Onlangs ben ik gevraagd om voor een congres een sessie te geven over leidinggeven aan de verschillende generaties op de werkvloer. “Want het is toch wel erg lastig om Gen Z te motiveren.” Dat klopt! Zeker als je geen idee hebt wat er in hun hoofd omgaat.
Er gaan inderdaad volledig andere zaken in de hoofden van Gen Z’ers om dan bij bijvoorbeeld het laatste restje boomers op de werkvloer (nu nog slechts zo’n 5 procent van de werkpopulatie).
En als je daar geen gebruik van gaat maken, verdwijnt je organisatie – net als de boomers op korte termijn – uit het werkveld. Dan verlies je simpelweg je bestaansrecht.
Gen Z is meest gewend aan verandering
Er is namelijk één ding dat nooit meer verandert: dat alles steeds vaker en sneller verandert. Dat is voor niemand makkelijk, maar Gen Z’ers zijn hier wel het meest aan gewend. Bovendien zijn zij het meest tech-savvy, creatief, flexibel, maatschappelijk- en klimaatbewust, en niet gehinderd door al te veel voorkennis. Ze stellen ook grenzen – iets dat vaak wordt gezien als gebrek aan werkethiek, maar waar we juist heel veel van kunnen leren.
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben allerminst pessimistisch over de toekomst. Ja, de wereld staat er niet best voor op veel gebieden, maar met creatieve ideeën, nieuwe technologieën en vooral de juiste mindset moet het lukken om het tij te keren. Dit betekent echter niet dat Gen Z dit zelfstandig kan. We moeten dit samen doen, met alle generaties.
Lees ook: Gen Z wil geen manager, maar iemand die de weg wijst
Stop met generatiedenken
Laten we meteen afstand doen van het generatiedenken. Ik werk met Gen Z’ers die harder werken dan ik sommige millennials ooit heb zien doen. Ik ken boomers die zich vlak voor hun pensioen nog laten omscholen tot AI-specialist.
Natuurlijk heeft elke nieuwe generatie andere motivaties en ambities dan de generatie ervoor. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.
Wij maken ons nu druk over fatbikes. Onze ouders maakten zich druk over onze Cita’s en Rapido’s. En hun ouders maakten de straten onveilig op Kreidlers. Wij maken ons druk om geld en macht, de nieuwe generatie om maatschappij en klimaat. Maar ze realiseren zich uiteraard ook dat ze ergens moeten wonen – wat dankzij de kortzichtigheid van vorige generaties nu een vermogen kost.
Bovendien zijn wij de generatie die hen continu vertelde hoe goed ze wel niet zijn en dat de wereld aan hun voeten ligt. Geef ze eens ongelijk dat ze niet langer dan een paar maanden ergens willen werken, liever naar Kaapstad vertrekken, en ondertussen een riant salaris verwachten.
Het dreamteam dat niemand wil vormen
Gelukkig is de oplossing even eenvoudig als praktisch. Als je jouw organisatie toekomstbestendig wilt maken, moet je het optimale dreamteam vormen. Zorg dat je het beste uit alle generaties combineert: de ervaring, kennis en werkethiek van ‘vroeger’ en de vertaling van tech, verandering en verantwoordelijkheid van ‘nu’. Dat betekent niet dat je zelf een TikTok-reel hoeft te maken, maar dat je misschien wel iets kunt leren van degenen die dat wel doen.
Onze maatschappij verandert steeds sneller en het wordt steeds belangrijker om mee te kunnen veranderen. Daar is in de basis maar één ding voor nodig, en dat heeft niets met generaties te maken: communicatie en oprechte interesse in elkaar. En dat wordt een steeds schaarser goed.
Druk met eigen zoektocht
We hebben het steeds drukker met onze eigen individuele zoektocht. Thuiswerken in plaats van samenwerken. Eigen avonturen delen, frustraties uiten, vragen stellen, meningen spuien – maar écht luisteren naar anderen wordt steeds uitdagender.
Zelfs die 160.000 coaches die we in Nederland rijk zijn, zijn in veel gevallen geen oprechte luisteraars. We krijgen onnoemelijk vaak klachten van klanten over coaches die vooral zelf het antwoord willen geven, in plaats van te luisteren en de juiste vragen te stellen.
Lees ook: Teamplayer gezocht? Gen Z prikt zo door vage vacatureteksten heen
Ik ben dan ook groot voorstander van het loslaten van de generatiediscussie. Wil je jezelf, je organisatie en de maatschappij echt helpen? Denk dan veel meer in levensfases. Organiseer communities, trainingen en intervisies rond levensfases. Biedt ondersteuning aan mantelzorgers (die zijn er in alle leeftijden), nieuwe ouders (dito), bij ziekte (dito), loopbaanbegeleiding (dito) en alle andere fases waar jouw collega’s tegenaan kunnen lopen.
Ik krijg nog steeds vaak de vraag van werkgevers: “Hoe ver moet je gaan in het ondersteunen van je werknemers?” Het antwoord is tegenwoordig simpeler dan ooit: als jij ze die ondersteuning niet biedt, als jij niet naar ze luistert, dan gaan ze naar je concurrent die dat wel doet. En dat ontstijgt elke generatie.



