Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Advertorial – PublicSpirit

Strategisch HR-beleid loont altijd  

Hoe organisaties de afgelopen twintig jaar naar personeelsbeleid hebben gekeken, blijkt niet langer houdbaar als het aan PublicSpirit ligt. Volgens dit Executive Search-bureau moet de focus van kwantiteit naar kwaliteit verschuiven. Deze nieuwe visie zal leiden tot een (veeljarige) strategische personeelsplanning .

 

“Ook de overheid en gemeenten hebben vandaag de dag te maken met bezuinigingen”, begint Terco van Heumen, directeur van PublicSpirit. “Maar de wijze waarop organisaties de afgelopen twintig jaar gewend waren naar het personeelsbeleid te kijken blijkt tegenwoordig niet langer houdbaar.” PublicSpirit uit Woerden is een begrip in de publieke sector. Het bureau zoekt, selecteert en presenteert topkader voor alle geledingen van de publieke sector. PublicSpirit was van oudsher het sterkst vertegenwoordigd bij de overheden en volkshuisvesting. De organisatie heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een van de belangrijkste spelers in het publieke domein. Het werkterrein is intussen uitgebreid met klanten als woningcorporaties, organisaties in de zorgsector, de cultuursector en onderwijsinstellingen. Steeds gaat het om de ondersteuning in de vraag naar topkader. Van Heumen vervolgt de uiteenzetting van de nieuwe visie: “Bij bezuinigingen ging men in eerste instantie uit van de vermindering van kwantiteit. Afgelopen jaren kwam je nog met deze kwantitatieve benadering weg. Terwijl wij van mening zijn dat het van groter belang is om over de grens van de komende jaren te kijken. Zeker met het oog op de demografische veranderingen waaronder de (natuurlijke) uitstroom van de babyboomgeneratie. En dat maakt de noodzaak van een strategisch HR-beleid belangrijk.” Jetske Goudsmit, mededirecteur PublicSpirit, valt Van Heumen bij : “De visie van PublicSpirit is er een waarbij de focus op kwaliteit ligt, die vervolgens leidt tot een strategische personeelsplanning.”

Strategische personeelsplanning

Maar hoe realiseren organisaties die strategische personeelsplanning in de praktijk? Goudsmit: “Het publieke domein heeft zichzelf allereerst de volgende vraag te stellen: Hebben we de mensen in dienst die qua kennis en competenties naadloos aansluiten op de door ons geformuleerde taken? En is dit over twee en vijf jaar nog steeds zo?” Volgens Van Heumen groeien overheden met deze hernieuwde werkwijze als het ware vanzelf meer toe naar de vaak zo felbegeerde regiefunctie. Goudsmit vervolgt: “Met deze vraag in het hoofd kijk je naar de taken die er liggen, welke competenties er nu zijn en welke over twee tot vijf jaar aanwezig zijn. Oftewel: wat is er aan kenniskapitaal in huis?” “En,” valt Van Heumen zijn collega bij, “kun je deze mensen ontwikkelen tot het niveau dat je voor ogen hebt? Waar is er eventuele instroom nodig?” Eensluidend zeggen Goudsmit en Van Heumen dan ook: “Het gaat om slimmer ontslaan, maar ook om slimmer aannemen!” Duidelijk. Maar een strategische personeelsplanning vraagt eenmaal om tijd en ruimte die organisaties zelf hebben te creëren,licht Goudsmit toe. Want dan is het mogelijk om met de focus op kwaliteit te gaan werken.

In gesprek

Het zijn Goudsmit en Van Heumen die graag in gesprek gaan met organisaties over welke thema’s men voor de komende jaren op de agenda moet hebben staan. Het is goed om te weten dat PublicSpirit door zijn betrouwbare en degelijke dienstverlening als eigen label en A-merk onderdeel is van de BMC-groep. De voordelen zijn helder: een groot netwerk en natuurlijk de voortdurende kennisontwikkeling. Van Heumen licht het laatste toe: “Als je het hebt over kennisontwikkeling dan wil ik graag de relevante HR-agenda noemen. Want een relevante HR-agenda bevat punten zoals vergroening en vergrijzing in de hele breedte van het publieke domein. Daarnaast zijn wij graag gemeenten van dienst, zowel aan traineezijde als voor topkader.” Dan is er ook nog de HR-Organiser waarmee Goudsmit opnieuw toont dat er bij een strategische personeelsplanning aan alle facetten van het HR-beleid wordt gedacht. “Met dit instrument kunnen we kennis, vaardigheden en competenties in kaart brengen. Bij talentvolle jonge mensen geeft de HR-Organiser een helder inzicht waar iemand naartoe kan groeien. Bij talentvolle vijftigers zie je of en hoe iemand past bij de opnieuw geformuleerde taken in de strategische personeelsplanning. Je hebt hiermee als organisatie een manier om kwaliteit te bekijken.”

Dringend advies

Naast de demografische ontwikkeling is er een beweging gaande waarbij organisaties aangeven dat men graag ziet dat de selectieactiviteiten van PublicSpirit ook in de organisatie zelf plaatsvinden, bij situaties waarin sprake is van enkel interne search. Mede daarom is het dringende advies van PublicSpirit aan organisaties om kwaliteit te bespreken in plaats van HR-beleid te bepalen aan de hand van kwantiteit. Van Heumen: “PublicSpirit kan hierin echt het verschil maken. Omdat we over het hele publieke domein werken en ons niet beperken tot één sector, hanteren we een onderscheidende marktbrede werkwijze.” Goudsmit glimlacht. “Komen we toch nog uit bij onze missie. PublicSpirit ziet het als zijn opdracht om bij te dragen aan de kwaliteit van de publieke sector door de juiste mensen in de juiste functies en daarmee in de juiste posities te brengen.” Goudsmit en Van Heumen knikken elkaar even vriendelijk toe. Ze staan duidelijk achter hun strategische visie. “Een aantal gemeenten is twee jaar geleden al begonnen om de strategische personeelsplanning en focus op kwaliteit in te voeren. De resultaten zijn zeer bemoedigend.”

PublicSpirit

Helsinkilaan 4, 3446 AH Woerden
Telefoon: (0348) 45 70 50
E-mail: [email protected]
www.publicspirit.nl
 

Gebruik je AI als tool voor automatisering of benut je de echte waarde van AI?

De lijst met bedrijven die medewerkers ontslaan omdat ze vervangen zouden kunnen worden door AI, is schier oneindig. Werk kan geautomatiseerd worden, is de gedachte. Maar gebruik je AI alleen als middel voor automatisering, dan benut je de echte potentie van AI niet, vindt MT/Sprout-columnist en AI-watcher Aaron Mirck. De echte waarde zit in versterking, niet in automatisering.

aaron mirck columnist mt/sprout

HP laat 6.000 werknemers gaan, omdat AI taken van hen kan overnemen. Het is niet het eerste bedrijf dat besluit werknemers af te laten vloeien vanwege het gebruik van AI. IBM laat 9.000 mensen gaan, Accenture 11.000, TCS 12.000 en Amazon 14.000. Pinterest gaat met vijftien procent minder werknemers door dankzij AI en WiseTech Global zelfs met bijna 30 procent minder.

In Nederland zijn ING, APG en Bird de meest spraakmakende voorbeelden. ING kondigde aan 950 mensen te laten gaan want AI, het Nederlandse Bird ontsloeg 20 procent van zijn medewerkers en pensioenuitvoerder APG verwacht 1000 tot 1200 banen te kunnen schrappen. De vraag is of de dienstverlening van deze bedrijven even goed blijft met minder werknemers.

Lees ook: Mijn boek zit in ChatGPT, maar waar blijft mijn betaling?

AI inzetten tegen werk als kostenpost

Betaalbedrijf Klarna claimde 700 werknemers niet meer nodig te hebben, nu tweederde van het klantcontact wordt afgehandeld door chatbots. Het gaf later aan juist weer nieuwe medewerkers te willen aantrekken. Ceo Sebastian Siemiatkowski deelde zijn openbaring op X: ‘In een wereld van AI zal niets zo waardevol zijn als mensen. Oké, je kunt ons uitlachen dat we dat zo laat beseffen.’

De voorbeelden hierboven illustreren in elk geval hoe organisaties op dit moment AI vaak inzetten: als middel om taken en banen te automatiseren. De onderliggende waarde van automatisering is dat werk een kostenpost is, een probleem dat opgelost moet worden. De vraag is of deze aanpak organisaties verder helpt.

Economen zeggen: zet AI niet in om werk te automatiseren

Economen van Stanford en MIT denken van niet. Ze stellen dat AI op een slimmere manier kan worden ingezet dan als middel voor automatisering. Het grootste deel van de waarde van onze economie komt, zo leggen ze uit, niet voort uit goedkopere versies van bestaande goederen, maar uit nieuwe producten en diensten. Hun aanbeveling luidt dan ook: zet AI niet in om werk te automatiseren, maar om de mogelijkheden van menselijke inspanning te vergroten.

Een voorbeeld ter illustratie: een communicatiespecialist die de beschikking heeft over AI kan één tekst geschikt maken voor tien verschillende doelgroepen. Maar die communicatiespecialist met AI kan ook tien communicatiespecialisten vervangen. De keuze voor tien communicatiemedewerkers of tien doelgroepen wordt niet door de medewerkers zelf gemaakt, maar door de leiding van een organisatie.

Leiders komen voor de keuze te staan, die in jargon wordt aangeduid als automation (automatisering) versus augmentation (vergroting van mogelijkheden), wat ik vertaal als automatisering versus versterking. In Engelstalige literatuur wordt er over dit onderscheid geschreven, maar Nederland loopt traditiegetrouw weer lichtjaren achter. Zonde, want het leert ons op een nieuwe manier kijken naar de relatie tussen werk en technologie.

Amazon zette AI in voor versterking

Een bekend bedrijf dat ervoor koos om AI in te zetten voor versterking in plaats van automatisering, is Amazon. Het bedrijf had boekwinkels kunnen ‘automatiseren’ door medewerkers te vervangen door robots. Zo zouden kosten worden bespaard, maar het zou niet dezelfde impact hebben gehad als het huidige Amazon, dat de boekenmarkt (helaas) voorgoed veranderde.

Lees ook: AI-agents: slimme collega’s of gewoon automatisering in een glitterjas?

Amazon gebruikt klantdata en AI om lezers automatisch persoonlijke aanbevelingen te bieden. Zo zien consumenten in een oogopslag, op basis van talloze aankopen uit het verleden, welke boeken ze mogelijk nog meer interessant vinden. Dat kan een offline boekwinkel niet en daarom groeide Amazon uit tot de grootste (online) boekhandel. Een voorbeeld van versterking dat ook laat zien dat AI al veel ouder is dan ChatGPT, iets wat in deze hype nog wel eens vergeten wordt. Amazon pionierde immers als online boekhandel in de vorige eeuw.

Werkgevers verwachten veel van automatisering

Werkgevers verwachten dat in 2030 het werk ongeveer gelijk verdeeld zal zijn tussen werknemers, computersystemen en werknemers die gebruikmaken van technologie (ofwel: medewerkers wier vaardigheden door technologie, zoals AI, versterkt worden). Niet elke sector heeft dezelfde verwachtingen van automatisering en het versterken van medewerkers.

Lees ook: Is Nederland blind voor de donkere kant van AI? In de VS zijn bedrijven veel kritischer

In de verzekeringssector, pensioensector en telecom verwachten werkgevers dat automatisering verantwoordelijk is voor meer dan 95 procent van de afname in taken die nu nog uitsluitend door mensen worden gedaan. In de gezondheidszorg en de publieke sector verwacht men dat bijna de helft van de taken die nu alleen door mensen worden uitgevoerd, straks worden uitgevoerd door een samenwerking tussen mens en machine. In die sectoren wordt dan ook meer ingezet op het versterken van medewerkersvaardigheden in plaats van automatisering.

Tot slot: versterk vaardigheden met AI

Versterking in plaats van automatisering vraagt om een andere benadering van AI en werk. Het vraagt om verbeeldingskracht om nieuwe mogelijkheden en concepten te bedenken, en om het lef om die concepten in de organisatie te laten landen. Het is immers makkelijker om taken te automatiseren dan om nieuwe producten of diensten te lanceren. Het vraagt bovenal om werk niet te zien als een probleem dat opgelost moet worden. Stel jezelf deze vraag bij elke AI-toepassing: automatiseer ik een taak, of vergroot ik een vaardigheid?

Er zijn immers genoeg toepassingen denkbaar waarbij AI niet wordt gebruikt om het werk van collega’s te automatiseren, maar waarbij AI hun vaardigheden vergroot. Denk aan AI-agents die medewerkers coachen of in razend tempo bijpraten over de laatste ontwikkelingen. Zodat hun vaardigheden worden ontwikkeld.

Toch blijkt uit onderzoek van Anthropic iets heel anders. Slechts 12 procent van de taken die Claude te vervullen krijgt, valt in de categorie ‘augmentation’. 77 procent van de klanten gebruikt AI vooral om administratieve taken over te nemen, iets wat de AI-maker ‘full task delegation’ noemt. Met andere woorden: het gros van de markt is nog bij AI als middel voor automatisering, slechts een op de acht bij AI als middel voor versterking.

Voorlopen is dus nog nooit zo makkelijk geweest.

Lees ook: AI is geen wondermiddel: 6 nuchtere lessen voor managers 

Nadi moet met 500 miljoen de Nederlandse kraamkamer voor technolgische doorbraken worden

Nederland krijgt een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi). Dat heeft minister Heleen Herbert van Economische Zaken op Prinsjesdag aangekondigd. In de Miljoenennota is er 500 miljoen euro voor uitgetrokken. Nadi moet de Nederlandse versie worden van Darpa, de fameuze Amerikaanse aanjager van baanbrekende innovaties.

Jelle Prins & Beau-Anne Chilla
Jelle Prins (Cradle, links) en Beau-Anne Chilla (Forward.one) krijgen de leiding over Nadi. Foto: Cradle, Forward.One

Het nog op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi) moet met 500 miljoen euro op zak gaan sturen op technologische doorbraken voor grote uitdagingen in Nederland en Europa. AI-ondernemer en Cradle-oprichter Jelle Prins is voor deze opbouwfase aangesteld als boegbeeld van de organisatie.

Hij is het gezicht, betrekt stakeholders en houdt zich bezig met de strategie. Dat doet hij met deeptechinvesteerder Beau-Anne Chilla als co-founder. Beiden waren al betrokken bij het Nadi-expert-panel van EZ.

De uitdaging is bekend: wetenschappelijk is Nederland een topland, maar tussen onderzoek en de markt valt een gat. Voor onderzoek met een flink technologisch risico is geen financiering te vinden. Investeerders lopen daar namelijk niet warm voor, te onzeker. Veelbelovende kennis blijft zo op de plank liggen en grote uitdagingen worden niet opgelost.

Lees ook: De economie moet groeien, en dus trekt het kabinet-Jetten de beurs voor innovatie

Nadi moet als onafhankelijk agentschap dat gat overbruggen. Niet met subsidie, maar met het aankopen van onderzoeksdiensten en prototypes voordat die op de markt zijn. Op de website staat al dat het ‘een zeer ondernemende R&D-financier’ wordt.

Zo kunnen teams laten zien dat hun vondsten werken in de praktijk. Daarmee worden ze meteen een stuk interessanter voor privaat durfkapitaal, of publieke durfinvesteerders zoals Invest-NL en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Niet voor appjes

Het agentschap zal geen commissies opzetten, eindeloos gaan overleggen of zeer bureaucratisch opereren. De belofte: er komen ambitieuze, strakke programma’s met kleine teams rond grote maatschappelijke of strategische vraagstukken, waar iedereen aan kan deelnemen, niet alleen universiteiten en kennisinstellingen. Ook individuele wetenschappers, startups en bedrijven mogen een gooi doen naar de centen van Nadi.

De portemonnee wordt alleen maar getrokken voor het ontwikkelen van baanbrekende oplossingen. Kom dus niet aanzetten met het zoveelste appje, maar lanceer liever een voorstel voor het verwijderen van pfas uit het drinkwater of stikstof uit de lucht. De reflex moet niet zijn om risico’s in te perken, maar om falen juist te omarmen. Het is niet erg als projecten falen, zolang degene die overblijven maar serieuze impact maken.

Het eerste programma van Nadi zal nog deze herfst worden gelanceerd, zo is de verwachting. Dit in samenwerking met de Duitse evenknie Sprind. Nadi heeft namelijk al diverse voorgangers: Aria in het Verenigd Koninkrijk en Sprind in Duitsland. Die hebben op hun beurt als hét grote voorbeeld gekeken naar Darpa in de VS, voluit de Defense Advanced Research Projects Agency, het instituut dat revoluties als het internet, levensreddende mRNA-vaccins en gps aanjoeg.

Maar wat is Darpa precies? Hoe werkt het? En waarom zou Nederland dit model willen kopiëren?

Geen bureaucratie, vrijheid om te experimenteren

De aanleiding voor Darpa was de lancering van de Spoetnik-satelliet door de Sovjet-Unie in 1957. De VS schrokken zich het leplazarus van de technologische voorsprong die de Russen leken te hebben genomen in de space race. Tijd voor actie dus. Het Amerikaanse ministerie van Defensie besloot een speciaal agentschap in het leven te roepen dat radicaal vooruitstrevende technologieën moest ontwikkelen om Amerika weer terug aan kop te krijgen.

Lees ook: Kabinetsfluisteraar Peter Wennink: ‘Hou alsjeblieft op met R&D een kostenpost noemen’

Darpa kreeg vanaf het begin een bijzondere positie. Het agentschap opereerde los van de gebruikelijke bureaucratie en kreeg veel vrijheid om te experimenteren. Projectleiders kregen budget en vijf jaar om hun ideeën te bewijzen. Slaagde een project niet, dan ging de stekker er zonder pardon uit. Werkte het wel, dan konden de resultaten snel worden opgeschaald.

Wat Darpa nog steeds onderscheidt van traditionele onderzoeksorganisaties is de manier van werken. Het agentschap werkt met een klein, wisselend team van ongeveer 200 medewerkers, waaronder projectmanagers die vaak afkomstig zijn uit het bedrijfsleven of de academische wereld. Hun taak: in enkele jaren een radicale sprong voorwaarts realiseren in een technologiegebied.

Innovaties die de wereld veranderden

De focus ligt niet op incrementele verbeteringen, maar op wat Darpa zelf ‘high-risk, high-reward’-projecten noemt. Droomprojecten. Dat betekent dat er veel mislukkingen mogen zijn, maar dat de successen vaak enorme impact hebben. Een aanpak die nogal wat doorbraken heeft opgeleverd.

Het bekendste voorbeeld is ‘het’ internet. In de jaren zestig startte Darpa het ARPANET-project, bedoeld om universiteiten en onderzoekscentra veilig te verbinden. Het werd de basis voor wat later het wereldwijde internet zou worden.

Een ander voorbeeld is gps. Wat begon als een militair navigatiesysteem, is nu een vanzelfsprekende technologie die we dagelijks gebruiken voor navigatie, logistiek en precisielandbouw. Darpa was ook betrokken bij de ontwikkeling van robotica, het investeerde in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, drones en nieuwe materialen.

Darpa Challenges

Legendarisch zijn de challenges die Darpa uitschreef, de wedstrijden met prijzengeld rond een technologische uitdaging. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s kreeg een push door de Grand Challenges begin deze eeuw.

Teams van universiteiten, bedrijven en onderzoeksinstellingen hingen voertuigen vol apparatuur om ze zo ver mogelijk autonoom door de woestijn te laten rijden. Dat leverde meer dan eens beelden op van radeloze en stuurloze wagens die de finish nooit zagen.

darpa challenge zelfrijdende auto 2004
Het team van Virginia Tech dat deelnam aan de eerste Darpa Challenge voor zelfrijdende auto’s in 2004. Foto: Getty Images

Maar winnaars kregen miljoenen om hun technologie door te ontwikkelen voor ingewikkeldere trajecten. Het legde de basis voor miljardenbedrijven in autonome technologie, en de taxi’s en bussen die in steeds meer steden rondtuffen zonder chauffeur van vlees en bloed.

Een decennium later leverde de Robotics Challenge soortgelijke beelden op, van stumperende mensachtige robots die in de race waren voor de prijzenpot van miljoenen. Dat was in 2015. Wie nu ziet hoe humanoids rennen, buitelen en met elkaar vechten, lopen de rillingen over de rug.

Lessen voor Nederland

Vaak was het agentschap niet de enige speler die actief was in het domein, maar wel de katalysator die wetenschap, bedrijfsleven en overheid samenbracht en risicovol onderzoek financierde. Het doel was en bleef strikt genomen de militaire kracht van de VS, maar duidelijk is dat de hele samenleving heeft geprofiteerd van de defensiedollars die richting innovatie werden gesluisd.

Zou Nederland geholpen zijn met een eigen Darpa-achtige organisatie? Prins denkt van wel, schreef hij al eens in een opiniestuk in NRC, zolang het Nederlandse Darpa niet te Nederlands wordt. Als in: te klein denken. ‘Nooit kwam verandering van mensen met een houding van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.’

En natuurlijk: bang zijn om te falen, die andere Hollandse cultuurziekte. ‘Een ontploffende raket moet resulteren in luid applaus. Zonder spectaculaire mislukkingen ook geen spectaculaire successen.’

Ten slotte moeten de ambtenarij, de politiek of gevestigde innovatie-instituten het niet voor het zeggen krijgen bij Nadi. Dan kan de consensuscultuur toeslaan, worden budgetten verdeeld over de partijen met de grootste mond en gaat het instituut kiezen voor haalbare projecten. Denk aan het Innovatieplatform, dat vanaf 2003 een ‘ijsbreker’ voor innovatie had moeten worden, maar meer een ronddobberend opblaasbootje werd. Als het die kant opgaat, dan kan Nadi zich straks ook bij de falende projecten voegen.

Lees ook: Nederland kan zijn AI-achterstand nog inhalen, maar bouw geen fabriek met Nvidia-chips

Prinsjesdag 2026: de economie moet groeien, dus trekt het kabinet-Jetten de beurs voor innovatie

Het nieuwe kabinet wil de economie een duw in de rug geven. Op Prinsjesdag presenteerde de regeringsploeg van Rob Jetten zijn eerste begroting, met plannen om het bedrijfsleven en de industrie te stutten en innovatie aan te jagen. Zo komen er onder meer een nieuwe investeringsinstelling en een innovatieagentschap.

Minister van Financiën Eelco Heinen met het welbekende koffertje. Foto: Ministerie van Financiën

Welvaart opnieuw verdienen: die titel gaf minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) de Miljoenennota 2027 mee. Het Centraal Planbureau voorspelt voor 2026 en 2027 een economische groei van respectievelijk 1,4 en 1,2 procent. Dat is niet genoeg om Nederland financieel draaiende te houden, waarschuwt het kabinet-Jetten.

Om de kosten van onderwijs, zorg en sociale zekerheid te kunnen blijven dekken, is volgens het kabinet een ‘structurele economische groei’ van minimaal 1,5 procent nodig. Om die groei te bereiken trekt de regeringsploeg van Rob Jetten in zijn eerste begroting de portemonnee voor het bedrijfsleven en voor innovatie. De meeste plannen waren in grote lijnen al bekend, maar nu hebben we het volledige plaatje – met de kanttekening dat dat vooral dient als startpunt voor onderhandelingen met de oppositie.

Overheid als launching customer

Het kabinet wil onder meer twee nieuwe instellingen oprichten. Via de taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat wordt gewerkt aan een Nationale Investeringsinstelling (NII), een onafhankelijke financieringsinstelling waarvoor tot en met 2028 bijna 3,3 miljard euro wordt gereserveerd. Ook komt er een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie met een pot van 500 miljoen euro, waarmee de overheid kan optreden als launching customer voor doorbraaktechnologieën.

Peter Wennink pleitte hier in zijn veelbesproken rapport al voor, al liggen de budgetten een stuk lager dan hij voor ogen had: 10 tot 20 miljard euro voor de nationale investeringsbank en 1,5 tot 2 miljard euro voor het innovatieagentschap.

Lees ook: ‘Fat, dumb and happy’ Nederland kán nog vooroplopen, blijkt uit Wenninks masterplan

Opvallend is ook dat er een nieuwe ronde van 375 miljoen euro voor het Nationaal Groeifonds komt. Een aantal projecten binnen het fonds is opnieuw beoordeeld, in sommige gevallen negatief, waardoor dat geld opnieuw is vrijgekomen.

Meer ruimte voor startups

Verder maakt het kabinet geld vrij om universiteiten een extra zetje te geven bij de ‘vertaalslag’ van wetenschappelijk onderzoek naar het opzetten van nieuwe bedrijven. Het komende jaar is daarvoor 85 miljoen euro beschikbaar, en tussen 2028 en 2031 jaarlijks 93 miljoen euro.

Om deze en andere startups en scaleups te helpen talent aan te trekken, moeten aandelenopties voor medewerkers – een populaire manier om het salaris aan te vullen – fiscaal aantrekkelijker worden. Het kabinet kwam eerder met plannen om straks maar 65 procent in plaats van 100 procent van het voordeel uit aandelenopties te belasten. Ook worden de opties pas belast bij verkoop, als de ‘papieren waarde’ daadwerkelijk in euro’s wordt omgezet.

Het kabinet wil deze maatregel per januari 2027 invoeren, maar de Raad van State is kritisch op het wetsvoorstel en adviseert het pas in te dienen bij het Tweede Kamer als het eerst ‘fundamenteel’ wordt aangepast.

500 regels per jaar schrappen

Bij het mkb wordt de Innovatiebox verruimd. Kleinere en middelgrote bedrijven die innovatieve producten of technologie ontwikkelen, betalen via deze regeling 25 procent minder belasting over de winst die ze daarop maken, met een maximum van 25.000 euro. Dat plafond wil het kabinet verhogen naar 100.000 euro. Die maatregel moet het Rijk zo’n 19 miljoen euro per jaar gaan kosten.

Ondernemers die investeren in energiebesparing of duurzame energie krijgen ook meer belastingvoordeel. Het kabinet wil de Energie-investeringsaftrek, kortweg EIA, in 2027 verhogen van 40 naar 45 procent.

Lees ook: Nederland verdient meer academische spin-outs: hoe gaan we dat regelen?

Het kabinet wil, en dat is geen nieuw verhaal, iets doen aan de regeldruk voor bedrijven. Staatssecretaris Eric van der Burg (Slagvaardige Overheid) informeerde de Tweede Kamer eerder deze maand over de nieuwe Vereenvoudigingswet. Die is gericht op het afschaffen van overbodige regels en wetten, en heeft als doel jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of eenvoudiger te maken.

Dat mes snijdt aan twee kanten. Dan is namelijk ook een kleiner ambtenarenapparaat nodig, zo is de redenering, waarvoor tussen 2028 en 2029 alvast heel optimistisch een extra besparing van 400 miljoen euro is ingeboekt. Die komt bovenop de 1 miljard euro die het kabinet-Schoof tot 2031 al bij de overheid wilde weghalen.

Geld naar wind op zee, kernenergie en CO2-opslag

De economische groei die de regering-Jetten voor ogen heeft, is ook nodig om te kunnen investeren in klimaatbeleid, de energietransitie en defensie. Om met de laatste te beginnen: Defensie krijgt volgend jaar 28,5 miljard euro te besteden: 14,5 miljard via de reguliere begroting en 14 miljard via het Defensiematerieelbegrotingsfonds.

Naar het klimaatbeleid gaat volgend jaar ongeveer 7,7 miljard euro. Dat geld gaat onder meer naar investeringen in wind op zee en naar het verlengen van de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), een subsidiepot voor bedrijven om projecten gericht op hernieuwbare energie en/of CO2-reductie uit te rollen.

De regering-Jetten investeert ook in kernenergie; de komende jaren is 200 miljoen euro vrijgemaakt voor het verder doorontwikkelen van SMR-technologie, kleine en modulaire kernreactoren. De eerste 12 miljoen euro wordt volgend jaar verdeeld.

Lees ook: Plannen voor grote kerncentrales wankelen: zijn kleine reactoren de oplossing?

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Tot en met 2031 rolt er ook 1,3 miljard euro subsidie naar CO2-opslagproject Aramis. Dat is cruciaal voor het verduurzamen van de Nederlandse industrie en de klimaatdoelen; met het extra geld hoopt het kabinet de risico’s voor potentiële klanten te verkleinen. Voor de maatwerkafspraak met Tata Steel is over diezelfde periode ongeveer 1,2 miljard euro ingeboekt.

Lees verder over de plannen op het gebied van klimaat en verduurzaming op Change Inc.: van ruim miljard euro voor CO2-opslagproject Aramis tot de greentimerregeling voor elektrische occasions.