tóch aan in Nederland

Alleen was het probleem dat Amerika, op dat moment de grootste markt, daar veel minder van ging eten. Ozempic heeft een revolutie veroorzaakt in de VS, zegt Bosch. ‘Amerikanen die afslankmedicatie gebruiken, en dat zijn er veel, eten per dag gemiddeld 800 calorieën minder.’

‘Holy grail’ in startup-land

Onder zijn leiding is de koers verlegd naar sport- en gezondheidsvoeding en supplementen. Active nutrition en longevity, in Bosch’ woorden. Al is het bedrijf zeker niet van plan om zich tot die sector te beperken.

‘Uiteindelijk willen we de brede voedingsmarkt bedienen. We zien dit als springplank. Klanten in dit segment kunnen vaak sneller nieuwe producten lanceren dan grote voedselbedrijven, waar ontwikkeltrajecten soms jaren duren.’ Hij wijst op het zakje testpoeder van 20 gram. ‘Een grote Amerikaanse klant verkoopt deze zakjes al onder eigen merknaam, om bij te mengen in shakes.’

Die klant meldde zich eind vorig jaar met de mededeling dat hij de volledige productiecapaciteit voor 2026 – ongeveer 100 ton, ofwel 100 duizend kilo – wilde afnemen én bereid was om daarvoor garanties af te geven. ‘De holy grail in startup-land’, zegt Bosch. ‘Dankzij die order verwachten we 2026 met een omzet van 2 miljoen euro af te sluiten. Voor 2026 mikken we op 6 miljoen euro, het drievoudige. De grootste uitdaging die we nu hebben, is zorgen dat we het allemaal kunnen maken.’

Capaciteit opschroeven

Nu het eindelijk mag, start het bedrijf deze zomer met de verkoop in Europa. Dus moet de fabriek worden uitgebreid. Bosch, grijnzend: ‘Daar hadden we die 18 miljoen euro voor nodig.’ In Breda is plaats voor drie extra bioreactoren, naast de drie die er al staan. De eerste wordt volgend jaar geplaatst, waarmee The Protein Brewery de output kan opschroeven naar 600 ton (600.000 kilo) per jaar.

Uiteindelijk moet de productie uitkomen op ruim 2.000 ton (2 miljoen kilo) per jaar, de maximale capaciteit. ‘Dat punt willen we tegen 2030 bereiken, bij een omzet van 25 tot 30 miljoen euro’, zegt Bosch. ‘Daarnaast hopen we tegen die tijd dichtbij de opening van een nieuwe, veel grotere fabriek te zijn.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Die zal waarschijnlijk niet in ons land komen. ‘Voor echte impact is een schaal nodig die in Nederland moeilijk te realiseren is. Die fabriek zou vijf tot tien keer groter moeten worden dan wat we hier hebben staan. Die ruimte is er niet, de groene stroom is er niet. We kijken naar locaties aan de randen van de EU, zoals Oost-Europa.’

Al is het project volgens geestelijk vader De Laat pas echt geslaagd als The Protein Brewery op elk continent ‘brouwerijen’ heeft, zei de ondernemer in een podcast. Daar heeft hij gelijk in, knikt Bosch. ‘Alle continenten met uitzondering van Antarctica, zou ik zeggen. Wim heeft dit bedrijf opgericht met de filosofie om op schaal impact te maken. Dan moet je groot denken.’

Met lessen uit het leger wil oud-militair Justin Buitenhuis van Kipster een wereldwijd begrip maken

Met het eerste CO2-neutrale ei ter wereld zet Kipster een nieuwe standaard in de pluimveesector. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Aan de nieuwe ceo Justin Buitenhuis de taak om het merk te professionaliseren en uit te breiden. ‘We moeten geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen.’

Justin Buitenhuis Kipster
'We krijgen wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China.' Foto: Maaike Kooijman voor MT/Sprout

Nee hoor, de kippen hebben niet zo veel last van de hitte, zegt Justin Buitenhuis. ‘Ze eten alleen wat minder. Maar dat doen wij ook.’

We zijn op de Kipster-boerderij in Beuningen, vlak bij Nijmegen. Op één van de warmste dagen van het jaar doen de kippen precies wat mensen ook zouden doen: de schaduw opzoeken. De meeste scharrelen rond in de binnentuin. Of buiten, onder een afdakje. Slechts drie waaghalzen begeven zich buiten de schaduw.

Buitenhuis, per 1 juli de nieuwe ceo van het bedrijf, geeft een rondleiding over de boerderij. Die bestaat uit twee stallen, elk met ongeveer 24.000 kippen. Witte kippen, om precies te zijn: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk.

Beide stallen hebben een ‘binnentuin’. Die is overdekt, maar wel met veel daglicht. Er liggen grote takken en balen luzerne waar de kippen in kunnen pikken, de vloer ligt vol voer. ‘Dan kunnen ze lekker scharrelen’, zegt Buitenhuis. ‘Kippen besteden meer dan 60 procent van hun tijd aan het zoeken naar voedsel.’

Kipster
Alle stallen van Kipster hebben een ‘binnentuin’. Overdekt, maar met veel daglicht. Foto: Kipster

Nieuwe ceo Kipster

Deze week, op woensdag 1 juli, nam Buitenhuis officieel het stokje over van Kipster-oprichter en voormalig ceo Ruud Zanders. Aftredend ceo Zanders krijgt daarmee meer ruimte voor het werken aan nieuwe initiatieven binnen de voedseltransitie, luidt de verklaring. Wel blijft hij bij het bedrijf betrokken als aandeelhouder, ambassadeur en strategisch adviseur vanuit zijn eigen bedrijf OTA Food.

Buitenhuis: ‘Een paar maanden geleden zei Ruud: we hebben voor het eerst iemand gevonden die voor de organisatie én de missie kan zorgen. Een hele eer. Ik zag net op LinkedIn dat hij een boek gaat schrijven. Daar krijgt hij nu natuurlijk alle tijd voor.’

Lees ook: Ruud Zanders (Kipster): ‘Ik had vooral mensen van buiten de sector nodig’

De nieuwe ceo van Kipster loopt zelfverzekerd rond op de boerderij. Toch is hij geen boer − integendeel. Eerder was Buitenhuis executive director bij huurautobedrijf Sixt en en werkte hij acht jaar voor Jumbo. Bij de supermarkt was hij onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de e-commerce-operatie.

Hoewel Buitenhuis nu pas echt in de spotlight stapt, was hij het afgelopen jaar achter de schermen al druk bezig met het professionaliseren en uitbreiden van Kipster. Hij trad in april 2025 aan als co-ceo, destijds al met de intentie dat hij het stokje ooit volledig zou overnemen.

Zakelijke fundering op orde

Eiermerk Kipster werd in 2017 vanuit een duurzame filosofie opgericht door ondernemers Ruud Zanders, Maurits Groen, Styn Claessens en Olivier Wegloop. Nog datzelfde jaar zegde supermarktketen Lidl toe om de duurzamere eieren vijf jaar lang af te nemen. Inmiddels zijn er Kipster-boerderijen in Venray (2017), Beuningen (2020), Barneveld (2024) en Ysselsteyn (2026).

Vijf jaar geleden stak het merk bovendien de oceaan over: ook in de Amerikaanse staat Indiana zijn nu vier Kipster-boerderijen. Een duidelijk groeiplan zat daar niet achter, liet Ruud Zanders eerder doorschemeren in gesprek met Change Inc. ‘De kans voor de boerderij in de VS kwam simpelweg voorbij. Soms moet je gewoon kiezen en gaan.’

Gezond opportunisme, vindt Buitenhuis. Sommige kansen kun je niet laten liggen, zeker als het om een grote markt als de VS gaat. Maar zakelijk gezien waren niet alle keuzes even goed doordacht. ‘Kipster is in tien jaar keihard gegroeid’, legt de nieuwe ceo uit. ‘In die hectiek is er wat minder aandacht besteed aan de basis. Hoe richt je een organisatie in, en wat is nou de beste manier om op te schalen? Ik wil die zakelijke fundering goed op orde krijgen.’

Stap naar het buitenland

Buitenhuis wijst naar de VS, waar Kipster drie jaar lang een contract had met supermarktketen Kroger. Kroger verkocht de eieren onder zijn eigen private label. Nu dat contract is afgelopen, heeft Kipster ervoor gekozen zijn eieren onder het eigen merk te verkopen. Een grotere uitdaging qua naamsbekendheid, maar met meer vrijheid en communicatiemogelijkheden.

Vergelijkbare keuzes moeten gemaakt worden rondom de uitbreiding naar andere landen, zegt Buitenhuis. In Nederland worden Kipster-eieren door Lidl verkocht; in onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft de keten ook interesse getoond. Maar Kipster is er ook in gesprek met andere partijen. Buitenhuis: ‘In Nederland is Lidl heel duurzaam. Maar dat betekent niet per definitie dat dat ook voor andere landen geldt.’

Lees ook: Lidl passeert Jumbo in aantal bezoekers: slim verduurzamen levert discountsuper meer klanten op

Kipster krijgt wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China. ‘Soms serieus, soms iets minder.’

Toch kan Buitenhuis niet elk voorstel aannemen − simpelweg omdat het team daar nog niet groot genoeg voor is. In de hele organisatie, inclusief de operatie op de boerderijen, werken slechts enkele tientallen mensen. Aan Buitenhuis de taak om dat team uit te breiden.

Maar wel op een duurzame manier, benadrukt hij. ‘We moeten onszelf niet in bochten wringen om Kipster overal en nergens te introduceren. En we moeten ook geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen. We blijven trouw aan onze manier van produceren.’

Kipster
Kipster kiest bewust voor witte kippen: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk. Foto: Kipster

Zo veel mogelijk circulair

Kipster focust voor nu vooral op de grote markten: Noordwest-Europa en de VS. ‘Daar zijn we de komende jaren wel zoet mee.’ Want ook in die kernmarkten moeten belangrijke vakjes worden afgevinkt voor uitbreiding wordt overwogen. Denk aan een intrinsiek gemotiveerde productiepartner die de duurzame filosofie omarmt, maar ook een retailer die een langdurig contract voor gegarandeerde afname wil tekenen, zoals Lidl Nederland heeft gedaan.

Ook de beschikbaarheid van kwalitatieve reststromen om de kippen mee te voeden, speelt mee in de overweging. Kipster werkt zo veel mogelijk circulair. Meer dan 90 procent van wat de kippen te eten krijgen is afkomstig van reststromen, van brood tot onverkochte ijshoorntjes. Die worden aangevuld met eiwitrijke ingrediënten als graan en soms soja.

Een deel van de kippenmest wordt gebruikt bij de graanteelt voor het Kipster-brood. Brood dat niet verkocht wordt, gaat terug naar de kippen. De kringloop is compleet.

Geen boer, maar militair

Kipster haalt met Buitenhuis een bijzondere leider binnen. De nieuwe ceo doorliep zeker geen standaard corporate carrièrepad; voor Sixt en Jumbo werkte hij meer dan tien jaar bij Defensie. Als pelotoncommandant bij de infanterie werd hij in 2007 uitgezonden naar de provincie Uruzgan in Afghanistan.

Die ervaringen hebben invloed op hoe hij het impactbedrijf gaat leiden, zegt Buitenhuis. ‘In het leger werken ze veel met mission command. Dat is een vorm van leiderschap waarbij soldaten wordt verteld wát ze moeten doen, maar niet hóe ze het moeten doen. Ze krijgen veel ruimte om zelf in te vullen. De filosofie is daarbij dat je begint met 100 procent vertrouwen, in plaats van dat je dat eerst moet verdienen.’

Lees ook: ‘Klimaatgeneraal’ Tom Middendorp: ‘We kunnen niet blijven draaien op systemen uit Silicon Valley’

Ook buiten het leger werkt die strategie goed, heeft hij gezien. ‘Want als je vertelt hoe iets gedaan moet worden, sijpelt alle creativiteit weg.’

Hoe hij die leiderschapsstijl bij Kipster toepast? Door de kippenboerderijen in het buitenland niet zelf op te zetten, bijvoorbeeld. Voor internationale markten is er een franchisemodel. Buitenhuis: ‘We laten het boeren over aan de lokale boeren.’ Dat komt ook de snelheid van de uitbreidingen ten goede. ‘En als we de operatie uitbesteden, kunnen wij ons vooral richten op het merk en de filosofie.’

Bestaande stallen ombouwen

Niet alleen internationaal wordt er uitgebreid; die plannen zijn er ook voor Nederland. In 2024 spraken Kipster en Lidl de intentie uit om het aantal Nederlandse stallen uit te breiden van drie naar tien. Ook vanuit horeca en foodservice komen steeds meer aanvragen, zegt Buitenhuis. Momenteel levert Kipster onder meer aan De Efteling en cateringbedrijf Albron.

Het stikstofslot gooit enige roet in het eten. Voor het bouwen van nieuwe Nederlandse stallen krijgt het bedrijf simpelweg geen vergunningen, zegt Buitenhuis. Daarom bouwt het nu bestaande stallen om tot Kipster-stallen. De boerderij in Ysselsteyn die in mei werd geopend is daar een voorbeeld van. Met die extra locatie kunnen jaarlijks 15 miljoen eieren extra worden geproduceerd.

Afhankelijk van hoe de boerderij er eerder uitzag, heeft dat ombouwen nog wel wat voeten in de aarde. De eieren en het vlees van Kipster hebben het hoogst haalbare Beter Leven-keurmerk: drie sterren. Dat betekent dat de kippen een overdekte scharrelruimte moeten hebben die minstens even groot is als de stal, plus een vrije uitloop. Het dak van de stallen ligt vol zonnepanelen, die voor eigen energieopwek zorgen.

CO2-neutraal én winstgevend

Kipster produceert naar eigen zeggen de eerste CO2-neutrale eieren ter wereld. De broeikasgassen die wel worden uitgestoten, worden gecompenseerd met carbon credits. Hoewel deze duurzamere manier van kippen houden meer geld kost, zijn alle Kipster-boerderijen winstgevend. ‘Veel impactbedrijven hebben moeite om hun verdienmodel rendabel te maken’, weet Buitenhuis. ‘Ook Kipster heeft die uitdaging gevoeld, maar het is wel gelukt.’

Lees ook: 100 ceo’s eisen structureel beleid voor duurzame economie: ‘Zo kunnen we niet concurreren’

Dat heeft onder meer te maken met de afnamegaranties van partners, maar ook met kostenreductie. Het bedrijf zoekt bijvoorbeeld constant naar manieren om reststromen zo goed én goedkoop mogelijk naar kippenvoer om te zetten. En in de stallen zelf is veel geautomatiseerd, met het eieren rapen als belangrijkste voorbeeld.

Dat Kipster met een ‘kostprijs-plus’-model werkt, komt het verdienmodel ten goede. Het rekent een standaard prijs per ei, bestaande uit wat het kost om een ei te produceren en daarbovenop een winstmarge. Daardoor is Kipster relatief ongevoelig voor prijsveranderingen op de eiermarkt.

Buitenhuis: ‘Bovendien krijgen de boeren zo een eerlijke prijs, waar ook de retailer mee uit de voeten kan.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Leidend voorbeeld

Buitenhuis werkt de komende jaren niet alleen hard aan een wereld waarin Kipster wereldwijd een begrip is, maar ook aan een wereld waarin circulair en diervriendelijk produceren de norm is. ‘Ik hoop dat onze manier van produceren uiteindelijk de standaard wordt. Niet alles hoeft Kipster te zijn, maar laat ons dan het leidend voorbeeld zijn dat laat zien dat het kan.’

Daarmee gaat de oud-militair deels terug naar zijn roots. In Afghanistan werd hem meer dan ooit duidelijk dat impact maken voldoening geeft, hoe tijdelijk of plaatselijk ook. Bij Kipster zet hij die strijd om een betere wereld voort. ‘In elke militair zit uiteindelijk een impactmaker.’