Een positief geluid uit de wereld van plasticrecyclers: de Eindhovense scaleup BlueAlp gaat fors opschalen. Er komt een productiefaciliteit in Kampen, de capaciteit van de fabriek in Oostende wordt verdubbeld en er staat een nieuwe fabriek in Rotterdam op de planning.
‘We focussen op hoogwaardig recyclaat’, zegt ceo Valentijn de Neve van BlueAlp. ‘Daarbij is concurreren op de laagste prijs niet de dominante factor.’
BlueAlp heeft al een klantenkring voor verpakkingen in sectoren als voeding en medische apparatuur. De Neve: ‘In de nichemarkten waar we actief zijn, weegt het belang van circulaire inkoop zwaarder dan de vraag of de prijs direct concurrerend is met niet-gerecycled plastic. Daarnaast zie je dat de interesse voor circulair plastic toeneemt vanwege nieuwe Europese regelgeving.’
Nieuwe Europese verpakkingsregels brengen onder meer een verplichting om vanaf 2030 minimaal 10 procent gerecycled plastic te gebruiken. ‘De verpakkingssector begint daar nu al op voor te sorteren. Structurele aanpassingen bij de inkoop moet je zo’n drie jaar van tevoren geregeld hebben.’
Chemische recyling van plastics
BlueAlp houdt zich bezig met zogenoemde chemische recycling. Dat is een andere tak van sport dan mechanische recycling, waarbij doorgaans goed scheidbare, hardere plastics (zoals PET) worden gesorteerd en vermalen tot homogene vlokken. Daarvan worden dan nieuwe plastics gemaakt.
Chemische recycling richt zich op plastic afval dat niet geschikt is voor mechanische recycling en daardoor veelal in verbrandingsovens verdwijnt. Dat gaat gepaard met veel CO2-uitstoot. Bovendien kan er ook methaan vrijkomen als plastic lang op stortplaatsen blijft liggen.
BlueAlp neemt een breed scala van plastics in als grondstof. In de fabriek wordt dat verhit onder zuurstofarme condities (pyrolyse). Daarbij ontbindt plastic materiaal tot eenvoudige koolwaterstoffen. Op deze manier produceert het bedrijf pyrolyse-olie. Dat is een bouwsteen voor de productie van volledig nieuwe plastics zoals verpakkingsfolie.
Minder verbrand, minder afhankelijk van aardolie
Pyrolyse-olie is in de chemiesector een niet-fossiel alternatief voor zogenoemde nafta uit aardolie. De Neve noemt meerdere voordelen van zijn technologie: ‘Circulaire recycling zorgt ervoor dat minder plastic in verbrandingsovens belandt. Daarnaast is er het strategische voordeel dat je de afhankelijkheid van olie-importen verkleint.’
In Eindhoven worden fabrieksonderdelen zoals reactorvaten en pijpleidingen geproduceerd. De pyrolyse-fabrieken worden op andere locaties neergezet. In Rotterdam en Kampen gaat BlueAlp dat in eigen beheer doen, maar het bedrijf werkt ook met een licentiemodel. Zo zijn er overeenkomsten gesloten met het Italiaanse afvalverwerkingsbedrijf RES en biochemiebedrijf BioBTX in Delfzijl.

Productiecapaciteit keer vijf
De bestaande fabriek in het Belgische Oostende heeft een productiecapaciteit van 24.500 ton pyrolyse-olie per jaar. Woensdag kondigde BlueAlp aan dat die capaciteit wordt verdubbeld. Verder komt er, mede dankzij een subsidie van 21 miljoen euro van het EU Innovation Fund, een pyrolyse-fabriek in Kampen met een capaciteit van 50.000 ton. Die staat gepland voor 2029.
En daar houdt het nog niet op. In samenwerking met LBC Terminals ontwikkelt BlueAlp in Rotterdam een fabriek met een capaciteit van 40.000 ton. Daarmee groeit de eigen productiecapaciteit de komende jaren naar zo’n 140.000 ton pyrolyse-olie per jaar, een ruime vervijfvoudiging.
Eerst het fundament, dan opschalen
Gevraagd naar de uitdagingen op de markt voor Europese plasticrecyclers wijst De Neve op het lange aanlooptraject. ‘Het bedrijf bestaat al sinds 2014. In de vroege periode is er in Zwitserland een demonstratiefaciliteit gebouwd. De lastigste fase is die tussen het realiseren van een demonstratieproject op labschaal en de bouw van een commerciële fabriek. We hebben dat bewust rustig aangepakt, zodat we zeker wisten dat de technologie echt werkt zoals we willen.’
Nu BlueAlp ook meer interesse ziet voor circulair plastic van multinationals uit onder meer de foodsector, vallen verschillende puzzelstukjes op hun plek. ‘Je moet opschalen als het fundament echt staat’, zegt De Neve. ‘Dat helpt ook bij de verkrijgen van financiering.’
Hij wijst erop dat BlueAlp nu in een fase zit waarin het risico van werken met nieuwe technologie afneemt, terwijl het marktperspectief verbetert. ‘Daardoor zijn niet alleen bestaande aandeelhouders Borouge International, Shell, Rumali, Den Hartog en Mourik bereid om verder te investeren, maar het is ook de reden waarom de nieuwe projecten in aanmerking komen voor bankfinanciering. En de Europese innovatiesubsidie geeft dan een extra duwtje in de rug.’
Dit artikel verscheen eerder op Change Inc., net als MT/Sprout onderdeel van de MT Mediagroep.



