Bob Hendrikx (32) is net terug uit Australië. Hij was daar om de begrafenis van Carolyn bij te wonen, een vrouw van in de 70 uit Sydney. Hendrikx kende Carolyn niet; hij was bij de plechtigheid omdat ze als eerste persoon in Australië werd begraven in een doodskist van zijn bedrijf, Loop Biotech.
Een mijlpaal voor de ondernemer, die had gevraagd of hij bij de dienst mocht zijn om het moment vast te leggen, maar ook dubbel. ‘Een uitvaart is emotioneel, beladen. De familie was verdrietig, maar tegelijkertijd waren ze enthousiast dat ik als uitvinder van haar doodskist bij de begrafenis was. Voor hen was het ook bijzonder dat Carolyn in Australië de eerste is die op deze manier wordt begraven.’
‘Paddenstoelen-doodskisten’
Hendrikx verkoopt wat hij ‘paddenstoelen-doodskisten’ noemt. Die worden gekweekt uit mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen, en upcycled hennepvezels. Die hennepvezels zijn een restproduct van de verwerking van industriële hennep uit Zuid-Nederland. De overledene komt te rusten op een bedje van mos, wol of organisch katoen.
Lees ook: Bob Hendrikx heeft al 1.000 mensen begraven in zijn levende doodskist
Chemicaliën, lijm of plastic komen aan de productie niet te pas. De kisten zijn volledig van natuurlijke materialen en biologisch afbreekbaar. Maar wat ze volgens Hendrikx echt uniek maakt, is dat ze de bodem verrijken: mycelium is een bodemverbeteraar.
De familie van Carolyn vond dat een mooi idee. ‘Die zeiden: ze had een dienstbaar leven geleid, en dat doet ze na haar dood eigenlijk nog steeds.’

Eenmaal begraven wordt de paddenstoelenkist onder de optimale omstandigheden binnen ongeveer anderhalve maand afgebroken, zodat de micro-organismen in de bodem bij het lichaam kunnen komen. Traditionele houten kisten vergaan uiteindelijk ook wel, maar dat duurt jaren. Daar komt bij dat de meeste kisten spaanplaat – samengeperste houtdeeltjes die met lijm bij elkaar worden gehouden – en vaak ook plastics bevatten.
Eureka-moment
MT/Sprout Challenger Loop Biotech komt voort uit Hendrikx’ afstudeerproject aan de TU Delft. Dat draaide om het principe van ‘levende architectuur’. Het idee: in plaats van grondstoffen aan de natuur te onttrekken, wilde hij iets ontwerpen dat de natuur zou verrijken. ‘Ik ben alle natuurdocumentaires van David Attenborough gaan kijken. Ik zag hoe bijen nesten maken en hoe koraal groeit – en ik eindigde bij paddenstoelen.’ Zijn eerste product was een ‘levend huis’, gegroeid uit mycelium.
Hendrikx voelde dat hij iets in handen had, hij wist alleen niet welke vorm hij het moest gieten. ‘Ik ben vanuit de paddenstoel gaan denken. Mycelium is de grootste recyclaar van de natuur, maar alleen onder de grond. En welk product gebruiken wij als mensen in de bodem? Uitvaartkisten.’ Het was een eureka-moment.
De eerste kisten ‘kweekte’ hij na zijn studie in de garage van zijn ouders, in Eindhoven. Qua uiterlijk verschillen die hoekige en wat plompe prototypen hemelsbreed van het huidige moderne design, dat met zijn crèmewitte kleur en ronde vormen wat wegheeft van een kleine floatcabine. ‘Maar de functionaliteiten, zoals de draagkracht van 200 kilo, zijn nog steeds hetzelfde.’
Doodskist als troost
Na zijn afstuderen gaf Hendrikx zichzelf in 2020 een jaar om zijn ‘passieproject’ te volgen en de eerste persoon in zijn paddenstoelenkist te begraven. Het lukte binnen vier maanden. De ondernemer had een kleine 5.000 euro startkapitaal, bij elkaar verdiend met sponsordeals tijdens de Dutch Design Week, en een aantal pitchwedstrijden.
‘Ik verkocht direct drie kisten aan een uitvaartondernemer in Delft’, vertelt hij. ‘Op preorder, want ze hebben een week nodig om te groeien. Een paar dagen later belde hij me: hij had een kist verkocht en die had hij nú nodig. “De familie wil dit.” Ik had alleen dat prototype, dus is de overledene daarin begraven.’
Lees ook: Van doodskist tot huis, schimmels zijn serious business
Het was meteen de eerste keer dat Hendrikx de emotionele impact van zijn producten zag. De filosofie erachter verandert de beleving van de nabestaanden, ziet hij: in plaats van een eindpunt wordt de dood meer een transformatie, omdat iemand ‘opgaat in de natuur’.
‘En er gaat iets troostends uit van onze kisten. In plaats van hard en glanzend zijn ze zacht en aaibaar. Ze voelen als fluweel. We maken ook urnen. Ik hoor verhalen van mensen die zeggen dat ze daar op de bank mee knuffelen.’
Makkelijk te begrijpen product
Investeerders zijn ook enthousiast. Shawn Harris en Pieter Schoen staken in 2022 1 miljoen euro in de paddenstoelenkisten via het tv-programma Dragons’ Den; Harris deed later een vervolginvestering van nog eens 1 miljoen.
Aanvullend stapten twee ‘ervaren impact-angels’ in, wiens namen Hendrikx niet kan noemen, en haalde Loop Biotech 2 miljoen euro op via een crowdfundingcampagne op Invesdor. ‘In slechts twee weken’, zegt Hendrikx. ‘We hebben een makkelijk te begrijpen product. Iedereen snapt een doodkist, en de meeste mensen snappen dat je beter een kist in de grond kunt stoppen die is gemaakt van paddenstoelen, dan een van spaanplaat of metaal.’
Australië is niet de eerste internationale markt voor Loop Biotech; de scaleup is inmiddels in 10+ markten actief via lokale partners, vaak grote uitvaartkoepels of gespecialiseerde distributeurs. In Nederland werkt het bedrijf bijvoorbeeld samen met uitvaartorganisaties Dela en Monuta en in het Verenigd Koninkrijk met doodskistenleveranciers Halliday en JC Atkinson.

In Australië en Nieuw-Zeeland heeft de scaleup de handen ineen geslagen met gedenkplatenproducent Arrow Bronze. ‘Al bij de allereerste begrafenis kwamen er aanvragen uit die twee landen. Toen moesten we ‘nee’ verkopen omdat de organisatie er nog niet klaar voor was. Dat vond ik hartverscheurend.’
Wereldwijd verschepen vanuit Delft
Nu gaan de paddenstoelenkisten vanuit de ‘groeifaciliteit’ in Delft de hele wereld over. Loop Biotech kan hier voorlopig even vooruit: in de speciale klimaatkamers van de 1.450 meter grote fabriek kunnen ‘honderden doodskisten en duizenden urnen per maand’ worden gekweekt.
Toch is het niet ideaal. De transportkosten drijven de prijzen op en drukken op de marges. ‘Bovendien is het duurzamer om dichterbij onze klanten te produceren, hoewel we de CO2-uitstoot van het transport wel compenseren met certificaten.’ Maar voor lokale fabrieken, zijn droom, is het nu nog te vroeg. ‘We moeten eerst nóg meer tractie krijgen.’
Zijn scaleup heeft volgens Hendrikx alle klassieke cycli van een groeibedrijf doorlopen. ‘We zijn begonnen met stagiaires, studenten van de TU Delft die het interessant vonden en wilden aanhaken. Ik moest wat, ik had geen geld. Op een gegeven moment is mijn vriendin, inmiddels vrouw, Lonneke (Hendrikx-Westhoff, red.) erbij gekomen als operationeel en financieel directeur en zijn we teams gaan bouwen. Eerst een technisch team, voor de doorontwikkeling van het product en het opzetten van een fabriek. Toen dat eenmaal stond, moesten we dat technische team weer afschalen en de salesoperatie opschalen.’
De juiste mensen kiezen
Het verdienmodel is ‘rechttoe-rechtaan’: het bedrijf maakt kisten (1.495 euro) en urnen (225 euro) en verkoopt ze. Inmiddels zijn er ook urnen voor huisdieren en vouchers voor mensen die hun laatste rustplaats bij leven willen vastleggen.
Tot zover een overzichtelijk verhaal, maar hoe je die verkoop goed organiseert, bleek nog een hele puzzel. ‘We begonnen met accountmanagers die bij uitvaartbedrijven langs de deuren gingen, maar dat werkt alleen als je al een klantenbestand hebt.’
De ene verkoper is de andere niet, leerde hij. ‘We hadden geen relatiemanager nodig, maar iemand die partnerschappen bouwt.’ Al telt het personeelsbestand inmiddels een kleine twintig medewerkers, toch vindt hij teamkeuzes nog steeds een van de moeilijkste dingen aan het opschalen van het bedrijf. ‘Waar willen we heen, en welk type persoon past daarbij?’
Wel had Hendrikx snel door dat Loop Biotech om écht te kunnen groeien de grens over moest. ‘We maken geen granolarepen die je op elk moment van de dag kunt verkopen. De meeste mensen maken – als ze geluk hebben – zo’n vijf uitvaarten in hun leven mee en zijn daarnaast niet veel bezig met de dood. De kunst is om top of mind te zijn als dat wel gebeurt. We bouwen nu in veel landen tegelijk, zodat we straks in al die markten parallel kunnen groeien.’
Eerste zwarte maand
Inmiddels heeft Loop Biotech al ‘duizenden families mogen helpen’. Hoeveel mensen al hun laatste rustplaats in de paddenstoelenkisten en -urnen vinden, laat hij in het midden. ‘Dat vind ik niet gepast. Het gaat wel over mensen.’
Hoe dan ook groeit de onderneming hard: sinds de oprichting is de omzet elk jaar ongeveer verdubbeld. Hendrikx: ‘Het kan me niet snel genoeg gaan.’ Winstgevend is Loop Biotech nog niet. In 2024 boekte de onderneming een verlies van 1,2 miljoen euro, blijkt uit de meest recente jaarrekening. Dat werd ten laste gebracht van de reserves, waardoor het eigen vermogen eind 2024 negatief was: 2,9 miljoen euro.
Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘De druk is er altijd’
Inmiddels ziet de jaarrekening er volgens Hendrikx heel anders uit. ‘Ik kan wel zeggen dat we toen meer hadden kunnen besparen. In het begin waren we zoekende, nu zijn de kosten onder controle en werken we aan gezonde marges.’ Lachend: ‘We zijn een ‘echt’ bedrijf geworden.’
Dat begint zich ook in de cijfers af te tekenen: ‘Dit jaar hebben we voor het eerst een zwarte maand gedraaid. Even het hoofdje boven water.’ Een belangrijke mijlpaal. ‘De maand daarop was weer rood, maar we hebben nu bewezen dat winstgevendheid binnen bereik ligt. Nu moeten we die lijn structureel doortrekken.’



