Welke leiderschapsstijlen zijn er nog meer?
Naast deze vier leiderschapsstijlen zijn er in de loop der jaren een aantal stijlen bijgekomen uit verschillende theorieën.
Autocratisch leiderschap
Autocratie betekent alleen heersen en dat is ook wat autocratisch leiderschap inhoudt. Het is een taakgerichte vorm van leidinggeven. De manager bepaalt de strategie en de taken en controleert die streng.
Er is een eenzijdige manier van communiceren: de leidinggevende legt taken op en er is weinig ruimte voor eigen inbreng vanuit het team. Binnen autocratisch leiderschap wordt ook wel eens onderscheid gemaakt tussen twee stijlen: de autoritaire leiderschapsstijl en de directieve leiderschapsstijl.
Democratisch leiderschap
Bij democratisch leiderschap staan de medewerkers centraal en is de aandacht van de leidinggevende gericht op het motiveren van het team. Beslissingen worden democratisch genomen, wat de besluitvorming kan vertragen maar wel motiverend kan werken.
Bij deze leiderschapsstijl krijgen medewerkers ruimte om ideeën in te brengen, maar ook meer verantwoordelijkheid voor hun eigen taken. Ook binnen democratisch leiderschap wordt er onderscheid gemaakt in twee stijlen, namelijk de participatieve stijl en de toegeeflijke stijl.
Dienend leiderschap
Ook bij dienend leiderschap staat het team centraal. De leidinggevende is er vooral om het team te ontwikkelen. De leider kan goed luisteren en werknemers aanmoedigen om het beste uit zichzelf te halen. Er wordt een cultuur van leren en ontwikkelen gecreëerd.
Net als bij de democratisch stijl ligt de nadruk op autonomie en verantwoordelijkheid. Het verschil is dat de leider bij dienend leiderschap wel de besluiten neemt. Er wordt dan ook wel gezegd: dienende leiders zijn zacht voor de medewerkers, maar hard voor de resultaten.
Laissez-faire leiderschap
Bij de laissez-faire leidersschapsstijl geeft de leidinggevende de medewerkers veel vrijheid. Laissez faire is dan ook een Franse vertaling van ‘laat maar zo’. Dit is een uiterste vorm van democratisch leiderschap, waarin veel participatie van medewerkers wordt verwacht.
De laissez-faire stijl kan goed worden toegepast in een zelfsturend team dat eigen verantwoording kan nemen en volledig zelfstandig kan werken. De leiderschapsstijl komt dan ook overeen met de delegerende stijl uit het Situationeel Leiderschapsmodel.
Een valkuil van deze leiderschapsstijl is te veel vrijheid. Wanneer een van de medewerkers zich minder betrokken voelt en juist sturing nodig heeft, wordt hij bij deze stijl van leidinggeven juist minder gemotiveerd en minder productief.
Transactioneel leiderschap
Bij transactioneel leiderschap worden medewerkers beloond voor wat ze doen. De doelstellingen staan vooraf vast en daar staat een beloning tegenover, zoals een bonus. Rollen en verantwoordelijkheden zijn bepaald. Deze leiderschapsstijl komt uit de theorie dat medewerkers alleen gemotiveerd worden door een (financiële) beloning.
De relatie tussen de manager en de werknemers is zakelijk en gedreven vanuit de overeenkomst. Er zijn ook in deze leiderschapsstijl drie verschillende vormen te onderscheiden.
Transformationeel leiderschap
Het tegenovergestelde van transactioneel leiderschap is transformationeel leiderschap. Deze twee leiderschapsstijlen worden dan ook meestal uitgelegd ten opzichte van elkaar. De transformationele leiderschapsstijl kenmerkt zich door medewerkers, het team en de organisatie te verbeteren en te transformeren.
Het gaat hier niet (alleen) om het belonen van goed gedrag, maar om de intrinsieke motivatie van de medewerkers. De leider vraagt om inbreng om samen tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. Deze stijl is een stuk flexibeler: doelstellingen en taken kunnen gaandeweg veranderen.