Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Het rapport-Wennink splijt de meningen: nationaal groeimodel of menselijke maat

Het rapport De route naar toekomstige welvaart van oud-ASML-ceo Peter Wennink moet richting geven aan de Nederlandse economie. De urgentie wordt breed gedeeld, maar over de aanpak lopen de meningen uiteen. MT/Sprout zet verschillende reacties op een rij.

peter wennink rapport
Foto: Getty Images

Het rapport De route naar toekomstige welvaart van oud-ASML-ceo Peter Wennink is bedoeld als richtinggevend kompas voor het volgende kabinet. Met een investeringsagenda van tientallen miljarden en een scherpe waarschuwing voor economisch verval legt Wennink de lat hoog.

Zijn analyse wordt breed gedeeld, maar de reacties laten zien dat overeenstemming over de urgentie nog geen consensus betekent over de aanpak. MT/Sprout verzamelde een reeks reacties van economen, bestuurders en ondernemers.

‘Niet geld, maar randvoorwaarden zijn de bottleneck’

Barbara Baarsma (hoogleraar economie UvA, hoofdeconoom PwC)

‘Het rapport van Peter Wennink laat zien dat Nederland niet zozeer een tekort heeft aan investeringsgeld, maar aan goed georganiseerde randvoorwaarden. De reflex om te grijpen naar sectorbeleid en subsidies is begrijpelijk, maar uiteindelijk contraproductief. Wat nodig is, is generiek beleid dat innovatie mogelijk maakt: voldoende en goed opgeleid talent, een betrouwbare energie-infrastructuur, een goed functionerende arbeidsmarkt en een overheid die voorspelbaar en consistent is.

Dat vraagt om politieke moed, omdat schaarste serieus genomen moet worden en niet alles kan. Eerst moeten we het ‘zuur’ organiseren — vergunningverlening, onderwijs en netcapaciteit — pas daarna kunnen we het ‘zoet’ oogsten in de vorm van productiviteitsgroei en brede welvaart.’

‘Zonder ondernemerschap wordt het technologisch darwinisme’

Arnoud Boot (hoogleraar ondernemingsfinanciering, Universiteit van Amsterdam)

‘Het rapport analyseert scherp het potentieel van de Nederlandse economie, maar laat een cruciaal element liggen: ondernemerschap. De vraag hoe je Nederland ondernemender maakt, zou centraal moeten staan. In plaats daarvan domineert een technocratische benadering waarin grote instellingen, sectoren en investeringsbedragen de hoofdrol spelen.

Zo ontstaat de suggestie dat het probleem vooral met geld is op te lossen. Tegelijk blijft onduidelijk waarom bepaalde activiteiten hier per se moeten plaatsvinden. Zonder expliciete keuzes en aandacht voor ondernemerschap dreigt dit uit te lopen op technologisch darwinisme, in plaats van een breed gedragen economische strategie.’

Lees ook: ‘Fat, dumb and happy’ Nederland kán nog vooroplopen, blijkt uit Wenninks masterplan

‘Groei wordt gepresenteerd als noodzaak, terwijl het een politieke keuze is’

Hans Stegeman (hoofdeconoom Triodos Bank)

‘Het rapport bevat veel verstandige aanbevelingen, maar problematisch is hoe het naar verdienvermogen kijkt. De aanname dat 1,5 tot 2 procent economische groei noodzakelijk is, wordt gepresenteerd als economische onvermijdelijkheid. Die conclusie rust echter op aannames over wie de lasten draagt en wie profiteert van groei.

Zo wordt een politieke keuze verpakt als economische noodzaak. Verdienvermogen ontstaat door creatieve destructie, maar die dynamiek werkt alleen als mensen weerbaar zijn. Daarom kun je verdienvermogen niet los zien van sociale zekerheid. Groei is geen doel op zich, maar hooguit een middel.’

‘Dit plan vraagt om stabiel en voorspelbaar beleid’

Roy Jakobs (ceo Philips)

‘Het rapport zet een duidelijke strategische koers uit voor Nederland. Als we onze langetermijngroei, strategische relevantie en economische weerbaarheid willen veiligstellen, moeten we innovatie versnellen en doelgericht investeren. Dat vraagt om stabiel en voorspelbaar beleid, een concurrerend vestigingsklimaat en duidelijke executiekracht. Met de juiste randvoorwaarden kan de Nederlandse medtechsector wereldwijd leiderschap tonen en bijdragen aan een veerkrachtig zorgstelsel én een innovatieve economie.’

‘Er worden keuzes aangekondigd, maar niet doorgezet’

Boris Schellekens (directeur Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen – SOMO)

‘Het rapport begint sterk met de constatering dat Nederland scherpe keuzes moet maken, maar het blijft halverwege steken. Die keuzes worden niet expliciet gemaakt. Zo wordt Tata Steel impliciet als onmisbaar gepresenteerd, terwijl het grootste deel van de productie bestemd is voor export.

Dat roept de vraag op waarom deze grootschalige industrie hier moet blijven. Juist expliciete keuzes over afbouw, herstructurering en herbestemming van schaarse ruimte ontbreken, terwijl die essentieel zijn voor een toekomstbestendige economie.’

Lees ook: Peter Wennink ziet kansen genoeg voor Europa: ‘Wij kunnen echt alles aan’

‘De werknemer wordt gereduceerd tot kostenpost’

Reinier Castelein (voorzitter vakbond De Unie)

‘Het rapport kijkt met een verouderde bril naar de arbeidsmarkt en ziet werknemers vooral als productiemiddel en kostenpost. De suggestie dat vaste banen te rigide zijn en reorganisaties te duur, doet geen recht aan de enorme offers die werknemers de afgelopen jaren al hebben gebracht.

Het ontslagrecht is versoepeld en goedkoper geworden voor werkgevers, terwijl de bestaanszekerheid van werknemers is afgenomen. Bovendien zijn vakbonden en werknemers niet betrokken bij de totstandkoming van het rapport. Dat maakt de analyse eenzijdig en ondermijnt het draagvlak dat nodig is voor echte economische vooruitgang.’

‘Maak dit rapport leidend bij de kabinetsformatie’

Mark Harbers (voorzitter Techniek Nederland)

‘Het rapport van Peter Wennink biedt een stevige en concrete basis voor de kabinetsformatie en zou daar prominent op tafel moeten liggen. Het laat helder zien hoe groot de opgaven zijn en hoe cruciaal de technieksector is voor oplossingen rond de energietransitie, netcongestie, zorg en infrastructuur.

De sector beschikt over kennis, innovatiekracht en uitvoeringsvermogen, maar dat vraagt wel om consistent overheidsbeleid, investeringen in scholing en versnelling van procedures. Zonder die randvoorwaarden blijven ambities steken op papier.’

‘Alleen op euro’s sturen is niet genoeg’

Marleen Janssen Groesbeek (professor Sustainable Finance & Accounting, Avans University of Applied Sciences)

‘Het rapport-Wennink is overtuigend in zijn urgentie: Nederland moet nu investeren om toekomstige welvaart veilig te stellen. Maar alleen sturen op euro’s en bbp is onvoldoende. Groei is geen doel op zich en geen neutrale maat.

Welvaart laat zich niet uitsluitend vangen in productiviteit en toegevoegde waarde per uur. Juist brede welvaart — gezondheid, natuur, sociale cohesie, onderwijs en vertrouwen — vormt het fundament van ons verdienvermogen op lange termijn. Opvallend is dat de circulaire economie, een strategisch antwoord op grondstoffenschaarste en geopolitieke afhankelijkheid, slechts impliciet wordt meegenomen.

Ook ontbreekt een expliciet waardekader: zonder geïntegreerde verslaggeving blijven maatschappelijke baten onzichtbaar en moeilijk stuurbaar. Investeren vraagt niet alleen om tempo, maar om richting. Snelheid zonder leervermogen leidt zelden tot duurzame welvaart. Wie echt vooruit wil, heeft naast een economisch kompas ook een waardekompas nodig.’

‘Zorg dat de investeringsagenda niet blijft hangen in de Randstad’

Stephanie Klein Nagelvoort (vicevoorzitter raad van bestuur UMCG)

‘Het rapport onderstreept terecht dat Nederland fors moet investeren om economisch relevant te blijven, maar het is cruciaal dat die investeringen niet eenzijdig in de Randstad terechtkomen. Regio’s als Groningen hebben veel te bieden op het gebied van kennis, zorg, innovatie en samenwerking.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Tijdens de totstandkoming van het rapport is hier nadrukkelijk aandacht voor gevraagd, en dat zien we deels terug. De volgende stap is ervoor zorgen dat deze investeringsagenda ook daadwerkelijk regionaal wordt waargemaakt.’

‘Zonder founders geen echte innovatie’

Wibe Wagemans (serial entrepreneur, ceo en board member in Silicon Valley)

‘Als je het rapport-Wennink leest alsof het een term sheet is, valt één ding direct op: het woord ‘founder’ ontbreekt volledig. Zelfs als je honderden miljarden investeert, los je daarmee het kernprobleem niet op. Echte innovatie ontstaat niet via top-down industriepolitiek, maar via rommelige, onvoorspelbare creatieve destructie. We verwarren kapitaal met creatie. Zonder ruimte voor founders en hun manier van werken blijft elke investeringsagenda technocratisch en tandeloos.’

Consensus over urgentie, strijd over de motor

De reacties op het rapport-Wennink laten zien dat de urgentie breed wordt gedeeld: Nederland moet kiezen, investeren en versnellen om economisch relevant te blijven. Maar zodra het gaat over de motor van die vernieuwing, lopen de opvattingen uiteen. Waar het rapport sterk inzet op technologie, infrastructuur en uitvoeringskracht, wijzen critici op wat ontbreekt: ondernemerschap, founders en de rommelige dynamiek van creatieve destructie.

Groei wordt door sommigen gezien als noodzaak, door anderen als beleidskeuze; flexibiliteit als randvoorwaarde, of juist als bedreiging voor bestaanszekerheid. Wennink heeft de routekaart geschetst. De echte discussie gaat nu over wie er achter het stuur zit: instituties en kapitaal, of de mensen die het risico nemen om iets nieuws te bouwen.