Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Bob is bezorgd over Willem-Jan

Bob is divisiedirecteur van een groot concern hij doet zijn best. Deze keer zijn de kwartaalcijfers ineens niet meer kil.

 

VAN Wouter jansen
AAN Bob
ONDERWERP Zorgen over Willem-Jan

Hoi Bob,
Weet jij wat er met Willem-Jan aan de hand is? We waren net de begroting aan het doornemen. Nou, ik ken hem dus al jaren niet anders dan als de man van twee cijfers achter de komma. Jij toch ook? Maar ineens vroeg hij: “Waarom leg jij ­dingen altijd buiten jezelf, Wouter?”
Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte, ­begon dus ook te lachen. Maar toen zei Willem-Jan: “Dingen weglachen is zó ­makkelijk – en dat is zó evident weer iets buiten jezelf leggen.”
Ik maak me, kortom, een beetje zorgen.
Wouter Jansen
Deputy CFO

Hoi Wouter,
Ja, ik weet het, ik heb het inmiddels van meerdere mensen gehoord en heb er zelf intussen ook al mee te maken gehad. Ik vroeg hem van de week nogal geïrriteerd waar de cijfers van het derde kwartaal ­bleven en toen zei hij: “Is dat ­werkelijk wat je dwarszit, Bob, of ben je aan het ­verschuiven?” Heel irritant, ja, vooral ­omdat ik die kwartaalcijfers gewoon ook echt nodig heb, Hoofdkantoor zeurt er ook al om. Ik denk dat het aan zijn nieuwe vrouw ligt, die Annejet. Ruim 20 jaar ­jonger, nou ja, je kent het wel: klassiek ­geval van een middelbare manager die in de ban raakt. Het schijnt dat ze samen op donderdagavond naar reiki-managementworkshops gaan om god weet wat te doen. En heb je dat vorige week vrijdag gezien? Had hij ­ineens van die felrode hippe gymschoenen aan. Echt waar – onder zijn pak! Als dat zo doorgaat, vrees ik net als jij voor die ­gezonde twee cijfers achter de ­komma.
Bob

Bob,
Maar dan moet jij toch met hem praten? Jij bent immers zijn direct leidinggevende. Weet je wat hij vanochtend zei tegen ­Verkouteren, toch duidelijk de beste boekhouder die we hier hebben rondlopen?
“Jij moet eens heel snel je denkpatronen helemaal loslaten. Kijk eens naar je schouders… laat jezelf los, Johan!”
En toen moest die Verkouteren naast zijn bureau gaan staan en denken dat hij een bloem in de lente was, waar je zo’n ­Verkouteren bepaald geen plezier mee doet. Dat zal vast allemaal wel liggen aan die Annejet – overigens zo lelijk als de nacht, ik bedoel, als je dan toch zo’n ­middelbare-managerscrisis hebt, wees dan een beetje kieskeurig met wie je je tweede leg begint, toch? – maar het zorgt wel voor een hoop onrust. En straks moet hij – samen met jou, Bob! – met de ­kwartaalcijfers naar Hoofdkantoor. En als hij dan aan onze bestuursvoorzitter vraagt of die een bloem in de lente wil zijn, denk je dat dit dan goed valt, Bob? Ik bedoel maar: je moet echt wat doen.  
Wouter Jansen
Deputy CFO

Wouter,
Maar dat heb ik ook geprobéérd. Tijdens het MT-overleg zei hij ineens tegen Agnes: “Jij bent veel zachter dan je denkt…”
Nou was Agnes net bezig met de presentatie van haar powerpoint over intrinsieke waardecreatie via digitale cross selling, waar ze altijd helemaal in opgaat, dus dit viel niet goed, zul je begrijpen. Na afloop vraag ik Jan-Willem dan ook: “Wil je dat niet meer doen? Zo raken mensen uit hun concentratie.” Waarop hij me aankijkt, mijn hand vastpakt en zegt: “Wat wil je nou werkelijk zeggen, Bob?” Dus ik leg het hem nog een keer uit, dat hij mensen niet in de rede moet vallen en zo, waarop hij herhaalt: “Ja, maar Bob, wat wil je nou werkelijk kwijt?”
Ik heb dan toch nog honderd keer liever een Arthur die ­tijdens meetings altijd ­overdreven geeuwt om iedereen te laten weten dat hij en z’n nieuwe liefde weer de halve nacht bezig zijn geweest. Ook pathetisch, maar herkenbaarder.
Toen ik wat had met Jessica heeft toch ook bijna niemand er iets van gemerkt? Nou goed, die ene keer, toen ik per se dat gifgroene jasje van haar aanmoest, maar verder heb ik dat volgens mij allemaal heel professioneel opgepakt, toch?
Maar Willem-Jan… dat is toch anders. Ja, ook ik maak me grote zorgen en ben nu zelfs van plan om maar alleen met die ­kwartaalcijfers naar Hoofdkantoor te gaan. Maar dan moet ik die cijfers natuurlijk wel eerst hébben.
Bob

Bob,
Ja, dat gifgroene jasje, dat deed je ­autoriteit geen goed. Maar goed, lessons learned, zullen we maar zeggen. En wie ben ik om er wat van te zeggen – als ik ­terugdenk aan Annemieke en dat lange weekend in CenterParcs De ­Kempervennen, denk ik ook nog steeds: was ík dat? Maar dat is nou juist het punt: bij ons gaat het over, maar bij Willem-Jan niet. Weet je wat hij vandaag draagt? Een roze trui.
Wouter Jansen
Deputy CFO

Wekelijks de nieuwsbrief van Werk en Leven ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Willem-Jan,
Urgente vraag: kan ik vandaag nog de ­kwartaalcijfers krijgen? Graag snel een helder antwoord.
Bob

Bob,
Helder antwoord: ja. Ik heb er trouwens Annejet even naar laten kijken. Dankzij haar is het nu geen kil, koud cijferoverzicht maar een warm, weelderig verhaal ­geworden. Echt, je zult ­ervan opkijken.
Willem-Jan

Meer Bob de manager?

Glazen plafond doorbroken? Voor vrouwen dreigt daarna de glazen klif

Bedrijf in de problemen? Grote kans dat er een vrouw naar voren wordt geschoven om de crisis op te lossen – en ze de schuld krijgt als dat niet lukt. Dat is geen toeval. Het fenomeen heeft zelfs een naam: de glazen klif.

Glazen klif
Foto: Getty Images

Quizvraag: wat hebben Linda Yaccarino, Sue Gove en Stephanie Pope met elkaar gemeen? Alle drie werden ze als ceo aangesteld op het moment dat hun organisatie in zwaar weer zat.

Yaccarino kreeg in juni 2023 de leiding over X, dat toen nog Twitter heette. Dat was kort na de overname door Elon Musk in april 2022. Musk haalde direct de bezem door het bedrijf, een week later was de helft van het personeel al ontslagen. In de nasleep van al die onrust moest Yaccarino de nieuwe naam en koers neerzetten, en ondertussen de exodus van adverteerders stoppen – dezelfde adverteerders aan wie haar nieuwe baas doodleuk vertelde: ‘Go fuck yourself.’

Lees terug: Waarom de nieuwe ceo van Twitter het beter zal doen dan Elon Musk

Sue Gove had waarschijnlijk ook geen leuke tijd bij Bed Bath & Beyond. De winkelketen stevende bij haar komst in juni 2022 – het eerste halfjaar was ze interimmer – af op een faillissement. Ze begon direct met reorganiseren en sloot 150 winkels, maar het mocht niet baten. Nog geen jaar later ging het bedrijf op de fles.

Gove zat ongeveer een jaar op haar post en Yaccarino twee jaar. Stephanie Pope houdt het intussen alweer bijna tweeënhalf jaar vol als ceo van Boeing. Terwijl zij ook niet bepaald op een lekker moment instapte, namelijk twee maanden nadat een deurpaneel van een Boeing-toestel op bijna 5 kilometer hoogte losschoot.

Een ‘classic corporate move’, schreef Business Insider destijds. ‘Boeing stelt een vrouw aan om de rotzooi op te ruimen.’

Van grote hoogte vallen

Het past in een patroon dat de ‘glazen klif’ wordt genoemd. De term doet denken aan het glazen plafond. Dat is geen toeval; beide fenomenen hangen met elkaar samen.

Het glazen plafond gaat over de onzichtbare barrières die mensen uit ondervertegenwoordigde groepen – vrouwen, maar ook mensen van kleur – tegenkomen op weg naar de top. De glazen klif beschrijft wat er gebeurt als ze dat plafond doorbreken: wanneer ze de top bereiken, lopen ze ook een groter risico om van grote hoogte te vallen.

De term werd in 2005 gemunt door de Britse onderzoekers Michelle K. Ryan en S. Alexander Haslam, nadat ze hadden ontdekt dat bedrijven die slecht presteerden op de beurs vaker vrouwelijke bestuurders en commissarissen benoemden. Dat was The Times ook opgevallen, waarop de krant in een vilein stuk suggereerde dat vrouwelijke leiders voor deze bedrijven eerder een ‘hindernis dan hulp’ waren.

Verkeerde conclusie, wierpen Ryan en Haslam tegen. De beurskoers was onder hun mannelijke voorgangers al aan het zakken. Als je al iets uit de cijfers kon afleiden, dan was het dat vrouwen juist vaker werden gepromoveerd wanneer de resultaten onder druk stonden.

Breken met het verleden

Vrouwen worden vaker geselecteerd voor leiderschapsposities in tijden van crisis, concludeerden ook onderzoekers van de University of Exeter en de Rijksuniversiteit Groningen in 2020. In hun studie moesten proefpersonen in verschillende scenario’s kiezen tussen een mannelijke en vrouwelijke leider. Wat bleek: in een crisissituatie was de kans dat zij voor een vrouw kozen ongeveer 45 procent groter dan in een stabiele situatie.

Hoe komt dat? Om te beginnen toetsten de wetenschappers of er in crisistijd meer behoefte is aan feminien leiderschap. Daar horen eigenschappen bij die, hoewel stereotyperend, vaak met vrouwelijke leiders worden geassocieerd: tactvol, zorgzaam, gericht op samenwerking en verbinding.

Lees ook: Zijn we kritischer op vrouwelijke leiders? Nee hoor, vinden veel mannen

Voor die hypothese werd weinig bewijs gevonden. Aannemelijker is dat organisaties in crisis hun aandeelhouders en de buitenwereld willen laten zien dat ze breken met het verleden en het nu echt anders gaan doen – kijk maar, we hebben een vrouw als ceo.

Dat is eerder een onbewust patroon dan een bewuste keuze. Bestuurders en toezichthouders zoeken de ‘beste leider’ voor dat moment. Dat is vaak iemand die (visueel) afwijkt van de voorganger – meestal een witte man – die de organisatie in de problemen heeft gebracht.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Op zoek naar ‘redders’

Een negatievere verklaring is dat mannen deze banen simpelweg niet willen, omdat ze te risicovol zijn en het afbreukrisico te groot is. Daardoor ontstaat er meer ruimte voor vrouwen om door te stromen. Als het vervolgens misgaat – en die kans is in zulke precaire situaties reëel – zien de onderzoekers dat het falen vaak wordt toegeschreven aan de vrouwelijke leider, en niet aan de crisis zelf.

Daarop treedt een volgend mechanisme in werking: het Savior-Effect, waarbij wordt teruggegrepen op een ‘traditionele’ leider (lees: man en wit), de redder.

Al is de glazen klif geen universele wetmatigheid. Het effect is sterk afhankelijk van de context en het sterkst in landen met een grotere genderongelijkheid. Zo kwamen de VS en het VK in het onderzoek slechter uit de bus dan Duitsland en Zwitserland. Nederlandse deelnemers hadden in crisissituaties juist een lichte voorkeur voor mannelijke leiders.

In ons land drukt het glazen plafond een groter stempel dan de glazen klif. Bij de raden van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen was in 2025 44 procent vrouw, blijkt uit de meest recente Female Board Index, mede dankzij het vrouwenquotum. Daarentegen blijft het percentage vrouwelijke bestuurders, hoewel iets gestegen ten opzichte van een jaar eerder, nog altijd steken op 17 procent.

Lees ook: Nee Pierre, cultuur is geen excuus om Sarina Wiegman als bondscoach te passeren

Xpeng-oprichter voorspelt bloedbad auto-industrie: ‘Helft van onze mensen focust volledig op R&D’

Xpeng wil veel meer worden dan een autofabrikant. Oprichter He Xiaopeng bouwt aan een AI-bedrijf dat ook humanoids, robotaxi's en vliegende auto's ontwikkelt, maar weet dat succes in Europa eerst afhangt van één ding: vertrouwen. 'Mensen geloven soms simpelweg niet hoe snel een Chinese startup geavanceerde technologie kan ontwikkelen.'

He Xiaopeng noemt zijn Xpeng liever 'een leerling van de gevestigde auto-industrie' dan een uitdager. Foto: Getty Images

Dit is bedrog, klonk het massaal op sociale media. De Chinese automaker Xpeng presenteerde vorig jaar op een techbeurs humanoid Iron. Het is geen robot, maar een vrouw in pak, was de teneur.

Ceo, oprichter en merknaamgever He Xiaopeng reageerde op het Chinese social platform Weibo eerst nog laconiek, maar het wantrouwen bleek zo hardnekkig dat hij een dag later en public het been van Iron liet openknippen, om het ijzeren binnenwerk te tonen. ‘Ik hoop dat dit de laatste keer is dat we moeten bewijzen dat Iron echt is’, zei He ten overstaan van de pers, ogenschijnlijk geraakt door het wantrouwen.

Wantrouwen

Dat wantrouwen tegenover Chinese merken en hun technologische innovaties is er nog altijd, zegt He in gesprek met een internationale groep journalisten, waaronder uw verslaggever van MT/Sprout. ‘Mensen geloven soms simpelweg niet hoe snel een Chinese startup geavanceerde technologie kan ontwikkelen.’ Een patroon dat hij eerder heeft gezien. ‘Tien jaar terug betwijfelden velen ook of Chinese elektrische voertuigen wel van goede kwaliteit konden zijn.’

Wie is He Xiaopeng?

He Xiaopeng (1977) is mede-oprichter en ceo van Xpeng en behoort tot een nieuwe generatie Chinese techondernemers die de overstap maakten van software naar mobiliteit. Na een studie computerwetenschappen richtte hij in 2004 UCWeb op, dat uitgroeide tot een van de populairste mobiele browsers van China met zo’n 500 miljoen gebruikers. De overname door Alibaba maakte hem miljardair en gaf hem de financiële ruimte om in 2014 Xpeng op te richten.

He was ervan overtuigd dat de auto van de toekomst niet alleen elektrisch, maar vooral ook softwaregedreven en intelligent zou zijn. Sinds 2017 staat hij als ceo aan het roer van Xpeng. Onder zijn leiding groeide het bedrijf uit tot een internationale EV-fabrikant die in 2025 wereldwijd 430.000 auto’s verkocht, een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor. In het vierde kwartaal van 2025 draaide Xpeng voor het eerst winst.

Inmiddels kijkt He verder dan auto’s alleen: met robotaxi’s, humanoïde robots en vliegende auto’s wil hij van Xpeng een bredere AI- en mobiliteitsspeler maken, Xpeng is volgens de ondernemer niet langer een automaker, maar een physical AI company.

Een uur voor het groepsinterview staat He op een immens podium in München, thuis van BMW en de stad waar Xpeng zijn Europese R&D-centrum heeft. Tegenover zo’n tweeduizend mensen geeft hij tijdens een merkevent voor het eerst een keynote in het Engels. Het maakte zijn mensen nerveus, grapt hij.

Die keuze is veelzeggend. Xpeng wil niet alleen auto’s – en straks ook humanoids en vliegende auto’s – verkopen in Europa, maar ook laten zien dat het de westerse markt begrijpt en serieus neemt.

He Xiaopeng behoort tot een nieuwe generatie Chinese techondernemers die de overstap maakten van software naar mobiliteit.

Leerling

He grossiert niet in de bravoure die veel Chinese techmiljardairs typeert. De topman van Xpeng noemt zijn bedrijf liever ‘een leerling van de gevestigde auto-industrie’ dan een uitdager. Europese autofabrikanten lopen volgens hem nog altijd voorop als het gaat om productie, kwaliteitscontrole en het bouwen van wereldwijde organisaties.

Het is een van de redenen waarom Xpeng in 2023 een samenwerkijng beklonk met Volkswagen (VW). De Duitse autoreus nam dat jaar voor 700 miljoen dollar een belang van 5 procent in het bedrijf. ‘Het heeft ons specifieke inzichten gegeven in het opbouwen van een internationale organsiatiecultuur en  een internationaal management, gebieden waar wij minder ervaring mee hadden.’

VW op zijn beurt kreeg de beschikking over Xpengs AI-chips en geavanceerde rijassistentiesystemen voor hun nieuwe modellen voor de Chinese markt. Ondertussen wordt er gesproken over een verdere uitbreiding van de samenwerking naar de Europese markt, voor onder meer een tweede productiefaciliteit in Europa, waarschijnlijk in Duitsland.

Chinese voorsprong

Hoewel He zich bescheiden opstelt laat hij weinig twijfel bestaan over waar de technologische voorsprong tegenwoordig ligt. ‘De auto-industrie wordt niet langer gedreven door mechanica, maar door software en kunstmatige intelligentie. Precies de terreinen waarop Chinese merken zijn groot geworden’, constateert hij.

‘Europese autofabrikanten zijn opgegroeid vanuit hardware en proberen software aan hun auto’s toe te voegen. Xpeng en andere Chinese nieuwkomers bewandelden de omgekeerde route’, stelt hij. ‘Zij komen uit de software- en internetwereld en beschouwen de auto vanaf het begin als een intelligent apparaat dat voortdurend nieuwe functies krijgt, slimme computers op wielen. Daardoor kunnen ze sneller vernieuwen en beter inspelen op de wensen van gebruikers.’

Hoeveel Europese merken zullen de huidige concurrentiestrijd overleven?
‘Dat is een vraag voor hun eigen ceo’s. Ik voorspel in ieder geval een bloedbad waarin uiteindelijk vooral schaalgrootte en technologische voorsprong bepalen wie overeind blijft. Daarbij denk ik dat Chinese merken hun voorsprong, hun first-mover advantage, voorlopig alleen maar verder uitbouwen.

Van de bijna 32.000 Xpeng-medewerkers houdt grofweg de helft zich bezig met R&D en van die groep is meer dan de helft dagelijks bezig met het verbeteren van onze software. De gevestigde automerken komen niet in de buurt van deze percentages.

De cijfers spreken voor zich. In China is inmiddels de helft van alle verkochte auto’s elektrisch, tegenover ongeveer een kwart in Europa en ruim één op de tien in de Verenigde Staten. Bovendien beschikt meer dan de helft van de Chinese EV’s over geavanceerde zelfrijdende functies. China bepaalt momenteel het tempo van innovatie. Wij blijven met Xpeng fors investeren in kunstmatige intelligentie terwijl concurrenten juist bezuinigen op onderzoek.’

De grootste uitdaging in Europa is misschien niet technologie, maar het vertrouwen van de Europese consumenten.
‘Wij hebben niet het erfgoed van de Europese merken, dus het is logisch dat dat tijd kost. We zitten erin voor de lange termijn en er is ons dus alles aan gelegen om die onzekerheid weg te nemen. We houden onze prijzen bewust stabiel en via regelmatige software updates krijgen auto’s voortdurend nieuwe functies, waardoor ze langer modern blijven en hun waarde beter vasthouden.

Maar we realiseren ons dat technologie alleen niet genoeg is. Om te laten zien dat Xpeng voor de lange termijn naar Europa is gekomen, investeren we ook in een lokale infrastructuur. Vanuit een centraal onderdelenmagazijn in Amsterdam worden Europese dealers bevoorraad, aangevuld met nationale distributiecentra in onder meer Duitsland en Frankrijk.

Uiteindelijk wil Xpeng zoveel mogelijk local for local werken: met lokale productie, lokale marketing en een eigen Europees ecosysteem. We willen niet worden gezien als een Chinese importeur, maar als een automerk dat blijvend onderdeel wordt van de Europese markt.’

Apple vergelijking

Xpeng heette tot voor kort Xpeng Motors. Sinds 1 april is dat Xpeng Group, een naamswijziging die het bedrijf zelf vergelijkt met die van Apple Computer naar Apple Inc. in 2007. De boodschap: we zijn niet langer een fabrikant van één product, maar een platform. Een physical AI company, noemt He dat.

De ambitie van Xpeng reikt daarmee veel verder dan auto’s. ‘Wij zien onszelf niet als een autofabrikant’, zegt He. ‘We ontwikkelen kunstmatige intelligentie die de fysieke wereld begrijpt, ermee kan interacteren en die uiteindelijk ook kan veranderen.’

Volgens hem is de auto slechts het eerste zichtbare product van die strategie. Dezelfde AI-technologie moet straks ook humanoïde robots, robotaxi’s en vliegende auto’s aansturen. ‘Een slimme auto is uiteindelijk een rijdende robot.’

Dat is volgens He geen vergezocht toekomstbeeld. Ongeveer 90 procent van de AI-software die Xpeng ontwikkelt voor zijn auto’s kan ook worden gebruikt in humanoïde robots, beweert hij. Ook aan de hardwarekant is de overlap groot: sensoren, chips en batterijen zijn voor meer dan de helft identiek. Beide systemen draaien op hetzelfde Vision-Language-Action-model, dat machines leert hun omgeving te begrijpen en zelfstandig beslissingen te nemen.

Humanoids in massaproductie

De eerste humanoïde robot van Xpeng moet eind dit jaar in serieproductie gaan. In eerste instantie zal Iron klanten ontvangen in showrooms en winkels, later moeten ook huishoudelijke toepassingen volgen. Daarnaast werkt Xpeng aan een vliegende auto, waarvan de productie volgend jaar moet starten.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

He denkt dat juist daar de grootste economische kans ligt. ‘De wereldwijde automarkt vertegenwoordigt ongeveer 10 biljoen dollar. De robotmarkt wordt uiteindelijk twee keer zo groot. Over tien jaar verkopen we mogelijk meer robots dan auto’s.’

Voor He is dat een  logische volgende stap. Waar traditionele autofabrikanten auto’s bouwen die steeds slimmer worden, ziet Xpeng auto’s, robots en vliegende voertuigen als verschillende verschijningsvormen van dezelfde technologie: fysieke AI.

Droogt het pre-seed kapitaal op? Rabobank gaf 850 startups een innovatielening – en dat hielp

Loopt het aantal investeringen in de allerprilste startups van Nederland terug? Niet bij Rabobank. De bank heeft de afgelopen jaren voor 128 miljoen euro aan innovatieleningen verstrekt aan meer dan 850 startups. 'We nemen iets meer risico omdat we dit maatschappelijk nodig vinden.'

ioiny martin vossebeld
De driewielige scootmobiel Joiny, ontwikkeld mede dankzij een Rabo Innovatielening. Foto: Tragar BV

Een startup zonder bewezen product of cashflow, zonder voorraad, bedrijfspand, facturen of andere zekerheden? De gemiddelde founder zal het niet eens proberen: naar de bank stappen met je businessplan voor een lening.

Toch nodigt de Rabobank ze expliciet uit om dat wel te doen. De bank verstrekt sinds 2017 de Rabo Innovatielening, voor startups die impact maken met een bijdrage aan bijvoorbeeld betaalbare zorg of de energietransitie. De lening van 25.000 tot 200.000 euro heeft soepele voorwaarden, bedoeld voor de fase waarin een startup wél kosten maakt maar nog nauwelijks inkomsten heeft: de befaamde Valley of Death.

Lees ook: Hoe overleef je de Valley of Death? ‘Een week van tevoren hoorden we dat de deal niet doorging’

Lenen zonder onderpand of borg

Peter Smit, hoofd startup- en scaleupteam Rabobank.

De lening heeft een looptijd van 7 jaar en is de eerste twee jaar aflossingsvrij. Daarna moet de helft van het bedrag in 5 jaar tijd worden afgelost, en pas aan het eind van de rit de totale leensom. De founder hoeft ook niet persoonlijk borg te staan.

Voor founders die hun aandelen liever niet meteen weggeven, is dat aantrekkelijk, zegt Peter Smit, hoofd van het landelijke startup- en scaleupteam dat zijn bank in 2019 opzette. ‘Vergeleken met een converteerbare lening of een vroege aandelenronde is dit relatief founder-friendly.’

De rente lijkt met 10 procent dan wel weer fors, maar is in verhouding met het risico nog steeds redelijk, zegt Smit. ‘Wij nemen voor deze startups iets meer risico, en hanteren andere acceptatiecriteria dan bij andere afdelingen van de bank. Daar is het ‘computer says no’ als een bedrijf een historisch negatieve cashflow heeft. Mijn team kijkt vooral hoe waarschijnlijk het is dat een startup succesvol wordt.’

Startups met een overtuigend verhaal

Het team kijkt niet primair naar mogelijk financieel rendement, zoals een angel-investeerder, maar hanteert wel vergelijkbare criteria: wat is de kwaliteit van het team en het businessplan? Is er een uniek technologisch- of concurrentievoordeel, is er enige vorm van validatie of vroege omzet?

‘Positieve signalen van eerste klanten, een pilot die ergens toe leidt: dat soort bewijs helpt enorm’, zegt Smit. ‘Hoe verder een startup is, hoe overtuigender het verhaal wordt. Als het gaat om technologie, moet het dicht bij de marktintroductie zijn, dus meer dan alleen tekentafelwerk.’

Meer dan 850 Innovatieleningen

Rond de 40 procent van de aanvragen krijgt groen licht. De meer dan 850 bedrijven die inmiddels een Rabo Innovatielening hebben gekregen, vormen een dwarsdoorsnede van het Nederlandse startuplandschap. Wel zijn bedrijven in de healthsector met 29 procent behoorlijk aanwezig in vergelijking met de investeringen die Dealroom volgt. Voorbeelden zijn Momo Medical, dat via een app en bedsensoren de bewegingen van bewoners in verpleeghuizen volgt, en Joiny, dat een nieuw type scootmobiel ontwikkelt. Ook agri is met 11 procent van alle startups relatief oververtegenwoordigd.

Smit verklaart dat deels uit de historie van de bank. ‘Food en agri zijn van oudsher sterke thema’s voor Rabobank, waardoor de bank in die sectoren veel kennis en een netwerk heeft opgebouwd. Daarnaast hebben we een speciaal team voor medtech, met veel kennis van dat ecosysteem.’

Startups in ‘agri’ en zorg zijn flink vertegenwoordigd in het portfolio van Rabobank.

Omzetgroei en milestones

Uit het onderzoek van Rabobank blijkt dat de Innovatielening ze vooruithelpt. Om dat te meten, gebruikte de bank het StartupFramework van Gritd, dat de levensfase van een startup opknipt in vier stadia en twaalf mijlpalen.

Bedrijven die de lening ontvingen, zaten op dat moment gemiddeld net op milestone 2 (‘product-solution fit’). Nu, gemiddeld twee jaar en acht maanden later, zit diezelfde groep op milestone 5 (‘repeatable sales’). In andere woorden: ze bereikten ongeveer één milestone per jaar.

Lees ook: 1 miljard aan fundingdeals voor startups en scaleups, maar voor de vroegste fase loopt de financiering terug

Ook in harde cijfers is de groei goed te zien. Van de startups die al omzet draaiden toen ze de lening kregen, is de omzet met 86 procent per jaar gegroeid – meer dan het landelijk gemiddelde van zo’n 50 procent dat het CBS en RVO eerder becijferden. Het personeelsbestand groeide gemiddeld van 3,2 naar 8,5 fte.

Krediet helpt direct en indirect

De vraag is hoe onmisbaar het bancaire krediet was voor dat succes. Voor zeker 10 procent van de ondervraagde startupklanten was de Innovatielening de enige financieringsbron, maar de meeste startups combineerden het met andere bronnen van financiering, zoals subsidies of een aandelenuitgifte. Daar droeg de Rabolening volgens ruim de helft van de founders wel indirect aan bij. Dankzij de Innovatielening wisten ze ook aanvullende financiering van andere partijen op te halen.

Ruim de helft van de ondervraagde startups (55 procent) zegt ook niet-financiële ondersteuning te hebben ontvangen, vooral via de kennis en het netwerk van de bank. Dat onderscheidt de Innovatielening vooral van een regulier krediet, vindt Smit. Zijn bank brengt kleine en grote klanten bij elkaar, werkt samen met regionale investeringsmaatschappijen, met incubators als Yes!Delft, Utrecht Inc en Novel T in Enschede.

Zichtbaar in het ecosysteem

‘We willen deze strategisch en commercieel relevante doelgroep gewoon goed bedienen. Dat betekent dat we zichtbaar en actief aanwezig zijn in het regionale ecosysteem, en de laatste jaren coördineren we dat landelijk, om te voorkomen dat het bij losse initiatieven blijft.’

En vergeet ook niet de sessies van Money Meets Ideas, zegt Smit, waar een keer of twintig per jaar startups pitchen voor particuliere investeerders. ‘Daar komt ook in 30 procent van de gevallen succes uit voort.’

Lees ook: Seed Capital-regeling hielp 831 startups groeien, tijd voor een variant voor scaleups?

Waarom de Rabobank zo te zien wat soepeler geld leent aan jonge startups dan andere grootbanken? ABN Amro en ING waren in het verleden wel actief met accelerators, venture capital en vormen van crowdfunding voor startups. De aandacht voor vroegefasefinanciering lijkt er inmiddels toch wat weggezakt.

Volgens Smit past het bij zijn coöperatieve bank. ‘We hebben geen aandeelhouders maar maken wel winst. Een deel van die winst zetten we in voor wat we maatschappelijk nodig vinden. Impactvolle innovatie ontstaat vaak bij startups, en die spelen een sleutelrol in de transities waar we als samenleving voor staan, op het gebied van energie en voedsel, bij het betaalbaar houden van de zorg en een grotere digitaliseringsgraad. Die ondernemers willen we een duwtje in de rug geven, ook als dat wat meer risico met zich meebrengt.’

Van de startups overleeft 75 procent

Smit neemt inderdaad een flinke default rate voor lief – het percentage leningen dat zijn bank moet afschrijven omdat startups geen succes worden. Ongeveer 75 procent van de bedrijven die ooit een Rabo Innovatielening kregen, bestaat nog steeds, zo’n 20 tot 25 procent ging binnen de leentermijn van 7 jaar over de kop. ‘Maar we kijken bij een dreigend faillissement altijd naar de individuele situatie: is er nog levensvatbaarheid, kan een aflossing tijdelijk worden uitgesteld? Dat soort dingen bekijken we per geval.’

Over de voor- en nadelen ten opzichte van financiering tegen aandelen of met een convertible, een lening die later wordt omgezet in een aandelenbelang, kun je eindeloos debatteren met elke founder en financier. Feit is dat die 850 leningen voor een totaalbedrag van 128 miljoen euro helpen bij een probleem waar Nederland al jaren mee worstelt: de investeringen in startups concentreren zich op de wat rijpere fasen. Voor oprichters die maar net zijn begonnen, is het worstelen om geld aan te trekken buiten de bekende friends, family and fools.

Geen terugloop in nieuwe startups

Vorige week nog bleek uit het Quarterly Startup Report dat de Dutch Startup Association liet opstellen dat het aandeel van pre-seedrondes (met geïnvesteerde bedragen van minder dan 1 miljoen euro) vergeleken met een jaar eerder ruimschoots was gehalveerd, tot 12 procent. In absolute termen ging het van twintig naar zeven deals.

Lees ook: Investeringen in de prilste startups drogen op, hoe krijgen we angels (weer) aan het investeren?

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Hoewel de makers van het rapport toegeven dat niet elke deal op hun radar verschijnt, is de trend duidelijk neerwaarts in de vroegste ronden. Zijn er te weinig angel-investeerders met lef of zijn er minder ondernemers met ambitie? Van dat laatste is volgens Smit geen sprake.

‘Wij zien al jaren een constante stroom van aanvragen’, zegt hij. ‘Het afgelopen halfjaar waren dat er 171, in de tweede helft van vorig jaar 193. Dus als je vraagt of ik het aantal beginnende startups zie afnemen? Nee, dat zie ik totaal niet.’ Zijn bank doet er zelfs een schepje bovenop: dit jaar is de maximale lening opgetrokken van anderhalve ton naar twee ton.