Niets zo uitputtend als mensen zonder gevoel voor humor. Ze zijn misschien plichtsgetrouw, succesvol in hun werk, lief voor dieren en uiterst nauwgezet bij het scheiden van hun afval. Toch begin je, na twintig minuten in hun gezelschap, te begrijpen waarom de beschaving de alcohol heeft uitgevonden.
Toch is humor geen frivool onderwerp. Freud beschreef humor in een kort essay als iets dat een bevrijdende werking heeft: de manier waarop mensen weigeren om zich te laten overrompelen door de klappen die het leven uitdeelt. Het klassieke voorbeeld is de ter dood veroordeelde gevangene die, op weg naar zijn terechtstelling op een maandagochtend, opmerkt dat dit een goed begin van de week is.
Het ego glijdt uit over een bananenschil
Om onszelf kunnen lachen is een klein psychologisch wonder. Voor een paar seconden maar stappen we uit het heldhaftige verhaal van ons bestaan, en kijken we van een afstandje naar dat belachelijke wezen dat ‘ik’ heet. Hopelijk wordt die beproeving doorstaan met de nodige waardigheid.
Wie kan zeggen: ‘Ik heb mezelf compleet voor gek gezet’. En daar oprecht om kan lachen, bereikt meer dan louter zelfspot. Deze mensen laten zien dat hun identiteit stevig genoeg is voor de confrontatie met hun eigen imperfectie. Een kwetsbaar ego kan zich die luxe niet veroorloven. Voor iemand die psychologisch broos is, voelt (uit)lachen als een aanval op de integriteit van het zelf.
Hoe sterker het zelf, des te minder serieus het individu zichzelf hoeft te nemen. Mensen die alles doen om belangrijk over te komen, worden vaak de gevangenen van hun eigen belangrijkheid. Dat laat weinig ruimte voor ironie, speelsheid of zelfspot. En hoe meer die zelfingenomenheid toeneemt, hoe meer de humor naar de achtergrond verdwijnt.
Denk aan de opgeblazen leider die als een royalty binnenkomt. Niemand onderbreekt haar. Als zij lacht, lacht de zaal mee. Lacht ze niet, dan snapt iedereen dat die opmerking eigenlijk nooit grappig was. Macht brengt veel voordelen met zich mee, maar betrouwbare informatie over het eigen gevoel voor humor hoort daar zelden bij.
Lees ook: Mensen die topprestaties leveren, zitten vol tegenstrijdigheden
Wat met mensen die nooit lachen?
Hoe zit het dan met mensen die niet lachen, of die voortdurend lachen? Mensen verschillen ook enorm in wat ze grappig vinden. Sommige mensen lijken gereserveerd, maar hebben wellicht een uitstekend gevoel voor humor. Alleen laten ze dat zelden in het openbaar zien.
Mensen die zelden lachen, kunnen depressief of in gedachten verzonken zijn, of zich door hun culturele achtergrond terughoudend opstellen. Ook kan het zijn dat ze omringd worden door mensen die niet bepaald grappig zijn. Zelfs het geslacht kan een rol spelen.
Voor anderen is die serieuze houding deel van hun identiteit geworden. Zij associëren ernst met bekwaamheid, gezag of superioriteit. Voor hen is het een soort psychologisch harnas. Zulke mensen kunnen gelach wantrouwen, omdat het hun gevoel van controle bedreigt.
Emotionele starheid
Natuurlijk kan humor ook een verdedigingsmechanisme zijn. Sommige mensen maken dwangmatig grappen, omdat ernst ze angst inboezemt. Ze veranderen elk pijnlijk gesprek in een komische act, en grijpen elk ongemakkelijk gevoel aan voor een joke. Grappen zijn een manier om gevoelens uit de weg te gaan. Net als ernst kan die voortdurende grappenmakerij een vorm van emotionele starheid zijn.
Mentale gezondheid schuilt in het vermogen om te schakelen tussen verschillende manieren van uiting geven aan jezelf, zonder in een van die vormen gevangen te raken. Het betekent serieus zijn wanneer de realiteit daarom vraagt, speels zijn wanneer daar ruimte voor is, en in staat zijn tot humor, zelfs wanneer de omstandigheden pijnlijk ernstig zijn.
De koning en zijn nar
Lang voordat psychoanalytici geld begonnen te vragen om machtige mensen met ongemakkelijke waarheden te confronteren, hadden koningen narren in dienst. Gekleed in een veelkleurig pak, met bellen en soms een muts met ezelsoren, kon de nar dingen zeggen die gewone hovelingen de kop hadden kunnen kosten.
Een goede nar vervulde een essentiële psychologische functie: hij bracht de realiteit binnen in een systeem dat erop gericht was de machthebber te behagen. Ook vandaag heeft ieder machtig persoon iemand nodig die kan zeggen: ‘Majesteit, dat is belachelijk’. Zonder het risico om de volgende dag het ontbijt niet te halen.
Zelfverzekerde leiders creëren institutionele narren. Hiertoe behoren vertrouwde adviseurs, andersdenkenden, onafhankelijke bestuurders, journalisten, tegendraadse geesten, partners, oude vrienden en mensen die de toestemming hebben om grootheidswanen te doorbreken. Onzekere leiders daarentegen schakelen hen uit.
Het ontbreken van narren leidt tot een voorspelbaar resultaat. Zodra de nar verdwijnt, wordt iedereen serieus. Wanneer iedereen serieus wordt, waant de koning zich een genie. Vroeg of laat stort het koninkrijk in.
De taak van de nar is dan ook niet louter om de koning te laten lachen. Het is om de koning te helpen nadenken. Net zoals een democratie zonder narren gevaarlijk wordt, is een bedrijf zonder narren niet veel gezonder.
Lees ook: Ga nooit in discussie met domme mensen
Vier vormen van humor
Zeggen dat iemand gevoel voor humor heeft, vertelt verrassend weinig. Het gaat er niet alleen om of iemand humor gebruikt, maar ook om wat voor soort humor dat is.
De Canadese psycholoog Rod Martin en zijn collega’s introduceerden in 2003 de Humour Styles Questionnaire (HSQ), waarin vier brede stijlen worden onderscheiden op basis van de psychologische en interpersoonlijke functies van humor.
#1 Relatiegerichte humor: ‘We staan er samen voor’
Vrienden die elkaar liefdevol plagen, bevestigen daarmee hun onderlinge verbondenheid. Het laat zien dat de relatie stevig genoeg is om speelsheid toe te laten. Samen lachen verlaagt namelijk de drempel en schept een gevoel van saamhorigheid. Humor fungeert dan als sociale lijm. Het herinnert ons eraan dat we – ongeacht onze verschillen – allemaal acteurs zijn in dezelfde, wonderlijk imperfecte menselijke komedie.
#2 Zelfversterkende humor: ‘Vreselijk, maar ik kom er wel weer bovenop’
Met deze vorm van humor zijn we in staat om afstand te nemen van tegenspoed, zonder die uiteraard te negeren. Dit gedijt goed op plekken waar het leven zwaar is, zoals in ziekenhuizen, op het slagveld of in de gevangenis.
Galgenhumor bijvoorbeeld wil niet per se onverschilligheid tegenover lijden zeggen. Soms maakt het lijden juist draaglijk. Dat geldt ook voor grappen over ouder worden. Een oudere vrouw die grappen maakt over het alarmerende aantal artsen in haar adresboek, doet dat misschien ook om haar geestelijke gezondheid te bewaken.
#3 Zelfondermijnende humor: ‘Kijk eens wat een hopeloze sukkel ik ben’
Onzekere mensen maken zichzelf soms tot mikpunt van een grap voordat iemand anders dat doet. Als een preventieve aanval op zichzelf. Gezonde humor die op onszelf gericht is, stelt ons in staat onze dwaasheid te erkennen zonder dat dit leidt tot een oordeel over onze eigenwaarde. We kunnen om onszelf lachen zonder onszelf naar beneden te halen.
#4 Agressieve humor: ‘Jij bent belachelijk’
Spot, hoon en sarcasme kunnen worden ingezet als instrumenten voor hiërarchie en overheersing. Een spreuk van Salomo luidt: Zoals een krankzinnige die dodelijke pijlen afschiet, zo is iemand die zijn naaste bedriegt en vervolgens zegt: ‘Ik maakte maar een grapje’. Het is een dubbele klap: de ander kwetst je en gebruikt vervolgens jouw reactie als bewijs dat je geen gevoel voor humor hebt. Pesters begrijpen dit, ook zonder Freud te hebben gelezen.
Wie het laatst lacht
Humor is misschien wel de ultieme maatstaf voor psychologische vrijheid. Kan ik tegenspraak en zelfs imperfectie verdragen? Kan ik ontdekken dat ik het bij het verkeerde eind heb, zonder dat ik instort? Kan ik lachen als de grap over mij gaat? Dit vermogen vertoont opvallende raakvlakken met wat we psychologische volwassenheid noemen, een zeer gewenste eigenschap voor elke leider.
Humor vereist overgave. Even laten we het heroïsche beeld van onszelf los. We erkennen dat we ijdele, bange, wellustige, jaloerse en opgeblazen zoogdieren zijn, die enorm veel energie steken in de poging om te doen alsof dat niet zo is. We bouwen ondernemingen en imperiums op – om vervolgens recht tegen een glazen deur aan te lopen die we over het hoofd hadden gezien.
Om zichzelf kunnen lachen, is een psychologische prestatie. Het kind wil serieus genomen worden. De adolescent wil er cool uitzien. Maar de volwassene ontdekt uiteindelijk het vreselijke geheim: iedereen is belachelijk – presidenten en professoren, miljardairs en psychoanalytici, generaals en geliefden, Nobelprijswinnaars en essayisten – en vooral mensen die essays over humor schrijven.
De eigenlijke functie van de nar was om te voorkomen dat de machthebbers in hun eigen propaganda zouden gaan geloven. Zolang koningen konden horen dat ook zij zich konden vergissen – en daar vervolgens om konden lachen – was er nog hoop voor hun koninkrijk. Hetzelfde geldt wellicht voor ons en voor onze organisaties van vandaag de dag.
Lees ook: Angst om te falen wordt gemakkelijk verward met angst om succes te hebben



