Een houten puzzeltje van dertien stukjes, in de vorm van een bol. Een simpel, misschien zelfs lullig stuk speelgoed. Toch bleek het cruciaal bij de vergadering waarin Diederik Samsom de dertien wetsvoorstellen uit het Fit for 55-pakket erdoorheen moest krijgen.
Vier jaar lang werkte Samsom – kernfysicus, oud-campagneleider van Greenpeace en voormalig fractievoorzitter van de PvdA – als kabinetschef voor Frans Timmermans in Brussel. Hij was degene die verantwoordelijk was voor het aansturen van Timmermans’ team en daarmee voor zijn belangrijkste wapenfeit als Eurocommissaris: de Green Deal, waarin de Europese ambitie om in 2050 klimaatneutraal te worden is vastgelegd.
Aansluitend werd een serie wetsvoorstellen opgetuigd om dat klimaatdoel te halen. En net als bij de houten puzzel, betoogt Samsom, grijpen die wetten allemaal in elkaar. Samen vormen ze één geheel, maar trek er een stukje uit, en het hele bouwwerk is uit balans. Hij houdt het stuk speelgoed omhoog terwijl hij zijn verhaal doet. Het werkt. De onderhandelingen duren maar liefst 29 uur, maar uiteindelijk wordt het hele pakket aangenomen.
Klimaaturgentie komt en gaat
En of hij de puzzel nog heeft, zegt hij als we ernaar vragen. Twee zelfs – hij tovert ze met een brede grijns tevoorschijn. Van een van de puzzels is een stukje kwijt. ‘Ik ben het nog steeds aan het zoeken. Heel irritant.’
Het is onbedoeld symbolisch. Inmiddels zijn we vier jaar verder en draait Europa de groene plannen waarvan hij medearchitect was, stukje bij beetje terug. Een van de verordeningen waaraan driftig gemorreld wordt, is het verbod op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2035. Samsom is niet verrast. Toen hij in 2019 in Brussel begon, wist hij dat hij weinig tijd had.
‘Klimaaturgentie komt en gaat op de golven van de maatschappelijke conjunctuur’, vertelt hij. ‘Wij zaten op zo’n golf. Die begon met het Parijsakkoord in 2015 en werd versterkt toen Greta Thunberg in september 2018 voor haar school ging zitten om te staken voor het klimaat. Ik wist: die golf gaat ook weer weg. Dus dan moet de Green Deal sterk genoeg zijn om te overleven. Tot nu toe is dat zo.’
‘Tot uw dienst’
De constructie zal niet instorten als bij de Green Deal hetzelfde gebeurt, zegt hij, maar er wordt wel een gat in geslagen. ‘In de logica van de Green Deal worden brandstoffen dan veel duurder. Vanaf 2028 geldt er een emissiehandelssysteem voor transport (de ETS-2, waarmee de uitstoot van CO2 wordt belast, red.). Als het niet via elektrificatie gaat, zal de sector op een andere manier moeten decarboniseren. Bijvoorbeeld door versneld alternatieve brandstoffen – biofuels – bij te mengen. Die hebben één ding met elkaar gemeen, namelijk dat ze een stuk duurder zijn dan fossiele benzine.’
Daar zit de industrie ook niet op te wachten. In dat geval rest er volgens Samsom nog één andere optie en dat is de boel weer volledig afbreken. ‘Het emissiehandelssysteem ontmantelen, de groene doelstellingen ontmantelen. Dat kan. In een democratie kan alles. Maar dat zie ik voorlopig niet gebeuren. Ik heb daar in elk geval geen aanwijzingen voor.’
Wel is de invoer van de ETS-2 met een jaar uitgesteld. Waarmee een jaar aan inkomsten wordt weggegooid, concludeert Samsom. Geld dat ook naar de energietransitie had kunnen gaan. Schamper lachje: ‘Tot uw dienst. Nu begint het hele feest een jaar later. Dat lijkt me buitengewoon onverstandig.’
Auto-industrie wil echt wel
Het beeld rijst van een industrie die überhaupt niet wil verduurzamen, maar dat is een misvatting, zegt hij. ‘Autofabrikanten willen echt wel. Zoals Kodak heus wist dat digitale fotografie de toekomst was, weet deze sector heel goed dat de elektromotor volstrekt superieur is ten opzichte van de verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor zet slechts 40 procent van de brandstof die erin gaat om in draaiende wielen, bij een elektromotor is dat bijna 100 procent.’
Ze zijn alleen te laat begonnen. Samsom: ‘De sector heeft zich ongenadig in de voet geschoten met dieselgate en daarmee een heel decennium vermorst. De jaren tussen 2010 en 2020, precies de periode waarin de Chinezen hun industrie hebben opgebouwd en richting elektrisch hebben geduwd.’
Lees ook: Hoe een weeskind van het Chinese platteland Tesla-rivaal BYD uit de grond stampte
Inmiddels zijn Europese producenten bezig aan een inhaalslag. ‘Laten we wel wezen’, zegt Samsom. ‘Het zijn geen pannenkoeken. Ze weten echt wel hoe ze auto’s moeten maken.’ Ze worden bovendien een handje geholpen door de capriolen van Elon Musk: deze zomer versloeg Volkswagen Tesla als het meest verkochte EV-merk in Europa. ‘We moeten ook niet vergeten dat de industrie in de jaren 80 ook al eens is doodverklaard, toen de Japanners opkwamen. Dat is destijds ook niet gebeurd.’

De lobby, die volgens Samsom eerder van de lidstaten dan van de industrie zelf komt, moeten we vooral zien als een ‘tactische manoeuvre’. Belangrijke auto-producerende landen ruiken een kans om meer geld los te krijgen voor hun geplaagde industrie, geld dat bovendien hard nodig is om de Chinese concurrentie van het lijf te houden.
‘Als ik de ceo van een autobedrijf zou zijn, zou ik ook niet klagen als er mogelijk extra subsidie mijn kant opkomt. Maar die deadline zal uiteindelijk gewoon blijven staan. Sterker nog, ik durf wel te beweren dat de laatste auto met verbrandingsmotor in Europa voor 2035 van de band rolt.’
Groene wetten uitgekleed
In 2024 vertrok hij uit Brussel. Uit het Berlaymont-gebouw dan, want hij woont nog altijd in de Belgische hoofdstad. Nu is hij voorzitter van de raad van commissarissen van Gasunie, het staatsbedrijf dat bezig is met de transformatie van aardgas naar waterstof en CO2-opslag, en betrokken bij verschillende duurzame energieprojecten. Klinkt als een volle agenda, toch vond hij tijd om er een boek naast te schrijven: Groene supermacht, over zijn jaren in Brussel.
Die titel lijkt wat ongelukkig gekozen nu Europa haar groene wetten juist uitkleedt. Het hing al in de lucht, maar een dag nadat we Samsom spreken, stemt het parlement in met het afzwakken van de CSDDD. Deze richtlijn staat bekend als de ‘antiwegkijkwet’ en verplicht bedrijven om misstanden in hun waardeketens aan te pakken.
Alleen hoeven een stuk minder bedrijven dat te doen dan in de oorspronkelijke plannen de bedoeling was. De drempel is flink verschoven: van 1.000 medewerkers en een omzet van 450 miljoen euro, naar 5.000 medewerkers en een omzet van 1,5 miljard. De scope van de CSRD-rapportageplicht werd eerder ook al fors teruggeschroefd, waardoor 80 procent van de bedrijven die oorspronkelijk moesten rapporteren, dat nu niet meer hoeft.
‘Cynische lobby’
Samsom vindt het een cynische lobby. ‘Bedrijven wilden pas dingen gaan doen nadat ze in kaart hadden wat ze moesten doen, dus zijn we begonnen met rapporteren. Toen was het verhaal ineens: ja, nu schrijven we alleen maar dingen op, dat is zinloos. Goed, de wereld zou niet veel beter worden van meer rapportages, en wordt omgekeerd dus ook niet veel slechter van minder rapportages. In die zin is het een sideshow. Maar we missen nu de opmaat tot actie. Bovendien gaan de rapportageverplichtingen over natuur, biodiversiteit en mensenrechten – de zachte waarden. Bedrijven vertelden me de afgelopen vijf jaar met tranen in hun ogen en de hand op het hart dat ze het heus niet doen omdat het moet, maar omdat ze het vóélen.’
Nou, niks daarvan. ‘Destijds had ik daar al enige twijfel bij, maar het bedrijfsleven heeft wel een paar goede stappen gezet. Dus ik had reden om te denken dat het dit keer serieus was. En er zijn ook genoeg organisaties die doorgaan, ook al hoeft het niet. Dat zijn in mijn voorspelling de winnaars van morgen.’ Wie dat zijn? ‘Bij een zo’n bedrijf zit ik als toezichthouder. Maar goed, een staatsdeelneming heeft net even een ander umfeld dan een beursgenoteerde club.’
Lees ook: Willemien Terpstra (Gasunie): ‘Waterstof komt er, met alleen elektriciteit redden we het niet’
Hij denkt na. ‘Nou, dat maakt het dus cynisch, dat ik er niet eens uit de losse pols een paar kan opnoemen. Vroeger had ik Unilever en DSM gezegd, maar sinds Paul Polman en Feike Sijbesma weg zijn, kan ik die niet zomaar meer in dat rijtje scharen.’
‘Verzakelijkte’ versie van Green Deal
De Europese Commissie wil minder regeldruk voor bedrijven. De dereguleringsgolf die momenteel door Brussel raast, is onderdeel van een nieuw plan om de industrie te versterken, de in februari 2025 gepresenteerde Clean Industrial Deal. Platgeslagen is het een ‘verzakelijkte’ versie van de Green Deal, stelt Samsom. ‘Toen gingen we het klimaat redden en was dat ook goed voor de economie. Nu redden we de economie en is dat ook nog eens goed voor het klimaat.’
De Clean Industrial Deal is een keihard businessplan, zegt hij. De Green Deal was dat uitdrukkelijk niet. ‘Daarmee is wel wat verloren gegaan. De Green Deal ging ook over die andere cruciale crisis die we maar niet willen bestrijden, de biodiversiteitscrisis. Terwijl die misschien wel een grotere bedreiging voor toekomstige generaties en hun welzijn is dan de klimaatcrisis.’ Maar de bloemetjes en bijtjes hebben geen businesscase, schrijft hij in zijn boek. Op de Natuurherstelwet was het dus een stuk makkelijker schieten.
Terwijl ongeveer de helft van de wereldwijde economie afhankelijk is van de natuur, becijfert het World Economic Forum. Is daar geen prijskaartje op te plakken? ‘Nee’, zegt Samsom. ‘Vergelijk het met de preventieve en de curatieve zorg. Mensen gezond houden is veel goedkoper dan mensen beter maken. En toch is er geen businesscase voor het gezond houden van mensen. Maar goed, twintig jaar geleden was die er voor zonnepanelen ook niet en stond ik als activist in de regen op lege pleinen te schreeuwen. En kijk nu eens.’
Hij is een techno-optimist. Een vrij onverwoestbare zelfs. ‘Maar we zouden onszelf een grote dienst bewijzen door niet alleen maar op de allerlaatste, duurste technologie te leunen om ons klimaatsysteem te stabiliseren.’ Europa mag best wat van haar burgers vragen, vindt hij. In het bijzonder op het gebied van ons dieet. ‘In theorie kunnen we met 10 miljard mensen op deze planeet in Europese welvaart verblijven. Op één ding na: als we allemaal eten als een Europeaan, dan past het niet.’
Mensen hoeven heus niet en masse veganist te worden, niets eens vegetariër, schrijft hij. Meer wit vlees, zoals kip, in plaats van rundvlees en meer peulvruchten en noten op het menu zou al een enorm verschil maken. ‘Maar bij de afwezigheid van politieke moed, blijkt dat nu niet haalbaar.’
Geen vervanger
Tegelijk met het interview is in Belém (Brazilië) de COP30 bezig, de jaarlijkse VN-klimaattop. Het is een van de weinige COP’s waar Samsom niet aanwezig is, zegt hij. ‘Maar ik heb daar nu geen functie. En om er als toehoorder rond te gaan lopen, daarvoor is Brazilië te ver.’
Jarenlang was Europa de kartrekker tijdens die toppen, het continent dat de rest van de wereld op sleeptouw nam. Zijn we nog serieus te nemen in die rol nu we onze eigen klimaatwetten ontmantelen – sideshow of niet? ‘Zeker’, zegt Samsom. ‘Maar wel in mindere mate dan vroeger. Europa is nu iets minder de morele leider van het geheel. Je kunt ook redeneren dat dat vooral aan de rest van de wereld ligt, want zelfs met afgezwakte doelstellingen lopen we nog steeds ver voorop. En er is geen vervanger. Europa is nog steeds de enige die dit doet.’
Zoom iets uit op de wereldkaart en je ziet dat Europa alles in zich heeft om een groene supermacht te worden, betoogt hij in zijn boek. ‘Kijk naar het oosten en je ziet Oekraïne, kijk naar het zuiden en je ziet Noord-Afrika. Als we strategische partnerschappen met die regio’s sluiten, hebben we een stukje aarde dat in alles een supermacht kan zijn. Dan hebben we de energie, de grondstoffen en de mensen om die strategische autonomie die we nastreven in deze nieuwe grimmige wereld, daadwerkelijk te realiseren.’
In die zin is de titel van zijn boek vooral een belofte. Een middel om wat tegenwicht te bieden aan al het cynisme bovendien. Want er zijn kansen en er is een weg – en ook niet onbelangrijk, Samsom is liever optimistisch dan cynisch. ‘Zie het als een oproep.’
Europa kan de wereld weer op koers brengen richting een duurzame toekomst. Daarvan is Diederik Samsom, medearchitect van de Green Deal, overtuigd. In Groene supermacht, dat op 18 november verschijnt bij De Correspondent, laat hij zien hoe het in Brussel werkt, waar het stokt en wat er nodig is.
.
.
.



