Wat Groningen betreft is de kogel door de kerk. In de voormalige tabaksfabriek van Niemeyer komt straks een kenniscentrum voor AI, waar wetenschappers en startups aan de slag kunnen met kunstmatig intelligente toepassingen voor bedrijven, maar ook bijvoorbeeld de gezondheidszorg.
AI-fabriek van 200 miljoen in Groningen
De AI-faciliteit ofwel AI-fabriek gaat 200 miljoen kosten en wordt voor 60 miljoen euro betaald door de regio, uit een compensatiepot voor de gevolgen van de aardgaswinning. Het kabinet draagt ook 70 miljoen bij. Het wachten is nu op de EU, die de investering aan moet vullen tot 200 miljoen euro zodat de bouw echt kan beginnen.
Lees ook: Nederland heeft meeste AI-experts per inwoner, maar mist de doorbraak
Nederland heeft grote behoefte aan zo’n datacenter, gevuld met de snelle en peperdure chips van Nvidia. Dat schreven bewindslieden van drie ministeries eerder dit jaar al aan de Tweede Kamer.
‘Meedoen met de ontwikkeling van geavanceerde AI-modellen en toepassingen, de adoptie van AI en toegang tot rekenkracht en hoogwaardige kennis en data zijn aandachtspunten. De huidige nationale rekenfaciliteiten (…) zijn niet geschikt voor het ontwikkelen van zeer grootschalige, geavanceerde AI-modellen.’
Rekenkracht, opslag van data en kenniscentrum
Vandaar dat er zo’n ‘one-stop-shop voor bedrijven, onderzoekers en overheden’ moet komen voor het ontwikkelen en testen van AI-modellen en AI-toepassingen ‘in de pre-commerciële fase’. Een combinatie van rekenkracht, opslag van data en een kenniscentrum.
De AI-fabriek is een project dat wordt geleid door SURF, de organisatie die in Nederland alle ICT voor het hoger onderwijs regelt, de AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL), TNO, Samenwerking Noord en Den Haag. Het consortium heeft eind juni een aanvraag ingediend bij Brussel. Net op tijd om in aanmerking te komen voor de laatste van drie ronden waarin de Europese Commissie vergelijkbare projecten door de hele EU cofinanciert.
Inmiddels zijn er (plannen voor) 12 AI Factories goedgekeurd, in landen als Duitsland en Frankrijk, maar ook Slovenië en Finland. In totaal wil Brussel een netwerk van 15 AI-fabrieken van de grond krijgen. ‘Dynamische ecosystemen die zowel de Europese industrie als de wetenschap voorzien van computerkracht en ondersteuning.’
Lees ook: Waarom Nederland dringend een AI-Deltaplan nodig heeft: ‘We verliezen de regie’
Han de Groot wil Gigafactory in Rotterdam
Terwijl we duimen voor Groningen, wordt in de Randstad ook hard gesleuteld aan een plan voor een AI-fabriek. Die moet in Rotterdam verrijzen, in de buurt van de windenergie waarop de stroomvreter bij voorkeur moet gaan draaien.
Han de Groot is de initiatiefnemer, een online ondernemer en investeerder. Puntje van orde: het Rotterdamse AI-datacenter is er een van het type Gigafactory, dus stukken groter dan de Groningse faciliteit. Twintig keer zo groot zelfs, en ook hiervoor heeft De Groot naar eigen zeggen vorige maand een aanvraag ingediend bij de EU.
Die draagt bij uit een andere, veel grotere pot van 20 miljard euro publiek en privaat geld die de AI Factories naar ‘the next level’ moeten helpen: InvestAI. Een centraal onderdeel van dit initiatief is de oprichting van vier tot vijf AI-gigafabrieken verspreid over de EU, die elk meer dan 100.000 AI-chips van de volgende generatie gebruiken om hun werk te doen. Met de Europese AI-gigafabrieken wil de Commissie de achterstand op de Verenigde Staten en China verkleinen.
Gigafabriek kost 3 tot 5 miljard euro
De Groot verkocht alweer tien jaar geleden zijn online marktonderzoeksbureau Metrixlab en is sindsdien actief als investeerder in techstartups, maar ook in een datacenter in Amsterdam. Zijn gigafabriek mist de steun van het demissionaire kabinet, maar met partners als Eneco en ambassadeurs als voormalig ASML-ceo Peter Wennink heeft ook hij goede papieren. Hij schermt op LinkedIn met een pagina vol met logo’s van grote bedrijven, kennisinstellingen en financiële partijen.
Een Gigafabriek kost 3 tot 5 miljard euro, schat Brussel, dat mogelijkheden ziet om tot 35 procent van de kosten te dekken uit publieke middelen. Waarom Nederland behalve een fabriek van honderden miljoenen ook nog zo’n miljardenproject nodig heeft? Omdat AI enorme impact zal gaan krijgen op de zorg, onze nationale veiligheid, het onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en landbouw, somt De Groot op in zijn LinkedIn-post.
75 concurrenten voor Rotterdam
Het is wel druk aan het front, ook bij de Gigafactories. Een Duits consortium is al uiteengevallen in twee clubs, die nu onder leiding van Deutsche Telekom en internetprovider Ionos zich apart melden. In Frankrijk doet Aether een gooi naar miljardensteun, terwijl Polen en Estland samen meedingen naar de gigapot.
Alles bij elkaar telt de Europese Commissie niet minder dan 76 initiatieven die formeel hun ‘belangstelling’ kenbaar hebben gemaakt voor een Gigafactory, verspreid over zestien lidstaten en samen goed voor 3 miljoen AI-chips. De aanvraagprocedure start eind dit jaar.
Enthousiasme voor eigen AI-fabrieken
De geplande AI-fabrieken worden over het algemeen enthousiast onthaald. Het past bij de ambitie om de concurrentiekracht van Europa te stuwen en de unie minder afhankelijk te maken van de VS en China, de twee zwaartepunten in de wereld als het gaat om de ontwikkeling van AI.
Michiel Bakker en Jelle Prins, oprichter van AI-scaleup Cradle, schreven al in hun Deltaplan voor de AI Transitie: ‘Europa heeft soevereine rekenkracht nodig, en ook Nederland moet, in Europees verband, investeren in eigen chipproductie en AI-supercomputers, op Europees grondgebied.’
Vorige week nog brachten Techleap en IT-investeerder Prosus een gezamenlijk rapport State of AI in the Netherlands uit, inclusief actieplan. Op nummer één stond de aanleg van infrastructuur, waaronder een AI Gigafactory.
Kritiek op AI-fabrieken
Maar kritiek is er ook. Moet de Europese Commissie wel een soort wedstrijd uitschrijven waarin tientallen partijen op leven en dood strijden om die vier à vijf gigafabrieken waarvoor Brussel plaats ziet en aan bijdraagt? Eendrachtige samenwerking zou misschien tot groter resultaat leiden, kijk maar naar de AI-marsroute die China uitstippelde en in ijzingwekkend tempo afmarcheert.
Een ander bezwaar komt van critici die ook in de AI-wereld graag zien dat de overheid niet rechtstreeks geld pompt in initiatieven die je prima kunt overlaten aan de markt. Stef van Grieken, medeoprichter van AI-bedrijf Cradle, is er zo een.
‘De meeste oprichters van succesvolle startups zien AI-fabrieken als een dure hobby van de EU’, zei hij onlangs in de Volkskrant in een reactie op de Groningse fabriek. ‘Er is een bestaande, goed functionerende infrastructuur bij Google, Amazon en Microsoft die bijna iedere startup gebruikt.’
Energiehonger AI-datacenters
Tot slot worden vraagtekens gezet bij het stroomverbruik van de datacenters. Netbeheerders waarschuwen dat het aandeel van datacenters in de nationale elektriciteitsvraag zal stijgen van ongeveer 5 procent nu naar 15 procent in 2030. Een enkel ‘hyperscale’ datacenter kan evenveel stroom verbruiken als 100.000 huishoudens, wat een enorme impact heeft op het lokale stroomnet – als er al een aansluiting beschikbaar is.
De Rotterdamse Gigafactory zal een manier moeten vinden om de energie van de windparken naar zijn AI-chips te sluizen. Sterker nog: de Europese AI-autonomie draait niet alleen om zoveel mogelijk fabrieken met chips, het is ook een energievraagstuk, stelde de bekende innovatie-expert Peter Hinssen onlangs in De Tijd:
‘Als Europa wil meespreken over de toekomst van AI, dan zullen we niet alleen moeten nadenken over wetgeving, maar ook over gigawattcontracten, kernenergie, en digitale autonomie. Technologiepolitiek is vandaag ook energiepolitiek.’



