Ik vind het ingewikkeld, dat denken in rollen. In maskers. In toneel. Als ik mezelf ‘de ceo’ moet voelen – strategisch, controlerend, onaanraakbaar – dan voel ik afstand. Van mezelf, en van de mensen met wie ik werk. Het is alsof ik een toneelstuk instap waarvan ik de tekst niet geloof.
Ik wil gewoon Ineke zijn. Dezelfde Ineke die ik thuis ben, bij vrienden of als je mij voor het eerst ontmoet op vakantie. Waarom zou ik op mijn werk ineens een ander mens moeten zijn? Waarom een andere toon, een ander gedrag, een andere houding – puur omdat ik een ‘functie’ vervul?
Dienend leiderschap vraagt lef
Ik heb nooit geloofd in het soort leiderschap waarin macht het belangrijkste gereedschap is. Ik geloof in dienend leiderschap – servant leadership. Voor mij betekent dat: beschikbaar zijn. Luisteren. Ruimte maken voor anderen om te groeien.
Dat is geen bescheiden stijl, maar juist een heel bewuste. Want het vraagt lef om niet in te grijpen, maar te wachten. Om niet te beheersen, maar te vertrouwen.
Dat betekent niet dat ik geen richting geef. Natuurlijk doe ik dat. Als bestuurder ben ik eindverantwoordelijk. Maar ik geloof niet dat alle goede beslissingen uit de top komen. Ze ontstaan juist daar waar mensen écht met elkaar in gesprek durven gaan. Waar ze ideeën delen zonder angst. Waar ze iets mogen vinden – ook als dat schuurt.
En dat vraagt om één ding: gelijkwaardigheid.
Gelijkwaardigheid is geen luxe, het is een voorwaarde
Als je als leider een rol speelt, dan gaan anderen dat ook doen. Ze zeggen wat ze denken dat je wilt horen. Ze houden zich in. En zo ontstaat er een façade waarin de echte informatie, de echte zorgen, en ook de echte goede ideeën blijven hangen in de onderstroom.
Ik heb het vaak gezien. In grote organisaties, in overleggen, in managementteams. Mensen die een tone of voice kiezen die past bij de situatie – vaak formeel, soms overdreven assertief. Alsof je pas serieus genomen wordt als je je kwetsbaarheid zorgvuldig verbergt.
Maar het werkt niet meer. Niet bij mij. En niet bij de nieuwe generatie medewerkers, die feilloos aanvoelen of je oprecht bent – of een rol speelt.
Ik zie het ook buiten de organisatie. Vakbonden bijvoorbeeld, die in gesprekken met bedrijven nog steeds een ingestudeerde toon aanslaan. Een harde lijn. Een soort strategisch theater: ‘Wij staan tegenover jullie.’
Maar dat is toneel voor een oud systeem. Dat werkt misschien nog bij mensen die hiërarchisch denken – die geloven dat je met druk en conflict het meeste bereikt. Maar het mist volkomen aansluiting bij moderne organisaties die draaien op vertrouwen, openheid en samenwerking.
Als iedereen alleen nog bezig is met standpunten verdedigen, komt er niets nieuws op tafel.
Je moet de ander durven uitnodigen
Leiderschap is voor mij geen ‘positie’ van waaruit je beslist, maar een rol waarin je de ander uitnodigt. Waarin je zegt: ‘Ik zie dit gebeuren. Ik heb hier ideeën over. Wat zien jullie?’
Dat is niet vrijblijvend. Dat is juist heel krachtig. Het vraagt namelijk dat je écht luistert. En dat je ook bereid bent je eigen visie bij te stellen als iemand met een beter idee komt.
Daarom geloof ik ook niet in de klassieke vragen die leiders vaak krijgen:
- Wat is de strategie?
- Hoe ga jij dit oplossen?
- Hoe zorg jij voor groei?
Het zijn vragen die doen alsof de toekomst van een organisatie afhangt van één iemand aan de top. Maar dat is een illusie.
De echte vraag zou moeten zijn: zien we samen waar we naartoe willen? En zijn we bereid daar samen verantwoordelijkheid voor te nemen?
Authentiek leiderschap is geen keuze meer
En ook hier is onderzoek naar gedaan. Psychologische veiligheid – dat mensen zich vrij voelen om hun mening te geven – is cruciaal voor innovatie en succes, zegt Harvard-professor Amy Edmondson. En Rob van Dierendonck van de Erasmus Universiteit laat zien dat organisaties met authentieke, dienende leiders meer betrokken medewerkers hebben én beter presteren.
Dus nee, het is geen softe gedachte om als leider gewoon jezelf te zijn. Het is keihard nodig.
We leven in een tijd waarin verandering de enige constante is. Daar past geen leider bij die alles denkt te weten, die toneel speelt om sterk over te komen, die controleert in plaats van verbindt.
Ik wil niet de ceo zijn die boven de organisatie zweeft. Ik wil gewoon Ineke zijn. Die met beide benen op de vloer staat, vraagt, luistert, deelt. En vanuit die verbinding samen bouwt aan iets dat klopt.
Lees ook deze columns van Ineke Kooistra:
- Echte verandering faalt als je mensen alleen vertelt wat ze moeten doen
- Hoe bestuur je als de wereld alleen nog in zwart-wit denkt?
- De ceo die alles kan én eindeloos meegaat? Vergeet het maar



