Aan gespreksstof op verjaardagsfeestjes heeft ze geen gebrek meer. Iedereen wil van haar weten ‘hoe het nou zit met Gasunie’, vertelt ceo Willemien Terpstra aan MT/Sprout. Ze is nu net een jaar topvrouw bij het Groningse staatsbedrijf.
Daarvoor heeft ze 29 jaar gewerkt bij een Amerikaanse chemiegigant, LyondellBasell, met een omzet van zo’n 40 miljard dollar. Buiten de chemiesector kent geen hond dat bedrijf in Nederland. Het tien keer zo kleine Gasunie daarentegen kent iedereen.
Bij haar benoeming wordt Terpstra in media als het Financieele Dagblad opeens opgevoerd als de vrouw die met haar collectie glitterlaarzen Gasunie wel even zal transformeren. Ook de Amerikaanse cowboymentaliteit van haar vorige werkgever komt uiteraard aan bod.
Meteen in de spotlights
Hoe vindt ze het dat ze al bij haar benoeming zo in de spotlights wordt gezet? ‘Feministische vriendinnen vonden er wel wat van dat het kennelijk over mijn schoeisel moet gaan, maar zo voel ik dat niet.’
‘Ik moet daar eigenlijk wel om grinniken. Het past bij wie ik ben, iedereen zal dat herkennen. Ik ben daarnaast ook erg van doorpakken, vooral vanuit de pragmatische kant. Dat heb ik van vroeger meegekregen.’ Van het meedraaien op jonge leeftijd in het bedrijf van haar vader, een handelaar in Fries stamboekvee, verduidelijkt ze.
Die glitterlaarzen heeft ze al meerdere keren gedragen op kantoor in Groningen. Heeft Gasunie ook al kennisgemaakt met de cowboy in haar? ‘Dat valt wel mee. Maar een van onze bestuursleden gaat een mooie nieuwe rol opnemen (cfo Janneke Hermes, red.). Bij haar laatste vergadering heb ik een rap voor haar gemaakt. Dat stukje gekkigheid hadden de mensen nog niet eerder van me gezien.’
Van glitterlaarzen naar veiligheidslaarzen
Rubberen laarzen heeft ze ook al heel wat gedragen bij haar bezoeken aan de projecten van Gasunie. Veiligheidslaarzen, corrigeert ze. Daar geniet ze ook enorm van. Als ze tenminste niet vergeet om haar brooddoos mee te nemen. ‘Normaal ga ik voor de lunch naar de bedrijfskantine. Daar had ik dus niet over nagedacht.’
‘Bij zo’n bezoek ben je de hele dag in het veld met de collega’s, en dan krijg je best trek. Als je dan bijna van je graatje gaat, wordt er toch een bammetje met je gedeeld. Ik vind dat heerlijk, zo leuk.’
Ze leert bovendien veel van dat veldwerk, dus ze blijft die projecten bezoeken. ‘Niet alles is perfect, dus ze nemen daar ook geen blad voor de mond. Dat is alleen maar goed om te horen.’
Ondernemerschap bij een staatsbedrijf
Terpstra ziet sindsdien overal gele paaltjes staan in het landschap; daaronder liggen de gasleidingen van Gasunie. Daar komen straks steeds meer paaltjes bij, voor waterstof of groen gas. Gasunie bouwt de infrastructuur voor gas namelijk om naar een veel bredere infrastructuur voor duurzame energie.
Bij zo’n grote transformatie kan ze ook haar ‘ding doen’, haar pragmatisme combineren met daadkracht. Botst dat dan niet met een staatsbedrijf? ‘Het zal sommigen verbazen hoeveel ondernemerschap er van ons wordt gevraagd.’
Niet zozeer bij het volledig gereguleerde aardgastransport. Daar is Gasunie monopolist in en gaat het vooral over het borgen van energiezekerheid. Die ‘energiezekerheid staat op nummer 1 tot en met 100’, legt ze uit.
De andere activiteiten – terminals, opslag, connectoren – zijn echter minder gebonden aan regulering. ‘Daar zit de ondernemingszin in dit bedrijf. Ook veel meer dan ik van tevoren had gedacht. Maar die omslag naar nieuwe markten vraagt ook de bereidheid om risico te nemen. Daar hebben we in onze cultuur nog wat meer op te focussen.’
Vraag naar gas blijft langer bestaan
Ondertussen blijft ook de vraag naar gas gewoon bestaan, misschien nog wel ‘langer dan oorspronkelijk verwacht’. Dat gas komt uit andere bronnen en ook manier waarop het wordt aangevoerd is anders geworden. ‘Het gas moet nog steeds naar de huishoudens en de industrie, dus in die zin is onze rol niet veranderd.’

Ze heeft wel gemerkt dat er bij het groot publiek ‘nog veel verwarring is’ over Gasunie. ‘We worden vaak gelinkt met de aardbevingen en de productie van gas. Maar dat is uit onwetendheid. Het effect van Groningen voelen wij zelf ook. We hebben natuurlijk veel werknemers die in dat gebied wonen, dus die worden daar zelf ook door geraakt.’
Elke keer goed uitleggen wat de rol van Gasunie precies is, vindt ze ook geen probleem. ‘Wij hebben niets te maken met die gaswinning of met de commerciële verkoop van gas. Wij zijn van de ondergrondse snelwegen die energie transporteren. We doen puur en alleen de infrastructuur.’
Naam Gasunie veranderen?
Vanwege die gevoeligheid vindt ze het wel belangrijk om het verhaal van haar bedrijf goed te vertellen. Ze heeft gemerkt dat het voorbereiden van een standaardtekst, zoals ze in het begin bij publieke optredens deed, niet bij haar past. Daar is ze te spontaan voor, dan voelt ze dat ze ‘te krampachtig wordt’.
De optredens als topvrouw gaan haar inmiddels steeds beter af, maar ze blijft het ‘best spannend’ vinden. ‘Elke keer denk ik weer van tevoren: ‘waarom wilde ik dit ook alweer?’ Ze leunt dan op het inhoudelijke, daar is ze van nature goed in. ‘Al heb ik soms de neiging om te veel inhoudelijke details te vertellen.’
Na zo’n uitleg over wat Gasunie doet, krijgt ze steevast de vraag waarom ze de naam van het bedrijf niet verandert. ‘Daar ben ik tot nu toe heel terughoudend in.’ Ze verwijst naar het recente reputatieonderzoek. Dat bevestigt de verwarring bij de bevolking, maar dat gaat niet ten koste van ‘het positieve imago’.
Waterstof gaat te traag
‘Met name in de industrie komen we naar voren als zeer betrouwbaar, zeer gedegen, een kwalitatief hoogstaand bedrijf’, zegt Terpstra. Die reputatie is kostbaar. Bovendien is het bedrijf nog altijd bezig met gassen. Waterstof is een gas, groen gas is een gas, CO2 is een gas, somt ze op.
Het woordje unie staat voor samenwerken en dat wordt alleen maar belangrijker in de toekomst. ‘Ik zie de noodzaak niet om te veranderen. De naam Gasunie is nog zeer toepasselijk.’
Waar wordt ze als boegbeeld het meest over aangesproken? ‘Over waterstof. Mensen zien dat minder snel ontwikkelen dan gedacht. Maar het is een compleet nieuwe waardeketen. Die is grillig, die zal niet in een rechte lijn omhooggaan. Ik had ook liever gehad dat het sneller zou gaan, want met alleen elektriciteit red je het niet. Je hebt voor de transitie beide nodig en ze versterken elkaar.’
Lees ook: ‘De waterstofeconomie kun je niet overlaten aan de markt’
Powerhouse de Noordzee
Nederland heeft belangrijke troeven voor de transitie. De haven, ‘het powerhouse de Noordzee’ met windparken. ‘Maar je ziet nu al dat we 1500 uur per jaar zon en wind moeten uitzetten in Nederland’, zegt Terpstra. ‘Dat is bijna 2,5 maand per jaar, omdat er niet voldoende vraag is naar elektriciteit of omdat we die opgewekte stroom niet kunnen transporteren.’
Door daar waterstof tegenover te zetten, ontstaan veel voordelen. Het transport via waterstof is een factor twintig goedkoper over lange afstanden, geeft ze als voorbeeld. De hernieuwbare energie die nu niet gebruikt wordt, kan wel degelijk worden benut om waterstof op te wekken. Ze noemt dat ‘het verhogen van de draaiuren van groene stroom’.
Netcongestie verlichten
Ook de veelbesproken netcongestie kan erdoor worden verlicht. Samen zijn ze complementair, legt ze uit. ‘Er zijn droeftoeters die elke vertraging zien als een signaal dat waterstof er niet meer komt. Maar die waterstof komt wel. De noodzaak blijft en onze ambitie blijft, al hebben we wel nog wat stappen te maken.’
Waterstof is duur, omdat die markt nog opgebouwd moet worden. Ze hoort dat ook vaak als topvrouw: er moet nog zoveel worden geïnvesteerd in de infrastructuur. De infrastructuur van Gasunie kan hier volgens haar juist een cruciale rol spelen. ‘Dat drijft ons om door te pakken. Niets doen is geen optie, want dat kost uiteindelijk nog veel meer dan de stap naar verduurzamen.’
Al is ze enorm resultaatgericht, Gasunie is ‘slechts een schakel’ in de hele transitie. ‘Maar wel de eerste in de verduurzaming die tot stand moet komen. Wij zijn de connector, dus het begint bij ons. Daarvoor voel ik een enorme verantwoordelijkheid.’
Enorme urgentie
‘Bij mij zit er daardoor ook een enorme urgentie in. Ik zie hoe kritisch het wordt als we te lang wachten. Wij willen juist versnellen voor de industrie. Oplossingen bieden om ervoor te zorgen dat de industrie hier in Nederland blijft.’
Waar loopt ze dan tegenaan? ‘Vergunningen zijn over de hele linie een thema. Dat is echt complex geworden. Als je iets wil aanleggen, dan ben je acht tot tien jaar kwijt met het regelen van vergunningen.’
De overheid kan hier wel degelijk een rol in opnemen, vindt ze. ‘Toen aardgas werd uitgerold had je bepaalde wetgeving waardoor je vanwege het strategische belang versneld pijpleidingen kon leggen. Dat kun je nu ook toepassen op waterstof en CO2, omdat dat net zo belangrijk is.’
Lees ook: Waarom niemand kerncentrales wil bouwen in Nederland
Concurrentiepositie van de industrie
Betekent dat veel lobbywerk? ‘Dat vind ik een heel negatieve connotatie hebben. Het is mijn rol en in bredere zin die van Gasunie om de knelpunten inzichtelijk te maken en het kabinet daarover te adviseren. Wij proberen daarbij oplossingen aan te dragen voor een gedeelte van die knelpunten.’
Haar pragmatisme komt bij die gesprekken van pas, heeft ze gemerkt. ‘Als mensen zeggen van “nee dat kan niet”, dat werkt bij mij niet zo lekker. Hoe kunnen we het dan wel mogelijk maken? Dat is de vraag die ik dan altijd stel. Wel vanuit de samenwerking, vanuit het zoeken naar oplossingen. Continu zeggen wat er niet werkt, brengt ons niet verder.’
Voor de energietransitie zijn groen gas, waterstof en hernieuwbare elektriciteit allemaal nodig, benadrukt ze. ‘Daarom vind ik het verrassend dat mensen die in renewable elektriciteit zitten waterstof niet wat meer omarmen.’ Waterstof is cruciaal om de verduurzaming betaalbaar te houden en daarmee de concurrentiepositie van de industrie te behouden.
Kantelpunt is bereikt
Terpstra gelooft echt dat het kantelpunt is bereikt. Wordt er verduurzaamd met of zonder de industrie? ‘Als we dat zonder de industrie doen, is dat desastreus voor Europa. Voor de werkgelegenheid, het verdienvermogen, de brede economie. Zo raken we onze autonomie kwijt en worden we kwetsbaar.’
De industrie heeft altijd moeite gehad om ‘de kop boven het maaiveld’ uit te steken, weet ze nog uit haar vorige baan. Daardoor is er ook te weinig naar de industrie geluisterd. Terpstra luistert wel. De boodschap die ze krijgt, is dat het wat sneller kan bij Gasunie.
Opschieten dus, en dat past precies in haar straatje. ‘Bij ons gaat het niet meer over PowerPoints. We zijn echt aan het bouwen. We zijn de aardgasleidingen nu aan het ombouwen, zodat ze klaar zijn voor waterstof.’
Met WarmtelinQ wordt restwarmte uit de Rotterdamse haven naar bedrijven en huizen in Zuid-Holland getransporteerd. Porthos is het project waarmee in diezelfde haven CO2 wordt afgevangen, opgeslagen en hergebruikt. ‘We zijn met heel positieve dingen bezig en daar word ik zelf altijd blij van.’
Ook voor Gasunie moet de grond open
Gasunie heeft ook een voordeel ten opzichte van andere duurzame initiatieven, zoals het bouwen van windmolens, zonneparken of elektriciteitsnetten. ‘Wij hebben minder impact op het uitzicht van de burgers. Maar tegelijkertijd moet de grond voor ons wel open.’
Bij de aanleg van warmtenetten lopen de leidingen van Gasunie ook dwars door woonwijken, geeft ze een voorbeeld. ‘Dat vinden mensen niet prettig. Daarom zoeken we het overleg en de samenwerking. Met de gemeente, met de lokale buurthuizen, zeg maar de juiste achterban.’
‘We luisteren goed naar de problemen en de zorgen, en we doen daar wat aan. Als mensen geen parkeerplaatsen meer hebben bijvoorbeeld, dan leggen we die op een andere plek tijdelijk aan. Dat zal niet voor iedereen het goede antwoord zijn, maar je zet wel stappen vooruit.’
Sparkeltjes in relaties
Om vooruit te kunnen, zet ze bij alle gesprekken die ze voert, van hoog tot laag, sowieso veel in op haar ‘luisterende kant’. ‘Ik probeer wel graag de persoonlijke verbinding te maken met mensen. Ben ik open genoeg? Snap ik waar ze vandaan komen? Dat begrip is nodig om de verbinding te kunnen vinden.’
‘De glitterlaarzen die ik draag, verwijzen voor mij ook naar de sparkeltjes in de relaties. Ik krijg daar zelf ook energie van. Ik ben resultaatgericht, maar met de glimlach. Dat maakt het een stuk leuker om met elkaar samen te werken.’
Waar krijgt ze buiten het werk energie van? Van ‘echte Friese dingen’, zegt ze, zoals zeilen, schaatsen en een beetje hardlopen.
Ze kijkt al uit naar april. Dan komen de catamarans weer op het strand. Ze zeilt graag met een vriendin in het weekend. Dat helpt om ‘in de positieve energie te blijven staan’. Goed concentreren is dan ook uiterst belangrijk, want ‘anders sla je over de kop’ met een kleine catamaran. ‘Je hoofd is dan dus echt niet bij je werk. Je krijgt ook de golven in je gezicht. Je wordt letterlijk en figuurlijk schoon gewassen.’
Lees ook: Raakt groen staal uit beeld nu Europa’s staalindustrie piept en kraakt?



