Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Dit Nederlandse bedrijf zorgt voor schoon tapwater op de Olympische Spelen in Senegal

In samenwerking met ImpactCity - Wereldwijd hebben 2,1 miljard mensen geen toegang tot schoon drinkwater. Het Haagse bedrijf Sensiblue kan daar verandering in brengen met een nieuwe technologie. Die wordt volgende maand grootschalig ingezet in Senegal, om iedereen op de Jeugd Olympische Zomerspelen van schoon tapwater te kunnen voorzien.

Wirijn Tholen van Sensiblue
Wirijn Tholen van Sensiblue: 'Je kunt legionellabesmetting voorkomen met onze oplossing, zonder dat er onnodig energie wordt gebruikt.' Foto: Hugo de Wolf

Water desinfecteren met chloor wordt al decennialang gedaan. Waarom Jan Tholen aan het begin van de 21e eeuw dan nog een DSM Innovatieprijs won voor zijn ‘Turbokiller’? Zijn apparaat had iets unieks: je hebt er geen elektriciteit voor nodig, omdat het water die zélf opwekt.

Inmiddels heeft het apparaat een andere naam (de ‘Sensiblue S4’) en staat niet Jan, maar zoon Wirijn aan het hoofd van Sensiblue. Hij kocht het bedrijf in 2020 terug van de Utrechtse producent die het inmiddels had overgenomen. De geestesvader van het bedrijf is trouwens nog altijd betrokken. ‘Ik bel mijn vader nog elke dag om te sparren’, zegt Wirijn Tholen grijnzend.

Sommige toepassingen van het desinfectieapparaat liggen voor de hand. Het apparaat kan bijvoorbeeld prima gebruikt worden om de 2,1 miljard mensen die nu geen toegang hebben tot schoon drinkwater, daar wel van te voorzien.

De Sensiblue S4 is bijvoorbeeld geïnstalleerd op 23 scholen in Oeganda, waar grond- en regenwater wordt gedesinfecteerd voor duizenden kinderen. En in landen waar mensen drinkwater nu in de winkel of op straat moeten kopen, zou de Sensiblue veel plastic kunnen besparen. Inmiddels wordt het apparaat in elk werelddeel verkocht, en volgende maand wordt het apparaat zelfs gebruikt om schoon tapwater te kunnen verzorgen op de Jeugd Olympische Zomerspelen in Senegal.

Maar Tholen denkt verder dan dat. Hij ziet bijvoorbeeld een grote rol voor zijn desinfectieapparaat in de energietransitie.

Water desinfecteren met zoutelektrolyse

De Sensiblue werkt met een zogenoemde zoutelektrolysecel. In het apparaatje wordt stroom opgewekt door een kleine waterturbine. Die stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen (natriumchloride) te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat. Dat kan bacteriën in water doden, zoals legionella.

Zelf opgewekte stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat. Foto: Hugo de Wolf

Het water dat eruit komt is veilig als drinkwater. Het kleine beetje chloor dat erin zit proef je niet, belooft Tholen. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat een heel kleine dosis chloor − 0,2 tot 0,5 milligram per liter − genoeg of om water te desinfecteren, zonder dat je het proeft.

Als bewijs zet hij twee flessen water voor ons neer: één met gewoon Nederlands kraanwater, dat geen chloor bevat, en één met Sensiblue-water. Of we kunnen proeven welke fles welke inhoud heeft? Spoiler: nee. ‘Zelf proef ik het wel, maar alleen omdat ik weet waar ik op moet letten’, zegt Tholen. ‘Omdat ons water een heel klein beetje zout bevat, voelt het iets zachter op de tong. De meeste mensen vinden dat lekkerder.’

Het gebruik van elektriciteit uit water heeft in dit geval meerdere voordelen. Het zorgt er niet alleen voor dat de Sensiblue ook off-grid gebruikt kan worden, maar maakt ook dat er nooit meer chloor wordt aangemaakt dan de bedoeling is. ‘De hoeveelheid chloor is afhankelijk van de hoeveelheid stroom, en die is in ons geval dus afhankelijk van de hoeveelheid water.’

Lees ook: Sociaal ondernemerschap hielp dit bedrijf weer relevant worden in een ‘cowboymarkt’

Overstap van gas naar warmtenet

Maar hoe helpt dit de energietransitie? Dat heeft alles te maken met het warme water in onder andere appartementencomplexen en sportclubs. Dat moet continu worden opgestookt tot minstens 60 graden, zodat legionella niet de kans krijgt in de leidingen te groeien. Maar dat kost heel veel gas, legt Tholen uit.

Nu alle gebouwen in Nederland van het gas af moeten, worden warmtenetten als goed alternatief gezien. Maar water in een warmtenet bereikt de 60 graden niet. Tholen: ‘Dat betekent dat elke woning een boiler zou moeten krijgen om het water verder op te stoken. Onzin, want het water hoeft helemaal niet zo warm te zijn voor de douche of om een huis te verwarmen. En die legionellabesmetting kun je prima voorkomen met onze oplossing, zonder dat er onnodig energie wordt gebruikt.’

Een desinfectieapparaat bespaart op die manier ongeveer een kwart van het energiegebruik van huishoudens. Dat kan een huishouden niet alleen 83 kilo CO2-uitstoot per jaar besparen, maar ook veel geld, weet Tholen.

De 60 graden-eis is weliswaar wettelijk vastgelegd, maar met een speciale verklaring mag de Sensiblue wel als alternatief worden verkocht. Sensiblue voert de daarvoor benodigde tests nu uit met een subsidie, opgehaald met behulp van het programma ImpactCity van de gemeente Den Haag.

Voorbij de valley of death

Tholen is overtuigd van unieke werking van zijn product, maar de weg erheen was hobbelig. ‘Nadat mijn vader de eerste versie van het product ontwikkelde, kwamen er twee andere varianten, ontwikkeld in samenwerking met een Utrechtse producent. De ene was goed, die erna liep totaal niet. Ze stonden op het punt de stekker eruit te trekken. Dat vond ik zonde van mijn vaders werk en van de potentie van het product. Ik dacht dat er gewoon meer focus moest komen. Tot bleek dat er echt gebreken waren, waaronder lekkage.’

Elk apparaat wordt 24 uur getest voor het wordt geleverd. Foto: Hugo de Wolf

Hij besloot het apparaat uit productie te halen en opnieuw te beginnen. Jarenlang werkte hij aan de Sensiblue S4, die sinds vorig jaar op de markt is. ‘Door de eerdere problemen hebben we misschien te lang gewacht met de lancering, maar nu weten we wel zeker dat alles goed is. Nog steeds testen we elk apparaat 24 uur voordat het ons magazijn verlaat.’

Die productkwaliteit ziet Tholen als dé manier om de door ondernemers gevreesde valley of death te overleven. ‘Ik kan nog niet zeggen dat de vallei een gepasseerd station is, maar we zitten heel dicht bij het einde. Er liggen aanvragen voor tienduizenden stuks. Volgend jaar moeten we voor het eerst break-even draaien.’

Lees ook: Dit Haagse bedrijf werkt alleen nog met impactgedreven organisaties: ‘Onze technologie is cruciaal voor de VN-vluchtelingenorganisatie’

Wat de ondernemer ook heeft geholpen is zijn nieuwe sales-team, die met meer focus kan verkopen dan hij zelf had. ‘En tot slot helpt het als er een gerespecteerde instantie achter je staat. Vorig jaar stonden we op Change NOW in Parijs, als één van de veelbelovende oplossingen uit Nederland. ImpactCity had ons daarvoor aangedragen. Daar zijn heel veel mooie samenwerkingen uit voortgekomen.’

Bekijk hier hoe ImpactCity ook jouw impactbedrijf vooruit kan helpen.