Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Battolyser en VDL gaan als Alquion industriële waterstof een push geven: ‘De échte concurrentie zit in China’

De doorbraak van groene waterstof laat langer op zich wachten dan gedacht. Mattijs Slee liet zijn scaleup Battolyser Systems daarom fuseren met VDL Hydrogen Systems om onder de nieuwe naam Alquion groene waterstof een push te geven. 'De hype was te groot, gedreven door een mix van morele ambitie en opportunisme.'

Vandaag is het officieel: Alquion heet voortaan het bedrijf waarin Mattijs Slee zijn scaleup Battolyser Systems liet fuseren met VDL-dochter VDL Hydrogen Systems. Dat Alquion is een verwijzing naar ‘alkalisch’ – de onderliggende technologie van de elektrolyser die het bedrijf ontwikkelt werkt – en ‘ion’, voor het geladen deeltje dat de waterstofproductie mogelijk maakt.

‘En er klinkt ook alchemie in door. Wat mij betreft is het vooral een mooie naam die resoneert’, zegt Slee.

Maar hij is er verder eerlijk over: de vorig jaar aangekondigde fusie was niet alleen een kans, maar ook een noodzaak. De markt voor waterstof ontwikkelde zich de afgelopen jaren moeizaam. En daarmee ook de mogelijkheid voor een startup als Battolyser Systems om geld én klanten te vinden voor zijn elektrolyser, die water splitst in waterstof en zuurstof met behulp van elektriciteit. ‘De rode loper voor startups is weer opgerold. Alle gelukszoekers en toeristen zijn weer weg.’

Waterstof nog te duur

Het kernprobleem: groene waterstof is nu nog simpelweg te duur om in te zetten in een industrieel proces, bedoeld om de fossiele brandstoffen te vervangen die nu de energie leveren. Afgelopen zomer ploegde de overheid nog 700 miljoen euro aan subsidie naar 11 bedrijven, die groene waterstof gaan opwekken en daarvoor het kostenverschil met waterstof uit aardgas vergoed krijgen.

Slee bevestigt dat de technologie waarmee waterstof wordt gemaakt – een belangrijke bouwsteen om industriële bedrijven te verduurzamen die niet kunnen elektrificeren – zich nog te hoog in de kostencurve bevindt. ‘Het fossiele equivalent is nog steeds te goedkoop. Zeker zolang de schade aan het klimaat er niet in wordt doorberekend.’

Hype gedreven door morele ambitie

En juist die energiekosten zijn de afgelopen twee jaar veel zwaarder gaan wegen dan de energietransitie zelf. ‘Een paar jaar geleden draaide alles om klimaat’, zegt Slee. ‘Dat is nu minder dominant geworden. Meer recent, lees de bekende rapporten van Draghi en in Nederland Wennink er maar op na, draait het vooral om onze concurrentiekracht. Daar kwamen de zorgen over de veiligheid en weerbaarheid in Europa en Nederland nog bij.’

Lees ook: Het rapport-Wennink splijt de meningen: nationaal groeimodel of menselijke maat

Die trage waterstofmarkt had gevolgen. ‘In de hype deed iedereen mee. Ook de banken en de energiebedrijven hadden grote waterstofteams’, blikt Slee terug. ‘De hype was te groot, vooral gedreven door een mix van morele ambitie en opportunisme. Maar we hadden niet door hoe lang de cost-down, het bereiken van een lagere kostprijs, zou duren.’

Slee maakt een vergelijking met offshore wind. ‘Daarvan is in 20 jaar tijd de prijs voor opwekking door vijf gegaan. Dat zal met waterstof ook gebeuren, maar die kostenreductie gaat over decennia, niet over jaren. Maar dan moeten we wel projecten uitvoeren om van te leren en niet alleen studies blijven maken.’

Technologische draai Battolyser

In die context moet je het fusiebedrijf Alquion zien. Met Battolyser Systems, dat uit onderzoek aan de TU Delft ontstond, ontwikkelde Slee vanaf 2021 een flexibele elektrolyser die waterstof opwekte en tegelijk dienst deed als batterij die overtollige stroom opslaat. Slee’s bedrijf haalde tientallen miljoenen op bij investeerders en kreeg ook een Europese lening los voor de bouw van een fabriek.

Eind 2024 maakte Battolyser een technologische draai. Slee: ‘Het bleek lastiger dan we dachten om de kostprijs laag genoeg te krijgen.’

Bovendien bleek dat klanten vooral waarde hechtten aan de flexibiliteit die de elektrolyser zo uniek maakt. De Battolyser schakel je eenvoudig in en uit, waar concurrenten continu een minimale productie moeten draaien. Dat maakt hem heel geschikt om in te zetten als het aanbod aan stroom hoog is en de prijzen op hun laagst zijn.

Waterstof perfect voor netcongestie

Dat maakt niet alleen de opgewekte waterstof zo voordelig mogelijk, het is ook een perfecte manier om netcongestie tegen te gaan zodra windparken op de Noordzee op volle toeren draaien en de stroom ergens heen moet. ‘Dan komt er heel veel energie het net op. Dat geeft congestie en drukt de prijzen. Op dat moment kun je overtollige stroom beter omzetten in waterstof. Bij stroomtekort kun je juist doorleveren aan het net. Je bent als het ware een air traffic controller tussen het windpark en het elektriciteitsnet.’

Lees ook: Battolyser haalt 30 miljoen op om zijn batterij annex waterstofgenerator op de markt te brengen

VDL Hydrogen Systems, een van de vele werkmaatschappijen van het industriële familiebedrijf VDL Groep, ontwikkelde sinds 2022 ook een elektrolyser die vooral was gericht op grootschalige industriële toepassingen. Toen Battolyser besloot te focussen op een flexibele elektrolyser zonder batterijfunctie, bracht dat beide concurrenten dichter bij elkaar.

VDL goed in opschalen en assemblage

Dat leidde uiteindelijk tot de fusie die donderdag werd beklonken. ‘We zeiden tegen elkaar: de échte concurrentie zit in China, wij zijn in Nederland de enige twee partijen die een industriële elektrolyser ontwikkelen, moeten we niet gaan samenwerken?’

Het zorgt dat de elektrolyser die nu samen wordt ontwikkeld, concurrerender wordt. ‘VDL is een gestructureerd bedrijf met een sterk industrieel track record’, zegt Slee. ‘Ze zijn heel goed in opschalen en assemblage, en hebben veel betere inkoopcondities dan Battolyser ooit zou krijgen.’

Slee: ‘VDL heeft een sterke cultuur die vooral heel praktisch is.’ Foto: Alquion

Bovendien kun je tegenwoordig niet meer zomaar als startup aankloppen met een nieuwe elektrolyser en vragen of iemand die wil kopen. ‘De enige partijen die nu nog over de vloer komen, zijn die met een groot industrieel track record.’ Zoals VDL dus, dat op zijn beurt de waterstofdochter wat meer op afstand wilde zetten. ‘Battolyser brengt zijn innovatie mee, en de mogelijkheid om in Nederland en Europa durfkapitaal aan te trekken. Onder VDL Groep is dat niet mogelijk.’

Aandeelhouders op één lijn krijgen

Best opmerkelijk: Battolyser had 37 medewerkers, VDL Hydrogen Systems 15. Slee’s scaleup had 70 miljoen aan financiering opgehaald en beschikte over een reeks patenten. Desondanks vond de fusie op gelijke basis plaats, waarbij alle aandeelhouders nog eens een (onbekend) bedrag bijstorten om door te bouwen.

‘Het was best complex om de fusie goed op te zetten om daarmee de aandeelhouders op één lijn te krijgen’, geeft Slee toe. ‘Beide bedrijven zijn lastig te waarderen en de waarde zit vooral in de samenwerking zelf, daar kom je niet uit met spreadsheets. VDL Hydrogen Systems was qua aantal mensen kleiner, maar had de steun van VDL Groep die van niet meetbare waarde is.’

Eerst getrouwd, daarna huwelijkse voorwaarden

Hoe is in de afgelopen periode de integratie met de VDL-dochter verlopen? ‘Heel goed eigenlijk, al zijn we eerst getrouwd en moesten we daarna nog de huwelijkse voorwaarden regelen.’ Geen ruzie over wie de beste elektrolyser in huis had? ‘Categorisch nee. Het helpt dat het bij ingenieurs en techneuten al snel over de inhoud gaat, en dat je kunt uitrekenen wat de beste oplossing is. De teams keken met open vizier naar hoe de ander het deed om de beste manier over te nemen.’

Ook wat de cultuur betreft was de afstand niet zo gek groot, vindt Slee. ‘VDL heeft ondanks de vele bedrijven een sterke cultuur die vooral heel praktisch is, en no nonsense. Vergeleken daarmee was Battolyser wat meer academisch, en misschien soms wat te strategisch in zijn aanpak.’

Demonstratiesysteem van de Flexolyser

Het nieuwe bedrijf houdt zijn twee vestigingen in Schiedam en Eindhoven. De Rotterdamse haven is het waterstof-epicentrum van Europa, Eindhoven is logisch vanwege de hoogwaardige maakindustrie in de Brainportregio. Het nieuwe bedrijf Alquion ontwikkelt nu een nieuw product, de Flexolyser.

Slee: ‘Wij waren in Nederland de enige twee partijen die een industriële elektrolyser ontwikkelden.’ Foto: Alquion

Nog dit voorjaar beslist een industriële klant over de investering voor een demonstratiesysteem met een capaciteit van 500 kilowatt. Daarna volgt een first-of-a-kind versie van 5 tot 10 megawatt. ‘In plaats van twee demo’s van twee afzonderlijke partijen hoeft de overheid nu slechts één project te subsidiëren dankzij de fusie.’

Waterstof in rapport-Wennink

‘Het is nog een lange weg vol gevaren’, zegt Slee. ‘Maar de maatschappelijke relevantie dat dit lukt, is enorm.’ Want of het nu gaat om netcongestie, de strategische relevantie van Nederland en Europa, lagere energieprijzen of het terugdringen van CO2-uitstoot: waterstof is op de langere termijn een belangrijk stukje van de energiepuzzel.

Het is geen toeval dat het rapport-Wennink waterstof-elektrolyse noemt als ‘systeemtechnologie’ die onder meer energieprijzen kan helpen verlagen en netcongestie helpt oplossen, terwijl de innovatie te langzaam gaat door een bekend kip-ei-probleem: ‘Omdat de industrie niet zeker is van de levering, en de energieontwikkelaar niet zeker van afname, bouwen we geen projecten en dus innoveren we te weinig.’

Lees ook: Dit zijn 7 Nederlandse kampioenen volgens Peter Wennink (en dit hebben ze nodig)

300 miljoen voor elektrolysers

Slee was met Battolyser al actief pleitbezorger van de deeptech sector in het algemeen en waterstof in het bijzonder en is voortaan als ceo van Alquion betrokken bij HyValueChain NL, een consortium dat een van de ‘projectvoorstellen’ heeft ingediend die de Wennink-bijlage hebben gehaald.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Samen met onder meer VDL Groep, waterstofprojectontwikkelaar HyCC en Nationaal Groeifondsproject GroenvermogenNL pleit de waterstofsector voor een investering van 300 miljoen euro om een complete toeleveringsketen voor flexibele, industriële elektrolysers op te bouwen. ‘We hebben nu de partijen bij elkaar met wie het moet lukken’, zegt Slee. ‘Het helpt dat wij de test van Wennink hebben doorstaan als een geloofwaardig project.’

En in de nieuwe realiteit is de kans op succes voor een Nederlandse producent van elektrolysers misschien wel groter dan ooit. ‘Vijf jaar geleden werd alles langs de lat van het klimaat gelegd en ging het louter om zoveel mogelijk CO2-reductie per euro. China, de VS: het maakte geen fluit uit waar de technologie vandaan kwam. Nu is er aandacht voor het Nederlandse verdienvermogen en onze strategische relevantie, in dat plaatje passen wij perfect.’