Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Nederland innoveert volop, maar de stap van idee naar markt blijft struikelblok

Nederland is goed in samenwerken en briljant in bedenken, maar te voorzichtig in durven doen. Dat beeld komt naar voren in de Innovatie300, een nieuw onderzoek naar de innovatiekracht van Nederlandse bedrijven. Ideeën genoeg, maar het lukt vaak niet om de stap van lab naar markt te maken.

Innovatie300

Nederland staat al jaren in de top 10 van de wereld als het gaat om innovatie: in de Global Innovation Index 2025 bezet ons land de achtste plaats, op de World Competitiveness Ranking 2025 de tiende plaats. Een consistent top 10-innovatieland dus, al zakken we langzaam weg in de rangorde. Een paar jaar geleden stond Nederland in beide lijsten nog in de top 5, en in de Global Innovation Index zelfs op plaats 2.

Of misschien is het accurater om te zeggen dat we worden ingehaald. Op dit moment investeert Nederland jaarlijks 2,2 procent van het bruto binnenlands product in R&D (CBS, Rijksoverheid). Afgezet tegen het bbp komt dat neer op ongeveer 22 tot 23 miljard euro. Daarmee zit ons land ver onder de EU-norm van 3 procent.

Terwijl buurlanden België (3,27 procent), Duitsland (3,13 procent) en Denemarken (3,07 procent) juist meer spenderen (Global Innovation Index 2025).

Buiten Europa liggen de uitgaven nog hoger. De Verenigde Staten en Japan investeren 3,45 procent van het bbp in R&D, Zuid-Korea 4,96 procent en Israël zelfs 6,3 procent. Het verschil met Nederland wordt veroorzaakt door beperkte private R&D-uitgaven, constateert onderzoeksinstituut TNO. In tegenstelling tot andere landen heeft Nederland maar een écht dominante R&D-intensieve sector, de machine-industrie.

Lees ook: Waarom ASML 3.000 managers wipt: ‘Hoe meer bureaucratie, hoe minder innovatie’

Daar steekt ASML met kop en schouders boven de rest uit. De chipmachinemaker investeerde in 2024 ruim 3 miljard euro in R&D (R&D Top 50 2025, TNO), meer dan de nummers twee tot en met tien samen.

Innovatiekracht van BV Nederland

ASML voert dan ook de Innovatie300 aan, een nieuw jaarlijks reputatieonderzoek naar de innovatiekracht van de BV Nederland van MT/Sprout en het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Kenmerkend voor de aanpak is de peer-to-peer-beoordeling: respondenten beoordelen bedrijven die zij vanuit hun professionele achtergrond goed kennen.

‘En ASML is toch wel het troetelkind van Nederland’, zegt Henk Volberda, directeur van het Amsterdam Centre for Business Innovation en hoogleraar strategisch management en innovatie aan de UvA. ‘Het bedrijf investeert 15 procent van de omzet in onderzoek en ontwikkeling, dat is gigantisch. Innovaties als de EUV-lithografiemachines, de meest geavanceerde chipproductiemachines ter wereld, hebben een enorme impact op de mondiale chipmarkt.’

ASML vormt de spil van het Brainport Eindhoven-cluster, volgens de Global Innovation Index het tiende meest innovatie-intensieve gebied ter wereld. Dat komt mede door de sterke verbindingen tussen het bedrijfsleven en de TU Eindhoven.

Ook clusters als Food Valley, Leiden Bio Science Park en Brightlands zijn voorbeelden van goed georganiseerde innovatie-ecosystemen. Hier zien we het zogeheten triple helix-model aan het werk, het samenspel tussen overheid, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Die publiek-private samenwerking functioneert in Nederland uitstekend.

Steken in ‘Valley of Death’

Ook in kennisdeling loopt ons land voorop. Nederland is koploper in zowel de kwantiteit als de kwaliteit van wetenschappelijke publicaties, en het verspreiden van die resultaten; die behoren tot de top 10% van de meest geciteerde (TNO, European Innovation Soreboard 2025). Ons land slaagt er alleen niet goed in om de ideeën die op de campussen en hogescholen worden bedacht, naar de markt te krijgen.

Vaak blijven ze steken in de overleg- of pilotfase, de bekende ‘Valley of Death’ tussen lab en markt. Kabinetsadviseur en oud-ASML-topman Peter Wennink spreekt in het Rapport Wennink van de verkeerde prikkels: onderzoekers worden nog steeds vooral beoordeeld op hun publicaties en te weinig gestimuleerd om te ondernemen, laat staan beloond.

Dan is er nog het nijpende tekort aan lokaal durfkapitaal, zeker voor rondes boven de €50 miljoen. Terwijl groeifinanciering cruciaal is om wereldspelers te bouwen. Nederland heeft een hoog aantal patenten en startups, maar relatief weinig snelgroeiende deeptech scaleups en unicorns.

Verslaafd aan voorspelbaarheid

Onze risicomijdende cultuur is volgens Wennink ook een probleem. Nederland – heel Europa trouwens – is verslaafd aan voorspelbaarheid, zegt hij tegen MT/Sprout. ‘We zijn zo gehecht aan het bekende pad, dat de stap naar iets nieuws enorm veel weerstand oproept. Zelfs als dat nieuwe noodzakelijk is. Terwijl innovatie per definitie gaat over het omarmen van het onbekende.’

Lees ook: Kabinetsfluisteraar Peter Wennink: ‘Hou alsjeblieft op met R&D een kostenpost noemen’

Opvallend is dat Nederlandse innovatie vaak maatschappelijk van aard is, binnen het terrein van energie, voedsel, mobiliteit of gezondheid. Dat sluit aan bij twee domeinen waarin ons land volgens Wennink historisch sterk is of strategisch relevant kan worden: energie- en klimaattechnologie, life sciences en biotechnologie.

Dit zijn de voorlopers in innovatie

De Innovatie300 is een nieuw jaarlijks reputatieonderzoek van MT/Sprout naar de meest innovatieve bedrijven van Nederland, in de ogen van zakelijke beslissers. Het onderzoek is verricht in samenwerking met het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Universiteit van Amsterdam.

Innovatie300 cover

De Innovatie300 verschijnt op dinsdag 5 mei en biedt een overzicht van de 300 voorlopers in innovatie, totaal en uitgesplitst naar bedrijfscategorie. Bekijk de volledige lijst en de verschillende categorieën hier.

Naast de onderzoeksresultaten vind je in de special grote interviews met voormalig ASML-topman en kabinetsfluisteraar Peter Wennink en de Vlaamse techdenker Peter Hinssen, een overzicht van de innovatiehotspots van ons land en 95 mijlpalen in ruim 100 jaar Nederlandse innovatie.

Bekijk de digitale editie!

De Innovatie300 laat ook zien dat veel oplossingen voor de grote problemen van onze tijd niet door gevestigde spelers, maar door snelgroeiende nieuwkomers worden bedacht. Voorbeelden zijn The Ocean Cleanup (#9 in de I300) dat plastic uit oceanen en rivieren verwijdert, de ‘CO2-stofzuigers’ van Skytree (#13) en Carbyon (#15) en de duurzamere en veiligere variant van de kernreactor die Thorizon (#39) ontwikkelt, met radioactief afval als brandstof.

Maatschappelijke impact

De nummer één in de Innovatie300 mag dan geen verrassing zijn, een aantal andere hoge noteringen is dat volgens UvA-hoogleraar Henk Volberda wel. De non-profitsector domineert de top 10, met name de academische ziekenhuizen. Het Erasmus MC (#2), Radboudumc (#5) en het Prinses Máxima Centrum (#7) behoren volgens de respondenten tot de meest innovatieve organisaties van Nederland.

Wat meeweegt bij die hoge scores, is dat expliciet uitgevraagd is naar de maatschappelijke impact. Volberda: ‘Die is bij deze instellingen heel zichtbaar – en nodig, met de capaciteitsproblemen die we nu al zien in de zorg.’

Zo investeert het Erasmus MC, het grootste universitaire ziekenhuis van Nederland, honderden miljoenen in een nieuwe campus. Die moet tegen 2050 klaar zijn en zorgen voor meer kruisbestuivingen tussen (health-)techbedrijven en onderzoekers; volgens het bestuur gaan de ontwikkelingen nu te langzaam om de uitdagingen in de zorg straks aan te kunnen.

Lees ook: Financieringskloof jaagt Europese deeptech naar VS, een exodus die al €1200 miljard heeft gekost

De resultaten van de Innovatie300 laten volgens Volberda zien dat innovatie veel breder is dan de smalle lens waardoor er vaak naar wordt gekeken.

‘Het gaat al snel over tech’, zegt hij. ‘Maar dat is slechts één aspect van wat ik de Innovatie Schijf van Vijf noem. Innovatie gaat ook over leiderschap. Over verder kijken dan de korte termijn en een langetermijnvisie ontwikkelen waarmee bedrijven zich kunnen onderscheiden, nu en in de toekomst. Over het slimmer en platter inrichten van de organisatie. Over het aantrekken en behouden van toptalent en ze stimuleren kennis met elkaar te delen, want innovatie ontstaat vaak op het grensvlak van verschillende kennisgebieden. En over co-creatie, het samenwerken met externe partners.’

In dat laatste is Nederland alvast kampioen, alleen praten we soms langer dan we schalen. Dat is de opdracht die voor ons ligt.