Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Ook lhbti+’ers botsen op een glazen plafond: ‘Ik voelde me jarenlang een buitenstaander’

Hoewel ze 18 procent van de Nederlandse bevolking uitmaken, zitten lhbti+-ers nauwelijks in de boardroom. Die kloof heeft een naam: het regenboogplafond. Journalist Pim Blom vroeg succesvolle queer leiders hoe ze daar doorheen braken. 'Dat ze afweken van de norm, heeft ze ook veel gebracht.'

pim blom door het regenboogplafond boek
Pim Blom ging op zoek naar de lhbti+-rolmodellen in het bedrijfsleven die hij zelf zo heeft gemist. 'Ik dacht: homoseksuele mannen, die zijn flamboyant en grappig, maar die worden geen ceo of minister.'

Pim Blom weet nog goed dat hij als beginnend consultant – hij had net zijn eerste baan – op een dag met het team aan het lunchen was, en het gesprek op auto’s kwam. Op Range Rovers, om precies te zijn. Waarop een van zijn collega’s zei: ‘De enige mensen die Range Rovers mooi kunnen vinden, zijn vrouwen.’ Iedereen lachen. Behalve Blom.

Niet alleen vond hij die opmerking nogal seksistisch, hij vond Range Rovers namelijk wél leuk. En om de context te schetsen: hij zat daar als enige homoseksuele man tussen een groep heteromannen, die zaten te gniffelen om een zogenaamd vrouwelijke auto. Dat stak, maar hij besloot er niets van te zeggen.

‘Ik voelde me al een beetje een buitenstaander’, zegt hij. ‘Om dan ook nog toe te geven dat ik een andere mening had dan de rest, een mening die het stereotype beeld van de ‘vrouwelijke homo’ bovendien bevestigde – nee, dat durfde ik niet.’

Altijd een buitenstaander

Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Blom liep jarenlang rond met het gevoel dat hij een buitenstaander was. Hij studeerde econometrie, studeerde af bij KPMG en begon zijn loopbaan bij het Amsterdamse consultancybureau Bloom. En vrijwel altijd was hij de enige homoseksuele man – tot hij de overstap maakte naar Vinted, waarover straks meer.

Hij miste gelijkgestemden, rolmodellen aan wie hij zich kon optrekken. Ze waren er wel: in televisieseries en in films, in de media- en modewereld. Maar waar zijn de lhbti+’ers in het bedrijfsleven en in de politiek? En hoe bewegen zij zich op de werkvloer? Daarover gaat zijn boek Door het regenboogplafond, dat op 10 oktober verschijnt.

Aan het woord komen topbestuurders als Abdeluheb Choho, directeur-generaal bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Karen de Lathouder, coo bij Eneco, Pallas Agterberg, challenge officer bij Alliander, en Sander van ‘t Noordende, ceo bij Randstad. Maar ook founders van succesvolle ondernemingen, zoals Jacqueline van den Ende van Carbon Equity, Matthijs Welle van Mews en Ingrid Tappin van Diverse Leaders in Tech.

Ze behoren tot een ondervertegenwoordigde groep. In Nederland behoort 18 procent van de bevolking tot de lhbti+- of lhbtqia-gemeenschap (lesbisch, homoseksueel, bi-plus, transgender, queer, intersekse en aseksueel). Bijna één op de vijf mensen dus, en toch is volgens onderzoek van de G.E.O. Foundation minder van 1 procent van de Nederlandse topbestuurders queer.

Lees ook: Melchior de Ridder (G.E.O. Foundation) strijdt voor meer lhbti+’ers in de top

Aan de onderkant en in het midden van organisaties is de vertegenwoordiging volgens de stichting ‘redelijk op orde’. Maar de doorstroom naar de top stokt.

Witte, heteroseksuele mannen

Hoe dat komt? Volgens Blom lopen lhbti+’ers op de werkvloer tegen een aantal obstakels aan. ‘Het eerste obstakel is dat de bedrijfstop een heel homogene groep is, die veelal uit witte, heteroseksuele cisgender mannen bestaat (cisgender betekent dat iemand zich identificeert met het geboortegeslacht, red.). Mensen zijn van nature geneigd zichzelf te omringen met mensen die op hen lijken. Dat patroon zul je actief moeten doorbreken.’

Het tweede obstakel hangt daarmee samen: dat vrijwel uniforme beeld van de macht is bepalend voor ons idee van wat een leider is – en wat niet. Ook dat is een drempel die de weg naar de top bemoeilijkt, zegt Blom. ‘Dat beeld zit niet alleen diep in de maatschappij, maar ook in de lhbti+’ers zelf. En voor de goede orde, dat zegt niets over hun leiderschapskwaliteiten.’

Integendeel zelfs. Dat ze afweken van de norm, heeft de leiders in zijn boek ook veel gebracht: een sterk ontwikkeld empathisch vermogen, veerkracht en het vermogen om zich open en kwetsbaar op te stellen. ‘Allemaal eigenschappen die voor moderne leiders heel relevant zijn.’

Tweeduizend keer uit de kast

Maar als je net als Blom opgroeit met Geer & Goor en modestylist Yari uit Gooische Vrouwen als referentiekader, zie daar dan maar eens van los te komen. ‘Ik leerde: homoseksuele mannen, die zijn flamboyant en grappig, maar die worden geen ceo of minister’, vertelt hij.

Ander voorbeeld: ‘Mijn vader heeft een eigen bedrijf. Ik vond het prachtig, maar dat zou ik zelf nooit kunnen, dacht ik. Daarvoor moet je een sterke man zijn, iemand die harde beslissingen kan nemen. Zo zag ik mezelf niet.’

Pim Blom
Pim Blom: ‘Dat ze afweken van de norm, heeft de leiders in mijn boek ook veel gebracht. Zoals veerkracht en een sterk ontwikkeld empathisch vermogen.’

Dan is er nog een derde belemmerende factor. ‘Uit onderzoek van McKinsey blijkt dat lhbti+’ers gemiddeld één keer per week uit de kast komen’, vertelt Blom. ‘Op een loopbaan van veertig jaar is dat meer dan tweeduizend keer. Als collega’s me bijvoorbeeld vragen naar mijn relatie of als ik mijn partner meeneem naar een zakelijk event, moet ik steeds opnieuw de afweging maken: hoe gaan mensen reageren? En heeft dat mogelijk invloed op mijn positie?’

Dat is dodelijk vermoeiend. ‘Zeker als je net bent begonnen met werken. Het zit continu in je achterhoofd, als een soort ruis. Dat stemmetje verhindert je om helemaal jezelf te zijn en je volledig op je werk te kunnen richten.’

‘Heteroprofessionaliteit’

Hoe namen de leiders in zijn boek die drempels? Nu staan ze sterk in hun schoenen en zijn ze ‘unapologetic’ zichzelf, zegt Blom, maar in het begin van hun carrière voelden de meesten zich genoodzaakt om zich aan de heersende norm aan te passen.

De gangbare definitie van wat we professioneel vinden, hangt – al dan niet onbewust – samen met heteroseksueel en cisgender zijn. ‘Daar hoort een bepaald gedrag en een bepaalde manier van kleden bij. Een groot deel van Nederland vindt het bijvoorbeeld nog steeds niet oké als een man nagellak draagt. Al zal geen bedrijf dat expliciet in de voorschriften hebben staan.’

pim blom door het regenboogplafond

In Door het regenboogplafond laat journalist Pim Blom zien tegen welke obstakels lhbti+-professionals op de werkvloer aanlopen, maar ook dat afwijken van de norm geen belemmering voor succes hoeft te zijn. Hij sprak met vijftien inspirerende leiders die deel uitmaken van de lhbti+-gemeenschap – onder wie Randstad-ceo Sander van ‘t Noordende, topambtenaar Abdeluheb Choho en Tweede Kamerlid Ines Kostić. 

Jarenlang probeerde hij om zichzelf ook in die mal te persen. ‘Ik heb mezelf op de middelbare school afgeleerd om niet met mijn benen over elkaar te zitten, ook al vond ik dat natuurlijker zitten, en niet te veel met mijn handen te bewegen als ik praat. Want dat was overdreven, too much. Ik was mezelf steeds aan het corrigeren. Pas toen ik in een omgeving met meer lhbti+’ers kwam te werken en me meer in diversiteit en inclusie ging verdiepen, merkte ik hoe diep die patronen erin gesleten waren.’

Besloten Slack-groep

Dat moment kwam voor Blom toen hij in 2021 als data-analist bij Vinted startte, en werd uitgenodigd voor een besloten Slack-groep voor alle lhbti+-collega’s. Eerst twijfelde hij, maar het bleek een verademing.

‘Voor het eerst was ik in het gezelschap van gelijkgestemden, ook mensen hoger in de organisatie’, zegt hij. ‘Op een gegeven moment werd ik gevraagd of ik intern iets wilde vertellen over Pride Month in juni, waar ik toen nog niet zoveel van wist. Ik leerde dat het geen feest maar een protestbeweging is, voortgekomen uit de Stonewall-rellen in New York. Daardoor besefte ik hoeveel ongelijkheid er nog steeds is.’

Lees ook: Mews-ceo Matthijs Welle: ‘Amerikaanse collega’s vragen: zijn we nog wel veilig?’

Blom werd een belangrijke pleitbezorger voor diversiteit en inclusie binnen Vinted. De Slack-groep werd op zijn initiatief omgezet in een officieel medewerkersnetwerk, dat wordt geraadpleegd door het management, bijvoorbeeld bij het invoeren van genderneutrale wc’s en ouderschapsverlof bij adoptie.

Intrinsiek gemotiveerd

Wordt de verantwoordelijkheid voor een lhbti+-inclusieve werkcultuur daarmee niet te veel bij de gemeenschap zelf gelegd? Ja en nee, vindt Blom. ‘Als we ons niet meer laten zien en duidelijker uitspreken, gaat het beeld nooit kantelen. Ingrid Tappin (Diverse Leaders in Tech) heeft bijvoorbeeld als stelregel dat ze bij voorstelrondjes binnen 30 seconden benoemt dat ze met haar vrouw en hun twee dochters samenwoont. In de hoop dat anderen die ook afwijken van de ‘norm’, zich daardoor gesterkt voelen.’

Niemand is verplicht om de barricaden op te gaan, vindt hij. ‘Maar mijn ervaring is dat juist de mensen uit minderheidsgroepen intrinsiek gemotiveerd zijn om zich hiervoor in te zetten. Neem dit boek. Het heeft me echt verbaasd hoeveel mensen wilden meewerken, en hoe makkelijk dat ging.’

Het contact met Sander van ‘t Noordende bijvoorbeeld, de ceo van Randstad. ‘Ik had hem een connectieverzoek gestuurd via LinkedIn. Ik wil niet eens weten hoeveel berichten hij krijgt, hij heeft meer dan 300.000 volgers, maar binnen een paar uur had ik antwoord. “Leuk initiatief. Hier is het e-mailadres van mijn assistent, schiet maar een afspraak in.”’

Lees ook: Waarom ik DEI niet van onze website haal – en andere ceo’s dat ook niet zouden moeten doen

Gesteund door het bestuur

Neemt niet weg dat de gemeenschap ook medestanders nodig heeft, allies. Het mooiste voorbeeld daarvan is volgens Blom het verhaal van Pallas Agterberg, challenge officer bij Alliander.

‘Zij is pas op haar 44ste in transitie gegaan’, vertelt hij. ‘Op een gegeven moment verscheen ze overal in haar nieuwe genderrol, behalve op haar werk. Dat was ze ook niet van plan. Pallas was ervan overtuigd dat ze haar functie niet kon blijven uitoefenen als ze in transitie ging. Het was 2009, andere trans personen op bestuursposities waren er nog niet. Ze had geen voorbeelden, ze kon naar niemand kijken.’

Dus diende ze haar ontslag in. Met een smoes. Of dat probeerde ze althans, want haar leidinggevende prikte er direct doorheen. Hij wilde haar niet laten gaan; in plaats daarvan vroeg hij hoe het bedrijf haar kon helpen.

‘Pallas vond het heel belangrijk dat de raad van bestuur achter haar zou gaan staan, en dat zou laten zien door over haar transitie te communiceren’, vertelt Blom. ‘Dat hebben ze gedaan. Het bestuur heeft via het intranet een bericht aan alle medewerkers gestuurd om uit te leggen waarom ze met verlof zou gaan, en dat ze terug zou komen in een nieuwe genderrol en met een nieuwe naam.’

Dát is bondgenootschap, vindt hij. ‘Niet terugdeinzen omdat je niet weet wat je met de situatie aan moet, maar vragen: wat heb je nodig?’

Trump tevreden houden

Terwijl Blom zijn boek schreef, werd Donald Trump herkozen als president van Amerika. De regering-Trump moet niets hebben van DEI (diversity, equity, inclusion) en zette een streep door alle diversiteitsprogramma’s van de overheid. Daarnaast verordonneerde Trump dat bedrijven die opdrachten doen voor de Amerikaanse overheid, diversiteit niet langer actief mogen bevorderen.

Ook Nederlandse organisaties niet, waarop onder meer ASML noodgedwongen besloot de diversiteitsdoelen voor de Amerikaanse tak te schrappen. Amerikaanse bedrijven als Meta en Amazon lieten op hun beurt weten de Pride in Amsterdam niet meer te sponsoren.

Lees ook: Nederlandse bedrijven willen wel, maar kunnen Trumps ‘war on woke’ niet negeren

Blom heeft dat ook allemaal gezien. Toch wordt Trump slechts een handjevol keren in het boek genoemd.

‘Mijn interviews vonden voor zijn herverkiezing plaats, daarna heb ik aangekeken hoe het zich verder zou ontwikkelen’, zegt hij. ‘De situatie is inmiddels redelijk bekoeld. Bovendien zijn veel maatregelen voor de bühne, om Trump tevreden te houden. De meerderheid van de Fortune 500-bedrijven zet zich nog steeds in voor diversiteit en inclusie. Omdat het ook gewoon economisch interessant is. Studie na studie toont aan dat diverse teams zorgen voor betere bedrijfsresultaten.’

Activisten en realisten

Volgens Blom doen bedrijven als ASML wat ze moeten doen om deze periode door te komen. ‘Het is te makkelijk om te zeggen dat ze sowieso niet moeten inbinden. Want bestuurders zijn ook vervangbaar. Als jij niet meebeweegt, komt er iemand op je plek die dat wel doet.’

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Yme Pasma, ceo van folderbezorger Spotta en biseksueel, verwoordt dat volgens Blom mooi. ‘Die zegt: in the end moet ik als ceo doen wat het beste is voor mijn bedrijf. De beweging heeft beide soorten mensen nodig. De activisten en de realisten.’

Activisten en realisten – en bondgenoten dus. Dat brengt hem terug bij de collega die de Range Rover-opmerking maakte. ‘Het toeval wil dat hij later mijn manager werd. Bleek dat ik hem totaal verkeerd had ingeschat: ik heb hem leren kennen als iemand die zich juist graag in mijn belevingswereld wilde verdiepen en zijn hand voor me in het vuur stak. En ja, achteraf vond hij zijn opmerking ook lomp.’